Hoofdstuk 1
De kleine, bruine pony daverde in galop over het gras. Schaterend leunde Amy naar voren, haar haren wapperden in de wind. Toen ze boven aan de heuvel van Clairdale Ridge kwamen, ging ze weer rechtop zitten en liet de pony in draf overgaan.
„Ho maar, Willow. Rustig aan.”
Willow boog haar hals en brieste. Ze nam braaf gas terug. Op de top bleven ze stilstaan en Amy bewonderde het adembenemende uitzicht. De ochtendmist was nog niet helemaal opgetrokken en Amy zag witte flarden beneden zich door de vallei drijven. Rode, gouden en koperen herfstkleuren deden de bomen gloeien.
Amy aaide Willow over haar hals en glimlachte. Willow was zo ontzettend veranderd en droeg haar ruiter nu blij en vol vertrouwen. Amy dacht aan de periode die achter hen lag, toen Willow nog een doodsbang, zielig hoopje pony was geweest die niemand in de buurt durfde te laten. Met heel veel zorg en geduld had Amy haar geholpen erbovenop te komen. Maar dat was ook waar het op Heartland allemaal om draaide.
Amy liet Willow omkeren en ze gingen het pad weer af, terug naar de stallen en weilanden van Heartland. Hoe dichter ze bij de boerderij kwamen, hoe opgewekter Willow ging stappen.
Amy had wel een beetje te doen met de pony. Na al die weken voelde Willow zich helemaal thuis op Heartland. Maar Heartland was een opvangtehuis, dus ze kon hier niet blijven. De pony was zo goed vooruitgegaan dat ze binnenkort terug zou keren naar haar eigenaars, zodat er plaats zou komen voor een nieuw paard met problemen.
Ze kwamen langs de paddocks en het achterste stalgebouw, dat net weer helemaal was opgebouwd na de vreselijke onweersstorm die kortgeleden over Heartland was getrokken. Alle herinneringen aan die afgrijselijke nacht kwamen opnieuw boven en Amy kneep haar ogen even dicht. Ze hoorde weer het gebulder van de wind, het gekraak van de houten balken in de stal en het hoge, angstige gehinnik van de paarden die binnen vastzaten. Ook hoorde Amy weer de woorden van haar opa toen Ty en zij de stal in gingen om de paarden te redden. ‘Als het dak ook maar een beetje beweegt, komen jullie ogenblikkelijk naar buiten.’ Maar ze hadden niet geluisterd; Amy en Ty hadden alleen maar oog gehad voor de paarden. Opeens hadden de balken het begeven. Ze waren met donderend geweld naar beneden gestort en hadden alles en iedereen bedolven. Er liep een rilling over Amy’s rug en ze moest even slikken. Een van de paarden, Dylan, was doodgegaan en Ty lag sinds die tijd in coma.
Amy miste Ty verschrikkelijk. Hij was de hoofdstalhulp en de enige andere persoon op Heartland die alles wist van de alternatieve methoden die ze gebruikten om paarden te behandelen. Maar hij was nog veel meer dan dat. Hij was ook haar vriendje, haar maatje, degene die haar passie deelde voor het helpen van paarden met problemen. Amy ging hem bijna elke dag in het ziekenhuis opzoeken. Ze vertelde hem dan wat er op de boerderij was gebeurd en hoopte met heel haar hart dat hij wakker zou worden. Maar tot nu toe was er nog niets veranderd en lag hij daar maar stil in zijn bed.
Amy zuchtte en slikte de brok in haar keel weg. Ze moest sterk zijn en blijven geloven dat Ty weer beter zou worden. Dat was het enige wat ze kon doen.
Ze reed naar het voorste stallenblok. Daar steeg ze af en stak Willows stijgbeugels op. Net op dat moment kwam haar oudere zus Lou met een poetskist uit een van de stallen.
„Hoi, Amy,” groette ze. „Ik heb net Candy gepoetst.”
