HOOFDSTUK 3
„Wat doe jij hier?” vroeg Stans onbeleefd.
„Je bent toch hopelijk wel netter opgevoed dan iemand op deze manier te begroeten?” vermaande Kemp. Stans boog haar hoofd om hem haar blos niet te laten zien. Ze klom van het trapje af. Ze veegde stuntelig haar handen langs haar oude spijkerbroek af. Hij had gelijk, het was niet erg vriendelijk van haar.
„Sorry,” verontschuldigde ze zich, „maar je liet me vreselijk schrikken.”
Weer stond ze oog in oog met haar idool en opnieuw kreeg ze het gevoel dat dat helemaal niet mogelijk was. Ze voelde zich moeilijk onder die oplettende blauwe ogen. Kemp vond het allemaal heel gewoon. „Is Dré al vertrokken naar... eh...?”
„Oman? Ja, hij is al een week weg,’ antwoordde Stans automatisch en volgde hem met haar ogen. Kemp nam het vertrek op zijn gemak op. Als reactie knikte hij slechts. „Dus hier woonde die oude chagrijn...” mompelde hij. Opeens wendde hij zich om. „Ik zag dat je aan het slopen was... Dit is toch niet jouw werk?” Hij wees op de leidingen op de vloer.
„Nee, dat heeft mijn vader gedaan, samen met mijn broers. Ik ben wel handig, maar dat red ik niet. Daar is mannenkracht voor nodig.” Stans hoorde zichzelf ratelen, ze werd nerveus van Kemp’s aanwezigheid. Hij drentelde doodgemoedereerd door haar huis. Maar in deze toestand kon je toch niemand ontvangen? Het was een puinhoop. De verbouwing was nog in het sloopstadium. Hij kon niet blijven. Voor het eerst schaamde Stans zich voor de rotzooi. Resoluut klapte ze het trapje in elkaar en gooide de klauwhamer in de gereedschapskist.
, ,Ik ga d’r weer uit,” kondigde ze aan. De klap van het trapje had Kemp’s aandacht getrokken. „Kan toch niets meer doen...”
Kemp liep met haar mee naar buiten. Hij was met zijn één meter vijfentachtig, twaalf centimeter kleiner dan Dré, maar zijn aanwezigheid overweldigde haar. Kemp droeg basketballschoenen en een bejaarde spijkerbroek met daarop een Adidas sportjack.
Hij zag er niet overdreven netjes uit, maar het sprong Stans opvallend in het oog. Ze draaide haar gezicht weg. Zijn zwarte Mercedes stond nadrukkelijk achter haar grijze Mini geparkeerd, alsof de krachtige Duitser het kleintje zo zou opslokken. De wielen van Kemp’s auto hadden geen enkele moeite met het losse grind. Het viel Stans op dat Kemp, zoals alle mannen, achteruitreed door om te kijken, met zijn rechterarm over de leuning van de passagiersstoel. Zij deed dat altijd met behulp van haar binnenspiegel.
In een verwarde toestand reed Stans naar haar ouderlijk huis aan de Kennemerstraatweg. Het verbaasde haar niets dat Kemp al uit het zicht was verdwenen, voordat zij van het pad was gereden. Het feit dat Kemp haar had opgezocht in haar eigen huis gaf haar een onheilspellend gevoel. Het was opeens zo rechtstreeks, zo zonder Dré als buffer, zoals laatst bij het diner. Op dat punt aangekomen met haar gedachten, riep Stans zichzelf tot de orde. Ze had helemaal geen buffer nodig, ze stond haar mannetje.
Kort nadat Stans was thuisgekomen, kwamen ook haar vader en haar broers thuis. De tweeling, Adrie en Stefan, waren werkzaam in het aannemersbedrijf van vader Arjen. Op verzoek van haar vader ging Stans na het eten langs bij haar neef Reyer. Arjen had hem in de loop van de dag gesproken en Reyer zei iets voor Stans te hebben. Ze moest maar even langskomen.
