7
Het was weer zondag, en te oordelen naar Mary Anns gevoelens had het de dag des oordeels kunnen zijn. Ze betwijfelde nog steeds sterk of de donderslagmethode die mevrouw McBride had voorgesteld de juiste was. Maar de alternatieve manieren waarop ze haar informatie zou kunnen gebruiken, schenen allemaal achterdeurtjes te hebben die konden leiden tot verdere complicaties. Ze moest eigenlijk ontzettend opgetogen zijn over Corny's transactie en het feit dat ze nu een huis zou hebben om naar toe te gaan als ze getrouwd was, maar deze grote gebeurtenis in haar leven werd overschaduwd en naar de achtergrond gedrongen door de belangrijke informatie die ze met zich meedroeg.
Haar verstrooide manier van doen was ook haar moeder niet ontgaan, want Lizzie had aan haar gevraagd: 'Heb je bedenkingen over de garage?' En ofschoon ze onmiddellijk en nadrukkelijk had geantwoord: 'Nee, nee, ik ben in de wolken', wist ze dat haar moeder haar niet geloofd had. Dan had je de moeder en vader van Corny. Ze hadden de vorige avond aan haar gevraagd: 'Hoe vind je het?', terwijl het niet nodig zou zijn geweest om deze vraag te stellen als ze zich normaal had gedragen. Niet dat het haar erg veel kon schelen wat de ouders van Corny dachten, want ze was voor geen van beiden iets gaan voelen en al helemaal niet voor meneer Boyle. Ze wist ook dat ze daarin niet alleen stond, want Corny mocht zijn vader ook niet, hoewel hij zijn gevoelens nooit onder woorden had gebracht. En met zijn moeder was hij ongeduldig. Mary Ann vond dat hij daar het volste recht toe had, want ze hield nooit het huis schoon en haar provisiekast was nooit goed voorzien. Haar excuus was dat het nutteloos was te proberen een huis schoon te houden waar acht kinderen waren, waardoor het al even hopeloos was te proberen een voedselvoorraad aan te leggen. Hoewel de moeder van Corny mevrouw McBrides eigen dochter was, hadden ze niets gemeen, behalve misschien hun slordigheid, want dat was ook een fout van mevrouw McBride. Maar één ding wist Mary Ann zeker: Corny hield van zijn grootmoeder. Hij had dit altijd getoond door meer tijd door te brengen in haar twee kamers in Mulhattan's Hall dan aan de overkant van het water, in zijn eigen huis in Howden, waar hij haar daarom niet vaak mee naartoe nam. Maar omdat hij opgewonden was dat hij de garage kreeg waren ze er de vorige avond naar toe gegaan.
Toen had haar moeder vanmorgen haar eigen zorgen opzij gezet, haar meegenomen naar de voorkamer en vriendelijk tegen haar gezegd: 'Maak je geen zorgen, iedereen is zo voor hij gaat trouwen, het ene moment ben je in de wolken, en dan zit je weer in de put. Soms weet je niet of je er wel mee moet doorgaan. ' Ze zou niet verbaasd zijn geweest als haar moeder eraan had toegevoegd: 'En het zou goed zijn als sommige mensen dat niet deden. ' Maar ze zei: 'Volgende week om deze tijd is het voorbij en' — ze had wrang geglimlacht - 'dan begint het pas. '