„Dat is mooi!” zei Amy. „Was ze braaf?”
„Een beetje onrustig, maar na een tijdje kalmeerde ze. Ik heb T-touch bij haar gedaan en dat hielp. Moet ik nog ergens anders mee helpen voor ik ga kijken hoe het met de aanmeldingen zit? Er belde vandaag weer iemand die zijn paard graag hierheen wil brengen.”
Amy lachte. „Ga maar, hoor. Ik red het hier wel. Ben heeft het voer al klaargezet. Hoe gaat het verder met de aanmeldingen?”
Het was bijna niet te geloven, zo veel pech als ze hadden gehad op Heartland. Naast die vreselijke storm was er ook nog eens paardengriep uitgebroken. Ze hadden geen nieuwe paarden kunnen aannemen tot de dierenarts had vastgesteld dat de besmettelijke ziekte verdwenen was. Daardoor waren er een paar stallen leeg komen te staan. Maar dat leek nu in elk geval wat beter te worden.
„Het trekt langzaam weer aan,” antwoordde Lou. „Vanochtend belde een dame met een wilde mustanghengst die ze misschien naar ons wil sturen.”
„Een mustang!” riep Amy opgetogen uit. Ze had al zo veel gelezen over de kuddes wilde paarden die nog in het westen rondzwierven. „Echt wild? Nog helemaal niet getemd?”
„Volgens mij komt hij zo van de prairie,” knikte Lou. „Ik heb gezegd dat jij haar zou terugbellen.” Lou overlegde altijd eerst met Amy voor ze een nieuwe patiënt aannam. Ze hielp wel in de stallen, maar was absoluut geen paardenexpert. Bovendien had ze haar jeugd in Engeland doorgebracht en wist dus heel weinig over de wilde paarden van Amerika.
Amy begon helemaal te glimmen. „Wauw, Lou! Een echte mustang? Dat zou ik supergaaf vinden! Ik had nooit gedacht dat ik ooit de kans zou krijgen! Waar komt hij vandaan, heeft ze dat gezegd?”
„De staat Nevada, geloof ik.” Lou moest een beetje lachen om Amy, die stond te springen van enthousiasme. „Waarom zijn mustangs eigenlijk zo bijzonder?”
Amy deed Willow haar hoofdstel af. „Nou, om te beginnen zijn het de enige wilde paarden van Amerika,” legde ze uit. „Ze komen oorspronkelijk uit Europa, maar lopen hier nu al eeuwen in het wild. Ze hebben zich helemaal aangepast aan het leven op de prairie en in de woestijn, dus ze zijn heel gehard. Het zijn echt taaie dieren.” Ze tilde het zadel van Willows rug en hing het over haar linkeronderarm. „En wat ik ook zo super vind, is dat Monty Roberts heel veel met mustangs heeft gewerkt. Hij doet echt ongelooflijke dingen met ze. Mam had heel veel respect voor hem.” Ze dacht even aan hun moeder Marion, die met Heartland en het behandelen van paarden was begonnen. „Monty Roberts is degene die de techniek van de join-up heeft ontwikkeld nadat hij had onderzocht hoe paarden met elkaar communiceren. Hij realiseerde zich dat je paarden ook kunt africhten door als een paard te denken, door hun taal te spreken, in plaats van door ze net zo lang te slaan tot ze gehoorzamen.”
„Nou, dat lijkt me logisch.”
Amy knikte. „Dat zou je denken, ja. Maar er zijn nog heel veel mensen die dat niet zien. Die doen gewoon alles om maar zo snel mogelijk resultaat te krijgen.” Ze ging op weg naar de zadelkamer. „Nadat ik Willow op het land heb gezet, kom ik wel even binnen,” riep ze over haar schouder.
