Hoofdstuk 11

„Amy! Telefoon!” riep Jack vanuit de keukendeur. „Ty’s moeder.”

Het was drie weken later. Ty ging als een speer vooruit en hij zou morgen eindelijk uit het ziekenhuis ontslagen worden. Zijn moeder zou hem verder verzorgen. Amy hoopte dat hij van de dokter op weg naar huis ook even langs Heartland zou mogen. Hij had gezegd dat hij de paarden heel graag wilde zien, vooral Dazzle.

Amy maakte Solly’s halstertouw gauw vast aan een ring bij de stallen en rende naar binnen.

„Hallo, mevrouw Baldwin. Hoe staat het met de plannen? Denkt u dat jullie hier langs kunnen komen?”

„Ja, het is allemaal geregeld,” zei Ty’s moeder vrolijk. „Ik heb mijn dienst geruild met een collega op het werk. We komen morgen om een uur of twee. Is dat goed? Dan blijven we een uurtje.”

„Wat fantastisch!” riep Amy blij uit. „Heel erg bedankt, mevrouw Baldwin. Ik ga het aan iedereen vertellen.” Amy legde de telefoon neer en vloog Lou om haar nek. „Ty komt hier als hij uit het ziekenhuis mag!” zong ze en ze zwierde met haar zus door de keuken. „We moeten een feestje voor hem organiseren.”

Lou lachte. „Natuurlijk! Ik ga meteen bellen. Zeg maar, wie zal ik uitnodigen?”

Amy dacht even opgewonden na. Ze kon bijna niet geloven dat het nu eindelijk zover was. „Nou, Scott en Matt, natuurlijk. Soraya, maar die zal ik zelf wel bellen. Nick Halliwell en Daniël. Ben is hier al. En Nancy misschien?”

„Dat zal ze leuk vinden,” lachte Lou. „Ik zal het met opa overleggen.”

„Super. Dan ga ik het aan Ben vertellen.” Amy vloog naar buiten.

Die avond maakten Amy, Lou en Soraya van een oud laken een groot spandoek. Met dikke, rode letters schreven ze er WELKOM TERUG TY op.

De volgende ochtend hielp Ben Amy het spandoek aan de luifel van het voorste stallenblok op te hangen. Ook hing Amy overal slingers op.

Lou kwam met een zakje ballonnen naar buiten. „Wat vind je hiervan?”

Amy schudde haar hoofd. „Misschien beter van niet. Gold Dust is al een stuk rustiger geworden, maar laten we het risico niet nemen dat er een knalt.”

„Je hebt gelijk. Weet je, het is al bijna twaalf uur. Ik ga vast de tafel dekken.” Lou liep terug naar binnen.

Amy keek tevreden om zich heen. Heartland zag er zo kleurig en feestelijk uit. Het was nu echt een blije plek, waar paarden én mensen beter konden worden. Met een glimlach liep ze naar de zadelkamer. Ze had nog net tijd om Candy te longeren voor het middageten.

Sinds Ty het had voorgesteld, deed Amy elke dag een handje gedroogde hop door het voer van de merrie. En het hielp blijkbaar, want de laatste weken was Candy een stuk minder humeurig. Ze was ook veel rustiger, niet meer zo schrikachtig, en ze ging dus ook niet meer steeds door het lint. Amy barstte bijna uit elkaar van trots bij de gedachte dat Ty had meegeholpen aan haar genezing. Heartland was weer bijna zoals het vroeger was.

Alle gasten waren er al ruim voor twee uur om Ty welkom te heten. Precies op tijd draaide de auto van mevrouw Baldwin het erf op. Iedereen stond hen buiten op te wachten en er klonk een uitbundig gejuich en geklap toen mevrouw Baldwin Ty uit de auto in een rolstoel hielp.

Zelfs terwijl hij worstelde om zijn benen op de goede plek te krijgen, zag Ty er al heel gelukkig uit, met een enorme grijns op zijn gezicht.

„Wat… fijn om terug te zijn,” zei hij, toen hij eenmaal in zijn stoel zat. Hij keek om zich heen naar al die mensen. „Ik dacht dat ik Heart…Heartland nooit meer zou zien.”

„Nou, wij hebben daar geen moment aan getwijfeld,” zei Lou overtuigd.

Amy keek naar haar zus en bedacht hoeveel steun ze aan haar had gehad. Nu Ty eindelijk terug was, kon Amy weer opgelucht ademhalen. Een voor een keek ze de mensen in het groepje aan en realiseerde zich dat ze van iedereen in het gezelschap kracht en hoop had gekregen. Wat was het heerlijk om dit moment met hen te kunnen delen.

