0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

12. maakte hij een angstige of bezorgde indruk

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

13. deed hij dingen, die voor hemzelf of anderen

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

gevaarlijk konden zijn

14. dreigde hij zichzelf te verwonden of bezeren

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

15. dreigde hij anderen te verwonden of bezeren

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

16. gebruikte hij agressieve taal tegen anderen

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

(bijv.

schelden)

17. leek hij bedroefd of neerslachtig

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

18. uitte hij zich bedroefd of wanhopig over de

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

toekomst (bijv. ‘er gebeurt niets meer dat

nog de moeite waard is’)

19. was hij huilerig

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

20. maakte hij opmerkingen over zijn eigen dood

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

(bijv. ‘ik zou liever dood zijn’)

21. zei hij dat hij zich eenzaam voelde

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

7 Diagnostische instrumenten

81

Hoe

vaak kwam Hoe

erg

raakte

dit

voor?

of

hinderde dit U?

0 = nooit

0 = helemaal niet

1 = zelden

1 = een beetje

2 = soms

2 = nogal

3 = vaak

3 = heel erg

4 = altijd

9 = weet niet

22a. maakte hij opmerkingen dat hij zich

waardeloos voelde

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

22b. maakte hij opmerking dat hij zich een

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

belasting voor anderen voelde

23. maakte hij opmerkingen dat hij zichzelf

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

een mislukking voelde, of dat hij niets

waardevols had bereikt in zijn leven

24. sprak hij tegen, was hij geprikkeld

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

82

Handboek dementie

j

Bijlage 7.9

Cohen-Mansfield Agitation Inventory (CMAI)

Cohen-Mansfield Agitation Inventory (CMAI) - lange vorm (1986)

Factor structure and validity of the Dutch version of the Cohen-Mansfield Agitation Inventory (CMAI-D). J Am Geriatr Soc. 1996 Jul;44(7):888-9.

Vertaling: J.F.M. de Jonghe, versie 1997

Lees alle 29 geagiteerde gedragingen en omcirkel hoe vaak (van 1-7) dit voorkwam

gedurende de laatste 2 weken.

Minder

1 à 2

Meerdere

1 à 2

Meerdere Meerdere

dan

eens

keer keren keer keren keren

Nooit

per week

per week

per week

per dag

per dag

per uur

1 2 3 4 5 6 7

1.

IJsberen,

doelloos 1 2 3 4 5 6 7

rondlopen

2.

Verkeerd

kleden

1 2 3 4 5 6 7

of

uitkleden

3.

Spugen

(ook

1 2 3 4 5 6 7

tijdens

maaltijden)

4.

Vloeken

of

1 2 3 4 5 6 7

verbale

agressie

5.

Voortdurend,

1 2 3 4 5 6 7

buitensporig

vragen

om aandacht of hulp

6.

Telkens

herhalende 1 2 3 4 5 6 7

zinnen of vragen

7.

Slaan

(ook

zichzelf) 1 2 3 4 5 6 7

8.

Schoppen

1 2 3 4 5 6 7

9.

Anderen

vastpakken 1 2 3 4 5 6 7

10.

Duwen

1 2 3 4 5 6 7

11.

Gooien

met

voorwerpen

1 2 3 4 5 6 7

12.

Vreemde

geluiden

1 2 3 4 5 6 7

(ook ongepast lachen

of

huilen)

13.

Gillen,

krijsen

1 2 3 4 5 6 7

7 Diagnostische instrumenten

83

Minder

1 à 2

Meerdere

1 à 2

Meerdere Meerdere

dan

eens

keer keren keer keren keren

Nooit

per week

per week

per week

per dag

per dag

per uur

1 2 3 4 5 6 7

14.

Bijten

1 2 3 4 5 6 7

15.

Krabben

1 2 3 4 5 6 7

16.

Weglopen

(bijv.

1 2 3 4 5 6 7

een

andere

kamer,

gebouw)

17.

Opzettelijk

vallen

1 2 3 4 5 6 7

18.

Klagen

1 2 3 4 5 6 7

19.

Negativisme

1 2 3 4 5 6 7

20.

Ongeschikte

stoffen 1 2 3 4 5 6 7

eten of drinken

21.

Zichzelf

of

anderen 1 2 3 4 5 6 7

bezeren

(sigaret,

heet water enz.)

22.

