Hoofdstuk 9

Om twee uur laadden Amy, Soraya en Ben Red in de trailer, waarna ze in de pick-uptruck stapten. Jack kwam naar buiten om hen uit te zwaaien. „Veel succes!” riep hij, terwijl Ben de motor startte.

Amy keek nog een keer achterom naar de achterste stal en Melody’s box. Ze vond het vreselijk om haar nu alleen te laten, maar ze wist dat ze op haar opa kon vertrouwen. Ze zwaaide en probeerde haar gedachten op de wedstrijd te richten.

Een uur voordat Bens rubriek begon, kwamen ze bij het wedstrijdterrein aan. Ben stuurde de pick-uptruck met de trailer voorzichtig door de wirwar van paarden en pony’s en vond een rustig plekje om te parkeren. Hij sprong uit de auto. „Ik ga me inschrijven.”

„Zullen wij Red uit de trailer halen?” vroeg Amy.

Ben knikte. „Graag.”

Amy stapte door de zijdeur de trailer in en Soraya deed de klep naar beneden. Red hinnikte schril. De spieren in zijn hals waren gespannen van opwinding en hij danste naast Amy de trailer uit, zijn hoofd in de lucht.

Amy hield hem vast, terwijl Soraya zijn staart- en beenbeschermers afdeed. Red was zo opgewonden, dat hij niet stil kon blijven staan.

Amy zag dat zijn hals donker werd van het zweet. „Ik denk dat we maar even wat rondjes met hem moeten lopen, zodat hij wat rustiger wordt.”

Ze deden Red zijn hoofdstel om. „Denk je dat Ashley er ook is?” vroeg Soraya.

„Vast wel.” Amy trok een vies gezicht bij de gedachte. Ashley zat bij hen in de klas en haar ouders hadden een goedlopende pensionstal. Ashley ging bijna elke week wel naar een wedstrijd en haar pony’s en paarden waren altijd kostbaar en perfect afgericht. Zij en Amy hadden al heel vaak tegen elkaar gereden in andere rubrieken. Ashley was dan niet zo vrolijk, want Amy ging er meestal met de eerste prijs vandoor met Sundance.

Gelukkig kwamen Amy en Soraya haar niet tegen, terwijl ze met Red over het terrein liepen.

Ze waren net bezig Red op te zadelen toen Ben terugkwam met zijn startnummer.

„Oké,” zei hij. „Ze lopen nog niet achter op schema, dus ik moet maar eens beginnen met losrijden.”

„Hij is nog steeds een beetje opgewonden,” zei Soraya.

„Dat is hij altijd bij wedstrijden.” Ben aaide Red over zijn glanzende hals. „Hij vindt het geweldig.” Hij keek omlaag naar zijn spijkerbroek. „Ik moet me nog even omkleden. Vinden jullie het erg om hem nog even vast te houden?”

Amy schudde haar hoofd. „Tot uw dienst! We doen alles wat u maar wenst!”

Ben verdween in de trailer en Soraya begon te giechelen. „Ik zou écht alles voor hem doen,” zuchtte ze.

Amy gooide Reds peesbeschermers naar haar toe. „Doe Red deze dan maar om,” zei ze met een grijns. „En hou eens op met dromen!”

Vijf minuten later kwam Ben weer naar buiten. Amy dacht even dat ze letterlijk Soraya’s mond dicht zou moeten doen, zo ver was die opengevallen. Ben had geen spijkerbroek en werkjasje meer aan, maar een prachtige witte rijbroek, lange leren laarzen en een sjiek zwart rij-jasje, dat om zijn brede schouders spande. Amy moest toegeven dat hij er helemaal te gek uitzag.

Ben had helemaal niet in de gaten hoe Soraya reageerde, maar stapte meteen op Red af. „Bedankt voor het opzadelen.” Hij pakte de teugels.

„Graag gedaan, hoor,” zei Amy, die merkte dat Soraya geen woord meer kon uitbrengen.

Ben steeg op. „Ik ga hem even losrijden.”

Amy en Soraya keken de ruiter en zijn paard na. Red dansend, zijn krachtige spieren goed zichtbaar onder zijn glanzende, voskleurige vel, met Ben in het zadel alsof hij daar geboren was. Het was echt een plaatje.

„Wauw!” zuchtte Soraya.

