9
De hete middagzon zinderde genadeloos neer op de doorstoofde vlakten, op de étangs, op de moerassen, op de zoutplateaus en op de hier en daar contrasterende plekjes felgroene vegetatie. Een trillende nevel, karakteristiek voor de Camargue, steeg van de vlakten op en gaf alles dat in het landschap te zien was een merkwaardig etherisch én ondefinieerbaar aspect, een illusie die nog versterkt werd door het feit dat niets van wat er in het landschap te zien was enig verticaal element had. Alle vlakten zijn vlak, maar geen zo vlak als de Camargue. Zes ruiters op dampende paarden galoppeerden in volle vaart over de vlakte. Van de lucht uit gezien moest hun wijze van voortgang uitermate vreemd en raadselachtig hebben geleken, want de paarden galoppeerden maar zelden meer dan twintig meter in een rechte lijn en zwenkten voortdurend naar links of naar rechts. Maar van de grond af gezien was het minder raadselachtig: het terrein was zozeer bedekt met moerassen, klein en groot, her en der verspreid, dat het onmogelijk was er in rechte lijn overheen te trekken. Bowman was in het nadeel en wist dat. Hij was op drie punten in het nadeel: hij was, zoals zijn verstrakte gezicht aantoonde zonder dat dit door de bloedvlekken en vuile vegen kon worden verhuld, volkomen uitgeput- deze inspannende galop met al dat wenden en keren bood geen enkele mogelijkheid om op krachten te komen- en zijn brein was net zo min tot het nemen van snelle beslissingen in staat als zijn lichaam in staat was deze beslissingen uit te voeren; zijn achtervolgers kenden dit terrein goed, terwijl hij er volledig vreemd was en, ofschoon hij zich een redelijk vaardig ruiter achtte, wist hij dat hij er niet aan zou kunnen denken zich te meten met de rijvaardigheid die zijn achtervolgers haast van de wieg af hadden meegekregen en ontwikkeld. Voortdurend spoorde hij zijn nu eveneens uitgeput rakende paard aan, maar deed weinig of geen pogingen om het te leiden, aangezien het dier, bijgestaan door ervaring en generaties van aangeboren instinct, veel beter dan hij wist waar de grond vast was en waar niet. Nu en dan verloor hij kostbare seconden door te proberen zijn paard in een bepaalde richting te dwingen, terwijl het dier zich verzette en koppig zijn eigen weg koos. Bowman keek om. Het was hopeloos, in zijn hart wist hij dat het hopeloos was. Toen hij van Mas de Lavignole was weggereden had hij een voorsprong van verscheidene honderden meters op zijn achtervolgers gehad; nu was die voorsprong tot amper vijftig verminderd. De vijf mannen achter hem hadden zich waaiervormig verspreid. In het midden reed El Brocador, die duidelijk een al even subliem ruiter als razateur was. Eveneens was het duidelijk dat hij het terrein bijzonder goed kende, want nu en dan schreeuwde hij een bevel en maakte met uitgestrekte arm een gebaar om een der anderen aan te duiden in welke richting hij moest gaan. Links van El Brocador reden Czerda en Ferenc, allebei nog steeds heldhaftig in het verband; rechts van hem reden Simon Searl, die in zijn priestergewaad een wel zeer misplaatste aanblik bood, en een zigeuner die Bowman niet kon identificeren. Bowman keek weer voor zich uit. Nergens zag hij enige kans op hulp, geen huis, geen boerderij, geen eenzame ruiter, niets; en inmiddels was hij- niet, zo besefte hij grimmig, zonder goede redenen- zo ver naar het westen opgejaagd dat de op de hoofdweg van Arles naar Saintes Maries rijdende auto's niet meer waren dan langs de horizon voortkruipende kevertjes. Hij keek weer even om. Dertig meter nu, niet meer. Ze reden nu niet langer in waaiervorm maar vrijwel in rechte lijn naast elkaar, van links op hem toestuivend, en hem zodoende dwingend steeds meer naar rechts te zwenken. Hij was er zich van bewust dat dit met een of andere grondige bedoeling werd gedaan, maar terwijl hij weer voor zich keek, kon hij niets zien dat deze manoeuvre rechtvaardigde. Het voor hem liggende terrein bood dezelfde afwisselende aanblik als het terrein dat achter hem lag: er lag, recht vooruit, een ongewoon groot stuk haast verblindend groen land, misschien honderd meter lang en dertig breed, maar afgezien van de omvang in geen enkel opzicht verschillend van ettelijke plekjes groen die hij de laatste vier of vijf kilometer was gepasseerd. Zijn paard, realiseerde Bowman zich, was bekaf en aan het eind van zijn krachten. Met zweet en schuim bedekt, en zwaar hijgend, leek het al even uitgeput als Bowman zelf. Tweehonderd meter voor hem lag dat uitnodigend groene stuk grond en even flitste de ongerijmde gedachte door Bowman heen hoe heerlijk het zou zijn om daar, onder de schaduw van een parasol, op een vredige zomerdag te rusten. Hij vroeg zich af waarom hij het niet opgaf, het einde van deze achtervolging was zo zeker als de dood zelf; hij zou het hebben opgegeven, als hij maar geweten had hoe hij dat zou moeten aanleggen. Opnieuw keek hij om. De vijf ruiters achter hem vormden nu een diepe halve kring, de twee aan de uiteinden niet meer dan tien meter achter hem. Hij keek weer voor zich, zag de groene plek niet meer dan twintig meter ver weg, bedacht toen dat Czerda zich nu binnen schootsafstand bevond, en Bowman was ervan overtuigd dat als de vijf mannen naar de woonwagens terugkeerden, hij er niet bij zou zijn. Nogmaals keek hij om en zag tot zijn verbazing dat alle vijf mannen hun paarden plotseling inhielden, en nog wel met forse kracht. Hij begreep dat er iets mis was, verschrikkelijk mis, maar nog voor hij hierover kon gaan nadenken hield zijn eigen paard plotseling en binnen ongelooflijk korte afstand in, voorbenen gespreid en half zittend doorglijdend tot aan de rand van het stuk groen. Het paard kwam tot stilstand, maar Bowman niet. Nog steeds omkijkend, werd hij volledig overrompeld. Hij vloog uit het zadel, over het hoofd van het paard heen en smakte op het groene grasveld. Hij had door de schok buiten bewustzijn moeten zijn geraakt, in het ongunstigste geval zijn nek moeten hebben gebroken, in het gunstigste geval pijnlijk