10

 

Een kwartier later, terwijl de eerste schemering van de avond begon te vallen, tufte de vissersboot met een merkwaardig onbewogen Pierre des Jardins aan het stuurrad, rustig door het Kanaal van de Rhône naar Sète. De drie geleerden en hun dames, van wie de laatste slechts enkele seconden voordat de motorboot was gezonken aan boord was gesleurd, zaten op het voordek onder de heimelijke dreiging van de revolvers van de zigeuners- en ze maakten voor de toevallige voorbijganger in alle opzichten de indruk van een groepje vakantiegangers die genoten van een boottochtje in de warme zomeravond. Al het glas was uit de verbrijzelde ramen geslagen en de paar kogelgaten in het houtwerk van de stuurhut werden discreet gecamoufleerd door El Brocador en Masaine, die onverschillig tegen de stuurboordkant van het hokje geleund stonden. Afgezien van Pierre bevonden zich alleen Bowman en de hertog in de stuurhut, de laatste met een revolver in zijn hand. Ongeveer halverwege het kanaal passeerden ze de tractor met aanhanger die zo plotseling van de weg was gezwenkt toen de schietpartij tussen de Rolls en de motorboot was begonnen. De tractor stond er nog net zo, een voorwiel nog steeds boven het kanaal hangend: het was duidelijk en begrijpelijk dat de chauffeur het verstandiger had geacht op assistentie te wachten dan de verdrinkingsdood voor zijn tractor te riskeren door te proberen het gevaarte op eigen kracht uit zijn benarde positie te brengen. De chauffeur was er, merkwaardig genoeg, nog steeds, heen en weer lopend met een gerechtvaardigd woedende trek op zijn gezicht. Czerda voegde zich bij de drie mannen in de stuurhut. Hij zei bezorgd: 'Het bevalt me niks, het bevalt me helemaal niet. Het is veel te rustig. Misschien lopen we in de een of andere val. Er is vast wel iemand.. 'Lucht je dat wat op?' De hertog wees in de richting van Aigues-Mortes: twee zwarte politiewagens kwamen op topsnelheid aanrijden met jankende sirenes en blauwe zwaailichten. 'Ik heb zo'n idee dat onze vriend de tractorbestuurder zich bij iemand beklaagd heeft. ' De hertog bleek het bij het rechte eind te hebben. De politiewagens stoven voorbij en remden vrijwel meteen af toen de tractorchauffeur midden op de weg ging staan en heftig met zijn armen zwaaide. Ze stopten en er sprongen mannen in uniform uit: ze gingen om de gesticulerende tractorbestuurder staan, die kennelijk met veel verve en omhaal zijn verhaal vertelde. 'Nou, als de politie zich met iemand anders bezighoudt, kunnen ze zich moeilijk op hetzelfde moment met ons bezighouden', merkte de hertog filosofisch op. 'Beetje opgemonterd nou, Czerda?' 'Nee', zei Czerda en hij zag eruit alsof hij het meende. 'Twee dingen. Tientallen mensen, honderden als je het mij vraagt, moeten hebben gezien wat er daarginds in de baai gebeurde. Waarom hield niemand ons tegen toen we terugkwamen? Waarom heeft niemand de politie gewaarschuwd?' 'Eerlijk gezegd, ik weet het niet', zei de hertog peinzend. 'Maar ik kan er wel naar raden. Zo iets gebeurt telkens weer — als grote aantallen mensen iets zien gebeuren laten ze het steevast aan iemand anders over om er iets aan te doen. Er zijn zelfs gevallen geweest van voetgangers die zagen dat er vlak voor hun ogen iemand op straat werd doodgeranseld, en geen hand uitstaken om te helpen. De mensen zijn in dat soort dingen merkwaardig apathisch. Misschien is het een aangeboren tegenzin om in de belangstelling te gaan staan. Ik zou het niet weten. Waar het om gaat is dat we de haven konden binnenkomen zonder dat iemand er vreemd van opkeek. Je andere vraag? Je had er twee?' 'Ja. ' Czerda's gezicht was grimmig. 'Wat doen we in godsnaam nou verder?' 'Dat is geen probleem. ' De hertog glimlachte. 'Heb ik je niet gezegd dat we de Kantonweer zouden zien. ' 'Ja, maar hoe... ' 'Hoe lang doen we erover om naar Port le Bouc te rijden?' 'Port le Bouc?' Czerda fronste zijn voorhoofd. 'Met de woonwagen en truck?' 