HOOFDSTUK 6
’s Avonds kwam Hew binnen. Hij straalde, het ging goed met Gwyneth en de babies. Haar zuster zou de eerste paar weken komen helpen en hij wilde niets liever dan weer aan het werk gaan.
Elissa leidde nu een heel ander leven dan indertijd in Engeland, maar het beviel haar goed, tot haar eigen verbazing. Ze genoot van de natuur om zich heen en voelde zich thuis.
Olaf bleek inderdaad een knappe man te zijn. Hij was blond, had brede schouders en ogen zo blauw als de zee.
Hij gedroeg zich buitengewoon charmant tegenover Elissa, hij vond haar aardig en liet dat ook merken. Hij sliep in een schuur, die voor de seizoenarbeiders bedoeld was, maar at op Airlie House.
Die middag liet Logan Hew en Olaf in de heuvels achter en kwam alleen naar huis. Eerst ging hij naar het leslokaal, waar hij even met zijn tante praatte en vervolgens liep hij de keuken binnen, waar Elissa een grote schaal met lamskoteletten in de oven schoof, met groenten en schijfjes aardappel er bovenop.
‘Mooi zo,’ zei hij. ‘Daar heb je geen omkijken meer naar. Je zit al zo lang in huis, zullen we samen een uitstapje maken? Die reiger is er weer, bij de kust. Ik dacht dat je dat leuk zou vinden.’
Ze bloosde van genoegen. ‘Nou, graag.’
‘Ik heb ook belangstelling voor vogels. Ik heb al tegen tante Claudia gezegd waar we heen gaan.’
Elissa trok een jasje aan, dat ze dicht kon knopen, het kon in deze tijd van het jaar nog koud zijn.
Ze liepen tussen de hoge bomen door, waar het licht telkens doorheen scheen. Het was stil, alsof het bos de adem inhield. Zo nu en dan klonk alleen het kraken van een tak onder hun voeten.
Er lagen omgevallen bomen op het groene mos, waar ze overheen moesten klimmen. Er hingen veel takken over hun pad en ze moesten zich bukken om ze te ontwijken. Het was een intieme wereld als in een Walt Disney fantasie.
Het was een beetje benauwd in het bos. Logan greep Elissa bij de arm. Plotseling had ze het gevoel dat hij haar beter niet los kon laten. Ze struikelde even, maar hij ving haar op en bleef haar stevig vasthouden. Ze hoopte vurig dat hij niet zou zien hoe ze bloosde. Hij bleef haar voorzichtig steunen en wilde iets zeggen, maar in plaats daarvan lachte hij. Ze vroeg zich af waarom.
Het pad werd steiler. Ze zwegen weer en klommen langzaam naar boven. Logan sloeg beschermend een arm om haar schouders en fluisterde: ‘Daar is hij.’
De reiger stond weer aan de rand van de beek, zo bewegingloos dat het leek alsof hij een standbeeld was. Hij keek gespannen naar het water. Wat had hij een prachtige witte hals!
Logan gaf haar de kijker aan. Ze stelde die bij, keek erdoor en slaakte een zucht van plezier. Zo dicht bij één van de mooiste vogels ter wereld te zijn, was haast alsof ze zich in het paradijs bevond. Ze keek en keek en gaf hem toen de kijker terug. De vogel liep een eindje door en bleef weer doodstil staan. Ze liepen mee tot de kust, trokken hun schoenen uit en klommen om boomstammen heen. De vogel liep voor hen uit; zij zwegen en hij merkte niets van hun aanwezigheid. De tijd had opgehouden te bestaan.
Het werd warmer, de zon stond inmiddels op zijn hoogste punt. Ze deden hun jassen uit, legden die op een rots en liepen verder, soms door kleine stroompjes, die van de heuvel naar beneden stroomden.
Ze staken door zodat ze aan de andere kant van een schiereiland kwamen. Nu waren ze vlakbij de vogel, die er omheen gewandeld was. Hij stond onbeweeglijk op een rots. Waarvan droomde hij, als hij zo in de verte staarde? Logan hield zijn arm om Elissa heengeslagen.
Toen leek het alsof de vogel hen opgemerkt had, hij sloeg zijn vleugels uit en met wat een moeiteloze beweging leek, vloog hij het meer over, naar de bergen in het westen.
‘Wat idyllisch. We hebben geboft dat we hem zo langdurig konden bekijken,’ zei Logan.
