HOOFDSTUK 11
Voor Elizabeth was het een drukke zaterdag. Als Jeremy het weekend zou komen, moest ze haar voorraden aanvullen en zijn bed in Roddy’s kamer opmaken. Ze wilde hem niet aanmoedigen maar hij had nu eenmaal het recht zijn zoon te bezoeken.
Tegen de middag brak er een hevige onweer los. De goten konden het water niet verwerken en in de hal begon het te lekken. Elizabeth moest het dak op om de goot weer vrij te maken. Ze keek met afgrijzen naar de hagelstenen die van de tuin een ravage hadden gemaakt.
Louise zorgde ervoor dat ze een warm bad nam en net toen ze bezig was voor het fornuis haar natte haar te drogen, voelde ze twee handen over haar ogen glijden.
Ze wist zich te bevrijden en keek op.
‘Jeremy... naarling. Ik zie er verschrikkelijk uit. Waarom ben je zo vroeg?’
Hij streek haar natte krullen naar achteren en keek haar kritisch aan. ‘Ik wou dat Josie je kon horen. Ze vindt dat haar lieve zusje het toppunt van gastvrijheid is.’
‘Er zijn ogenblikken dat het me niet zo goed uitkomt. Geen enkele vrouw vindt het leuk te worden betrapt met drijfnatte haren.’
‘Wat maakt het nu voor verschil hoe je eruit ziet? Jij bent jij.’
Ze zweeg getroffen door zijn opmerking. ‘Dit is geen bevlieging, weet je,’ voegde hij eraan toe. ‘Dit is voor altijd.’
De telefoon rinkelde, en Jeremy nam hem aan. ‘Het is voor jou, Josie.’
Elizabeth liep naar de studeerkamer en Jeremy volgde haar op de voet. Toen hij haar verbaasd hoorde zeggen: ‘Getrouwd?’ bleef hij staan meeluisteren alsof hij haar man was.
Tegen de tijd dat Elizabeth en Josie hun gesprek hadden beëindigd, hoefde ze hem niets meer te vertellen.
‘Maida getrouwd met de eigenaar van het hotel? Dat is goed nieuws. Louisa hoeft zich niet terug te haasten naar Cashmere en kan hier blijven als chaperonne.’
Elizabeth ging zich verkleden en trok een vrolijke katonen rok aan met een bijpassend bloesje.
‘Lenore komt volgende week. Ik wou dat ze niet kwam, maar ze wil haar tante opzoeken en Roddy zien. Ze heeft vakantie,’ zei hij.
Het gaf Elizabeth een vreemd gevoel dat hij toegaf het niet prettig te vinden dat Lenore kwam.
Ze draaide zich om en struikelde over Drummond, die zich zo dicht mogelijk bij Jeremy en haar had neergevlijd.
‘Die hond ook, ik val telkens over hem.’
Het weekend verliep zonder schokkende gebeurtenissen. Elizabeth voelde zich enorm opgelucht dat ze niet langer verantwoordelijk was voor Maida. Nadat Louisa naar bed was gegaan begon ze over Roddy.
‘Ik maak me zorgen om hem. Hij wil zo graag naar school... naar de school hier in Ngahuru.’
Jeremy ontspande zich. ‘Daar hoeven we ons toch niet druk om te maken.’
‘Het zou goed zijn als hij naar school ging, maar hij zou het hier zo naar zijn zin kunnen krijgen dat hij straks weer een inzinking krijgt als hij terug moet naar Christchurch.’
Jeremy keek haar peinzend aan. ‘Probeer je me te vertellen dat het beter is dat hij nu weer naar huis gaat? Ik kan het best begrijpen, tenslotte heb je je werk. Je hoeft je niet te verontschuldigen.’