Amy ruimde het zadel en hoofdstel op en ging terug naar Willow. Ze borstelde de bruine merrie snel, nam haar mee naar een van de weitjes en liet haar los. Daarna liep ze in gedachten verzonken naar de boerderij. Een wilde mustanghengst, rechtstreeks uit de woestijn van Nevada! Amy vond het helemaal te gek, maar tegelijkertijd maakte ze zich een klein beetje zorgen. Als er een mustang hun kant op kwam, was er dus wel weer een paard minder op de prairie en werden de kuddes wilde paarden nóg kleiner.
Ze zuchtte spijtig. Alle wilde paarden in het westen van Amerika vielen nu onder het beheer van één organisatie, het BLM, het Bureau Land Management. Het BLM vond dat de paarden zich veel te snel voortplantten en dat hun aantallen dus beperkt moesten worden, omdat er niet genoeg vrije natuur was om die groeiende kuddes van voedsel te voorzien. Daarom dreven ze elk jaar een deel van de paarden bij elkaar en verkochten die. Dat klonk als een prima plan, maar Amy had ook gelezen dat steeds meer natuurgebieden werden ingepikt door boeren en projectontwikkelaars en dat de mustangkuddes langzaam kleiner werden. Ze wist niet precies wat ervan waar was, maar ze wou dat alle wilde paarden gewoon vrij konden blijven rondzwerven.
Met een diepe denkrimpel in haar voorhoofd ging Amy naar de keuken om de eigenaar van de mustang te bellen. Mevrouw Abrahams, stond er op het papiertje dat Lou haar gaf. Ze pakte de telefoon.
„Hallo?” zei een stem aan de andere kant van de lijn. „Met Lois Abrahams.”
„Dag mevrouw Abrahams, u spreekt met Amy Fleming van Heartland. Ik heb gehoord dat u een mustang heeft die u mogelijk bij ons wilt brengen.”
„Ja, dat klopt,” antwoordde mevrouw Abrahams. „Fijn dat u terugbelt. Dazzle is een hengst, een blauwschimmel. Hij is heel bijzonder. En dat wist ik vanaf het allereerste moment dat ik hem zag. Ik was op slag verliefd, alleen al bij het zien van zijn foto op internet.” Ze klonk warm en vriendelijk en haar enthousiasme was duidelijk hoorbaar.
„Internet?” vroeg Amy verbaasd. „Heeft u hem niet van het BLM gekocht?”
„Ja, natuurlijk,” zei mevrouw Abrahams. „Ze gebruiken tegenwoordig online-veilingen om nieuwe eigenaars voor de paarden te zoeken. Het is allemaal heel modern.”
„Dus iedereen kan zomaar een mustang kopen?” riep Amy vol afschuw uit. Het kwam er wel wat onbeleefd uit, maar ze was ook zo geschokt door wat ze hoorde. Ze wist wat er vroeger met mustangs was gebeurd. Er waren er een heleboel naar de worstfabriek gegaan toen hun nieuwe eigenaars ontdekten dat ze heel moeilijk te temmen waren.
„Nee nee, ze zijn heel streng. Ze hebben me helemaal doorgelicht en Dazzle is pas na een jaar echt van mij, als ik heb bewezen dat ik goed voor hem zorg. Dus eigenlijk heb ik hem nu geadopteerd.”
„Wat een opluchting! Fijn om te horen dat ze de toekomst van de verkochte paarden serieus nemen. Hoe lang heeft u hem al?”
„Pas een week. Hij is echt heel wild! Ik denk dat ik zelf niet zo veel met hem zal kunnen doen tot hij door een professional is afgericht. Ik heb al jaren niet meer op een paard gezeten.”
Amy moest hier even over nadenken. Mevrouw Abrahams leek heel aardig, maar wel erg onervaren om een wild paard aan te kunnen. „Dus u bent niet van plan om op hem te gaan rijden? Wilt u hem gewoon alleen verzorgen?”
„O nee, ik wil uiteindelijk wel op hem gaan rijden,” zei mevrouw Abrahams vol vertrouwen. „Maar dat africhten zie ik niet zitten. Daarom heb ik jullie gebeld.”