Amy grijnsde. „Kom, we gaan kijken.”

Ze vonden een plekje langs het hek van het inrijterrein waar Ben met Red aan het werk ging. Het was erg druk in de baan. Paarden en pony’s galoppeerden alle kanten op en er stonden een paar instructeurs in het midden naar hun leerlingen te schreeuwen. Toch vond Ben een redelijk rustig hoekje en hij begon Red warm te rijden.

Opeens stootte Soraya Amy aan. „Kijk! Daar heb je Ashley!”

Amy keek om. Ashley kwam de ring binnen gedraafd op een prachtig kastanjebruin springpaard. Haar lange, lichtblonde haar zat in een vlecht, en haar dure blauwe wedstrijdjasje zat als gegoten om haar slanke figuur. Het enige dat het mooie plaatje verstoorde, was de chagrijnige uitdrukking op haar gezicht.

„Opzij!” beet ze een jonger meisje toe dat op een van de twee oefenhindernissen af reed. Ze sneed de witte pony van het meisje af en galoppeerde zelf naar de hindernis toe. De kastanjebruine zweefde er moeiteloos overheen, zijn vacht glimmend als antiek mahoniehout. Ashley glimlachte zelfverzekerd, alsof ze ook wel wist dat ze er geweldig uitzag.

„Waarom heeft ze toch altijd van die schitterende paarden,” mopperde Soraya. „Het is gewoon niet eerlijk!”

Amy knikte. Ze zou Sundance nooit willen ruilen, maar Ashley had inderdaad altijd droompaarden. Heel even wenste Amy dat ze Sundance had meegenomen, dan had ze tenminste kunnen proberen die stomme grijns van Ashley’s gezicht te laten verdwijnen.

Op dat moment draaide Ashley een volte en kreeg de twee meiden in het oog.

„O nee, hè,” kreunde Amy. Ashley galoppeerde op hen af. „Ze komt hierheen!”

Ashley liet haar paard vlak bij hen halthouden. „Wat doen jullie hier?” vroeg ze, alsof Amy en Soraya het recht niet hadden om op de wedstrijd te zijn.

„Wat denk je?” bitste Amy terug.

„Nou, jullie rijden duidelijk niet zelf mee,” zei Ashley, terwijl ze haar groene ogen afkeurend over hun stalkleren liet gaan. „Zelfs jij zou zo de ring niet in gaan, hè Amy.”

Voordat Amy antwoord kon geven, kwam Ben aangedraafd. „Kunnen jullie Red misschien even vasthouden? Ik ga het parcours lopen.” Hij kreeg opeens Ashley in de gaten. „O, sorry! Stoor ik?”

„Nee hoor, we stonden ons hier een beetje te vervelen,” antwoordde Amy gevat.

„Natuurlijk houden we Red even voor je vast,” zei Soraya en ze sprong over het hek.

Ashley staarde naar Ben. „Hallo,” zei ze en ze toverde een glimlach op haar lippen. „Wij kennen elkaar nog niet. Ik ben Ashley Grant, en jij bent…?”

„Ben Stillman.” Ben steeg af. „Ik werk op Heartland.” Hij stak zijn hand uit. „Hallo, Ashley.”

„Ook hallo,” zei Ashley.

„Nou, ik moest maar eens het parcours gaan lopen,” merkte Ben op. „Misschien tot straks.”

„Zeker weten,” zei Ashley. De slijmerigheid droop er vanaf. Ze wuifde hem na.

Amy keek snel naar Soraya. Die was met een strak gezicht Reds singel aan het controleren.

„Ashley!” klonk opeens een boze stem. Ashley draaide zich om. Haar moeder, Val Grant, baande zich een weg door de menigte, haar harde gezicht gefronst. „Wat ben je aan het doen?” riep ze. „Je moet Dreamtime inrijden.”

Ashley keek Amy en Soraya aan. „Tot later,” zei ze koel en ze galoppeerde weg.

„Niet te geloven!” riep Soraya zodra Ashley weg was. „Zag je hoe ze met Ben stond te flirten?”

Amy knikte. „Maar Ben leek niet erg geïnteresseerd,” zei ze snel.

„Misschien niet,” zuchtte Soraya. „Ik wou alleen dat hij wel een beetje interesse in mij toonde.”

Tien minuten later kwam Ben terug.