‘Dat is het niet. Ik zal hem verschrikkelijk missen maar het is niet genoeg om alleen maar van een kind te houden. We moeten aan zijn toekomst denken. Vorige week heeft Mr. Willand Roddy gevraagd of hij wat over vogels wilde vertellen en hij vond het zo leuk op school dat hij graag weer wil.’
‘Ik denk dat het hem geen kwaad zal doen als hij tot het eind van het jaar hier op school gaat. Hij wordt met de dag sterker en tegen die tijd kan hij het wel weer aan. Zou hij zolang bij je mogen blijven?’
‘Ik zou het verschrikkelijk vinden als hij wegging. Niet alleen voor zijn bestwil - ook voor de mijne.’
Jeremy gaf geen antwoord maar ze hoorde dat hij opstond.
‘Ik wil je niet van streek maken met mijn dankbetuigingen maar wat je voor Roddy doet betekent veel voor me. Tot nu toe is hij een ongelukkig jongetje geweest. Hij kreeg de verkeerde ouders.’ Elizabeth stond ook op en zonder hem aan te kijken, want haar tranen zouden haar verraden, zei ze: ‘Dat is dan geregeld. Welterusten, Jeremy. Ik zal zorgen dat hij maandag naar school gaat. Wil jij het hem vertellen?’
De verpleegsters waren opgetogen over het komende feest. De hoofdzuster organiseerde een paar maal per jaar een feestelijke avond. ‘Het is toch al zo moeilijk om de meisjes hier te houden. De verbinding met de stad is zo slecht en ze kunnen zo weinig doen in hun vrije tijd. Maar nu komen de vriendjes over uit Christchurch en met de auto ben je er in een halfuur,’ had ze tegen Elizabeth gezegd.
Het was een gezellig ouderwets feest. Er werd gedanst en er werden spelletjes gedaan.
Er speelde iemand op de piano en ze moesten hand in hand dansen tot het licht uitging. Daarna moest iedere man een meisje pakken en zich verstoppen. De hoofdzuster en de portier zouden hen zoeken. Andrew was van plan zich te verstoppen met Elizabeth. Tenslotte was die vervelende Drummond er niet bij. Hij wist ongeveer waar ze stond en kon haar in het donker gemakkelijk vinden, dacht hij. Hij voelde het fluweel onder zijn vingers en zei: ‘Dit is het meisje dat ik zocht. Ik weet een goed plekje, kom op,’ en hij liep naar een gang waar een ruimte tussen een kast en een muur was.
Innis voelde haar hart bonzen; ze wist met wie ze zich verstopt had. Ze kende iedere klank van zijn stem maar zelf had ze nog niets gezegd.
Andrew Carmichael boog zijn hoofd naar haar toe en zijn lippen vonden de hare. Ze beantwoordde zijn kus, misschien dat ze dan toch... De stem van zuster Murchison bracht hem terug tot de werkelijkheid. ‘Dokter, ik stik bijna. Als u zo doorgaat moet u zo meteen kunstmatige ademhaling toepassen.’
Bijna had Andrew zich verraden. Later was hij blij dat hij dit niet had gedaan. ‘Ik heb geen enkel bezwaar tegen mond-op-mondbeademing,’ antwoorde hij luchtig en hij voegde de daad bij het woord.
Duizelig bedacht Innis dat ze eigenlijk geen zin had gehad in het feest.
‘Na al dat gepraat over het feit dat ik meer beweging nodig zou hebben wou ik je voorstellen morgenavond naar Four Winds Headland te lopen.’
Ze waren het laatste paar dat werd gevonden en Andrew had zijn tijd goed besteed.
Op het ogenblik van de prijsuitreking werd er aan de voordeur gebeld. De verpleegsters kreunden. ‘Je zal zien dat er nou net iemand een tweeling krijgt.’
Innis ging opendoen en Elizabeth begreep meteen wie daar op de stoep stond. Ze was als de droom die iedere man over een vrouw heeft, dacht Elizabeth. Het levende evenbeeld van de vrouw in de trein.