„Kom mee, dan laat ik je de nieuwe aanwinsten zien,” zei Amy gretig. Ze duwde de rolstoel naar voren. „En volgens mij staan er ook wat oude vrienden op je te wachten.”

Amy duwde Ty naar de voorste stallen en vrolijk pratend liep iedereen met hen mee. Ze liet hem alle paarden zien en daarna gingen ze naar de achterste stal.

De gesprekken vielen stil en Ty staarde naar het gebouw, dat nu was gerepareerd. Er waren nieuwe steunbalken geplaatst en het hele dak was vernieuwd. Ook de grote houten deuren waren nieuw. Alles zag er weer piekfijn uit en het was bijna niet te geloven dat het zo’n puinhoop was geweest.

Ty schudde zijn hoofd. „Ik heb geluk gehad,” zei hij eenvoudig.

„Nee, wij hebben geluk gehad,” antwoordde Ty’s moeder. „Geluk, dat we je terug hebben.”

Op weg naar de weilanden lieten de anderen Ty en Amy een eindje vooruitgaan, zodat ze even alleen konden zijn.

„Ik zal je Dazzle laten zien,” zei Amy tegen Ty. „Hij vindt mensen bijna leuk nu.”

Ty knikte.

Tot Amy’s blijdschap had Dazzle hen aan horen komen en stond hij nieuwsgierig bij het hek. Met zijn oren opgewekt naar voren, snoof hij hun lucht op. Daarna hinnikte hij een groet.

Amy duwde de rolstoel heel langzaam naar voren, want ze wist niet zeker hoe de hengst zou reageren. Ze mocht nu dicht bij hem in de buurt komen en hij liet haar zelfs over zijn hals aaien, maar vanbinnen was hij nog steeds een wild paard. Hij zou plotseling in paniek kunnen raken door dingen zoals de rolstoel of het geluid van een stem die hij niet kende. Amy sprak hem geruststellend toe.

Toen Amy de rolstoel zo neerzette dat Ty vlak naast het hek zat, brieste Dazzle en hij deed geschrokken een paar stappen achteruit. Toen er verder niets gebeurde, strekte hij toch nieuwsgierig zijn hals uit.

„Kom maar, jochie,” moedigde Amy hem aan. „Dit is Ty. Kom maar even hallo zeggen.”

Voorzichtig deed Dazzle weer een stapje naar voren. Zijn neusvleugels trilden gespannen.

Ty bestudeerde de hengst van neus tot staart. „Hij is fantastisch,” zei hij tegen Amy en hij stak zijn hand uit.

Dazzle dacht er even over na en blies toen zachtjes over zijn handpalm. Daarna hapte hij speels met zijn lippen naar de vingers van Ty, die een grote glimlach op zijn gezicht kreeg.

Amy werd helemaal warm vanbinnen toen ze dat zag. Hoe lang het ook zou duren voordat Ty weer helemaal de oude was, één ding was niet veranderd: hij was nog steeds gek op paarden en zij op hem.

De daaropvolgende week vloog voorbij. Ty leerde zich langzaam aanpassen aan een leven buiten het ziekenhuis. In het begin bracht mevrouw Baldwin hem steeds voor korte bezoekjes naar Heartland, maar na een week kreeg Ty al veel meer uithoudingsvermogen en kon hij uren achter elkaar blijven.

Op een dag, ongeveer twee weken nadat Ty uit het ziekenhuis was gekomen, keek Amy vanuit Solly’s box toe hoe Ben Ty hielp zadelzeep op een zadel te smeren. Amy was net Solly’s hoeven aan het uitkrabben toen ze de twee jongens hoorde praten. Ze keek nieuwsgierig om het hoekje.

Supergeconcentreerd en vastberaden probeerde Ty het leer in te zepen met een vochtige spons, die hij stevig in zijn vingers geklemd hield. Ben zat bij hem en kletste ontspannen over hoe Red vooruitging, maar ondertussen hield hij onopvallend één hand achter op het zadel, zodat het niet van de leuning van Ty’s rolstoel zou kiepen. Ook gaf hij zijn vriend steeds wat zadelzeep aan.

„Red is helemaal door het dolle heen dat hij weer op wedstrijd mag,” vertelde Ben. „In de ring voelt hij zich echt als een vis in het water. Het enige probleem is, dat hij zo opgewonden raakt dat hij daardoor onvoorzichtig wordt. Ik denk dat het nog wel een paar wedstrijden zal duren voordat hij weer een beetje kalm wordt.”

„Misschien kan je hem vóór de wedstrijd wat kamille-poeder geven,” stelde Ty voorzichtig voor. „Daar wordt hij wat rustiger van.”

