.4.
Gemeen hoerenwijf! Durf je wel, m' n dochter slaan. Jij met je achterbakse streken. Kom es naar buiten, dan zal ik je wel krijgen!' Peabody stond voor het raam van de hal en keek over het terras heen naar de oprijlaan waar de dronken vrouw stond te tieren en toen Biddle haastig naar hem toe kwam keek hij op en zei: ' Het is de moeder van dat meisje en ze is zo dronken als een matroos. Wat moeten we met haar doen?' ' We moeten zorgen dat ze verdwenen is voordat mevrouw het hoort.' Biddle liep naar de voordeur. Op dat moment kwam Biddy de keuken uithollen en ze zei: ' Wacht even. Laat dat maar aan mij over. Ik weet hoe ik dat soort moet aanpakken. Als u daar naar buiten gaat, scheurt ze u gelijk die mooie kleren van uw lijf, dat verzeker ik u.' ' Maar het lijkt me een heel gemene vrouw, mevrouw Drew.' ' Nou, wat zei ik anders? Maar als ze geintjes met me wil uithalen, dan heb ik nog twee zonen achter de hand. Die zullen d' r dan es even op ouderwetse manier de laan uitschoppen, reken maar. Wees maar gerust, meneer Peabody, dat varkentje zal ik wel wassen.' ' Zoals u wilt, mevrouw Drew, zoals u wilt.' Er bestond geen twijfel over de vraag wie nu de leiding had en toen Biddy naar de deur wees, sprong Biddle zo ongeveer in de houding en hij deed snel open. En toen stond ze op het terras en keek neer op het opgeblazen gezicht van de scheldende en tierende vrouw. ' Zo hè, heeft ze jou naar buiten gestuurd? Is ze soms bang voor me? Die hoer die zich te veel verbeeldt?' ' Ik geef je twee minuten om te maken dat je het hek uitkomt, Bessie Bradshaw. En als je niet goedschiks gaat, laat ik je er kwaadschiks uitslepen.' ' Moet je nou es horen, wie nou d' r bek opentrekt.' De vrouw gooide haar hoofd achterover en lachte schel. ' Die stomme ouwe koe! Weet je wat ze over jou in het dorp zeggen? Dat je een oogje dichtknijpt omdat je je hele gezin aan het werk wil houden. Maar ik doe geen oogje dicht, nee ik ga naar de politie. Ze heeft m' n dochter geslagen. Je had haar gezicht eens moeten zien.' Ze sloeg zichzelf op de wang: ' Daar.' ' Je dochter heeft haar aangevallen.' ' Je liegt!' ' Er zijn getuigen. En ik wil je wel verzekeren dat je dochter het aan mevrouw heeft te danken dat ze niet op dit moment al in het tuchthuis zit voor al het spul dat ze heeft gestolen.' ' Wat!' De vrouw zwaaide heen en weer met naar voren gestoken hoofd. ' Wat zeg je? Heeft mijn dochter gestolen? Je liegt dat je barst!' ' Ik lieg niet. Twee mensen van het personeel en geen familie van me hebben haar kamer doorzocht en ze hebben allerlei kostbaarheden gevonden die ze in haar matras had verstopt.' ' Mijn dochter gestolen?' Het was Biddy duidelijk dat dit nieuws een grote schok was voor Bessie Bradshaw want de vrouw vertrok haar gezicht vol afschuw toen ze zei: ' Is dat de waarheid, Biddy Drew?' ' Ja, dat is de waarheid. En die twee daarbinnen' ze gebaarde met haar hoofd naar het huis ' kunnen voor de rechter getuigen dat het waar is. En ze zou er minstens drie jaar voor krijgen en dan had ze nog geluk gehad.' De vrouw draaide zich half om en keek om zich heen. Ze zag de twee mannen bij de ingang van het erf staan en ze zag de gezichten achter de ramen van de hal. Toen richtte ze haar blik omhoog waar ze de eenzame figuur voor een van de kleine raampjes boven in het huis zag staan en toen ze die gestalte herkende kwam haar woede terug en ze schreeuwde tegen Biddy: ' Nou, wat dat laatste betreft, dat zal ik wel met Connie uitzoeken. Maar die heeft in ieder geval geen kerels naar zich toe gelokt en voor hoer gespeeld. Ze hoort in een hoerenkast, die mevrouw van jou. Heeft nooit anders gedaan dan dat. En dan nog weer een zwart kind van d' rzelf mee terugnemen. Hoe had ze het lef!' Biddy rende de stoep af en schreeuwde haar in het gezicht: ' Hou je mond en