Noten
noten bij voorwoord
1 Zie brief van de minister-president van 19 april 2005, Kamerstukken 2004–2005, 29 800 iii, nr. 23 en de motie-Kalsbeek/Dittrich van 12 oktober 2005, Kamerstukken 2005–2006, 30 300 iii, nr. 5.
Noten bij hoofdstuk 1
1 Zie voor de ‘huwelijkspolitiek’ van Emma: Fasseur, De jonge koningin, 203-205.
2 Gesprek van de auteur met prinses Juliana op 29 december 1993.
3 Hun namen mogen hier worden vermeld als aanvulling op mijn Wilhelmina-biografie waar ik in het tweede deel (pp. 91-110) uitvoerig ben ingegaan op de prins-schuldenmaker. De dames waren: Julia L.A. Cevey, geboren Keller (1884) te Genève (200 gulden per maand), Wilhelmine Steiner, geboren Meier (1890) alias Siegrid Riedberg te Zürich (500 gulden per maand) en Wilhelmina Martina Lier, geboren Wenneker (1887–1973), echtgenote van Jan Derk Lier (1884–1974) (500 gulden per maand, te vervallen na hun beider overlijden). Zie kha, g 95, 1.
4 Zowel de prins in een brief van 22/27 november 1942, aangehaald op p. 103, freule Wttewaall van Stoetwegen (p. 121) als Van Hamel en freule C.E.B. Röell (p. 401) refereerden aan deze driftbuien.
5 kha, a 52, 91.
6 Heldring, Herinneringen en dagboek, 1198 (9 september 1936).
7 Uitvoeriger hierover Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 112, 133.
8 De Marees van Swinderen aan Beelaerts van Blokland, 9 december 1934. Met ‘Katwijk’ doelde de gezant op het huis aan de Katwijkse boulevard waar Juliana tijdens haar Leidse jaren woonde om toch enige, in hofkringen wenselijk geachte, afstand tot haar medestudenten te bewaren. Alle brieven aan Beelaerts van Blokland, waaruit in dit hoofdstuk en het volgende geciteerd wordt, zijn te vinden in de collectie-Beelaerts van Blokland, kha, g 41.
9 Als voren. Alices echtgenoot was Alexander graaf (earl) van Athlone, tijdens de Tweede Wereldoorlog gouverneur-generaal van Canada.
10 Fasseur, a.v., 125.
11 De regerende familietak droeg de naam zur Lippe, de niet-regerende takken voerden namen als zur Lippe-Biesterfeld en zur Lippe-Weissenfeld.
12 Fasseur, a.v., 113.
13 Volgens een in het kha aanwezige officiële mededeling van het Standesamt Jena (15 mei 1956) werd de prins geboren op 28 juni 1911 te 2.45 uur. Niet duidelijk is waarom de prins zelf dacht op 29 juni jarig te zijn, althans op die dag zijn verjaardag vierde.
14 De titel ‘Rechtsreferendar’ werd na driejarige studie en een staatsexamen verworven. Daarna kon een tweejarige studie worden gevolgd, besloten met een tweede staatsexamen, waaraan de titel ‘Assessor’ was verbonden.
15 Het betrof de Société pour l’Importation de Matières Colorantes et de Produits Chimiques (sopi), gevestigd aan de Avenue Hoche 49bis. Zie kha, a 53, 347. Vermoedelijk was het bewuste directielid dr. Max Ilgner.
16 Klinkenberg, Prins Bernhard, 79; Dröge, Beroep: meester-spion, 19-21.
17 Zie Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 128-130.
18 Vgl. Klinkenberg, a. v., 57.
19 Klinkenberg, a.v., 539.
20 Vgl. Schrage, Zur Lippe-Biesterfeld, 43; Sefton Delmer, Trail Sinister, 254. In de Daily Express van 18 juni 1956 schatte Delmer Bernhards kapitaal in 1936 op 15.000 pond naast zijn aandeel in Reckenwalde. Hij maakt echter geen melding van het Sperrkonto.
21 Zie de in het Utrechts archief aanwezige Menuboeken van Huize Doorn; vgl. nrc 9 september 1936, Avondblad d, p. 2.
22 De keizer en Wilhelmina stamden respectievelijk af van een oudere en een jongere dochter van stadhouder Frederik Hendrik. Na de dood van diens kleinzoon, koning-stadhouder Willem iii, in 1702 met wie het stamhuis in mannelijke lijn uitstierf, kregen afstammelingen in beide takken het recht de titel prins van Oranje te voeren; in Duitsland werd dit het hoofd van het Huis Hohenzollern, de keizer, in Nederland de (mannelijke) troonopvolger. Nederland kende in de periode 1918–1941 dus een prins van Oranje, maar die woonde in Doorn!
23 Ik dank deze mededeling aan drs. C.J. van der Sluijs, die mij attendeerde op correspondentie dienaangaande in de collectie-J.B. Kan, die (nog ongeordend) berust in het Nationaal Archief in Den Haag, en ook andere nuttige gegevens over het verblijf in Doorn van de ex-keizer verstrekte.
24 Wilhelmina aan Beelaerts van Blokland, 21 februari 1936.
25 Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 130-131.
26 Wilhelmina aan Beelaerts van Blokland, 21 februari 1936.
27 Loudon zal ook daarom niet verrast zijn geweest, omdat Bernhard hem op 25 februari 1936 had geschreven, dat hij ‘un temps magnifique’ in Igls had gehad, kha, a 52, 111. ‘Nisi fallor’ = als ik mij niet vergis.
28 kha, a 52, 111.
29 Onjuist is dus de lezing van Bernhard bij Hatch, Prins Bernhard, 65, dat Juliana hem reeds in Igls had voorgesteld in het paasweekeind naar Nederland te komen.
30 Hatch, Prins Bernhard, 59.
31 Bernhard aan Juliana, 23 maart 1936, kha, a 52, 111.
32 Wilhelmina aan Beelaerts van Blokland, 20 april 1936.
33 Bernhard aan Juliana, 19 april 1936, kha, a 52, 111.
34 28 april en 10/11 mei 1936, kha, a 52, 111.
35 kha, a 52, 111.
36 Hatch, Prins Bernhard, 64.
37 Eerdere versies van het boek van Hatch in kha, a 53, 359.
38 Hatch, a.v., 67.
39 Sefton Delmer, Trail Sinister, 255; Hatch, a.v., 65; Broertjes en Tromp, De prins spreekt, 93. Laatstgenoemde auteurs maken het nog bonter, wanneer zij daarna stellen: ‘De meeste mensen trouwen uit honderd procent liefde.’
40 Wilhelmina aan Beelaerts van Blokland, 19 maart 1936. Tante Karola was een jongere zuster van Bernhards vader.
41 Beelaerts van Blokland aan Wilhelmina, 20 maart 1936; De Vos van Steenwijk aan Beelaerts van Blokland, 18 maart, 21 maart en 6 april 1936.
42 Bernhard aan Juliana, 3 juni 1936, kha, a 52, 111.
43 Wilhelmina aan Beelaerts van Blokland, 22 juni 1936.
44 Wilhelmina aan Beelaerts van Blokland, 14 juli 1936. Zie ook Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 136.
45 Petropoulos, Royals and the Reich, 98, 100, 261-262, 265, 380-389. In zijn opgave van achttien leden van het huis Lippe, met zijtakken, zijn ten onrechte ook leden van het grafelijke geslacht von Lippe meegeteld.
46 Zie kha, a 52, 110; a 53, 51. De nota van Gilles dateert van 6 december 1995.
47 Vgl. Hatch, a.v., 42-44. Hatch spreekt van long(vlies)ontsteking.
48 Zie H. Mössner aan de prins, 17 januari 1952, kha, a 53, 351 (1952).
49 Dröge heeft aan de hand van Duitse archiefstukken de doopceel van Walter Wunderlich gelicht in zijn Ondeugend Oranje, 183-192.
50 Het citaat (inclusief de taalfout) is ontleend aan Hatch, Prins Bernhard, 55.
51 De Jong, Het Koninkrijk, 1, 577-578. Aschwin werd op 1 mei 1937 lid van de nsdap.
52 Bundesarchiv, Berlijn, pk/1210034245; National Archives, Washington, rg 59, General Record of the Department of State Decimal File 1945-1949, Box 6435, Folder 856.00b/12-1047.
53 Vgl. Aalders en Hilbrink, Sanders, 130-132.
54 Paneth, Queen Wilhelmina, 52. Vgl. de Londense dagboeken van Van Lidth de Jeude, 1345, die zelf de passage ‘niet zo erg’ vond.
55 Baruch aan Department of State, 23 juni 1948, zie het aangehaalde dossier uit het Bundesarchiv.
56 Vgl. Aalders en Hilbrink, Sanders, 132, die zich in dit verband afvragen of ‘er veel bijzonders aan de hand geweest is’.
noten bij hoofdstuk 2
1 Bernhard aan Juliana, 16 juli 1936, kha, a 52, 111. ‘Unartig’ = onaardig, onbeleefd.
2 Bernhard aan Juliana, 16 en 17 juli 1936, kha, a 52, 111.
3 Juliana aan Beelaerts van Blokland, 15 juli 1936.
4 Nota van Juliana van 14 juli 1936 aan Beelaerts van Blokland. Vermoedelijk was de Statistische Abteilung van I.G. Farben te Berlijn bedoeld.
