HOOFDSTUK 7

 

 

 

De avond voor hun vertrek, gaven de Hewitts een afscheidsfeestje. Bij het afscheid beloofden ze het volgend jaar terug te komen, en al hun vrienden te vertellen hoe goed ze het op de Ranch gehad hadden.

‘En ze meenden het echt,’ zei Mr. Brownsell somber tegen Laurie. ‘Het hotel wordt een succes, wat ik je zeg! En hoe beter de zaken gaan, hoe minder Lucy ervoor zal voelen, hier weg te gaan. Oh waarom ben ik destijds over die verrekte hypotheek begonnen!’

‘Omdat u niet kon liegen, toen u eenmaal inzag dal het inderdaad een succes kon worden,’zei Laurie, en voegde overmoedig aan toe: ‘al had Rolf dat wel graag gewild.’

‘Heeft hij je dat verteld?’vroeg Mr. Brownsell ongelovig.

‘Nee ik ken hem zo langzamerhand wel, en heb alles nog eens op een rijtje gezet,’ verklaarde Laurie.

‘Luister eens, Laurie, je hebt een verkeerde kijk op hem,’ zei Mr. Brownsell haastig. ‘Rolf geloofde echt dat jullie geen enkele kans hadden en hij wilde jullie hier weg hebben, voor de zaak volledig in het honderd was gelopen.’

‘Wat goed van hem,’ zei Laurie verbitterd, ‘Als we nog dieper in de put hadden gezeten, had hij waarschijnlijk de Ranch voor een zacht prijsje over kunnen nemen.’

‘Je weet dus ook, dat hij de Ranch wilde kopen? Weet je ook waarom?’

‘Ook dat weet ik,’ zei Laurie onverschillig.

Hij keek haar onderzoekend aan. ‘En maakt dat geen verschil voor je?’

‘Nee, waarom zou het?’

‘Tja —ik weet het niet, ik had gedacht... Wat zegt Rolf er wel van?’ Mr. Brownsell schudde mismoedig het hoofd.

‘Niets,’ verklaarde Laurie nadrukkelijk. ‘Eerlijk gezegd hebben we er nooit over gesproken. ’

‘Hoe ben je er dan achter gekomen?’ Hij streek met zijn hand over zijn voorhoofd. ‘Ik snap er niets van.’

‘Er valt niets te snappen,’ hield Laurie vol. ‘Ik zei u toch al, dat ik Rolfs leugenachtige maniertjes ken.’

‘Toch beoordeel je hem fout,’ zei Mr. Brownsell bruusk. ‘Waarom zeg je niet precies tegen Rolf hoe je over hem denkt? En als je het zelf niet wilt doen, laat mij dan eens met hem praten.’

‘Heb het hart niet,’ riep Laurie woedend. ‘Als u dat doet, kijk ik u nooit meer aan.’ Mr. Brownsell aarzelde.

‘Tja, als je er zo over denkt... Maar ik houd vol...’

‘Nee!’ En daarmee was de kous af.

 

Een paar dagen later kwam Miss Jones, die een week vacantie had gehad weer terug, en werd er hard gewerkt. Het gevolg was, dat Miss Jones oververmoeid raakte. Onder het genot van een kopje thee vertelde ze, dat de jaren gingen wegen.

‘Ik ben al lang aan mijn pensioen toe,’ zei ze, ‘en hoewel ik kerngezond ben, ben ik veel vlugger moe dan vroeger. Niet dat ik Rolf iets verwijt,’ zei ze haastig, toen ze zag dat Mrs. Stephens een aanmerking op Rolf wilde maken. ‘In de eerste plaats vertel ik hem nooit dat ik moe ben, ijdelheid, denk ik, en in de tweede plaats begrijp ik best, waarom hij juist nu zo hard werkt.’

‘Door hard te werken, vergeet je je zorgen,’ zei Mrs. Stephens.

‘Precies. Er is echter nog iets. Als hij dat vervelende gips kwijt is, wil hij tijd hebben om te oefenen met dat been.’

‘Als hij het maar niet overdrijft,’ zei Mrs. Stephens bezorgd. ‘Oh nee. Daar zorgen u en Hutton natuurlijk wel voor,’ verklaarde Miss Jones.

‘Dat zal een klus worden,’ zei Mrs. Stephens droogjes. ‘Hij doet toch altijd precies wat hij wil.’

‘Dat weet ik wel.’ gaf Miss Jones goedmoedig toe, ‘hij is niet gek, en ik heb al gesproken met de behandelende fysiotherapeute van het ziekenhuis. Die ken ik namelijk goed.’

Mrs. Stephens lachte. ‘Mr. Audley is dus de enige niet die zijn zin wil hebben.’

