DE VERKLARING VAN DE VOETSPOREN
’Wel, Hardy,’ zei de reder, ’je bent er netjes ingetippeld, hè?’
’Het schijnt zo,’ zei de detective spijtig.
'Ik was je deze keer te slim af!’ Orrin North lachte, ’Ik had allang in de gaten, dat je me volgde, toen ik van huis ging en ik dacht bij mezelf: Goed! Dat spelletje ken ik ook! Laat hij me maar volgen, tot hij er intippelt. En daar sta je nou!’
’Wat ga je nu doen?’ vroeg Fenton Hardy.
’Ik ga je eerst een paar vragen stellen. Wie heeft je opgedragen mij te volgen?’
’Zoek dat zelf maar uit!’
’Je werkt voor de politie, hè?’ gromde North. ’Ik dacht dat je voor mij werkte, maar je werkt voor de politie, voor de regering!’
’Ik heb je voorstellen nooit aangenomen, North,’ antwoordde Fenton Hardy. ’Je hebt me gevraagd je te helpen met het oprollen van een bende smokkelaars, maar ik heb nooit gezegd dat ik je zou helpen. Ik dacht al meteen, dat je maar alleen contact met mij had gezocht, om elke verdenking tegen jou de kop in te drukken.'
’En daarom ging je voor de politie werken?’
’Precies.’
’En wat heeft je dat opgebracht?’
’Een paar bewijzen tegen jou en Louie Fong,’ zei de detective kalm. ’Niet zoveel als ik gehoopt had, maar voldoende om jullie smokkelbende op te rollen.’
’En dat wil je doen?’
’Ja. Zodra ik kans zie, hier uit te komen.’
’Ik denk, dat dat nog wel even zal duren, Hardy. Kom maar eens kijken, wat er met bemoeials gebeurt.’
Hij dreef de detective met zijn revolver naar de deur van het hol, waarin de jongens opgesloten zaten. Hij deed de deur open. Louie Fong, die naast Orrin North ging staan, grijnsde gemeen.
’Kijk!’ zei Orrin North.
De detective was verpletterd.
'Mijn jongens!’ riep hij uit. ’Hoe komen die hier terecht?’
’Door zich met onze zaken te bemoeien, net als jij!’ zei Orrin North. Hij gooide de deur dicht voor vader en zoons een woord konden wisselen.
’En nu,’ zei de reder kalm, ’zul je je wel twee keer bedenken voor je gebruik maakt van de bewijzen tegen mij.’
’Je zult mijn zoons toch niets doen?’ vroeg Fenton Hardy ongelovig.
’O nee?’ vroeg Orrin North, terwijl Louie Fong weer op die vreselijke wijze begon te lachen. ’Ga dan maar naar de politie met je bewijzen! Dan zie je je zoontjes nooit meer terug.’
’Goed. Ik ben verslagen,’ zei de detective.
,Dat weet ik, maar dat wil nog niet zeggen, dat je je gang kunt gaan, Hardy,’ zei de reder. ’Je bent mij een beetje te glad. Jij vertrekt binnen een paar uur naar Zuid-Amerika aan boord van één van mijn schepen.’
De jongens huiverden, want ze konden het gesprek woord voor woord verstaan.
’Wie garandeert me, dat mijn jongens niets zal overkomen?’ vroeg de detective.
’Daar zal Louie Fong wel voor zorgen,’ zei Orrin North met een knipoogje naar de Chinees. ’Jij bent op ’t ogenblik niet de man die eisen moet stellen, Hardy. Jij vertrekt binnen een paar uur naar Zuid-Amerika en je komt hier nooit meer terug. Je hebt jezelf in de nesten gestoken; daar moet je de gevolgen nu maar van dragen.’
Frank had intussen niet stilgezeten. Op het moment, dat de reder de deur van hun hol met onverschillig gebaar dichtsmeet, had Frank vlug een spaander tussen de kier gestoken, zodat de deur niet helemaal dicht was. North had toen de sleutel wel omgedraaid, maar de lip van het slot was aan de buitenkant van de deurpost terechtgekomen.
Nu duwde Frank heel voorzichtig tegen de deur. Zou het lukken? Als het niet ging, konden ze de hoop wel helemaal opgeven. De deur bewoog!
’Je jongens hebben me ook in de weg gelopen,’ vervolgde Orrin North, ’maar die laat ik graag over aan Louie Fong. Die heeft nog een appeltje met ze te schillen.’
Tom pakte Frank bij zijn arm en fluisterde:
’Ik snel! Ik lecht naal buiten lopen en hulp halen!’
Frank aarzelde geen seconde. Tom Wat zou het eerst ontsnappen. Dan zou hij met Joe naar buiten stormen en vermoedelijk zouden zij samen Orrin North en Louie Fong wel zo lang bezig kunnen houden tot Tom Wat veilig op straat was.
