Hoofdstuk 4

 

 

 

Waar was hij?

De vroege ochtendhemel van Dubai bood geen antwoord toen Felicia vanuit haar hotelsuite naar buiten keek. In de jachthaven zag ze de lichtjes van de schepen. Daar vonden vast heel wat feestjes plaats. Kedah kon heel goed op zo’n feestje zijn.

Zijn butler had haar gebeld om te melden dat er geen reactie was gekomen toen hij Kedah wilde wekken. Naar binnen gaan kon hij niet, had hij uitgelegd, want het lampje ‘niet storen’ brandde. Wel betwijfelde hij of Kedah er was.

Kennelijk was de sjeik na middernacht thuisgekomen, maar men had hem tegen twee uur weer zien vertrekken. Toen hem Felicia probeerde te bellen, bleek zijn telefoon uit te staan. En dat terwijl hij nooit te laat kwam, dacht ze terwijl ze in de spiegel van de badkamer controleerde hoe ze eruitzag.

Ze zou zich aan boord van het vliegtuig moeten omkleden, aangezien de kledingvoorschriften in Zazinia heel strikt waren. Momenteel droeg ze een marineblauwe, tuniekachtige jurk. Voordat ze uitstapte, zou ze haar armen bedekken met een bolero.

Vanochtend zou ze niet zonder concealer kunnen, nadat ze de hele nacht had liggen piekeren over hun gesprek. Ze besloot haar make-up pas in het vliegtuig bij te werken. Eerst had ze het nog te druk met de uren te betreuren waarin ze had overwogen wel iets met Kedah te beginnen, terwijl hij praktisch niet in het hotel was geweest.

Ze was kwaad. Acht weken lang had ze voor hem gewerkt, waarvan ze de laatste helft met hem op reis geweest was. Over enige tijd zouden ze weer in Londen zijn. Daar was het gemakkelijker om op veilige afstand te blijven. Te bedenken dat ze net bij de laatste hindernis had kunnen struikelen! Ze was niet alleen kwaad op Kedah, maar ook op zichzelf, erkende ze toen ze haar badkamer verliet. Ze begon haar haren op te steken, maar dat wilde niet echt lukken. Nog iets wat dus maar moest wachten tot in het vliegtuig.

De piccolo klopte aan om haar bagage op te halen.

‘Is de bagage van Sjeik Kedah ook al naar beneden gebracht?’ vroeg Felicia.

‘Nog niet,’ antwoordde de piccolo. ‘We mogen niet naar binnen als het lampje ‘niet storen’ aan is.’

‘Ook niet als het erop lijkt dat hij er niet is?’

‘Dan ook niet.’

Felicia slaakte een zucht van spanning toen ze alleen werd gelaten met een aantal keuzes die ze moest maken. Ze had toegang tot zijn suite, natuurlijk. De vorige avond hadden zij en de butler zijn spullen al ingepakt, met uitzondering van hetgeen Kedah ’s ochtends nog nodig kon hebben.

Het enige wat Kedah hoefde te doen, was zich met zijn blonde rekwisiet in bed laten vallen en de volgende ochtend op tijd opstaan.

Ze beende naar de liften. In plaats van naar de foyer te gaan, waar ze hadden afgesproken, maakte ze gebruik van haar pasje. Ze drukte op het knopje voor de koninklijke verdieping.

Daar werd ze door een tamelijk bezorgde butler begroet. ‘Het lampje ‘niet storen’ is nog steeds aan. Ik kan werkelijk niet naar binnen gaan.’

‘Nou, ik wel.’

De butler raakte lichtelijk geagiteerd door haar assertiviteit, maar ze klopte een paar keer hard op de deur, waarna ze het pasje weer gebruikte. Als hij er is, laat hem dan alleen zijn, smeekte ze in stilte. Het vertrek was echter in duisternis gehuld. Ze hoorde het geluid van stromend water. Zou hij in het verzonken bad in slaap gevallen zijn? Maar nee, het geluid kwam vanaf het zwembad, merkte ze toen ze de lichtjes opbollende gordijnen zag hangen voor de geopende grote glazen deuren.