 

Er kwamen nog een aantal reserveringen binnen, maar tot Lauries genoegen, alleen voor het lopende seizoen. Dat kwam goed uit, want ze meende een oplossing gevonden te hebben voor de moeilijkheden waarin ze verkeerden. Het was inderdaad waar, zij kon het hotel niet runnen zonder haar moeder, doch aan de andere kant kon haar moeder ook niet zonder haar. Als ze tegen haar moeder zei, dat ze liever een baan had dan de verantwoording te moeten dragen voor het reilen en zeilen van het hotel, zou die er waarschijnlijk geen bezwaar tegen hebben om de Ranch te verkopen.

Laurie wilde echter eerst zekerheid hebben voor ze iets tegen haar moeder zei. Ze was van plan een bezoek te brengen aan Mrs. Baxter van de Black Prince, om te vragen of ze haar oude baan weer terug kon krijgen. Misschien kon ze wel bij hen inwonen, dan hoefde ze zelf niet een kamer te zoeken.

Voorlopig had ze het nog te druk, want behalve Rolf en Hutton, hadden ze nog een zestal gasten te verzorgen. Bovendien moest de groente en het fruit dat ze niet direct nodig hadden, worden ingevroren. Als ze hier bleven, was dat van onschatbare waarde gedurende de wintermaanden en het vroege voorjaar. En als ze weggingen... Nu ja, dan zouden ze wel weer zien.

Het was echter een heel karwei, en na een dag hard werken in de brandende zon, was Laurie doodmoe en zaten haar handen onder de vlekken.

‘Lieve deugd, Laurie, dat krijgen we met zijn tweetjes nooit op,’ zei Mrs. Stephens, toen ze zag wat Laurie allemaal binnen had gebracht.

‘Dat hoeft ook niet. Wat er over is, verkopen we gewoon. Mrs. Baxter klaagt altijd dat ze in de winter bijna geen groente kan krijgen. Die wil het vast wel hebben.’

‘Dat kan wel, maar daar voel ik niet voor,’ zei Mrs. Stephens vastbesloten. ‘Praat er dus liever niet over met Mrs. Baxter.’

‘Goed,’ zei Laurie volgzaam, ‘ik wilde alleen maar zeggen, dat we niet met dat spul hoeven zitten.’

‘Zeg, Laurie,’ vroeg Mrs. Stephens, opeens van onderwerp veranderend, ‘Is het jou ook opgevallen, dat Miss Trewyn en Hutton bijna al hun vrije tijd in elkaars gezelschap doorbrengen?’

‘Ja,’ antwoordde Laurie voorzichtig, ‘daar zou ik me niet bezorgd over maken, moeder, ze zijn oud en wijs genoeg om te weten wat ze doen.’

‘Zo bedoelde ik het niet. Het is alleen... nou ja, als het niet meer dan vriendschap is, vind ik het best. Maar als ze van elkaar houden en ze willen mettertijd gaan trouwen, waarom hebben ze het ons dan niet verteld? Dat is toch heel normaal?’ ‘Ach, ik weet het niet...’ probeerde Laurie nog een slag om de arm te houden. Maar Mrs. Stephens was ook niet dom, en had al snel haar conclusies getrokken.

‘Ze zijn dus verloofd,’ zei ze, ‘en jij wist ervan.’ Nu ze voor het blok werd gezet, had Laurie geen keus.

‘Ja...’bekende ze.

‘Waarom mocht ik het dan niet weten?’ vroeg Mrs. Stephens verongelijkt. ‘Ik dacht dat Miss Trewyn me graag mocht.’

‘Dat doet ze ook,’ legde Laurie uit, ‘en daarom wilde ze...’ ‘Ik begin het te begrijpen,’ begon Mrs. Stephens boos. ‘Op de een of andere manier heeft ze gemerkt dat John en ik... En nu wil ze niet met haar geluk te koop lopen, omdat ik... Ja, zo is het. Ik zie het aan je gezicht. Je had het haar niet moeten vertellen.’

‘Dat heb ik niet gedaan, moeder. Ze wist het gewoon.’

‘Maar hoe?’

Laurie schudde het hoofd. ‘Dat weet ik niet. Rolf zegt dat een goede bediende altijd alles van zijn meester afweet.’

‘Rolf? Met hem heb je er dus ook al over gesproken.’

‘Alleen omdat Mr. Brownsell dat al eerder had gedaan,’ voerde Laurie tot haar verdediging aan.

‘Ik begrijp het. En wat raadde hij ons aan te doen?’

‘Niets, eigenlijk. Hij zei dat hij wel een oplossing wist, maar dat het nog te vroeg was om daarover te praten.’