„Hoe ziet het parcours eruit?” vroeg Amy.

„Valt wel mee.” Ben keek op zijn horloge.

„Hoe laat zou je moeder eigenlijk komen?” vroeg Amy, die wel wist waar hij aan dacht.

„Half vier, dus een kwartier geleden.”

„Ze komt heus wel op tijd,” zei Soraya geruststellend. „Ze heeft waarschijnlijk gewoon wat vertraging.”

„Of ze heeft toch maar besloten om niet te komen,” reageerde Ben kortaf. Hij klom weer in het zadel. „Ik ga nog even rijden, we zijn de vijfde combinatie in de rubriek.” Zonder verder iets te zeggen reed hij weg.

Amy keek toe hoe hij door de baan draafde. Hij keek steeds om zich heen. O, laat z’n moeder alsjeblieft komen, dacht Amy wanhopig.

De luidspreker kraakte en kondigde aan dat de rubriek waar Ben in reed, ging beginnen.

„Hebben we een doek mee om Red een beetje op te poetsen voordat hij de ring in moet?” vroeg Soraya opeens.

Amy schudde haar hoofd.

„Dan ga ik er snel even een pakken uit de truck.” Soraya rende weg, tussen de massa’s paarden en mensen door.

Amy keek speurend om zich heen op zoek naar Bens moeder in de mensenmenigte.

Op de inrijbaan stuurde Ben Red weer op een hindernis af, maar het leek wel alsof hij zich niet meer zo goed kon concentreren. Red raakte de bovenste balk met zijn voorbenen. Amy was blij dat ze iets kon doen, dus haastte ze zich de baan in om de sprong weer op te bouwen.

„Bedankt,” zei Ben met een strak gezicht.

Zigzaggend tussen de instructeurs en paarden door, rende Amy terug naar het hek. In de bak probeerde Ben Red een achtje te laten galopperen, maar het paard voelde blijkbaar de spanning van de ruiter en gooide zijn hoofd omhoog, vechtend tegen het bit.

„Thans in de ring nummer drie acht één,” klonk het uit de luidspreker.

„Ben!” riep Amy. „Nog twee en dan ben jij.”

Ben kwam naar haar toe gereden. Ondanks het koude weer was Red aan het zweten. Hij schudde onrustig zijn hoofd op en neer.

Net op dat moment dook Soraya weer op. „Hier, ik heb een doek om hem even af te wrijven,” bood ze aan.

Bens gezicht ontspande zich even. „Dank je, Soraya.”

Soraya begon de zweetplekken van Reds hals te vegen. „Graag gedaan, hoor,” zei ze en ze lachte naar hem.

Ben keek hen allebei aan. „Fijn dat jullie hier zijn. Het is een goed gevoel als iemand je een beetje steunt.”

Amy hoorde een scherpe toon in zijn stem en ze wist dat hij weer aan zijn moeder dacht.

Boven hun hoofden kraakte de luidspreker weer. „Dat waren vier strafpunten voor nummer drie acht één. Thans in de ring nummer drie acht twee.”

„Je moet maar eens die kant op,” zei Amy snel.

Ben knikte en maakte zijn teugels op maat.

Hij wilde net wegrijden toen ze een stem hoorden. „Ben!”

Ben draaide zich vlug om. „Mam!”

Een vrouw wrong zich tussen de mensen door naar hen toe. Het dikke blonde haar dat op haar schouders viel, had precies dezelfde kleur als dat van Ben en haar blauwe ogen leken ook sprekend op die van hem.

„Ik dacht even dat ik het niet zou halen,” hijgde ze.

„Nou, dat zou niet de eerste keer zijn.” Bens stem klonk opeens ijzig. „Er kwam zeker iets tussen op je werk?”

„M’n werk?” Judy Stillman keek hem verbaasd aan. „Ik zei toch dat ik mijn vergadering voor vandaag had afgezegd? Het kwam door de sneeuw. De wegen in het noorden waren heel moeilijk begaanbaar.”

„Sneeuwt het?” zei Soraya.

Bens moeder knikte. Opeens kraakte de luidspreker weer. „Nummer drie acht vier naar de ringmeester alstublieft, nummer drie acht vier.”

„Ben! Dat ben jij!” riep Amy uit.

Ben aarzelde even.

„Toe maar,” zei zijn moeder. „We praten straks wel verder. Ik wil je eerst zien springen.”