Jeremy liet Elizabeths hand los en liep naar voren. ‘Lenore,’ zei hij en kuste haar wang. Hij bekeek haar van top tot teen en merkte op: ‘En gekleed voor het feest, zie ik.’
Ze haalde haar schouders op en keek hem verlegen aan. Voordat ze echter haar verontschuldigingen kon aanbieden, kwam de hoofdzuster haar begroeten en nam haar mee naar een slaapkamer, waar ze haar mantel kon uitdoen.
Op de een of andere manier was het plezier van de avond er voor Elizabeth af. Ze voelde zich doodmoe, bijna misselijk. Ze had er verstandig aan gedaan geen beslissing te nemen voordat ze Lenore had gezien. Lenore zou tien dagen blijven en als die voorbij waren, zou ze het weten.
‘Ben je hier met de auto gekomen, Lenore?’ vroeg Jeremy. Ze schudde haar hoofd. ‘Dan breng ik je wel thuis.’
Elizabeth had een vage hoop dat Jeremy haar zou vragen mee te rijden om Lenore weg te brengen maar dat deed hij niet. Hij kuste Elizabeth in de hal op haar voorhoofd en zei: ‘Welterusten. Ik had je wel mee willen vragen voor een ritje, maar ik heb met mijn schoonzuster een paar privé-zaken af te handelen.’
‘Vanzelfsprekend,’ probeerde Elizabeth zo luchtig mogelijk te zeggen. ‘Ik sta trouwens bijna te slapen. Welterusten.’
De volgende morgen moest Jeremy al vroeg weg en er was weinig tijd voor een gesprek. Voor hij wegging zei hij: ‘Ik heb tegen Lenore gezegd dat ze Roddy zo vaak kan opzoeken als ze wil. Hij is het enige familielid dat ze heeft, op die oude tante na dan.’
De week die volgde was een van de moeilijkste weken in haar leven. Zelfs Louisa was verrukt over Lenore en die dwaze Drummond liep haar overal achterna.
‘Het is niet eerlijk, dat iemand die zo knap is zo’n triest leven heeft geleid,’ vond Louisa. ‘Haar man overleed toen ze zevenentwintig was.’ Elizabeth kon het wel uitgillen maar ze bleef dapper glimlachen en de goede antwoorden geven.
Iedere keer als ze naar Lenore keek, zag ze haar in Jeremy’s armen liggen en ze vroeg zich af waarom ze niet getrouwd waren. Hadden ze gewacht tot de roddelpraat geluwd was, nadat hun beide partners overleden waren? Het zou de carrière van Jeremy natuurlijk hebben geschaad. Ze vroeg zich af wie van de twee het eerst vrij was geweest.
Maar waarom, vroeg ze zich af, had Jeremy haar het hof gemaakt? De geschiedenis van zijn vroegere leven gaf haar het antwoord. Hij was het type man dat altijd een vrouw moest hebben en ze hield zijn belangstelling alleen maar omdat ze hem op een afstand hield... tenminste de meeste tijd. Waren Lenore en Jeremy op elkaar uitgekeken? Ze gingen erg vriendschappelijk met elkaar om en dat was vreemd.
‘Wat zie je er de laatste tijd toch slecht uit,’ merkte Louisa op een morgen op. ‘Voel je je niet lekker?’
‘Ik ben een beetje moe, denk ik. Het is de laatste tijd nogal druk geweest,’ antwoordde Elizabeth ontwijkend. ‘Daar is de postbode, hij is vroeg.’
Ze liep naar het hek.
‘Ik ben erg bijtijds,’ zei de postbode, maar die heer vroeg me ervoor te zorgen dat u dit vandaag kreeg. Hij heeft me natuurlijk omgekocht zodat ik het meteen heb gebracht,’ grinnikte hij.