‘Wat interessant,’ zei Mrs. Stephens, ‘Ik ben benieuwd wat dat was.’

‘Ik weet het ook niet, moeder, en ik hoef het hem niet te vragen ook. Hij zegt toch niets voor hij meent dat de tijd daar rijp voor is.’

‘Je hebt gelijk,’ zei Mrs. Stephens. Het is wel aardig, als een man weet wat hij wil, hij overdrijft het echter wel een beetje.’ Rolfs tweede bezoek aan het ziekenhuis verliep bevredigend. Toen hij terugkwam, was het gips verdwenen, maar hij hinkte, en was blij dat Hutton hem ondersteunde. Met taaie volharding voerde hij de instructies uit, die men hem in het ziekenhuis had gegeven.

‘Gelukkig is hij wel zo verstandig om het niet te overdrijven in het begin,’ verklaarde Hutton. ‘Alleen... ze zeiden dat hij eigenlijk elke dag een poosje moet zwemmen.

‘Laat hem niet alleen gaan, hoor,’ zei Mrs. Stephens bezorgd.

‘Ik ga niet met hem mee,’ verklaarde Hutton vastbesloten. ‘Waarom niet?’ vroeg Miss Trewyn. ‘Dat is toch niet zo erg?’

‘Oh nee, ik denk er niet over,’ zei Hutton. ‘Ik kan wel zwemmen, maar ik ben niet zo jong meer, en raak snel buiten adem.’ ‘Ach wat, een beetje oefenen zal je goed doen,’ verklaarde Miss Trewyn hardvochtig. ‘Ik houd niet van dikke mannen, en de man met wie ik binnenkort ga trouwen...’ Verschrikt sloeg ze haar hand voor haar mond en keek angstig naar Mrs. Stephens.

‘Nu heb je je mond voorbijgepraat, meisje,’ lachte Hutton. Mrs. Stephens glimlachte. ‘Ik wist het al lang,’ zei ze. ‘Wel-gefeliciteerd, jullie beiden. Ik ben erg blij voor jullie. En jullie moeten snel de trouwdag vaststellen. Iedere dag dat je samen gelukkig kunt zijn, is er één.’

Toen het tweetal wat verlegen de keuken verliet, sprongen de tranen haar in de ogen. Ik ben niet jaloers op ze, ik benijd ze wel een beetje, zei ze bij zichzelf.

 

Laurie was de laatste tijd elke dag een poosje in het zwembad te vinden. Ze zorgde er echter wel voor, er niet te zijn als Rolf aan het oefenen was. Dat was niet zo moeilijk, want hij had een strak oefenschema opgesteld, waaraan hij zich stipt hield.

Op een dag bracht Hutton haar een briefje van Rolf.

‘Beste Laurie, Hutton moet vandaag een paar uurtjes weg, zodat hij me niet kan helpen bij mijn dagelijkse zwemoefeningen. Ik voor mij vind dat ik geen oppas nodig heb, maar Hutton weigert weg te gaan, als er niemand anders is om te te helpen. En daar ik geloof dat ze Miss Trewyns verlovingsring gaan kopen, wil ik geen spelbreker zijn.

Ik zou je erg dankbaar zijn.

Je toegenegen Rolf

 

Laurie vouwde het papiertje op en stopte het weg. ‘Zeg maar tegen Mr. Audley, dat het goed is,’ zei ze. ‘Hij mag in geen geval zijn zwemuurtje missen.’

‘Fijn, Miss Laurie,’ zei Hutton blij, ‘dank u wel, ook namens Mr. Audley.’

‘Graag gedaan,’ zei Laurie opgewekt. ‘Meestal gaat hij om een uur of twaalf zwemmen, is het niet?’

‘Ja,’ zei Laurie, en Hutton verdween om de boodschap over te brengen.

Laurie zorgde ervoor, tijdig bij het zwembad te zijn. Ze had al een paar baantjes gezwommen, toen hij verscheen.

‘Spring je van de duikplank af, of loop je het trapje af?’ vroeg Laurie.

‘Ik neem het trapje.’ Hij trok een lelijk gezicht, ‘Ik zou wel willen springen, maar ze zeiden dat ik voorlopig geen risico mocht nemen.’

‘Dat lijkt me ook beter,’ zei Laurie. Ze zwom naar het trapje, om hem eventueel een handje te helpen. Hij kon het echter alleen wel af, en op hun gemak zwommen ze van het ene eind van het zwembad naar het andere, en weer terug.

‘Weet je,’ zei Rolf dromerig, ‘ik voel me tweemaal zoveel waard als een half uur geleden.’

‘Dat is logisch,’ verklaarde Laurie, ‘zwemmen kost veel minder inspanning dan lopen.’