maak dat je wegkomt! Maak dat je wegkomt of we waarschuwen de politie!' ' Ach mens, loop naar de hel! En dat hele zooitje hier erbij. Drinken is misschien niet goed, maar lichte zeden, dat is nog heel wat anders. En lichte zeden hebben we nooit gehad. Me dochter ook niet. Stelen! Geloof er geen barst van.' Ze schudde haar hoofd, draaide zich toen om en sjokte al scheldend weg. Biddy wachtte totdat de vrouw in de bocht van de oprijlaan uit het gezicht was verdwenen. Ze wenkte met een ruk van haar hoofd haar zoons en zei: ' Ga er even achteraan en kijk of ze het hek uitgaat. En met jou heb ik nog een appeltje te schillen, Jimmy, over hoe ze hier binnengekomen kan zijn. Die hekken horen op slot te zijn.' ' Ze zijn ook op slot, moe. Ze is waarschijnlijk in het bos over de muur geklommen, die is daar niet veel meer dan één meter twintig hoog.' Biddy schudde haar hoofd. ' Nou ja, loop er toch maar even achteraan,' zei ze, ' en zorg ervoor dat ze er op dezelfde manier uitgaat als dat ze erin is gekomen.' Haar zonen haastten zich haar bevel op te volgen, maar ze liep niet direct weer naar binnen. Langzaam liep ze over de binnenplaats naar de keuken en daar keek ze haar dochter Fanny aan. ' Ik vraag me af wat we hierna weer zullen krijgen. En dat zomaar aan de deur! Maar ik heb het al eerder gezegd en ik zal het nog vaak moeten zeggen: op de een of andere manier haalt dat arme kind zich altijd weer narigheid op de hals. Ze zoekt het niet, het overkomt haar gewoon.' ' Ja moe, je hebt gelijk.' Fanny knikte. ' Ik zal eens een verse pot thee zetten. Zal ik haar blad naar boven brengen?' ' Nee, dat doe ik wel.' ' Nou dan draag ik het blad wel even voor u de trap op.' ' Als dat zou kunnen. Ik ben opeens bekaf.' Fanny pakte het dienblad en liep voor haar moeder de keuken uit, de gang door naar de hal en daar de grote trap op. Maar toen ze op de overloop stonden draaide Fanny zich om en fluisterde: ' Zal ik het in haar slaapkamer zetten of meenemen naar de kinderkamer?' Biddy wees met haar duim naar boven en tegen de tijd dat ze op de verdieping van de kinderkamer was, liep ze te hijgen en moest een paar keer diep ademhalen voordat ze Fanny naar binnen volgde. Tilly was alleen. De kinderen deden hun middagdutje en toen Fanny het blad op tafel zette en de thee wilde inschenken, gebaarde Biddy haar naar buiten te gaan. Geen van beiden zei iets totdat Biddy een kop thee pakte en dit aan Tilly gaf die nog steeds voor het raam stond. ' Kom, meisje, drink dit eens op.' Maar Tilly draaide zich niet om en pakte het kopje niet aan. Ze legde haar arm op de brede vensterbank, liet haar hoofd erop vallen en begon te snikken. Haastig zette Biddy het kopje neer en sloeg haar armen om Tilly heen. ' Stil maar. Stil maar, meisje. Trek je niks van dat tuig aan. Het is allemaal tuig daar in het dorp; het hele zootje. De duivel moet er hebben huisgehouden. Ze zijn allemaal bezeten! Kom nou, toe nou. Droog je tranen toch. Hoor es.' Ze duwde Tilly van zich af en veegde met haar handen de tranen van haar wangen. ' Jij bent de dame van dit huis, meisje, je bent ver boven dat stelletje verheven. Je kunt ze allemaal in je zak steken. Met al het geld dat jij bezit zou je het hele dorp kunnen kopen en ze allemaal op straat zetten. Bedenk dat nu maar eens. Hier, kom je thee gauw opdrinken.' Tilly ging zitten en ze dronk haar kopje thee leeg. Na een poosje keek ze Biddy aan en zei: ' Wat moet ik hier nu weer mee?' ' Blijf jezelf, kind. Ga gewoon naar buiten en kop op. Neem ze allebei mee, waar je ook naartoe gaat. Als je je nergens voor hoeft te schamen, valt dat vanzelf op je gezicht te lezen.' Tilly zweeg en keek Biddy recht in de ogen. Ten slotte zei ze langzaam: ' Josefina is niet van mij, Biddy. Ze is het kind van een Mexicaansindiaans meisje, nog een heel jong