HET VERHAAL VAN ORRIN NORTH

De oude rammelkast van Jerry Gilroy brak die morgen al zijn eigen records, toen de Hardy’s achterin gesprongen waren. Met een geratel en een gebonk, dat alle voetgangers op de vlucht joeg, raasde de auto door de Hoofdstraat.

Frank en Joe waren erg stil. Als het maar niet erger geworden was met tante Gertrude! Ze zaten zichzelf te verwijten, dat ze weggegaan waren. Toen de wagen van Jerry Gilroy voor de deur stond, sprongen ze er snel uit en renden naar binnen.

Maar toen ze de voordeur kwamen binnenstormen, kwam mevrouw Cody in alle kalmte de woonkamer uit.

’Hoe gaat het met haar?’ vroeg Frank hijgend.

’Met je tante?’ vroeg de verpleegster. ’O, best, ze slaapt heel rustig. Jullie hoeven je om haar geen zorgen te maken, zolang ik in huis ben.’

’Waarom heeft u dan tegen onze vrienden gezegd, dat we onmiddellijk thuis moesten komen?’

Mevrouw Cody staarde de jongens aan, alsof ze opeens in een vreemde taal spraken.

’Heb ik dat gezegd?’

’Ja, u hebt ze gevraagd om ons te zoeken en direct naar huis te sturen.’

’Ja, dat is waar ook,’ zei mevrouw Cody toen. ’Dat heb ik toch niet zomaar gezegd? Laat eens kijken.

Mevrouw Cody sloeg haar ogen omhoog, alsof ze op de zoldering zou kunnen lezen, waarom ze de vrienden van de Hardy’s zo’n dringende boodschap meegegeven had. Ze spitste haar lippen en tikte een paar keer tegen haar spitse kin. Toch zou ze het misschien niet gevonden hebben, als ze niet gestoord was door een ongeduldig kuchje vanuit de woonkamer.

’O ja!’ riep ze. ’Nu weet ik het weer. Als hij niet gekucht had, zou ik hem glad vergeten zijn. Er zit een man in de woonkamer. Hij wil jullie spreken.’

Frank en Joe liepen vlug naar de woonkamer en vonden daar een verschrikkelijk opgewonden man. Ze kenden hem goed; het was Orrin North, een van de rijkste reders van Lakeside.

Het was een grote, brutale, breedgeschouderde man met een ruw, hoogrood gezicht, geweldige handen en een koppige kin. Hij ging er prat op, dat hij een selfmade man was. Als enige zoon van een arme visser, had Orrin North net zolang gewerkt en gespaard tot hij zelf een bootje had kunnen kopen. Een paar jaar later al stond hij aan het hoofd van een kleine vissersvloot. Hij was steeds rijker en machtiger geworden, maar veel mensen beweerden, dat de methoden, die hij gebruikte om zijn doel te bereiken, niet altijd even eerlijk waren. Orrin North was, nog geen veertig jaar oud, toen hij alle schepen kocht van een scheepvaartmaatschappij, die failliet gegaan was. Nu was hij zo rijk, dat hij vermoedelijk zelf niet precies wist, hoeveel miljoenen hij bezat. Dit was dus de man, die ongeduldig op de Hardy’s had zitten wachten. Frank en Joe waren zo verbaasd, dat ze niets wisten te zeggen.

’Zijn jullie de zoons van Fenton Hardy?’ vroeg Orrin North.

’Ja, meneer.’

’Ik ben North — Orrin North. Waar is jullie vader?’

’Op reis, meneer North,’ zei Frank. ’We weten niet precies waar hij is.’

De man mompelde iets, wat de jongens niet verstonden en sloeg toen plotseling met zijn vuist op tafel.

’Ik wil je vader spreken,’ brulde hij. ’Nu onmiddellijk!’

’Ik denk dat dat onmogelijk is, meneer North,’ zei Frank.

’Niets is onmogelijk,’ schreeuwde Orrin North. ’Vertel me alsjeblieft niet, dat je vader geen adres achtergelaten heeft, waar hij eventueel te bereiken is. Telegrafeer aan je vader, dat Orrin North wenst, dat hij op staande voet naar Bayport terugkeert.’

De jongens vonden het helemaal niet nodig, dat meneer North zo brulde. Ze hadden al vaak staaltjes gehoord over zijn methoden om andere mensen zijn wil op te leggen, maar ze waren helemaal niet van plan zich door hem te laten overbluffen.