Hij gaf haar een pak en een enveloppe. Die droeg Jeremy’s handschrift en er zat een dikke brief in. Elizabeth besloot hem ergens te lezen waar het rustig was, ergens waar ze niet gestoord kon worden. Natuurlijk wilde Jeremy met Lenore gaan trouwen en, inplaats het haar ronduit te zeggen, had hij haar geschreven.
De brief lag op haar schoot. Ze durfde hem nauwelijks open te maken. Nu ze hem waarschijnlijk had verloren, besefte ze ineens dat zijn verleden er eigenlijk niets toe deed.
Met trillende vingers scheurde ze de envelop open, en ze moest haar tranen wegslikken voor ze begon te lezen.
‘Liefste Elizabeth,
Iedere keer als ik je een aanzoek wil doen worden we gestoord, öf door de telefoon, öf door Roddy. Daarom heb ik besloten je te schrijven, en ik zal geen rustig ogenblik meer kennen voordat ik je antwoord weet. Ik wil dat je deze brief rustig leest en me dan terug schrijft. Stuur hem niet naar de krant maar naar mijn huisadres, want al zet je er vertrouwelijk op, hij valt daar dan toch te gemakkelijk in verkeerde handen. Ik heb erg veel geduld met je gehad, Elizabeth, om je eraan te laten wennen dat je met iemand zou trouwen die niet de ideale man voor je was. Maar niemand zal je beter begrijpen en gelukkiger maken dan ik. Dat klinkt verwaand, dat weet ik, maar dat komt omdat ik van je houd. Ik heb zwaar moeten boeten voor mijn verleden en ik kan je alleen maar vragen of we samen iets van het leven kunnen maken. Neem me zoals ik ben en houd van me. Jij bent de enige die ik nodig heb. Bijna had ik deze brief weer verscheurd. Het is zo moeilijk het allemaal op papier uit te leggen. Liefste, probeer mijn liefde tussen de regels door te lezen. Ik had willen wachten tot Lenore terug zou gaan naar Sydney, maar ze blijft nog een poosje. Ze heeft haar tante overgehaald naar Sydney te gaan en daar een flat te huren bij haar in de buurt. Lenore vindt dat ze haar veel verschuldigd is. De oude dame heeft haar en haar zuster opgevoed en ze is nu oud en eenzaam. Nu Lenore weer gaat trouwen - ik neem aan dat ze je heeft verteld dat ze met haar baas in het huwelijk treedt - zal ze niet in de gelegenheid zijn zo veel meer te komen. Ik verwacht je antwoord morgen tegen lunchtijd, Elizabeth, Ik moet tot vijf uur werken en kom dan meteen naar je toe. Ik eet wel iets op de zaak, dus hoef je daar niet voor te zorgen. Elizabeth, probeer het zo te regelen dat we een poosje ongestoord kunnen samenzijn. Elizabeth Lucinda Stirling, ga aan je bureau zitten en schrijf je brief, maar maak hem niet te lang. Alles wat gezegd moet worden kan gezegd worden als we elkaar weerzien. Ik houd van je, Elizabeth.
Jeremy.’
De brief viel uit haar vingers en de tranen biggelden langs haar wangen. Ze huilde van verdriet om haar eigen hardheid, en van opluchting omdat hij niet van Lenore hield en Lenore met iemand anders ging trouwen. Ze maakte het pak open en met het boeket bloemen dat erin zat, in haar handen holde ze naar huis. ‘Louisa, ik wil niet gestoord worden. Jeremy heeft me per brief gevraagd of ik met hem wil trouwen, en hij krijgt mijn antwoord ook per brief.’ Louisa keek haar stralend aan en nam haar stoel mee naar de veranda. Niemand zou de kans krijgen haar te storen. ‘Jeremy’, schreef ze, ‘het antwoord is ja. Ik weet dat ik je heb gekwetst door mijn weigering je te nemen zoals je bent, met je verleden en al. Ik kon het je tot nu toe niet vergeven, maar ik houd van je. De narigheid was, dat ik niet wilde inzien dat je nu iemand anders bent dan de man die eens zijn huwelijk verbrak.