Elissa knikte. ‘Welbedankt dat je me hebt meegenomen. Jij kunt hem elk seizoen zien, maar voor mij was dit misschien de enige kans.’ Hij wilde weer iets zeggen, maar zweeg. Ze gingen op een omgevallen boomstam zitten en lieten hun voeten in het water hangen. ‘Wat is het lekker warm,’ zei Logan. ‘Zo is het niet vaak.’ Hij haalde een appel uit zijn broekzak, die ze deelden.
Toen antwoordde hij, alsof ze zojuist iets gezegd had. ‘Ja, ik ben blij dat je hem vandaag gezien hebt. Dan heb je iets om aan terug te denken. Want tenslotte ...’
‘Ja?’ Ze keek naar hem op.
‘Tenslotte ben je hier om het huis op te knappen. Als je de plannen klaar hebt, zal Sue waarschijnlijk graag gebruik maken van je aanbod om de kinderen mee te nemen naar Engeland.’
Hij keek gespannen naar haar, maar dat merkte ze niet. Ze hield haar gezicht afgewend. Wat zou er gebeuren als Sue binnenkort een huis had gevonden? Zou ze dan terug moeten naar Engeland?
Terug naar Engeland? Ze schrok. Logan zat haar aan te kijken, hij zei: ‘Ik heb dorst.’ Ze keek naar het meer.
‘Het water van de beekjes is beter,’ zei hij en stak een hand naar haar uit. Ze liepen naar de rand van het bos, waar een riviertje over een kleine rots stroomde. ‘Boven staan geen schapen en er wordt daar geen kunstmest gestrooid. Dit water is zo zuiver als toen de wereld begon. Alsof dit de allereerste dag was.’
Ze lachten allebei en hij zei: ‘Ik zal het in mijn handen opvangen.’ Hij hield zijn handen bij elkaar, ving het water op en stak ze naar haar uit. Elissa dronk gretig en hij herhaalde dit drie keer. Terwijl ze haar lippen afveegde, dronk hij zelf ook drie keer, alsof het een ritueel was. Zoiets als het brood breken om een vriendschap te bezegelen.
Vriendschap? Haastig zei ze: ‘We moeten eens naar huis, ik wilde nog een pudding maken.’
‘Prozaïsch, hoor,’ plaagde hij, ‘na een tocht in de fantasiewereld. ’ Onderweg naar huis praatten ze over de farm en Elissa was daar blij om. Ze kwamen bij een open plek in het bos. Ze stonden stil en keken naar de grond die bespikkeld was met kleine alpenbloemen.
‘Ik heb hier eens een hertje gevonden,’ vertelde Logan. ‘Ik denk dat zijn moeder was doodgeschoten. Ik heb een omheining voor hem gemaakt bij Airlie House. Toen hij groter werd, heb ik hem naar het hertenpark bij Queenstown gebracht. We misten hem echt. Het was zo prachtig, dat kleine hert op het groene mos... een moment dat misschien nooit terug komt.’ Ze keerde zich om. Hij stond vlakbij. ‘Misschien komt dat ogenblik niet terug, maar dit kan ook idyllisch zijn, denk je niet? Voor ons tweeën? Is dit niet een soort betovering?’
Hij sloeg zijn armen om haar heen en trok haar naar zich toe. Elissa was groot van stuk. Maar hij moest het hoofd buigen om haar op de lippen te kussen. Ze stak haar hand op als in protest, waarom wist ze niet. Hij pakte die en hield hem vast. Zijn mond was vlakbij de hare en hij zei: ‘Bederf het nu niet, Elissa... Dit is een idylle. Iets om later aan terug te denken.’ Zijn lippen raakten de hare.
Het was precies zoals een eerste kus behoort te zijn, onderzoekend maar niet te veeleisend, teder maar met het gevoel dat er allerlei emoties achter zitten. Ze bewoog even in zijn armen, maar hij liet haar niet los. Eindelijk hief hij het hoofd even op en zei: ‘Dank je wel. Wat zijn woorden toch ontoereikend.’
Ze lachte naar hem. ‘Je weet wel beter. Jij kunt iets heel goed onder woorden brengen. Ik bewonder dat juist in je.’
Zijn blauwe ogen dansten. ‘Lieve meid, je praat als tante Claudia. Ik kan toch mijn oud-tante niet kussen . .. tenminste niet op die manier.’
Ze barstten tegelijk in lachen uit. Hij ging luchtig met zijn lippen over de hare en liet haar toen los. Ze liepen het laatste stukje van het pad hand in hand en op dat moment hoorden ze de claxon van de postboot.