Zachtjes liep ze over het dikke tapijt naar buiten. Hier in de hoogte bevond zich een kleurrijke tuin met een groot zwembad dat boven de oceaan leek te hangen. De gedachte hier te zwemmen maakte haar al duizelig.

Ze liep verder. Nee, hij was niet aan het borstcrawlen. Toen de warme ochtendwind haar haren verwoei, deed ze een stap terug. Geen enkel teken van een wild feest, hoewel hij hier wel geweest moest zijn – anders hadden de deuren niet opengestaan.

Het was hier echt prachtig. Zo prachtig dat ze heel even haar missie – de vermiste sjeik vinden – vergat en genoot van het verbijsterend mooie uitzicht. De lucht vertoonde zilveren linten en verschillende tinten blauw; de zon kon elk moment aan de horizon verschijnen.

Voor zich zag Felicia het schiereiland waar ze gisteren waren geweest. Ze zou hier nu verontwaardigd kunnen staan snuiven, of ze kon proberen de huiveringen die Kedah bij haar opwekte, te onderdrukken.

Hij raakte haar. Zo eenvoudig was het. Hij rammelde de gevoelens en herinneringen die ze anders zo goed bewaakte, door elkaar. Hij wekte verlangens en emoties tot leven die haar het gevoel gaven op de top van de wereld te staan, zichzelf ervan overtuigend dat ze dit aankon. Dat een of twee nachten met hem het absoluut waard zouden zijn, zodat ze in elk geval eens van die verrukking zou mogen proeven.

En dan was die brochure er nog. Ja, ze zou zitten te kniezen, maar slechts een week lang. Daarna zou ze Mustique kiezen om daar haar hart te laten helen.

Nee. Ze kon niet met hem naar bed gaan en daarna voor hem blijven werken. Ze kon niet doen alsof het haar niets kon schelen dat hij haar inruilde voor de volgende vrouw. Wat ze al helemaal niet wilde, was een leuk tijdverdrijf voor hem zijn tussen twee speeltjes in. Ze lachte triest om zijn lef.

‘Gaat het wel, mevrouw?’

Toen Felicia zich omdraaide, zag ze de butler aarzelend in de deuropening staan. ‘Zeker.’ Ze knikte. ‘Ik zal even controleren of hij ligt te slapen.’ Ze ging terug naar binnen en liep toch wat beschroomd naar de grote slaapkamer. De dubbele deuren waren gesloten. Toen ze de butler aankeek, schudde die zorgelijk zijn hoofd. De man was ervan overtuigd dat hun hooggeachte gast beter niet gestoord kon worden.

Toch klopte ze aan. ‘Misschien is hij ziek geworden,’ bracht ze te berde. Dat dacht ze niet serieus, maar dat excuus kon ze wel gebruiken als Kedah haar wilde verwijten dat ze hem stoorde.

‘Kedah!’ Felicia klopte harder. ‘Kedah, het vliegtuig moet zo vertrekken…’ Toen er geen reactie kwam, deed ze de deur open. Wat een opluchting… Ze verstoorde geen intiem moment. Hij was er niet, maar ze zag dat hij hier wel geweest was: het beddengoed was verkreukeld en op de vloer lagen een paar dikke witte handdoeken. Het kon niet lang geleden zijn dat hij hier was, want ze rook nog de muskusachtige houtgeur van zijn cologne.

Misschien was hij teruggekomen van een feest, had hij gedoucht en zich omgekleed, en was hij weer vertrokken?

Eigenlijk was ze het beu de detective uit te hangen, was ze het zat de scherven van zijn verdorven leven steeds bij elkaar te vegen. Maar waar ze echt genoeg van had, was nee zeggen.

‘Ik zal de laatste spullen nog bij elkaar zoeken,’ zei ze tegen de butler. Veel was het niet. Het meeste had ze de vorige avond immers al gedaan.

Nadat de piccolo de bagage was komen halen, ging ze terug naar de foyer. De auto stond klaar, met ronkende motor, en de chauffeur was – zoals altijd – bezig op zijn mobiele telefoon.

