Hoofdstuk 12
Lang voordat de wekker ging, was Felicia al wakker. Na het douchen kleedde ze zich voor de strijd. Het zou vooral een echte strijd worden om haar gevoelens voor hem verborgen te houden.
Maar de plicht riep, en eindelijk, na een lange slapeloze nacht, had ze een plan. Ze droeg de witte jurk van hun eerste ontmoeting. Daarin leek ze bedrieglijk lief en teer, terwijl ze juist heel sterk was. Sterk genoeg om hier doorheen te komen. Ze veegde wat rode lippenstift uit op haar neus. Haar ogen waren niet meer rood, dus ze hoopte maar dat ze er zo uitzag als iemand die verkouden was en niet als iemand die op een gebroken hart afstevende.
In plaats van vroeg op het werk te komen, nam ze de tijd voor haar ontbijt. Vervolgens ging ze naar een exclusief warenhuis. Pas daarna ging ze naar Kedahs kantoor, waar ze werd verwelkomd door de portier, die vroeg of hij haar kon helpen met haar tassen.
‘Nee hoor, dank u,’ zei ze. Ze was niet van plan haar aankopen ook maar een moment uit het oog te verliezen.
Het was een stuk moeilijker dan met de media te praten, moeilijker dan alles wat ze ooit had gedaan, om nu met een glimlach Anu te begroeten, die er net zo betraand en ongerust uitzag als Felicia zich voelde.
‘Is hij binnen?’ vroeg ze.
‘Hij vertrekt over een paar uurtjes.’ Anu knikte. ‘Ik heb net een telefoontje aangenomen van een verslaggever. Hij vroeg of Kedah vandaag inderdaad naar Zazinia vliegt. Ik wil Kedah er niet mee lastigvallen, maar ik weet niet hoe ik moet reageren.’
‘Zeg gewoon dat je om veiligheidsredenen niet de bevoegdheid hebt om het met derden over eventuele reizen van Kedah te hebben,’ zei Felicia. Met een blik op Anu’s moedeloze gezicht voegde ze eraan toe: ‘Heb vertrouwen. Het komt heus wel goed.’
‘Dat weet je niet.’
‘Jawel, hoor.’
‘Jij komt niet uit Zazinia,’ zei Anu. ‘Dit is precies wat het volk altijd al vreesde. Je hebt geen idee wat er te gebeuren staat…’
Anu was dus op de hoogte van de geruchten, besefte Felicia. Mogelijk gold dat voor het hele land en wachtte iedereen op de zwarte dag waarop hun gouden prins buitenspel werd gezet. ‘Hoe laat vertrekt hij?’
‘Aan het begin van de middag.’ Toen Felicia naar zijn deur toe liep, hield Anu, de poortwachter, haar tegen. ‘Hij zei dat hij niet gestoord wilde worden.’
Felicia knikte maar liet zich niet tegenhouden. ‘Ik moet hem spreken.’ Ze klopte aan, en toen er geen reactie kwam, deed ze open.
Kedah zat aan de telefoon. Hij gebaarde haar plaats te nemen en bleef toen nog een minuut of tien in het Arabisch praten voordat hij het gesprek beëindigde. ‘Voel je je al wat beter?’ vroeg hij.
‘Veel beter.’ Ze knikte.
‘Mooi zo. De media hebben er namelijk al lucht van gekregen, en mijn medewerkers zijn bezorgd. Wil je ze laten weten dat er niets is veranderd? En het is belangrijk dat de pers weet dat ik degene was die de Raad voor de Troonopvolging bijeengeroepen heeft.’
Nadat hij dat gezegd had, liep hij om zijn bureau heen. ‘Ik had je niet meer verwacht.’ Hij nam haar in zijn armen. ‘Het is fijn dat je er bent.’
Felicia trok zich terug. Deze uiting van genegenheid kon ze niet verenigen met wat ze moest doen. ‘Kedah, ik heb nagedacht. Neem me mee naar Zazinia.’
‘Felicia, ik krijg het druk. Ik zal geen tijd voor je hebben. Je hebt trouwens gezegd dat je daar nooit weer naartoe zou gaan.’
‘Dat weet ik, maar het gaat me niet om een romantische vakantie. Wat ik wil weten… Zou alles er anders uitzien als je zeker wist dat je de zoon van de koning was?’
‘Vanzelfsprekend. Momenteel zijn mijn handen gebonden.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘De enige manier om erachter te komen, is met mijn moeder te praten.’
‘En we zijn het erover eens dat dat geen goed idee is.’