Logan stond stil. ‘We hebben gisteren al post gehad. Zou er iets mis zijn? Kom mee, Elissa, de jongens zullen nog niet thuis zijn en tante Claudia is nog aan het lesgeven.’
Maar de jongens waren er al. Toen Elissa en Logan hand in hand aan kwamen rennen, zagen ze dat er een paar mensen uitgestapt waren. Eén van hen was Stacey Cressford.
Elissa trok haar hand uit die van Logan en keek snel even naar hem. Ze dacht dat hij zich verlegen zou voelen, maar Logan was heel vrolijk en opgewekt. Wat hij over zijn gevoelens voor Stacey had verteld, was dus maar een masker, om wat hij echt voelde, te bedekken.
Hew en Olaf stonden om Stacey heen om haar te begroeten en ze draaiden zich om, toen ze zagen waar Stacey naar keek. Tot hun verbazing kwamen hun baas en Elissa uit het bos te voorschijn.
‘Wat is er aan de hand? Is er iets gebeurd?’ vroeg Hew.
Logan grijnsde. ‘Nee, hoor, we zijn naar bijzondere vogels wezen kijken.’
Hews gezicht was een en al verbazing. Olaf barstte in lachen uit.
Elissa zag hoe Stacey verstijfde, ze kneep de lippen op elkaar. Logan zei rustig: ‘Er was daar toevallig een witte reiger.’
Elissa trok even aan de kijker, die Logan om zijn hals had en zei: ‘Zijn kijker is veel beter dan de mijne. Ik had mijn camera mee moeten nemen, maar ik wilde geen tijd verloren laten gaan, toen hij aan kwam rennen om te vertellen dat er een witte reiger te zien was.’
Hew grijnsde. ‘En dan te bedenken dat wij gewoon doorgingen met het repareren van de afzetting terwijl jullie aan het picknicken waren! De volgende keer, als je zegt dat je even naar kantoor moet, weet ik hoe het zit, baas!’
Elissa had ze allemaal wel een klap willen geven. De kapitein van de boot stond er geïnteresseerd bij. Hij had de. postzak voor Airlie House meegebracht. ‘Er is een speciale bestelling bij, die erg beschadigd is. Er is brand geweest op Heathrow en daar heeft dit stuk waarschijnlijk bijgezeten. Ik dacht dat jullie het graag direkt bezorgd wilden hebben en toen zei Stacey dat ze mee wilde. Als ze hier een nacht over wil blijven, zal ik haar morgen weer halen, als ze dat wil.’
‘O, ja, hoor,’ zei Logan. ‘Ik vind het allemaal best, als de huishoudster het goed vindt. Wat zeg jij ervan, Elissa?’
Elissa deed haar best om luchtig te zeggen: ‘Natuurlijk kan ze hier blijven. Het zal heel gezellig zijn.’ En tegen de kapitein: ‘Heb je tijd om een kop thee te drinken? De passagiers ook natuurlijk?’
Een hartelijke Canadese stem zei: ‘Heel graag. Ik hoop dat de anderen ook tijd hebben. Bent u aan een bepaald schema gebonden, Mr. Ewart?’
‘Het is mijn laatste tocht. Ik breng u op tijd voor het diner weer in uw hotel. We boffen, mensen, want dit is één van de oudste en mooiste boerenhuizen aan het meer.’
Elissa begreep niet dat ze de kinderen nog niet had gezien. Hew vertelde echter dat tante Claudia met hen op bezoek was gegaan bij de familie Mendelson, een eind verderop aan het meer, ze bleven daar eten. Elissa voelde zich opgelucht, het kommentaar van de kinderen op Stacey’s onverwachte komst kon ze missen als kiespijn.
Logan pakte Stacey’s tas en zei: ‘Die beschadigde brief is natuurlijk van oom Rupert. Dat is de brief die zoekgeraakt was en nu is dat raadsel opgelost.’ Hij vertelde het hele verhaal aan Rod Ewart en eindigde: ‘En nu doet ze het huishouden voor me, in plaats van dat ze verder kan met de plannen voor ons interieur.’
Rod zei: ‘Je hebt geboft. De Campions op Twin Hills hebben advertenties gezet, waarin ze huishoudelijke hulp zoeken en ze hebben nog niet één reaktie.’
Vanuit haar ooghoek zag Elissa dat Stacey zich begon te ontspannen. Het verhaal over de brief maakte dat ze Logan weer kon geloven.