Amy zag dat Bens gezicht zich een beetje ontspande.

„Nummer drie acht vier!” zei de luidspreker.

Ben deed zijn handen naar voren en Red sprong vooruit.

„Succes!” riep Soraya opgewonden.

Ben draaide zich even om in zijn zadel. „Bedankt!” Hij galoppeerde met Red naar de wedstrijdbaan.

Amy realiseerde zich opeens dat mevrouw Stillman helemaal niet wist wie ze waren. „Ik ben Amy Fleming en dit is mijn vriendin, Soraya Martin.”

„Judy Stillman,” zei Bens moeder. „Aangenaam. Ik dacht echt even dat ik het niet zou redden.”

„Zullen we naar de tribune gaan?” zei Soraya snel. „Anders missen we het nog.”

Ze haastten zich naar de tribune in de overdekte bak en gingen zitten.

„De eerste foutloze ronde,” zei de omroeper. De ruiter voor Ben reed onder applaus de bak uit. „Thans in de ring nummer drie acht vier, Ben Stillman met zijn paard Red.”

„Daar is-ie!” Amy kneep Soraya opgewonden in haar arm.

Ben kwam met Red de bak in gegaloppeerd. Hij zag er ijzig kalm uit. Aan zijn lippen kon je zien dat hij onophoudelijk tegen Red praatte. Red leek al net zo vol zelfvertrouwen als zijn ruiter. Amy begon te duimen; ze hoopte zo dat alles goed zou gaan.

De bel klonk en Ben stuurde Red soepel op de eerste hindernis af, een hoge, groen-met-witte oxer.

Amy ging op het puntje van haar stoel zitten. In gedachten reed ze elke stap mee, alsof ze zelf in het zadel zat. Ben kwam precies goed uit voor de sprong en Red vloog over de hindernis heen, met zijn voorbenen strak tegen zijn buik opgetrokken.

Daarna ging hij op weg naar de stijlsprong. Ook daar zeilde hij overheen en over de volgende stijlsprong, de muur, de rood met blauwe dubbelsprong en nog een oxer. Ben stuurde Red naar de driesprong.

Amy hield haar adem in. Ze wist dat als hij deze laatste drie hindernissen foutloos zou nemen, hij in de barrage zou komen. „Kom op, je kunt het!” fluisterde ze.

Red sprong over de eerste hindernis. Foutloos. Daarna leek hij te aarzelen, maar Ben ging diep in het zadel zitten en dreef hem aan. In één pas was hij over de tweede. Bij de aanloop naar de derde hindernis twijfelde Red weer, maar Ben drong aan. Red luisterde, en na twee keurige passen vloog hij over de derde hindernis.

„Yes!” riepen Amy en Soraya. Het publiek begon te klappen.

„En dat was een foutloze ronde voor Ben Stillman met Red,” zei de omroeper over het applaus heen.

Amy stond te springen van opwinding. „Hij zit in de barrage!” riep ze naar Bens moeder.

Judy’s ogen glansden van trots. „Was hij niet geweldig?”

Soraya sprong op. „Kom op, dan gaan we naar hem toe.”

Ze gingen snel naar buiten. Ben was van Red af geklommen en stond de vos te aaien.

Amy racete naar hem toe. „Goed, zeg!” hijgde ze. Ze knuffelde Red.

„Was hij niet helemaal te gek?” zei Ben, zijn ogen vonkten van blijdschap. „Hij heeft niet één balk geraakt.”

Soraya kwam ook aan gerend. „Geweldig, Ben!”

Ben was zo uitgelaten, dat hij zijn armen om haar heen sloeg. „We zitten in de barrage, Soraya!”

Amy zag dat de verbazing van het gezicht van haar vriendin afstraalde, terwijl ze zo in Bens armen lag. Maar algauw ging die uitdrukking over in een hemelse glimlach. „Je was fantastisch!” zuchtte haar vriendin tegen Ben.

„O, Ben!”

Toen Ben de stem van zijn moeder hoorde, liet hij Soraya los. Hij draaide zich om. Judy Stillman stond achter hen, haar ogen vol vreugdetranen. „Ik ben zo trots op je!”

„Echt waar?” Ben trok een rimpel in zijn voorhoofd.