‘Wat een prozaïsche uitleg,’ klaagde Rolf. ‘Ik wilde je op een delicate manier vertellen dat ik behalve van de zon en het water, zo geniet van jouw gezelschap.’

‘Oh ja?’ antwoordde Laurie onschuldig, ‘je had je complimentje zo goed verpakt, dat ik het er nooit uitgehaald zou hebben.’

‘Nu, dan zal ik er in het vervolg geen doekjes meer om winden wanneer ik je een complimentje maak,’ dreigde hij.

Als antwoord draaide Laurie zich om en zwom weg. Hij zwom haar onmiddellijk achterna en had haar al gauw ingehaald. Toen hij haar een meter of zo voorbij was gezwommen, ging hij op zijn rug liggen en bewoog heftig zijn benen op en neer, zodat Laurie door dat gespetter kopje onder ging. Hoestend en proestend kwam ze weer boven. ‘Dat was een gemene streek van je,’ zei ze.

‘Oh, heb ik je nat gespat?’ vroeg hij onschuldig.

‘Dat weet je best,’ zei ze, ‘dat spelletje ken ik ook.’ Ze keerde zich eveneens op haar rug, en gaf hem een koekje van eigen deeg. Even later zwommen ze weer vredig naast elkaar verder.

Na een poosje trokken ze zich op aan de kant en gingen heerlijk liggen zonnen op hun badlakens. Het getjilp van de vogels in de bomen maakte hen slaperig, en de lucht was vervuld van bloemengeuren. Het was heerlijk!

Toen Laurie na een poosje op wilde staan, legde Rolf zijn hand op haar arm. ‘Ga nog niet weg,’ smeekte hij. ‘Ik moet je wat vertellen.’

Het was of Lauries hart ophield met kloppen. Hij had zeker iets belangrijks te zeggen, want zijn stem klonk zo onzeker. ‘Het gaat over mezelf,’ zei hij verlegen. ‘Dat klinkt misschien wat egoïstisch, maar ik was doodsbenauwd dat ik mijn leven lang een kneusje zou blijven. Sinds vandaag ben ik ervan overtuigd, dat alles weer in orde zal komen. En ik wil dat jij de eerste bent die dat hoort.’

‘Oh Rolf!’ zei ze blij. Impulsief legde ze haar hand op zijn arm ‘Wat vind ik dat fijn.’

Hij keek haar verbaast aan. ‘Je meent het echt!’ fluisterde hij. Hij boog zich voorover, en drukte zijn lippen teder op de hare. Laurie bleef doodstil zitten, bang dat ze zijn kus te hartstochtelijk zou beantwoorden, en dan zou hij meteen weten...

Rolf legde haar houding echter verkeerd uit. ‘Neem me niet kwalijk,’ zei hij kortaf. ‘Ik had het recht niet...’

‘Ik vond het heus niet erg,’ verzekerde ze hem. ‘Ik bedoel, als je ergens verschrikkelijk blij om bent of als je iets te vieren hebt — en dat heb jij — dan moet je dat uiten.’

‘Inderdaad,’ beaamde Rolf nadrukkelijk, en zachtjes voegde hij eraan toe: ‘Je bent erg lief en tolerant, Laurie. Dat zal ik nooit vergeten. En laten we nu naar binnen gaan, voor...’

‘Ja, dat lijkt me beter,’ zei Laurie vlug, hem geen gelegenheid gevend, zijn zin af te maken.

Ze stonden op, en een ogenblik keek Rolf op haar neer.

‘Laurie...’ begon hij. Ze wilde echter niets meer horen. Ze wilde dat moment van opperste zaligheid ongeschonden bewaren. Het behoorde haar alleen toe...

 

Even later kwamen Hutton en Miss Trewyn thuis. En zoals Rolf later zei, ze zagen er allebei stralend uit.

Het ene moment liepen de tranen Miss Trewyn over de wangen, het volgend moment giechelde ze als een verliefd schoolmeisje, terwijl ze Mrs. Stephens haar ring liet zien. Deze zei dat Hutton een goede keus had gedaan, en dat was ook zo. Het was een prachtige ring met één grote diamant, die schitterde bij iedere beweging van Miss Trewyns hand.

‘Het is een schitterende ring,’ sprak Mrs. Stephens bewonderend, ‘je zult er wel blij mee zijn.’

‘Dat ben ik ook,’ gaf Miss Trewyn toe, ‘Frank wil niet zeggen wat hij kost, maar je kunt wel zien dat hij verschrikkelijk duur is. Hij is eigenlijk veel te mooi voor zo’n gewone vrouw als ik.’ ^

‘Niets is te goed voor jou, meisje,’ zei Hutton teder. Met een stralend gezicht verliet hij de keuken, terwijl Miss Trewyn hem met liefhebbende ogen nakeek.