Felicia was dankbaar dat de portier geen mooiweergesprekje begon. In plaats daarvan gaf hij haar een kartonnen beker met haar favoriete koffie. Ze bedankte hem hartelijk en nam dankbaar een teug. Dubai lag er schitterend bij in de roze gloed van de nieuwe dag.

En toen, net zo intrigerend als de zonsopgang, verscheen Kedah, ongehaast, alsof er geen koning of land op hem zat te wachten.

Het liefst zou ze zoiets willen opmerken als: ‘Zo, ben je eindelijk uitgeslapen’, maar hij zag er onberispelijk uit, zoals gewoonlijk. Hij zag er zelfs eerder uit alsof hij net vertrok voor een avondje uit in plaats van dat hij nu, bij het ochtendgloren, terugkeerde. Een visioen voor Felicia’s van slaap beroofde ogen.

‘Goedemorgen,’ zei hij.

‘Wat ben je laat,’ zei ze vinnig.

‘Nou, en?’ Zijn reactie was stug en kort. Hij keek naar de koffie in haar hand en toen weer naar haar gezicht. ‘Mag ik?’

Zonder iets te zeggen, gaf Felicia hem haar koffie.

Meteen dronk hij de beker leeg, waarop hij een gezicht trok. ‘Wat zoet.’

‘Toch weerhield dat je er niet van alles te nemen.’

De afgelopen nacht had hij niet alles genomen. Omdat hij alleen maar aan Felicia had kunnen denken, had hij zijn pruilende date teruggebracht naar haar hotel en was naar zijn kamer gegaan. De slaap had echter niet willen komen, en een douche had geen steek geholpen. Het liefst had hij Felicia bevolen naar zijn suite te komen.

Het probleem was dat hij wist dat zij de enige vrouw was die niet gretig op zijn bevel zou ingaan, dus was hij in plaats daarvan naar het balkon gegaan, waar hij zichzelf had ingeprent haar te vergeten – althans voorlopig.

Allereerst moest hij zich om zijn reis naar huis bekommeren. Zazinia moest zijn eerste prioriteit zijn, ook al keek hij bepaald niet uit naar het bezoek. Een confrontatie met zijn vader was onvermijdelijk, en hij zou gepusht worden om een bruid te kiezen.

Hij had gehoopt de afgelopen nacht zijn problemen te kunnen vergeten op de manier die altijd hielp, maar het was niet gelukt. Nu wilde de reden waarom het niet lukte, niet naar hem glimlachen.

Vanochtend had ze haar haren los, golvender dan anders. Normaliter gebruikte ze al niet veel make-up, maar nu helemaal niets. Zo zou ze op zijn hoofdkussen moeten liggen…

‘Ben je zover?’ vroeg ze.

‘Geen idee,’ zei hij. ‘Heb jij de rest voor me ingepakt?’

‘Ja,’ antwoordde ze. ‘Ik ben vanochtend met de butler naar je suite gegaan. Hij wilde het niet, want hij was bang dat we je zouden storen.’

‘Er was niets om te storen,’ zei Kedah. ‘In feite is er al een hele tijd niets om te storen.’

‘Daar geloof ik niets van.’

‘Dat is jouw keus. Mijn date naar de schouwburg was weinig inspirerend, en dat gold ook voor die van gisteravond. Heb je de chocolaatjes gevonden?’

‘Dat weet je best.’

‘Vond je de handdoeken leuk?’ vroeg hij. ‘O, neem me niet kwalijk; ik was vergeten dat je sommige dingen te saai vindt om te bespreken.’

Ze zei niets.

‘Heb je mijn briefje gekregen?’

Ze knikte.

‘En, heb je dat gedaan?’ vroeg hij. Toen keek hij naar de schaduwen onder haar ogen die nu duidelijk donkerder waren dan daarvoor. Ook zag hij dat ze haar kaken op elkaar klemde. ‘Ja, dus.’

Ze wenste dat ze terug kon gaan naar hun eerste ontmoeting, toen ze ervan overtuigd was nooit met hem naar bed te gaan – maar zelfs toen was ze daar niet honderd procent zeker van geweest. Bij de eerste aanblik had ze hem al begeerd, en dat gevoel was gebleven.

