Hoofdstuk 2

 

 

 

Als er ooit een stem speciaal voor in de slaapkamer gemaakt was, was het die van Kedah. Of voor waar dan ook. Een kantoor volstond uitstekend.

Het scheelde niet veel of ze liep toch door naar de deur, zich lichtzinnig afvragend hoe het zou zijn als hij haar inderdaad met een lasso terugtrok.

Wat ze niet kon weten, was dat de beheerste Sjeik Kedah op dit moment zo ongeveer hetzelfde dacht. Felicia was helemaal zijn type. Hij staarde naar haar achterhoofd, en vervolgens ging zijn blik over haar gespannen schouders en rug.

Haar gezicht was hartvormig, en dat gold ook voor haar billen, waarop zijn blik iets te lang bleef hangen. Toen dwong hij zichzelf weg te kijken. Hij zat niet te wachten op de complicatie van een nep personal assistant die opwindend bleek te zijn.

Hij hield van zachtheid op zijn kussen en vragende ogen met fladderende wimpers. Het maakte hem niet uit als vrouwen toneelspeelden als ze smachtend lachten. Per slot van rekening was het slechts een spel. Toen dacht hij aan de spelletjes die hij met Felicia zou kunnen spelen. Hij zou haar op zijn knie willen zetten om uit te leggen wat haar baan inhield, intussen haar lippen verkennend.

Hij zou haar van alles leren over het reilen en zeilen van zijn hotels en haar laten kennismaken met zijn naaste medewerkers. Dan kon ze daarna de media bespelen en zijn wereld draaiende houden terwijl hij vocht voor zijn titel. En daarna zou hij met haar naar bed gaan. Maar dat zei hij natuurlijk niet. ‘Ga zitten,’ zei hij weer.

Felicia ademde uit door haar neus terwijl hij haar mentaal uitkleedde. Ze had het gevoel dat hij zelfs had gezien welke kleur slipje ze aanhad. Huidkleurig, om precies te zijn. Niet omdat ze zo degelijk was, zou ze willen verduidelijken, maar omdat ze een witte jurk droeg. O, help! Hoewel haar gezonde verstand haar maande weg te gaan nu het nog kon, omdat dat absoluut het beste was, was ze ook nog niet klaar met hem.

Ze wilde weten waarom hij haar had laten komen. In elk geval niet omdat hij haar als zijn personal assistant wilde, daar was ze zeker van. Dus draaide ze zich om.

‘Waarom ben je zo tegen het ondertekenen van een geheimhoudingsverklaring?’ vroeg hij. Zijn toon was zo afgemeten dat Felicia zich afvroeg of ze zich de zinderende spanning had ingebeeld.

‘Omdat het geen zin heeft,’ antwoordde ze. Het kostte moeite om haar professionele houding te vinden. ‘Als je, zoals je aangaf, niemand vertrouwt, dan zal geen enkele geheimhoudingsverklaring je beschermen.’

‘Het biedt in elk geval een bepaalde mate van zekerheid.’

‘Niet voor mij,’ zei Felicia. ‘Stel je voor dat iemand geheime informatie doorgaf en dat je dacht dat ik de bron was?’

Hij reageerde niet.

‘Ik ben niet gauw gechoqueerd, maar wat moet ik als je iets vreselijks doet?’ vroeg ze uitdagend. ‘Moet ik dan doen alsof ik niets zie omdat ik mijn handtekening heb gezet?’

‘Ik ben verdorven,’ zei Kedah. ‘Niet misdadig.’

Daar moest ze om lachen, ditmaal deden haar verbijsterende koele ogen ook mee.

‘Ga zitten,’ herhaalde hij. ‘We kunnen het er aan het einde van je proefperiode nog over hebben.’

‘Dat kunnen we niet – en ik doe trouwens ook niet aan proefperiodes.’ Felicia ging eindelijk weer zitten. ‘Een jaar is de minimale periode voor mij.’

‘Misschien heb ik je geen jaar nodig.’

Dat was de eerste echte hint dat er inderdaad iets speelde. Misschien vond hij het ongemakkelijk haar over zijn verleden te informeren – maar dat sloeg nergens op. Die glinsterende blik van hem was niet bepaald kuis. Misschien stond er dan een enorm schandaal op het punt uit te komen? Felicia had er genoeg van te blijven raden. Ze wilde weten waar het om ging voordat ze haar handtekening zette.