Hij zag er niet overtuigd uit.
Ze schudde haar hoofd. ‘Je hebt onweerlegbaar bewijs nodig. Een DNA-test.’
‘Ik heb al gezegd dat dat niet mogelijk is zonder dat mijn vader dat weet.’ Kedah drukte zijn vingers tegen zijn neusbrug. ‘De Oudsten zullen sowieso om een DNA-test vragen.’
‘Dan moet je ze voor zijn.’
‘Het hem vragen?’
‘Nee.’ Felicia schudde haar hoofd. ‘Ik denk niet dat je vader het wil weten, tenzij het niet anders kan. Maar als je hem nu eens bij je op kantoor uitnodigde?’ Ze haalde een doos tevoorschijn en opende die.
Erin bleken een schitterende kristallen karaf met glazen te zitten… en een paar witte handschoenen. ‘Dit is de oplossing. Als hij uit zo’n glas drinkt, vlieg ik daarmee meteen terug om het DNA-materiaal te laten onderzoeken. Je zei toch dat jouw DNA-profiel al bekend is?’
Kedah knikte bevestigend maar schudde toen zijn hoofd. ‘Dat zal nooit lukken. Je hebt zelf gezien hoe het daar gaat. Hij komt niet naar mijn kantoor voor een bespreking, laat staan dat hij lang genoeg blijft om iets te drinken. Nee, ik zal naar zijn kantoor moeten gaan.’
‘En als je in jouw kantoor alles gereed hebt voor een presentatie?’
Kedah keek haar vragend aan. ‘Wat voor presentatie?’
‘Die waar je al die jaren al aan gewerkt hebt. Je visie op je land. Je hoop op de toekomst ervan. Alle plannen die je hebt uitgewerkt.’
Al die plannen die waren afgewezen.
‘Ik heb gezegd dat je dat bestand moest deleten.’
‘Sinds wanneer doe ik wat me gezegd wordt? Ik ben blij dat ik ernaar gekeken heb.’
‘Heb je dat?’ Ja, natuurlijk, dacht Kedah. Dit was immers ook de vrouw die een screenshot had gemaakt van dat artikel dat maar kort online had gestaan. Hij was een project van haar, een probleem om op te lossen. Dat was hij even vergeten.
‘Los van dat DNA vind ik dat je vader moet weten wat je voor het land kunt doen.’
Kedah was gewend geraakt aan de zachtere kant van Felicia, eigenlijk niet aan de krachtdadige zakenvrouw die ze was.
‘Laat het hem zien,’ zei ze. ‘We kunnen in je kantoor een presentatie voorbereiden en hem uitnodigen die te komen bekijken. De presentatie duurt een uur…’
Dat zou kunnen lukken, wist Kedah. Tegen de tijd dat de Raad voor de Troonopvolging bijeen kwam, zou hij de waarheid kunnen weten. ‘Maar wat het resultaat ook zal zijn, ik zal vechten voor mijn volk.’
‘Ja, maar alles gaat veel makkelijker als je Mohammed in zijn gezicht kunt uitlachen, Kedah.’
‘Vooropgesteld dat de uitkomst is wat ik hoop. Maar anders heb ik ook geen moeite om met de waarheid om te gaan.’
Was dat zo? Ze dacht aan de baby die in haar groeide. Heel even vroeg ze zich af of ze hem dat nu moest vertellen, maar meteen besloot ze dat niet te doen. Voordat Kedah te weten kwam dat hij vader zou worden, moest hij eerst weten wie zijn eigen vader was.
In het vliegtuig was er geen tijd om naar de slaapkamer te gaan.
Kedah moest niet alleen de presentatie voorbereiden maar ook zijn speech voor de Raad voor de Troonopvolging. Wat Felicia betrof, ze wist niet of ze intiem met hem kon zijn zonder te laten weten dat ze zijn baby kreeg… en dat ze van hem hield. Dus zorgde ze ervoor de Felicia te zijn zoals hij haar aanvankelijk had leren kennen.
Ze bezat maar één jurk die ermee door kon in Zazinia: de oudroze. Een uur voor de landing kleedde ze zich om. Haar handen trilden toen ze de rij knoopjes dichtmaakte. Ze was bang dat hij binnenkwam, want ze wist niet of ze hem wel zou kunnen weerstaan.
Hij kwam echter niet binnen. O, hij overwoog het zeker, maar hij durfde nu geen verstrooiing te zoeken. Hij moest zijn aandacht bij het spel houden.
