28 De heilige Barbara van de Westerscheldetunnel
Na 56 jaar plannen maken ging op 14 maart 2003 de Westerscheldetunnel officieel open. Het graven van de 6,6 kilometer lange tunnel ging echter niet zonder slag of stoot. Het verhaal gaat dat de raadselachtige tegenslagen bij de aanleg van de tunnel het gevolg waren van een vergeten feestdag ter ere van de heilige Barbara…
Ellenwoutsdijk, maart 2003, door een van onze correspondenten – In de vijfde eeuw woonde er in Ippona, een stad in Afrika, een oude soldaat Narzale Alippius, die de alchemie beoefende. Hij had een mooie dochter, Barbara geheten die net als hij uitzonderlijke gaven had. Alippius onderwees haar in de alchemie en samen ontdekten ze een buitengewoon explosieve stof. Op een dag verschenen de Vandalen voor de poorten van Ippona. Zij wierpen lijken van krijgsgevangenen en van onschuldige vrouwen en kinderen in de stadsgrachten.
Ondraaglijke stank en pest maakten de bewoners wanhopig. De oude Alippius en Barbara brachten redding door een zeer brandbare stof over de lijken uit te gieten. Het vuur vernietigde de lijken en de pest verdween. Maar Alippius stierf hierbij een heldendood. Hij werd geraakt door een vijandige pijl. Toen probeerden de Vandalen ’s nachts de stad in te nemen maar Barbara verlichtte met behulp van bepaalde stoffen de gehele omgeving. De stad viel na vijftien maanden. Moordend en plunderend trokken de Vandalen de stad binnen. Barbara vluchtte in het klooster en toen de plunderaars ook hier binnendrongen, liet ze het gebouw door middel van een mijn opblazen. Barbara, de kloosterzusters en de Vandalen werden onder het puin begraven.
Dit is het verhaal van de heilige Barbara, patrones van allen die onder de grond werken. Ze wordt in de gehele westerse wereld tot op de dag van vandaag aanbeden. Bij de ingang van een mijn zal men dikwijls het beeld aantreffen van ‘Sinte Barbara’. Zo ook bij de aanleg van de Westerscheldetunnel. Er stond een beeld bij de ingang van de tunnel-in-aanbouw, en pastoor W. Vervaet zegende op de eerste boordag de tunnel officieel in met een wijkwast in de rechter- en de heilige Barbara in de linkerhand. Ze dankt haar populariteit aan het feit dat zij patrones is van de zalige dood. Wie haar aanbidt en plots sterft, ziet zich toch verzekerd van biecht en sacramenten, en dus van een gang naar de hemelse zaligheid.
Het verhaal gaat dat de bouwers van de Westerscheldetunnel een keer verzuimd hebben haar naamdag (4 december) te vieren: een jaar van tegenslag was het gevolg.
Het begon al bij de aanleg van de bouwput en het bouwterrein, met aanhoudend slecht weer. Vertraging was het gevolg. Pas medio 1999 ging de eerste tunnelboor bij Terneuzen aan de slag. Maar eind dat jaar lagen de twee boormachines, die men de naam Neeltje Suzanna en Sara had gegeven, al weer stil omdat er te veel afwijkingen bij de plaatsing van de tunnelsegmenten waren.
In februari 2000 liep het boren nogmaals vertraging op door een ongeval met een trein met tunnelsegmenten die tegen de boorinstallatie botste. De schade bedroeg een miljoen euro en de boren waren weken buiten gebruik. Tunnelboor Sara gaf daarna veel problemen en tunnelbouwer Kombinatie Middelplaat Westerschelde, kmw , meldde in augustus 2000 dat de opleverdatum van 15 maart 2003 niet kon worden gehaald. Het boren van de Westerscheldetunnel duurde al met al zeker een jaar langer dan de twee jaar die ervoor waren uitgetrokken.
Het jaar na de vergeten viering van de naamdag van Barbara heeft men extra aandacht aan de naamdag van de heilige besteed. De Duitse dominee Birgit Tepe sprak tijdens de viering van de naamdag in de Westerscheldetunnel haar enorme bewondering uit voor de hardnekkigheid waarmee Barbara vasthield aan haar geloof. ‘Dankzij de moderne techniek zijn we tegenwoordig in staat indrukwekkende bouwwerken als deze tunnel te construeren,’ zei de dominee. ‘Maar desondanks hebben we de bescherming van en de zorg voor ons menselijk leven niet in handen; dat gaat ons kunnen te boven. Mensen hebben dit altijd aan den lijve ondervonden. En daarom kozen ze Sint-Barbara tot hun beschermheilige.’
En dus zongen (vooral de Duitse) tunnelbouwers tijdens de viering: ‘Sankt Barbara, oh gib doch acht, auf jeden in den Tunnel-Schacht’.
Na de viering zag men de arbeid met meer vertrouwen tegemoet, en weldra was de tunnel gereed.