Verkeerd

gebruik

van

1 2 3 4 5 6 7

voorwerpen

(verplaatsen

meubels, spelen met eten)

23.

Voorwerpen

verstoppen

1 2 3 4 5 6 7

24.

Voorwerpen

verzamelen

1 2 3 4 5 6 7

25.

Voorwerpen

verscheuren

1 2 3 4 5 6 7

of

eigendommen

kapotmaken

26.

Telkens

herhalende 1 2 3 4 5 6 7

gedragingen

(schuiven met voeten,

plukken

e.d.)

27.

Verbale

seksuele

1 2 3 4 5 6 7

toespelingen

28.

Lichamelijk

seksuele 1 2 3 4 5 6 7

toenadering

zoeken

29.

Algemene

rusteloosheid

1 2 3 4 5 6 7

84

Handboek dementie

j

Bijlage 7.10

Subschalen Revised Memory and Behavioral Problem Checklist (RMBPC)

Revised Memory and Behavioral Problem Checklist (RMBPC)

Tery et al. 1992.

Nederlandse bewerking: S. Teunisse et al., 1997.

Onderzoeksversie: P.Z. Vogelenzang en J.F.M. de Jonghe, maart 1997.

Instructie

Met de volgende vragenlijst willen we meer te weten komen over veranderingen in het gedrag van meneer ............................... U treft een lijst aan met gedragsproblemen die zich bij sommige patiënten wel en bij anderen niet zullen voordoen. Wij willen graag weten of deze problemen zich de afgelopen week bij hem hebben voorgedaan. Dit gaat als volgt: bijvoorbeeld vraag 1 - ‘Tijdens de afgelopen week stelde hij steeds opnieuw dezelfde vragen’.

Was dit het geval? Zo ja, hoe vaak deed zich dit dan voor? Indien u vindt dat het vaak

voorkwam dan omcirkelt u ‘3’ in de eerste rij cijfers achter de vraag. Indien u vindt dat het zelden voorkwam dan omcirkelt u ‘1’. Probeer zo veel mogelijk alle vragen te beantwoorden.

Als u het niet weet omcirkel dan ‘9’. Boven de vragen staat wat de cijfers 1 tot 9 betekenen.

Als het gedrag zich de afgelopen week voordeed, dan willen we ook graag weten hoe

hinderlijk u dat vond of hoe erg dit gedrag u raakte. Het gaat er dus om of dat gedrag u op een of andere manier heeft beroerd. We realiseren ons dat sommige gedragsveranderingen

een grotere belasting vormen voor familieleden of verzorgers dan andere gedragsveranderingen, en we willen daarvan op deze wijze een indruk krijgen. U omcirkelt hierbij een cijfer uit de tweede rij. Bijvoorbeeld: indien u vindt dat het ‘steeds opnieuw dezelfde vragen stellen’ u heel erg hinderde, dan omcirkelt u het cijfer ‘3’ uit de tweede rij.

Als een gedragsprobleem zich de afgelopen week niet heeft voorgedaan, hoeft u ook niet aan te geven hoe hinderlijk u dat probleem vond of hoe erg u daardoor van streek raakte.

Hoe

vaak kwam Hoe

erg

raakte

dit

voor?

of

hinderde dit U?

0 = nooit

0 = helemaal niet

1 = zelden

1 = een beetje

2 = soms

2 = nogal

3 = vaak

3 = heel erg

4 = altijd

9 = weet niet

Tijdens de afgelopen week

1. stelde hij steeds opnieuw dezelfde vragen

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

2. had hij moeite zich recente gebeurtenissen

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

te herinneren (bijv. wat er op de televisie was

geweest of wie er op bezoek was geweest)

3. had hij moeite zich belangrijke gebeurtenissen

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

uit het verleden te herinneren

7 Diagnostische instrumenten

85

Hoe

vaak kwam Hoe

erg

raakte

dit

voor?

of

hinderde dit U?