‘Nog steeds bezig met die gelukssteen?’ vroeg ze plagend toen ze even later zag dat hij ermee zat te tikken.
‘Dat heb ik niet nodig. Ik zei al eens dat ik me nooit zorgen maak.’
‘Leugenaar.’
‘Ik maak me geen zorgen, Felicia. Ik zorg voor oplossingen. Al heel lang wist ik dat deze dag zou komen. Voor het geval de uitkomst niet gunstig is, ben ik voorbereid. Ik heb miljoenen zelf verdiend. Ik red me altijd wel.’ Hij schoof de diamant over de tafel heen naar haar toe.
Ze pakte de edelsteen op. ‘Wat prachtig.’
‘Na de eerste keer dat mijn plannen voor Zazinia werden verworpen, sprak ik Hussain. Hij heeft samen met mijn vader architectuur gestudeerd. Toen ik hem mijn probleem voorlegde, zei hij dat ook zijn pogingen om dingen te veranderen waren afgewezen, en dat hij niet van plan was de geschiedenis zich te laten herhalen. Daarom vroeg hij me met hem samen te werken aan het ontwerp van een hotel in Dubai. Dat was mijn eerste hotel, en meteen een groot succes. Ik heb mijn aandeel verkocht. Daarvoor had ik nooit eigen geld gehad. Ik kan niet zeggen wat dat met me deed… Ik was van koninklijke afkomst en rijk, maar om mijn eerste geld zelf te verdienen, gaf me een onvoorstelbare vrijheid. Van het geld kocht ik deze diamant.’
Hij gebaarde naar de steen in haar hand. ‘Steeds wanneer ik die zie, weet ik dat ik heel goed voor mezelf kan zorgen.’
‘Maar het blijft een probleem, Kedah, zelfs als de uitkomst wel gunstig is. Als Mohammed je moeder in diskrediet brengt…’ Daar had Felicia dus ook aan gedacht. ‘Ze zal er wel overheen komen. Natuurlijk is het eerst heel vervelend, maar –’
Kedah onderbrak haar. ‘Nee. Ze zal er niet overheen komen. Ze is niet sterk, niet zoals jouw moeder.’
Felicia keek op van de diamant die ze bestudeerde. Ze had nog nooit iemand haar moeder horen omschrijven als sterk. Men vond haar juist zwak en dom omdat ze al die jaren bij haar ontrouwe man was gebleven.
‘Er is kracht voor nodig, een sterk karakter, om te doorstaan wat zij moest doorstaan,’ zei Kedah.
Nadat Felicia daar even over had nagedacht, knikte ze.
‘Dat soort kracht heeft mijn moeder niet.’ Daar was nooit over gesproken, maar hij wist het gewoon. ‘Ik weet nog wat mijn vader zei toen hij die keer op reis ging. Hij zei dat ik op mijn moeder moest passen.’ Toen was Kedah nog geen drie geweest. ‘Dat zei mijn vader altijd, en ik nam het serieus. Ze is een fantastische vrouw, maar heel fragiel, emotioneel gezien. Ruzie, politiek… We doen onze best om haar erbuiten te houden.’
Na een korte blik op Felicia, die stil luisterde, vervolgde hij: ‘Ze doet veel aan liefdadigheid, bijvoorbeeld voor de daklozen. Ze huilt om hen en smeekt mijn vader om voorzieningen voor ze te treffen. Hun verdriet is haar verdriet…’
Daar bestond geen lichtzinnige reactie op. ‘Ze komt er wel overheen,’ zei Felicia weer.
Toen ze hem zag schokschouderen, alsof hij zich afvroeg of ze wel naar hem geluisterd had, zei ze: ‘Wat er ook gebeurt, het komt wel goed, Kedah. Ik heb het idee dat de koning van haar houdt.’
Kedah knikte. ‘Dat klopt.’
Felicia vond dat Rina een gelukkige vrouw was.
Kedah ging geregeld naar zijn land. Meestal betrof het slechts korte bezoekjes zodat er geen tijd was om ruzie te maken. Hij wist wat hij kon verwachten als hij aankwam.
Ditmaal was het echter anders. Zodra hij uit het vliegtuig kwam, hoorde hij mensen juichen. Het volk van Zazinia stond achter de paleismuren om hun prins welkom thuis te heten. Ze wilden dat Kedah op een dag hun koning werd. Op deze manier lieten ze de Raad voor de Troonopvolging weten dat hij de man van hun keus was.
‘Kedah!’ Rina omhelsde hem, maar ze had wel een vraag. ‘Waarom nu?’