Mary Ann had de hand van haar moeder in de hare willen nemen en willen zeggen: 'Maar ma, daar maak ik me geen zorgen over, maar over u, en vader, en... en over wat ik vanmiddag moet doen, want ik weet nog steeds niet of het de juiste manier is om deze kwestie aan te pakken. ' Maar ze had niet gesproken en Lizzie had gezegd: 'Ga eens naar Tony en Lettice kijken. ' En toen had ze eraan toegevoegd: 'Het is jammer dat je naar de eerste mis bent geweest; als je naar die van elf uur was gegaan, zou dat de ochtend hebben gevuld en de tijd zou voorbij zijn gegaan tot hij kwam. Je moet in deze tijd altijd gerustgesteld worden door het zien van je verloofde. '
Mary Ann had haar moeder zwijgend aangestaard; ze kon niet tegen haar zeggen dat ze het mis had. Maar nu was het wachten bijna voorbij. Het was bijna drie uur en als ze de bus van kwart over twee hadden genomen konden ze ieder moment hier zijn. Ze keek de kamer rond. Het hele gezin was aanwezig, en toen ze haar blik van de een naar de ander liet gaan dacht ze: het wordt net een toneelstuk iedere zondagmiddag, het podium helemaal gereed voor het begin van het eerste bedrijf... of vandaag misschien het laatste bedrijf. Buiten regende het pijpestelen en het stormde min of meer. Het grote vuur in de open haard was dubbel welkom. Als ze niet geweten had hoe hij zich voelde, had het misschien geleken of haar vader van het laaiende vuur genoot; dat viel tenminste te oordelen naar de manier waarop hij zat, met zijn benen uitgestrekt naar de betegelde haard, zijn pijp in de mond en zijn hoofd in de hoek van de waaierfauteuil. Ze kon zijn gelaatsuitdrukking niet zien, maar ze hoefde niet naar zijn gezicht te kijken om te weten dat het strak zou zijn. Hij wachtte.
Haar moeder zat een eindje van het vuur af, meer naar het raam. Ze was aan het breien. Zondagsmiddags breide ze gewoonlijk niet, ze las meestal. Niet eenmaal wendde ze haar ogen naar het raam, maar Mary Ann wist dat ook zij wachtte.
Michael en Sarah zaten zoals gewoonlijk op de canapé met hun handen zo natuurlijk ineen alsof ze kinderen waren. Toen ze naar hen keek dacht Mary Ann: onze Michael is veranderd, in die korte tijd is hij veranderd. Binnenin hem borrelt en bruist het, en toch is hij ontspannen. Zijn voornaamste werk, voelde ze, was zijn geluk verborgen houden om te verhinderen dat hij te uitbundig zou worden. Wat Sarah betrof, haar geluk vormde een straling om haar heen. Mary Ann kon het licht bijna zien, en op dit moment wekte het een heel klein beetje afgunst in haar. Sarah kon gelukkig zijn, ze had niets aan haar hoofd, niets waar ze zich zorgen over hoefde te maken... O, Mary Ann Shaughnessy! Mary Ann berispte zichzelf nu streng. Sarah niets aan haar hoofd? Met die handicap? Nou ja - inwendig schudde ze haar hoofd tegen zichzelf - ik bedoelde, haar vader zit niet in moeilijkheden, en ze heeft niet in het vooruitzicht wat mij het komende uur te wachten staat. Op dit moment keek Sarah naar haar en ving haar blik op.
Michael keek dezelfde kant uit als zijn vrouw, en Mary Ann, die hen aanstaarde, besefte dat ook zij wachtten, en dat er achter hun klaarblijkelijk geluk bezorgdheid schuilging.
En dan was Corny er nog. Corny had weer het woord. Als een ceremoniemeester bevond hij zich op de voorgrond van het toneel, en alsof hij wist dat een slecht stuk ingang moest vinden, deed hij zijn best de toeschouwers van tevoren te vermaken.
