7
Gezondheid en veiligheid
Kindveilige omgeving
Naarmate de baby mobieler wordt – zo rond de negen maanden – zal hij steeds vaker zijn omgeving gaan verkennen. Maak van je huis een veilige omgeving om ongelukken te voorkomen. Ben je je eenmaal bewust van de gevaarlijke plekken in huis, dan kun je elk ander huis waar je met je baby komt kindveilig maken.
Algemene veiligheidsmaatregelen
[1] Controleer of er geen kleine dingen binnen handbereik van de baby liggen.
[2] Bedek stopcontacten en zet elektrische snoeren vast. Gebruik stopcontactbeschermers. Bevestig losse snoeren aan de vloer of muur.
[3] Koop bij een doe-het-zelf- of babyspeciaalzaak strippen die de spleet tussen de deurpost en de deur aan de scharnierkant afdekken en deurbuffers die voorkomen dat een deur snel dicht slaat. Je kunt ook een dikke handdoek over de deur hangen of de deur met een haakje vastzetten om te voorkomen dat je baby met zijn vingers tussen de deur komt.
[4] Plaats sloten op ramen en voorzie klapramen van kierstandhouders.
[5] Kort koordjes van jaloezieën in zodat ze buiten bereik hangen. Het gevaar bestaat dat de baby er zichzelf mee wurgt.
[6] Plaats hekjes bij trappen en in deuropeningen van ruimtes waar de baby niet mag komen. Gebruik klemtraphekjes alleen voor onder aan de trap. Hekjes boven aan de trap dienen altijd stevig in de muur te worden verankerd.
[7] Veranker boekenkasten en meubelstukken die kunnen omvallen. Als de baby zich aan een van deze meubelstukken probeert op te trekken kan hij het meubel over zich heen krijgen.
[8] Monteer kinderslotjes op kastdeuren en lades waarin zich spullen bevinden die gevaarlijk kunnen zijn voor baby’s.
[9] Verhoog de brandveiligheid door middel van blusapparaten en rook- en koolmonoxidemelders; zorg ook voor een vluchtroute zonder obstakels.
[10] Monteer plastic schermen voor heteluchtventilatoren om brandwonden te voorkomen. Als de koudeluchtventilator in de vloer zit, controleer dan of deze sterk genoeg is om het gewicht van de baby te kunnen dragen. De ventilator, indien nodig, vervangen.
TIP: Als je in een oud pand woont of de verf in huis bladdert, test de verf dan op lood. Verwijder loszittende verf en loodhoudende materialen.
Keuken
Als je staat te koken of bakken kun je de baby beter uit de keuken houden. Neem onderstaande maatregelen voor een veilige keuken.
[1] Berg messen, plastic zakken en gevaarlijk keukengerei op in een la met kinderslot.
[2] Zorg dat brandblussers, schoonmaakmiddelen en andere gevaarlijke stoffen buiten bereik van de baby staan, dat wil zeggen hoog in de kast of in een kast met kinderslot.
[3] Haal de stekker uit het stopcontact van apparaten die niet worden gebruikt.
[4] Gebruik zoveel mogelijk de achterste kookpitten en draai de stelen van de pannen naar binnen.
[5] Creëer een kindveilige la of kast die de baby mag onderzoeken. Leg er pollepels, kleine potten en pannen, plastic bakjes en andere veilige spullen in.
Badkamer
De badkamer kent veel harde en potentieel gladde oppervlakken. Laat de baby hier nooit alleen op onderzoek uitgaan. Neem onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht wanneer je samen met de baby in de badkamer bent.
[1] Wen jezelf aan het deksel van het toilet omlaag te doen.
[2] Berg toiletspullen op. Zorg dat medicijnen, lotions, tandpasta’s en mondwaters in een kastje buiten bereik van de baby staan. Nog veiliger is het om het kastje af te sluiten met een kinderslotje.
[3] Installeer een aardlekschakelaar. Deze zorgt ervoor dat de elektriciteit wordt afgesloten indien het systeem vochtig wordt of overbelast raakt.
[4] Berg alle apparaten op buiten bereik van de baby.
[5] Gooi geen gevaarlijke voorwerpen zoals scheermesjes of lege make-upflesjes in een afvalemmer waar de baby gemakkelijk bij kan.
[6] Leg een kleed of een badmat op harde ondergronden.
[7] Zorg voor een veilige badkuip.
Slaapkamer
Controleer de ruimte onder het bed. Zet geen grote dozen onder het bed waartussen de baby bekneld kan raken. Verwijder kleine voorwerpen waar de baby zich in kan verslikken.
Woonkamer
[1] Beveilig de open haard. Plaats een rooster zodat de baby er niet bij kan. Verwijder sleutels of knoppen waarmee een gashaard kan worden aangestoken. Houd lucifers voor de open haard uit de buurt van de baby.
[2] Plaats hoek- en randbeschermers op scherpe delen aan kasten en tafels. Vervang een stenen, metalen of rechthoekige tafel eventueel door een ronde houten tafel.
Eetkamer
[1] Verwijder tafelkleden. Gebruik je een tafelkleed voor een etentje of feestje, verwijder hem dan direct na afloop. Als de baby eraan trekt, krijgt hij de spullen die erop staan over zich heen.
[2] Zet alcoholische dranken in een hoge, afgesloten kast.
Maatregelen voor op reis
Als je op reis bent, is het belangrijk dat je ook in je nieuwe verblijfplaats een veilige omgeving creëert. Houd de baby extra goed in de gaten totdat je alle voorzorgsmaatregelen hebt genomen.