meisje, en een blanke man.' ' Een blanke man? Iemand die je hebt gekend?' Tilly' s blik bleef strak op haar gezicht, ze verroerde zich bijna een halve minuut niet en zei toen: ' Ja, iemand die ik heb gekend, Biddy.' Langzaam wendde Biddy haar blik af en pakte de zilveren theepot. Ze schonk nog een kopje thee in en toen ze dit aan Tilly gaf zei ze: ' Er is niets waar jij je voor hoeft te schamen, kind. Als je het mij vraagt heb je veel om trots op te zijn. Jij zult het wel winnen. Jij zult het wel winnen.' De volgende morgen kreeg Tilly opnieuw bezoek en dit zorgde voor nog meer opwinding dan het bezoek van Bessie Bradshaw. Ze had een slechte nacht gehad en was in bed gebleven Biddy had iedereen verboden haar te wekken en het was bijna tien uur toen ze aan het ontbijt verscheen nadat ze eerst bij de kinderen in de kinderkamer was geweest. Het was een mooie ochtend. Ze keek door het grote raam naar buiten, waar ze het zij terras zag en het glooiende grasveld dat naar het meer leidde. In de verte zag ze nog net een glimp van het water en ze bedacht hoe vredig alles eruitzag, maar ook hoe leeg en eenzaam. Maar ze besefte dat dit slechts een weerspiegeling van haar eigen gevoelens was. De afgelopen nacht had ze urenlang over haar leven nagedacht, een leven dat aan de buiten kant zo rustig leek, maar dat vanaf het begin zo vol tragedies was geweest. Haar vader was onder vreemde omstandigheden gestorven, haar moeder was daarna weggekwijnd. Ze werd door haar grootouders grootgebracht, met gestolen geld dat jarenlang verborgen had gelegen. Ze werd achtervolgd door de dorpsbewoners die haar de dood van twee mannen in de schoenen schoven. Later had ze zich overgegeven aan de liefde voor de eigenaar van dit landhuis en ze had hem twaalf jaar lang, tot zijn dood toe, verzorgd. Ze had een kind van hem gekregen en ze was ten slotte met zijn zoon getrouwd. Ze was in slaap gevallen voordat haar gedachten de gebeurtenissen uit deze laatste episode van haar leven deden herleven en daar kon ze alleen maar blij om zijn. Hoe vaak had ze niet haar best gedaan niet te hoeven denken aan die korte jaren in Amerika, want dan kreeg ze net als haar man nachtmerries over indianen en verminkte dode mensen en over een doodgeslagen kind op de veranda van een huis. Er werd op de deur geklopt en Biddle kwam de kamer binnen, waarbij hij in zijn haast bijna een tafeltje omverliep. Fluisterend zei hij: ' Mevrouw, er is bezoek voor u.' ' Bezoek? Wie, Biddle?' Haar stem klonk vlak. Biddle slikte. ' Het is Lord Myton, mevrouw,' zei hij. Ze kwam overeind. ' Lord Myton?' ' Ja mevrouw, en ik vind dat u erop voorbereid moet zijn dat hij niet... dat hij niet helemaal zichzelf is, mevrouw.' Ze liep naar de deur en vroeg: ' Hoe is hij hier gekomen?' ' Met het rijtuig, mevrouw.' Biddle snelde naar de deur om die voor haar open te houden. In de hal stond de vreemdste verschijning die ze in tijden had gezien. De oude man droeg een zware rijjas over een lang blauw nachthemd. Hij had pantoffels aan zijn voeten en op zijn hoofd een hoge rijhoed. Hij was ongeschoren en zijn gerimpelde kin en wangen vertoonden de stoppels van een aantal dagen. Hij kneep zijn felle ogen dicht toen hij zijn hoed van zijn volmaakt kale schedel lichtte. Maar wat Tilly' s aandacht het meest van al trok, was het geweer dat hij onder zijn arm had. ' Mevrouw, het spijt me dat ik u lastig moet vallen.' Zijn woorden klonken moeizaam. ' Mijn kaartje.' Hij rommelde in de borstzak van zijn jas. Hij keek opzij en zei: ' Howard. Mijn kaartje voor... voor de dame.' Peabody stapte naar voren en alsof hij dagelijks zulke situaties meemaakte zei hij: ' Mevrouw heeft uw kaartje reeds, meneer. Wilt u mij maar volgen?' Hij blikte even naar Tilly en ze maakte een onopvallend gebaar met haar hoofd en zei: ' Ja