In een geel-groen joggingpak rende Stans naar de timmerwerkplaats van haar neef. Op weg erheen liep ze langs haar huis aan de Westerweg. De ontmoeting met Kemp in de halfduistere woonkamer kwam met hernieuwde kracht terug in haar geest. Het feit op zich vond ze geweldig, zomaar even je idool ontmoeten, maar ze was er niet gerust onder. Met kracht probeerde ze de gedachte eraan weg te drukken. Ze stond niet zo stevig in haar schoenen als ze dacht. Dat was onder het eten wel gebleken. Adrie en Stefan, die immer op plagen uit waren, maakten een grapje over de brand waar ze net waren geweest. Het zou Stans’ huis geweest zijn dat tot de fundering was afgebrand.
In plaats van de plagerij met een schouderophalen af te doen, was ze vreselijk kwaad geworden, tegen haar gebruikelijke onbewogenheid in. Normaal liet ze zich niet zo opjutten door haar broers. Het had de tweeling bijzonder geamuseerd dat hun zusje zo op de kast sprong. Ze had niet gedacht dat Dré’s vertrek haar op deze manier zou beïnvloeden. Ze had op het punt gestaan om in huilen uit te barsten over de onbenullige pesterij. Wellicht zou een rondje hardlopen haar helpen alles weer in het juiste perspectief te zien.
Ze belde aan bij Reyer’s huis. Anneke deed open.
,,Ha nichtje!” groette ze hartelijk en nodigde Stans binnen. Reyer’s vrouw sloot de deur en ging Stans voor. Ze liep zwaar, nu ze zeven maanden in verwachting was van haar eerste kindje. Na een praatje en het bewonderen van de laatste aanwinsten voor de babyuitzet, liep Stans door naar de werkplaats waar Reyer aan een prachtige commode werkte. De verrassing die hij voor haar had, bleek te bestaan uit een stel hardhouten terrasdeuren. Reyer besteedde weleens meer werk uit aan een timmerfabriek, als hij het te druk had. Derhalve wist hij wat er daar omging. De deuren waren op speciale bestelling gemaakt, maar de klant had ze afgekeurd. Stans was er dolblij mee. Ze kon ze voor een zacht prijsje overnemen. Ze spraken af het bedrag voor de deuren bij het totaalbedrag van de kozijnen te voegen. Adrie kon het glas zetten. Stans zou de kozijnen en deuren schuren en schilderen. Reyer beloofde de kozijnen over ’n paar weken af te hebben. Na hem nogmaals bedankt te hebben, ging Stans weer hardlopend naar huis.
’s Avonds bladerde ze in één van de tijdschriften die ze van een buurvrouw had gekregen. Haar oog viel op een foto van een interieur met een balkenplafond. Toen pas herinnerde ze zich haar ontdekking. Ze legde het uit aan haar vader. Ook hij zag de mogelijkheden om dat weer in zijn originele staat terug te brengen.
Op zaterdag ging Stans naar een keukencentrum, waarvan een advertentie in de krant had gestaan. Tijdens haar speurtochten met Dré had ze nog niets kunnen vinden. Ze had haar matenlijstje mee in haar tas en haar specifieke wensen in haar hoofd. Ze werd direct geholpen door een gretige verkoper van het pas geopende centrum. Ze legde hem haar verlanglijstje voor. De man liet Stans verscheidene keukens zien en legde uit dat alle modellen naar wens konden worden aangepast. Stans werd enthousiast bij het zien van een strak, wit model, dat wonderwel binnen de oude muren van de keuken zou passen. Ze kreeg een folder mee naar huis en een paar tegels, als monster, voor boven het aanrecht.