‘Kedah, ik ben geen advocaat.’

Hij bleef haar recht aankijken.

De gedachte kwam bij haar op dat ze nog nooit eerder een cliënt had gehad die haar blik zo goed kon weerstaan. ‘Je kunt me gewoon zeggen wat er aan de hand is.’

Nog steeds zei hij niets.

‘En ik ben er ook tamelijk zeker van dat ik het al weet.’

‘Laat maar horen,’ zei hij.

‘Ik denk dat je mijn hulp nodig hebt om je reputatie te herstellen,’ zei ze. ‘En dat kan ik. Laat me mijn gang gaan, en over een paar weken zal men je beschouwen als een koorknaapje.’

‘Dat hoop ik niet.’

‘Ik ook niet…’ Haar stem was gedaald tot een omfloerst niveau waarvoor momenteel geen plaats was, noch in haar werk noch in haar leven. Ze had geregeld een date, maar ze speelde liever op safe. Ze voelde zich liever lauw dan dat ze aan een fonduevorkje gespietst werd en naar zijn believen gedipt kon worden.

Ze schraapte haar keel. ‘Nou, een koorknaapje is misschien te veel gevraagd, maar als er iets is waar je je zorgen om maakt…’

‘Het is zinloos je ergens zorgen om te maken. Ik meende al duidelijk gemaakt te hebben dat mijn reputatie geen probleem voor me is,’ zei Kedah. Hoewel zijn uitdrukking niets verried, had Felicia het gevoel dat hij haar uitlachte. ‘Om eerlijk te zijn, heb ik genoten van iedere minuut die mij die reputatie deed verdienen.’

Kedah was onder de indruk, want Felicia verblikte noch verbloosde. Op dat moment besloot hij definitief dat ze aangenomen was. ‘Goed… Geen geheimhoudingsclausule. Maar ik waarschuw je, Felicia… Als je me problemen bezorgt, zal ik buiten de wet om met je afrekenen.’

Nu bloosde ze wel. Ze stond op het punt ad rem te vragen of hij haar dan over zijn knie zou leggen, maar ze bedacht zich meteen.

‘Zes maanden,’ zei Kedah.

‘Een jaar,’ zei ze weerbarstig. ‘Als je me niet langer nodig hebt, betaal je me voor de resterende contractperiode, en dan ben ik weg.’

‘Is dat hoe het meestal gaat?’ Een ogenblik lang liet hij zijn waakzaamheid varen. Een beetje. Hij was benieuwd naar haar werk. In feite vond hij het zelfs fascinerend. ‘Je werkt een paar weken en krijgt een jaar lang betaald?’

Ze knikte.

Kedah vergat zijn problemen – heel even. Hij zou meer willen weten, maar ze schudde haar hoofd toen hij ernaar informeerde.

‘Ik spreek nooit over mijn voorgaande cliënten. Diezelfde gunst zal ik jou bewijzen.’ Haar stem klonk nu wat overspannen. ‘Maar als je wilt dat ik mijn werk doe, zul je me nu toch moeten vertellen wat er aan de hand is.’

‘Felicia…’ zei hij. Hij klonk wat geërgerd. ‘Ik heb je niet ingehuurd om mijn reputatie te verbeteren. Deze vos zal zijn streken niet verliezen. Ik wil een personal assistant en ik vernam dat jij een van de beste bent. Wil je de baan of niet?’

De glimlach week van haar gezicht, en die eerst zo ijzige ogen raakten bewolkt van verwarring.

Hij schoof het contract naar haar toe. ‘We moeten het over de rechten en plichten hebben,’ zei hij, waarna hij ze met haar doornam. Waar het op neerkwam, was dat ze een jaar lang van hem was. Of nou ja, niet van hem. Maar ze zou hem al die tijd ter beschikking staan. Zelfs als hij in Zazinia was, zou zij hier in Londen voor hem aan het werk zijn. Zonder onderbrekingen.

Felicia vroeg zich af of dit het juiste ogenblik was om op te merken, zoals ze altijd deed, dat ze nooit met een cliënt naar bed ging. Ze keek naar zijn lange, slanke vingers die de bladzijde omsloegen.