‘Ik ga me opfrissen,’ zei Kedah.

Daar stond ze dan weer, met de chauffeur die wat over koetjes en kalfjes praatte en zijn zorgen uitsprak over het humeur van de koning.

Haar gedachten waren bij de tintelingen onderaan haar rug. Ze vermengde zaken nooit met haar privéleven, maar bij Kedah vervaagden de grenzen. Gelukkig zou hij dat niet te weten komen. Ze wist beter dan de meeste mensen hoe ze iets geheim moest houden.

‘Hoelang heeft hij nog nodig?’ vroeg de chauffeur. ‘Ze zullen in het paleis woedend zijn omdat hij zo laat komt. De piloot probeert een kortere vluchtroute te kiezen…’

‘Zo lang zal het niet meer duren,’ antwoordde Felicia. ‘Ik zal eens even gaan kijken.’ Eigenlijk zou ze hem een sms’je moeten sturen. Dat was een stuk veiliger. Desondanks stond ze even later voor zijn suite. Zonder aan te kloppen, ging ze naar binnen.

Kedah was bezig zijn kluis leeg te maken. ‘Je bent mijn diamant vergeten.’

‘Sorry.’

‘Blijf op de details letten, Felicia,’ zei hij, vermanend zijn wijsvinger heen en weer bewegend.

‘Ik heb altijd al gezegd dat ik geen goede personal assistant ben.’

‘Dat is waar.’ Hij sloot de kluis en stak de diamant in zijn zak, maar maakte geen aanstalten om naar de deur te lopen.

‘Je moet voortmaken.’

Zijn blik ontmoette de hare. ‘Wie zegt dat?’

‘Het staat de koning niet aan dat je nog niet onderweg bent. De piloot probeert al een kortere route uit te stippelen…’

Terwijl ze dat te berde bracht, kwam hij naar haar toe. Haar stem stokte.

‘O, nou ja.’ Hij schokschouderde. Nu stond hij vlak voor haar.

Felicia keek naar zijn mond, zich afvragend hoe de rest van haar leven zou zijn als ze die lippen nooit zou proeven.

‘Heb je erover nagedacht?’

‘Ja.’ Het was zinloos daarover te liegen. Trouwens, het feit dat ze bleef staan en hem recht in zijn mooie ogen keek, zei genoeg.

‘We moeten wel blijven samenwerken,’ zei hij waarschuwend.

‘Dat besef ik. We moeten eerst een paar dingen doornemen,’ zei Felicia dapper, want ze vond een paar basisregels belangrijk.

‘Daar hebben we nu geen tijd voor,’ zei hij. ‘We kunnen het er in het vliegtuig over hebben.’

Maar dat duurde nog zeker een halfuur. Ze keek naar zijn sexy mond. Het zou later moeilijk te verteren zijn als ze spijt zou hebben dat ze was weggelopen. Dus bleef ze staan.

Ze bleef ook staan toen hij de riem van haar tas van haar schouder schoof. Hij zette de tas op een tafeltje. Dat gebaar maakte duidelijk dat hij van plan was de kus, die zo zou volgen, onvergetelijk te maken.

Ze trilde – niet uitwendig, maar ergens vanbinnen. Het trillen leek in het midden te beginnen en zich met iedere hartslag uit te breiden in de richting van haar hals. ‘Kedah… We moeten het er eerst over hebben,’ zei ze weer.

‘Eerst gaan we proeven.’

Hier was geen tijd voor. Dat besefte Kedah heel goed. Het humeur van zijn vader zou er niet beter op worden, en de situatie was toch al enorm gespannen. Maar ja, hij kon er geen weerstand aan bieden.

Hij gloeide van opwinding, en hij had haar mond nog niet eens geproefd. Dat deed hij nu.

Hun lichamen, hun tongen, raakten elkaar eindelijk, heet en begerig. Beiden kreunden ze van verlichting toen het verlangen van acht weken eindelijk een uitweg vond.

Kedah trok zich heel even terug. ‘Op die eerste dag had ik je op deze manier willen verwelkomen.’