Medicijnkast
Alle ouders doen er verstandig aan te zorgen dat de medicijnkast de nodige spullen bevat om de baby In geval van een ongeluk eerste hulp te kunnen bieden. Zorg er bovendien voor om In de auto een verbanddoos paraat te hebben. Bewaar de medicijnen en verbanddoos op een toegankelijke plaats buiten bereik van de baby. Het verdient aanbeveling regelmatig te controleren of de inhoud nog aan de eisen voldoet.
Inhoud medicijnkast
- Verband, tape en wattenschijfjes
- Steriel verbandgaas
- Steriele gaasjes
- Wattenbolletjes
- Watten
- Hechtpleisters
- Snelverband
- Digitale thermometer
- Schaar
- Pincet
- Zaklamp met extra batterijen
- Extra deken
- Antiseptische crème
- Anti-jeuk lotion
- Calamine lotion
- Zonnebrandcrème (factor 15)
- Brandwondenzalf
- Vaseline
- Zeep
- Paracetamol (zetpillen 120 mg)
- Neusspray
- Hoestdrank
- Gifwijzer
- Telefoonnummer van je huisarts
- Alarmnummers
- Steriele doekjes
Heimlich-manoeuvre en mond-op-mondbeademing
De Heimlich-manoeuvre wordt toegepast wanneer de baby een voorwerp inslikt dat de luchtwegen afsluit. Als de baby niet meer ademt, begin dan direct met mond-op-mondbeademing om de ademhaling weer op gang te brengen. Zowel ouders als verzorgers doen er verstandig aan beide methodes te bestuderen. Informeer naar de mogelijkheden tot het volgen van een EHBO-cursus in je woonplaats.
Ademhalingsproblemen
[1] Wees alert op de volgende tekenen. Heeft de baby moeite met ademhalen? Loopt hij blauw aan? Snakt de baby naar adem, is hij bewusteloos of reageert hij niet op prikkels?
TIP: Meestal kun je horen en⁄of voelen of de baby nog ademt. Houd je wang boven neus en mond van de baby. Als hij ademt, voel je lucht langs je wang strijken.
[2] Vraag of iemand de ambulance belt. Ben je alleen, pas dan nog een minuut de Heimlich-manoeuvre of mond-op-mondbeademing toe, voordat je zelf gaat bellen. Keer daarna direct terug naar de baby.
[3] Beoordeel het probleem. Ademt de baby niet meer? Was hij aan het eten? Heeft hij een voorwerp ingeslikt? Zo ja, pas de Heimlich-manoeuvre toe.
Wordt de ademhaling van de baby gehinderd? Vertoont hij tekenen van piepen, kokhalzen of hoesten? Zo ja, houd de baby voorover en laat hem
proberen door middel van zijn natuurlijke hoest- en kokhalsreflex zijn luchtwegen vrij te maken.
Bel de ambulance als het kokhalzen langer dan twee à drie minuten aanhoudt. Pas in geen geval de Heimlich-manoeuvre toe; de kans bestaat dat het voorwerp verder naar binnen schiet. Is de baby bewusteloos zonder dat er iets in de luchtwegen lijkt te zitten, pas dan mond-op-mondbeademing toe.
Is de baby ziek of heeft hij allergieën die zijn ademhaling bemoeilijken, pas dan noch de Heimlich-manoeuvre, noch mond-op-mondbeademing toe: bel onmiddellijk de ambulance en volg de instructies op.
TIP: Vaak is een baby minder benauwd in een (half)zittende houding.
Heimlich-manoeuvre
[1] Ga zitten. Strek één been recht vooruit.
[2] Leg de baby met de buik naar beneden op je onderarm. Ondersteun zijn nek en hoofdje met je hand. Ondersteun de arm waarop de baby ligt met je uitgestrekte been. In deze positie ligt het hoofdje van de baby lager dan de rest van zijn lichaam.
[3] Je hebt nu één hand vrij om op de rug van de baby te kloppen. Klop vijf keer voorzichtig maar stevig tussen zijn schouderbladen. Stop met kloppen als het voorwerp uit de luchtpijp schiet. Blijft de baby benauwd, ga dan verder met de volgende stap.
[4] Draai de baby zo dat hij met zijn gezicht opzij komt te liggen op je uitgestrekte bovenbeen, met zijn hoofd bij je knie. In deze positie ligt zijn hoofd
lager dan de rest van zijn lichaam. Ondersteun zijn hoofd en nek.
[5] Geef hartmassage (fig. B). Stel je een horizontale lijn voor tussen de tepels van de baby. Zet twee vingertoppens van één hand circa één vingerbreedte onder deze denkbeeldige lijn op het borstbeen van de baby. Druk vijf keer het borstbeen tot ongeveer een derde van de doorsnede van de borstkas naar beneden met de snelheid van 1 keer per seconde. Inspecteer vervolgens de mond.
[6] Herhaal stap 2 t⁄m 5 totdat de luchtpijp vrij is.
[7] Als de baby bewusteloos raakt, ga dan over op gewone’ reanimatie (zonder Heimlich-manoeuvre). Inspecteer af en toe de mond.
[8] Blijft de luchtpijp geblokkeerd, ga dan door met stap 7 totdat de baby herstelt of een ambulance arriveert.
Mond-op-mondbeademing
[1] Leg de baby op de rug op een stevige, vlakke ondergrond.
[2] Til voorzichtig zijn kin omhoog (fig. A).
[3] Leg je mond over de neus en mond van de baby.