‘Ik had nooit gedacht dat ik nog eens een man als Frank zou krijgen,’ zuchtte ze gelukkig.

‘En hebben jullie de trouwdatum nu al vastgesteld?’ vroeg Mrs. Stephens.

‘We trouwen niet voor de herfst,’ verklaarde Miss Trewyn resoluut. ‘Dat heb ik vanaf het begin al gezegd, en daar blijf ik bij. Frank had het liefst vandaag meteen de trouwringen gekocht, maar daar zal hij nog even mee moeten wachten.’ Ze aarzelde even, en vervolgde toen: ‘Oh ja, ik wilde u nog iets vragen, Mrs. Stephens. We trouwen natuurlijk in de kerk, dat is veel plechtiger dan op het stadhuis. En ja, dan moet ik natuurlijk ook een mooie trouwjapon hebben. Geen witte, daar ben ik wat te oud voor, hoewel ik met recht in het wit zou kunnen trouwen,’ besloot ze trots.

‘Dat geloof ik graag,’ zei Mrs. Stephens. ‘Ik ben het met u eens, wit is wat te jeugdig voor u. Wat dacht u van licht blauw, met een bijpassende hoed en schoenen? En een bruidsboeket natuurlijk, of een mooie corsage, dat hoort er ook bij.’

‘Ja,’ Miss Trewyn staarde dromerig voor zich uit. Ze zag zichzelf al feestelijk uitgedost voor het altaar staan. Toen slaakte ze een diepe zucht. Ze liep naar de kast, trok een la open en haalde een bolletje touw te voorschijn. Ze knipte er een stuk touw af, haalde het touwtje door de ring, liet het over haar hoofd glijden en stopte het onder haar jurk. Daarna begon ze de groente schoon te maken.

Wat een lieverd is het toch, dacht Mrs. Stephens vertederd. Ze is tot over haar oren verliefd, doch ondanks dat blijft ze de meest practische vrouw die ik ooit heb gezien. Wat ik moet beginnen als ze weggaat, weet ik niet.’

 

Cherry ging die avond op stap. Tegen middernacht was ze nog niet terug. Fluiten, en rammelen met haar emaille bordje had geen resultaat. Laurie zocht in alle hoekjes en gaatjes, waar Cherry zich nog wel eens placht schuil te houden.

‘Het helpt niet,’ zei ze ten slotte ontmoedigd. ‘Dat heeft ze al eens eerder gedaan, en altijd in de zomer en bij volle maan. Ik denk dat ze dan bevangen wordt door een soort zwerflust.

Rolf en Hutton hadden ijverig meegeholpen met zoeken. Doodmoe liet hij zich nu in een van de stoelen op het terras zakken.

‘Maar de vorige keer is ze toch ook weer teruggekomen?’ zei hij.

‘Ja, ’s nachts om een uur of drie,’ zei Laurie. ‘Ze bleef net zo lang miauwen tot ik naar beneden ging om haar erin te laten. En ik was zo blij dat ze er weer was, dat ik vergat boos op haar te zijn.’

‘Laurie, wat zou je ervan denken als we vannacht deze deur op een kier laten staan?’ Hij wees naar de deur van zijn kamer, die uitkwam op het terras. ‘Meestal komt ze toch door deze deur naar binnen.’

‘Oh, als je dat zou willen doen,’ riep Laurie dankbaar. 'En als ze terugkomt, wil ze uitsluitend water drinken. Die nachtelijke escapades schijnen haar verschrikkelijk dorstig te maken '

‘Dat komt in orde,’ beloofde Rolf.

Lauries lippen trilden. ‘Je zult me wel een idioot vinden, omdat ik me zo druk maak om mijn kat,’ zei ze met bevende stem.

‘Ze was echter nog zo klein toen we haar kregen, en ik heb haar al die jaren verzorgd...’ Ze beet op haar lip.

‘Je houdt van haar,’ zei Rolf zacht. Hij pakte haar hand vast.

‘Weet je, een kat doet altijd net of ze niemand nodig heeft, maar ze verwacht van ons dat we goed voor haar zorgen en van haar houden. Het zijn net kinderen. Daarom ben ik er ook van overtuigd dat Cherry terugkomt. Dit is haar huis, en jij wacht op haar, dat weet ze. ’

Laurie zei niets, en even later ging Rolf verder: ‘En nu ga je naar bed, meisje, je bent doodmoe.’

‘Dat is zo,’ gaf Laurie toe, ‘ik geloof echter niet dat ik veel zal slapen.’ Rolf stond op en drukte een kus op haar hand, die hij nog steeds in de zijne hield.