‘Omdat de Oudsten al heel lang voor Mohammed zijn. Het wordt tijd deze kwestie achter ons te laten.’ Hij maakte zich van zijn moeder los. ‘Ik moet aan het werk.’
‘Kedah…’ Omar kwam zijn zoon begroeten.
‘Ik wil je graag spreken,’ zei Kedah.
‘Uitstekend,’ zei de koning. ‘Ik heb ook veel met jou te bespreken. Kom mee naar mijn kantoor.’
‘Ditmaal wil ik graag dat je naar mijn kantoor komt,’ zei Kedah. Toen Omar zijn hoofd schudde, voegde hij eraan toe: ‘Ik wil je iets laten zien. Dat ga ik nu eerst voorbereiden.’
Zonder zijn blik van zijn vader af te wenden, richtte hij zich tot Felicia. Hij gaf korte orders, weer met zo’n ergerlijk handgebaar. Na een lichte buiging naar zijn ouders liep hij weg, met Felicia op gepaste afstand achter zich aan.
Ze liepen de trap op, langs het beeld waarachter Kedah zich als kind had verstopt, vervolgens langs de bewakers en door een lange gang.
Nu begreep Felicia waarom hij dit gedeelte wilde laten renoveren. Dit was de plaats waar veel geluk was verstoord en waar misschien nog meer ellende uit voort zou komen. Niet alleen voor Kedah, maar ook voor zijn familie en het volk.
Hij sloot de zware deur achter hen en begon de projector en computer te installeren.
Intussen trok Felicia de handschoenen aan, pakte de karaf en glazen en vulde ze. ‘Als hij nog iets wil drinken, moet je zijn glas niet bijvullen,’ zei ze. ‘Dat moet hij zelf doen. Je wilt niet dat er materiaal van jou op het glas komt.’
‘Dan ontbiedt hij een dienstmeisje om zijn glas bij te vullen,’ zei Kedah. ‘Hij is een koning.’
Felicia dacht niet dat Omar een dienstmeisje zou inschakelen. Per slot van rekening had ze de presentatie gezien, en ze twijfelde er niet aan dat Omar gefascineerd zou zitten kijken, net als zij had gedaan. ‘Ben je nerveus?’ vroeg ze. Tot haar verbazing antwoordde hij bevestigend.
‘Ja.’
Zo eerlijk was hij misschien nog nooit geweest. Zonder zich te bedenken, ging ze naar hem toe, en als vanzelfsprekend nam hij haar in zijn armen.
Hij haalde diep adem terwijl ze tegen zijn borstkas leunde. Hier, ooit het toneel van rampspoed, vond hij een moment van vrede.
‘Ik weet zeker dat het goed komt.’
‘Tot nu toe heeft nog niemand mijn werk gezien.’
‘Kedah…’ Ze keek naar hem op. ‘Misschien telt het niet echt mee, maar ik heb het gezien – en ik vond het fantastisch.’
Hij wilde zeggen dat hij bedoeld had dat nog niemand die ertoe deed het had gezien – maar toen, terwijl hij haar vasthield, drong het tot hem door dat de presentatie juist wel gezien was door iemand die er veel toe deed – voor hem.
‘Heb je alles bekeken?’
‘Ja.’
‘En?’
‘Wil je het echt weten?’ vroeg Felicia. Toen hij knikte, vertelde ze: ‘De eerste keer zag ik het per ongeluk, maar daarna heb ik het nog vele malen bekeken. Die ontwerpen zijn verbijsterend goed, Kedah.’
‘Ik dacht dat je mijn werk zo onpersoonlijk vond?’ vroeg hij.
Felicia keek op. ‘Je visie op Zazinia is geen werk.’
Het was alles wat het maar kon zijn.
Ze hoorden bewakers naderen. Hoewel Kedah haar heel graag nog langer wilde vasthouden, moest hij haar loslaten.
Felicia’s blik was glazig. Ze ging druk aan het werk en controleerde of de projector goed stond en alles op zijn plaats lag.
Toen werd de deur geopend en kwam de koning binnen.
‘Bedankt voor je komst,’ zei Kedah. Trots verwelkomde hij zijn vader. Zijn leven lang had hij zich zo ongeveer voorbereid op dit moment. Niet alleen op de confrontatie maar ook op het delen van zijn visie op Zazinia met zijn vader. ‘Ik wil je graag iets laten zien.’
‘Eerst wil ik dat je je keuze maakt.’ Omar wierp een stapeltje mapjes op Kedahs bureau. ‘Dit zijn de gegevens van een aantal geschikte bruiden.’