moeten zijn terechtgekomen, maar niets van dat alles gebeurde omdat het onmiddellijk duidelijk was dat het grasveld niet was wat het scheen te zijn. Hij kwam niet met een dreun neer en veerde niet op en rolde niet omver: in plaats daarvan belandde hij met een zuigende plons op een zachte, meegevende, schokdempende substantie. Hier begon hij langzaam in weg te zinken. De vijf ruiters lieten hun paarden een paar stappen naar voren komen, hielden stil, leunden voorover in het zadel en keken onbewogen omlaag. Bowman bevond zich nu in verticale houding, zij het iets voorover leunend. Hij was al tot aan zijn heupen in het dodelijke drijfzand weggezakt, op niet meer dan anderhalve meter afstand van de veiligheid van vaste grond. Wanhopig zwaaide hij zijn armen uit in een poging om die vaste grond te bereiken maar kwam geen centimeter vooruit. De ruiters bleven onbeweeglijk in het zadel zitten toekijken; hun strakke gezichten weerspiegelden op angstaanjagende wijze absolute onverzoenlijkheid. Bowman zonk tot het middel weg. Hij probeerde een voorzichtige zwembeweging, want hij realiseerde zich dat verwoed worstelen alleen maar het tegengestelde resultaat zou hebben van wat hij wilde bereiken. Die zwembeweging vertraagde het wegzinken maar bracht het niet tot staan: de zuigkracht van het drijfzand was verschrikkelijk in haar genadeloosheid. Hij keek naar de vijf mannen. De volledige onbewogenheid was verdwenen. Czerda lachte de genoeglijke lach die hij voor gelegenheden als deze bewaarde, Searl likte langzaam, obsceen zijn lippen af. Alle ogen waren op Bowmans gezicht gericht, maar als hij erover dacht om hulp te roepen of om genade te smeken, dan was hiervan op zijn strakke gezicht niets te bespeuren. Hij dacht daar trouwens ook geen moment aan. Op de rotsen van Les Baux en in de arena van Mas de Lavignole was hij bang geweest, maar hier, nu, voelde hij geen angst. Bij die andere gelegenheden was er een kans, hoe gering ook, geweest het te overleven, afhankelijk van zijn eigen vindingrijkheid, zijn combinatie van vaardigheid en scherpe blik; maar hier waren al zijn kennis en ervaring en vaardigheid, zijn buitengewone reactievermogen en lichamelijke eigenschappen volslagen onbruikbaar — uit drijfzand is geen ontsnappen mogelijk. Het was het einde, het was onvermijdelijk, en hij berustte erin. El Brocador keek naar Bowman. Het drijfzand kwam nu bijna tot aan zijn oksels, alleen zijn schouders, armen en hoofd waren nog te zien. El Brocador bestudeerde het onbewogen gezicht, knikte in zichzelf, draaide zich om en keek beurtelings naar Czerda en Searl, afkeer en verachting op zijn gezicht. Hij haakte een lasso van zijn zadelknop. 'Zoiets doe je een mens niet aan', zei hij. 'Ik schaam me voor ons allemaal. ' Met een vaardige polsbeweging slingerde hij de lasso uit: het uiteinde van het touw kwam precies tussen Bowmans uitgestrekte handen terecht.
***
Zelfs de vurigste beschrijver van de aantrekkelijkheden van Saintes Maries- zo die er zijn- zou er moeite mee hebben om te jubelen over de schoonheid van de hoofdstraat van het stadje, die van oost naar west langs een zeekust loopt die volledig onzichtbaar is achter een hoge rotswand. De straat is, evenals de rest van het stadje, van iedere schilderachtige, artistieke of architecturale verdienste gespeend, ofschoon de grauwheid deze middag misschien iets werd opgefleurd door de drommen vreemd uitgedoste toeristen, zigeuners, cowboys, en de onvermijdelijke kermiskramen, schiettenten, waarzegsterstentjes en souvenirwinkeltjes die ten pleziere van al die gasten waren verrezen. Het was, zou men zo denken, geen schouwspel dat de aristocratische ziel van de hertog veel deugd zou hebben gedaan, maar toch lag er, terwijl hij daar op het terrasje van het Miramar Hotel het tafereel zat op te nemen, een uitdrukking op zijn gezicht die van vriendelijke welwillendheid getuigde. Nog vreemder in het licht van zijn ondemocratische principes, was het feit dat Carita, zijn chauffeuse, naast hem zat. De hertog nam een literkaraf vol rode wijn op, schonk een grote hoeveelheid in een groot glas dat voor hem stond, een klein scheutje in een klein glas dat zij voor zich had, en er kwam opnieuw een welwillende glimlach op zijn gezicht terwijl hij niet naar de kleurige voorbijgangers maar naar een telegram keek dat hij in zijn hand hield. Het was duidelijk dat de hertog niet dank zij, maar ondanks Saintes Maries en zijn inwoners in zo'n stralend humeur was. De bron van zijn voldoening lag in het papier dat hij in zijn hand had. 'Voortreffelijk, mijn lieve Carita, voortreffelijk. Precies wat we wilden weten. Mijn hemel, ze hebben snel gereageerd. ' Hij bestudeerde het telegram opnieuw en zuchtte. 'Het is prettig, bijzonder prettig, als blijkt dat je gissingen voor honderd procent juist zijn geweest. ' 'Dat zijn uw gissingen altijd, meneer de hertog. ' 'Hè? Wat zei je? Ja, ja, natuurlijk. Neem nog wat wijn. ' De hertog had voor een ogenblik alle belangstelling in zowel het telegram als Carita verloren en zat bedachtzaam naar een grote zwarte Mercedes te staren die op enkele meters afstand tot stilstand was gekomen. Het Chinese paar dat de hertog voor het laatst op het hotelterras in Arles had gezien, stapte uit en liep naar de hotelingang. Ze liepen vlak langs het tafeltje van de hertog. De man knikte, zijn vrouw glimlachte vaag, en de hertog liet zich niet onbetuigd en maakte een plechtige buiging. Hij keek hen na toen ze naar binnen gingen en draaide zich toen naar Carita om. 'Czerda zal zo dadelijk wel met Bowman komen opdagen. Ik vind dit bij nader inzien geen geschikte ontmoetingsplaats. Te openbaar, veel te openbaar. Er is anderhalve kilometer ten noorden van de stad een grote parkeerplaats. Laat Czerda daar stoppen en op me wachten terwijl jij terugrijdt om mij te halen. ' Ze glimlachte en stond op om weg te gaan, maar de hertog hief een hand op. 'Nog één ding voor je gaat. Ik moet een heel dringend telefoongesprek voeren en dat wil ik in volkomen afzondering doen. Zeg de directeur van dit hotel dat ik hem wil spreken. Direct. '