'Iedereen kan popsongs schrijven: teksten noemen ze die. Allemachtig! Ze hebben lef. Het is zwendel, want ze kunnen de melodie van de klassieken gappen. Maar ze durven niet de tekst van de een of andere kerel te gappen, daar moeten ze voor betalen. Dus wat doen die slimme jongens? Ze flansen deze zogenaamde teksten in elkaar. ' Corny nam een pose aan en zong met een overdreven maar welluidende tenorstem: I ain't loved nobody since I loved you, and, 'coo Liza, you ain't half got me in a stew. Zelfs Lizzie lachte, ze lachte met haar mond, Michael en Sarah zaten allebei te schudden en Mike draaide zijn hoofd en wierp een spottende blik op de grote clown. Wat Mary Ann betreft, ze hield haar handen stijf tegen haar mond. En toen ze lachte dacht ze: O Corny, je bent lief. Het was niet het juiste bijvoeglijk naamwoord om haar toekomstige echtgenoot te omschrijven, maar het omschreef zijn bedoeling, de bedoeling van zijn potsenmakerij. Corny vroeg nu aan iedereen in de kamer: 'Ik heb gelijk hè? Het is allemaal onzin, nietwaar?' 'Och, ik zou niet willen zeggen dat het allemaal onzin is, ' wierp Michael tegen. 'Er bestaan goede teksten. ' 'Vertel me dan eens welke dat zijn. Vooruit, één maar. ' 'O, ik kan er niet zo gauw een bedenken. ' 'Trees, bijvoorbeeld, ' zei Sarah.
'Trees!' Corny's stem klonk hoog. 'Maar dat is zo oud als Methusalem; het is meer dan dertig jaar geleden geschreven. '
Corny's ogen gingen nu naar het gezicht van Mike, die zijn ogen weer naar hem opsloeg, en hij stak zijn hand uit in de richting van zijn toekomstige schoonvader, hartelijk lachend terwijl hij uitriep: 'Je weet wat ik bedoel, Mike. Trouwens, jij hebt geen bakkebaarden. ' Hij wendde zich weer tot Michael. 'Ik bedoel die moderne rommel. Ik geef toe dat er meer dan genoeg behoorlijke schrijvers zijn, maar die krijgen geen kans. Ik zeg je, het is zwendel. En wat het schrijven van liederen betreft, ik heb talloze wijsjes gemaakt op mijn kornet, maar denk je dat ze ooit geaccepteerd zullen worden?' 'Heb je ze opgeschreven?' vroeg Michael. 'Nee. '
'Hoe verwacht je dan dat ze geaccepteerd zullen worden? Schrijf ze op en stuur ze in. Als ze dan afgewezen worden spreek je uit ervaring; nu spreek je alleen maar over wat je hebt gehoord. '
Corny wendde zijn blik nu omhoog terwijl hij zijn achterhoofd krabde; zijn stemming sloeg met kwikzilverachtige snelheid om en hij zei ernstig: 'Ja, misschien heb je gelijk. Als ik ze kon opschrijven... als. Maar' - hij keek Michael aan — 'ik kan geen noot muziek lezen. ' Hij grinnikte geringschattend om zichzelf. 'Ik kan deuntjes verzinnen, ik heb er honderdeneen in mijn hoofd zitten, en ik kan ze de lucht in blazen, maar verder kom ik niet. Maar tussen twee haakjes' - hij maakte een ongeduldige beweging met zijn hoofd - 'we hadden het niet over deuntjes, we hadden het over de woorden. Mary Ann dan; denk je dat ze iets van haar op muziek zouden zetten?'
