16 De verdwenen paap van Ellewoutsdijk

Zeeland was vroeger het toneel van godsdiensttwisten tussen katholieken (papen) en protestanten. Bij Ellewoutsdijk, niet ver van het punt waar tegenwoordig de Westerscheldetunnel de grond in gaat, verbleef destijds op een boerderij een katholieke pastoor in de tijd dat het roomse geloof vervolgd werd. Door een list wist hij te verdwijnen, waardoor het huis nu nog bekend staat als ‘de papenmuts’.

Ellewoutsdijk, rond 1600, door volksoverlevering bekend – In de tijd van de geloofsvervolging, toen die van de nieuwe leer de macht hadden, kon het gebeuren dat de roomsen soms in weken geen mis bijwoonden, omdat er geen priester in de buurt vermocht te komen. In die dagen stond er een grote boerderij tussen Ellewoutsdijk en Driewegen. Menig reiziger was daar bij de deur verwelkomd met het afgesproken woord. Op die hofstede rustte sedert weken de aandacht der regenten. Het was daar niet pluis, naar hun oordeel. De mensen van die plaats kwamen niet in de kerk, zij volgden geen openbare dienst. En toch, alsof zij God en gebod konden missen, waren zij opgewekt, en deden hun arbeid met vreugde. Was dat niet vreemd?

Op een dag liep hun knecht zorgeloos door de landerijen te fluiten, aankloppend bij sommige deuren: compliment van de boerin, en hoe de vrouw het maakte? Zij zagen mekander zo weinig! Hij kreeg daar bier en een stuk koek. De hartelijke groeten, en tot ziens.

Ja, het moest verdacht worden genoemd dat die knecht maar mocht lanterfanten, midden door de dag! Daar was een boer in de nabijheid, die niet tot de genodigden behoorde. Hij stond achter de haag van zijn tuin, en peinsde. Hij spande in en reed naar Goes, waar hij de schout verzocht te spreken. En wat hij zei, bleek heel belangrijk: heel boos voor ’s lands veiligheid! De schout moest ervan heen en weer lopen en uit het venster turen. Hij dankte de boer.

En na diens vertrek deed hij de rakkers aanrukken. Zij werden geducht bewapend, voorzien van proviand en paarden. Met heel dappere gezichten reden zij, de schout vooraan, de poort uit naar het zuiden. Op naar de boerderij, waar de paapsgezinden hun verboden bedrijf hielden! Er diende een voorbeeld te worden gesteld! Deze zelfde avond! De genodigden voor de mis waren zonder enig vermoeden van huis gegaan. Zij kwamen van Baarland, van Oudelande, Overzande en De Staart. In schemer en duister waren zij binnengekomen, en tussen hen zat de priester, een vrolijk man, wel ter tale en bereisd. Men was omzichtig, en hield de luiken gesloten. Doch de galop der Goese paarden, die de dappere schout en zijn dienaren naderbij brachten, werd niet gehoord.

Het was een hele rit, van Goes. De helden reden langs Sinoutskerke en Nisse. Zij hadden geen tijd of rust om ergens een pint te nemen; zij waren op het pad der deugd, en dan in galop. Denk u dat in, om hun haast te begrijpen. De priester in de boerderij liet zijn mensen biechten. Hij celebreerde de mis, en ontving de vromen ter communie. Er werd geen wierook gebrand, er werd niet gezongen. Dat hoefde ook niet, want de kerkgangers misten het nauwelijks, nu zij zich geleid wisten in hun eigen geloof. En altijd door hamerden de paardenvoeten over de vette Zeeuwse kleiwegen.

Het waren niet altijd rechte paden, en duidelijk moeten zij ook niet zijn geweest, anders had de schout met zijn getrouwen niet zo schromelijk kunnen verdwalen bij Overzande. Hoe zij het speelden, zal niemand ooit weten. Maar hun paarden liepen verkeerd, en zij kwamen op een weiland, dat lang en smal als een fuik toeliep. Pas aan het einde wisten de driftige helden dat zij terug hadden te gaan. Ze zeiden hardop dingen, die de nieuwe leer evenmin mocht gedogen als de katholieke. Ze waren lichtelijk woedend, zoals alle dapperen die dwalen. De zon was al lang onder, en de avond reeds zwart, toen de draf der paarden door Driewegen klonk. Nu was het opletten! Die grote boerderij mocht hun niet ontgaan, met de lasterlijke buit! Het moet reeds middernacht zijn geweest, toen de schout van Goes ter inspectie het juiste pad opreed, van zijn paard sprong, en met het gevest van zijn zwaard op de deur klopte.

‘Open!’ zei hij onverschrokken. ‘In naam van het gerecht, open!’

Daarbinnen leek zelfs de slaap te sluimeren. Er was geen gerucht.

Toch, ergens in een stal loeide een rund.

‘Open!’ kreet de schout. ‘In naam der regering, of wij slaan de deur ten zij!’ Hij stampte daarbij met zijn gespoorde voeten op de grond, want zijn durf weerstond honger en slaap toch niet geheel. Bah, wat een rit! En die suffe bewoners, welke ten slaap waren gegaan, in plaats van zich te doen betrappen op papendienst!

‘Open die deur!’

Toen vernamen de mannen buiten hoe ergens boven in het huis een deur piepte, en iemand de trap af kwam.

Ja, de treden van de trap kraakten in Ellewoutsdijk net als in Goes: het leed geen twijfel, of een menselijk wezen was ontwaakt.

Daar werd de deur opengedaan: het slot spande, het klikte en knarste; een smalle streep licht van een lantaarn sneed zijn baar over de helden.