***
Le Hobenaut, Tangevec en Daymel lagen nog steeds ieder in hun bed, nog steeds aan de wand van de woonwagen vastgeklonken. Bowman, nu ontdaan van zijn clownspak, zijn cowboykostuum verfomfaaid en doorweekt, lag op de grond met zijn handen op zijn rug gebonden. Cecile en Lila zaten op een bank onder het waakzame oog van Ferenc en Masaine. Czerda, El Brocador en Searl zaten aan een tafel: ze spraken niet en ze keken erg somber. Hun sombere gelaatsuitdrukking werd nog somberder toen ze luisterden naar de afgemeten voetstappen op het trapje van de woonwagen. De hertog maakte zijn gebruikelijke indrukwekkende entree. Hij bekeek de drie mannen die aan de tafel zaten met koele blik. 'We moeten voortmaken. ' Zijn stem was kortaf, gebiedend en net zo koel als zijn gezicht. 'Ik heb telegrafisch bericht ontvangen dat de politie verdenking begint te koesteren en inmiddels wellicht zekerheid over ons heeft- dank zij jou Czerda, en die klungelende idioot Searl daar. Ben je krankzinnig, Czerda?' 'Ik begrijp u niet, meneer. ' 'Dat is het nou precies. Jij begrijpt niets. Jij was van plan Bowman te doden voordat hij ons verteld had hoe hij ons op het spoor kwam, wie zijn contacten zijn, waar mijn tachtigduizend francs zijn. En het ergst van al, sukkel die je bent, je was van plan hem in het openbaar om zeep te helpen. Snap je niet wat een enorme publiciteit dat zou hebben gekregen? Werk in stilte, in het geheim, dat is mijn wachtwoord. ' 'We weten waar de tachtigduizend francs zijn, meneer. ' Czerda probeerde nog iets te redden. 'O ja? Wéten we dat? Ik heb zo'n idee dat je er weer tussen genomen bent, Czerda. Maar dat kan wachten. Weet je wat er met jullie allemaal gebeurt als de Franse politie jullie te pakken krijgt?' Stilte. 'Weet je welke zware straffen de Franse rechters ontvoerders opleggen?' Nog steeds stilte. 'Niet één van jullie kan erop hopen er met minder dan tien jaar gevangenis van af te komen. En als ze jullie die moord op Alexandre ten laste kunnen leggen... ' De hertog keek beurtelings naar El Brocador en de vier zigeuners. Aan hun gelaatsuitdrukking was duidelijk te zien dat ze terdege wisten wat er zou gebeuren als zij als de daders van de moord konden worden aangewezen. 'Heel goed dan. Van dit moment af hangt jullie toekomst en je leven er helemaal van af of je precies doet wat ik beveel- het gaat mijn macht niet te boven om jullie de consequenties van je eigen stommiteiten te besparen. Als je precies doet wat ik zeg. Precies. Is dat duidelijk?' Alle vijf mannen knikten. Niemand zei iets. 'Heel goed. Maak die kettingen van die mannen los. Maak Bowmans handen los. Als de politie ze zo aantreft — nou, dan is alles afgelopen. Van nu af aan bewaken we ze met revolvers en messen. Breng al hun vrouwvolk hier in de wagen- ik wil al onze eieren in één mandje hebben. Som onze voorgenomen plannen nog eens op, Searl. Neem ze kort en duidelijk door zodat zelfs de stomste sukkel, en dat geldt ook voor jou, kan begrijpen wat we voor ogen hebben. Laat iemand wat bier voor me halen. ' Searl schraapte bedeesd zijn keel en zag er hoogst ongelukkig uit. De arrogantie, het bedaarde koele gezag waarmee hij die ochtend Czerda in de biechttent te woord had gestaan, waren verdwenen alsof ze nooit hadden bestaan. 'Samenkomst op een tijdstip tussen gisterenavond en maandagnacht. Er ligt een snelle motorboot klaar... ' De hertog zuchtte in wanhoop en hief een hand op. 'Kort en duidelijk, Searl. Duidelijk. Samenkomst waar, idioot? Met wie?' 'Neem me niet kwalijk, meneer. ' De adamsappel hupte in de magere hals op en neer terwijl Searl zenuwachtig slikte. 'Voor Palavas in de Golf van Aigues-Mortes. Vrachtschip Kanton. ' 'Op weg naar?' 'Kanton. ' 'Precies. ' 'Herkenningsseinen... ' 'Dat doet er niet toe. De motorboot?' 'Ligt in Aigues-Mortes, Kanaal van de Rhône naar Sète. Ik moest de boot morgen overbrengen naar Grau-du-Roi... ik dacht niet — ik... ' 'Dat heb je nooit gedaan', zei de hertog vermoeid. 'Waarom zijn die verdomde vrouwen nog niet hier? En waarom zijn die kerels nog geboeid? Opschieten. ' Voor het eerst kwam hij wat tot kalmte en glimlachte vaag. 'Ik wed dat onze vriend Bowman nog steeds niet weet wie onze drie andere vrienden zijn. Niet, Searl?' 'Kan ik het hem vertellen?' vroeg Searl gretig. Het vooruitzicht om van de gloeiende stoel op te staan en het zoeklicht op iets anders te richten was duidelijk heel aantrekkelijk. 'Ga je gang. ' De hertog nam een ferme slok bier. 'Kan het nu nog kwaad?' 'Natuurlijk niet. ' Searl glimlachte breed. 'Mag ik even voorstellen? Graaf le Hobenaut, Henri Tangevec en Serge Daymel. De drie prominentste raketbrandstofexperts aan de andere kant van het IJzeren Gordijn. De Chinezen wilden de drie heren dringend hebben, tot dusver hebben ze nog steeds geen raket kunnen ontwikkelen die met hun atoomkoppen kan worden uitgerust. Die drie mannen zouden dat kunnen doen. Maar er was tussen China en Rusland geen enkele landgrens die gebruikt kon worden, geen enkel neutraal land dat vriendschappelijk tegenover de twee grote mogendheden stond en niet al te scherp op onregelmatige gebeurtenissen zou hebben gelet. Dus bracht Czerda ze van achter het IJzeren Gordijn naar het westen. Niemand zou ooit op de gedachte komen dat dergelijke geleerden naar het westen zouden overlopen- het westen had zijn eigen brandstofexperts. En aan de grenzen worden zigeuners nooit lastige vragen gesteld. Het spreekt vanzelf dat als de drie mannen een slimmigheidje wilden uithalen, hun vrouwen zouden zijn gedood. Als de vrouwen een slimmigheidje uithaalden, zouden de mannen worden gedood. ' 'Dat werd die vrouwen tenminste gezegd', zei de hertog verachtelijk. 'Het laatste dat we wilden was wel dat deze mannen iets zou overkomen. Maar vrouwen- die geloven alles. ' Hij vergunde zichzelf een lachje van voldoening. 