Ergens was het heel bevrijdend dat dit een soort werkafspraak was, want ze kon zo uitdagend zijn als ze wilde zonder ervan beschuldigd te worden hem alleen maar te plagen.

‘En zo had ik jou willen begroeten,’ zei ze. Ze kuste hem harder.

Kedah vond het fantastisch dat ze zich niet geneerde om haar genot te laten blijken.

Lenig drukte ze zich tegen hem aan terwijl hun tongen met elkaar speelden. Verleidelijk streek hij met een hand over haar rug tot hij onderaan belandde, op een hartvormig achterste. Zijn andere hand legde hij om haar achterhoofd zodat hij haar dieper kon kussen.

Dit was de beste kus die ze ooit had meegemaakt. Stiekem wenste ze dat hun kleren in rook opgingen, want ze kende zichzelf: als hij haar uitkleedde, zou haar gezonde verstand terugkomen. Bovendien kende ze Kedah en wist ze heel goed waar een kus toe zou leiden. Ze maakte haar mond los van de zijne. Haar lippen waren nat en gezwollen, haar huid was roze en gloeide door zijn ruwe kin.

Ze voelde dat hij hard was. Haar borsten smachtten naar zijn handen, zijn mond en iedere vorm van contact die hij haar maar wilde gunnen.

Weer kuste hij haar, nu met zijn vingers tussen haar haren. Dit was de ruwste en diepste kus van haar hele leven. Hij hield haar heupen vast en wreef zich tegen haar aan. Ze wilde haar mond weer terugtrekken, maar hij bleef haar vasthouden. Hij kon haar voelen trillen terwijl ze streed tegen haar verlangen.

Haar ogen waren groen en haar lippen waren vaneen om lucht naar binnen te kunnen krijgen. Hij hield haar haren in zijn vuist, ervoor zorgend niet te hard te trekken. Ook weerhield hij zich er uit alle macht van haar hoofd naar achteren te trekken om haar weer te kussen. Daar waar zijn hand om haar achterste lag, begon hij haar te strelen, en toen trok hij haar naar zich toe zodat ze heel zijn harde lengte kon voelen.

Intussen was het te laat om zich zorgen te maken over de tijd, want haar vingers waren naar het rijtje knoopjes van zijn overhemd gegaan, en ze had zijn gespierde borstkas weten bloot te leggen.

Kedah genoot ervan dat ze niet verlegen was, maar gewoon haar gang ging. Met hun monden nog steeds met elkaar versmolten, speelde ze met zijn platte tepels. Toen ze daar genoeg van had, liet ze haar hand naar beneden kruipen, naar de zijdeachtige haartjes die haar al vanaf de eerste aanblik hadden gelokt.

Uit haar tas op het tafeltje klonk de melding dat er een sms was gestuurd, net toen haar hand het topje van zijn erectie had bereikt.

‘Dat zal de chauffeur zijn om te zeggen dat we op moeten schieten.’

‘Doe dat dan.’

Hij voelde haar glimlach, want haar lippen werden breder onder de zijne toen hij haar hand pakte en die langs zijn lange, harde erectie haalde. Met zijn andere hand duwde hij tegen haar hoofd, en ze wist dat hij haar op haar knieën wilde duwen.

Dat zou hem dan tegenvallen. Ze had namelijk zelf ook verlangens. Het was niet de bedoeling dat het alleen om hem ging. ‘Kedah,’ zei ze. Ze haalde haar hand weg en keek op. ‘We hebben niet echt tijd voor een voorspel.’

Ze zag de flits in zijn ogen toen ze zich losmaakte uit zijn omhelzing en haar tas pakte.

‘Voorspel?’ vroeg hij voor de zekerheid.

‘Dat is als –’

‘Ik weet wat het is, dank je,’ snauwde hij.

‘Goed,’ zei ze schamper. ‘Ik heb nieuws voor je, Kedah. Ik ben hier niet alleen om jou te bevredigen. Zelf heb ik ook wel een paar wensen en voorwaarden!’

Dat was dat. Op een of andere manier was het haar gelukt niet meteen op de wensen van deze machtige man in te gaan.

‘We moeten nu opschieten, Kedah. Ik zie je zo beneden.’