Michael wierp een blik in de richting van zijn zuster en zei met broederlijke waardering: 'Er is een kans, dat wil zeggen als ze ooit iets schreef dat goed genoeg was. ' 'O!' Mary Anns stem klonk verontwaardigd. 'Prijs me niet, Michael. '
'Wees niet bezorgd, ' zei Michael, 'dat zal ik niet doen. ' Maar hij lachte vriendelijk naar haar terwijl hij sprak. Toen kwam Corny tegen hem in het geweer en riep: 'Ze heeft een paar goede dingen geschreven. Als ze een beetje verstandig was zou ze ze blijven insturen, maar dat doet ze niet. ' Hij knikte met zijn hoofd naar haar, en een seconde lang keken ze elkaar aan; toen ging hij door: 'Haar proza is soms net poëzie. '
'Het is toch niet waar, ' zei Michael, met quasi ontzag. 'Jawel. Het is altijd hetzelfde in gezinnen, er is een buitenstaander voor nodig om te zien wat er aan de hand is. ' 'Nu, dat wordt spoedig hersteld, ' zei Michael. 'En dan zul je blind zijn voor al onze goede punten, vooral voor die van je vrouw... '
Toen de deurbel ging en Michaels stem afbrak, keken ze allemaal geschrokken. Het leek erop dat Corny's pogingen de laatste paar minuten succes hadden gehad en dat ze waren vergeten waarop ze wachtten, maar nu hield hij op met zijn gekheid; zijn rol was voorlopig uitgespeeld, maar hij zei: 'Zal ik gaan?' En Lizzie knikte naar hem zonder haar hoofd op te heffen. Sarah ging wat meer rechtop zitten op de canapé, evenals Michael, terwijl Mike zich vooroverboog en de as uit de kop van zijn pijp klopte. Alleen Mary Ann bewoog zich niet. Ze zat het verst van de deur, naast haar moeder, en toen het geluid van voetstappen door de hal klonk begon haar hart razendsnel te kloppen. Ze zag moeder en dochter nauwelijks de kamer binnenkomen, want er was een mist voor haar ogen en ze vreesde een moment dat ze zou flauwvallen, of iets zou doen dat even dwaas was. Totdat ze Corny's gezicht zag. Zijn gelaatsuitdrukking was zacht, zijn ogen keken haar aan over de hoofden van de anderen en zeiden: Het is in orde, het is zo voorbij. 'Wat een dag!' zei mevrouw Radley. 'En hoe gaat het ermee, Lizzie?'
Lizzie was niet opgestaan om de gasten te begroeten, maar ze sloeg haar ogen op en terwijl ze mevrouw Radley aankeek, antwoordde ze: 'Heel goed, dank u... Het verbaast me dat u het gewaagd hebt uit te gaan met zulk weer. ' 'O, ' mevrouw Radley zwaaide haar gepermanente, blauwgrijze hoofd van de ene kant naar de andere, alsof het weer haar niets kon schelen, 'we gaan graag uit. We móeten eruit. ' Ze boog zich over naar Lizzie. 'Wij hebben het niet zoals jullie allemaal hier. Wij zijn niet zo gelukkig dat we overal om ons heen open land hebben; en als je van het platteland houdt, werkt het erg op je zenuwen als je opgesloten bent tussen stenen muren. '
Yvonne Radley stond naast haar moeder; ze had nog tegen niemand in het vertrek gesproken. Haar ogen waren regelrecht naar Mike gegaan zodra ze door de deur kwam. Hij had met zijn rug naar haar toe gezeten, maar nu draaide hij zich om en hij had iets van verslagenheid over zich; maar tegelijkertijd verraadden zijn ogen de woede die hij voelde, woede om de houding van zijn hele gezin en de duidelijke vijandigheid die de kamer vulde. Hij stond op en zei: 'Neem plaats. ' 'Dank je wel... Mike. '
Yvonnes aarzeling bij het uitspreken van Mikes naam gaf Mary Anns verwarde geest een indruk van innemende familiariteit. Ze keek hoe haar vader naar de canapé wees en tegen mevrouw Radley zei: 'Wilt u niet gaan zitten?' En terwijl hij sprak richtte hij zijn kwade blik op zijn zoon, want ofschoon Michael met tegenzin opgestaan was toen ze binnenkwamen, had hij zijn zitplaats niet aangeboden aan de bezoeksters.
'We blijven niet lang. We komen alleen maar met een uitnodiging. '
Mary Anns blik, die op haar handen gericht was geweest, vloog nu omhoog naar Yvonne Radley, maar deze keek met een gemaakt lachje op haar gezicht nog naar Mike en hield zijn aandacht vast toen ze verderging: 'Zie je, woensdag ben ik jarig en we hadden graag dat je 's avonds komt. We houden een feestje. ' Ze zweeg even; toen dwaalden haar ogen naar Lizzie, en ze voegde er met een meisjesachtige lach aan toe: 'Jullie allemaal, bedoel ik, dat spreekt vanzelf. Doen jullie dat?'