0 = nooit

0 = helemaal niet

1 = zelden

1 = een beetje

2 = soms

2 = nogal

3 = vaak

3 = heel erg

4 = altijd

9 = weet niet

4. raakte hij dingen kwijt of legde hij deze op

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

de verkeerde plaats

5. vergat hij welke dag het was

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

6. maakte hij dingen, waaraan hij begonnen was,

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

niet af (omcirkel 9 indien hij niets meer doet)

7. had hij moeite zich op een taak te concentreren

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

(omcirkel 9 indien hij niets meer doet)

8. maakte hij eigendommen stuk

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

9. deed hij dingen die mij of anderen in

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

verlegenheid

brachten

10. wekte hij mij of andere familieleden ’s nachts

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

11. sprak hij luid en snel

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

12. maakte hij een angstige of bezorgde indruk

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

13. deed hij dingen, die voor hemzelf of anderen

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

gevaarlijk konden zijn

14. dreigde hij zichzelf te verwonden of bezeren

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

15. dreigde hij anderen te verwonden of bezeren

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

16. gebruikte hij agressieve taal tegen anderen

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

(bijv.

schelden)

17. leek hij bedroefd of neerslachtig

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

18. uitte hij zich bedroefd of wanhopig over de

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

toekomst (bijv. ‘er gebeurt niets meer dat

nog de moeite waard is’)

19. was hij huilerig

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

20. maakte hij opmerkingen over zijn eigen dood

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

(bijv. ‘ik zou liever dood zijn’)

21. zei hij dat hij zich eenzaam voelde

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

86

Handboek dementie

Hoe

vaak kwam Hoe

erg

raakte

dit

voor?

of

hinderde dit U?

0 = nooit

0 = helemaal niet

1 = zelden

1 = een beetje

2 = soms

2 = nogal

3 = vaak

3 = heel erg

4 = altijd

9 = weet niet

22a. maakte hij opmerkingen dat hij zich

waardeloos voelde

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

22b. maakte hij opmerking dat hij zich een

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

belasting voor anderen voelde

23. maakte hij opmerkingen dat hij zichzelf

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

een mislukking voelde, of dat hij niets

waardevols had bereikt in zijn leven

24. sprak hij tegen, was hij geprikkeld

0 1 2 3 4 9

0 1 2 3

7 Diagnostische instrumenten

87

j

Bijlage 7.11

Ervaren Druk door Informele Zorg (EDIZ)

Ervaren druk door informele zorg (EDIZ)

A.M. Pot

Mondelinge instructie

Er volgt nu een aantal uitspraken. De bedoeling is dat u bij elk van deze uitspraken aangeeft, in hoeverre die op u van toepassing is.

U heeft hierbij de volgende antwoordmogelijkheden (overhandig antwoordkaart):

nee!

nee

min of meer

ja

ja!

Als een uitspraak helemaal op u van toepassing is, omcirkelt u ‘ja!’. (Wijs aan.)

Wanneer een uitspraak helemaal niet op u van toepassing is, omcirkelt u ‘nee!’. (Wijs aan.) Of iets er tussenin. (Wijs aan.)

Begrijpt u de bedoeling?

Behandel item 1 als voorbeeld. Laat de verzorger de rest van de vragenlijst zelf invullen.

Items

1. Door de situatie van mijn ? kom ik te weinig aan mijn eigen leven toe.

nee!

nee

min of meer

ja

ja!

2. Het combineren van de verantwoordelijkheid voor mijn ? en de verantwoordelijkheid voor mijn werk en/of gezin valt niet mee.

nee!

nee

min of meer

ja

ja!

3. Door mijn betrokkenheid bij mijn ? doe ik anderen tekort.

nee!

nee

min of meer

ja

ja!

4. Ik moet altijd maar klaarstaan voor mijn ?.

nee!

nee

min of meer

ja

ja!

5. Mijn zelfstandigheid komt in de knel.

nee!

nee

min of meer

ja

ja!

88

Handboek dementie

6. De situatie van mijn ? eist voortdurend mijn aandacht.

nee!

nee

min of meer

ja

ja!

7. Door mijn betrokkenheid bij mijn ? krijg ik conflicten thuis en/of op mijn werk.

nee!

nee

min of meer

ja

ja!

8. De situatie van mijn ? laat mij nooit los.

nee!

nee

min of meer

ja

ja!

9. Ik voel me over het geheel genomen erg onder druk staan door de situatie van mijn ?.

nee!

nee

min of meer

ja

ja!

7 Diagnostische instrumenten

89

j

Bijlage 7.12

Clinical Dementia Rating Scale (CDR)

Clinical Dementia Rating Scale (CDR), 1992 en 1993

Vertaling: J.F.M. de Jonghe.