[4] Geef twee effectieve beademingen in vijf pogingen. Controleer of je de borstkas omhoog ziet komen (fig. B)
WAARSCHUWING: De longen van de baby zijn erg klein. Probeer daarom nooit alle lucht uit je longen in zijn longetjes te blazen. Een mondvol lucht is ruim voldoende.
[5] Controleer de circulatie zoals onder [6] beschreven.
[6] Voel je een pols, ga dan door met beademen: 20 keer per minuut. Voel je geen pols, begin dan met reanimeren: wissel 5 keer hartmassage (100 keer per minuut) af met 1 keer beademen (20 keer per minuut).
[7] Ga door totdat de baby herstelt of een ambulance arriveert.
Temperatuur opnemen
De gemiddelde lichaamstemperatuur van de baby ligt rond de 37°C. De temperatuur kan in de loop van de dag fluctueren en ‘s ochtends lager zijn dan aan het eind van de dag. De gemakkelijkste en nauwkeurigste manier om de lichaamstemperatuur van de baby op te nemen is door een digitale thermometer in het rectum van de baby te plaatsen.
WAARSCHUWING: Een baby mist het geduld en de motoriek om zijn temperatuur oraal te laten opnemen. Ook is af te raden de temperatuur in de oksel van de baby op te nemen (fig. B).
[1] Maak de thermometer schoon met alcohol (70%). Smeer de punt in met een beetje vaseline of een ander glijmiddel.
[2] Leg de baby op zijn rug op een vlakke ondergrond, kleed hem uit en verwijder zijn luier. Je kunt hem ook op zijn buik op je schoot leggen.
[3] Spreid de billen van de baby en breng de thermometer ongeveer 2,5cm in (fig. A).
[4] Houd de billetjes van de baby tegen elkaar aan: dat is minder oncomfortabel voor hem. De meeste digitale thermometers piepen zodra de meting is afgelopen.
[5] Verwijder de thermometer. Bedek de billen van de baby met een doek of een luier.
WAARSCHUWING: Rectaal opnemen kan de stoelgang van de baby stimuleren. Leg hem op een handdoek voordatje zijn temperatuur opneemt.
[6] Lees de thermometer af. Is de temperatuur van een pasgeboren exemplaar hoger dan 38°C, neem dan onmiddellijk contact op met je huisarts. Bij oudere baby’s hoef je in principe pas bij 40°C een arts te waarschuwen of als de baby, naast de koorts, last heeft van braken, lusteloosheid, stuipen of huiduitslag.
Medisch onderhoud
De meeste baby’s zullen In hun eerste levensjaar gemiddeld een viertal ziektes doormaken. Het Is raadzaam als je je ongerust maakt contact op te nemen met je hulsarts. Deze zal je, Indien daarvoor aanwijzingen zijn, doorverwijzen naar een specialist.
Astma
Astma is een aandoening die kramp in de bronchiën veroorzaakt, waardoor de ademhaling wordt bemoeilijkt. Als de baby niet goed wordt behandeld, kan een aanval ernstige gevolgen hebben.
De symptomen zijn onder meer: hoesten (vooral ‘s nachts), piepen, versnelde of zware ademhaling en benauwdheid. Je huisarts zal bij de diagnose astma een behandeling voorschrijven. Overleg met de arts hoe je de aanvallen kunt beperken, bijvoorbeeld door de baby zo min mogelijk bloot te stellen aan bepaalde voedingsmiddelen, medicijnen, schadelijke stoffen, temperatuurwisselingen of allergie-opwekkende stoffen.
Babyuitslag
Vlak na de geboorte zitten er in het bloed van je baby nog veel moederhormonen. Deze kunnen pukkeltjes op het gezicht veroorzaken die lijken op jeugdpuistjes. Deze pukkeltjes vormen eerder een ontsierende dan een ernstige aandoening. Ze verdwijnen gewoonlijk binnen drie maanden. Behandel ze door het gezicht van de baby dagelijks te wassen met een milde zeep en lauw water. Houd het beddengoed van de baby schoon.
Huidproblemen
De baby kan een geboortevlek hebben. Dit is een verandering in het pigment van de babyhuid. Geboortevlekken vormen geen gevaar voor de gezondheid, maar dienen wel in de eerste weken na de geboorte als zodanig te worden herkend, zodat ze later niet voor kneuzingen of uitslag worden aangezien. Maak je je zorgen over zo’n vlek, neem dan contact op met je huisarts. De volgende geboortevlekken komen het meest voor.
De mongolenvlek: Deze groenblauwe vlekken, die vaak worden verward met blauwe plekken, worden meestal op of rond de billen en⁄of onderrug van de baby aangetroffen. Mongolenvlekken komen vaker voor bij baby’s met een donkere huidskleur, maar doen zich ook bij blanke exemplaren voor. De vlekken verdwijnen gewoonlijk rond de leeftijd van twee of drie jaar.
De ooievaarsbeet: Deze roze of zalmkleurige vlekken komen voor op het voorhoofd, de nek, de neus en de wenkbrauwen. De vlekken worden roder als de baby huilt of koorts heeft en verdwijnen meestal rond een half jaar.
Erythema toxicum: Deze geelwitte ‘blaren’, die soms voor een ontsteking worden aangezien, vertonen een rode rand. In de eerste weken na de geboorte kunnen de blaren zich over het hele lichaam van de baby verspreiden, maar gewoonlijk verdwijnen ze vanzelf na drie weken.
Milia: Deze witte puntjes verschijnen meestal op de neus of kin van de baby. Ze worden veroorzaakt door verstopping van de talgkliertjes en verdwijnen gewoonlijk vanzelf binnen drie weken.