Hoewel Omar in het Arabisch sprak, was dit niet iets wat Kedah wilde bespreken in aanwezigheid van een bepaalde persoon. ‘Felicia, wil je ons even excuseren?’
‘Natuurlijk.’
Omar had niet eens gemerkt dat er een ondergeschikte aanwezig was, maar hij bleef gewoon wachten tot ze de deur rustig achter zich had dichtgetrokken.
Kedah verbrak de stilte. ‘Als ik een bruid kies, kan ik dan rekenen op jouw onvoorwaardelijke steun morgen bij de Raad voor de Troonopvolging?’ Toen zijn vader niet reageerde, lachte hij vreugdeloos. Hij zag dat zijn vader nerveus iets wegslikte, waardoor hij wist dat hij blufte.
Terwijl hij de mapjes vluchtig doornam, zei hij: ‘Ik wil de zekerheid dat ik, als ik eenmaal getrouwd ben, je goedkeuring heb om noodzakelijke veranderingen door te voeren.’
‘Eerst dit,’ zei Omar.
‘Dat zei jouw vader toch ook?’ vroeg Kedah. ‘Kies een bruid, zorg dat er een erfgenaam komt, en dan kunnen we praten?’
Omar reageerde niet.
‘Maar er gebeurde niets, en na al die jaren is er nog steeds te weinig vooruitgang in Zazinia.’
‘Ik heb gezorgd voor verbeterd onderwijs,’ zei Omar.
Beide mannen wisten echter dat hij verder weinig had bewerkstelligd.
‘De koning wilde geen veranderingen,’ bracht Omar te berde.
‘En hoe zit het met de huidige koning?’ vroeg Kedah.
Weer kwam er geen reactie.
‘Alsjeblieft,’ zei Kedah. ‘Neem plaats.’ Hij dimde de lampen in het kantoor en ging zelf ook zitten toen de presentatie begon.
Hij keek naar zijn vader, maar die zei niets – hoewel hij wel een slokje van zijn drankje nam. Dat was de eigenlijke reden dat ze hier waren… maar opeens vond hij zijn vaders reactie op de presentatie veel belangrijker.
Felicia had gelijk gehad. Zijn vader moest dit zien. Dit was wat hij het land te bieden had.
Als gouden slangen kronkelden wegen over het scherm, verbonden door bruggen. Het afgelegen westen, waar de armste mensen een hard bestaan leidden, werd ontsloten. Alles kwam met elkaar in verbinding te staan. Er verschenen scholen en ziekenhuizen. In de animatie liepen er onderwijzers, artsen en verpleegkundigen rond. Er speelden kinderen in parken. Vervolgens verrezen er hotels en kwamen er zwembaden. Restaurants en cafés doken op in gezellig drukke straten.
De koning zat zwijgend te kijken.
Kedah zag zijn vader nog iets te drinken inschenken, en nadien nog eens, maar nog steeds zonder iets te zeggen.
Een uur later, nadat de zon in de animatie was ondergegaan in een volslagen veranderd Zazinia, was het Omar die opstond en de gordijnen opende. Nog altijd zei hij echter geen woord. Hij staarde naar buiten, naar de gouden woestijn.
Kedah nam het woord. ‘Dit is wat je je volk ontzegt. Dit alles is mogelijk, maar je doet niets.’
‘Nee…’
‘Ja,’ zei Kedah. ‘Kun je me recht in mijn gezicht zeggen dat Mohammed een betere kroonprins zou zijn?’
Dat deed Omar niet.
‘Of dat je niet wilt dat ons volk een glanzende toekomst tegemoet gaat?’
‘Genoeg, Kedah,’ zei Omar.
Maar Kedah was nog niet klaar. Hij stak de mapjes uit naar zijn vader. ‘Op mijn achttiende zei ik al dat ik me niet laat dwingen een bruid te kiezen. Ik zal me nooit laten dwingen tot iets wat ik niet wil. Als je me weg wilt hebben, zeg het dan. Doe alleen niet meer alsof het de consequentie is van of ik al dan niet een bruid kies.’
Gefrustreerd omdat zijn vader nog niets zei, smeet Kedah de mapjes op tafel.
De koning beende weg.
Kedah had zijn vader laten zien wat hij in zijn mars had, het beste wat hij te bieden had – en zijn vader had niets te zeggen gehad.
Felicia schrok toen de deur van het kantoor opeens openging. Een zeer kwade koning liep langs haar.