‘Meneren, vergis u niet,’ zei de man daarbinnen, ‘dit is geen taveerne!’

‘Wij moeten binnentreden,’ bitste de schout, de ander terzijde duwend.

‘Móéten?!’ herhaalde die, ‘wat lijkt me dat vreselijk, meneren. Zijt gij dan verslaafd aan een hoog heer, die bevelen heeft uit te delen? Ik moet nooit iets wat mij niet lust!’

‘Ik ben de schout van Goes!’ verklaarde de gast, en wenkte de rakkers.

‘Ach, ach,’ zuchtte de man, ‘ik heb horen zeggen dat gij dikwijls in het duister luider spreekt, dan welvoeglijk moet worden genoemd, heer schout! Kom binnen in onze stilte, zelfs dat arme zwaard van u lijkt mij koude te lijden! Zal het soep zijn of warm bier?’

De schout beet zijn snor haast af van ongeduld. ‘Het zullen roomsen zijn,’ zei hij kortaf. ‘Roomsen?!’ herhaalde zijn gastheer, ‘maar ik zweer u, dat we die vandaag niet hebben geslacht, lieve schout! Ik heb de keuze tussen lamsvlees en varkensspek.’

‘Verveel mij niet met uw kout,’ zei de man der wet.

En de ander antwoordde: ‘De hemel behoede mij daarvoor! Ik weet niets geestlozers dan iemand omtrent middernacht vervelen.’

De rakkers waren dan al lang het voorhuis binnen gestampt, en zagen rond in het zwenkende lantaarnlicht. ‘Waar hebt gij uw priester, boer?’ beet de schout de gastheer toe. ‘Mijn priester! Wel, lieve man!’ zei deze, en hij moest de lantaarn neerzetten om zijn handen in elkaar te kunnen slaan, ‘zal ik nu naast de hofhond ook nog een priester houden?’

De rakkers grinnikten, wat hun door hun meester boos werd berekend. ‘Gij herbergt hier een priester!’ brulde de schout.

‘Ach?! Verras mij niet nog verder,’ zei de man, ‘het enige wat ik u bieden mag, is een oude vrouw, een lelijke dochter, een boze schout en een stuk of wat dorstige rakkers! Is dat niet genoeg? En wilt gij u niet trachten te matigen, lieve man? Want het gaat niet aan in dit keurige huis zo te lawaaien, dat het vrouwvolk in schrik zou ontwaken! Ik tel tot drie, en als gij dan niet hebt gekozen tussen warm bier en koude buitenlucht, laat ik de stier los – die denkt ook dat hij schout is, en hij is er nog een rakker bij!’

De machtige van Goes strekte zijn rug en zei hoog: ‘Vergis u niet – ik ben de schout van de stede! Neem uw lantaarn en licht ons bij, ten onderzoek!’

De man nam het licht en ging de anderen voor. ‘Kijk,’ zei hij, ‘hier sluimeren de vrouwen. Loopt op uw gewapende tenen, wat ik u mag bidden, want hun klachten zijn zwaarder te verduren dan de uwe! En hier’ – hij ging hun voor naar de stallen – ‘sluimert de rest van het vee. Zal ik u de stier voorstellen, opdat gij een nummertje moed kunt spillen? En hier, heren – o, pas op, dat geen uwer valt, want dat zou mij spijten van de vloer – hier is een trap naar boven. Daar slaap ik. Als ik tenminste niet wakker word geroepen.’

Zij gingen achter elkander de smalle trap op.

‘En kijk, meneren, daar…’

De schout greep plotseling de lantaarn, en stoorde de geleider in zijn praat. Op de grond, boven aan de trap, lag een priesterlijk bonnet.

‘Aha, een papenmuts!’ zei de schout scherp.

‘Nee, maar!’ viel de gastheer bij. ‘Wat wonderlijk! Neem hem, heer schout, ik zie dat uw hoofd lichtelijk kaal is, en ge kijkt zo verheugd!’

De naastbijzijnde rakker bukte zich en greep de bonnet. Men drong de gastheer opzij, en doorzocht het ganse huis, de stallen, de schuren, de hooimijten.

Er was geen priester te vinden.

‘De muts is er, de paap is gevlogen,’ zei de schout spijtig. Zijn rondleider hield bij hoog en laag vol geen geestelijke te hebben gezien.

Toen de boer van de hofstede, die een paar oude mensen had weggebracht, later thuiskwam, kreeg hij het ganse verhaal te horen. Want ja, die rondleider met zijn jolige tong, was de priester geweest, naar wie men zo ijverig had gezocht. Dat had de schout niet kunnen bevroeden: hij was toen al op de terugweg, met rakkers en bonnet... Lang daarna, toen de religie vrijelijk beleden mocht worden, noemde men die boerderij ‘De Papenmuts’.

Eeuwenlang bleef deze historie een goed verhaal, waar om werd gelachen. En nog heet de grond, waarop het huis heeft gestaan, ter herinnering aan angst, moed en vreugde, ter ere van de kostelijke vondst en de olijke pastoor: ‘De Papenmuts’.

Mysteries in Zeeland
titlepage.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_0.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_1.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_2.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_3.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_4.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_5.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_6.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_7.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_8.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_9.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_10.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_11.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_12.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_13.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_14.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_15.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_16.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_17.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_18.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_19.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_20.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_21.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_22.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_23.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_24.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_25.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_26.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_27.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_28.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_29.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_30.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_31.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_32.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_33.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_34.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_35.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_36.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_37.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_38.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_39.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_40.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_41.xhtml
Mysteries_in_zeeland_split_42.xhtml