Frank slingerde de deur open en als een pijl uit een boog vloog Tom Wat door het vertrek. Hij was al halverwege, voordat de reder en de Chinees hem in de gaten kregen.
Louie Fong gaf een onmenselijke kreet en vloog Tom Wat achterna, maar de jonge Chinees was sneller. Tom Wat was bij de deur, rukte die open en sprong naar buiten.
Brullend van woede sprong Orrin North overeind. Zijn revolver wees één moment naar beneden. Op dat moment had Fenton Hardy gewacht.
Hij sprong boven op de reder.
Op hetzelfde ogenblik sprongen Frank en Joe het hol uit om Louie Fong te overmeesteren. Deze had juist een bijl opgeraapt en slingerde die naar de jongens. Frank sprong opzij en vloog toen op de Chinees af. Louie Fong schreeuwde om hulp en een stuk of drie Chinezen stormden naar binnen. Iedereen vocht tegen iedereen — de verwarring was onbeschrijfelijk. Louie Fong zocht zijn bijl. In zijn ogen blonk moordlust. Fenton Hardy had nog geen kans gezien Orrin North onschadelijk te maken. Joe vloerde een van de Chinezen met een goed gemikte uppercut. Louie Fong greep Frank bij de keel, maar moest hem weer loslaten, toen Frank hem met beide vuisten in het gezicht sloeg. Frank haakte zijn been achter de benen van Louie Fong en gaf hem een zet. Gillend sloeg de Chinees achterover. Frank liet zich boven op hem vallen en sloeg hem, waar hij hem raken kon.
Ineens weerklonken allerlei geluiden van buiten. Er werd een deur ingebeukt. Er klonk een schot. Even later vielen politiemannen de onderaardse kamer binnen.
Ze sloegen er met hun gummiknuppels op los en geen minuut later was het gevecht afgelopen. Orrin North, Louie Fong en hun handlangers werden geboeid.
’We kregen wel geen seintje van u, meneer Hardy,’ zei de brigadier, die de leiding had, ’maar toen er een Chinees meisje naar buiten kwam rennen en zei, dat er hier moorden gebeurden, zijn we toch maar even komen kijken.’
’Net op tijd, brigadier,’ zei Fenton Hardy, ’Ik kreeg niet eens de kans om zelf te komen waarschuwen.’
Hij keek zijn zoons aan.
'Jongens, jullie hebben de zaak gered!' zei hij dankbaar.
’Wat is er allemaal gebeurd, vader?’ vroeg Frank, toen de eerste verwarring voorbij was. ’We dachten, dat u op reis was. Het zag er gevaarlijk uit, dus begonnen we zelf maar de zaak te onderzoeken.’
’Ik wist, dat er gevaar was,’ zei de detective, ’Ik wist, dat Orrin North een dubbel spel speelde, toen hij mij in dienst nam en ik hield hem in de gaten. Net toen ik er een eind aan wilde maken, liep ik in de val. Gelukkig kon dat meisje ontsnappen en de politie waarschuwen. Tussen haakjes, wie is dat? Hoe komt ze hier samen met jullie terecht?’
Het verhaal was vlug verteld. De jongens vertelden hun vader alles over Henry Pinkerton, die zich als Sidney Pebbles had voorgesteld, en over de voetsporen, die ze onder het raam gevonden hadden. Toen de detective hoorde, dat de jongens de bewijzen hadden, dat Orrin North en Louie Fong Chinezen smokkelden, riep hij verheugd uit:
’Dat zijn nu precies de bewijzen, die ik zocht! Met jullie vriend Sam Lee als getuige, sluit de zaak als een bus.’
Weer hadden de jongens bewezen, dat ze voor detective in de wieg gelegd waren.
’Ik wist, dat Orrin North me niet vertrouwde,’ zei de detective, ’en daarom maakte ik hem wijs, dat ik op reis was. Maar ik bleef in de buurt om hem in de gaten te houden. Toen ik zeker wist dat hij schuldig was, kwam ik ongemerkt naar huis terug om de papieren, die hij me had gegeven, terug te sturen. Ik ben nog even bij jullie wezen kijken, maar jullie lagen lekker te slapen. Henry Pinkerton was toen zeker al op de vlucht geslagen, want ik heb hem niet gezien.’
’Bent u door de tuin gekomen, vader, en hebt u daar misschien een briefje verloren?’ vroeg Joe.
’Hebben jullie het gevonden? Ja, ik heb een briefje verloren, dat ik gevonden had op een plaats, waar Louie Fong een paar handlangers had ontmoet.’
’Dan,’ zei Frank plechtig, ’heeft tante Gertrude toch gedroomd, dat er in die bewuste nacht een Chinees naar binnen geslopen is. En dan heb ik nu ook wel een idee, op welke voetsporen we gejaagd hebben.’
’Hou je mond maar,’ zei Joe.
En waarschijnlijk hebben de lezers nu ook wel geraden, dat de voetsporen onder het raam van Fenton Hardy, de beroemde detective, waren.