Zonden

Herman Brusselmans

De befaamde Vaticaanse kardinaal Wojciech Giertych heeft een lijst opgesteld van zonden die door mannen en vrouwen het meest worden begaan. Bij mannen staat wellust op nummer één, dan gulzigheid, dan luiheid, woede, hoogmoed en afgunst. Bij vrouwen is het eerst hoogmoed, dan afgunst, dan woede, wellust, gulzigheid en gierigheid. Wat is dat voor gezeur? Alsof die kardinaal Giertych ergens vanaf weet. Die klojo zit de hele tijd in het Vaticaan met een jurk aan de paus z’n hielen te likken en verder weet hij van niks. Naar het schijnt, is hij er niet eens van op de hoogte dat Axelle Red een nieuwe cd uitheeft. Hoe wereldvreemd kun je zijn? Geen wonder dat z’n lijst nergens op slaat. Wellust pas op de vierde plaats bij vrouwen? Ik zal jullie dit zeggen, kardinalen overal ter wereld: wellust staat bij vrouwen op nummer één en nergens anders. Zeker als ik in de buurt ben. Zo had ik gisteren bijvoorbeeld een literair optreden in Waspik, een leuk polderdorp in de buurt van Waalwijk, in Nederland. Ik las enige verhalen voor van m’n eigen hand, waaronder ‘Mijn penis is een godverdomde bazooka’, ‘Lik m’n rectum, trut’ en ‘Kijk nu eens wat er uit mijn fluit komt’, allemaal autobiografische teksten die op een subtiele wijze kenbaar maken hoe het tegenwoordig met mijn leven is gesteld. Na de lezing was ik zo vriendelijk om, op verzoek van de plaatselijke boekhandelaar, m’n diverse romans van een handtekening te voorzien. Reeds de derde klant was een meisje bij wie de wellust uit de ogen droop. ‘Hoe heet je?’ vroeg ik. ‘M’n echte naam is niet belangrijk’, zei ze, ‘maar m’n bijnaam is Hete Flamoes’. ‘Zo, zo, Hete Flamoes’, zei ik, ‘en hoe gaat het met jou?’ Ze boog zich naar me toe en fluisterde in m’n oor: ‘Ik ben zo wellustig dat ik je hier zo dadelijk zal bespringen’. Wat kon ik doen? Ik verontschuldigde mij bij het andere publiek, nam Hete Flamoes mee naar een duister steegje achter het culturele centrum en gaf haar de beurt van haar leven. Daarna gaf ik haar een schop tegen haar reet en ik zei haar dat ik haar nooit meer wilde zien. Ik heb enorm veel woede in mij, al staat woede dan pas op de vierde plaats in de mannelijke lijst van kardinaal Giertych. Op nummer twee staat gulzigheid. Nou, dat klopt ook weer niet. Ik ben nooit gulzig, behalve als er friet met stoverij op tafel komt. Ik heb verleden week anderhalve kilo stoverij gegeten met een berg friet waar je niet overheen kon kijken. En overgeven daarna! Allicht zat er een salmonella in de stoverij waar ik niet goed tegen kon. Daar trek ik me echter allemaal niks van aan en nog diezelfde avond schreef ik verder aan m’n biografie over Stephanie Planckaert, waarbij ik begon aan hoofdstuk drie, getiteld ‘Waarom Stephanie nog nooit een orgasme heeft gehad’. Wat opvalt aan de lijst van de kardinaal is dat bij vrouwen hoogmoed op nummer één staat. Wat een onzin. Ik ken geen enkele vrouw in m’n nabijheid die hoogmoedig is, en als ze het al zijn, leren ze het gauw af dankzij mijn neiging om hen met hun poten op de grond te houden. Een vrouw hoeft helemaal niet hoogmoedig te zijn! Welke redenen heeft ze daartoe? Oké, zo nu en dan kunnen ze een prima maaltijd op tafel zetten, en een auto parkeren kunnen ze ook goed, net als een paard roskammen, een koe melken of een bok castreren, maar voor de rest moeten ze niet te veel praatjes hebben. Is er ooit één goeie roman door een vrouw geschreven? Geen enkele! Is er ooit één Formule 1-wedstrijd door een vrouw gewonnen? Geen enkele! Is er ooit één middeleeuws kasteel door een vrouw ontworpen? Geen enkel! Kortom, vrouwen, laat de hoogmoed varen en concentreer jullie op de afgunst. Vrouwen die afgunstig zijn, bij voorkeur op andere vrouwen, die vind ik fantastisch. Ik had ooit eens een vriendin en die was afgunstig op ongeveer alles en iedereen. ‘Prinses Astrid heeft grotere tieten dan ik’, zei ze dan. ‘Dat komt’, zei ik, ‘omdat prinses Astrid voor het slapengaan minstens een kwartier over haar eigen tieten wrijft’. Dat begon m’n vriendin dus ook te doen. Tjonge, wat een geil gezicht. Ze was ook afgunstig op Nelly Maes, omdat die op een hoog niveau politiek bedreef en m’n vriendin niet verder raakte dan parttime secretaresse van de vicevoorzitter van de socialisten in het Meetjesland. ‘Nelly Maes is zo hoog gekomen’, zei ik, ‘omdat ze iedere avond voor het slapengaan minstens een kwartier over haar eigen doos wrijft’. Maar daar trapte m’n vriendin niet in. Het is ook altijd wat met vriendinnen. Op den duur was ik haar beu en ben ik definitief getrouwd met m’n grote liefde Tania de Metsenaere, die niet hoogmoedig is, niet afgunstig, niet woedend, niet gulzig en niet gierig. Wel is ze zeer wellustig. Daarstraks nog wreef ze bijna een kwartier lang over haar tieten en over haar doos. Wat een wijf! Hoe dan ook, we kunnen besluiten dat kardinaal Giertych verstand heeft van mannen noch vrouwen en dat hij z’n gore bek moet houden. Weg met het katholicisme!