Ze zat aan hetzelfde bureau waaronder jaren geleden Kedah zich had verborgen, en nu deed ze hetzelfde wat hij op driejarige leeftijd had gedaan – hoewel het openen van de deur haar een stuk gemakkelijker afging.
‘Hoe ging het?’
Kedah haalde zijn schouders op. ‘Het is hopeloos.’
‘Heeft hij niets gedronken?’ vroeg Felicia.
Kedah herinnerde zich het eigenlijke doel van de presentatie. Hij keek naar zijn vaders glas, dat leeg bleek te zijn. ‘Ik bedoelde dat het resultaat van de presentatie hopeloos was. Hij zal nooit van gedachte veranderen.’
Met haar handschoenen aan deed Felicia het glas in een schone zak, en die weer in een andere, die ze in haar tas stopte.
Op het bureau zag ze een aantal foto’s liggen van donkerharige en donkerogige schoonheden. Een ervan zou zijn bruid worden.
Kedah was nog te zeer in beslag genomen door zijn vaders negatieve reactie om te merken waar Felicia’s blik op rustte.
‘Waar doe ik het allemaal voor?’ vroeg hij. Zijn vastbeslotenheid wankelde. ‘Ben ik dan de enige die vernieuwing wil?’
‘Je volk wil het ook,’ zei Felicia. ‘Dat heb ik gehoord. Ze juichten je toe, Kedah.’
Ze had gelijk. Het was niet alleen zijn ego dat vond dat hij een betere koning zou zijn dan zijn broer. Het was alsof Felicia de wind weer in zijn zeilen had geblazen.
‘Ik zal nog eens met Mohammed praten,’ zei Kedah.
‘Doe dat,’ zei Felicia. ‘Ik ga terug naar Londen.’ Daar zou ze op Heathrow een koerier treffen, die het glas spoorslags naar een laboratorium zou brengen om het DNA te laten analyseren. ‘Ik bel je zodra ik de uitslag weet.’
Dit was het dan, besefte ze. Dit was de laatste keer dat ze in Zazinia was. Nadat Kedah zijn bruid gekozen had, zou ze hier niet meer komen als zijn personal assistant.
‘Ga nog niet weg.’ Kedah liep om zijn bureau heen. Hij voelde haar weerstand toen hij haar in zijn armen nam. Met zijn vingers onder haar kin liet hij haar hem aankijken.
Hij ging haar kussen, besefte ze. Precies nu, nu ze uit alle macht probeerde niet in te storten. ‘Ik moet gaan.’
‘Nog niet.’
Zijn mond was sterk en overtuigend. Ze proefde zout achter in haar keel. Met dichtgeknepen ogen hield ze de tranen tegen, want hij mocht haar niet zien huilen. ‘Niet hier,’ zei ze.
‘Ja, hier.’ Hij kon de gedachte dat ze moest vertrekken, niet verdragen. Een moment van vergetelheid, dat was wat hij zocht. Met haar. Dus deed hij wat Abdal al die jaren geleden gedaan had moeten hebben. Hij deed de deur op slot.
Het was opwindend. Kedah was opwindend.
Hij gooide zijn zwaard op de vloer en maakte zijn gewaad los. Zijn hartstocht was overheersend.
Het volgende moment was hij al bezig met haar knoopjes. Het scheelde niet veel of hij scheurde de stof gewoon uit elkaar.
Ze verafschuwde het dat ze zo immens naar hem verlangde. Ze zou hierin meegaan, zelfs nu de foto van zijn toekomstige vrouw op het bureau lag. Zonder de naam van zijn vrouw te kennen, zou ze zich voor het laatst door Kedah laten nemen.
Hij schoof haar jurk omhoog tot over haar dijen. Misschien was hij zich er ook bewust van dat dit de laatste keer was. Hij was ongeduldig.
Ze hielp hem omdat ze weinig tijd hadden. Eindelijk waren de knoopjes los. Hij trok de cups van haar beha naar beneden. Er was geen tijd om haar slipje uit te trekken. Dat kledingstuk werd gewoon opzijgeschoven door zijn erectie.
Felicia snikte toen hij in haar kwam. Met hun monden vonden ze elkaar ook, wild en verpletterend, snel en gedreven.
Hij stootte hard en duwde tegen haar aan, zodat ze het bureau tegen haar rug voelde.
Nu trok hij aan haar slipje. De aanblik van hen tweeën volstond al zowat om hem over de rand te brengen.
Het was intens, het was snel. Hij tilde haar op zodat ze haar benen om hem heen kon slaan. Ze beet in zijn schouder om het niet uit te schreeuwen. Dit mocht nooit voorbijgaan.