'Hoe anders?' 'Tweeëneenhalf uur. Hooguit drie. Hoezo?' 'Omdat de Kanton instructies heeft daar op ons te wachten als er in de baai van Palavas moeilijkheden zouden komen. Het schip blijft daar tot morgenmiddag wachten- en wij kunnen daar vanavond al zijn. Weet je nou nog steeds niet, Czerda, dat ik altijd een extra pijl op mijn boog heb? Meer dan één zelfs. En daar brengen we vanavond de geleerden en hun dames aan boord. Bowman ook. En, om iedere mogelijkheid van enig risico uit te schakelen, ook de twee jongedames en, vrees ik, deze onfortuinlijke visser hier. ' Pierre des Jardins keek even naar de hertog, trok een wenkbrauw op en concentreerde zich toen weer op zijn taak; het was een miniscule reactie voor een man die luisterde naar iets dat praktisch zijn doodvonnis was. 'En dan, Czerda, zullen jij en je mannen zo vrij zijn als vogeltjes in de lucht, want als Bowman en zijn drie vrienden in China aankomen zullen ze domweg verdwijnen en niemand zal ooit meer iets van ze horen. De enige ooggetuige tegen jou zal voorgoed uit de weg zijn geruimd en aan weerskanten van het IJzeren Gordijn zal niemand ooit enige verdenking opvatten tegen jou of je mannen. ' 'Als ik de afgelopen dagen ooit aan u getwijfeld heb, dan bied ik u daarvoor mijn excuses aan. ' Czerda zei het langzaam, haast eerbiedig. 'Dit is geniaal. ' Hij zag er uit als een man die van een zware last bevrijd is. 'Doodeenvoudig, doodeenvoudig. ' De hertog maakte een wegwuivend gebaar. 'Goed dan. We krijgen zo dadelijk de steiger in zicht en we willen de jongedames geen zenuwschok bezorgen, het soort schok bijvoorbeeld dat hen ertoe zou kunnen brengen er met onze truck en woonwagen vandoor te gaan nog voor wij bij de steiger zijn. Dus iedereen onmiddellijk benedendeks, en niemand laat zich zien voordat ik het teken geef. Jij en ik blijven hier- we gaan er natuurlijk rustig bij zitten- terwijl Bowman de schuit langszij brengt. Begrepen?' 'Begrepen. ' Czerda keek hem verwonderd aan. 'U denkt ook aan alles!' 'Ik doe mijn best', zei de hertog bescheiden. Ik doe mijn best. ' De drie meisjes stonden, vergezeld van een jongeman die op een scooter zat, aan de kop van de steiger toen Bowman, schijnbaar alleen, de boot meerde. Ze renden naar hem toe, maakten de touwen vast die hij hen toewierp, en sprongen aan boord. Cecile en Lila, halfglimlachend en halfverontrust, in ongeduldige afwachting van het nieuws dat hij meebracht; Carita bleef op de achtergrond, teruggetrokken en enigszins gereserveerd. 'Nou?' vroeg Cecile. 'Toe nou, vertel. Wat is er gebeurd?' 'Het spijt me', zei Bowman. 'Er is iets misgegaan. ' 'Niet voor ons', zei de hertog joviaal. Hij stond op, revolver in de hand, vergezeld door Czerda, eveneens gewapend, en keek de meisjes stralend aan. 'Helemaal niet, moet ik zeggen. Wat fijn je weer te zien, mijn lieve Carita. Heb je je geamuseerd met de twee jongedames?' 'Nee', zei Carita kortaf. 'Ze wilden niet met me praten. ' 'Vooroordeel, je reinste vooroordeel. Mooi, Czerda, iedereen als de weerga aan dek en in de woonwagen. ' Hij keek naar de kop van de steiger. 'En wie is die knaap daar op die scooter?' 'Dat is José!' Czerda was zo opgetogen als voor een man van zijn karakter maar mogelijk was... 'De jongen die ik erop uit heb gestuurd om het geld te halen dat Bowman van me gestolen heeft- van ons, bedoel ik. ' Hij liep het dek op en zwaaide een arm omhoog. 'José! José!' José stapte van zijn scooter, liep de steiger af en sprong aan boord. Hij was een lange, magere jongen met een enorme zwarte haardos, kraalogen en een vroegwijs gezicht. 'Het geld?' vroeg Czerda. 'Heb je het geld?' 'Welk geld?' 'Natuurlijk, natuurlijk. Voor jou is het alleen maar een pakje in bruin papier. ' Czerda glimlachte toegeeflijk. 'Maar het was de goeie sleutel?' 'Ik weet het niet. ' Josés geestelijke vermogens wisten klaarblijkelijk niets af van de intelligente uitdrukking op zijn gezicht. 