5 Röell aan Juliana, 20 juli 1936, kha, a 52, 111. De ongunstige financiële transacties, waarop Röell doelde, hingen samen met het faillissement van de bekende Zweedse luciferskoning Ivar Kreuger. Daarna zou de Koopmansbank in handen van I.G. Farben zijn overgegaan. Zie Klinkenberg, Prins Bernhard, 51.
6 Sefton Delmer, Trail Sinister, 252, 256-257; Sefton Delmer, Daily Express, 19 juni 1956. In 1948 werd Ilgner in het zogenaamde I.G.-Farben-proces tezamen met elf andere leidinggevenden van dit bedrijf door een Amerikaans militair hof tot gevangenisstraf veroordeeld. Ilgner kreeg drie jaar.
7 Bernhard aan Juliana, 29 juli, 2, 4, 5, 6 en 8 augustus 1936, kha, a 52, 111.
8 Wilhelmina aan Beelaerts van Blokland, 17 augustus 1936.
9 Bernhard aan Wilhelmina, 27 augustus 1936, kha, a 52, 111.
10 Wilhelmina aan Beelaerts, 3 september 1936; Bernhard aan Juliana, 6 september 1936, kha, a 52, 111. Zie verder voor de gebeurtenissen rond de verloving: Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 137-140.
11 Heldring, Herinneringen en dagboek, 1201 (21 september 1936), 1205 (10 november 1936).
12 kha, a 53, xiia, 1.
13 Voor Scholtes verslag van zijn Nederlandse lessen aan Bernhard zie: Waterink, Onze prins, 74-82.
14 Heldring, Herinneringen en dagboek, 1421 (20 november 1939). Of was dit oordeel afkomstig van Heldring? Het zinsverband op dit punt is niet geheel duidelijk.
15 Van Limburg Stirum aan Beelaeerts, 17 november 1936, kha, g 41, 3. Vgl. Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 142.
16 Röell had erop aangedrongen dat in het anp-bericht werd verklaard dat de prins als Nederlander geen prijs stelde op het spelen van vreemde volksliederen; zie minister van Buitenlandse Zaken aan Röell, 12 februari 1937, Secretarie-archief Prins Bernhard, kha, a 53, waar ook de minuut van de brief van 1 januari 1937 aanwezig is. Vgl. Trouw, 23 december 2004, p. 3.
17 Huwelijksovereenkomst van 4 januari 1937, kha, g 94-2.
18 Hatch, Prins Bernhard, 79. Generaal Franco was in opstand gekomen tegen de wettige republikeinse regering van Spanje. Voor de eigenlijke huwelijkssluiting, zie Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 145.
19 Hatch, Prins Bernhard, 79. In de Engelstalige editie werd op verzoek van de prins van de komst van deze nazi geen melding gemaakt. Kennelijk werd de tolerantie van de Nederlandse lezer hoger ingeschat dan die van de Amerikaanse of Engelse! Volgens Sefton Delmer, Trail Sinister, 285, had de prins Wunderlich wel degelijk voor zijn huwelijk uitgenodigd.
20 Mondelinge mededeling van J.L. Heldring, 19 oktober 2007.
21 Heldring, Herinneringen en dagboek, 1223 (18 maart 1937).
22 Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 147-148.
23 Hatch, Prins Bernhard, 85.
24 kha, a 53, xv-01; zie verder (voor de communiqués van het ziekenhuis): kha, a 53, xvia, 52; Hatch, Prins Bernhard, 249.
25 kha, a 53, xiiia, 20.
26 Associated Press aan Van Dedel, 22 februari 1938; Nijgh en Van Ditmar aan Van Dedel, 25 februari 1938, kha, a 53, xvia, 53. Vgl. De Telegraaf, 23 februari 1938; Klinkenberg, Prins Bernhard, 332; Delmer, Mijn vriend, 52.
27 To Drees aan moeder Drees, 19 januari 1937 (mededeling van dr. Jelle Gaemers).
28 Zie voor de houding van Drees tegenover de monarchie, Gaemers, De rode wethouder, 446-453. Voor de opstelling van De Groene en L. de Jong: Fasseur, ‘Schrijver van Oranje’, 119-120.
29 Dedel aan de pers, 30 maart 1938; Van der Pol (anp) aan de rvd, kha, a 53, xvia, 53. Dröge, Beroep: meester-spion, 45-46, laat zijn fantasie de vrije loop als hij de prins laat meereizen met een Joegoslavisch vrachtschip, de ‘Galeb’, en aan dit ‘mysterieus boottripje’ allerlei suggesties verbindt over een mogelijk samenwerken van Bernhard met de Duitse geheime dienst.
30 Op 29 september 1936. Zie kha, a 53, xiia, 3.
31 Vgl. Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 147. De daar aangehaalde brief van gezant J.B. Hubrecht dateert uiteraard van 7 april 1938 (en niet 1934).
32 Bernhard aan Juliana, 9 en 11 april 1938, kha, a 52, 112.
33 Dagboek van de hofdame van dienst, januari 1938-mei 1940, kha, a 52, viiia, 1, voor de precieze reisdata.
34 Bernhard aan Wilhelmina, 2 mei 1938, kha, a 50,viia, 5a.
35 Bernhard aan Juliana, 2 mei 1939, kha, a 52, 112.
36 Bernhard aan Wilhelmina, ongedateerd, kha, a 50, viia, 5a; kha, a 53, xvia, 59.
37 Zie Schrage, Zur Lippe-Biesterfeld, 43-45.
38 kha, a 53, v, 9. Hij deed deze uitspraak in zijn uitzending van 9 januari 1937.
39 Bernhard aan Wilhelmina, 2 mei en 9 juli 1938, kha, a 50, viia, 5a. Juliana werd in huiselijke kring aangesproken met ‘Lula’, daarbuiten door vriendinnen en vrienden doorgaans met ‘Jula’.
40 Zie kha, a 53, xiiia, 4, en xvia, 53. Het betrof J.B. (John) Penham, 8ste graaf van Chichester (1912–1944), en U.K.C.E. (Ursula) von Pannwitz (1911–1989).
41 Broertjes en Tromp, De prins spreekt, 53.
42 Ontleend aan een gesprek van de auteur met prins Bernhard op 15 december 1992. Uit dit gesprek is ook de mededeling afkomstig dat hij door zijn schoonmoeder buiten staatszaken werd gehouden.
43 Vgl. Hatch, Prins Bernhard, 93.
44 Klinkenberg, Prins Bernhard, 128-132 (het citaat op p. 128).
noten bij hoofdstuk 3
1 kha, a 53, 265. Geciteerd is achtereenvolgens uit brieven van Aschwin aan Bernhard van 4 en 7 september, 12 en 18 oktober en 25 december 1939.
2 Zie Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 275.
3 kha, a 52, viiia, 5.
4 Hatch, Prins Bernhard, 98.
5 Bernhard aan Wilhelmina en Juliana, 3 november 1944, kha, a 52, 326.
6 Klinkenberg ging in zijn biografie uit 1979 uitvoerig in op de ‘stadhoudersbrief’, a.w. 228-233, 296. Voorlopig de laatste auteur over dit onderwerp is Ton Biesemaat in een uiterst onoverzichtelijk overzicht van ‘de stadhoudersbrief, spionnen en de Prins der Nederlanden’ in zijn in 2007 verschenen Bernhard Gate, 102-172. In de versie van Klinkenberg paste uiteraard de onvriendelijke beoordeling van Bernhard door de Duitse pers in mei 1940 niet; ‘het is ons niet gelukt, daar iets van te achterhalen’, a.w., 164. Zijn gelijk probeert Klinkenberg vervolgens te halen – men moet maar durven – door uitvoerig te citeren uit De Misthoorn, zie a.w., 235-239. Aan Klinkenbergs ijver is ook het in de tekst vermelde citaat te danken.
7 Heather Yasamee, Foreign & Commonwealth Office Departmental Records Officer, aan Colin Budd, Britse ambassadeur in Den Haag, 21 november 2003, kopie aanwezig op het kha, dossier-Van der Voet.
8 Zie verder over de stadhoudersbrief: het rapport van M.J.D. van der Voet van 6 februari 2004, de Volkskrant.
9 Vgl. Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 284. Strikt genomen was de zesentwintig jaar oudere Alice geen tante, maar een achternicht van Juliana.
10 Juliana aan Wilhelmina, 9 juni 1940, kha, a 52, 31.
11 Juliana aan Bernhard, 5-12 juni 1940, kha, a 53, 305.
12 Zie kha a 52, 159. Acht bloedafnames in de periode tussen 3 juni 1941 (Ottawa) en 25 mei 1945 (Tilburg).
13 Juliana aan Wilhelmina, 23 januari 1942, kha a 52, 31.
14 Juliana aan Bernhard, 19 oktober 1940, kha, a 53, 305.
15 Juliana aan Bernhard, 14 juni 1940, kha, a 53, 305.
16 Juliana aan Bernhard, 5/6 juli 1940, kha, a 53, 305.
17 Bernhard aan Juliana, 9 juli 1940, kha a 52, 326; Juliana aan Bernhard, 29 juli 1940, kha, a 53, 305 (aan deze laatste brief is ook het citaat ‘stijve hofgedoe’ ontleend).