Lizzie legde nu haar breiwerk neer en keek een volle minuut naar het meisje voordat ze antwoord gaf. Ze keek nogmaals naar haar lange benen, haar hoge borsten, haar ronde blauwe ogen, haar gemaakte lachje, haar haar dat als gepolijst brons op haar schouders hing. En terwijl ze keek kreeg ze de vreselijke aandrang op haar toe te springen, haar bij de keel te grijpen en haar hoofd tegen de muur te kwakken. De gedachte was schrikaanjagend, en beïnvloedde haar stem toen ze antwoordde: 'Het... het spijt me, maar aankomende woensdag heb ik een afspraak. ' Het woord afspraak leek zo slecht op zijn plaats, het excuus was zo duidelijk een smoesje dat het zowaar een golf van verlegenheid teweegbracht onder alle aanwezigen, met uitzondering misschien van de Radleys zelf. 'Hoe oud word je?' Nu was het Corny die sprak. Zijn stem had een ruwe klank, zijn gezicht was strak en hij keek het meisje regelrecht aan. Terwijl ze een onderzoekende blik op hem wierp antwoordde ze: 'Negentien. ' 'O, Mary Ann is een paar maanden ouder dan jij. ' 'Ja... ja. ' Yvonne glimlachte nu naar Mary Ann, en mevrouw Radley, haar eigen redenering volgend, zei snel: 'Yvonne heeft een tante die pas zestien is. Dat is grappig, hè? Yvonne negentien, en een tante van zestien. ' Ze keek stralend van de een naar de ander.
'Hebben jullie zin in een kopje thee?' Ofschoon de stem van Mike normaal klonk, zag zijn hele lichaam er stijf en opstandig uit toen hij de vraag stelde. 'O nee, Mike, doe geen moeite; we blijven niet, ' zei mevrouw Radley. 'We zijn eruit gegaan om een fijne lange wandeling te maken en we gaan verder. We laten ons niet afschrikken door het weer... hè, Yvonne?' 'Wat?' Yvonne maakte haar blik los van Mikes afgewende gezicht en zei: 'Nee, nee. Nee, we zijn dol op zwerven. Ik houd van open vlaktes. '
Toen Corny zachtjes begon te fluiten Oh give me a home where the buffalo roam, keek Mike hem aan met een woeste blik, en Corny liet het wijsje langzaam wegsterven, maar niet té langzaam; toen ging hij naast Mary Ann staan en stootte haar onmerkbaar aan met zijn arm. Mary Ann hoefde niet aangestoten te worden om zich te herinneren wat ze moest doen. Maar hoe? Hoe moest ze beginnen? Ze raakte in paniek toen ze zag dat mevrouw Radley opstond, gevolgd door Yvonne. Ze had helemaal niet verwacht dat ze zo gauw zouden vertrekken, ze waren er pas. Ze kon het niet doen; tenminste niet op zo'n haastige manier. Ze wierp een blik op Lizzie, die met een star gezicht naast haar zat, en de aanblik van het duidelijk onbehagen van haar moeder maakte haar tong los. 'Komen er veel op het feest?' Haar stem klonk hoog en onnatuurlijk. Ze was zich ervan bewust dat aller ogen zich
op haar richtten, want sinds hun eerste bezoek had ze nooit tegen een van de Radleys gesproken. 'Nou, nee. ' Weer die geaffecteerde houding van Yvonne. 'Alleen vrienden, goede vrienden. '
Mary Ann verzamelde speeksel in haar droge mond en slikte heftig voordat ze zei: 'Maar de kinderen zullen toch wel komen... De baby's?'