Het zou misschien beter zijn geweest als ik niets had geweten toen ik je voor het eerst zag en je het me zelf had kunnen vertellen. Ik weet dat er aan een kapot huwelijk twee kanten zitten. Misschien was je vrouw gevoelloos en slechtgehumeurd, zodat ze er zelf de schuld van was dat je met Lenore wegliep. Ik weet het niet, maar ik zal naar je luisteren. Van het begin af was ik bevooroordeeld ten opzichte van jou. Ik had zoveel geroddel over je gehoord. Een van de meisjes, ik zal niet zeggen wie, was met vakantie in het noorden geweest en had het hele verhaal gehoord.
Omdat je zo gewoon doet over het bezoek van Lenore, denk ik dat je niet weet dat ik dit verhaal ken. Het meisje vertelde me dat je verliefd was geworden op beide zusters, met de één was getrouwd en haar hart had gebroken. Daarna was je er met de ander vandoor gegaan. Het is moeilijk dit te aanvaarden van iemand van wie je zoveel houdt. Ik kan niet verder schrijven, liefste, ik zal op je wachten bij de stenen muur. Kom niet te laat maar rijd voorzichtig. Ik houd van je, wat je ook hebt gedaan, en ik houd van Roddy, gedeeltelijk om hemzelf en gedeeltelijk omdat hij jouw zoon is. Wat voor echtgenoot je ook geweest mag zijn, je bent een fantastische vader.
Elizabeth.’
Ze sliep die nacht als een roos en dat was maar goed ook, want het zou de volgende dag een lange dag worden.
Nog nooit was de haven zo mooi geweest en over de heuvels lag een kleurig bloemtapijt. Als het vanavond nu maar niet ging regenen.
Ze wilde bij de stenen muur onder de oude noteboom op hem wachten. Het zou nog licht zijn als hij kwam. Daarna zouden ze het samen aan Louisa en Roddy gaan vertellen. En nog later zou de maan aan de hemel staan...
Intussen probeerde ze zichzelf niet te verraden, want Louisa zag veel. Ze keek naar de klok... nog pas twee uur. Het duurde nog minstens drie en een half uur. De tijd wilde vandaag maar niet omgaan.
Ze was bezig met het borstelen van haar haar toen ze voetstappen op de veranda hoorde. Louisa lag te rusten, dus die kon het niet zijn. Het was Lenore. O nee, vandaag wilde ze Lenore niet zien!
Maar het was al te laat, Lenore had haar gezien. ‘Elizabeth,’ zei ze buiten adem, ‘ik moet je spreken. Kunnen we een eindje gaan wandelen?’
‘Ja,’ Elizabeths keel voelde zo droog aan dat ze nauwelijks kon spreken. Ze liepen de tuin in en gingen op een bank in de boomgaard zitten.
‘Elizabeth, Jeremy heeft me gebeld... hij heeft me verteld van je brief.’
De pijn in Elizabeths borst was bijna ondraaglijk. Ze kon geen woord uitbrengen.
‘Hij kan nog niet weg, maar hij vond het verschrikkelijk dat je dacht...’ Ze zweeg en probeerde het opnieuw: ‘Jeremy is niet ontrouw geweest aan zijn vrouw. Het was Gerry Ffoulkes, mijn man. Sybil liep met hém weg. Het was allemaal juist andersom!’
Haar gezicht was bleek weggetrokken bij de herinnering.