Geen

Twijfelactige

Lichte

Matige

Ernstige

CDR

dementie

dementie

dementie

dementie

CDR

CDR 1

CDR 2

CDR 3

Geheugen

Geen geheu-

Consistent

Matige

Ernstige ge-

Ernstige ge-

genproble-

aanwezige,

geheugen-

heugenstoor-

heugenstoor-

men of lichte, lichte vergeet- stoornis;

nis; slechts

nis; slecht

wisselende

achtigheid,

uitgesproken

overleerde

fragmenten

vergeetach-

gedeeltelijke

voor recente

kennis blijft

blijven

tigheid

herinnering

gebeurtenis-

behouden;

behouden

van gebeur-

sen; stoornis

nieuwe infor-

tenissen,

interfereert

matie wordt

‘benigne’

met dagelijks snel vergeten

vergeet-

leven

achtigheid

Oriëntatie Oriëntatie Oriëntatie

Moeite met

Ernstige pro-

Slechts ge-

intact

intact behou-

tijdsordening; blemen met

oriënteerd in

dens geringe bij onder-

ordening in

persoon

problemen

zoek intacte

de tijd; ge-

met ordening oriëntatie in

woonlijk des-

in de tijd

plaats; elders oriëntatie in

kan desoriën-

tijd, vaak ook

tatie in plaats in plaats

blijken

Oordeels- en

Lost alle-

Lichte beper-

Moeite met

Ernstig be-

Niet in staat

probleem-

daagse pro-

king in het

het oplos-

perkt in het

problemen

oplossend

blemen op;

oplossen van sen van

oplossen van op te lossen

vermogen

vergeleken

problemen,

problemen,

problemen,

of een juiste

met vroeger is benoemen

benoemen

benoemen

beoordeling

het oordeels-

van overeen-

van overeen-

van overeen-

te maken

vermogen

komsten en

komsten en

komsten en

behouden

verschillen

verschillen;

verschillen;

gewoonlijk

gestoord so-

behoud van

ciaal oordeels

sociaal oor-

vermogen

deelsvermo-

gen

90

Handboek dementie

Geen

Twijfelactige

Lichte

Matige

Ernstige

CDR

dementie

dementie

dementie

dementie

CDR

CDR 1

CDR 2

CDR 3

Gemeen-

Functioneert

Licht be-

Niet in staat

Geen sug-

Geen sug-

schapszaken

zelfstandig op perkt in deze

zelfstandig te gestie van

gestie van

het oude ni-

activiteiten

functioneren

zelfstandig

zelfstandig

veau in werk,

wat deze

functioneren

functioneren

boodschap-

activiteiten

buitenshuis

buitenshuis

pen doen,

betreft, hoe-

afhandeling

wel deelname Lijkt in staat

Lijkt te ziek

van zakelijke,

aan sommige meegenomen voor deel-

financiële

nog mogelijk

te kunnen

name aan

zaken, deel-

is; lijkt opper-

worden naar

activiteiten

name aan vrij-

vlakkig gezien activiteiten

buitenshuis

willigerswer-

normaal

buitenshuis

ken sociale

activiteiten

Hobby’s en

Behoud van

Behoud

Milde, maar

Doet alleen

Geen noe-

functioneren

hobby’s,

of hoog-

evidente

nog eenvou-

menswaar-

thuis

intellectuele

stens lichte

beperking in

dige huishou-

dige activiteit

interesses en

achteruitgang functioneren

delijke taken;

in huis

functioneren

van het func-

thuis; opge-

zeer be-

thuis

tioneren thuis, houden met

perkte, weinig

hobby’s, en

moeilijker

onderhouden

intellectuele

huishoudelijke interessest

interesses

taken; opge-

houden met

ingewikkelder

hobby’s en

interesses

Persoonlijke

Volledig in

Behoeft

Behoeft hulp

Behoeft

verzorging

staat zichzelf

aanwijzingen

bij aankle-

veel hulp bij

te verzorgen

den, hygiëne, zelfverzorging;

bewaren van

frequent

persoonlijke

incontinent

eigendommen

7 Diagnostische instrumenten

91

j

Bijlage 7.13

Deteroriation in Dagelijkse Levensverrichtingen bij Dementie (IDDD)

Deterioratie in Dagelijkse Levensverrichtingen bij Dementie (IDDD)

Beoordeel hoe vaak dhr./mevr. ………….… deze week hulp kreeg bij (zelfzorg) handelingen.