Judy Stillman keek hem verbaasd aan. „Natuurlijk! Waarom zou ik niet trots zijn? Je hebt zo goed gesprongen.” Ze keek hem even aan en schudde toen haar hoofd. „Ben, waarom wil je toch niet geloven dat ik echt om je geef?”

„Misschien omdat je dat nooit hebt laten blijken,” zei Ben.

„Dat is niet waar, Ben.”

„O nee?” Bens stem werd ijzig.

„Nee!” hield Judy vol. „Ik weet dat de afgelopen acht jaar niet makkelijk voor je zijn geweest, maar je moet me geloven. Ik heb altijd gedaan wat het beste voor je was.”

Ben lachte verbitterd. „En dat was me bij Lisa dumpen?”

„Dumpen? Ik kwam je elk weekend opzoeken.”

„Ja, in het begin misschien,” zei Ben.

Judy liep naar hem toe. „Dacht je soms dat ik niet wílde komen?” vroeg ze ernstig. „Ben, de reden dat ik niet meer zo vaak kwam, was dat jij van streek raakte. Je zei nooit een woord tegen me en het leek wel alsof je me helemaal niet wou zien. Ik heb er toen met Lisa over gesproken en we dachten allebei dat ik je maar wat tijd moest geven om daar je draai te vinden.”

Amy zag de verwarring in Bens ogen. „Maar jij zei altijd dat het door je werk kwam.” Zijn stem klonk nog steeds boos, maar er was nu ook wat onzekerheid in te horen.

„Dat was gewoon een smoesje,” zei Judy. „Ik kon toch niet opeens wegblijven zonder reden. Ik denk dat het op die manier makkelijker voor me was…”

„Maar ik dacht altijd dat je het druk had met je werk om tijd voor mij te maken,” zei Ben onzeker. „Ik dacht dat je meer om je werk gaf dan om mij.”

Judy staarde hem aan. „Ben, niks in mijn leven is belangrijker dan jij.” Haar stem trilde een beetje. „Jij bent het beste dat me ooit is overkomen. Je bent mijn zoon en ik hou van je.”

Het was even stil. Langzaam verdwenen de verwarring en de pijn uit Bens gezicht. „Dat wist ik niet, mam,” zei hij zacht. „Dat wist ik echt niet.”

Judy strekte haar armen naar hem uit. Ben aarzelde heel even, maar omhelsde haar daarna stevig.

Amy en Soraya keken elkaar vrolijk aan.

Moeder en zoon bleven een hele tijd zo staan. Uiteindelijk stampte Red ongeduldig met zijn hoef op de grond.

„Ik denk dat Red ook wat aandacht wil,” zei Judy lachend.

Ben knikte. „Worden we jaloers, jongen?” Hij aaide de grote vos over zijn hals.

Red gooide zijn hoofd een paar keer omhoog.

„Kom maar mee, dan mag je terug naar de trailer,” lachte Ben.

Samen wachtten ze tot Ben weer de ring in moest. Tien paarden hadden zich gekwalificeerd voor de barrage. „Dus de snelste wint?” vroeg Judy.

„De snelste ronde met de minste strafpunten,” legde Ben uit. „Maar ik ga Red niet opjagen. Hij is nog maar jong en ik heb liever een foutloze ronde, dan dat hij te snel gaat en een heleboel balken eraf gooit. Hij heeft nog tijd genoeg om sneller te worden; eerst moet hij wat ervaring opdoen. Ik vind het eigenlijk al voldoende dat hij mee mag doen met de barrage.”

Amy glimlachte naar hem. Ze vond het verschrikkelijk dat sommige mensen jonge paarden opjoegen voordat die daar klaar voor waren. Het gebeurde vaak genoeg dat paarden dan hindernissen omgooiden en zich bezeerden of bang werden.

Het paard dat vóór Ben moest, kwam de ring uit. „Succes!” riepen Amy en Soraya Ben toe en samen met Judy gingen ze weer op zoek naar een plekje op de tribune.

Red gooide zijn hoofd in de lucht en brieste toen hij de ring binnenkwam en de hindernissen zag. Hij was duidelijk opgewonden, maar Ben hield zich aan zijn woord. Hij kalmeerde het paard en reed een voorzichtige maar vlotte, foutloze ronde. Red galoppeerde vol zelfvertrouwen en met gespitste oortjes de ring weer uit.