‘Jeremy heeft zich al die tijd geweldig gehouden, Elizabeth. Ik ben toen volledig ingestort. Ik hield zoveel van Gerry. Als Jeremy er niet was geweest, had ik de mensen nooit meer onder ogen durven komen, mijn baan laten schieten en nooit bereikt wat ik nu heb bereikt. Mijn zuster was altijd al zo geweest, Elizabeth. Ze wilde hebben wat ze niet kon krijgen. Gerry was een verkwister én slap. Ik heb haar het meest gehaat om wat ze Jeremy aandeed. Ik wou dat je hem toen had gekend. Een man met idealen en hij kon in het begin niet geloven dat Sybil zo verdorven was. Zijn desillusie was zelfs nog groter dan de mijne, Elizabeth. Ik heb altijd geweten dat Gerry slap was maar ik hield ondanks alles van hem. Jeremy heeft alles gedaan om zijn huwelijk te redden, ook voor Roddy. Maar tenslotte heeft hij toegestemd in een scheiding, zodat Gerry en Sybil niet meer hoefden te leven zoals ze dat deden. Hij kreeg natuurlijk de voogdij over Roddy; niet dat Sybil belang stelde in het kind. Dat had ze nooit gedaan. Maar ze trouwden niet, ik denk dat ze allebei wisten dat het niet lang zou duren. Het was verschrikkelijk. Jeremy dacht dat je hem niet wilde trouwen, omdat hij al een keer gescheiden was. Hij wist niet dat je het verhaal verkeerd had gehoord. Iemand moet hun namen hebben verwisseld.’
Elizabeth was sprakeloos van vreugde. Hie kon ze het ooit goedmaken. Met afgrijzen dacht ze aan de dingen die ze hem had verweten.
Lenore keek haar nadenkend aan. ‘Jeremy vertelde me dat je bij dat treinongeluk was waarbij Sybil en Gerry zijn omgekomen.’
‘Gerry? De man die bij haar was was...’ Plotseling sloeg Elizabeth haar arm om Lenore heen en de tranen stroomden over haar gezicht. ‘Het spijt me, Lenore, het moet erg moeilijk voor je zijn geweest om hier te komen en al die nare herinneringen weer op te halen. Ik weet niet hoe ik je moet bedanken.’
Toen Lenore weg was en Elizabeth terugliep naar huis, zag ze Louisa aankomen. Ze wist dat ze haar geluk niet langer voor Louisa zou kunnen verbergen.
Zonder erbij na te denken, klom ze de heuvel op naar de stenen muur. Ze keek op haar horloge. Nog maar drie uur, het duurde nog een eeuwigheid voor Jeremy er kon zijn.
Ze zag een stofwolk op de weg beneden haar. Dat zou Andrew zijn, dacht ze. Maar de auto remde niet af bij het ziekenhuis. Het was Jeremy!
Ze hoorde een vrolijk geblaf en wist dat Jeremy moeite zou hebben Drummond van zijn lijf te houden. ‘Waar is ze, jongen? Waar is Elizabeth, Drummond?’ Het volgende moment schoot Drummond er als een haas vandoor in de richting van de heuvel. Jeremy schermde zijn ogen af voor de zon en hij zag haar staan.
Drummond was als eerste bij haar en sprong wild tegen haar op. Jeremy bleef op een afstand naar haar staan kijken alsof hij niet genoeg kon krijgen van dit beeld. Het was alsof hij dit geweldige ogenblik wilde vasthouden.
‘Elizabeth,’ begon hij, ‘ik kon niet langer wachten. Ik...’
Hij zweeg. ‘Elizabeth...’ Toen begon hij te lachen en was hij weer helemaal de Jeremy waar zij zo van hield. ‘Je moet me eraan helpen herinneren dat ik je een pak slaag geef. Dat je zó iets van me kon denken!’
Hij strekte zijn handen naar haar uit en trok haar naar zich toe.
‘Elizabeth, liefste.’
De twinkelende bruine ogen keken diep in de blauwe, die vol tranen stonden.
In de lange tijd die volgde, wist Drummond dat alles in zijn wereldje goed was gekomen en hij zich niet langer bezorgd hoefde te maken. Hij gaapte ongegeneerd en met een zucht liet hij zich aan hun voeten vallen.