„Goed idee.” Ben knikte bedachtzaam. „Dat ga ik proberen.”

Ty keek even opzij naar Ben, maar daardoor glipte de spons uit zijn vingers. Hij wierp snel zijn arm naar voren om de spons op te vangen, maar het enige wat hij daarmee bereikte, was dat het zadel ook op de grond terechtkwam. De frustratie werd hem even te veel. „Nee, hè! Verdorie!”

„Geeft niks,” zei Ben kalm. Hij legde het zadel terug en raapte de spons op. „Zo, je kan weer verder.”

Ty pakte de spons aan en schudde zijn hoofd. „Ik háát dat!” zei hij verdrietig.

„Hé, maak je nou maar niet druk. Het gaat toch steeds beter?” Ben grijnsde naar Ty. „Je moet geduld hebben. Je lijkt Red wel, joh! Zo blij dat je terug bent, dat je vergeet dat alles tijd nodig heeft.”

Bij die woorden werd Ty weer rustig en hij knikte naar Ben.

Amy glimlachte en stapte stilletjes terug in Solly’s box. Ben had gelijk. Het ging inderdaad steeds beter met Ty. En wat ze zelf helemaal geweldig vond, was dat hij zo goed met de paarden kon opschieten, vooral met Dazzle. Hij kon dan nog wel niet veel lichamelijk werk doen, maar hij had wel veel tijd om met de paarden door te brengen. Dat was ideaal voor Dazzle, die kon zo goed aan mensen wennen. De mustang leek instinctief naar Ty toe te trekken.

Toen Amy klaar was met Solly liep ze terug naar Ty. „Ik moet er zo vandoor. Vanmiddag is de opvoering van Romeo en Julia op school. Denk je dat jullie het redden zonder mij?”

Bens gezicht vertrok een beetje bij de gedachte aan het toneelstuk, maar toch glimlachte hij. Sinds Ty terug was gekomen op Heartland, leek Ben veel blijer. Net alsof door Ty’s aanwezigheid alle andere problemen niet meer zo erg leken. „We overleven het vast wel, Amy,” zei hij. „Ga jij maar lekker lol maken.”

Ty keek Amy aan en lachte. „Tuurlijk, wij doen al jouw werk wel,” grapte hij.

Amy bukte zich en gaf hem een zoen. „Wat zitten jullie hier dan nog te luieren? Als ik terugkom, verwacht ik wel dat alles klaar is, hoor. Tot straks!”

Ze douchte en trok schone kleren aan, waarna ze de bus nam naar de stad. Ze voelde zich vrolijk en had onwijs veel zin in het toneelstuk. Het was weer even wat anders dan het werk op Heartland en ze hoefde zich ook geen zorgen meer te maken of ze het allemaal wel gedaan kreeg. Ze had, nu Ty uit het ziekenhuis was, zo veel meer tijd en iedereen was veel opgewekter nu hij elke dag langskwam.

In de aula zocht ze een mooi plekje uit. Het was maar goed dat ze op tijd was, want de zaal liep snel vol. Ze hoopte dat Soraya en Matt niet al te zenuwachtig zouden zijn, maar ze hadden zo vaak geoefend dat het vast wel goed zou gaan.

En dat ging het ook. Soraya was prachtig als Julia, met haar donkere ogen en krullen. Amy vermoedde dat het niet alleen door haar kostuum en haren kwam dat ze zo mooi was. Soraya straalde gewoon op het podium, en dat was meer dan toneelspel. Amy had haar vriendin nog nooit zo gezien. De aantrekkingskracht tussen Soraya en Matt, als Romeo, was overduidelijk. Amy was apetrots op haar vrienden; ze hadden zo veel talent en ze pasten ook nog eens zo goed bij elkaar.

Het doek viel en de zaal barstte los in een daverend applaus. Het publiek bleef klappen en juichen tot het doek opnieuw openging. Soraya en Matt kwamen het toneel weer op en bogen nog eens, samen met de rest van de spelers.

Toen Soraya even naar haar keek en stiekem zwaaide, voelde Amy pas goed hoe trots ze op haar vrienden was. Uiteindelijk liep Amy achter de rest van het publiek aan naar buiten en zocht ze haar vrienden op.

Achter de schermen trof Amy alle spelers in een uitgelaten stemming, ieder omringd door vrienden en bewonderaars. Ze zag Soraya staan, met een bos bloemen die ze net van een fan had gekregen. Amy liep naar haar toe, maar bleef aarzelend aan de rand van het groepje staan. Ze wilde haar vriendin eigenlijk niet storen, maar zodra Soraya haar in de gaten kreeg, bedankte ze haar bewonderaars beleefd en glipte ze weg.