’Ik heb u de waarheid verteld, meneer North,’ zei Frank waardig.

Orrin North sprong op van zijn stoel en begon heen en weer te lopen in de woonkamer.

’Ik wil Fenton Hardy spreken!’ riep hij. ’Horen jullie me? Ik moet hem onmiddellijk spreken. Het is belangrijk. Ik kan niet wachten. Ik wacht nooit!’

Frank haalde zijn schouders op.

'Wij weten niet, waar vader en moeder zijn en als u ze niet zelf op wilt sporen, zult u deze keer toch wel moeten wachten.’

North staarde Frank met een woeste blik aan.

’Ik wachten?’ brulde hij. ’Laat ik je vertellen, jongeman, dat Orrin North nooit wacht! Op niets of niemand!’

’Als u ons eens vertelde, wat u wenst,’ zei Joe sussend. 'Misschien kunnen wij u helpen?’

De reder barstte in hoongelach uit.

’Jullie?’ riep hij uit. ’Een paar jonge blagen? Kom nou, ik doe geen zaken met baby’s.’

’Dan bent u bezig uw tijd te verspillen, meneer North,’ zei Frank scherp. 'Goedemorgen!’

Hij zette de deur van de woonkamer open om de bezoeker duidelijk te maken, dat hij direct kon gaan, maar dit gebaar scheen de reder een beetje te kalmeren.

’Nou, nou,’ gromde hij. ’Zo bedoel ik het niet. Tenslotte...’ Hij aarzelde even. 'Tenslotte kunnen jullie me misschien wel helpen.’

'We zullen doen, wat we kunnen,’ verzekerde Frank.

North gromde.

'Weten jullie beslist zeker, dat jullie vader niet in Bayport is?’

’Ik geloof, dat we het wel zouden weten, als hij teruggekomen was,’ zei Joe grijnzend.

’Goed!’ zei North en toen begon hij ineens weer te bulderen: 'Vertel me dan maar eens hoe deze envelop met het poststempel van Bayport vanmorgen tussen mijn brieven zat! Vertel me dat maar eens!’

'Welke envelop?’ vroeg Frank.

North haalde een grote, dikke envelop uit zijn zak en tikte er met zijn zware vinger op.

’Deze envelop. Hij zit vol documenten over een uiterst belangrijke zaak, die je vader op het ogenblik voor mij onder handen heeft. Als jullie vader me deze papieren en documenten niet teruggestuurd heeft — wie dan wel?’

Frank en Joe keken elkaar snel aan. Papieren, die in het bezit geweest waren van hun vader! Op de bus gedaan in Bayport! Ze dachten onmiddellijk aan de papieren, die in de afgelopen nacht uit de pakken van hun vader gestolen waren.

’We hebben vannacht bezoek van een inbreker gehad,’ zei Frank rustig. 'Hij heeft een paar documenten van vader gestolen en het is best mogelijk, dat uw documenten daarbij waren.’

'Niemand wist, dat deze papieren bij je vader waren! Ik heb ze hem als strikt vertrouwelijk gegeven.’

’En vanmorgen vond u ze terug tussen uw gewone brieven?’

’Dat zei ik toch!’ antwoordde North.

Hij duwde Frank de envelop onder zijn neus en zei:

’Kijk zelf maar! Dat is mijn adres in Lakeside en dit is het stempel van Bayport.’

De jongens bekeken de envelop. Het adres was getypt en de brief was die morgen om acht uur afgestempeld op het postkantoor van Bayport.

’Dat heeft natuurlijk wat te maken met die inbraak,’ mompelde Frank. ’Deze papieren zijn hier gestolen, maar ik vraag me af waarom Sidney Pebbles...’

’Wie?’ brulde Orrin North, met een klank van verbazing in zijn stem.

’Kent u hem?’ vroeg Frank meteen.

’Sidney Pebbles? Of ik hem ken! Wat heeft hij hiermee te maken?’

’Hij is hier vannacht geweest,’ zei Frank. ’We zagen hem gister voor ’t eerst, toen we naar de boot gingen om onze tante af te halen. Hij bracht ons een boodschap van onze tante en daardoor miste hij de boot. Daarom vroegen we hem bij ons te blijven slapen. Hij verdween in de loop van de nacht met stille trom en het enige, wat gestolen werd, waren vaders papieren.’