'De eenvoud — als ik het zelf mag zeggen- de verbluffende eenvoud van het ware genie. Aha, daar zijn de vrouwen. Naar Aigues-Mortes, en op topsnelheid. Zeg je mensen van de andere woonwagens, Czerda, dat je ze morgen in Saintes Maries wil zien. Kom, Lila, liefje. ' 'Met jou mee?' Ze staarde hem vol afkeer aan. 'Je moet gek zijn. Denk je dat ik met jou meega?' 'We moeten de uiterlijke schijn ophouden, liefje, nu meer dan ooit. Wie kan ook maar enige verdenking koesteren tegen een man met een zo mooie jongedame naast zich? Bovendien, het is erg warm en ik heb iemand nodig om mijn parasol op te houden. ' Iets meer dan een uur later, nog steeds woedend en met samengeperste lippen, klapte ze de parasol in toen de groene Rolls Royce stopte voor de grimmige muren van Aigues-Mortes, de gaafst bewaard gebleven ommuurde kruisvaardersburcht in Europa. De hertog stapte waardig uit en wachtte tot Czerda de reparatietruck die als trekker van zijn woonwagen diende, tot stilstand had gebracht. 'Wacht hier', beval hij. 'Ik ben zo terug. ' Hij knikte naar de Rolls. 'Houd juffrouw Delafont daar goed in de gaten. Behalve jij mag niemand zich laten zien, onder geen voorwaarden. ' Hij keek de weg langs in de richting van Saintes Maries. Er was op dit moment geen verkeer te zien. Hij liep snel weg en ging door de noordelijke poort de grimmige en ongenaakbare stad binnen, sloeg rechtsaf het parkeerterrein op en stelde zich verscholen op achter een draaiorgel. De orgeldraaier, een afgeleefde oude man, die, ondanks de middaghitte twee overjassen droeg en een vilten hoed op had, keek nijdig op van het krukje waarop hij had zitten dutten. De hertog gag hem tien francs. De orgeldraaier verving zijn boze blik door een vaag lachje, haalde een pal om en begon aan het wiel te draaien: het krijsende kakofonische resultaat was een valse weergave van een wals die geen enkele levende of dode componist als de zijne zou hebben erkend. De hertog huiverde, maar bleef waar hij was. Binnen twee minuten reed een zwarte Mercedes de poort binnen, zwenkte rechtsaf en stopte. Het Chinese paar stapte uit, keek niet op of om, en liep haastig de hoofdstraat door- in feite de enige straat van Aigues-Mortes- in de richting van het kleine met caféterrasjes omzoomde pleintje bij het stadscentrum. De hertog volgde in wat kalmer tempo en op discrete afstand. Het Chinese paar stak het pleintje over en bleef weifelend op een hoek bij een souvenirwinkeltje staan, niet ver van het standbeeld van Sint-Aloysius. Nauwelijks stonden ze daar of er kwamen vier forse mannen in donker burgerkostuum het winkeltje uit, twee uit elk van de beide deuren, en gingen om het paar heen staan. Een van de mannen liet de Chinees iets zien dat hij in de palm van zijn hand hield. De Chinees gesticuleerde en scheen heftig te protesteren, maar de vier mannen schudden alleen maar vastberaden hun hoofd en leidden het paar weg naar een paar wachtende zwarte Citroëns. De hertog knikte van kennelijke voldoening, draaide zich om en liep in gezwinde pas terug naar zijn Rolls en Czerda's woonwagen. Na een ritje van nauwelijks één minuut kwamen ze bij een steigertje langs het kanaal van de Rhône naar Sète, een kanaal dat de Rhône bij Le Grau-du-Roi met de Middellandse Zee verbindt en parallel loopt met de westelijke muur van Aigues-Mortes. Aan het uiteinde van het steigertje lag een ca. twaalf meter lang motorjacht gemeerd met een grote glazen kajuit en een slechts iets kleinere stuurhut achteraan. Te oordelen naar de breed uitlopende boeg scheen het een vaartuig te zijn dat in termen van snelheid tot ongewone dingen in staat was. De Rolls en de woonwagen reden de wegberm in en stopten zo dat de achterkant van de woonwagen nog geen twee meter van de kop van de steiger verwijderd was. De overbrenging van de gevangenen van de woonwagen naar de motorboot werd vlot en snel uitgevoerd, op een wijze die zelfs bij de nieuwsgierigste toeschouwer geen argwaan zou kunnen hebben gewekt; om precies te zijn was de dichtstbijzijnde aanwezige een hengelaar die honderd meter verderop zat en wiens aandacht klaarblijkelijk geheel geconcentreerd was op wat er onder het wateroppervlak van het kanaal aan het uiteinde van zijn snoer gebeurde. Ferenc en Searl, beiden met een nauwelijks verborgen revolver in de hand, stonden op de steiger bij een korte loopplank en de hertog en Czerda, eveneens onopvallend gewapend, stonden op het achterdek van de boot, terwijl eerst de drie geleerden, toen hun vrouwvolk en ten slotte Bowman, Cecile en Lila achter elkaar aan boord stapten. Onder bedreiging van de revolvers namen ze plaats op de banken langs de zijkanten van de kajuit Ferenc en Searl gingen de stuurhut binnen en Searl liep meteen door naar de plaats van de roerganger. De hertog en Masaine bleven nog even op het achterdek om zich ervan te overtuigen dat ze niet gezien waren, toen kwam de hertog de kajuit in, stak zijn revolver in zijn zak en wreef zich voldaan in de handen. 'Voortreffelijk, voortreffelijk, voortreffelijk. ' Het klonk bepaald opgewekt. 'Alles, zoals altijd, onder controle. Start de motoren, Searl!' Hij draaide zich om en stak zijn hoofd door de deuropening van de kajuit 'Afduwen, Masaine!' Searl drukte een paar knoppen in en de twee dieselmotoren kwamen met een diep en krachtig ronkend geluid op gang, maar een geluid dat geenszins luid genoeg was om een korte felle pijn kreet te overstemmen; de kreet kwam uit de mond van de hertog, die nog steeds door de deuropening naar het achterschip stond te kijken. 'Je eigen revolver is op je eigen nier gericht', zei Bowman. 'Als er ook maar iemand een beweging maakt, ga jij eraan. ' Hij keek naar Ferenc en Czerda en Searl en El Brocador. Ten minste drie van hen, wist hij, waren gewapend. Hij zei: 'Zeg Searl, die motoren stil te zetten. ' Searl stopte de motoren zonder dat de hertog het bevel behoefde door te geven. 'Zeg Masaine datie hier komt', zei Bowman. 'Zeg hem dat ik een revolver tegen je lende heb. ' Hij keek de kajuit rond: niemand verroerde zich. 'Zeg hem dat hij meteen komt of ik haal de trekker over. ' 'Dat durf je niet!' 'Wees maar niet bang', zei Bowman sussend. 