Amy was even stil. Dit was een veel grotere uitdaging dan ze had gedacht. De mustang zou niet alleen getemd moeten worden, maar hij zou ook nog zo goed moeten worden afgericht dat een beginner op hem zou kunnen rijden. „En het BLM heeft niks met hem gedaan voordat u hem kocht?”
„Alleen tijdens het vervoer. Hij heeft een kalmeringsspuitje gekregen toen hij naar ons toe werd gebracht, daarna hebben we hem meteen in de wei gezet. Eerlijk gezegd, is het me niet echt gelukt om bij hem in de buurt te komen.”
„En vond het BLM dat niet erg?”
„Nee. Ze vinden het belangrijk dat het paard een goede leefomgeving heeft. Ze hebben naar ons weiland gevraagd, en hoe groot dat is,” legde mevrouw Abrahams uit. „Hij is natuurlijk gewend aan de prairie, dus staat hij dag en nacht buiten. Als jullie hem aannemen, zal zijn huisvesting dus ook geen probleem zijn. Hij heeft alleen een groot weiland en een schuilplaats nodig. Hij hoeft ook niet te worden bijgevoerd.”
Amy haalde diep adem. Ze keek om naar Lou, die haar bemoedigend toelachte. Toch aarzelde ze. „Hij klinkt als een fantastisch paard, mevrouw Abrahams. Maar we zullen er even over moeten nadenken. Mag ik u later terugbellen?”
„Natuurlijk.” Mevrouw Abrahams klonk een beetje teleurgesteld. „Maar ik hoop zo dat hij naar Heartland mag komen. Ik wil dat hij de beste start krijgt die maar mogelijk is.”
Amy hing op en ging naast Lou aan de keukentafel zitten.
„Twijfel je?” vroeg Lou. „Het is misschien inderdaad een heel gedoe. En wat zei je nou over internet?”
„Ze heeft hem op een internetveiling gekocht. Het is een van de manieren waarop het BLM mogelijke kopers zoekt,” vertelde Amy. „Maar ik had er nog nooit van gehoord.”
„Wat is er met het BLM?” vroeg Jack Bartlett, die net de keuken binnenkwam. Hij was de opa van Lou en Amy, en de eigenaar van Heartland.
„We kregen net een verzoek om een mustang te temmen en af te richten die iemand heeft geadopteerd van het Bureau Land Management,” legde Amy uit. „De eigenaresse zei dat ze er ook op wil gaan rijden, maar dat hij nog honderd procent wild is. Volgens mij heeft ze geen idee wat ze zich op de hals heeft gehaald.”
„Maar misschien weet ze het ook wel, diep vanbinnen. En wil ze hem daarom naar ons sturen,” bracht Lou naar voren.
„Dat zou kunnen,” knikte Amy. ,,Maar als ze net zo weinig ervaring heeft als ik denk, dan hebben we echt héél veel werk te doen voor hij naar haar terug kan.”
Lou’s blauwe ogen twinkelden. „En is dat niet net wat je wilt?” vroeg ze zacht. „Jij houdt toch van een uitdaging? En we hebben plek zat. Hij hoeft niet in een box te staan, toch?”
Amy schudde haar hoofd. „Hij is vast veel gelukkiger buiten op het land. We zouden hem in de voorste wei kunnen zetten, maar omdat hij een hengst is, moet hij wel alleen staan.”
„Nou, we hebben hier wel eerder hengsten gehad,” merkte Jack op.
Amy lachte naar hem. Het was wel lief dat Lou en Jack háár nu probeerden over te halen een paard aan te nemen. Meestal was het andersom. Mevrouw Abrahams had overduidelijk alle hulp nodig die ze kon krijgen. En Lou had gelijk: het was een fantastische kans en voor Dazzle was het uiteindelijk ook het beste.
Ze pakte resoluut de telefoon en belde mevrouw Abrahams terug. „We doen het.”