Elissa voelde zich niet op haar gemak, maar de aanwezigheid van de toeristen maakte het gemakkelijker. Ze babbelden druk en hadden overal belangstelling voor. Iedereen die Airlie House voor het eerst zag, vond dat het een droom van een huis was. De zonnige dagen van de laatste tijd hadden de knoppen in de narcissen doen zwellen en de sneeuwklokjes vormden witte en groene spikkels door de hele tuin.
Melissa Cooke, de dochter van één van de toeristen, zei tegen haar broer: ‘Perry, zo’n farm moet jij ook zien te bemachtigen in Canada. Het meer is er al en we kunnen zelf zorgen voor de bomen en de bloementuin. Dan zal ik je huishouden komen doen.’
Perry lachte. ‘En wat moeten we doen als ik het meisje van mijn dromen ontmoet en met haar trouw?’
‘Ik zal met je kollega trouwen of je kunt een blokhut voor me bouwen. Denk eens in hoe fijn grootvader dat zou vinden.’
Mrs. Cooke was verheugd. ‘Dat is een goed idee. Wat ben ik blij dat we met vakantie hierheen zijn gegaan in plaats van naar het Verre Oosten. Het is hier zo ... wat zal ik zeggen ... zo idyllisch.’
Logan en Elissa keken elkaar even aan, maar zij wendde haar blik snel af. Snel ging ze in de keuken thee zetten met van alles erbij. Toen ze opkeek, stond Stacey naast haar. Vriendelijk zei ze: ‘Ik wilde je zeggen dat het me spijt, Logan heeft me zojuist de brief van Rupert laten zien of wat ervan over is. Kun je begrijpen hoe ik me voelde, toen ik jou hier aantrokf, alleen in een nachthemd met een peignoir erover, bij de man van wie ik houd?’
Elissa legde een broodje op een schaal en zei: ‘Ja, ik vond het erg vervelend en daardoor zei ik ook onaardige dingen. Logan heeft me verteld dat hij zo goed als verloofd was, en ik wilde helemaal niet tussen jullie komen. Geloof je me nu, Stacey?’
Terwijl ze het zei, bedacht ze al dat ze zelf niet goed wist of ze hoopte dat hun verloving door zou gaan.
‘Ja, ik begin het nu te begrijpen,’ zei Stacy.
Op dat moment kwam Logan binnen, hij was blij te zien dat ze het samen konden vinden en zei: ‘Kan ik jullie ergens mee helpen?’ Elissa antwoordde: ‘Zet nog wat tafeltjes klaar voor de theekoppen.’ En toen: ‘Logan, zeg toch tegen Stacey dat ze best wat langer kan blijven.’
Het leek of hij even verstijfde, maar Stacey zei: ‘Dat zou ik erg fijn vinden, misschien zou het helpen om de goede toon weer terug te vinden.’ Logan ging de tafeltjes halen.
Elissa vroeg Stacey thee te schenken, om te laten zien dat ze haar als de gastvrouw beschouwde. Zo te zien was het allemaal heel gezellig. Ze wisselden bijzonderheden over hun leven uit, niet alleen met de Canadezen, maar ook met de andere toerist, Miss Renaldson van het Noorder Eiland. Zij had altijd een baan in de stad gehad, maar nu ze gepensioneerd was, maakte ze telkens een reis langs de kust van Nieuw-Zeeland.
‘Mijn moeder zei altijd dat Nieuw-Zeeland een miniatuur-wereldje op zichzelf was. Ik heb geen geld voor een wereldreis, maar ik ga ons eigen land tot in alle details bekijken.’
Elissa vertelde: ‘Mijn vader had een farm in South Canterbury, dus dat kende mijn moeder goed en ook het merengebied hier, maar ze is nooit op het Central North Island geweest of in de semitropische gebieden ten noorden van Auckland. Zelf heb ik er alleen over gelezen. Jammer dat ze zo weinig van dit land heeft gezien, ze heeft geen geld genoeg om hier nog eens heen te gaan.’
In Logans ogen verscheen een uitdrukking die ze niet begreep. Of verbeeldde ze zich dat maar? Logan, Bob Samson, tante Claudia ... allemaal deden ze een beetje geheimzinnig over haar moeder.
Van één ding was ze zeker, ze was niet van plan zich verder met de relatie tussen Stacey en Logan te bemoeien. Daar had ze meer dan genoeg van.