'De meeste mensen kunnen het best met één nier stellen. ' Hij gaf opnieuw een por met de revolver en de adem stokte de hertog in de keel. Hij zei schor: 'Masaine! Kom direct hier. Doe je revolver weg. Bowman heeft me onder schot. ' Het bleef een paar seconden stil, toen verscheen Masaine in de deuropening. In zijn gunstigste ogenblikken toch al geen diepe denker, wist hij op dit moment kennelijk niet wat hij moest doen: de aanblik van Ferenc, Searl en El Brocador, die druk bezig waren niets te doen, overtuigde hem ervan dat niets doen voorlopig de verstandigste en voorzichtige handelwijze was. Hij ging de kajuit binnen. 'Nu staan we voor het delicate probleem van het machtsoverwicht', zei Bowman op gezellige gesprekstoon. Hij was nog steeds bleek en afgetobt, hij voelde zich onuitsprekelijk moe en stijf en zijn hele lichaam deed hem pijn; maar vergeleken bij zijn toestand van twee uur geleden voelde hij zich prinsheerlijk. 'Een probleem van zet en tegenzet en evenwicht. Hoeveel invloed en gezag kan ik op jullie uitoefenen terwijl ik hier sta met deze revolver in mijn hand? Hoeveel van mijn wil kan ik jullie opleggen? Een beetje- maar niet meer dan een beetje. ' Hij trok de hertog bij de schouder achteruit, stapte opzij en keek toe hoe de hertog op een bank neerzeeg, een solide bank die niet bezweek. De hertog keek Bowman woedend aan, de aristocratische gloed in de blauwe ogen tot maximale felheid aangewakkerd: Bowman bleef onbewogen. 'Het is moeilijk te geloven als ik je zo bekijk', zei Bowman tegen de hertog, 'maar jij bent vrijwel zeker de intelligentste van die boevenbende van je. Niet, natuurlijk, dat daar zo erg veel intelligentie voor nodig zou zijn. Ik heb hier een revolver en die heb ik in mijn hand. Er zijn er nog vier hier die ook een revolver hebben en al hebben ze die dan op dit moment niet in hun hand, het hoeft niet zo erg veel tijd te kosten eer het wel zo ver is. Als het tot een gevecht zou komen, lijkt het me hoogst onwaarschijnlijk dat ik jullie alle vier te pakken zou kunnen krijgen voordat een van jullie- twee is misschien waarschijnlijker- mij te pakken krijgt. Ik ben geen revolverheld van het Wilde Westen. Bovendien zijn er hier acht onschuldige mensen- negen, als je mij meetelt- en een vuurgevecht in deze omsloten ruimte zou haast met zekerheid tot gevolg hebben dat er een paar gewond, misschien zelfs gedood werden. Ik zou dat niet prettig vinden, evenmin als ik het prettig zou vinden zelf te worden neergeknald. ' 'Kom ter zake', gromde de hertog. 'Dat is nogal duidelijk. Welke eisen kan ik jullie stellen die niet zo zwaar zijn dat ze dit vuurgevecht op gang zouden brengen, welk vuurgevecht we allemaal, daar ben ik zeker van, willen vermijden? Als ik jullie beval je revolvers over te geven, zouden jullie dat dan doen, rustig en tam, met de wetenschap dat jullie allemaal lange gevangenisstraffen en waarschijnlijk aanklachten wegens moord wachtten? Ik betwijfel het. Als ik zei dat ik jullie zal laten gaan maar de geleerden en hun vrouwen meeneem, zouden jullie daar genoegen meenemen? Alweer, ik betwijfel het, want zij zouden het levende bewijs van jullie misdaden zijn met het gevolg dat als jullie je maar ergens in West-Europa vertoonden jullie in de gevangenis terecht zouden komen en als jullie je ergens in Oost-Europa vertoonden zouden jullie van geluk mogen spreken als jullie in een Siberisch concentratiekamp werden opgesloten, aangezien de communisten niet zo erg gebrand zijn op mensen die hun prominente geleerden ontvoeren. Het komt er in feite op neer dat jullie je nergens in Europa meer zouden kunnen vertonen. Jullie zouden gewoon aan boord van de Kanton moeten stappen om de hele thuisreis mee te maken, en ik geloof niet dat jullie het leven in China wel zo heerlijk zullen vinden als beweerd wordt- door de Chinezen. 'Aan de andere kant betwijfel ik of jullie wel bereid zouden zijn een gevecht op leven en dood te beginnen om het vertrek van de twee jongedames en mijzelf te beletten. De meisjes betekenen niets, een paar romantische en nogal leeghoofdige jonge vakantiegangsters die dachten dat het leuk was om in deze duistere zaken betrokken te worden. ' Bowman vermeed het zorgvuldig naar de twee meisjes te kijken. 'Ik geef toe dat het voor mij mogelijk is moeilijkheden te gaan maken, maar ik zie het niet in dat ik er erg ver mee zou komen: het zou alleen maar mijn woord zijn tegen dat van jullie, ik zou geen snippertje bewijs kunnen overleggen, en ik kan geen enkele manier bedenken waarop die moord in de grot jullie zou kunnen worden aangerekend. Het enige bewijs vormen de geleerden en hun vrouwen, en zij zouden al halverwege China zijn voordat ik iets zou kunnen doen. Nou?' 'Ik kan met je redenering meegaan', zei de hertog zuchtend. 'Probeer ons te dwingen onszelf of de geleerden op te geven- of hun vrouwen — en je zou nooit levend van deze boot af komen. Jij en die twee jonge dwazen daar, dat is, zoals je zelf al zei, iets anders. Je kunt verdenking wekken, maar dat is alles wat je kunt doen: beter dat dan twee of drie van mijn mannen zinloos te laten neerknallen. ' 'Jij zou het ook kunnen zijn', zei Bowman. 'De mogelijkheid was me niet ontgaan. ' 'Jij bent mijn eerste keus als gijzelaar en vrijgeleide', zei Bowman. 'Dat had ik wel gedacht. ' De hertog kwam met kennelijke tegenzin overeind. 'Dit bevalt me niks', zei Czerda. 'Wat als... ' 'Wil jij de eerste zijn die eraan gaat?' vroeg de hertog vermoeid. 'Laat het denken aan mij over, Czerda. ' Czerda, kennelijk slecht op zijn gemak, zei niets meer. Op een gebaar van Bowman liepen de twee meisjes de kajuit uit en de loopplank op. Bowman, achteruit lopend met zijn revolver op enkele centimeters van het middenrif van de hertog, volgde. Boven aan de loopplank gekomen zei Bowman tegen de meisjes: 'Weg jullie, en zorg dat niemand je ziet. ' Hij wachtte tien seconden en zei toen tegen de hertog: 'Draai je om. ' De hertog draaide zich om. Bowman gaf hem een stevige duw waardoor hij struikelend, bijna vallend, de loopplank aftuimelde. Bowman liet zich plat op de grond vallen: er was altijd een kleine mogelijkheid dat iemand van gedachten veranderde. Maar er werd niet geschoten, er kwamen geen hollende voetstappen over de loopplank. Bowman hief behoedzaam het hoofd op. De motoren waren weer gestart. De motorboot was al twintig meter weg en vermeerderde vaart. Bowman stond vlug op en rende, gevolgd door Cecile en Lila, naar de Rolls. Carita staarde hem stomverbaasd aan. 