Stans haalde bij haar moeder de thermoskannen met koffie op voor haar vader en broers, die de badkamer aan het slopen waren. Er was nog geen gelegenheid om koffie te zetten in de ontredderde woning, want de elektra was er eveneens uitgesloopt. Op de oprijlaan stond een grote container. Door een plastic slurf werd het puin vanuit het raam van de badkamer erin gestort. Het huis trilde van de zware mokerslagen. Een radio schetterde ergens vanuit de gesloopte keuken. Stans zette het ding zachter en klapte de zonnestoeltjes uit elkaar. Ze floot op haar vingers in het trapgat. Er klonk gelach en gepraat, maar er werd niet op haar gefluit gereageerd.
,,Pa!” riep ze luid. „Adrie! Steef! Koffie!” Dat bleek een toverwoord. Het mokeren hield op. Drie stoffige mannen kwamen beneden. Stans vertelde haar vader van de keuken die ze wilde kopen en liet hem de folder en de tegels zien. Arjen zei niet veel, maar nam zijn duimstok en mat de keuken op. ,,Je hebt gelijk, Stans. Hij past. Ik zou hem kopen.”
Haar vader verspilde nooit veel woorden. Arjen nam nog een paar maten en gaf Stans op hoeveel tegels ze moest hebben. Stans besloot direct weer terug te gaan naar het centrum om definitieve afspraken te maken. Ze ruimde de koffieboel op. Het mokeren was alweer begonnen. Haar auto stond op eerbiedige afstand achter de container, waaruit stof en puin opvloog. Als ze nu die mooie grijs-gewolkte tegel nam... Wat zou Dré opkijken. Ze wilde haar portier dichttrekken, maar die zat vast, in Kemp’s linkerhand.
Hij zakte door zijn knieën, om beter met Stans te kunnen praten. ,,Hallo Stans,” zei hij hijgend, het oude joggingpak dat hij droeg, was nat op zijn borst en onder zijn oksels. ,,Kemp...?” zei Stans ongelovig. Ze schrok een beetje van zijn onverzorgde uiterlijk. Zijn gezicht was nat van het zweet, het deed haar ogenblikkelijk aan zijn optreden tijdens het diner denken en het zout dat ze toen had geproefd. „Wat gebeurt er allemaal daar boven?” vroeg hij met een beweging van zijn hoofd.
Stans kon haar ogen niet van hem afhouden. Er ging zo’n rauwe aantrekkingskracht van hem uit, dat kon ze niet negeren. Hij was drijfnat van eerlijke, lichamelijke prestaties.
,,De badkamer wordt gesloopt,” zei ze, als vanzelf.
„Met geweld,” voegde Kemp eraan toe. Hij keek Stans weer aan, zijn blik was eerlijk, zelfs een beetje brutaal. Hij scheen zich niet om zijn verwaaide uiterlijk te bekommeren. Het haar plakte op zijn voorhoofd. Hij scheen even vergeten te zijn wat hij wilde zeggen. Ze begonnen tegelijkertijd te praten. „Jij eerst,” zei Stans lachend.
„Ik wilde je mee uit vragen,” deelde Kemp onomwonden mee.
Stans was stomverbaasd. „Voor wanneer?” was haar eerste, ondankbare reactie. Kemp was niet uit het veld geslagen.
„Voor vanavond, dat wil zeggen: als je tenminste niets anders hebt.”
Als ik al wat had, kan dat wachten, dacht Stans. Mee uitgevraagd worden door Kemp Feller was een buitenkans. Toch had Stans nog bedenkingen. Dré was nog maar net een paar weken weg, of ze ging al met een ander uit, hoe onschuldig dat ook was. Alleen haar begeleider was niet de eerste de beste. Ze zou beleefd weigeren.
„Waar gaan we naartoe?” vroeg een stem, die niet van haar kon zijn, omdat ze net had besloten niet mee te gaan. „Ik moet optreden in de Blue Tiek Inn in Rotterdam en dacht dat je het leuk zou vinden dat bij te wonen.”