Hij was bij de bezoldiging aanbeland. ‘Wat je salaris betreft…’

‘Kedah.’ Ze zag dat hij het bedrag met een pennenstreek verdubbelde.

‘Ik verwacht volledige toewijding.’

Nu, dacht ze. Hij had de perfecte voorzet gegeven. Daardoor kon ze met een glimlachje waarschuwen dat haar toewijding heus grenzen had. Wat ook zo was. Alleen, als ze zou beweren dat sommige dingen niet tot de mogelijkheden behoorden… zou ze misschien een leugenaar blijken. Want ook al vertrouwde hij niemand, Felicia vertrouwde haar eigen woord wel – dus hield ze haar strenge toespraak ditmaal niet.

Hij schrapte de geheimhoudingsclausule en parafeerde de bladzijden, en toen was het zover dat ze allebei hun handtekening onder het hele document zetten.

Felicia herlas het contract en zag dat de begindatum vandaag was. Nu, dus. ‘Kedah…’ Ze vond het toch wel eerlijk om hem te waarschuwen. ‘Ik denk niet dat ik een heel goede personal assistant zal zijn.’

‘Integendeel,’ zei hij. ‘Ik denk dat je uitstekend zult voldoen.’

Er was meer. Dat kon niet anders. Met een hand die op een of andere manier vast bleef, gebruikte ze haar eigen pen om haar naam en initialen op de juiste plaatsen te schrijven, en dat was dat. Ze zat een jaar aan hem vast. Helaas niet letterlijk.

‘Waarom lach je?’ vroeg hij.

‘Gewoon, een binnenpretje,’ antwoordde Felicia. Ze keek naar buiten. Het was een heerlijke zomeravond. Ze wilde naar huis om haar gedachten op een rijtje te zetten. ‘Ik zie ernaar uit met je te werken, Kedah,’ zei ze, haar hand uitstekend om de zijne te schudden.

‘Mooi zo,’ zei hij, maar hij pakte haar hand niet vast. Klaarblijkelijk was het nog niet de bedoeling dat ze vertrok. ‘Anu zal je je kantoor laten zien. Als het goed is, staat mijn assistente in Zazinia over een uur tot je dienst om een en ander samen door te nemen.’

‘Maar ik dacht…’ zei ze. Het bleek dat het gesprek afgerond was. De onderhandelingen waren gedaan en Kedah had niets meer te zeggen.

‘Dat was alles voor dit moment.’

Het had er alles van weg dat nu, vrijdag om vijf uur ’s middags, haar werkdag net was begonnen.

De volgende dag zou Felicia’s naam op de deur van de prachtige kantoorruimte staan, vertelde Anu, en ze hoefde de telefoon maar te pakken om een prijswinnende chef-kok te vragen om iets naar wens voor haar te bereiden. En zo ging ze aan de slag.

Het was al laat in Zazinia, maar Vadia zag er fris en monter uit op de videoverbinding. ‘Het belastende artikel is intussen verwijderd,’ vertelde ze Felicia. ‘Zou je dat Kedah willen laten weten?’

Ze gebruikte zijn titel dus niet wanneer ze het over hem had, dacht Felicia terwijl Vadia verder praatte.

‘Ik probeer de laatste poseersessie voor zijn officiële portret te plannen. Over een paar maanden vertrekt de kunstschilder naar het buitenland, dus zou je Kedah willen melden dat de tijd zo langzamerhand begint te dringen?’

‘Dat zal ik doen.’

Vervolgens nam Vadia zijn agenda door. Die stond zo vol gepland dat Felicia zich afvroeg hoe hij in vredesnaam tijd had gehad om die reputatie van hem te verdienen. ‘Morgen spreek ik je weer.’ Vadia glimlachte.

De volgende dag zou het zaterdag zijn. Zo’n detail of het weekeind was of niet, scheen er in Kedahs wereld niet toe te doen.

‘Dus als je er bij Kedah op aan zou willen dringen dat hij reageert op de kunstschilder? En herinner hem er dan meteen aan dat we de volgende keer dat hij thuis is, de datum plannen om een bruid te kiezen.’