natuurlijk.' Ze stak haar hand uit naar Lord Myton en liep met hem naar de zitkamer. ' Heel vriendelijk van u, heel vriendelijk.' ' Helemaal niet. Gaat u alstublieft zitten.' Tilly wees naar een stoel en keek toe hoe de oude man zich er langzaam in liet zakken. Hij hield nog steeds zijn hoed in zijn hand en het geweer onder de andere arm en toen Tilly zei: ' Zal ik uw hoed aannemen' gaf hij haar die en mompelde: ' Ja, ja.' Maar toen ze zonder verder iets te zeggen haar hand naar het geweer uitstak, zei hij met krakende stem: ' O nee! Dat houd ik bij me. Ga zitten. Ga zitten.' Ze nam plaats tegenover hem en bleef rustig zitten. Hij keek haar nauwlettend aan. Toen scheen hij een besluit te hebben genomen en zei: ' Je bent een beste meid. Je ziet er niet uit als een hoer. Zij is er wel eentje. Jawel, dat is ze haar leven lang geweest. Is ze hier?' ' Ik weet niet wie u bedoelt,' loog Tilly. ' Zij natuurlijk, mijn vrouw, dat kreng. Altijd al een kreng geweest, maar nou heeft ze het toch echt helemaal te bont gemaakt. Mijn God!' Hij boog zich naar voren en liet zijn stem dalen. ' Ze probeert me te laten opsluiten. Weet je dat wel ? Ze probeert me te laten opsluiten alsof ik gek ben.' Hij knikte nogmaals en herhaalde. ' Gek. Getikt. En weet je,' weer knikte hij, ' ik moet het al jaren zijn geweest, gek. Maar ik lachte er altijd om. Het deed er niet toe, het gaf niets zolang zij maar aan het andere eind van de tafel zat en grapjes maakte, me aan het lachen maakte.' Hij liet het hoofd hangen en het duurde even voordat hij herhaalde: ' Me aan het lachen maakte.' Hij hief zijn hoofd weer op en grijnsde naar Tilly. ' Een goed gevoel voor humor. Geestig ja, net als een man. Daarom heb ik haar ook gekozen, goed gezelschap, geestig.' Opnieuw zakte zijn hoofd naar voren en hij mompelde: ' Ze had niets aan me. Gaf niet, gaf niet. Nee. Maar niet met een mijnwerker, geen mijnwerker!' De laatste woorden klonken als een schreeuw en hij herhaalde: ' Mijnwerkers, het laagste allooi. Zo laag is ze nu gezonken. Heb al haar avontuurtjes gevolgd, jawel. Graven en hertogen in de stad. Heren. Heren. Altijd heren in de stad. Maar hier. God allemachtig! Als een loopse teef. Eerst Sopwith. Jouw man, was hij niet jouw man? Je was zijn maïtresse. Keukenmeid zeiden ze van je. Omhooggevallen. Zie je niet naar uit. Zie je bepaald niet naar uit. Hij heeft een goeie aan je gehad, als je het mij vraagt. Toen de boer. Daarna Turner en Drayton en ga zomaar door.' Hij wendde zijn hoofd af en keek om zich heen. ' Mooi, mooi. Goede smaak hier. Goede smaak.' Toen richtte hij zijn waterige blik op haar en zei abrupt: ' Heb jij dit gedaan?' Het duurde een paar seconden voordat ze kon antwoorden: ' Alleen de bekleding en de gordijnen.' Weer keek hij om zich heen. ' Heel aardig. Heel aardig. Ja, zij, ja.' Hij knikte in zichzelf alsof hij zijn gedachten weer op een rijtje moest zetten. Hij wees met zijn vinger naar haar en zei: ' John Tolman. Ja, John Tolman. Zijn vrouw, ken je Joan?' Tilly schudde haar hoofd. ' Ze heeft haar bijna het haar uit het hoofd getrokken. Uit Agnes' hoofd. Ze hebben ruzie gemaakt als een stel viswijven. Echt waar.' Hij begon te grinniken. ' Toen Cragg, Albert Cragg, weet je wel. Zal ik je eens wat vertellen?' Zijn lichaam begon te schudden van de lach en hij sloeg bijna dubbel, maar hij bleef haar aankijken terwijl hij zei: ' Ze heeft waarschijnlijk nooit naar hun gezicht gekeken. Allemensen! Ken je Cragg?' Kende ze Cragg? En kende ze Tolman? Ja, ze kende ze, maar ze kende hun vrouwen nog beter, die vrouwen die haar hadden aangekeken alsof ze een stuk vuil was. ' Drie goede stalknechten. Jawel, drie goede stalknechten ben ik kwijtgeraakt. Maar wat doet het ertoe? Bedienden zijn er om te worden gebruikt. Te worden gebruikt voor alle doeleinden.' Zijn