'Eruit!' zei Bowman. Carita opende haar mond om te protesteren, maar Bowman was niet in de stemming om protesten aan te horen. Hij rukte het portier open en tilde haar praktisch op de grond. Nog geen seconde later zat hij zelf achter het stuur. 'Wacht!' riep Cecile. 'Wacht even! Wij gaan met je.. 'Deze keer niet. ' Hij boog zich uit het raampje en graaide Ceciles tasje uit haar hand. Ze staarde hem aan, haar mond iets geopend, maar zei niets. Hij vervolgde: 'Ga naar het dorp. Bel de politie in Saintes Maries op, zeg ze dat er een ziek meisje in een groenwitte woonwagen ligt die op een parkeerplaats staat ongeveer anderhalve kilometer ten noorden van de stad en dat ze haar meteen naar een ziekenhuis moeten overbrengen. Vertel ze niet wie je bent, zeg geen woord meer dan die ene boodschap. Hang gewoon op. ' Hij knikte naar Lila en Carita. 'Die twee kunnen er voorlopig wel mee door. ' 'Mee door als wat?' 'Bruidsmeisjes. ' De weg tussen Aigues-Mortes en Le Grau-du-Roi is maar enkele kilometers lang en loopt voor het grootste deel vlak langs het kanaal; de enige afscheiding tussen weg en water is daar een smalle strook hoog riet. Tussen deze rietstengels door kreeg Bowman, nog geen minuut nadat hij met de Rolls was weggereden, zijn eerste blik op de motorboot, amper honderd meter voor hem uit. De boot voer al op ongeoorloofd hoge snelheid, de achtersteven diep in het water gedrukt, schuim hoog en ver wegspattend van de boegflanken; het kielzog joeg hoge golven tegen beide oevers van het kanaal op. Searl stond aan het roer, Masaine en El Brocador en Ferenc waren gaan zitten maar hielden een waakzaam oog op de passagiers, terwijl de hertog en Czerda bij de achterdeur van de kajuit stonden te praten. Czerda keek nog steeds erg somber. Hij vroeg: 'Maar hoe kunt u er zeker van zijn dat hij ons geen kwaad kan doen?' 'Ik ben er zeker van. ' De hertog had inmiddels kennelijk zijn oude zelfvertrouwen teruggekregen. 'Maar hij gaat natuurlijk naar de politie. Dat zit er dik in. ' 'Nou en? Je hebt gehoord wat hij zelf zei. Alleen zijn woord tegen dat van ons allemaal? Met alle bewijzen hoog en droog op weg naar China? Ze zullen hem voor gek verklaren. En zelfs al doen ze dat niet, ze kunnen letterlijk niets bewijzen. ' 'Het bevalt me nog altijd helemaal niet', zei Czerda koppig. 'Ik denk...' 'Laat het denken maar aan mij over', zei de hertog kortaf. 'Goeie God!' Er klonk een geluid van splinterend glas, een knal, en een schrille pijnkreet van Searl, die het stuurrad losliet en beide handen aan zijn linkerschouder bracht. De boot maakte een scherpe zwenking naar links en stoof recht op de oever af: ze zou er ongetwijfeld tegenop zijn gevlogen als Czerda, ofschoon ouder dan al zijn metgezellen en het verst van het stuurrad verwijderd, niet met verbluffende snelheid had gereageerd: hij sprong naar voren en tolde het stuurwiel verwoed naar stuurboord. Hij slaagde erin te voorkomen dat de motorboot de neus in de oever boorde, maar was te laat om te verhinderen dat de wild slingerende boot met haar bakboordzijde tegen de oever sloeg en wel met zulk een dreunende schok dat de mannen, behalve Czerda, en behalve de paar die waren gaan zitten, tegen het dek smakten. Het was op dat ogenblik dat Czerda door een zijraam keek en Bowman aan het stuur van de Rolls Royce zag zitten, nog geen vijf meter van hen vandaan op de parallelweg; hij zag dat Bowman door een geopend raampje de revolver van de hertog zorgvuldig richtte. 'Liggen!' schreeuwde Czerda. Hij was zelf de eerste die op de grond lag. 'Plat op de vloer!' Weer klonk het geluid van versplinterend glas, weer de gelijktijdige knal van het schot, maar ditmaal werd niemand gewond. Czerda kwam ineengedoken overeind, schoof de gasknop terug, gaf het stuurrad aan Masaine over, en voegde zich bij de hertog en Ferenc, die al op handen en voeten naar het achterdek waren gekropen. De drie mannen gluurden behoedzaam over het gangboord, gingen toen rechtop staan, wijselijk hun revolvers achter hun rug houdend. De Rolls was dertig meter achterop geraakt. Bowman zag zich de weg geblokkeerd door een landbouwtractor die een grote vierwielige hooiwagen voortzeulde, en kon niet passeren aangezien er van de tegenovergestelde richting verscheidene auto's naderden. 'Sneller', zei Czerda tegen Masaine. 'Niet te snel- blijf gewoon die tractor voor. Zo ja. Goed zo. ' Hij keek naar de laatste van een hele rij auto's die van de andere kant kwam en aan de overzijde van de weg de tractor passeerde. 'Daar komt-ie. ' De lange groene neus van de Rolls kwam voor de tractor in zicht. De drie mannen op het achterdek van de motorboot richtten hun revolvers, en toen de tractorrijder dat zag, trapte hij geschrokken op de rem en maakte zo'n scherpe zwenking naar rechts dat hij tot stilstand kwam met het rechtervoorwiel van zijn tractor over de oever van het kanaal boven het water hangend. Door dat plotselinge afremmen en wegzwenken kwam de hele lengte van de Rolls volledig en abrupt in zicht. Bowman, revolver tot vuren gereed in zijn hand, zag het gevaar, liet het wapen vallen en dook zo diep mogelijk ineen. Hij huiverde terwijl kogel na kogel in de carrosserie van de Rolls sloeg. De voorruit vertoonde plotseling een zich snel uitbreidende ster en werd volslagen ondoorzichtig. Bowman duwde zijn vuist door de onderkant van de ruit, trapte het gaspedaal tot op de plank en stoof weg. Het was wel duidelijk dat hij, nu het verrassingselement verdwenen was, geen schijn van kans had tegen de drie gewapende mannen op het