Zoals Vadia dat te berde bracht, klonk het alsof ze voor hem een afspraak met de tandarts moest maken.

‘Een bruid?’ vroeg Felicia voor de zekerheid.

‘Kedah weet ervan.’ Vadia glimlachte weer. ‘Zeg hem maar dat zijn vader, de koning, een datum wil horen.’

Nadat Vadia van het scherm verdween, bleef Felicia even zitten waar ze zat, proberend alle informatie te verwerken. Kedah mocht er dan in volharden dat zijn reputatie geen probleem was, maar wellicht zou een potentiële bruid daar anders over denken. Vooral als voornoemde reputatie gewoon verder groeide.

Was dat de reden waarom ze was aangenomen? Zou hij binnen niet al te lange tijd moeten trouwen, en moest zij dan zijn sociale leven hier in Engeland regelen? Dat kon hij mooi op zijn buik schrijven. Het was haar werk branden te blussen – niet op haar gemak te zitten kijken hoe ze aangestoken werden.

 

Anu was de poortwachter van Kedahs kantoor. Toen Felicia naar haar toe liep om iets te vragen, zag ze dat ze pauze had genomen. Van een aromatische maaltijd genietend keek Anu op haar computer naar de awardshow.

‘O, ze heeft gewonnen!’ Verheugd lachend legde ze haar bestek neer toen Felicia bij haar kwam staan. Een mooie, jonge actrice nam plaats op het podium. ‘Dat is toch zo’n lieve meid,’ zei Anu, in haar handen klappend. ‘Heel oprecht, heel puur!’

Kom op, dacht Felicia. Ze zou Anu erop willen wijzen dat actrices acteerden, en dat was precies wat Miss Pretty momenteel deed. Ze bedankte iedereen – echt iedereen. Niet alleen de lieve heer, maar ook het achternichtje van haar buren. En dat alles met een ijl, ademloos stemmetje.

‘Ze acteert dat, weet je…’ zei Felicia. Net toen ze iets te berde wilde brengen over schone schijn, kwam Kedah uit zijn kantoor.

‘Ik wilde net naar je toe komen,’ zei Felicia. ‘Vadia vraagt om een paar data –’

‘Niet nu,’ zei hij, haar onderbrekend. ‘Felicia, wil je uitzoeken naar welk feest Beth gaat en me op de gastenlijst laten zetten? En wil je ook The Ritz vragen mijn suite in gereedheid te laten brengen?’

‘Beth?’ Felicia fronste haar wenkbrauwen.

‘De actrice die net die award won,’ zei Kedah.

‘Ken je haar dan?’ vroeg ze, maar hij was al weg.

‘Nog niet,’ antwoordde Anu meesmuilend in zijn plaats. Het vreemdst was nog wel dat ze er niet mee leek te zitten wat Kedah in zijn vrije tijd deed.

In The Ritz kende men hem klaarblijkelijk goed. Toen Felicia belde, bleek namelijk dat zijn suite al gereed was.

Verder waren de organisatoren van de afterparty erg blij hem aan de gastenlijst te mogen toevoegen. Ze vroegen zelfs of ze hem moesten laten ophalen. ‘Dat weet ik niet,’ zei Felicia. ‘Is het goed dat ik straks terugbel?’

Felicia klopte op zijn deur en ging naar binnen. Kedah bleek te hebben gedoucht en rook lekker fris. Hij was akelig sexy nu hij net een schoon overhemd stond aan te trekken. Ze ving haar eerste glimp op van een hemelse bronzen, brede borstkas.

Ongetwijfeld het werk van Michelangelo, dacht ze, haar best doend – tevergeefs – om geen acht te slaan op de uitwaaierende steile zwarte haartjes. Steile? Inderdaad, zag Felicia toen ze keek naar waar zijn broek laag om zijn heupen hing.

‘Het feest wacht op je,’ zei Felicia, blij dat het lukte haar keel niet te schrapen. ‘Ze hebben aangeboden je te laten ophalen.’

‘Sla maar af. Ik geef de voorkeur aan mijn eigen vervoer.’

‘Prima.’

Zijn overhemd zat intussen goed, en hij fronste zijn wenkbrauwen toen hij een das pakte en zag dat Felicia er nog stond. ‘Wil je mijn chauffeur ontbieden?’