Maar het was al voorbij. Hij zette haar neer, en ze liet haar verhitte, blozende gezicht tegen zijn borstkas rusten, voor het laatst luisterend naar zijn hartslag.
Zoiets verrukkelijks zou ze nooit meer meemaken.
‘Felicia…’
Ze maakte zich van hem los en begon haar jurk aan te trekken. Ze wilde weg uit Zazinia, veilig in het vliegtuig zitten en daarna terug in Londen zijn. Dan kon ze alles op een rijtje zetten. ‘Ik moet gaan.’
‘Nog even…’
‘Kedah, het vliegtuig staat klaar. In Londen wacht een koerier op me. Als we de uitslag nog op tijd willen krijgen…’
‘Kun je ook eens niet aan werk denken?’
‘Jij bent mijn werk, Kedah.’ Felicia haalde een spiegeltje uit haar tas en kamde haar haren. Ze zag dat haar lippen begonnen te trillen toen hij sprak.
‘In dat geval… Als alles goed gaat, zal ik voortaan vaak in Zazinia zijn. Dan kan ik iemand gebruiken die me assisteert met mijn overzeese investeringen. Een zelfstandige medewerker…’
Heel even stond ze zichzelf toe te denken hoe dat zou zijn: een prachtige carrière, een schitterend appartement, en een nacht met Kedah wanneer dat in hun planning paste. Een parttime-vader, maar zij zou zijn fulltime-maîtresse zijn.
Ze klapte het spiegeltje dicht en keek hem aan. ‘Een zelfstandig hoertje, bedoel je?’
‘Felicia…’
‘Ik moet gaan.’ Nu ging ze echt, anders zou ze toch accepteren wat hij te bieden had. En dat waren slechts kruimeltjes. ‘Dus ga ik.’
‘Natuurlijk.’ Hij knikte.
‘Ik hoop dat de uitslag gunstig voor je zal zijn.’
En dat was dat. Ze kon het nog een keer opbrengen naar hem te glimlachen. ‘Mijn werk zit erop,’ zei ze.
‘Nee,’ zei Kedah. ‘Ga morgen terug naar kantoor. Ik heb je aangenomen om voor mijn mensen te zorgen. Dit was…’ Hij aarzelde. ‘Dit was een persoonlijke gunst. Dank je.’ Hij vond het nog steeds ongelooflijk dat hij haar in vertrouwen had genomen. Dat hij haar hulp had gevraagd en gekregen. ‘Ik vertrouw op je, Felicia.’
Ze wachtte tot hij waarschuwde wat er zou gebeuren als ze hem verried, dat hij dan ‘buiten de wet om’ met haar zou afrekenen, maar zoiets zei hij niet. ‘Ik hoop dat alles goed gaat,’ zei ze.
Eigenlijk was het onterecht dat hij vertrouwen in haar stelde, want nu loog ze. Ergens wilde ze helemaal niet dat hij kroonprins was.
Nee.
Wat ze wilde, was wat voor hem het beste was.
‘Zeg, Kedah…’ zei ze. ‘Voor wat het waard is…’ Dit was het moeilijkst wat ze ooit had gezegd, het minst egoïstische wat ze ooit had gedaan, want ze was nu eenmaal goed in haar werk. Dus zag ze andere mogelijkheden, zelfs als er geen goed nieuws voor Kedah zou zijn. ‘Een loyaal volk laat zich niet zomaar de beste kroonprins afnemen.’
Kedah fronste zijn wenkbrauwen.
‘Je volk kent de geruchten, en toch juichten ze toen je thuiskwam. Als de uitslag negatief is, kun je er nog steeds voor vechten.’
Toen ze zijn kantoor uit was, zag ze dat Mohammed aan het eind van de lange gang stond te praten met Kumu. Mohammed ging ervandoor toen hij Felicia zag naderen, Kumu achterlatend bij het grote beeld boven aan de trap.
‘Ga je weg?’ vroeg Kumu, want Mohammed had haar gevraagd nadere informatie in te winnen.
‘Ja,’ antwoordde Felicia met een beleefde glimlach, terwijl ze op het punt stond de trap af te lopen. Toen bedacht ze zich. Ze kon Kedah best een handje helpen… Dus bleef ze staan.
‘Dat is eigenlijk maar het beste,’ zei ze zacht, alsof ze Kumu een geheim toevertrouwde.
‘Het beste?’ vroeg Kumu verbaasd.