Café-au-Lait-vlekken: Deze lichtbruine vlekken verschijnen op de romp of ledematen. Heeft de baby er meer dan zes, raadpleeg dan je huisarts.
Builen en blauwe plekken
Builen en blauwe plekken dienen binnen een week tot tien dagen vanzelf te genezen. Ze zijn gemakkelijk thuis te behandelen, tenzij er zich nog andere symptomen voordoen.
[1] Leg een koud kompres op de pijnlijke plek, of houd er een koud washandje of gelpack (in een washandje!) tegenaan. Door de kou slinkt de buil of de blauwe plek.
[2] Raak de plek niet aan: dit kan gevoelig of zelfs pijnlijk zijn. Ga voorzichtig met de baby om.
[3] Houd de plek in de gaten. Een buil slinkt en verdwijnt uiteindelijk vanzelf. Een blauwe plek verkleurt van paars naar geel en trekt dan weg.
Waterpokken
Waterpokken is een virale infectie die huiduitslag veroorzaakt. Zolang de wondjes geen korstjes vertonen, is de ziekte uiterst besmettelijk voor mensen die nooit waterpokken hebben gehad of niet tegen de ziekte zijn ingeënt.
De uitslag verschijnt in de vorm van rode vlekjes die binnen 24 uur veranderen in blaasjes; gewoonlijk drogen de blaasjes binnen drie tot vijf dagen in tot korstjes. De wondjes jeuken en bezorgen de baby veel ongemak. Om de jeuk te verminderen kun je je baby insmeren met calaminelotion, wantjes aandoen tegen het krabben en niet te warme, katoenen Meertjes aandoen.
Besnijdenis
Besnijdenis is een ingreep waarbij de voorhuid van de penis wordt verwijderd door een arts of rituele besnijder. In de meeste gevallen is er geen medische noodzaak om de baby te besnijden. Een besneden penis is voor een jongetje gemakkelijker schoon te houden, en uit studies zou blijken dat besnijdenis de kans op infectie, HIV en peniskanker verkleint.
[1] Gebruik geen water om de besneden penis te wassen, totdat de wond is genezen. Reinig voorzichtig met een zachte doek.
[2] Smeer het deel van de luier dat contact maakt met de penis ruim in met vaseline. Hierdoor blijft de wond goed droog en wordt voorkomen dat de eikel van de penis aan de luier vastplakt. Doe dit telkens als je de baby verschoont.
[3] Controleer de penis op bloeden en infecties. Raak de wond niet aan totdat deze volledig is genezen. Let op bloed of pus. Denk je dat de baby een infectie heeft, raadpleeg dan je huisarts. Verschoon de baby vaker, want door een vieze luier kan de wond geïnfecteerd raken.
Verstopte traanbuis
Een verstopping van de traanbuis kan leiden tot een infectie. Deze aandoening is niet besmettelijk en gaat gewoonlijk rond de negen maanden vanzelf over.
Een symptoom van ontstoken oogjes is een waterige of slijmerige oogafscheiding (meestal maar aan één oog). Veeg deze afscheiding weg met wat watten, gedoopt in gekookt water. Raadpleeg je huisarts als er niet na een paar dagen duidelijk verbetering optreedt. Indien nodig kan hij antibiotische oogdruppels voorschrijven.
Darmkrampjes
Darmkrampjes is een term die een aantal symptomen omvat die bij de baby tot huilbuien kunnen leiden. De precieze oorzaken zijn niet bekend, maar de huilbuien gaan doorgaans vanzelf over als de baby een maand of drie is. Symptomen van darmkrampjes zijn onder meer: gasvorming, niet doorslapen en ontroostbaar huilen. Overweeg een van de volgende technieken.
[1] Troost de baby. Wissel, indien mogelijk, om de tien minuten af met een andere verzorger. Wieg of schommel de baby of loop met hem rond. Beweging leidt hem af. Overweeg de baby in een draagdoek te dragen of een autoritje te maken.
[2] Wrijf de baby zachtjes over zijn buik. Hierdoor kunnen opgehoopte gassen gemakkelijker ontsnappen. Leg de baby schrijlings op je arm of ga op een bank liggen met de baby op zijn buik op je borstkas.
[3] Als je borstvoeding geeft, laat dan voedingsmiddelen als kool, bonen, melk en caféïnehoudende dranken achterwege.
TIP: ledere ouder heeft zo zijn eigen manieren om met darmkrampen om te gaan. De een raadt massage en een warm bad aan, de ander extra voedingen. Een bekend huismiddel om krampjes te bestrijden is venkelthee. Deze hoeft de baby niet per se zélf te drinken; als de moeder borstvoeding geeft, kan die het ook doen.
Verstopte neus
De neusholten van de baby kunnen verstopt raken door slijm. Een verstopping kan wijzen op verkoudheid, allergie of doorkomende tandjes en dient met het verdwijnen van deze klachten vanzelf over te gaan.
[1] Heeft de baby een loopneus, ga dan verder met stap 2. Gebruik bij vastzittend slijm druppels met een zoutoplossing om het slijm los te maken.
- Dien één druppel per neusgat toe.
- De baby kan gaan huilen. Wacht tot het huilen stopt.
[2] Om het slijm uit de neus te kunnen verwijderen, heb je een neuszuigertje nodig (verkrijgbaar bij drogist of apotheek).
- Knijp in de ‘buik’ van de neusreiniger.
- Stop de ‘kop’ van de reiniger in het neusgat.
- Laat de ‘buik’ los.
- Haal de ‘kop’ eruit.