„Hij liep precies zoals ik wilde,” zei Ben tegen de anderen, die aan kwamen rennen om hem te feliciteren.

„Het ging echt tof!” zei Amy en ze viste een pepermuntje uit haar zak voor Red.

Het was zo goed gegaan, dat Ben met Red de derde plaats haalde en een wit lint voor Red verdiende. Er waren maar twee andere paarden die ook foutloos hadden gereden. De rest was wel heel snel gegaan, maar had allemaal strafpunten gekregen door balken eraf te gooien. Amy, Soraya en Judy keken trots toe hoe Ben met Red de ring in reed voor de prijsuitreiking.

Ze zadelden Red af en maakten hem klaar voor de terugreis. Amy realiseerde zich opeens hoe koud het was geworden. Hun adem bleef in witte wolkjes in de lucht hangen, en op het moment dat Amy Reds beenbeschermers omdeed, vielen er een paar sneeuwvlokjes op de klittenbandsluitingen.

„Jullie moeten maar gauw gaan,” zei Judy. Ze hielp Ben met het opruimen van zijn spullen. „De sneeuw komt vanuit het noorden en volgens de weersverwachting wordt het straks nog erger.”

„Wat ga jij dan doen, mam?” vroeg Ben.

„Ik wou eigenlijk terug naar huis rijden, maar nu denk ik dat ik maar beter hier ergens een hotel kan zoeken.”

„Je kunt wel bij mij slapen,” zei Ben snel. „Het is een beetje een troep, maar ik heb wel een logeerbed voor je.”

Judy lachte naar hem. „Dat klinkt perfect. Ik rij wel achter je aan.”

Een paar minuten later stond Red in de trailer en waren ze klaar om te gaan.

Amy, Ben en Soraya klommen in de pick-uptruck. Het begon al donker te worden.

„Ik hoop dat we voor de ergste sneeuw terug zijn,” zei Amy. Door de voorruit keek ze naar de onheilspellend donkere wolken.

Ben startte de motor en zette de ruitenwissers aan. „Gelukkig is het niet ver,” zei hij.

„En zo hard sneeuwt het nog niet.” Soraya glimlachte naar Ben. „Wat was Red goed in de barrage, hè!”

Ben en Soraya kletsten gezellig over Red. Amy keek naar de sneeuwvlokken in de schemering, en dacht aan Melody. Haar opa had niet opgebeld, dus het zou wel goed gaan met de merrie. Ze was wel opgelucht. Het zou heel ongelukkig uitkomen als Melody net moest bevallen als het die nacht zou gaan sneeuwen. De lange oprijlaan naar de boerderij was bij zware sneeuw niet om door te komen.

Ze reden verder naar het noorden, naar Heartland. Judy volgde hen met haar eigen auto. Onderweg begon het steeds harder te sneeuwen en hier en daar ontstonden er langs de wegen al kleine sneeuwhopen. Eindelijk reden ze de oprijlaan op. De sneeuw knerpte onder de banden van de auto’s.

„Volgens mij hadden we echt niet later weg moeten gaan,” zei Ben.

De keukendeur ging open en Jack kwam naar buiten. Hij was opgelucht dat ze er waren. „Ik wou jullie net bellen,” zei hij. „Ik dacht dat jullie het met dit weer wel moeilijk zouden hebben op de weg.”

„Gelukkig begon het halverwege pas echt te sneeuwen,” zei Amy.

„Nou ja, jullie zijn er nu tenminste. Ik heb de paarden gevoerd en ze dekens omgedaan. Reds eten staat klaar in zijn stal.”

„Bedankt, opa. Hoe gaat het met Melody?”

„Prima.” Opa keek Soraya aan. „Je moeder belde net. Je moet haar maar even terugbellen om te zeggen dat je veilig bent aangekomen.”

„Oké.” Soraya draaide zich om en liep naar het huis.

„Ik breng je wel even thuis,” riep Ben haar achterna. „Dan hoeft je moeder niet meer op pad.”

Soraya glimlachte naar hem. „O, hartstikke goed!”

Judy parkeerde haar auto en stapte uit.

„Dit is Bens moeder,” legde Amy aan haar opa uit. „Ze blijft vannacht bij hem slapen.”

„Aangenaam.” Judy lachte naar Jack.