'Wat bedoel je, je weet het niet?' 'Ik weet niet of het de goeie sleutel of de verkeerde sleutel was', legde José geduldig uit. 'Het enige dat ik weet is dat er op het station in Arles geen bagagekluizen zijn. ' Er viel een vrij lange stilte, waarin bij enkelen van de aanwezigen allerlei gedachten, geen van alle bepaald aangenaam, door het hoofd flitsten. Toen schraapte Bowman zijn keel en zei verontschuldigend: 'Ik ben bang dat dit allemaal mijn fout is. Dat was de sleutel van mijn koffer. ' Er viel opnieuw een stilte, ongeveer van even lange duur, en toen zei de hertog met grote zelfbeheersing: 'De sleutel van je koffer. Ik had het moeten weten. Waar zijn de tachtigduizend francs, meneer Bowman?' 'Zeventigduizend. Ik ben bang dat ik er een beetje van heb moeten uitgeven. Bedrijfsonkosten, om zo te zeggen. ' Hij knikte naar Cecile. 'Die jurk alleen al kostte me... ' 'Waar zijn ze?' schreeuwde de hertog. Hij had genoeg zelfbeheersing getoond voor vandaag. 'De zeventigduizend francs?' 'Ah, ja, natuurlijk. Eh, ja... ' Bowman schudde zijn hoofd. 'Er is zoveel gebeurd sinds gisterenavond... ' 'Czerda!' De hertog had zich weer in bedwang maar het was op het nippertje. 'Zet je revolver tegen het hoofd van juffrouw Dubois. Ik tel tot drie. ' 'Laat maar', zei Bowman. 'Ik heb het geld in de grotten van Les Baux verborgen. Vlakbij Alexandre. ' 'Vlakbij Alexandre?' 'Ik ben niet gek', zei Bowman vermoeid. 'Ik wist dat de politie daar vanmorgen weleens een kijkje zou kunnen gaan nemen. Of liever gezegd, daar beslist naar toe zou gaan. En dan Alexandre zou vinden. Maar het geld ligt er vlakbij. ' De hertog keek hem lang en peinzend aan, en wendde zich toen tot Czerda. 'Dit zou maar een kleine omweg zijn op onze route naar Port le Bouc?' 'Twintig minuten zowat. Niet meer. ' Hij knikte naar Bowman. 'Het kanaal hier is diep. Hebben we hem nog nodig, meneer?' 'Alleen maar', zei de hertog onheilspellend, 'tot we zeker weten of hij de waarheid zegt of niet. '

*** 

De avond was gevallen toen Czerda stopte op de parkeerplaats bij het begin van het Helledal. De hertog, die samen met El Brocador naast Czerda op de voorbank van de truck had gezeten, stapte uit, strekte zijn rug en zei: 'De dames van de heren geleerden laten we hier. Masaine blijft achter om ze te bewaken. Alle anderen gaan met ons mee. ' Czerda keek hem verbaasd aan. 'Moeten er zoveel bij zijn?' 'Daar heb ik mijn redenen voor. ' De hertog toonde zich raadselachtiger dan ooit. 'Twijfel je aan mijn goede oordeel?' 'Nu nog? Nooit!' 'Heel goed dan. ' Enkele ogenblikken later was een grote groep mensen op weg door de angstaanjagende uitgestrektheid van de grafkelderachtige grotten. Ze waren met hun elven- Czerda, Ferenc, Searl, El Brocador, de drie geleerden, de twee meisjes, Bowman en de hertog. Sommigen hadden zaklantaarns in de hand, en de lichtbundels gleden, griezelig bleek weerkaatsend, langs de machtige kalksteenwanden. Czerda ging voorop, kwiek, vol zelfvertrouwen, tot hij bij de grot kwam waar een hoge berg neergestort gesteente oprees tot aan de vage aftekening van een stukje met sterren bezaaide hemel hoog boven hen. Czerda liep naar de voet van de puinberg en bleef staan. 'Hier is het', zei hij. De hertog bescheen de plek met zijn zaklantaarn" 'Weet je het zeker?' 'Ik weet het zeker. ' Czerda richtte zijn lichtbundel op een langwerpig heuveltje van rotsblokken en puin. 'Ongelooflijk, is het niet? Die idioten van de politie hebben hem nog niet eens gevonden?' De hertog bescheen het heuveltje met zijn eigen zaklantaarn. 'Je bedoelt... ' 'Alexandre. Dit is de plek waar we hem begraven hebben. ' 'Alexandre interesseert ons niet meer. ' De hertog draaide zich naar Bowman om. 'Het geld, alsjeblieft. ' 'Ah, ja. Het geld. ' Bowman haalde zijn schouders op en glimlachte. 'Ik zit vast, vrees ik. Er is geen geld. ' 'Wat!' De hertog stapte naar voren en duwde de loop van zijn revolver tussen Bowmans ribben. 