buik schudde weer. Plotseling werd hij rustig en zijn stem klonk als een grom uit zijn keel: ' Waar is ze? Ze is hier!' ' Nee, ze is hier helaas niet, meneer. Uw vrouw is hier niet.' ' Sta me niet een beetje voor te liegen. Ze wist dat ik haar achterna zat omdat ze die kerels weer had laten komen om mij achter slot en grendel te zetten. Burton zei dat ze naar het huisje van die mijnwerker was gereden, maar toen ik daar kwam, waren ze weg. Een kind daar zei dat hij ze hierheen had zien rijden. Dus ga ze niet een beetje voor me verstoppen. De maat is nu vol, het is nu afgelopen. Schandalig, een mijnwerker!' Hij begon hevig te hoesten en deed een poging overeind te komen. Maar Tilly stond al voor hem en zei met sussende stem: ' Lord Myton, luistert u alstublieft naar mij. Ik kan u op mijn woord van eer verzekeren dat uw vrouw hier niet is en ik kan u ook verzekeren dat u het mis hebt wat betreft haar verbintenis met de mijnwerker.' ' O ja? O ja?' Hij trok zijn bovenlip op. ' Dat zweer ik u, Lord Myton.' Hij keek een paar seconden naar haar omhoog voordat hij met kinderlijke stem vroeg: ' Maar waar kan ze dan wel zijn?' ' Ik heb geen flauw idee.' ' Ik heb dorst.' ' O, neemt u me niet kwalijk, ik had u iets moeten aanbieden. Wat wilt u drinken?' ' Cognac.' ' Cognac. Zeker.' Ze liep haastig naar de haard en trok aan het schelkoord en het leek wel alsof Peabody voor de deur had gestaan, zo snel kwam hij binnen en ze zei met ogenschijnlijk kalme stem: ' Wil je alsjeblieft de karaf met cognac brengen?' ' Zeker, mevrouw.' Het klonk allemaal heel normaal en dat ging zo verder toen de butler een paar minuten later een dienblaadje naast Lord Myton neerzette en een flink glas cognac inschonk en dit aan de oude man gaf. Lord Myton goot de cognac naar binnen, huiverde en glimlachte zwakjes. ' Het beste dat er bestaat, cognac.' Hij gaf het glas aan Peabody terug die Tilly aankeek en ze maakte een klein gebaar naar de karaf, waarop hij opnieuw inschonk, maar deze keer liet hij het glas op het blaadje staan. De oude man keek ernaar, maar hij pakte het niet direct weer op. Hij zei alleen maar: ' Goed. Goed.' De butler wilde zich juist weer verwijderen toen er stemmen in de hal klonken. Tilly merkte dit ook op en ze keek Peabody nadrukkelijk aan. ' Wil jij misschien meneer even gezelschap houden?' ' Ja, mevrouw.' ' Wilt u mij even excuseren?' Ze boog naar de oude man en hij pakte zijn glas cognac op en zei: ' Ja. ja.' Op dat moment scheen hij helemaal te zijn vergeten waar hij was en hij mompelde tegen Peabody: ' Er hoort een vuur in de haard te branden.' ' Het is warm buiten, meneer.' ' Het is niet warm binnen, niet warm binnen in me, nee.' Tegen de tijd dat Tilly de kamerdeur achter zich had dichtgedaan, had hij het restant van de cognac al naar binnen gegoten. In de hal stonden Biddle, Peg en de bezoeker, die Steve bleek te zijn. Steve liep regelrecht op haar af en vroeg: ' Is de oude heer hier?' ' Ja.' En ze voegde er fluisterend aan toe: ' En waar is zij?' ' Ik heb haar voor het laatst gezien toen ze naar Huize Dalzicht terugreed in de hoop de dokters te treffen. Kennelijk had ze die vanmorgen ontboden. Die oude heer heeft de hele nacht naar haar lopen zoeken. Hij had een geweer bij zich.' ' Dat heeft hij nog steeds bij zich en hij is in een vreemde bui. Kom eens even mee.' Ze draaide zich abrupt om en liep met hem naar de eetkamer. Toen de deur achter hem dicht was, zei ze zonder verdere omhaal: ' Hij verdenkt jou en haar.' ' Mij?' Hij trok een gezicht. ' Kennelijk heeft ze de laatste tijd een oogje op je en daar windt ze geen doekjes om, dacht ik zo.' ' Hoor eens even, Tilly, je gelooft toch niet...' ' Laat maar, Steve. Ik geloof je, maar de oude heer nog niet. Heb je hem al eens ontmoet?' ' Nee, nog nooit.' ' Nou, dat is dan