18 Bernhard aan Juliana, 22 augustus 1940, kha, a 52, 326.
19 Juliana aan Wilhelmina, 12 februari 1941, kha a 52, 31.
20 Juliana aan Wilhelmina en Bernhard, 29 januari en 3 april 1941, kha, a 53, 305. Broertjes en Tromp, De prins spreekt, 87.
21 Juliana aan Bernhard, 8 december 1940, 17 december 1941, kha, a 53, 305.
22 Juliana aan Bernhard, 22 juli 1941, kha, a 53, 305; Juliana aan Wilhelmina, 25 februari 1943, kha, a 52, 37; Elizabeth aan Bernhard, 12 juni 1940, kha, a 53, b 307.
23 Juliana aan Bernhard, 10 en 16 november 1940, kha, a 53, 305; ibidem, 3 mei 1944, kha, a 52, 219.
24 Bernhard aan Juliana, 14 december 1940, kha, a 52, 326.
25 Juliana aan Wilhelmina, 12 juli 1944 (de Gaulle), kha, a 52, 37; Juliana aan Bernhard, 11 maart 1945 (Churchill speaking), a 53, 305.
26 Eleanor Roosevelt aan Juliana, 10 en 21 oktober 1940, kha, a 52, 170; Juliana aan Bernhard, 12 december 1940, kha, a 53, 305. Vgl. Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 394.
27 Juliana aan Bernhard, 19 en 26 december 1940, kha, a 53, 305. Aan dit reisverslag zijn alle citaten over het bezoek ontleend. Voor het (gedrukte) programma zie: kha, a 52, 170.
28 Juliana aan Bernhard, 5 november 1941, kha, a 53, 305. De kaviaar was door Stalin gezonden als dank voor de militaire hulp aan de Sovjet-Unie, die de Amerikanen, hoewel toen nog formeel neutraal, gezonden hadden na de Duitse inval in Rusland op 22 juni 1941.
29 Juliana aan Wilhelmina, 27 januari 1944, kha, a 52, 37.
30 Juliana aan Wilhelmina, januari 1945, kha, a 52, 37.
31 Juliana aan Wilhelmina, 20 maart 1945, kha, a 52, 37.
32 Juliana aan Wilhelmina, 7 mei 1944, kha, a 52, 37.
33 Juliana aan Wilhelmina, 13 maart 1941 (Cleveringa), 22 april 1941 (vvsl-almanak), 11 mei 1941 (‘ellendig normaal’), 8 oktober 1940 (‘nou heb ik het gezegd’), 20 januari 1941 (nylons), kha, a 52, 31.
34 Wilhelmina aan Juliana, 10 april 1941, Juliana aan Wilhelmina, 22 april 1941, kha, a 52, 31; kha, a 52, iib, no.9.
35 Juliana aan Wilhelmina, 15 februari 1941, kha, a 52, 31. Vgl. Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 433-434.
36 Juliana aan Wilhelmina, 11 mei 1941, kha, a 52, 31. Vgl. Fasseur, a.v., 435; De Jong, Koninkrijk, 9, 385-386.
37 Juliana aan Wilhelmina, 30 maart 1942, kha, a 52, 31. Het citaat over Van Mook is ontleend aan Juliana’s brief van 23 januari 1942, kha, a 52, 31.
38 Juliana aan Bernhard, 19 september 1943, kha, a 53, 305.
39 Juliana aan Wilhelmina, 26 oktober en 14 november 1943, kha, a 52, 37; Bernhard aan Juliana, 14 september 1943, kha, a 53, 326.
40 Juliana aan Bernhard en Wilhelmina, 10 maart 1944, kha, a 52, 219. Hier ook een beschrijving van de reis naar Curaçao.
41 Zie Focks conversatie met Halleck L. Rose, tweede secretaris van de Amerikaanse legatie in Lissabon, die op 5 augustus 1944 werd gerapporteerd aan Washington, National Archives, rg 59, un Affairs Official Policy, box 99, Netherlands i en ii. Ook in 1941 was deze overgangsperiode van een jaar al in Wilhelmina’s correspondentie met Juliana ter sprake gekomen.
42 Juliana aan Wilhelmina, 19 september 1943, kha, a 52, 37.
43 Juliana aan Wilhelmina, 1 april 1944, kha, a 52, 37.
44 Juliana aan Bernhard, 8 juli 1944, kha, a 52, 268.
45 Juliana aan Bernhard, 11 februari 1944, kha, a 53, 305.
46 Juliana aan Wilhelmina, 1 april 1944, kha, a 52, 37.
47 Bernhard aan Juliana, 17 juli 1944, kha, a 52, 326; Juliana aan Bernhard. 12 juli 1944, kha, a 53, 305.
48 Juliana aan Bernhard, 10 november 1940, kha, a 53, 305.
49 Van Lidth de Jeude, Londense dagboeken, 254 (18 oktober 1940).
50 Bernhard aan Juliana, 8 juni 1940; ibidem 21 juni 1940 (voor de verwijzing naar Van Kleffens en Gerbrandy) en 12 juli 1940 (‘gangster’), kha, a 52, 326.
51 Bernhard aan Armgard, ongedateerd, kha, a 53. Aangezien de geboorte van Margriet wordt vermeld, stamt de brief waarschijnlijk uit 1943.
52 Bernhard aan Juliana, september 1940 (niet nader gedateerd), kha, a 52, 326. Met ‘Sas’ werd majoor G.J. Sas bedoeld, de vroegere Nederlandse militaire attaché in Berlijn, die de Duitse aanvalsplannen aan Den Haag wist door te geven.
53 Bernhard aan Juliana, 22 oktober 1940, kha, a 52, 326. Zie Hatch, Prins Bernhard, 115. Vgl. Van Lidth de Jeude, Londense dagboeken, 254 (18 oktober 1940).
54 Bernhard aan Juliana, 7/8 november 1940, kha, a 52, 326.
55 Bernhard aan Juliana, 7/8 november 1940, kha, a 52, 326; Bernhard aan H. Mössner, 23 januari 1952, kha, a 53, 351 (1952).
56 Bernhard aan Juliana, 4 december en 14 december 1940, kha, a 52, 326.
57 Bernhard aan Juliana, 11/12 januari 1941, kha, a 52, 326. Aan deze brief is ook het volgende citaat over de ministers ontleend. De zilvervoscape was een geschenk van ‘Pempe’ of Penelope Aitken.
58 Het betrof J.B.A. Kessler, een van de directeuren van de ‘Koninklijke’/Shell.
59 Bernhard aan Juliana, 4 november 1941, kha, a 52, 326.
60 Bernhard aan Juliana, 18 december 1941, kha, a 52, 326.
61 Bernhard aan Juliana, 22 februari 1942, kha, a 52, 326.
62 Bernhard aan Juliana, 1 februari 1944, kha, a 52, 326.
63 Juliana aan Wilhelmina, 14 juli 1940, kha, a 52, 31.
64 Bernhard aan Juliana, 8 februari 1944, kha, a 52, 326.
65 Het Amerikaanse oordeel aangehaald bij Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 409. Bernhard aan Juliana, 1 februari 1944, kha 326 (over Montgomery).
66 Bernhard aan Juliana, 1 februari 1944, kha, a 52, 326. Vgl. Hatch, Prins Bernhard, 125. Een delivery bomber was een (meestal Amerikaans) toestel dat in Engeland werd afgeleverd, een dinghy een rubberbootje. De Ierse Republiek was neutraal in de Tweede Wereldoorlog, zodat landing daar voor een geallieerde vliegtuigbemanning internering betekende.
67 Bernhard aan Juliana, 16 mei 1944, kha, a 52, 326. Bernhard zinspeelde hier op de ‘pilotenlijnen’ die neergeschoten vliegers naar Spanje probeerden te brengen, waarna ze verder konden reizen naar Engeland.
68 Broertjes en Tromp, De prins spreekt, 20.
69 Dossier-Van der Voet, kha; rapport-Van der Voet, de Volkskrant van 6 februari 2004. Kikkert, De prins in Londen, 36; idem, Bernhard, 98.
70 Bernhard aan Juliana, september 1940, 29 oktober 1940, kha, a 52, 326; Wilhelmina aan Juliana, 19 september 1940, kha, a 50, xxx.
71 Bernhard aan Juliana, 8-14 februari 1941, kha, a 52, 326. De uitdrukking ‘trans-atlantische wederhelft’ is ontleend aan een brief van Juliana aan Bernhard van 29 januari 1941, kha, a 53, 305.
72 Zie voor Penelope Aitken behalve haar biografie op Wikipedia ook haar obituary in The Times van 9 februari 2005.
73 Bernhard aan Juliana, 14 september 1941, kha, a 52, 326.
74 Bernhard aan Juliana, 21 maart 1943 (Caïro), kha, a 52, 326; telegram aan major Orr-Lewis, 17 maart 1943, kha, a 53, xvib-1; a 53, xiia.