- Veeg het slijm af aan een tissue of handdoek.
- Herhaal dit bij het andere neusgat.
- Reinig de neuszuiger regelmatig.
[3] Veeg de neus van de baby schoon met een tissue of zachte doek. Een beetje lotion rond de neusgaten voorkomt schraalheid.
[4] Zet de baby binnen in een wipstoeltje of autozitje en gesp hem vast. Rechtop slapen bevordert het loskomen van het slijm en het ademhalen kost zo minder inspanning. Let er wel op dat een pasgeboren baby niet te lang rechtop mag zitten.
Obstipatie
Obstipatie (ook wel verstopping genoemd) is een kwaal die de regelmatige uitstoot van afvalstoffen bij de baby verstoort. Deze kwaal kan voor onbepaalde tijd aanhouden, maar is niet ernstig als hij goed wordt behandeld. Symptomen van obstipatie zijn weinig frequente en⁄of harde ontlasting of langere periodes (vijf dagen of meer) zonder stoelgang. Raadpleeg het consultatiebureau als je denkt dat je baby last heeft van de verstopping. Je kunt ook één van onderstaande technieken overwegen.
[1] Neem de temperatuur van de baby op. De thermometer kan de afvalproductie stimuleren.
[2] Op voorschrift van je huisarts kun je de baby eventueel een glycer-inezetpil geven. Plaats een halve zetpil in het rectum van de baby en doe hem een schone luier om. De behandeling dient binnen een half uur resultaat te geven.
[3] Geef de baby voldoende te drinken. Zorg dat hij voldoende vocht binnen krijgt zodat zijn ontlasting zacht blijft. Dit betekent dagelijks ongeveer 1dl water op elke kilogram lichaamsgewicht van de baby.
[4] Pas het voedsel van de baby aan. Vermijd of verminder voedsel dat obstipatie veroorzaakt, zoals bananen, peren, rijst en granen.
[5] Overleg met het consultatiebureau of je eventueel van flesvoeding zou moeten veranderen. Voeding op sojabasis of voeding met een laag ijzergehalte kunnen leiden tot verlichting van de obstipatie. Een hoog ijzergehalte in flesvoeding leidt tot harde ontlasting.
Berg
Berg is een huidaandoening op de schedel van de baby; het verschijnt in de vorm van gelige schilfers die zich soms kunnen uitbreiden tot in het gezicht. De volgende onderhoudsadviezen kunnen je helpen bij het behandelen van berg.
[1] Smeer een beetje olie op de schedel van de baby. Masseer de olie twintig seconden lang in de berg.
[2] Laat de olie een nachtje intrekken.
[3] De volgende dag kun je de berg verwijderen door de haartjes te wassen en daarbij het hoofd te masseren. Eventueel kun je de schilfers voorzichtig verwijderen met een ansichtkaart. De berg verdwijnt niet meteen. Na een paar dagen moet je de behandeling herhalen.
Kroep
Kroep is een virusinfectie aan het strottenhoofd van de baby. De symptomen zijn het ernstigst in de eerste nacht en verdwijnen na een paar dagen.
De symptomen van kroep zijn: een blaffende hoest, schorre keel, piepende en gejaagde ademhaling, koorts, grauwe teint en lusteloosheid. Raadpleeg je huisarts als je denkt dat je baby kroep heeft.
Verandering in temperatuur heeft een gunstige uitwerking op de symptomen van kroep. Houd de baby in een badkamer vol stoom.
Snijwonden
Een snijwond is een beschadiging van de huid door een scherp object. De wond geneest gewoonlijk binnen 7 à 10 dagen. Laat de genezing langer op zich wachten dan is er mogelijk sprake van een infectie. De symptomen van een geïnfecteerde snijwond zijn: bloeden, roodheid, zwelling of vochtige pus in of rond de wond. Raadpleeg je huisarts als je denkt dat je baby een geïnfecteerde snijwond heeft, of als deze niet stopt met bloeden.
[1] Was de wond met mild zeepwater. Is het bloeden gestelpt, laat de wond dan aan de lucht drogen en ga verder met stap 3.
[2] Bloedt de wond, druk er dan een schoon verbandgaasdoekje op. Druk de huid tegen elkaar terwijl je voorzichtig op de snee blijft duwen. Kijk na een paar minuten of het bloeden gestopt is.
[3] Breng een verband aan. Controleer regelmatig of het verband niet loslaat. De baby kan zichzelf wurgen aan een los verband.
[4] Breng dagelijks een schoon verband aan. Verwijder het verband onder stromend water of tijdens een bad, zodat de lijm kan oplossen. Dit is minder pijnlijk voor de baby. Herhaal voorgaande stappen totdat de wond is genezen.
Uitdroging
Uitdroging wordt veroorzaakt door een verstoorde vochtbalans: de baby scheidt meer vloeistoffen uit dan hij tot zich neemt. De uitdroging blijft bestaan totdat het vochtniveau weer in balans is.
De symptomen van uitdroging zijn: minder plassen (minder dan 2 of 3 natte luiers per dag), huilen met weinig of geen tranen, gewichtsverlies en gebarsten lippen. Geef de baby bij een vermoeden van uitdroging extra water of verdunde flesvoeding te drinken. Bij een borstkind kun je de duur en het aantal van de voedingen verhogen. Je kunt ook een extra fles water geven, eventueel met een ORS-preparaat (Oral Rehydration Solution). Houden de symptomen aan, raadpleeg dan je huisarts.