maar goed ook want ik denk dat hij tot alles in staat is als we hem niet snel dat geweer kunnen afpakken.' ' Waarom is hij eigenlijk hierheen gekomen?' ' Uit wat ik van hem begreep kon ik opmaken dat hij dacht dat jullie met z' n tweeën hierheen kwamen.' ' Wat!' ' Dat zei hij. Een van zijn bedienden had hem verteld dat ze naar jouw huis was gegaan. Ik denk dat hij dat met het geweer op de borst uit die man heeft gekregen. Maar toen hij jou of haar niet kon vinden heeft hij het aan een kind op straat gevraagd en dat zei dat jullie hierheen waren gereden.' ' Ik ben met haar meegereden tot de hoofdweg en ik heb haar toen duidelijk gemaakt dat ik niet verder met haar meeging, maar dat ik zelf nog wel naar de oude heer zou zoeken. De laatste keer dat ik haar zag, zoals ik al heb gezegd, was toen ze naar Dalzicht terugreed en juist toen ik op het punt stond om maar weer terug te gaan, omdat ik over een uur in de mijn moet zijn, kwam ik Richard McGee tegen. Ik vroeg hem of hij het rijtuig van Myton had gezien. Hij zei dat hij het nog geen kwartier geleden hierheen had zien rijden. Toen dacht ik, laat ik hier eens een kijkje nemen. Zeg, Tilly, aangezien hij me niet kent, zou ik kunnen proberen hem over te halen weer in zijn rijtuig te stappen, want ik denk niet dat je dit alleen af kunt.' Ze zweeg even en keek hem aan. Toen zei ze: ' Ja, misschien kun jij ons helpen. Als je dat geweer maar eenmaal bij hem vandaan hebt is hij een stuk gemakkelijker te hanteren, maar wat je ook doet, denk er wel aan dat je niet vertelt dat je in de mijn werkt. Volgens hem zijn mijnwerkers het laagste dat er bestaat en omdat hij denkt dat zijn vrouw' ze liet haar kin zakken ' een verhouding heeft met zo iemand, is hij zo buiten zinnen.' 'O!' Hij trok zijn wenkbrauwen op en knikte spottend. 'Bedankt voor de waarschuwing , Tilly.' Ze glimlachte zuur. ' Hij heeft zojuist twee grote glazen cognac gedronken en hij is in een bui dat hij het over mij heen had kunnen gooien als hij had gehoord dat ik ook ooit met dit soort mensen heb samengewerkt.' ' Ja. Tja' Steves gezicht werd ernstig ' ik kan me jou gewoon niet daarbeneden voorstellen, Tilly.' ' O, ik wel hoor. Ik kan me alles nog levendig voor de geest halen. Maar kom mee.' Opnieuw glimlachte ze naar hem en voor de eerste keer sinds lange tijd probeerde ze een grapje te maken. ' Ik hoop echt dat hij Peabody niet heeft doodgeschoten, we begonnen net zo goed met elkaar op te schieten.' ' Tilly toch.' Hij gaf haar een tikje op de schouder. Ze bleven even staan en keken elkaar lachend aan. Toen zei ze ernstig: ' Ik begrijp niet hoe ik in een situatie als deze nog kan lachen.' ' Het moet wel héél erg zijn als we de humoristische kant van het leven niet meer kunnen zien, Tilly.' Ze knikte en liep voor hem uit door de deur van de eetkamer naar de hal en vandaar naar de zitkamer. Het was duidelijk dat Lord Myton zijn geweer aan Peabody wilde demonstreren. Het was eveneens duidelijk dat Peabody blij was met hun komst, want hij schoof snel uit de gevarenzone, keek van de een naar de ander en stotterde: ' Z...zal ik nog iets te d...drinken inschenken voor meneer, mevrouw?' ' Nee, dank je Peabody. Ik bel je wel als ik je nodig heb.' De butler boog even en hij maakte dat hij wegkwam. Tilly en Steve keken naar Lord Myton die voorovergebogen zat, met zijn linkerhand op de lange loop van het geweer terwijl de wijsvinger van zijn rechterhand de trekker streelde. Hij keek naar de open haard alsof hij daar op het boeket bloemen wilde richten. ' Wilt u nog wat drinken, meneer?' ' O, ben jij het. Nee, nee. Ik dacht het niet. Nee.' Hij glimlachte en voegde er op normale toon aan toe: ' Als ik te vroeg begin te drinken kan ik niet van het eten genieten en daar ben ik dol op. Ben nooit m' n goede eetlust kwijtgeraakt. Vreemd