‘Probeer het in ieder geval,’ zei hij overredend. ‘En morgenochtend is ze weer thuis, dat zul je zien.’

Maar ze was er niet. Ook de volgende dag en nacht bleef ze weg.

‘Weet je wat ik denk,’ zei Laurie verdrietig. ‘Ze heeft waarschijnlijk een heel eind gelopen, en iemand heeft haar mee naar huis genomen, in de waan dat het een zwerfkat was.’

‘Dat zou kunnen,’ gaf Rolf toe, ‘dan is het in ieder geval iemand geweest, die veel van dieren houdt.’ In zijn hart was hij echter blij, dat Laurie niet aan een andere mogelijkheid had gedacht. Namelijk, dat Cherry was meegenomen door iemand die verstand van raskatten had, en wist dat ze veel geld waard was. Als dat het geval was, was er weinig kans dat ze het dier ooit terug zouden zien.

Laurie stond ’s morgens al voor dag en dauw op. In haar ochtendjas zat ze bij het open venster en probeerde de feiten onder ogen te zien. Cherry was nog nooit zó lang van huis geweest. Ze was wanhopig. De tranen stroomden haar over de wangen. Opeens hoorde ze het geluid waar ze zo naar verlangd had - Cherry’s doordringende gemiauw, dat haar thuiskomst aankondigde.

Op blote voeten holde Laurie de trap af. In de hal liep ze Rolf tegen het lijf, die ook in zijn ochtendjas was. Zijn haar zat in de war en hij grijnsde breeduit.

‘Ze is er weer!’ riep hij triomfantelijk, ‘en ze drinkt sloten water.’

Hij ging Laurie voor naar het terras, waar Cherry, nu haar ergste dorst gelest was, genadig toestond dat Hutton haar verzorgde. Dat was wel nodig ook! Haar zijdeachtige vacht zat onder het stof, en hier en daar zaten er klitten in de haren. Over één oor liep een diepe kras, en één pootje had ze blijkbaar bezeerd, want zo nu en dan onderbrak ze Huttons goede zorgen om haar te klauwen uit te slaan en haar pootje te likken.

‘Wat zag ze eruit,’ zei Hutton, die overeind kwam om de haren van de borstel af te halen. ‘Arme ziel, ze heeft blijkbaar uren gelopen.’

‘Je had gelijk, Laurie,’ verklaarde Rolf, toen Cherry, na een onverschillige blik op haar bazinnetje te hebben geworpen, zich uitgebreid begon te wassen. ‘Ik denk dat iemand haar met de beste bedoelingen mee naar huis heeft genomen. Ze had een rose lintje om haar hals en was helemaal niet hongerig.’

Om dit te bevestigen, liep Cherry langzaam de kamer in en sprong op de gemakkelijkste stoel die in het vertrek te vinden was. Ogenblikkelijk viel ze in slaap.

‘Wat een slimmerik is dat toch,’ lachte Hutton bewonderend, ‘denkt dat het haar goed recht is om van alles het beste te krijgen, en zorgt er wel voor dat ze het krijgt ook.’

‘Daarom hoeft ze nog geen beslag te leggen op de beste stoel,’ zei Laurie verontschuldigend. ‘Ik neem haar wel mee.’ ‘Nee, laat haar maar,’ zeiden de twee mannen in koor. ‘Ze ligt net zo lekker.’

Laurie keek hen spottend aan. ‘Moeder zegt altijd dat ik haar verwen, maar jullie tweeën zijn nog erger dan ik.’

Ze boog zich voorover en drukte een kus op Cherry’s kopje, wat beantwoord werd met een zacht snorrend geluid. ‘Lieverd!’ zei ze zacht, en nu pas drong het tot haar door, hoe schaars ze gekleed was. Vlug liep ze naar de deur.

‘Een heel lieve jonge dame,’ verklaarde Hutton, toen de deur achter haar dichtviel.

‘Inderdaad!’ viel Rolf hem bij.

 

Al spoedig bleek, dat er eigenlijk niets aan de hand was met Cherry. Behalve dan dat ze er zelf van overtuigd was, dat ze een belangrijke patiënte was, die met grote zorg behandeld moest worden. Het spreekt vanzelf, dat dat dan ook gebeurde.

Tegen elf uur bracht Laurie haar een schoteltje met stukjes konijn - haar lievelingsgerecht. Cherry snuffelde er even aan, maar vond het blijkbaar niet de moeite waard om daarvoor van haar stoel af te komen. Laurie zette het schoteltje op de grond en tilde Cherry van de stoel. ‘Kom lieverd,’ vleide ze, ‘probeer het eens. Je zult zien dat je het lekker vindt.’