’Sidney Pebbles? Denk je dat hij deze papieren gestolen heeft en toen op de vlucht geslagen is? Dat is klinkklare onzin!’

'Waarom?’

’Omdat ik zeker weet, dat Sidney Pebbles geen bedrieger is,’ antwoordde de reder op stellige toon. 'Het is een jonge kerel, hij werkt in Lakeside. Ik heb vaak met hem gesproken.’

’Werkt hij in Lakeside?’

De Hardy’s keken elkaar snel aan. Sidney Pebbles had er geen moment op gezinspeeld dat hij in de buurt van Bayport woonde of werkte.

’Ja, hij werkt in een restaurant — een Chinees restaurant.’

Weer keken de Hardy’s elkaar aan. Ze hadden al begrepen, dat Sidney Pebbles iets te maken had met de Chinezen, die de vorige nacht aan de haven hadden gevochten. Het feit, dat hij in een Chinees restaurant werkte, maakte dit nog veel waarschijnlijker.

’Ik geloof niet, dat Sidney Pebbles iets te maken heeft met die diefstal,’ herhaalde Orrin North. ’Ik weet zeker, dat hij geen bandiet is. Zo’n diefstal zou toch helemaal geen zin hebben, van zijn standpunt uit gezien. Hij stal de papieren en stuurde ze naar mij terug? Dat is al dwaas genoeg op zichzelf, afgezien van het feit, dat hij niet op de hoogte kan zijn van het bestaan van deze papieren!’

’We hebben nog niemand beschuldigd,’ zei Frank, ’maar het is een feit, dat Sidney Pebbles hier vannacht was en spoorloos verdwenen is. Verder verdwenen vaders papieren en liet iemand voetsporen achter onder het raam.’

’Sidney Pebbles had er beslist niets mee te maken,’ hield de reder vol. 'Trouwens, de papieren zijn niet gestolen. Ik heb ze teruggekregen. Maar wat moet ik ermee beginnen? Ik heb ze aan je vader gegeven, omdat hij ze nodig had voor een belangrijke opdracht. Wat moet ik ermee doen? Wachten tot je vader terugkomt? Of ze aan iemand anders geven? Het lijkt wel of ik voor de gek gehouden word!’

’Ik geloof dat u beter kunt wachten, tot vader terug is,’ zei Frank.

’Ik kan wel wachten, maar die zaak niet!’ kreunde North.

’Dan kunt u het beste maar een andere detective in de arm nemen. Trouwens — het feit, dat vader de papieren hier gelaten heeft, bewijst dat hij niet van plan was aan de zaak te werken voordat hij weer thuis was.’

’Dat klinkt logisch,’ gaf North toe.

’Toch zouden we graag eens onderzoeken of Sidney Pebbles al dan niet iets met die diefstal te maken had,’ zei Joe.

’Als hij dat gedaan heeft, breek ik hem!’ brulde de reder. ’Als hij in die papieren gesnuffeld heeft, zal ik...’

Orrin North sprak zijn gedachten niet uit, maar hij balde zijn vuisten en uit zijn harde gelaatsuitdrukking bleek maar al te duidelijk, wat hij zou doen, als hij de schuldige te pakken kreeg.

De reder greep de envelop en liet hem in zijn zak glijden. Daarop nam hij zijn hoed. Hij zag er dreigend en afstotelijk uit, zoals hij daar op de jongens stond neer te kijken.

'Niemand kan Orrin North voor de gek houden!’ zei hij. ’Ik weet hoe ik met mijn tegenstanders af moet rekenen.’

’Waar kunnen we Sidney Pebbles vinden?’ vroeg Frank.

’Kom naar Lakeside. Kom morgen naar mijn kantoor en ik zal jullie naar hem toe brengen. Als hij er iets mee te maken heeft...! Tien uur precies, op mijn kantoor.’

’We zullen er zijn,’ beloofden de Hardy’s.

’Goed. Als jullie iets van meneer Hardy horen, bel me dan zonder uitstel op.’

Orrin North drukte zijn hoed stevig op zijn hoofd, greep zijn zware wandelstok en liep naar de voordeur. De jongens lieten hem uit. De man gromde wat en was vertrokken.