is dat, vind je niet?' ' Nee, helemaal niet. Ik ben erg blij te horen dat u nog steeds over een goede eetlust beschikt. Hebt u zin om te blijven en een hapje met ons mee te eten?' Hij scheen dit te overwegen en zei toen: ' Nou graag, mevrouw. Dank u vriendelijk. Wat is het menu vandaag?' Wat was het menu vandaag? Ze herinnerde het zich alweer en zei: ' Het is een heel eenvoudige maaltijd, maar erg smakelijk. Er is groentesoep, lamsbout, asperges en de gebruikelijke groentes' ze knikte naar hem ' en tot besluit hebben we kruisbessentaart en diverse kaassoorten.' ' Klinkt heel lekker, heel lekker, daar hoef je in ieder geval geen winden van te laten.' Tilly slikte even en keek naar Steve voordat ze zei: ' Ik denk niet dat men van dit menu winden zal laten.' ' Goede spijsvertering. Altijd al gehad. Wie bent u?' Die vraag werd aan Steve gesteld, maar voordat hij antwoord kon geven zei Tilly: ' Dat is een vriend van mij, meneer, een heel oude vriend.' ' Iemand uit de werkende klasse?' Hij richtte zijn ogen op haar. ' Een oude vriend?' ' Ja meneer, een oude vriend. Ik hoorde vroeger ook bij de werkende klasse, weet u nog?' ' O ja, ja,' grinnikte hij. ' Uit de keuken, uit de keuken. Ja, ja. Toch praat je anders.' Plotseling verdween al zijn jovialiteit en hij vroeg: ' Waar kan ze verdomme toch zitten? Deze keer kan ze me niet voor de gek houden. Waar zit ze? Ze heeft al vaak weinig smaak getoond, maar deze keer heeft ze het toch echt te bont gemaakt.' Toen zijn linkerhand de loop beetpakte zei Tilly zacht: ' Wilt u misschien nog wat uitrusten, meneer, voordat u gaat eten? We hebben een comfortabele rustbank in de kleine zitkamer naast ' , ' Goed, goed, goed. Jullie willen me uit de weg hebben, nietwaar?' Hij kneep zijn witte wenkbrauwen samen. ' Nee, nee, nee, natuurlijk niet, meneer.' ' Plezierige vrouw.' Hij draaide zich om en zei tegen Steve: ' Plezierige vrouw. Ik houd van plezierig gezelschap. Maar een mens kan niet altijd lachen, nietwaar?' ' U hebt gelijk, meneer. Men kan niet altijd lachen.' ' Jij klinkt als iemand uit de werkende klasse.' ' Dat ben ik ook, meneer.' ' Wat doe je?' ' Ik ben ingenieur.' ' O, ingenieur?' De ogen van de oude man werden groot en hij knikte met zijn hoofd. ' Ingenieur. Bruggen?' ' Eh... ja, meneer, bruggen.' ' Zo, zo! Bruggen. Spoorwegen. Ze hebben bruggen nodig om erover en eronderdoor te kunnen. Ja, ja.' ' Kan ik u misschien naar de kamer hiernaast helpen, meneer?' ' Mij helpen? Waarom wil je me helpen. Je bent toch geen personeel van me, is het wel?' Hij keek Steve weer nauwlettend aan en schudde zijn hoofd. ' Nee, ik kan me niet herinneren dat ik je ooit eerder heb gezien. Ach nee, natuurlijk niet, werkende klasse, ingenieur, bruggen bouwen, ja. Tja.' Hij zwaaide zijn geweer in het rond en legde het op zijn knieën. Zijn lange jas was verder opengegleden en liet nog meer van zijn nachthemd zien. Toen richtte hij zijn hoofd op, keek Tilly aan en vroeg op beleefde toon: ' Wilt u alstublieft de kamer verlaten, mevrouw, want ik wil mijn behoefte doen?' Tilly toonde geen verbazing, bloosde niet en viel evenmin flauw, zoals men van een dame zou verwachten. Ze zei: ' Het toilet is aan het eind van de gang, meneer. Als u mijn vriend zou willen toestaan u behulpzaam te zijn, zal ik u even de weg wijzen.' De oude man gaapte haar aan, grinnikte toen en zei: ' Geen echte dame, da' s duidelijk. Een dame zou me niet het toilet hebben gewezen! Daar is die, die hoer van mij is in staat in d' r nakie rond te hossen, reken maar.' Hij schudde zijn hoofd heen en weer alsof zijn omgeving hem niet geloofde. ' Echt waar, die zou overal bloot durven verschijnen, maar ze zou er wat van krijgen als ze mij op het toilet zag zitten. Maar u niet, hè mevrouw?' ' Nee, meneer.' ' Nee, zij niet.' Hij knikte nu naar