‘Ja, want ik ben de hele tijd bang iets verkeerds te zeggen,’ zei Felicia.
‘Iets verkeerds?’
‘Ja… Jij bent eraan gewend met koningen om te gaan…’ Felicia slaakte een zucht. ‘Voor mij is dat allemaal nieuw. Ik ben steeds bang dat ik iets verkeerd doe. Koning Omar is heel vriendelijk geweest. En hij is zijn vrouw heel toegewijd; dat blijkt uit alles. Daarom zou ik het nooit aandurven hem te beledigen.’ Ze rolde met haar ogen. ‘Per slot van rekening is hij de koning.’
Kedah kwam net op tijd zijn kantoor uit om het einde te aanschouwen van het gesprek tussen Kumu en Felicia. Daarna zag hij dat Felicia vol zelfvertrouwen, zoals altijd, de trap af liep.
Kumu stond haar bezorgd na te kijken. Ze zag er nogal verward uit.
Kedah keek weer naar Felicia. Haar slanke gestalte maakte indruk, zelfs vanaf deze afstand.
Beheerst liep ze naar de hoofdingang, waar ze naar de bewakers knikte dat ze de deur konden openen. In haar tas zat het glas, de oplossing, maar dat was niet alles waar Kedah aan dacht. Ja, hij zou een bruid moeten kiezen. Gezien Felicia’s reactie zou dat het einde betekenen van wat ze hadden.
Het was voorbij – zoals hij meteen aan het begin al gezegd had.
‘Felicia…’ De koningin riep haar toen Felicia naar de auto liep.
‘Uwe Majesteit?’
‘Ga je nu al weg?’
‘Ja, Kedah heeft me nodig in Londen.’
De koningin fronste haar wenkbrauwen, want ze had juist aangenomen dat Kedah haar hier wilde hebben, zodat hij iemand aan zijn zijde had bij de bijeenkomst van de Raad voor de Troonopvolging.
Felicia werd met de auto naar het vliegtuig gebracht. Het was vreemd hier zonder hem te komen.
Ook het vliegtuig was leeg zonder hem. Zo zou haar leven van nu af aan zijn.
‘We moeten wachten op de startvergunning van de verkeersleiding,’ meldde de stewardess. ‘Dat zal waarschijnlijk niet zo lang duren.’
Felicia kon zich echter niet meer inhouden. ‘Ik ben in de slaapkamer. Laat alstublieft weten wanneer we klaar zijn om te vertrekken.’ Ze ging op het bed liggen, nu liet ze de tranen vloeien. Overvloedig.
Alleen bleek dat de korte vertraging niets te maken had met de verkeersleiding, maar alles met een zekere kroonprins die niet wilde dat ze vertrok.
De gedachte aan haar, de lange vlucht naar Londen, terwijl hij haar bij zich wilde hebben… Hij had zelfs even overwogen iemand anders het glas weg te laten brengen. Maar hij mocht er niet nog meer mensen bij betrekken.
Felicia huilde te hard om haar telefoon te horen, maar toen werd er op de deur geklopt.
‘Kedah wil u spreken,’ zei de stewardess met een gebaar naar de telefoon bij het bed.
Driftig wiste Felicia haar tranen. Voordat ze opnam, snoot ze haar neus. ‘Hallo?’
‘Hoi,’ zei Kedah.
‘Waarom bel je?’
Kedah was van plan geweest te zeggen dat ze meteen om moest keren. Of misschien zou hij oprecht gezegd hebben dat hij er nog niet klaar voor was haar te laten gaan.
Toen hoorde hij echter haar schorre stem. Tenzij ze het snelst een verkoudheid had opgelopen in de hele medische geschiedenis, had ze gehuild. Dat hield in dat ze die andere keer ook had gehuild. Het leek erop dat ze toch een hart had.
‘Hoelang duurt het voordat de uitslag bekend zal zijn?’ vroeg hij.
Felicia fronste haar wenkbrauwen. Waarom vroeg hij dat, terwijl ze dit al zo vaak doorgenomen hadden?
‘Niet lang,’ antwoordde ze. ‘De uitslag komt per koerier, zo’n beetje tegen lunchtijd in Engeland.’
Dan zou het in Zazinia laat in de middag zijn – luttele uren voordat de Raad voor de Troonopvolging bijeen zou komen.
Luttele uren ook voordat hij geacht werd een bruid te kiezen.
‘Felicia?’
‘Het vliegtuig vertrekt zo,’ zei ze, al was dat niet zo. ‘Ik spreek je binnenkort, Kedah.’