In haar gedachten was Elissa bezig met haar privé-zaken, maar ze reageerde automatisch op de gesprekken. Eindelijk namen de kapitein en zijn passagiers afscheid. Het was een mooi gezicht, de wit met rode boot, die over het blauw-groene meer gleed en om het schiereiland heen voer naar Ludwigtown.
Hew en Olaf gingen op de traktor voor de namiddag-voedering zorgen. Logan vertrok om de kippen te voeren en het schaap in stukken te verdelen, dat hij de vorige dag geslacht had en opgehangen. Daarna konden ze het in de diepvries opbergen. De beide meisjes zouden afwassen.
Stacey was heel gezellig, ze deed een schort voor en zag er daarin zelfs modieus uit. Ze zei dat zij zou afwassen terwijl Elissa het dessert maakte. Zij had eerder de gedroogde abrikozen al gestoofd. Nu sneed ze de boter in stukjes, deed die met de suiker in het meel, zette de vorm in de oven en begon aardappels te schillen.
Logan keek om de hoek van de deur. ‘Elissa, zou jij die emmer met afval naar buiten willen brengen voor de geit? Dan kost het mij niet zoveel tijd.’
Elissa liep de heuvel op naar de plaats waar Perdita stond vastgebonden. Toen ze uit het zicht van het huis was, kwam Logan bij haar. ‘Ik wilde je even alleen spreken. Als ik Stacey naar buiten lok, kun jij dan de Mendelsons opbellen en vragen of tante Claudia de kinderen wil vertellen dat Stacey hier is? Ik wil niet dat de kinderen vervelende opmerkingen tegen haar maken, ze doet echt haar best en we moeten de stemming niet bederven.’
Elissa’s keel werd droog. Het leek wel of hij de kus, die hij haar in het bos had gegeven, volkomen was vergeten.
Eindelijk zei ze: ‘Dat zal ik doen, Logan. Het is in elk geval veel prettiger op deze manier, dan toen ik het gevoel had dat ik de oorzaak was van jullie ruzie.’
Hij knikte. ‘En zo hoeven er geen verwijten meer gemaakt te worden.’
Ze knikte ook. ‘Nee, geen verwijten. Heel verstandig.’
‘Ik wist dat ik op je kon rekenen.’ En hij verdween, de heuvel af.
Elissa zette de emmer neer en staarde voor zich uit. Nee, hij had Stacey gemist en toen was er toevallig een ander meisje bij de hand. Ze begon langzaam kwaad te worden, het liefst had ze de emmer een schop gegeven. Perdita begon te blaten. Elissa pakte de emmer weer op en liep naar de geit toe. Al haar plezier was in één klap verdwenen.
Toen ze tante Claudia aan de telefoon kreeg, zei deze: ‘Bah! Die jongen lijkt wel mal. Ik dacht dat hij wel wist dat hij er goed was afgekomen en dat hij bofte met jou. Ik heb zijn moeder en vader geschreven dat ze nog niet thuis moesten komen, want dat jij hier zo lang mogelijk moest blijven. Ik vertelde hun dat als jij hier blijft, Logan die vervelende madam voorgoed zal vergeten. Omdat jij op Glen Airlie thuis hoort.’
Elissa antwoordde zenuwachtig: ‘Tante Claudia, past u toch op. Stel je voor dat één van de kinderen u hoort of Mrs. Mendelson. Ik wil niet dat iemand mij aan een man koppelt. Als u gezien had hoe blij Logan was, toen hij haar op de steiger zag staan, zou u weten dat zij alles voor hem betekent. Wat zei u?’
‘Ik zei: poe! En ik ben niet zo dom om dat allemaal te zeggen, als er iemand binnen gehoorsafstand is. Ze zijn allemaal buiten een spelletje Franse cricket aan het spelen. Het is jammer, ja, maar het gaat wel weer over. Stacey zal niet altijd zo lief blijven. We zullen er wel iets op vinden.’
Elissa raakte in paniek. ‘O nee, nee, we moeten ons er niet mee bemoeien.’
Tante Claudia lachte. ‘Maak je geen zorgen, kind, ik zal jou er buiten laten. En ik zal de kinderen wel instrueren. Zij mogen haar niet, maar ze moeten leren hun mond te houden. Tot straks.’
Elissa bleef naar de muur staan staren. Ze kon alleen nog aan het gezicht van Logan denken, op het moment dat hij Stacey ontdekte, en ze als een silhouet tegen het blauw van het meer zichtbaar was geworden.