Nu was het hoge woord eruit. De lont was ontstoken. Vanaf het ogenblik dat de lucifer bij de lont wordt gehouden tot het moment dat de eigenlijke explosie plaatsvindt, is er een periode van betrekkelijke stilte. Deze stilte vulde nu de kamer; en toen alle ogen zich nogmaals op haar richtten, kreeg ze het verlangen te schreeuwen en de stilte te doorbreken. Ze zag dat moeder en dochter een geschrokken blik wisselden; toen keken ze haar weer aan, hun ogen schenen een rood licht naar haar uit te stralen. Het besef dat ze verraden waren was te zien geweest in hun snelle blik. Het gaf haar een trillend gevoel van macht en nu zei ze scherp tegen Yvonne: 'O, natuurlijk, de oudste kun je misschien niet laten komen, want die is geadopteerd, maar de baby wel. In het tehuis zullen ze toch wel goedvinden dat hij die dag bij jou komt, hè?' 'Jij... ! Jij!' Yvonne deed snel twee stappen naar voren, maar werd tegengehouden doordat haar moeder riep: 'Hou op, Yvonne!' Mevrouw Radley had de arm van haar dochter gegrepen en nu draaide ze haar witte, gespannen gezicht naar Mary Ann en zei: 'Ik weet niet wat je bedoelt!' 'Ik denk van wel, ' zei Mary Ann met een normale stem, 'en zij ook. Of had u graag dat ik het verder uitlegde?' Yvonne Radley trok zich los uit de greep van haar moeder, greep het hoofdeinde van de canapé, en terwijl ze zich over Sarah heen vooroverboog naar Mary Ann siste ze: 'Zwijn! Bemoeiziek, gluiperig klein zwijn. ' En nu was haar stem niet langer herkenbaar, evenmin als haar gelaatsuitdrukking. 'Je denkt dat je slim bent, hè? Jij verwende ondermaatse aap. Als ik wil zou ik... ' 'Zou je wat?' vroeg Corny.
'Yvonne! Yvonne! Hou op. ' Mevrouw Radley trok aan de arm van haar dochter, en het meisje, woedend door frustratie en teleurstelling, barstte in tranen uit. Met haar brede, felrood geverfde mond wijd open murmelde ze: 'Ik... ik zal het je wel betaald zetten, dat zul je zien, jij kleine parvenu. Ik haatte je al op het moment dat ik je voor het eerst zag... Jij..
'Kom mee, vooruit. ' De stem van mevrouw Radley, doordringend nu, klonk bijna hysterisch toen ze tegen Mary Ann schreeuwde: 'Daar is het laatste woord nog niet over gesproken, juffrouw, o nee. O nee, bij lange na niet. Je zult hier nog wel meer van horen; je moet terechtstaan wegens smaad, let maar eens op. Let maar eens op, gemene kleine -' Mevrouw Radley gebruikte een term waarvan niemand zou hebben gedroomd dat ze die kende, haar vroegere beschaafde manieren in aanmerking genomen. 'Dat ben je, niets anders, een gemene kleine —. Vooruit. Vooruit. Je blijft hier geen minuut meer. ' Ze trok haar dochter de deuropening door en de hal in, en niemand in de kamer maakte aanstalten ze te volgen en uit te laten. Het gevoel van vrees en bezorgdheid waarvan Mary Ann vervuld was geweest sinds mevrouw McBride haar verteld had wat de beste methode was om gebruik te maken van de informatie over de Radleys, was niets vergeleken bij de angst die ze had toen ze naar haar vader keek. Ze was zich er niet van bewust dat de anderen naar haar keken, allemaal met een verschillende uitdrukking. Er stond bewondering te lezen in de ogen van Michael en Sarah, liefde en bezorgdheid in die van Corny, er was een uitdrukking van verbazing, vermengd met medelijden en ongelovigheid op het gezicht van haar moeder. Maar ze zag niets van dit alles. Ze zag alleen Mikes gezicht, vol van grimmige woede. Ze verbeeldde zich dat ze zijn woede kon ruiken en in haar verwarde geest ging de gedachte om: hij moet verliefd op haar zijn geweest. Dus het was serieus. O, lieve Heer. Toen ze keek hoe hij langzaam en zwaar naar haar toekwam, trilde ze van deze nieuwe angst, angst voor haar vader en voor wat hij haar zou aandoen. Nu torende hij boven haar, zijn lichaam gestrekt, zijn spieren hard en zijn ene vuist gebald. Zijn kaak bewoog enkele malen voordat hij zijn mond opende om te spreken. Toen zei hij op een verschrikkelijke toon, verschrikkelijk omdat hij rustig klonk: 'Je denkt dat je iets gehaaids gedaan hebt, hè, Juffertje Slimmerik? Je hebt iemands ingewanden eruit gerukt en ze omhooggehouden ter inspectie. Ze had gezondigd, nietwaar? Niet eenmaal, maar tweemaal, dus jij, het goede katholieke juffertje, moet... '
'Mike!' Het was Lizzies stem, gebiedend en luid. Mike draaide zijn hoofd met een ruk naar haar toe en zijn stem klonk niet meer rustig toen hij blafte: 'Jij... ! Jij! Ik waarschuw je. Wees jij rustig. Jij bent degene die hiermee begonnen bent, jij met je fantasie. En je ziet wat je haar hebt aangedaan, want ze deed het voor jou. Ze is een gluiperige kleine rechtschapen griet geworden. Dus doe wat je al zoveel weken hebt gedaan, hou je mond dicht. ' En Lizzie hield haar mond dicht, stijf nu, in een trotse, bittere lijn.