Het diertje kauwde kieskeurig op een stukje vlees en kwam tot de conclusie, dat het toch wel lekker was en had in een oogwenk het hele schoteltje leeggegeten. Daarna liep ze langzaam naar het terras, Rolfs opmerking, dat het haar eigen schuld was als ze een indigestie kreeg, hooghartig negerend.

Laurie lachte. Ze voelde zich blij en gelukkig. Niet alleen omdat Cherry weer terug was, doch ook omdat Rolf zoveel begrip had getoond. ‘Ik weet niet wat ik zonder hem had moeten beginnen,’ dacht ze bij zichzelf. ‘Misschien kibbelen we hierna niet zo veel meer.’

Ze bukte zich om Cherry’s schoteltje van de grond op te rapen. Hierbij schuurde ze met haar schouder langs Rolfs bureau, waardoor een aantal papieren op de grond vielen.

Rolf slaakte een kreet van schrik toen ze ze oppakte, en stak zijn hand uit. Het leek wel of hij de papieren uit haar hand wilde rukken. ‘Het is niets hoor,’ stelde Laurie hem gerust, ‘Ze zijn niet beschadigd...’ Ze zweeg abrupt, haar ogen groot van ontzetting. In haar hand hield ze een paar prachtige tekeningen van een teenager popje. Het was lang en slank, en had een bikini aan, die heel veel leek op die van haarzelf. Op een andere foto, hetzelfde popje, nu gekleed in een geel jurkje, dat eveneens veel leek op dat van Laurie. Terwijl Rolf met een ernstig gezicht toekeek, schonk ze meer aandacht aan het gezicht van het popje. Het had rood haar, net als zij en het gelaat leek ook op dat van haarzelf,... zo zag ze er toch niet uit! Zo verleidelijk, zo sluw, zo dreigend... En dan het wel degelijk bedoeld was als een onaangename imitatie van haarzelf, droeg het popje dwars over het lichaam een lint met de woorden: ‘de Lorelei’.

Bedaard legde ze de tekeningen voor Rolf neer. ‘Ik zou graag horen wat je te zeggen hebt over deze twee foto’s.’

‘Het is een ontwerp van een freelance kunstenaar, die een enkele keer voor ons werkt,’ legde Rolf uit. ‘Hij denkt dat het goed verkocht zal worden, en daar ben ik het wel mee eens.’

‘Je bedoelt dat je dit... afschuwelijke schepsel op de markt wilt brengen?’ Laurie kon nauwelijks uit haar woorden komen.

‘Dat kan toch zo maar niet?’

‘Waarom? Vind je het dan geen leuk idee?’

‘Leuk?’ viel Laurie uit, ‘ik vind het een vreselijke belediging.’ Ze keek hem ongelovig aan. ‘Zie je dat dan zelf niet?’ ‘Ach, het is misschien niet zo vleiend,’ gaf Rolf toe, ‘maar ik geloof toch dat er veel van verkocht zullen worden.’

‘En dat is het enige wat voor jou van belang is,’ antwoordde Laurie verbitterd. ‘Ik waarschuw u, Mr. Audley, als u dit popje op de markt durft te brengen, zal ik zien of het mogelijk is, u een proces aan te doen wegens overtreding van het auteursrecht.’

‘Op welke gronden?’ wilde Rolf weten.

‘Kijk,’ riep Laurie boos, ‘indien u een boek van mij uitgaf zonder mijn toestemming, zou dat een overtreding van het auteursrecht zijn, of niet soms?’

‘Ja,’ gaf Rolf toe, ‘En...?’

‘Nou, volgens mij geldt dat ook als u mij copieert zonder dat ik daar toestemming voor geef,’ hield ze vol. Dat is een interessant punt,’ verklaarde Rolf. ‘Ik weet niet precies hoe dat zit. Misschien zou je succes hebben, als je kunt bewijzen dat jij het bent.’

‘Een kind kan zien dat het mij moet voorstellen, zelfs de kleding klopt. En dan de naam... Lorelei, dat klinkt ook ongeveer als mijn naam.’

Rolf nam een brief van zijn bureau. ‘Deze is van Sheldrake, de ontwerper,’ legde hij uit. ‘Hij schrijft: “Mijn model was een meisje dat ik onlangs ontmoette in een Londense nachtclub. Zou u het idee over willen nemen, dan heeft zij daar geen enkel bezwaar tegen, ook niet tegen de publiciteit die het eventueel voor haar mee zou brengen. Integendeel - ze vond het zelfs een leuk idee, mits ze een vergoeding krijgt voor haar medewerking.’

Hij legde de brief neer en keek Laurie vragend aan. ‘Nou?’