75 Juliana aan Bernhard, 22 januari 1942, kha, a 53, 305.
76 Dagboek van De Quay, 26 oktober en 6 december 1944, bhic.
77 Juliana aan Wilhelmina en Bernhard, 11 maart 1945, kha, a 53, 219.
78 Broertjes en Tromp, De prins spreekt, 19-20.
79 Juliana aan Bernhard, kha, a 53, 219.
80 Wilhelmina aan Bernhard [eind augustus 1944], kha, a 53, 312. Vgl. De Jong, Koninkrijk, 10a, 168-177; Van Wijnen, Prins-Gemaal, 78-81, 259. Deze auteurs waren met Wilhelmina’s brief aan de prins niet bekend.
81 Bernhard aan Wilhelmina en Juliana, 8 september 1944, kha, a 52, 326.
82 Bernhard aan Wilhelmina en Juliana, 12 september (jeeps), 19 september (Maastricht), en eind september 1944 (Bugatti’s), kha, a 52, 326.
83 Bernhard aan Wilhelmina en Juliana, 12 oktober 1944, kha, a 52, 326.
84 Bernhard aan Juliana, 9 oktober 1944, kha, a 52, 326.
85 Bernhard aan Juliana, 17 en 28 januari 1945, kha, a 52, 326. Juliana kwam op 22 juli 1945 met het motorschip de ‘Queen Mary’ in Engeland aan.
86 Vgl. De Jong, Koninkrijk, 10a, 762-764 en 925-928. Bernhard aan Wilhelmina , ongedateerd, kha, a 50, viia, 5a.
87 Bernhard aan Juliana, 18 februari 1945, kha, a 52, 326.
88 Bernhard aan Juliana, 17 maart 1945, kha, a 52, 326.
89 Bernhard aan Juliana, [12] april 1945, kha, a 52, 326.
90 Bernhard aan Juliana , 29 april 1945, kha, a 52, 112.
91 Juliana aan Wilhelmina, 2 juli 1945, kha, a 52, 37.
noten bij hoofdstuk 4
1 Zie kha, a 52, xxc, d14, met o.a. een gedrukt programmaboekje van de feestelijkheden.
2 St John-Stevas, Bagehot, v, 229-230.
3 Collectie-Beelaerts van Blokland, kha g 41, 3.
4 Aantekeningen 15 juli 1956, kha, g 85, 20. Het deel van het archief van de freule dat niet op het Koninklijk Huis betrekking had, werd door de erfgenamen overgedragen aan het Nationaal Archief.
5 kha, a 52, 215. Het eerste citaat is ongedateerd, het tweede dateert van 31 oktober 1947.
6 De Jong, Koninkrijk, 12, 139. Bij kb van 22 september 1945 werd Bernhard van zijn functie als bevelhebber ontheven.
7 Aschwin aan Bernhard, 27 januari 1946, kha, a 53, 310. Zie voor het interview van Bernhard in augustus 1945 over zijn staatsrechtelijke positie en ambities, Keesings Historisch Archief , 6398 d.
8 Bernhard aan Juliana, ongedateerd, kha, a 52, 113.
9 Hatch, Prins Bernhard, 197; De Ruiter, Donner, 292-293.
10 Aantekeningen, 15 juli 1956, kha, g 85, 20.
11 Kuipers, De wereld als werkplaats, 15-18, 25, 38, 44; Biografisch Woordenboek van Nederland, i, 60-62. Zie verder voor een tijdsbeeld: ‘De Werkplaats Kindergemeenschap Bilthoven’, Ons vrije Nederland, jrg. 5, nr. 25 (24 november 1945).
12 Mededeling van prof. dr. H.W. von der Dunk, 5 maart 2008, die op de Werkplaats zowel leerling als docent is geweest. Schermerhorns zoon Bob (Barend Willem) bezocht de school voor en in de oorlog, de jongste zoon Dirk na de oorlog.
13 Hatch, Prins Bernhard, 201.
14 Keesings Historisch Archief, 6853d.
15 Mijn naam is Juliana, 273-274.
16 Zie het archief van Der Spiegel in Hamburg (Pressebureau Skandinavien).
17 Juliana aan Wilhelmina, 6 augustus 1941, kha, a 52, 31.
18 Keesings Historisch Archief, 7057.
19 De telegrammen, evenals de brief van Bland aan Bernhard van 18 februari 1947, in kha, a 53, 35.
20 Tekst van de toespraak in kha, a 53, xiia, 3.
21 Keesings Historisch Archief, 7485b.
22 kha, a 52, xxc, 63a; a 53, 272. Zie verder het (Rotterdamse) Parool van 16 november 1948.
23 Mijn naam is Juliana, 340, 341 (ook voor de verwijzing naar Bernhard). Zie verder concept inhuldigingsrede in kabinet der Koningin, 9707, 6 september 1948.
24 Wilhelmina aan Juliana, 7 september 1948, kha, a 50; zie Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 541.
25 Vgl. Schenk en Van Herk, Juliana, 278-279, Waaldijk, ‘Moeder en dochter’, 23.
26 Artikel 25 van de Grondwetten van 1938, 1953 en 1956; artikel 41 van de Grondwet van 1983. Benoemingen van hofpersoneel geschieden bij koninklijke beschikking ter onderscheiding van Koninklijke Besluiten; bij deze laatste is wel een ministerieel contraseign vereist.
27 Een formeel besluit tot aanwijzing van Bernhard in 1948 ontbreekt. Bij een rondzendbrief werd door Juliana van zijn optreden kennis gegeven.
28 Vgl. kha a 53, 46. Formeel stonden deze adjudanten in dienst van de koningin, die hen ‘uitleende’ aan de prins.
29 Meynen aan Van Maasdijk, 7 december 1945, collectie-Van Maasdijk.
30 Van Maasdijk aan Tellegen, 15 april 1946, collectie-Van Maasdijk.
31 Van Maasdijk aan Bernhard, 28 juni 1946; Bernhard aan Van Maasdijk, 3 juli 1946, collectie-Van Maasdijk. Vgl. Mulder en Koedijk, Léés die krant!, 313.
32 Van Hardenbroek aan Van Maasdijk, 28 augustus 1948. Taakomschrijving door de prins, 31 augustus 1948, zie kha, e8 ie-34.
33 kha, a 53, 279.
34 Zie kha, a 53, 71.
35 Van Maasdijk, dagboek 12 juli 1948, collectie-Van Maasdijk. Vgl. De Baena, Dutch Puzzle, 173-175.
36 Dagboekaantekeningen van 2 september en 31 december 1948. Het ‘kleine gezelschap’ bestond, behalve koningin en prins, uit prinses Armgard, prins Aschwin, grootmeester Van Hardenbroek, enkele adjudanten en secretarissen met hun dames, alsmede mejuffrouw Gilles, de hoogleraar J.F. Nuboer en het echtpaar Pierson-Van Tienhoven, dat zich later zou doen kennen als trouwe Hofmansaanhangers; Hofmans zelf was er niet bij.
37 Prins, Huis Molecaten, 121.
38 Zie Van Wijnen, De Prins-Gemaal, 42.
39 Vgl. Böttcher, 2 oktober 1950, kha, a 52, 387. Hierin ook de andere karakteranalyses die in dit hoofdstuk ter sprake komen. Zie verder het interview met hem, toen 91 jaar, in Elsevier, 7 juli 2007, p. 46.
40 Vgl. Böttcher, 2 oktober 1950, kha, a 52/387.
41 Hilversum 1 en 2 (nationaal programma), 29 juni 1950.
42 Zie Biografisch Woordenboek van Nederland, 4, 538-540.
43 Van Maasdijk aan Bernhard, 25 februari 1949, collectie-Van Maasdijk.
44 Stukken over dit Comité in collectie-Waterink, kha, g 104.
noten bij hoofdstuk 5
1 kha, a 52, xxc, 63a. Hofmans bezigde in deze brief nog de oude spelling. Ter wille van de authenticiteit zijn spelfouten als ‘analen’ in plaats van annalen gehandhaafd.
2 kha, a 52, xxc, 63a.
3 Van Heeckeren aan Van ’t Sant, 1 augustus 1956, kha, g 94-6, 3 (10). Vgl. Fabius in zijn Nieuwsbrief van 27 juli 1956. Aangezien Royaards in 1929 overleed, was Hofmans zelf vermoedelijk de bron van deze mededeling.
4 Het Parool, 19 november 1966, ps, p. 5.
5 Voor bijzonderheden over de levensloop van Hofmans is gebruikgemaakt van verschillende inlichtingenrapporten die zich bevinden in het archief van de commissie-Beel en/of het archief van de procureur-generaal bij het gerechtshof te Den Haag. Zie de rapporten van wachtmeester G.J. Toorn van 20 mei en medio augustus 1949, een rapport van de rijksrecherche van 27 oktober 1950 en vier anonieme rapporten van 4 en 30 april 1949, 30 juni 1949 en 14 juli 1956, die vermoedelijk van de Amsterdamse politie en/of de bvd afkomstig zijn, alsmede verslagen van 19 en 30 juli 1956 van gesprekken met het echtpaar Noordijn. Vgl. Bosmans, ‘Hofmans, Margaretha’, Biografisch Woordenboek, 5, 203-206; Bredenhoff & Offringa, Greet Hofmans, 33-39; Giebels, De Greet Hofmans-affaire, 17-40.