Mike keek weer naar Mary Ann, en terwijl hij zijn toon weer matigde zei hij tegen haar: 'Je bent er nog niet, meisje; het huwelijk zal je niet immuun maken voor emoties. Welnu' — hij duwde zijn schouders nog verder naar achteren - 'je was van plan het voor haar op te knappen, nietwaar? Nu, misschien heb je dat wel gedaan. Misschien is dat precies wat jullie gedaan hebben... jullie allemaal, onder elkaar. ' Zijn ogen schoten door de kamer voordat hij ze weer op Mary Ann richtte en verderging: 'Er bestaat een gevoel waar jij nog erg weinig van af weet, meisje. Het heet medelijden, en het kan heel vreemde dingen doen, vooral met een... oude... man' - hij legde de nadruk op 'oude' - 'en een jonge meid die opgescheept zit met twee kinderen. ' Hij pauzeerde nu, en in die pauze jammerde Mary Ann: 'Dat doet u niet, vader, dat doet u niet. O, ik heb spijt van wat ik heb gedaan, maar dat doet u niet, dat doet u niet. '
'Doe ik dat niet? Nou, wacht maar eens af, meisje. Ik ga afmaken waar jij en je moeder mee begonnen zijn. Het is altijd een goede gedragslijn een karwei af te maken, nietwaar?'
Mary Ann, die nog steeds naar Mike staarde, hoorde haar moeder zwaar ademen, en het was alsof ze in Lizzies huid gekropen was en voor haar revanche nam, want ze schreeuwde plotseling tegen Mike: 'Nou dan, ga je gang, ga je gang, wat let je? Iedereen wil hardop lachen, ze hebben het wekenlang ingehouden; dus ga je gang, dan kunnen ze in lachen uitbarsten. Jij met je gerimpelde nek, ' - ze wees omhoog naar hem -' en die grote bruine sproeten op de rug van je hand, die helemaal geen sproeten zijn maar de eerste tekenen van de naderende ouderdom; en er zit grijs in je haar, maar dat kun je niet zien, want dat zit op je achterhoofd, net zoals je jezelf niet zult kunnen zien als een beverige oude man wanneer je hier thuis zit met de kinderen, terwijl zij gaat... '
Toen de hand op haar gezicht terechtkwam, dacht ze dat haar hoofd niet meer op haar lichaam zat. Ze was zich ervan bewust dat ze schreeuwde toen ze achterover tuimelde over iets hards, en toen was er lawaai en geschreeuw overal om haar heen.