‘Dat is toch onzin!’ Laurie protesteerde heftig. ‘Tenzij ik een dubbelgangster heb, en dat lijkt me niet erg waarschijnlijk.’

‘Of tenzij jij het meisje bent dat model stond,’ merkte Rolf droogjes op.

‘Wil je insinueren...’

‘Ik insinueer niets. Maar ik zou graag van je horen dat jij het niet was.’

‘Nee, ik was het niet,’ zei ze kortaf.

‘Dat dacht ik ook al,’ bekende Rolf ruiterlijk. ‘In de eerste plaats leek het me niets voor jou, en in de tweede plaats schrijft Sheldrake dat het meisje kort geleden in een Londense nachtclub heeft ontmoet, en ik weet zeker dat je niet in Londen bent geweest, zo lang ik hier ben.’

‘Waarom vroeg je het dan?’ wilde Laurie weten.

‘Omdat ik zeker wilde zijn, voor ik dit raadsel probeer op te lossen. Want raadselachtig is het, dat ben je zeker wel met me eens.’

‘Vind je?’ zei Laurie vlug. ‘Die foto’s van mij, die...’

‘Die heb ik hier.’ Rolf haalde de twee foto’s uit zijn bureaulade, en legde ze naast de ontwerpen. ‘Ja, inderdaad kunnen het postuur en de bikini wel van de foto’s zijn overgenomen. Ik kan je verzekeren, Laurie, dat ze al die tijd in mijn bureaula hebben gelegen.’

Aangezien hij haar op haar woord had geloofd, kon zij niet anders dan het zelfde doen. Toch was ze niet tevreden. Onbewust schudde ze haar hoofd.

‘Geloof je me niet?’ vroeg hij op scherpe toon.

‘Ik zou het graag willen,’ verklaarde Laurie ernstig, ‘maar er is nog iets...’ Haar wenkbrauwen waren gefronst.

‘Wat dan?’

‘Die jurk,’ zei Laurie langzaam. ‘Behalve op die afscheidsavond van de Hewitts, heb ik die jurk zelden aan gehad.’

‘Ik herinner me die jurk nog heel goed. Ik vond dat die kleur je zo goed stond,’ zei Rolf grimmig; ‘en dat maakt me opnieuw tot verdachte nummer één.’

‘Je zult moeten toegeven dat het eigenaardig is,’ zei Laurie langzaam, ‘wie anders... oh!’ Ze sloeg verschrikt haar hand voor haar mond en haar ogen werden groot van ontzetting. ‘Wat is er?’ vroeg Rolf belangstellend.

‘Ik herinner me, wanneer ik die jurk nog meer heb gedragen. Het was vlak voordat jij hier kwam. Een... een vriend had me uitgenodigd voor een diner-dansant in Penzance. Er was een fotograaf die foto’s nam van de dansende paren. Mijn... vriend kocht die foto, maar ik weet niet wat ermee gebeurd is.’ Ze fronste haar voorhoofd en probeerde zich het incident weer voor de geest te halen. ‘Die foto heeft een tijdje op ons tafeltje gelegen, want hij was te groot voor mijn avondtasje.’

‘Misschien heeft je vriend hem in zijn portefeuille gestoken.’ ‘Dat kan. Of een ander moet hem meegenomen hebben, al kan ik me niet voorstellen waarom... In ieder geval is er een foto van me gemaakt, toen ik die jurk aan had.’

‘Interessant,’ zei Rolf langzaam, ‘ofschoon het me nog niet helemaal duidelijk is. In ieder geval heb ik nog een appeltje te schillen met Sheldrake. Hij zal me onder andere moeten uitleggen, waarom hij tegen me gelogen heeft over dat meisje in Londen. Morgen ga ik naar hem toe.’

‘Moet je dan helemaal naar Londen?’ vroeg Laurie. ‘Dat is toch veel te vermoeiend.’ Voor het eerst nadat Laurie die foto’s had ontdekt, kreeg zijn gezicht een zachtere uitdrukking.

‘Het is erg lief van je, Laurie, om dat te zeggen, vooral onder deze omstandigheden. Vermoeiend of niet, ik ga deze zaak uitzoeken, eerder ben ik niet tevreden, en jij ook niet, denk ik.’ ‘Daar ben ik erg blij om,’ Lauries stem beefde. ‘Ik zou me doodschamen als ik overal die poppen in de etalages zag liggen met die afschuwelijke uitdrukking op hun gezicht.’

‘Ik beloof je Laurie, dat ik de poppen niet op de markt zal brengen zonder jouw uitdrukkelijke toestemming,’ verzekerde Rolf haar ernstig.

‘En die geef ik nooit!’