‘Zeker,’ zei Felicia. ‘Maar kunnen we snel een paar dingen doornemen? Vadia wil graag een paar data: om je portret te laten afschilderen en om je bruid te kiezen.’ Ze wachtte op zijn reactie, of eigenlijk verwachtte ze dat Kedah nu brak en eindelijk vertelde waarom hij haar had ingehuurd.

In plaats daarvan strikte hij zijn stropdas en trok hij een jasje aan. ‘Dat kan een andere keer. Ik zie je morgen.’ In zijn ogen lag de blik van een jager.

‘Zeg, Kedah?’ zei ze toen hij weg wilde gaan.

‘Ja?’ Zijn reactie was ongeduldig. Per slot van rekening wachtte er een afterparty op hem.

‘Eerlijk gezegd denk ik niet dat Beth zo aardig is,’ zei ze. Onderweg naar de deur bleef hij staan. Op zakelijke toon verklaarde ze haar opmerking. ‘Het is mijn gewoonte mijn cliënten te waarschuwen als ik denk dat ze om problemen vragen.’

Nu had ze zijn volle aandacht. Hij kwam naar haar toe, tot in haar persoonlijke ruimte. Te dichtbij? De afstand was nog fatsoenlijk, zijn houding was niet intimiderend, maar toch was haar lichaam uiterst alert. Zijn geur hing zwaar rond haar zintuigen.

Zonder iets te zeggen, eiste hij dat ze hem recht in de ogen keek. ‘Ik ben geen cliënt van je, Felicia,’ zei hij. Zijn toon hield een waarschuwing in. ‘Ik ben je baas. Duidelijk?’

Daar stond ze dan, hoogst verontwaardigd nu hij haar op haar plaats zette. ‘Ik wilde alleen –’

‘Ik zit niet op waarschuwingen te wachten,’ zei hij. ‘En, tussen ons gezegd en gezwegen, ik had al de indruk dat Beth niet aardig is. Na vannacht zal ik het weten.’

Toen glimlachte hij. O, dat was een echte glimlach. Haar eerste! Die verwarmde haar vanbinnen. Vergelijkbaar met tien koppen koffie om wakker te worden. Dat was het moment waarop Felicia de huid aan de achterkant van haar knieën ontdekte – want het voelde alsof hij haar daar streelde met zijn lange slanke vingers, ook al hield hij zijn handen bij zich.

‘Goedenacht, Felicia. Het was me aangenaam je te ontmoeten, en ik kijk ernaar uit met je te werken.’

Bij het horen van de nadruk die hij op het woord werken legde, lachte ze schril. ‘Oké, begrepen.’ Als om zich te verdedigen, stak ze haar handen op. ‘Je hebt geen behoefte aan een tweede moeder.’

‘Zo is dat.’

‘Ik heb nog een ding te zeggen,’ zei Felicia, op haar beurt een waarschuwing gevend. ‘Nadat je eenmaal je bruid hebt gekozen, regel ik geen hotels en afterparty’s meer voor je.’

Een oneindig lange tijd staarde hij haar aan, opende zelfs zijn mond om iets te zeggen, maar veranderde van gedachte. Hij hoefde geen verklaring af te leggen, en zeker niet tegen een personeelslid. Meer was Felicia niet, bracht hij zichzelf in herinnering. Meer dan dat zou ze ook niet worden, want de wereld was vol bereidwillige actrices en supermodellen.

‘Zorg dat je hier morgen om halfacht bent. Wees op tijd.’ Hij beende het kantoor uit zonder de moeite te nemen de deur te sluiten. De deur ging dus niet met een klap dicht, maar ze was zo van streek alsof dat wel zo was.

Maar nee, ze ging niet voor hem vallen. Tuurlijk, Kedah was een onvervalste playboy. Het probleem was dat Felicia heel goed begreep hoe dat kwam. Het was onmogelijk hem niet te begeren. Dit was voor het eerst dat ze haar moeders goede raad in haar geheugen moest prenten: ‘Val nooit voor een schoft. Vooral niet voor een die je aan het lachen kan maken.’

En dat kon Kedah. Nou en of hij dat kon.