achterdek. Hij vroeg zich vaag af wat de hertog zou denken van de plotseling verminderde inruil waarde van zijn Rolls. Hij reed met grote snelheid langs de arena links van hem het stadje Le Grau-du-Roi binnen en bracht de wagen slippend tot stilstand bij de oprit van de draaibrug over het kanaal, die beide delen van de stad met elkaar verbindt. Hij maakte Ceciles handtas open, plukte een paar bankbiljetten van het bundeltje Zwitserse francs dat hij uit Czerda's woonwagen had meegenomen, stopte het bundeltje weer in het tasje, duwde de tas in een kastje, hoopte vurig dat de burgers van Le Grau-du-Roi eerlijke mensen waren, stapte uit en rende de kade langs. Hij ging op wandeltempo over toen hij het vaartuig naderde dat vlak bij de brug aan de linkeroever gemeerd lag. Het was een vissersboot met brede, hoge boeg, een houten en kennelijk zeer solide geconstrueerd schip dat zijn beste dagen al enige jaren achter zich had. Bowman liep naar een in grijze trui geklede visser van middelbare leeftijd toe die op een bolder zat en lusteloos bezig was een net te boeten. 'Dat is een mooie boot die u daar hebt', zei Bowman op zijn beste toon als bewonderende toerist. 'Is die te huur?' De visser was door die rechtstreekse vraag een beetje overrompeld. Financiële zaken werden doorgaans heel wat diplomatieker aangepakt. 'Veertien knopen en gebouwd als een tank', zei de eigenaar trots. 'De beste houten vissersboot in het zuiden van Frankrijk. Twee Perkins' diesels. Razendsnel! En geweldig sterk. Maar alleen op lange termijn te huur, m'sieur. En nog alleen als het slecht gaat met de visserij. ' 'Jammer, erg jammer. ' Bowman haalde een paar Zwitserse bankbiljetten uit zijn zak en speelde er zo'n beetje mee. 'Zelfs niet voor een uurtje? Ik heb dringende redenen, geloof me. ' Die had hij inderdaad. In de verte kon hij het aanzwellende geronk van de motorboot al horen. De visser keek bedachtzaam op; het valt niet mee om van anderhalve meter afstand de waarde van buitenlandse bankbiljetten te onderscheiden. Maar zeemansogen zijn per traditie bijzonder scherp. Hij stond op en sloeg zich op de dij. 'Ik zal een uitzondering maken', deelde hij mee, en voegde er toen sluw aan toe: 'Maar ik zal natuurlijk met u mee moeten gaan. ' 'Natuurlijk. Ik had niets anders verwacht. ' Bowman gaf hem de twee biljetten van duizend Zwitserse francs. Een snelle polsbeweging en de bankbiljetten waren uit het zicht verdwenen. 'Wanneer wenst m'sieur te vertrekken?' 'Nu. ' Hij zou de boot toch wel hebben bemachtigd, wist Bowman, maar hij gaf er de voorkeur aan als middel tot overreding met Czerda's bankbiljetten te zwaaien in plaats van met een revolver: dat hij straks toch met zijn revolver zou moeten gaan zwaaien was iets waar hij geen moment aan twijfelde. Ze sprongen aan boord en de visser startte de motoren terwijl Bowman een vluchtige blik in de richting van het snel naderende geluid van de motorboot wierp. Bowman draaide zich om en keek naar de visser die rustig gas gaf en het stuurrad naar rechts zwenkte. De vissersboot maakte zich langzaam van de kade los. 'Erg moeilijk lijkt dat me niet', merkte Bowman op. 'Om de boot te bedienen, bedoel ik. ' 'Dat lijkt maar zo, m'sieur. Maar je moet er je leven lang ervaring mee hebben opgedaan om een schip als dit in de hand te hebben. ' 'Zou ik het eens kunnen proberen?' 'Nee, nee. Onmogelijk. Misschien als we buiten op zee zijn... ' 'Ik ben bang dat ik het nu meteen zal moeten doen. Mag het?' 'Over vijf minuten... ' 'Het spijt me. Echt waar. ' Bowman haalde zijn revolver te voorschijn en wees ermee naar de stuurboordhoek voor in de stuurhut. 'Ga daar zitten, alstublieft. ' De visser staarde hem aan, liet het stuurrad los en liep naar de hoek van de stuurhut. Hij zei zacht, terwijl Bowman het stuurrad overnam: 'Ik wist wel dat ik gek was. Ik ben te dol op geld, denk ik. ' 'Zijn we dat niet allemaal?' Bowman keek achterom. De motorboot bevond zich nog geen honderd meter van de brug. Hij gaf vol gas en het schip kwam zwoegend op gang. Bowman graaide in zijn zak, trok er de laatste drieduizend francs van Czerda's geld uit die hij bij zich had, en gooide ze de man toe. 'Om je nog een beetje gekker te maken. ' De visser staarde naar de bankbiljetten, deed geen poging om ze op te rapen. Hij fluisterde: 'Als ik dood ben, pakt u ze me weer af. Pierre des Jardins is niet helemaal gek. ' 'Als je dood bent?' 'Als u me doodschiet. Met die revolver. ' Hij glimlachte droevig. 'Het is iets machtigs om een revolver te hebben, niet?' 'Ja. ' Bowman draaide zijn revolver om, pakte het wapen bij de loop en wierp het voorzichtig naar de visser. 'Voel je je nou ook machtig?' De man staarde naar de revolver, pakte het wapen op, richtte het bij wijze van experiment op Bowman, legde het neer, raapte het geld op en stak het in zijn zak, nam de revolver weer in zijn hand, stond op, liep naar het stuurrad en duwde de revolver in Bowmans broekzak terug. Hij zei: 'Ik ben bang dat ik niet zo goed met die dingen overweg kan, m'sieur. ' 'Ik ook niet. Kijk eens achter je. Zie je die motorboot die daar aan komt?' Pierre keek om. De motorboot lag niet meer dan honderd meter achter hen. Hij zei: 'Ik zie 'm. Ik ken die boot. Mijn vriend Jean... ' 'Geen tijd. Vertel me later maar over die vriend van je. ' Bowman wees voor zich uit naar een vrachtschip dat daar deinend op de rede lag. 'Dat is het vrachtschipKanton. Een communistisch schip op weg naar China. Achter ons, in die motorboot, zitten boeven die mensen aan boord van dat schip willen brengen die helemaal niet naar China willen. Ik wil ze tegenhouden. ' 'Waarom?' 'Als je wil weten waarom haal ik mijn revolver uit mijn zak en dwing je om weer te gaan zitten. ' Bowman keek vlug achter zich: de motorboot lag nog maar vijftig meter achterop. 'U bent zeker Engelsman?' 'Ja. ' 'Bent u hier voor uw regering?' 'Ja. ' 'Van de geheime dienst?' 'Ja' 'Weet onze regering dat u hier aan het werk bent?' 'Ik werk voor jullie Deuxième Bureau. De baas daar is mijn baas. ' Pierre zuchtte. 