6 Rapport van 14 juli 1956, kha, g 94-4. Zie voor Noorduijns verklaring het verslag van 30 juli 1956, kha, g 94-9. Ook haar voormalige werkgever, Veder, achtte haar in de oorlog ‘absoluut “goed” ’ (brief aan het Algemeen Handelsblad van 14 juni 1956).
7 Rapport van 4 april 1949, kha, g 94-4.
8 Rapport van 30 april 1949, vermoedelijk eveneens afkomstig van de Amsterdamse politie, kha, g 94-4.
9 D’Ailly aan Gerbrandy, 19 juli 1956, kha, g 94-4.
10 Zie over Exler: Bredenhoff en Offringa, Greet Hofmans, 13-31.
11 Het Parool, 19 november 1966, ps, p. 5.
12 Bredenhoff & Offringa, Greet Hofmans, 48.
13 A.v., 54. Ook de beschrijving van Greets sobere eet- en drinkgewoonten is ontleend aan deze bron (C. Smit, de verloofde van een van de redacteuren van Cosmisch Licht). Dat ze geen gevoel voor humor had, werd overigens door J.F. Noorduijn en F.H.J. Mijnssen, die later ter sprake komen, bestreden.
14 Geciteerd door Prins, Huis Molecaten, 127. Het door Hofmans betrokken huisje werd in 1961 afgebroken.
15 Gelders Archief (ga), archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 49; Bredenhoff & Offringa, Greet Hofmans, 50; Giebels, De Greet Hofmans-affaire, 34.
16 Hofmans aan het echtpaar Noorduijn, 27 september 1948, kha, g 94-4.
17 Het Parool van 19 november 1966, ps, p. 5.
18 Hofmans aan mevrouw Noorduijn, 3 november 1948, kha, g 94-4.
19 De correspondentie van Ex/Hofmans met Voorhoeve bevindt zich in kha, g 94-4.
20 Verslag van 30 juli 1956, kha, g 94-9; ook voor het daaropvolgende citaat.
21 Rapport van 14 juli 1956, kha, g 94-4.
22 Verslag van 19 juli 1956, kha, g 94-9. Het waren natuurlijk wel antwoorden op vragen die tot doel hadden het in 1956 van Greet Hofmans bestaande beeld te bevestigen, al was het maar in de ogen van de commissie-Beel.
23 kha, g 94-4.
24 Hofmans aan het echtpaar Noorduijn, 24 juni 1948, kha, g 94-4. Walravens broer Erik diende van 1946 tot 1950 als militair in Indië.
25 Vgl. Bredenhoff & Offringa, Greet Hofmans, 61. Vgl. ga, archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 49.
26 Hofmans aan het echtpaar Noorduijn, 3 november 1948, kha, g 94-4.
27 Hofmans aan mevrouw Noorduijn, 27 september 1948, kha, g 94-4.
28 Hofmans aan het echtpaar Noorduijn, 24 juni 1948, kha, g 94-4.
29 A.v., 27 september 1948, kha, g 94-4.
30 De oorspronkelijke (Engelstalige) versie bevindt zich in het kha, a 53, 359. Bernhard had tegen publicatie bezwaar, omdat zij het Nederlandse publiek ‘dumbfounded’ zou maken en zijn vrouw herinneren aan haar uiteindelijke nederlaag (‘defeat’) in 1956 (Bernhard aan Hatch, 12 februari 1962). Voor de gekuiste versie, zie Hatch, 201-203 (Engelse editie), 253-255 (Nederlandse editie).
31 W. van Tets aan Tellegen, 1 augustus 1950, na, collectie-Tellegen, 136. Voor de wichelroedemetingen: kha, a 53, ongeïnventariseerd.
32 Gesprek van Beel met Hofmans, 20 juli 1956, kha, g 94-4. Vgl. Bredenhoff & Offringa, Greet Hofmans, 78; Giebels, Greet Hofmans-affaire, 43.
33 Bedoeld moet zijn Carola E. A.A. gravin van Rechteren Limpurg-baronesse van Lynden.
34 Hofmans aan het echtpaar Noorduijn, 16 december 1948, kha, g 94-4. In de oorspronkelijke, Engelstalige versie van Hatch’s biografie over Bernhard wordt de eerste ontmoeting geplaatst ‘shortly before Juliana’s installation as Queen in 1948’, maar dit moet een vergissing zijn.
35 De namen van Amon, de Egyptische hoofdgod, en koningin Nefertari (1301–1235 voor Christus) werden door Hofmans verhaspeld.
36 Hofmans aan Juliana, 29 januari 1949, kha, a 52, 388. In dit dossier bevinden zich ook de brieven van 2 en 18 december 1948 en 15 februari 1949.
37 Dagboek van Van Maasdijk, 7 juni 1949. Kaiser kreeg vanaf medio 1949 van Wilhelmina een vaste toelage van 7500 gulden per jaar. Juliana keerde vanaf eind 1954 een extra toelage uit met terugwerkende kracht tot 1 juli 1953; zie ga, archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 45 (15a).
38 Wilhelmina aan Juliana, 6 januari 1949, kha, a 50.
39 kha, a 52, 391. Aan deze bundel zijn ook de volgende citaten over Marijke en haar zusters ontleend.
40 Vgl. Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 563.
41 Hofmans aan Juliana, 3 april 1949, kha, a 52, 391.
42 Hofmans aan Juliana, 28 februari 1950, kha, a 52, 391.
43 Hofmans aan Juliana (ongedateerd), kha, a 52, 391.
44 Hofmans aan Beatrix, 24 oktober 1950, kha, a 52, 388.
45 Hofmans aan Juliana, 3 april 1949, kha, a 52, 391.
46 Zie Daalder, Drees en Soestdijk, 22-23, voor het verslag door Drees van dit gesprek. Giebels, De Greet Hofmans-affaire, 58-61, laat het tweegesprek ten onrechte op 20 februari 1949 plaatsvinden.
47 Hofmans aan Juliana, 25 februari 1949, kha, a 52, 388.
48 kha, a 52, 393 (stukken met betrekking tot Indonesië).
noten bij hoofdstuk 6
1 Schenk en Van Herk, Juliana, 179. De prins kon voor zijn standpunt verwijzen naar het toenmalige Burgerlijk Wetboek dat de man aanwees als ‘hoofd der echtvereniging’.
2 Hofmans tegenover de commissie-Beel, 20 juli 1956, kha, g 4-4. Zelf geeft zij het koperen bruiloftsfeest op 7 juli 1949 als datum van haar gesprek met de prins op, maar dit moet, gelet op de aanschrijving van 11 april, een vergissing zijn. Voor haar opmerkingen tegenover het echtpaar Noorduijn, kha, g 94-9.
3 Hij heeft zijn versie van de gebeurtenissen herhaald tegenover Broertjes en Tromp, De prins spreekt, 44. Vgl. Giebels, De Greet Hofmans-affaire, 205.
4 Aanschrijving aan het personeel van de Koninklijke Stallen. De aanschrijving is niet ondertekend, maar wekt door lay-out en woordkeus de indruk dat zij via het officiële kanaal is uitgegaan; zie kha,a 53, 186.
5 Het briefje zelf is ongedateerd, maar de ommezijde vermeldt als datum 17 augustus 1949, kha, a 52, 113.
6 Hofmans tegenover Van Dijk, zie zijn nota over ‘De Baarnse Kring’, sub 7, kha, g 94-4.
7 Thomassen aan Van Maasdijk, 2 augustus 1949, collectie-Van Maasdijk.
8 Rita Pennink aan Van Maasdijk, 1 oktober 1949; Thomassen aan Van Maasdijk, 3 oktober 1949, collectie-Van Maasdijk.
9 Mason aan het Foreign Office, 18 juli 1956, na,fo 371, 124779, wn 1941/22.
10 Bijzonderheden over de levensloop en studieresultaten van Van Heeckeren bij Prins, Huis Molecaten, 113, 126.
11 ga, archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 50, 52.
12 Van Maasdijk, dagboekaantekeningen, 12 en 17 augustus 1949.
13 Handgeschreven concept, kha,a 53, 186.
14 De stacaravan brandde later af en werd door een nieuwe opbouw vervangen.
15 Rapport Binnenlandse Veiligheidsdienst, 13 mei 1950, na, collectie-Tellegen, 317.
16 Zie Fasseur, De jonge koningin, 307-308. In 1909 was deze kwestie reeds voor de geboorte van Juliana bij wet van 2 april 1909 geregeld; in 1948 maakte men na de opvolging van Juliana minder haast.
17 Kortenhorst, Handelingen Verenigde Vergadering, 28 maart 1950, 4. Voor de aanhalingen van Gortzak en Van Schaik, idem, 3, 5.
18 Philip Nichols aan het Foreign Office, 12 mei 1950, na,fo 371, 89408.
19 Thomassen aan Van Maasdijk, 3 oktober 1949, collectie-Van Maasdijk.
20 Thomassen aan Van Maasdijk, 25-28 januari 1950, collectie-Van Maasdijk.
21 Thomassen aan Waterink, 15 oktober 1949, kha, g 104, 1.
22 Andere leden van de dassenclub waren onder meer: Aschwin, Pantchulidzev, Gerhard Fritze, J.W. Beyen, W. Bedell Smith, C.H.J.F. van Houten, J.F. Nuboer, de adjudanten Geertsema en Sonderman, en Philipsondernemer P.F.S. (Frans) Otten.