Diarree
Diarree is een darmklacht waardoor er verandering optreedt in de frequentie en consistentie van de ontlasting van de baby. De klacht wordt veroorzaakt door bacteriën of virussen en duurt gewoonlijk vijf tot zeven dagen.
De symptomen zijn: een dunne ontlasting en een frequentere stoelgang. Het afvalproduct kan sterker ruiken dan gewoonlijk. Raadpleeg je huisarts als de diarree niet binnen twee dagen vermindert of als er bloed of slijm in zijn ontlasting zit.
[1] Verschoon de baby vaker en smeer de luierstreek in met babyzalf.
[2] Geef de baby veel te drinken en licht verteerbaar voedsel. Als je de baby flesvoeding geeft, vul het water in de fles dan slechts met de helft van de vereiste hoeveelheid flesvoeding aan. Geef de baby een fles met water. Moeders die borstvoeding geven dienen het aantal en de duur van de voedingen te vergroten.
[3] Let op tekenen van uitdroging. Kenmerken van uitdroging zijn: diepliggende oogjes, een droge mond, lusteloosheid en niet meer willen drinken. Als je merkt dat je baby hier last van heeft, waarschuw dan meteen de dokter.
Medicijnallergie
Een medicijnallergie is een allergische reactie op een bepaald medicijn. Lees de bijsluiter om symptomen van een dergelijke reactie te kunnen herkennen. Raadpleeg bij het vermoeden van een medicijnallergie onmiddellijk je huisarts, die andere medicijnen zal voorschrijven of de allergie zal proberen te behandelen.
Oorontsteking
Oorontsteking is het gevolg van een virale of bacteriële infectie in het middenoor. Middenoorontstekingen kunnen drie tot vijf dagen aanhouden, en kunnen gedurende enkele weken terugkomen. Raadpleeg je huisarts als de oorontsteking langer dan vijf dagen aanhoudt.
De symptomen van een oorontsteking zijn onder meer: koorts, ontroostbaar huilen, grijpen naar het oor, een rood oor en protest tegen verandering van houding. Raadpleeg je huisarts als je denkt dat je baby oorontsteking heeft.
Oorontsteking wordt gewoonlijk behandeld met antibiotica. Dit biedt de snelste kans op genezing en voorkomt dat de infectie zich verspreidt en voor ernstige problemen zorgt, zoals hersenvliesontsteking. Omdat niet alle baby’s hetzelfde reageren op een bepaald soort antibioticum, is niet op voorhand te voorspellen welke behandeling zal aanslaan. Dit dient proefondervindelijk te worden vastgesteld. Soms vergt de behandeling van oorontsteking een maand.
TIP: Een druppeltje olijfolie in elk van de oren kan de baby tijdelijk verlichting geven. Gebruik hiervoor een oogdruppelaar. Geef de olie de tijd om zijn weg te vinden in de gehoorgang. Dit kalmeert de baby totdat de behandeling van je huisarts aanslaat.
Koorts
Over het algemeen kun je stellen dat hoge koorts gevaarlijker is naarmate de baby jonger is. Wanneer de temperatuur van een pasgeboren baby (jonger dan drie maanden) boven de 38°C stijgt, kun je het beste contact opnemen met je huisarts. Voor al wat oudere baby’s geldt: is de koorts na twee dagen nog niet gezakt, of maak je je zorgen, neem dan contact op met je huisarts. De meeste deskundigen achten overigens een niet al te hoge temperatuurverhoging gunstig voor de baby, omdat koorts de vermenigvuldiging van een virus afremt, en voorkomt dat de baby zieker wordt.
WAARSCHUWING: Neem ook contact op met je huisarts als naast koorts nog andere ziekteverschijnselen optreden, zoals braken, diarree, lusteloosheid, stuipen of huiduitslag.
[1] Leg je hand op het voorhoofd of in de nek van de baby. Voelt het warm aan, neem dan zijn temperatuur op. Voor het opnemen van de temperatuur van de baby, zie ‘Temperatuur’. opnemen.
[2] Wanneer je baby koorts heeft, is het belangrijk ervoor te zorgen dat hij genoeg drinkt. Omdat de lichaamstemperatuur hoger ligt dan normaal, zal je baby meer vocht verliezen. Wanneer je baby meer dan 39°C heeft, moet je ervoor zorgen dat hij voor elke kilo die hij weegt, minstens 50 ml per dag drinkt. Je kunt je kind laten drinken door het verspreid over de dag kleine hoeveelheden gekookt, afgekoeld water te geven met een lepeltje of flesje.
[3] Het kan raadzaam zijn de baby om de vier uur een zetpil met 120 mg paracetamol te geven totdat de koorts zakt; bespreek dit met je huisarts.
Gasvorming
Gasvorming is het gevolg van het feit dat zich luchtbellen in de ingewanden van de baby vormen. Dit probleem kan zich voordoen tijdens de voeding en gaat gewoonlijk vanzelf weer over. De symptomen zijn onder meer: boeren, winderigheid, huilen en het optrekken van de beentjes naar de buik. Laat de baby na elke voeding boeren. Als je borstvoeding geeft, zie dan af van voedingsmiddelen als bonen en kool. Neem de baby in een houding waarin het gas kan ontsnappen.
De hik
Een pasgeboren baby krijgt gauw de hik. Dit wordt veroorzaakt door een tijdelijke storing in het middenrif. Probeer onderstaande technieken om de hik te stoppen.
WAARSCHUWING: Probeer bij een baby nooit de hik te stoppen door hem met een hard geluid aan het schrikken te maken.
- Blaas de baby in het gezicht. Dit versnelt zijn ademhaling en verandert de samentrekking van het middenrif.