'Het zal wel waar zijn. En u wil die boot tegenhouden die daar aan komt?' Bowman knikte. 'Ga dan alstublieft opzij. Dit is een karwei voor een expert. ' Bowman knikte opnieuw, trok de revolver uit zijn zak, liep naar de andere kant van de stuurhut en draaide het raampje omlaag. De motorboot voer minder dan drie meter achter hen, op nauwelijks zes meter afstand naast hen in dezelfde koers en liep snel op hen in. Czerda stond nu aan het stuurrad, met de hertog naast zich. Bowman hief zijn revolver op, liet het wapen toen weer zakken terwijl de vissersboot scherp overhellend op de motorboot afzwenkte. Drie seconden later boorde de zware eikenhouten boeg van de vissersschuit zich dreunend in de bakboordflank van het andere vaartuig. 'Dat was misschien zo ongeveer wat u voor ogen had, m'sieur?' vroeg Pierre. 'Zo ongeveer', gaf Bowman toe. De twee vaartuigen maakten zich van elkaar los en voeren naast elkaar verder. De snellere motorboot nam een voorsprong. Aan boord heerste aanzienlijke verwarring. 'Wie was die gek?' vroeg de hertog. 'Bowman!' zei Czerda met besliste stem. 'Te wapen!' schreeuwde de hertog. 'Te wapen! Pak hem!' 'Nee. ' 'Nee? Nee? Je durft je tegen mijn... ' 'Ik ruik dieselolie. Stank hangt in de lucht. Eén schot- en floep, weg zijn we. Ferenc, ga kijken hoe het met de bakboordtank staat. ' Ferenc stoof weg en kwam binnen tien seconden terug. 'Nou?' 'De tank is opengescheurd. Onderaan. Zowat alle brandstof is weg. ' Nog voor hij uitgesproken was begon de bakboordmotor te horten, te sputteren- en viel uit. Czerda en de hertog keken elkaar aan: er werd niets gezegd. Beide vaartuigen waren nu de haven uit en bevonden zich in het open water van de baai van Aigues-Mortes. De motorboot, nu op één motor aangewezen, was teruggevallen tot vrijwel naast de vissersschuit. Bowman knikte tegen Pierre, die terug knikte. Hij tolde vliegensvlug het stuurrad om, hun schip maakte een scherpe zwenking, dreunde met geweld op precies dezelfde plek als daarnet tegen de zijkant van de motorboot, en schampte weg. 'Wel godverdomme!' Aan boord van de motorboot stikte de hertog bijna van woede en deed geen enkele poging om dat te verbloemen. 'Hij heeft ons lek gestoten! Hij heeft ons lek gestoten! Kun je hem niet ontwijken, sufferd?' 'Met maar één motor is de boot moeilijk te besturen. ' Czerda's zelfbeheersing was onder de gegeven omstandigheden prijzenswaardig. Hij overdreef niet. De combinatie van een uitgevallen bakboordmotor en een lekgestoten bakboordflank maakte het vrijwel onmogelijk een rechte koers aan te houden; Czerda was geen zeeman en ondanks al zijn verwoede pogingen bleef de motorboot een wel zeer slingerende koers volgen. 'Kijk daar!' zei de hertog scherp. "Wat is dat?' Ongeveer vijf kilometer verderop, halverwege Palavas, lag een groot en ouderwets aandoend vrachtschip vrijwel stil in het water en gaf signalen met een seinlamp. 'Dat is deKanton!' riep Searl opgewonden. Hij vergat zelfs een ogenblik de pijn van de vleeswond in zijn nu omzwachtelde linkerschouder. 'DeKanton! We moeten een herkenningssein geven. Driemaal lang, driemaal kort' 'Nee!' brulde de hertog gebiedend. 'Ben je gek geworden? We moeten ze hier niet in betrekken. De internationale repercussies... kijk uit!' De vissersboot zwenkte weer op hen af. De hertog en Ferenc renden de stuurhut uit en losten een paar schoten. De raampjes van de stuurhut van de vissersschuit versplinterden, maar Bowman en Pierre hadden zich al languit op het dek laten vallen, wat de hertog en Ferenc op vrijwel precies hetzelfde moment eveneens moesten doen toen de zware eikenhouten boeg van de vissersboot hen juist op de plek waar ze stonden aan bakboordzijde ramde. Vijfmaal binnen de eerstvolgende twee minuten werd de manoeuvre herhaald. Vijfmaal sidderde de motorboot onder de dreunende aanvallen. Inmiddels was, op bevel van Le Grand Duc, het vuren gestaakt: de munitie was bijna op. 'We moeten onze laatste kogels bewaren voor het moment dat we er het meeste profijt van hebben. ' Le Grand Duc was heel kalm geworden. 'De volgende keer... ' 'DeKanton gaat weg!' schreeuwde Searl. 'Het schip draait af. ' Ze keken. De Kanton was inderdaad bezig de steven te wenden en voer met toenemende snelheid weg. 'Wat had je anders verwacht?' vroeg de hertog. 'Wees maar niet bang, we zien dat schip gauw weer. ' 'Wat bedoelt u precies?' vroeg Czerda. 'Straks. Zoals ik zei... ' 'We zinken!' Searls stem was bijna een schreeuw. 'We zinken!' Hij overdreef beslist niet: de motorboot lag nu diep in het water, terwijl de zee naar binnen stroomde door de gaten die de boeg van het vissersvaartuig in de romp had geboord. 'Dat merk ik ook', zei de hertog. Hij draaide zich naar Czerda om. 'Daar komen ze weer. Scherp naar stuurboord- naar rechts, gauw. Ferenc, Searl, El Brocador, kom mee. ' 'Mijn schouder', jammerde Searl. 'Maling aan je schouder. Kom mee. ' De vier mannen stonden in de deuropening van de kajuit toen de vissersboot opnieuw op hen afstoof. Maar ditmaal lukte het de motorboot, hoewel door de grote diepgang log en traag reagerend, voldoende weg te zwenken om de botsing dusdanig af te zwakken dat de twee boten elkaar alleen maar even schampten. Toen de stuurhut van de vissersschuit langs de kajuit van de motorboot gleed, renden de hertog en zijn drie metgezellen het achterdek op. De hertog wachtte zijn moment af, stapte toen met die voor een man van zijn omvang zo verrassende snelheid en behendigheid op het gangboord en sprong op het achterdek van de vissersboot. Binnen twee seconden hadden de anderen zijn voorbeeld gevolgd. Tien seconden later draaide Bowman zich met een ruk om toen de bakboorddeur van de stuurhut werd opengetrokken en Ferenc en Searl naar binnen keken, allebei met een revolver in hun hand. 'Nee. ' Bowman draaide zich opnieuw om naar de stem die achter hem klonk. De revolver van de hertog en El Brocador waren nog geen dertig centimeter van zijn gezicht verwijderd. De hertog vroeg: 'Is het nu welletjes?' Bowman knikte. 'Het is welletjes. '