23 Van Tets aan Tellegen, 29 januari (over het reisgezelschap en de Antillen), 9 februari (over Venezuela) en 18 februari 1950 (over Brazilië), na, collectie-Tellegen, 136.
24 Bernhard aan Juliana, 6 januari , 21-25 januari (over Curaçao), 3 februari (over Venezuela), 22 februari (over Brazilië) en ongedateerd (over Mexico en Californië), kha, a 52, 113.
25 Bernhard aan Juliana, 14 maart 1950, kha, a 52, 113.
26 Van Wijnen, Prins-Gemaal, 117-120.
27 kha, collectie-Van Hardenbroek, ie-34.
28 Phyllis von Graevenitz werd in 1904 geboren als Phyllis Goldney. Zij huwde in 1926 Nikolai W.A. baron von Graevenitz en was al jong weduwe.
29 Zie zijn dagboek, collectie-Van Maasdijk.
30 Bernhard aan Juliana, 7 februari [1950], kha, a 52, 113.
31 Van Maasdijk aan de prins, 18 februari 1950, collectie-Van Maasdijk.
32 Van Maasdijk aan de koningin, 19 juni 1950; kb van 24 juni 1950, nr. 2; Van Maasdijk aan de prins, 12 maart 1951, collectie-Van Maasdijk. Zijn salaris werd doorbetaald tot 1 oktober 1950.
33 Van Maasdijk, dagboekaantekeningen van 23 en 24 maart 1950, collectie-Van Maasdijk.
34 Van Heeckeren aan Van Maasdijk, 5 april 1950, collectie-Van Maasdijk. De vakantie duurde van 29 maart tot 14 april 1950.
35 ga, archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 50 (p. 8).
36 kb van 13 juli 1950, nr. 3.
37 Van Maasdijk aan de koningin, 9 juli 1950; Pauline van Maasdijk-Van Tuyll van Serooskerken aan de koningin, 10 juli 1950, kha, a 52, 385. De aanleiding was een bezoek van de prins aan Londen, met zijn oudste dochters, waarbij er ook contact met Ann zou zijn geweest.
38 Broertjes en Tromp, De prins spreekt, 20. Dagboek-Van Maasdijk, 3 maart 1951.
39 kha, a 53, niet-geïnventariseerd.
40 Brieven van Rita Pennink in kha, a 52, 385.
41 Dagboek-Van Maasdijk, 10 maart 1951.
42 Van Dijk, nota over ‘De Baarnse Kring’, sub 6, kha, g 94-4.
43 Van Heeckeren van Brandsenburg aan de particulier secretaris van de prins, 2 januari 1951, kmp 7030, maz. Hierin ook de verder genoemde zeven rapporten en andere stukken over de zaak-Duyff.
44 Fock aan Van Maasdijk, 13 maart 1950, collectie-Van Maasdijk.
45 Van Maasdijk aan Tellegen, 26 april 1950, na, collectie-Tellegen, 317.
46 Zie vierde rapport van 15 mei; idem eerste rapport van 12 maart, vijfde rapport van 7 juni; zesde rapport van 9 juni; zevende rapport van 14 juni 1950, maz, kmp 7030.
47 Duyff aan de prins, 30 juni 1957, kha, a 53, 351 (1957).
48 Van Maasdijk aan de koningin, 13 juni 1950; dagboek-Van Maasdijk, 15 juni 1950, collectie-Van Maasdijk.
49 Inhoud van een memorandum van Fock aan Drees van 5 juli 1950, kmp 7030, maz.
50 Van Heeckeren van Brandsenburg aan Van Heeckeren van Molecaten, 18 april 1951, ga, archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 45 (3).
51 Mededeling van mr. Harry Veenendaal te Gouda.
52 Dagboek-Van Maasdijk, 18 maart 1950, collectie-Van Maasdijk.
53 Juliana aan Hofmans, 1 maart 1951, kha, a 52, 389.
54 Zie over Van ’t Sant: Fasseur, Krijgshaftig in een vormeloze jas, 91-110, en Fasseur, Wilhelmina. Sterker door strijd, 81-102.
55 Juliana aan mevrouw Van Weel-Van ’t Sant, 19 juli 1966, (particuliere) collectie-Van ’t Sant.
56 Juliana aan Van ’t Sant, 27 juni–15 juli 1950, (particuliere) collectie- Van ’t Sant.
57 Van ’t Sant aan Juliana, 29 november 1951, kha, a 52, 187.
58 Aldus aangehaald door Van Hamel in zijn dagboek, 29 oktober 1956, na, collectie-Van Hamel, 381.
noten bij hoofdstuk 7
1 Ontleend aan de televisietoespraak van minister-president Balkenende bij haar overlijden op 20 maart 2004. Vgl. Waaldijk, ‘Moeder en dochter’, 24-26; Schenk en Van Herk, Juliana, 280.
2 Stukken in kha, a 52, 247.
3 Juliana zei dit in februari 1949 tegen haar Leidse studievriendin en Eerste Kamerlid, Martina Tjeenk Willink; zie Daalder, Drees en Soestdijk, 27.
4 Zo liet mr. F.H.J. Mijnssen zich uit, de oudste zoon van het echtpaar Mijnssen, die van zijn vijftiende tot zijn eenentwintigste levensjaar een goed contact met Greet Hofmans had, maar later gedesillusioneerd in haar raakte (gesprek met de auteur op 24 oktober 2006 te Amsterdam).
5 Gesprek van 20 juli 1956, kha, g 94-4.
6 Van Dijk, Herinneringen, collectie-Van Dijk. Het stuk is getypt en niet gedateerd.
7 Bep Pierson aan Juliana, 24 december 1949, kha, a 52, 264. Haar volgende brieven van 11 augustus, 16 oktober en 19 november 1950 zijn gedeponeerd in kha, a 52,385. Opvallend is dat zij het huiselijke koosnaampje ‘Lula’ gebruikte voor Juliana.
8 Mijnssen-s’Jacob aan Juliana, 13 augustus 1950. Het daaropvolgende citaat is ontleend aan een brief van 17 september 1950. Zij zijn met de (ongedateerde) brief van Rita Pennink te vinden in kha, a 52, 385.
9 De stukken van dit onderzoek zijn gedeponeerd in het archief van de procureur-generaal bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage (1945–1979) na, 3.05.30, 587. Kopie van sommige stukken bevindt zich in kha, g 94-4.
10 kha, g 94-4; na, 2.22.06, Losse aanwinsten na 1960, inv. 247. Giebels, De Greet Hofmans-affaire, 52-58.
11 Voor de minder bijbelvaste lezers: Leviticus 19:31, 20:27; Deuteronomium 18:10-14; Mattheus 7:15-16, 24:5 en 11; Handelingen 8:9-11 en 16:16-18, Openbaringen 13. Het gestencilde referaat is te vinden in kha, g 94-4.
12 Proces-verbaal van 25 april 1950, 21.
13 Dagboek van Van Maasdijk, 15-16 april 1950. Het verslag van het Assense gesprek kende Juliana vermoedelijk niet; ze zal echter zijn ingelicht door Hofmans. Het was wel bekend aan de commissie-Beel. Een van de deelnemers zond het verslag in 1956 via de commissaris der Koningin in Drenthe aan de commissie toe.
14 Ongedateerde aantekeningen van Juliana, kha, a 52, 390.
15 Wijers aan Juliana, 14 mei 1950, kha, a 52, 265 voor een samenvatting van het gesprek met Hofmans; zie ook Wijers aan J.C. Tenkink, 22 november 1950, na, 3.05.30, 587. Vgl. Daalder, Drees en Soestdijk, 25-26. Voorwaarde voor strafbaarheid is dat de onbevoegde verdachte buiten noodzaak beroepsmatig heeft gehandeld.
16 Hofmans aan Juliana, 25 maart 1950, kha, a 52, 395.
17 kha, a 52, 386. Ook Thijs Booy (de secretaris van Wilhelmina) en de Nederlandse ambassadeur in Washington, J.H. van Roijen, werden door Juliana genoemd.
18 Kaiser aan Juliana, 31 augustus 1949, kha, a 52, 385.
19 De stukken ‘Verantwoording’ en ‘De Baarnse Kring’, elk met talrijke bijlagen, bevinden zich in het archief van de commissie-Beel, kha, g 94-4.
20 Van Dijk, Herinneringen, collectie-Van Dijk.
21 Hofmans, kerstavond 1949, kha, a 52, 393; Juliana, 25 november 1950, kha, a 52, 388; Juliana aan Hofmans, 1 maart 1951, kha, a 52, 389.
22 Van Dijk, Herinneringen, collectie-Van Dijk.
23 Van Dijk, ‘Verantwoording’, sub 4.
24 Van Maasdijk aan Juliana, 6 juni 1951; Juliana aan Van Maasdijk, 9 juni 1951; Van Maasdijk aan Kaiser, 13 juni 1951; dagboek-Van Maasdijk, 12 juni 1951, collectie-Van Maasdijk.
25 Zie Frieda Heyting, ‘Levensbericht’, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1997–1998, 133-137. Zie verder collectie-Stellwag, kha, g 75, 5.