Als hij/zij de handeling vroeger ook niet verrichtte, kruis dan het eerste hokje aan (‘nooit gedaan’).

voorheen

tijdens de afgelopen week

nooit zelf

weet

Moest geholpen worden bij …

gedaan nooit zelden soms vaak altijd niet

1. het wassen

(bij vinden van zeep, washand,

handdoek; bedienen kraan;

wassen en afdrogenlichaam)

2. koffie- en theezetten

(bij vinden van koffie, thee, filters;

uitvoeren benodigde handelingen)

3. het aankleden

(bij vinden van afzonderlijke

kleding stukken in juiste volgorde)

4. haar kammen of tanden

poetsen

(bij vinden van kam, tandenborstel

en pasta; haar kammen, tanden

poetsen

zelf)

5. eten

(bij hanteren bestek; naar mond

brengen van voedsel)

6. handelingen op het toilet

(bij uitkleden; behoefte doen op de

juiste plaats; afvegen; aankleden;

doortrekken)

7. boodschappen halen, zelfs

wanneer ik een briefje gaf

(bij vinden van benodigdheden in

juiste winkels; juiste hoeveelheden;

afrekenen)

92

Handboek dementie

voorheen

tijdens de afgelopen week

nooit zelf

weet

Moest geholpen worden bij …

gedaan nooit

zelden

soms

vaak altijd niet

8. telefoneren

(bij vinden van telefoon en

nummer;

opnemen hoorn; draaien nummer;

spreken)

9. voorbereiden eenvoudige

maaltijd

(bij vinden van benodigdheden;

bereiden ei, groente, vlees e.d.;

bedienen van vuur)

10. schoonmaken, klussen in en

rond

het

huis, of tuinieren

(bij vinden van benodigdheden;

uitvoeren van afzonderlijke

handelingen)

11. het regelen van financiën

(bij vinden van rekeningen,

afschriften; bijhouden van

betalingen; invullen van over-

schrijvingskaarten)

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

Alleen indien hulp nodig was

ja nee

weet

niet

Heeft uw ……… lichamelijke problemen,

die maken dat hij/zij hulp nodig heeft bij

sommige van deze handelingen?

Indien ja, noteer de itemnummers waarvoor

geldt dat hulp uitsluitend nodig is ten gevolge van

lichamelijke problematiek.

7 Diagnostische instrumenten

93

j

Bijlage 7.14

Dementia Quality of Life Instrument (DQoL)

Dementia Quality of Life instrument (DQoL)

Nederlandse vertaling 1999, Werkgroep ‘Kwaliteit van leven bij dementie’.

Naam:

…………………

Datum:

……………………

Oefenvragen

Opmerking: Gebruik schaal #1 bij het beantwoorden van de testvragen en vragen 1-5.

Aanwijzingen: (Voorlezen aan de patiënt)

Ik ga u een aantal vragen stellen over hoe het de laatste tijd met u gaat. Ik zou graag willen dat u bij het beantwoorden van de vragen deze schalen gebruikt. (Overhandig de patiënt een kopie van #1.) We beginnen met een aantal oefenvragen, zodat ik u kan uitleggen hoe de

schalen gebruikt moeten worden. De eerste schaal gaat over het genieten van dingen.

De schaal heeft 5 antwoord/keuzemogelijkheden: ‘er helemaal niet van genieten’, ‘er weinig van genieten’, ‘er enigszins van genieten’, ‘er behoorlijk van genieten’ tot ‘er zeer van genieten’.

Opmerking: Wijs elke keuzemogelijkheid aan terwijl u deze duidelijk voorleest. Zo nodig kunt u na iedere vraag de antwoordmogelijkheden herhalen (bijvoorbeeld bij testvraag 1, zegt u: geniet de persoon helemaal niet van de maaltijd, geniet hij er een klein beetje van, geniet hij er nogal van, geniet hij er veel van of geniet hij er heel veel van).