„Amy!” Soraya rende op haar af. „Wat leuk dat je er bent!”

„Je was geweldig! Ik ben zo trots op je. Jij en Matt waren echt fantastisch.”

„O, Amy,” zei Soraya dromerig. Haar ogen glansden. „Ik ben echt zo blij, en zo opgelucht! Het is natuurlijk super dat het toneelstuk heel goed ging, maar het is meer dan dat.”

„Stil, niks zeggen. Volgens mij weet ik het al.” Amy lachte en schudde haar hoofd toen Matt aan kwam lopen en zijn arm om Soraya heen sloeg. „En het werd wel eens tijd ook.”

„Hoe wist je dat?” vroeg Soraya.

Amy lachte. „Nou, ik denk dat iedereen in de zaal het wel doorhad.”

„Ja, nu mag iedereen weten dat we verkering hebben…” Matt keek op zijn horloge en trok een wenkbrauw op. „Volgens mij precies… vijf uur.”

„Geen wonder dat het er zo overtuigend uitzag op het toneel!” Amy gaf Soraya een dikke zoen.

„Wat? Dacht je dat onze acteertalenten alleen niet genoeg waren?” grapte Matt. „Soraya, laat je dat zomaar over je kant gaan?”

„Ik vind het helemaal niet erg,” zei Soraya vrolijk. „Ik kan alles hebben, als ik maar heel snel iets te eten krijg. Ik zou een moord doen voor een pizza. Ga je mee, Amy?”

„Nee, dank je. Gaan jullie maar.”

Het begon al donker te worden toen Amy naar huis ging. Onderweg in de bus bedacht ze hoe gelukkig Soraya en Matt eruit hadden gezien. En ze dacht weer terug aan hoe het was geweest toen Ty en zij verkering kregen en hun vriendschap was overgegaan in liefde. Ook herinnerde ze zich wat ze had beloofd toen hij in het ziekenhuis lag. Ze hadden zo veel meegemaakt en ze had zich zo druk gemaakt over alles. Ze hoopte maar dat mevrouw Baldwin Ty nog niet had opgehaald, want ze wilde hem zo graag nog even zien, om nog eens te zeggen hoe fijn ze het vond dat hij er weer was.

Al voordat de bus bij de halte was, stond Amy klaar bij de uitgang. Ze sprong op de stoep en draafde de oprijlaan op. In het voerhok trof ze Ben aan, die bezig was om het avondeten klaar te zetten.

„Hoi. Is Ty er nog?”

„Ja hoor. Hij is bij Dazzle. Was het leuk?”

„Super.” Amy aarzelde even en zei toen: „Volgens mij zien we Soraya straks terug in Hollywood.”

„Dat zou ik leuk vinden,” zei Ben warm. „Feliciteer haar maar van me, als je haar weer ziet.”

Dat beloofde Amy. „Ga je volgende week nog steeds met Red naar de Millbrook Classic?”

„Dat is wel de bedoeling.”

„Dan komen Ty en ik ook, om je aan te moedigen.”

„Nou, alle hulp is welkom,” lachte Ben.

Amy zei gedag en liep door de schemering naar de weilanden. Het was een frisse novemberavond en haar adem maakte witte wolkjes in de lucht. Vlak bij de wei bleef ze opeens stokstijf staan. Daar stond Ty’s rolstoel. Leeg! Ze hapte naar adem en stormde ernaartoe. Wat was er gebeurd?

Toen zag ze Ty en haar knieën knikten van opluchting. Het was hem gelukt om te gaan staan en hij leunde tegen het hek van de paddock. Dazzle stond bij hem, zijn hoofd naar Ty gestrekt om zich te laten aaien.

Ty hoorde Amy aankomen en draaide zich om. „Je bent terug!” riep hij met een lach. Ook Dazzle groette haar, door te briesen.

Amy rende naar ze toe. Bij het hek gaf ze Dazzle een klopje en sloeg haar armen toen om Ty’s hals. Ze legde haar hoofd op zijn schouder. Toen ze eindelijk losliet, ging ze dicht naast hem staan tegen het hek en vlocht haar vingers door de zijne. Zo bleven ze zwijgend bij Dazzle staan. Amy probeerde heel bewust elk detail in zich op te nemen. De warmte van Ty’s hand. Het geluid van Dazzle’s lichte ademhaling. De bekende geur van de frisse herfstavond.

Amy wist dat niets hetzelfde kon blijven. Dat had ze de afgelopen twee jaar wel geleerd. Maar ze wist ook dat alles nu helemaal goed was. En ook al zou alles anders worden, deze herinnering zou altijd bij haar blijven.