Stans’ ogen waren op zijn mond gericht, ze keek naar zijn glimlach, naar zijn glanzend witte tanden, maar zag het niet. Ze was weer bij zijn vorige optreden. Opgezweept door de warmte van zijn stem, aangelokt door de belofte en de sensualiteit die daarin weerklonk, terwijl de hoge noten moeiteloos van zijn tong rolden. Stans zag weer zijn keurige verschijning, het mooie kostuum dat hij had gedragen. Hij had de sfeer zo beïnvloed dat hij de mensen aan zich bond. Zijn zang bood welhaast waarneembare warmte. De inspanning die het hem kostte, om het zijn publiek zoveel mogelijk naar de zin te maken, bleek duidelijk uit het transpiratievocht dat in straaltjes over zijn slapen liep. Stans hoorde weer hoe zijn stem had geklonken, zoveel indrukwekkender nog dan van de plaat. Zoiets wilde ze dolgraag nog een keer meemaken. Ze knipperde met haar ogen als om het beeld weer helder te krijgen. „Zeg maar hoe laat ik klaar moet staan.”
„Grote meid,” prees Kemp. „Om negen uur kom ik je halen.” Hij tikte het puntje van haar neus aan. „Tot vanavond.”
„Tot vanavond. ” Stans hoorde nog slechts het knerpen van grind onder voeten die zich verwijderden. Verward door zijn plotselinge verschijning en verdwijning, bleef Stans even zitten. Toen drong het tot haar door wat ze had afgesproken en ze schrok op. Het was te laat om hem na te roepen: „Wacht! Nee, ik kan helemaal niet met je meegaan. Dat gaat niet!”
Kemp was al niet meer te zien. Stans zag de ontstelde blik in haar ogen in het achteruitkijkspiegeltje. Hoe kon ze een afspraak maken met Kemp? Ze ging niet mee, ondanks dat ze het beloofd had. Vanavond zou ze hem hier opwachten en zeggen dat ze ervan af had gezien. Het speet haar, natuurlijk, maar het was onmogelijk. Zoiets kon ze niet maken tegenover Dré. Om te beginnen waren ze allebei niet zulke doorgewinterde stappers. Ze gingen weleens uit, maar meer om niet elke zaterdagavond thuis te zitten dan uit overtuiging. En nu zou ze notabene met een ander uitgaan. Nee, er kon geen sprake van zijn. Het was weliswaar een heel bijzondere uitnodiging, maar toch, ze moest hem afslaan. Dat ze ‘ja’ had gezegd was een domme vergissing. Ze startte haar autootje en draaide de weg op. Na honderd meter kwam ze erachter dat ze de verkeerde kant opreed en keerde om. Zoiets zou haar niet gebeurd zijn als Dré er was geweest. Wat was alles opeens anders zonder zijn geruststellende aanwezigheid. Maar of hij nu wel of niet bij haar was, hij zou rekenen op haar gezonde verstand. Hij zou niet anders verwachten dan dat ze op zichzelf paste. Waarom had ze toch zo vanzelfsprekend aangenomen dat alles zo gladjes zou blijven rollen als voorheen, toen Dré nog bij haar was? Ze werd op de proef gesteld en bij de eerste gelegenheid al, ging ze in de fout. Dat was wel erg onnadenkend. Des te meer reden om Kemp vanavond alleen naar Rotterdam te laten gaan.
Stans reed weer naar Alkmaar. Naast haar op de passagiersstoel rammelden de lege thermoskannen en het blik van de jodekoeken tegen elkaar in de boodschappentas. Haar haar en huid waren dof van het stof dat in haar huis hing, maar haar verschijning was op dat moment niet haar grootste zorg. Ze overdacht het vriendelijke gebaar dat Kemp gemaakt had met zijn uitnodiging. Des te groter was haar wroeging nu ze al had toegezegd.
Zuchtend stapte Stans uit voor het keukencentrum. Ze zocht paniekerig in al haar zakken naar het papiertje met de opgave voor de benodigde tegels. Toen herinnerde ze zich dat ze het op de achterkant van een tegel had gekrabbeld. Even later stapte ze opgetogen weer naar buiten. Ze had een schitterende keuken gekocht.