Toen ze voelde dat de handen van haar moeder haar hoofd van de vloer tilden, trok de mist voor haar ogen op en ze zag Corny en haar vader als twee reuzen in de deuropening staan. Ze stonden dicht bij elkaar. Corny had Mike beet bij zijn revers, en Mike, zijn gezonde arm uitgestoken zodat die in een hoek op zijn lichaam stond, zei weer met die verschrikkelijke stem: 'Blijf met je handen van me af, jongen. ' 'JIJ... Dat had je niet moeten doen. ' Ook Corny's stem klonk diep en onnatuurlijk kalm, maar door zijn woede stotterde hij. 'Als... als je de... niet de... ' 'Ik zei tegen je... blijf met je handen van me af. ' 'Corny! Corny!' Michael trok nu aan Corny's arm. 'Laat los... Hoor je?' Met een snelle, heftige ruk wrong hij een van Corny's handen van Mikes jas, en langzaam liet Corny de andere los.
Mike ging een stap achteruit, hief zijn hand, trok zijn boord en das recht terwijl hij zijn hals opwaarts strekte, en onderwijl keek hij naar de twee jonge mannen die voor hem stonden, beide gezichten, dat van zijn zoon en dat van zijn toekomstige schoonzoon, vol duistere vijandigheid. Met een beweging die zijn lichaam volkomen van de vloer scheen te heffen draaide hij zich om, en het eerstvolgende geluid dat ze hoorden was het dichtvallen van de voordeur. Corny schudde zijn hoofd alsof hij ontwaakte uit een droom; toen draaide hij zich snel om en liep de kamer door naar Mary Ann, die werd ondersteund door Lizzie, terwijl Sarah aan haar andere zijde op de vloer zat in een onhandige houding.
'Niet hui... huilen. Niet huilen. ' Hij stotterde nog. 'Til haar op de canapé, ' zei Lizzie met klankloze stem. 'Ze heeft haar heup bezeerd aan de zijkant van de stoel. ' Corny tilde Mary Ann van de vloer alsof ze een kind was. Hij zette haar op de canapé en met zijn armen nog om haar heen drukte hij haar hoofd tegen zijn schouder. En door de warme troost, de begrijpende druk van zijn arm, gaf ze door een stortvloed van tranen uiting aan haar verdriet — het verdriet dat haar vader haar had geslagen. Haar vader! Corny, meneer Lord, mevrouw McBride of zelfs pastoor Owen hadden haar kunnen slaan - hoe fantastisch dat idee ook was, met wat verbeeldingskracht kon ze het zich indenken - maar nooit, nooit haar vader. 'Niet doen, huil niet zo. Mary Ann, hoor je me?' Lizzies handen hadden haar gezicht van Corny's schouder gekeerd en omvatten het. 'Hou nou op. '
'O, ma! M... ma!' Ze sputterde en brabbelde onsamenhangend, zoals ze soms had gedaan toen ze een kind was en haar wereld ineengestort was. Maar nu was ze geen kind meer, en de dingen, sommige dingen waren moeilijker te zeggen; de woorden bleven haar in de keel steken: 'Hij... hij... ma. '
'Schei uit, kind. Schei uit. ' Het was alsof ook Lizzie haar weer als een kind zag; en nu zei ze tegen Corny: 'Wil je haar naar boven dragen, naar bed?'
Toen Corny haar in zijn armen nam, draaide ze haar hoofd naar Lizzie en huilde: 'Ma, hij... hij meende het niet. ' 'Kom, hou op met dat gejammer, vooruit. ' 'Hij meende het niet, ma, hij meende het niet, dat ze... zeg ik u... Waar is hij heen gegaan? Michael... Michael, ga hem zoeken. Schiet op, Michael. ' 'Goed, ' zei Michael. 'Maak je geen zorgen, ik ga hem zoeken. '
Ergens achter Mary Ann sprak snel, kalm en bitter haar moeders stem, niet langer klankloos: 'Dat doe je niet, Michael. Blijf waar je bent. Hij is vertrokken. Laat hem gaan. Ik hoop dat ik hem nooit meer zie. ' Toen Corny Mary Ann op bed legde hield ze hem vast en riep hysterisch: 'Zie... zie, ik had het niet moeten doen. Ze zei dat het in orde zou komen; je oma, ze zei dat het in orde zou komen, en kijk nu eens. Een donderslag, zei ze. Kun je je indenken dat mevrouw McBride zoiets zegt... Een donderslag, een donderslag... '