26 Max Thurian was subprior van de Taizé-gemeenschap. Hij woonde het Tweede Vaticaans Concilie bij en werd in 1988 rooms-katholiek, waarna hij tot priester werd gewijd.
27 Kaiser, 29 juni 1950, kha, g 75, 5; Van Dijk, Herinneringen, collectie-Van Dijk.
28 Extra-geheime aantekeningen van de ministerraad (van 9 juli 1951), naar hun mogelijk vroegere bewaarplaats in het ambtelijke spraakgebruik bekend als ‘zuurkast’-notulen. Deze uitgetypte aantekeningen van de secretaris van de raad werden slechts in kleine kring verspreid en niet zoals de overige notulen van de raad aan de koningin ter kennisneming toegezonden, veelal omdat zijzelf of andere leden van het Koninklijk Huis daarin rechtstreeks of zijdelings ter sprake kwamen. De ‘zuurkast’-notulen berusten over deze periode nog bij het ministerie van Algemene Zaken (maz). Ze werden tot dusver niet voor onderzoek gebruikt.
29 Van Dijk, Herinneringen, collectie-Van Dijk.
30 Van Heeckeren aan de hoofdredacteuren, 19 juli 1951, kha, a 52, xxc-16.
31 Kaiser aan de voorbereiders, 7 juli 1951, kha, g 75, 5.
32 Metman aan Van Dijk, 9 november 1952, na, collectie-Einthoven, 46. Vgl. Giebels, De Greet Hofmans-affaire, 71-73.
33 Het (ongedateerde en ongetekende) verslag bevindt zich in het archief van Juliana, a 52, 201. Daarin ook andere stukken over deze conferentie. Voor de tekst van haar toespraak zie Van Dijk, ‘De Baarnse Kring’, bijlage 5, kha, g 94-4.
34 C. Kars aan Juliana, 15 augustus 1951; F. Hofmans aan Juliana, 21 augustus 1951; M.W. Smink aan Juliana 8 augustus 1951, kha, a 52, 187.
35 Juliana aan het echtpaar Van Maasdijk, 26 augustus 1951, collectie-Van Maasdijk.
36 Kaiser aan het comité, 18 oktober 1951, collectie-Stellwag, kha, g 75, 5.
37 Kohnstamm aan Bep Pierson, 30 oktober 1951, Bep Pierson aan Kohnstamm, 2 november 1956, Kohnstamm aan Pierson, 9 november 1956, kha, g 94-4. Zie over hem: bwn, i, 306-310.
38 Roosevelt aan Kaiser, 24 november 1951, kha, a 52, 201. Vgl. Daalder, Drees en Soestdijk, 31-32; Giebels, De Greet Hofmans-affaire, 70-71.
39 De Vries van Doesburgh aan De Graaff, 18 november 1951, kha, a 53, 235.
40 na, collectie-Einthoven, 47; Van Dijk, ‘Verantwoording’, bijlage 5. Vgl. Daalder, Drees en Soestdijk, 27-31.
41 Van Dijk, ‘Verantwoording’, sub 9-12. In zijn herinneringen schreef hij het citaat over de brandstapel aan Kaiser toe, die zou zijn bijgevallen door de koningin.
42 Erna Mijnssen aan Stellwag, 22 januari 1952; Stellwag aan de leden van het comité, 31 januari 1952, A. van Riemsdijk-Van Heeckeren aan Stellwag, 3 februari 1952, Bep Pierson aan Stellwag, 5 februari 1952, Rita Pennink aan Stellwag, 6 februari 1952. De correspondentie bevindt zich in kha, g 75, 5.
43 Van Dijk, ‘Verantwoording’, sub 17-18.
44 Van Dijk, ‘Verantwoording’, bijlage 11 (Mijnssen) en bijlage 12 (Van Heeckeren, 17 mei 1952).
45 na, collectie-Einthoven, 46, 50.
46 De ‘Verantwoording’ is gedateerd 15 juli 1952; het stuk ‘De Baarnse Kring’ 11 juli 1956. Voor zijn contacten met de commissie-Beel wordt verwezen naar Van Dijks herinneringen.
47 Juliana aan Van ’t Sant, 27 juni–15 juli 1950, (particuliere) collectie-Van ’t Sant.
48 M. Michelin aan Juliana, 2 september 1951, kha, a 52, 385.
49 Juliana aan Hofmans, 2 juni 1951, kha, a 52, 389.
50 Hatch, Prins Bernhard, 249; Broertjes en Tromp, De prins spreekt, 81 (waar de prins overigens een levensverwachting van slechts vijf jaar noemde). Juliana aan Hofmans, ongedateerd (maar na oktober 1952), kha, a 52, 389.
51 Juliana aan Hofmans, ongedateerd, kha, a 52, 389.
52 Hofmans aan Juliana, 3 februari 1952, kha, a 52, 389. Vgl. Kerstboodschappen, 21.
53 kha, a 52, 202. Hierin gegevens over de latere Oude Looconferenties.
54 Zie Desmond Leslie en George Adamski, Flying Saucers Have Landed (Londen 1953) met een door Adamski via een telescoop zelf genomen foto van een Venusian flying saucer of ‘Scout Ship’ die op 13 december 1952 was geland in Palomar Gardens, California. Verder: Donald E. Keyhoe, Flying Saucers from Outer Space (Londen 1954) met een aanbevelend woord van Lord Dowding.
55 Juliana aan Bernhard, 22 januari 1956, kha, a 53, 186; a 52, xxc, 321 (bezoek van Adamski aan Soestdijk). Vgl. Hoffman, Queen Juliana, 140-144.
56 Voluit: Thomas Carlyle, On Heroes, Hero-Worship and the Heroic in History (Londen 1840). Voor Van der Meulens voordracht: kha, a 52, 20.
57 Zie bijvoorbeeld het julinummer (2) van 1956 van de 3e weg.
noten bij hoofdstuk 8
1 Bernhard aan Wilhelmina, 12 februari 1950, kha, a 50, viii g-1.
2 Bernhard 1 april 1951, kha, a 53, 185. Als mogelijke voogd en adviseur voor de opvoeding van zijn dochters noemde de prins jhr. E.W. Röell, een broer van zijn vroegere secretaris.
3 Zie Algemeen Dagblad, Trouw en De Telegraaf van 13 november 1951, kha, a 52, 222.
4 Voor de tekst van de brief van Juliana aan Truman, die op 21 september 1951 werd overhandigd door de Nederlandse ambassadeur (Van Roijen), en het antwoord van de president van 11 oktober 1951, kha, a 52, 49 en Keesings Historisch Archief, 9639 a. Verder Daalder, Drees en Soestdijk, 33. Truman bleek het geheel met Juliana eens, zij het dat hij een meer nationale aanpak voorstond.
5 Van Hamel, Dagboek, 8 oktober 1956.
6 Ongedateerde aantekening van Juliana, kha, a 52, 389. De Engelse tekst doet veronderstellen dat Juliana’s memo gediend heeft als concept van een brief voor Armgard, met wie in het Engels gecorrespondeerd werd.
7 kha, g 89, 27.
8 Zie ‘zuurkast’-notulen van de ministerraad van 4 en 11 februari 1952, maz.
9 Armgard aan Juliana, ongedateerd, kha, a 52, 385. Het was haar eerste brief na zes jaar in het Duits, hetgeen mede wijst op een datering in 1951.
10 Bijzonderheden over haar in hp/De Tijd, 8 december 2006, 22-28. Vgl. Broertjes en Tromp, De prins spreekt, 17, 18, 86. Bernhard deed het daar ten onrechte voorkomen alsof de dochter pas ‘net na de Hofmanszaak’ geboren was.
11 Zie Daalder, Drees en Soestdijk, 34-36, met de brief van de prins aan Tellegen van 11 oktober 1951. Ook Hofmans had in 1949 een dergelijk compromis voorgesteld. ‘Wel nabij doch niet voor ’t oog van het volk merkbaar’, 15 februari 1949, kha, a 52, 388.
12 Verklaringen in het handschrift van Juliana van 12 februari 1952, kha, a 53, 185.
13 Bernhard aan Tellegen, 11 februari 1952, na, collectie-Tellegen, 139.
14 Stukken over het eredoctoraat in kha, a 53, xiib, no. 1951/2.
15 Tellegen aan Juliana, 18 november 1951, kha, a 52, 222; Van Heeckeren aan Tellegen, 23 november 1951 (niet verzonden), ga, W.J. van Heeckeren van Molecaten, 45 (6).
16 Wttewaall van Stoetwegen aan de prins, 28 juni 1953, kha, a 53, 351 (1953).
17 Zie ook Keesings Historisch Archief, 9555e.
18 Hij zou deze observatie op 30 oktober 1956 tegenover Van Hamel herhalen; zie diens dagboek van die datum.
19 Ministerraad, 2 mei 1951 (‘zuurkast’), maz. Raspoetin was de geheimzinnige monnik die aan het hof van de Russische tsaar buitensporige invloed wist te verwerven nadat hij in 1905 in de kring van de keizerlijke familie was geïntroduceerd ter genezing van de hemofilie (bloederziekte) van de troonopvolger. Hij werd in 1916 vermoord.