'Geen geld?' 'Ja, dat geld is er wel. Maar niet hier. In een bank. In Arles. ' 'Je hebt ons belazerd?' vroeg Czerda ongelovig. 'Je liet ons helemaal hier naar toe gaan... ' 'Ja' 'Je wou je leven nog twee uur verlengen?' 'Voor een man over wie de doodstraf is uitgesproken kan twee uur een heel lange tijd zijn. ' Bowman glimlachte, keek naar Cecile, draaide zich toen weer naar Czerda om. 'Maar ook een heel korte tijd. ' 'Je probeerde je leven met twee uur te verlengen!' Czerda scheen zich eerder over dit feit te verbazen dan dat hij zich bezorgd maakte over het verlies van het geld. 'Als je het zo wilt stellen. ' Czerda hief zijn revolver op. De hertog stapte naar voren, greep Czerda bij de pols en drukte de hand met de revolver omlaag. Hij zei met een zachte, schorre, verbitterde stem: 'Mijn voorrecht. ' 'Natuurlijk, meneer. ' De hertog richtte zijn revolver op Bowman, wees er toen met een korte ruk mee naar rechts. Een ogenblik scheen Bowman te aarzelen, toen trok hij zijn schouders op. Ze liepen samen weg, de revolver van de hertog tegen Bowmans rug geduwd, en gingen een scherpe hoek om en een andere grot binnen. Na enkele ogenblikken weerkaatste het geluid van een schot door de grotten, waarna de echo van de knal gevolgd werd door een doffe plof als van een vallend lichaam. De geleerden keken elkaar verbijsterd aan, doffe wanhoop op hun gezicht geschreven. Czerda en zijn drie metgezellen wisselden blikken van grimmige voldoening. Cecile en Lila klemden zich aan elkaar vast, allebei in het lichtschijnsel van de zaklantaarns doodsbleek en in tranen. Toen hoorden ze allemaal de afgemeten tred van terugkomende voetstappen en iedereen staarde naar de hoek waar de twee mannen om waren verdwenen. De hertog en Bowman kwamen tegelijkertijd te voorschijn. Ze hadden allebei een revolver in de hand, en beide wapens waren op de zigeuners gericht. 'Niet doen', zei Bowman. De hertog knikte. 'Zoals mijn vriend al zegt, alsjeblieft, alsjeblieft, doe het niet. ' Maar na een ogenblik van volledige verbijstering, deden Ferenc en Searl het toch. Er klonken twee scherpe knallen, twee kreten, en het kletterende metaalachtige geluid van twee op de kalkstenen vloer vallende revolvers. Ferenc en Searl bleven versuft staan, allebei de hand tegen hun verbrijzelde schouder gedrukt. De tweede keer, bedacht Bowman, dat Searl een schotwond aan die schouder kreeg, maar hij kon geen medelijden voor hem opbrengen want hij wist nu dat het Searl was geweest die de zweep had gehanteerd om de huid van Tina's rug stuk te ranselen. Bowman zei: 'Sommige mensen doen er lang over om iets te leren. ' 'Onjuist, Neil. Sommige mensen leren het nooit. ' De hertog keek naar Czerda, en de uitdrukking op zijn gezicht liet duidelijk uitkomen dat hij liever naar iets anders zou hebben gekeken. 'We konden jullie niets ten laste leggen, juridisch gezien tenminste niet. Geen schijn van bewijs, geen enkele tastbare aanwijzing. Tot dat jij ons, persoonlijk en helemaal alleen, bij Alexandres graf bracht en het feit erkende dat je hem hier begraven had. Je hebt dat erkend in bijzijn van al deze getuigen. Nu weet je waarom meneer Bowman zijn leven met twee uur probeerde te verlengen. ' Hij draaide zich naar Bowman om. 'Overigens, Neil, waar is dat geld eigenlijk?' 'In Ceciles handtasje. Ik heb het daar gewoon ingestopt. ' De twee meisjes kwamen langzaam, weifelend, naar hen toe. Er waren geen sporen van tranen meer, maar het was duidelijk dat ze er niets van begrepen. Bowman stak zijn revolver in zijn zak, ging hen tegemoet en legde zijn armen om hun beider schouders. 'Alles is nu in orde', zei hij. 'Het is allemaal voorbij, echt waar. ' Hij nam zijn hand van Lila's schouder, legde zijn vingers om haar kin en draaide haar gezicht naar zich toe; ze keek hem verbaasd vragend aan. Hij glimlachte. 'De hertog van Croytor is inderdaad de hertog van Croytor. Mijn baas, al jaren. '