Steve. Juist toen Steve iets wilde opmerken, werd zijn aandacht getrokken door geluiden aan de andere kant van de deur. Het scheen echter niet tot de oude man door te dringen totdat de deur werd opengeduwd. Daar stond zijn vrouw. Ze droeg een donkerrood rijkostuum en een hoge velours hoed boven op haar gebleekte haar. Haar gezicht stond woedend. Achter haar stonden twee mannen en bij het zien van hun onopvallende kleding concludeerde Tilly dat dit de dokters moesten zijn. De oude man verroerde zich niet en keek slechts naar zijn vrouw. Ze rende op hem af en schreeuwde: ' Hou op met dit rare gedoe en kom direct naar huis!' Zijn stem klonk heel gewoon toen hij zei: ' Blijf staan waar je bent, Agnes! Blijf daar staan!' Terwijl hij dit zei bewoog hij het geweer langzaam in haar richting totdat het precies op haar gericht was. De twee heren die bij haar waren deden een stap in zijn richting, maar hij zei scherp: ' Jullie ook!' en hij verschoof de loop van het geweer net genoeg om hen alle drie nu onder schot te houden. Toen zei hij tegen degene die het dichtstbij stond: ' Je hebt zeker alle papieren bij je, hè? Getekend en wel om me naar het gekkenhuis te laten brengen? Klopt dat?' ' Maar meneer toch.' De stem klonk zalvend. ' We willen u alleen maar naar uw bed brengen, verder niets.' ' Jullie zijn een stelletje verdomde leugenaars. En verroer je niet! Ik waarschuw je. Jullie schijnen allemaal te vergeten dat ik niets te verliezen heb, mijn einde is nabij en dat weet ik. Maar ik dacht dat ik uit het leven zou kunnen stappen op dezelfde manier als waarop ik had geleefd, stiekem in mezelf lachend. En dat zou ik ook hebben gedaan, maar nou is ze toch echt te ver gegaan. Een mijnwerker, ze heeft het aangelegd met een mijnwerker. M' n stalknechten, daar kan ik nog overheen komen, maar een vieze mijnwerker! Daar wou je me mee vernederen, hè? Opscheppen dat je ze van hoog tot laag kon krijgen.' De oude man krulde zijn mond verachtelijk. Steve hield zijn adem in en keek naar de grond. Direct daarop werd zijn aandacht getrokken door de stem van Agnes Myton die nu schreeuwde: ' Je bent gek! Je weet niet wat je zegt. Dokter!' Ze draaide zich naar de man aan haar rechterhand en ze schreeuwde: ' Dit heb ik u allemaal al verteld, waanideeën, beschuldigingen en leugens, leugens. Hij moet worden opgeborgen. Ik kan er niet langer tegen.' ' Heb je gehoord wat ze zei?' De oude man hield zijn hoofd opzij naar Tilly, intussen zijn ogen op het drietal voor zich gericht houdend. ' Ze zegt dat ze het niet langer kan verdragen. Is dat nou niet gek? Dat is waar ook, ik wilde naar het toilet gaan, nietwaar?' Hij zweeg even en produceerde toen een hoog lachje. ' Doet er niet toe, doet er niet toe. Wind en water, dat is alles wat we zijn, wind en water.' ' Geef dat geweer hier.' Zijn vrouw liep langzaam op hem af en hij zei: ' Ja, ik zal je dat geweer geven, Agnes. Ja, ja, ik zal je dat geweer geven want ik vind het niet leuk om alleen naar de hel te gaan.' Tilly hoorde zichzelf gillen toen ze de trillende vinger de trekker zag overhalen en op het moment dat de explosie de kamer deed schudden zag ze Agnes Myton met beide handen naar haar boezem grijpen. Ze zag haar mond wijdopen gaan, als van verbazing. Ze zag haar hoofd heen en weer gaan alsof ze naar de dokters keek toen die haar beetgrepen en daarna zakte ze langzaam in elkaar. Maar nauwelijks hadden ze haar op de grond gelegd of er weerklonk nog een schot en toen Tilly naar de oude man keek gilde ze, want het was alsof ze weer terug was bij de overval van de indianen. Ze zag nu het beeld dat ze zich had voorgesteld van Alvero Portes, hoe hij er had uitgezien nadat de indianen met hem hadden afgerekend, want Lord Myton had het geweer onder zijn gerimpelde kin gezet voordat hij de tweede kogel afvuurde.