- Voed de baby. Het regelmatige slikken en ademhalen stabiliseert het middenrif.
- Sommige exemplaren krijgen de hik omdat ze te snel drinken. Controleer of de opening van de speen niet te groot is.
Insectenbeten
Insectenbeten en -steken zijn alleen gevaarlijk als de baby een hevige allergische reactie vertoont. Symptomen zijn onder meer: buikpijn, overgeven, ademhalingsmoeilijkheden of netelroos (op een andere plek dan de beet). Raadpleeg bij een allergische reactie direct je huisarts. Behandel een milde reactie, zoals jeuk op de plek van de beet of de steek, met een koud kompres. Houd het kompres een kwartier lang op de plek, of zo lang als de baby toestaat.
WAARSCHUWING: Test de temperatuur van het kompres op je eigen huid voordat je hem op de baby legt. Druk nooit zomaar een ijskompres op de babyhuid, maar wikkel deze eerst in een droge handdoek.
Tremoren
Een tremor is een onwillekeurige prikkeling van de zenuwen die een licht beven van de spieren veroorzaakt (meestal in de armen en benen). Dit beven wordt wel eens verward met huiveren. Tremoren komen vrij veel voor onder pasgeborenen, maar verdwijnen gewoonlijk wanneer de baby tussen de drie en zes maanden oud is. Raadpleeg je huisarts als je baby aan hevige tremoren lijdt.
Ontstoken oogje
Bindvliesontsteking (conjunctivitis) kan leiden tot een ontstoken oogje. Het kan veroorzaakt worden door een infectie of een allergie, en kan zich in een of beide ogen voordoen. Conjunctivitis die aan een infectie te wijten is, is besmettelijk; de ouder dient regelmatig zijn handen te wassen. Bij een juiste behandeling verdwijnt de ontsteking binnen een paar dagen.
De symptomen zijn onder meer: roodheid van de oogbol, roodheid van de binnenkant van het ooglid en een groene of gele afscheiding in het ontstoken gebied. De baby zal proberen in zijn oogjes te wrijven, maar dit kun je voorkomen door hem in te bakeren. Als je vermoedt dat je baby bindvliesontsteking heeft, houd hem dan uit de buurt van andere kinderen totdat de ontsteking genezen is.
Reflux
Reflux doet zich voor wanneer er maagzuur in de slokdarm van de baby komt omdat het klepje dat de maag afsluit nog niet naar behoren werkt. Het spugen doet zich vooral voor tijdens de eerste weken na de geboorte, maar kan enkele maanden aanhouden.
De symptomen zijn onder meer: het teruggeven van voeding, prikkelbaarheid, hevige buikpijn, huilbuien, het krommen van de rug en vaker maar korter willen eten. Als je vermoedt dat je baby last heeft van reflux, neem dan contact op met je huisarts, die medicijnen kan voorschrijven of je kan adviseren de baby na het voeden en tijdens het slapen rechtop te houden. Zonodig zal de huisarts je doorverwijzen naar een kinderarts.
Tanden krijgen
De baby is bij zijn komst al voorzien van tanden die meestal in de tweede helft van zijn eerste levensjaar doorbreken. Het doorkomen van de tandjes is een pijnlijk proces dat de baby veel ongemak kan bezorgen.
De symptomen van het doorkomen van de tanden zijn onder meer: overdadig kwijlen, bijten op harde voorwerpen, ‘s nachts wakker worden, prikkelbaarheid, een loopneus, diarree, lichte verhoging en soms obstipatie. Als ouder kun je het ongemak voor je baby verzachten door hem meer dutjes te laten doen of hem koude voorwerpen te geven om op te kauwen, zoals een bijtring. Eventueel kun je een zetpilletje paracetamol geven.
Navelstompje
Bij de komst van de baby steekt er een vijf centimeter lang stompje uit zijn navel. Als het stompje goed droog en schoon wordt gehouden, valt het er binnen ongeveer 8 dagen vanzelf af. Raakt het navelstompje geïnfecteerd, neem dan onmiddellijk contact op met je huisarts. Het stompje staat in directe verbinding met de bloedbaan van de baby, waardoor de infectie zich in zeer korte tijd kan verspreiden.
De symptomen van een infectie zijn: roodheid en zwelling rond de navel, een pusachtige afscheiding en koorts. Je huisarts kan antibiotica voorschrijven of ziekenhuisopname noodzakelijk achten.
Bijwerkingen van inentingen
De baby kan een allergische of andersoortige reactie vertonen op de inentingen die op het consultatiebureau worden toegediend, zowel op de DKTP- (difterie, kinkhoest, tetanus, polio) als op de BMR-prikken (bof, mazelen, rode hond). De bijwerkingen ontstaan meestal kort na de inenting (behalve bij BMR: na 5 tot 12 dagen) en zijn meestal licht: ze kunnen bestaan uit verhoging, hangerigheid, huidsuitslag en een rode zwelling op de plek van de inenting. Geeft de baby een hevige reactie te zien – vooral met ademhalingsmoeilijkheden – bel dan direct een ambulance. De volgende stappen kunnen de symptomen verlichten.
[1] Een zetpil paracetamol kan verlichting bieden bij koorts en ander ongemak.
[2] Leg een koud of warm kompres op de plek van de inenting. Sommige exemplaren geven de voorkeur aan een warm, andere aan een koud kompres. Probeer beide om vast te stellen aan welke kompres jouw exemplaar de voorkeur geeft. Test de temperatuur van het kompres om schade aan de babyhuid te voorkomen.