„Kom toch even binnen wachten tot Ben klaar is,” bood Jack gastvrij aan.

Amy hielp Ben met uitladen en samen brachten ze Red naar zijn stal. „Ik haal de vlechtjes er wel uit,” zei Amy. „Jullie moeten maar snel gaan, voordat het nog harder gaat sneeuwen.”

„Weet je het zeker?”

„Tuurlijk, geen probleem.”

Ben liep naar Red toe. „Tot morgen, brave jongen,” zei hij zachtjes. „Je was vandaag een ster.” De vos brieste en duwde zijn neus tegen Bens borst. Ben aaide hem over zijn voorhoofd en lachte naar Amy. „Bedankt voor al je hulp vandaag.”

„Ik vond het hartstikke leuk,” zei Amy. „Tot morgen.”

Ze zwaaide Soraya, Ben en zijn moeder uit en liep daarna terug naar Reds box. Ze had net het eerste vlechtje uitgekamd toen haar opa verscheen met een mok kippensoep. „Hier, je hebt vast honger.”

„Bedankt, opa.” Amy klemde haar koude vingers om de hete kop. Met handschoenen aan kon je geen vlechtjes uithalen, dus haar handen waren steenkoud geworden.

„En, hoe ging het op de wedstrijd?” vroeg opa.

Amy vertelde hem over Reds succes en dat Ben vrede had gesloten met zijn moeder. „Volgens mij hebben ze al hun problemen eindelijk achter zich gelaten.” Ze grijnsde.

„Fantastisch,” zei Jack zachtjes. „Er is niks erger dan ruzie in een familie.” Amy hoorde het verdriet in zijn stem en wist dat hij aan Lou dacht.

„Hoe… hoe ging het vandaag met Lou?” vroeg ze voorzichtig.

„Ze zit al de hele avond op haar kamer, maar ze heeft me wel geholpen om de paarden te voeren toen het begon te sneeuwen.”

„Dat is toch mooi?” zei Amy, een beetje opgelucht.

„O, ze heeft geen woord tegen me gezegd, hoor.” Jack zuchtte. „De hele dag trouwens niet.” Hij zag er opeens moe en oud uit. „Ik ga maar eens aan het avondeten beginnen. Kom je zo ook binnen?”

Amy keek hem na.

Nadat ze de laatste vlechtjes uit Reds manen had gehaald, liet Amy hem alleen om uit te rusten van de drukke dag. Ze keek nog even bij alle paarden en ging daarna naar binnen. Lou kwam maar heel even beneden voor het avondeten, maar zelfs tegen Amy zei ze niet veel. Zodra de borden waren opgeruimd, verdween ze weer naar haar kamer. Amy bleef bij haar opa in de warme keuken tv zitten kijken. Buiten bleef de sneeuw vallen.

Om tien uur stond Amy met tegenzin op. „Ik ga nog even bij Melody kijken.”

„Die staat vast rustig in haar box,” antwoordde Jack.

Maar Amy wilde het gewoon met eigen ogen zien. Ze trok haar laarzen aan, pakte een dikke jas en haar handschoenen en stapte naar buiten. De sneeuw waaide om haar oren en een ijskoude wind prikte tegen haar wangen. Bibberend strompelde ze door de sneeuw naar de achterste stal.

Er lag sneeuw voor de deur, en ze moest eerst een schep halen om de deur vrij te maken. Met moeite trok ze de deur open. De warmte van de stal kwam haar tegemoet. Met een zucht van opluchting trok ze de deur achter zich dicht en zocht met haar vingers naar het lichtknopje. De paarden begonnen verbaasd te stampen toen het licht aan ging.

Ze haastte zich door het gangpad en keek over Melody’s deur naar binnen. „Hoe gaat het daar, meisje?”

De woorden verstomden op haar lippen. Melody stond midden in haar stal met haar hoofd naar beneden. Ze zwiepte met haar staart, en haar flanken waren nat van het zweet. Op dat moment kreunde ze en zakte door haar benen in het stro. Amy zag dat er een klein stukje van een doorzichtig vlies onder Melody’s staart naar buiten kwam. Melody was aan het veulenen!

Amy dacht helemaal niet meer aan de kou. Ze racete de stal uit. Half struikelend rende ze door de sneeuw.

Ze stormde de keuken in. „Opa! Kom snel! Melody krijgt haar veulen!”