20 Beel aan Drees, 9 september 1956, zie Daalder, Drees en Soestdijk, 152-153.
21 Gesprek van 20 juli 1956, kha, g 94-4.
22 Hofmans aan Juliana, 3 februari 1951, kha, a 52, 389.
23 Hofmans aan Juliana, ongedateerd, kha, a 52, 389.
24 Juliana aan Hofmans, ongedateerd en 2 juni 1951; Hofmans aan Juliana, 14 mei 1951, kha, a 52, 389.
25 Juliana aan Hofmans; Hofmans aan Juliana, ongedateerd, kha, a 52, 389. Zie voor de tekst van de brief aan Eisenhower en diens reactie, Keesings Historisch Archief, 10580 en 10617. Vgl. Daalder, Drees en Soestdijk, 65, die ten onrechte de indruk wekt dat de brief niet overhandigd is.
26 Gesprek van 20 juli 1956, kha, g 94-4.
27 Hofmans aan Juliana, in handschrift Juliana, 5 september 1952, kha, a 52, 389.
28 Van Hamel, Dagboek, 30 oktober 1956.
29 Juliana aan Tellegen, 23 maart 1951, na, collectie-Tellegen, 137. hh. = de Heren.
30 Ministerraad, 18 februari 1952 (‘zuurkast’), maz. kb van 6 september 1950, no. 16, na, kdk 9952; idem 18 februari 1961, no. 17, kdk 11201; archief Parket P.G. ’s-Gravenhage 1945-1979, na, 3.05.30, 588.
31 Vgl. Daalder, Drees en Soestdijk, 122, die citeert uit door H.W. Tilanus gemaakte notities van wat Drees op 20 juni 1956 zei.
32 De Jong, Koninkrijk, 12, 621.
33 Piersma, De drie van Breda, 63. Stukken over het gratieverzoek-Lages in kha a 52, 266. Vgl. Daalder, Drees en Soestdijk, 36-39.
34 Bijzonderheden over de reis in Keesings Historisch Archief, 10006-10008.
35 Hofmans aan Juliana, ongedateerd en 7 februari 1952, kha, a 52, 389. Van Roijen had in een brief van 8 januari 1951 aan Stikker gewezen op de Amerikaanse zorg over de Nederlandse defensiebijdrage, na, collectie-Van Roijen, 108. Voor een beschrijving van het voorafgaande diplomatieke tumult rond Juliana’s toespraken: Van Wijnen, Prins-Gemaal, 132-142; Daalder, Drees en Soestdijk, 40-51 en 235-236 (nota Stikker). Toespraken van Juliana in kha, a 52, 42.
36 Christopher Steel aan het fo, 23 mei 1952, na, fo 371, 101951, wn 1941/17.
37 Acheson, Present at the Creation, 811.
38 Van Roijen aan Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, 6 mei 1952, collectie-Van Roijen, 53. Voor het oordeel van Stikker, Keesings Historisch Archief, 10007.
39 Vragen en antwoorden zijn ongedateerd maar moeten uit de jaren 1952–1954 stammen, kha, a 52, 389.
40 Aantekening Juliana 15 november 1953, kha, a 52, 389.
41 kha, a 52, 387. Hierin ook de analyses van E. Joseephy-Kahn, 2 oktober 1952 en A.M. Simon-Schmidt, 27 oktober 1950.
42 kha, g 104. Voor de toespraak van de koningin op 8 februari 1953, Keesings Historisch Archief, 10478-479.
43 kha, a 52, 57.
44 Memo van De Graaff aan de prins, ongedateerd, kha, a 53, 185.
45 Juliana aan Wilhelmina, 2 juli 1945, kha, a 52, 37; Juliana aan Beel, 14 mei 1949 (‘Het was tot nu toe steeds een rustgevende gedachte U in Batavia te weten als “the right man in the right place”.’), Drooglever en Schouten, Officiële Bescheiden, xviii, 638.
46 Beel aan Tellegen, 30 april 1953, Beel aan Tellegen, 12 juni 1952, na, collectie-Tellegen, 135.
47 kha a 52, 113. De eerste agendanotitie is ongedateerd maar moet in de eerste helft van de jaren vijftig worden geplaatst.
48 Bernhard aan Juliana, 1 oktober 1954, kha, a 52, 113.
49 Uitvoeriger over dit onderwerp Daalder, Drees en Soestdijk, 71-77; Aalders, De Bilderberg Conferenties, 25-38, 42-44 en 47-54.
50 Rijkens, Handel en wandel, 143.
51 Zie Der Spiegel, 5 oktober 1955, 20-21.
52 Gezant te Caracas, J.C. van Beusekom, 30 juli en 18 augustus 1956, kha, g 94-4. Zijn brief met verdere correspondentie werd via het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de commissie-Beel toegezonden. De veronderstelling van Bredenhoff en Offringa, Greet Hofmans, 97-98, dat Hofmans’ eerste bezoek aan Venezuela meer dan tien maanden duurde, van 9 januari tot 18 november 1954, is niet juist. Naar Hofmans’ zeggen besloeg het niet meer dan drie weken. Inderdaad nam zij van 28 tot 30 mei 1954 deel aan een Oude Loo-conferentie en was zij toen ook op andere tijdstippen in Nederland aanwezig.
53 Dit zei Van Heeckeren in een gesprek met Beel op 16 september 1955, ga, archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 45 (21).
54 na, collectie-Gerbrandy, 91; Giebels, De Greet Hofmans-affaire, 205.
55 Juliana aan Bernhard, 2 augustus 1955, kha, a 53, 186. Juliana aan Armgard, 14 augustus 1956, kha, g 89, 27.
56 Juliana aan hofmaarschalk c.s., 26 augustus 1955, kha, e10-ib-60.
57 Interview door Hatch in 1961, State of Florida University, Smathers Library, Rare Books and Manuscripts.
58 Juliana aan Armgard, 5 september 1955; Wilhelmina aan Armgard, 5 oktober 1955, kha, g 89, 27. Aantekeningen van Van Heeckeren, kha, g 94-6, 6 (15 oktober 1955).
59 Zie notitie van Van Heeckeren van 16 september 1955, ga, archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 45 (21). Mejuffrouw Gilles is op de bewuste foto niet te identificeren.
60 Aantekening van Juliana, 7 juli 1955, kha, a 52, 390.
61 Gespreksverslag door Beel, 2 juli 1956, kha, g 94-3.
62 Armgard aan Juliana, 22 mei 1956, g 94-3.
63 Aantekeningen van Van Heeckeren, 28 mei 1956, kha, g 94-6, 6.
64 Daalder, Drees en Soestdijk, 72-77, ook voor wat volgt.
65 Hella S. Haasse e.a., Beatrix 18 jaar, 12.
66 Correspondentie Haasse-Van Heeckeren in ga, archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 45 (28). Uit terloopse aantekeningen van Van Heeckeren valt af te leiden dat mevrouw Smitt-Avis buiten hem om de tekst aan de koningin had voorgelegd.
67 Aantekeningen van Van Heeckeren, kha, g 94-6, 6 (20 en 30 januari 1956).
68 Aantekeningen van Van Heeckeren, kha, g 94-6, 6 (21-24 februari en 31 maart 1956).
69 Zie ‘map doorgevingen’ in kha, g 94-4. In potlood stond bijgeschreven: Aan Koningin zelf door tussenkomst van Hofmans.
70 Deze doorgeving was in de hand van Walraven van Heeckeren. Met ‘wagen’ is uiteraard Hofmans’ stacaravan in de achtertuin van de Mijnssens bedoeld.
71 Die uitzondering was de staatssecretaris voor Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen dr. A. de Waal (kvp); in het najaar van 1956 werd Marga Klompé de eerste vrouwelijke minister (van Maatschappelijk Werk).
72 ga, archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 45 (31).
73 Aantekeningen secretaris ministerraad 26 maart 1956, na, 2.02.05.02, 695.5. Verslag van de bespreking van de commissie-Van Hamel met Drees, 5 januari 1957, na, collectie-Van Hamel, 381. Vermoedelijk is Van ’t Sant Beels informant geweest.
74 ga, archief W.J. van Heeckeren van Molecaten, 45 (22). Daalder, Drees en Soestdijk, 77-81.
75 Van Hamel, Dagboek, 9 november 1956.
76 Zie aantekeningen van Van Heeckeren, kha, g 94-6, 6 (15 maart en 7 mei 1956).
77 kha, g 94-6, 3 (8 en 9).
78 Hofmans zelf ontkende dat De Jong door haar aan de koningin was gesuggereerd of dat zij, ook al was De Jong onder haar behandeling geweest, haar ‘adept’ was. Zij ‘vernam de benoeming als verrassing’, Van Hamel, Dagboek, 8 oktober 1956.
79 Rapport van 3 juni 1956 van de rijksrechercheur K. Brouwer, Veiligheidsdienst Koninklijk Huis, Afdeling Rijksrecherche, aan de Hoofdcommissaris van Rijkspolitie, Hoofd Veiligheidsdienst Koninklijk Huis, C. Sesink, kha a 52, 183.
80 Van Hamel, Dagboek, 9 november 1956.
81 Waterink aan de prins, 8 mei 1956, a 53, 351 (1956).