TIP: De ouders worden in principe door het consultatiebureau opgeroepen om hun baby te laten inenten. De inentingen vinden gewoonlijk plaats op de leeftijd van 2, 4, 6 en 12 maanden. Je bent niet verplicht mee te doen aan het (volledige) inentingsprogramma.
Overgeven
Overgeven is het proces waarbij de baby zijn maaginhoud via zijn mond uitdrijft. Overgeven kan verschillende oorzaken hebben, zoals voedselintolerantie, maag- of darmklachten, reflux, hoofdletsel, meningitis of andere aandoeningen. Net als bij diarree kan overgeven tot uitdroging leiden. Let er dus goed op dat je baby voldoende vocht binnenkrijgt.
Wiegendood
Wiegendood is de onverwachte dood van een op het oog gezonde baby. Hoewel er nog altijd geen verklaring is gevonden voor wiegendood, hebben deskundigen, op basis van onderzoeksresultaten, richtlijnen opgesteld om de kans op wiegendood te verkleinen. Neem contact op met het consultatiebureau om je van de meest recente richtlijnen op de hoogte te stellen. Momenteel worden de volgende maatregelen aangeraden om de kans op wiegendood zoveel mogelijk te voorkomen.
- Leg de baby nooit op de buik te slapen.
- Gebruik wollen of katoenen dekentjes in plaats van een dekbedje.
- Gebruik geen kussens, stootrand of hoofdbeschermer.
- Laat de baby op een stevig matras slapen. Leg de baby niet in een waterbed.
- Maak het bed kort op, zodat de voeten van de baby bijna het voeteneinde raken. Bedek de baby tot aan zijn buik met een licht laken en dekentje. Zorg ervoor dat zijn armpjes boven het laken blijven. Je kunt ook een goed passende slaapzak gebruiken.
- Zorg dat de baby niet te warm ligt.
- Kies voor borstvoeding.
- Rook niet tijdens de zwangerschap of in de buurt van de baby.
- Stel je baby niet onnodig bloot aan vermoeienissen en vermijd lange autoritten.
WAARSCHUWING: Wiegendood kan tot de leeftijd van twee jaar voorkomen, maar komt het meest voor bij baby’s van twee tot vier maanden. Een verhoogd risico geldt tevens voor baby’s die te vroeg zijn geboren en⁄of een te laag geboortegewicht hadden.
Ernstige ziekten
Alle ouders dienen de symptomen van hersenvliesontsteking, longontsteking, stuipen en het rs-virus te herkennen. Als jouw exemplaar deze symptomen vertoont, volg dan de volgende instructies op en neem direct contact op met je huisarts.
Hersenvliesontsteking (meningitis)
Hersenvliesontsteking is een virale of bacteriële ontsteking van de vliezen die hersenen en ruggenmerg omgeven. De ziekte kan op lange termijn schade aan de gezondheid toebrengen en de neurologische ontwikkeling van de baby belemmeren. Gelukkig zijn de meeste vormen te behandelen en is de ziekte soms volledig te genezen.
De symptomen zijn onder meer: koorts, prikkelbaarheid, slaperigheid, overgeven, stuipen, pijn bij het verschonen (optillen van de billen) en⁄of gezwollen fontanellen (door de toegenomen druk in de hersenen). Als je baby hierbij ook rode, niet wegdrukbare vlekjes heeft, bel dan meteen je huisarts.
Longontsteking (pneumonie)
Longontsteking is een virale of bacteriële infectie van de longen. Longontsteking tast de alveolen (longblaasjes) aan. Een gewone verkoudheid kan overgaan in een longontsteking. De meeste vormen zijn volledig te genezen.
De symptomen van longontsteking zijn onder meer: hoesten, koorts, versnelde ademhaling (meer dan dertig tot veertig keer per minuut) en intrekkingen bij de ademhaling. Neem in dit geval altijd contact op met je huisarts.
Stuipen
Een stuip doet zich voor wanneer de zenuwen die naar de spieren lopen door een abnormale prikkeling in de hersenen worden gestimuleerd. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals hersenvliesontsteking, stoornis van de stofwisseling, hoofdletsel, aangeboren afwijkingen en⁄of koorts. In veel gevallen is er echter geen duidelijke oorzaak aan te wijzen. Als de baby een stuip heeft, trekt hij gedurende bepaalde tijd – tussen de 1 tot 5 minuten – onwillekeurig met zijn armen en benen. Soms braakt de baby tijdens of na een stuip of verliest hij urine of ontlasting; soms gaat de stuip over in slaap. Leg een stuiptrekkende baby op zijn zij. Dit voorkomt dat hij stikt als hij moet braken. Stop de baby nooit iets in zijn mond, maar zorg ervoor dat hij vrij kan ademen. Neem pas na de stuip contact op met je huisarts.
WAARSCHUWING: Houdt de stuip langer dan twee minuten aan – of lijkt de ademhaling van de baby te worden belemmerd – bel dan direct een ambulance.
RS-virus
Het rs-virus (respiratoir syncytieel virus) is een virale infectie van de longen, met name van de luchtwegen. De exemplaren die deze ziekte oplopen zijn gewoonlijk jonger dan een jaar. De infectie is besmettelijk voor zowel kinderen als volwassenen, maar voor kinderen is het virus gevaarlijker.
De symptomen van het rs-virus zijn onder meer: hoesten, piepende en versnelde ademhaling (dertig tot veertig keer per minuut), spugen, grauwe kleur en koorts. Als je baby deze symptomen heeft en benauwd is, neem dan direct contact op met je huisarts.