---------------------------------------------------------------------------------------------------------

Oefenvraag 1

Als ik (onderzoeker wijst naar zichzelf) niet van een maaltijd zou genieten, welke keuze zou ik dan maken om te omschrijven hoeveel ik er van genoot?

juist

onjuist

Oefenvraag 2

Als ik (onderzoeker wijst naar zichzelf) zeer van een maaltijd zou genieten, welke keuze zou ik dan maken om te beschrijven hoeveel ik er van genoot?

juist

onjuist

Oefenvraag 3

Als u (wijs naar patiënt) echt van een maaltijd zou genieten, welke keuze zou u dan maken om te beschrijven hoeveel u er van genoot? (Opmerking: zowel keuze 4 als 5 zijn acceptabel) juist

onjuist

Opmerking:

Ga niet verder tenzij de patiënt minimaal 2 van de 3 oefenvragen correct heeft beantwoord.

94

Handboek dementie

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

AANWIJZING VOOR DE ONDERZOEKER: Bied de patiënt schaal #1 aan, voordat u de serie

vragen bij de schaal stelt. Stel de eerste vraag uit de serie en lees vervolgens de keuzemogelijkheden voor, terwijl u deze aanwijst. Herhaal zo nodig de keuzemogelijkheden van de schaal bij iedere volgende vraag.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

Schaal # 1

Opmerking: Ga verder met schaal #1 en lees het volgende: Heeft u vragen hoe deze schaal te gebruiken?… Nu ga ik u enkele vragen over u stellen:

Hoeveel genoot u de laatste tijd van:

1. Luisteren naar muziek.

2. Luisteren naar de geluiden uit de natuur.

(vogels, wind, regen)

3. Kijken naar dieren zoals vogels.

4. Kijken naar kleurrijke dingen.

5. Kijken naar de wolken, de lucht of een regenbui.

Schaal # 2

Opmerking: Lees het volgende voor: ‘De volgende schaal gaat over hoe vaak u bepaalde gevoelens hebt. De schaal gaat van nooit naar zelden, naar soms, naar vaak tot heel vaak (wijs iedere keuzemogelijkheid op de schaal aan als u het voorleest)… Heeft u vragen over hoe deze schaal te gebruiken?’

Hoe vaak voelde u zich de laatste tijd:

6. Nuttig

7. In verlegenheid gebracht

8. Geliefd

9. Vol zelfvertrouwen

10. Tevreden met uzelf

Hoe vaak voelde u de laatste tijd:

11. Dat mensen u mochten

12. Dat u iets is gelukt

Hoe vaak heeft u de laatste tijd:

13. Iets meegemaakt waarom u moest lachen

7 Diagnostische instrumenten

95

Hoe vaak voelde u zich de laatste tijd:

14. Bang

15. Gelukkig

16. Eenzaam

17. Gefrustreerd (teleurgesteld)

18. Vrolijk

19. Boos

20. Bezorgd

21. Tevreden

22. Depressief

23. Hoopvol

24. Zenuwachtig

25. Bedroefd

26. Geërgerd

27. Angstig

28. Hoe vaak maakt u grapjes of lacht u met andere mensen?

29. Hoe vaak bent u in staat uw eigen beslissingen te nemen?

Algemene (overkoepelende) vraag:

Schaal # 3

Opmerking: Deze schaal is bedoeld om te bepalen, hoe u vindt dat de kwaliteit van leven van uw leven is; de schaal kent 5 antwoordcategorieën: slecht, matig, goed, zeer goed en uitstekend.

30. Over het algemeen genomen, hoe zou u de kwaliteit Uw leven beoordelen?

Dank u voor de tijd

96

Handboek dementie

Antwoordschalen

Antwoordschaal # 1:

Genieten

1.

2.

3.

4.

5.

helemaal

weinig

enigszins

behoorlijk

zeer

niet

Antwoordschaal # 2:

Hoe vaak

1.

2.

3.

4.

5.

nooit

zelden

soms

vaak

heel vaak

Antwoordschaal # 3:

Over het geheel genomen

1.

2.

3.

4.

5.

slecht

matig

goed

erg goed

uitstekend

7 Diagnostische instrumenten

97

j

Bijlage 7.15

Katz ADL-schaal

Katz ADL-schaal

Minimal dataset- februari 2004.

1. Score

Item Score

1. Kunt u zichzelf aankleden?

/3

2. Heeft u hulp nodig om naar de badkamer te gaan?

/3

3. Verliest u urine?

/3

4. Kunt u eten zonder hulp?

/3

5. Kunt u zich verplaatsen zonder hulp?

/3

6. Heeft u hulp nodig bij baden of douchen?

/3

Totale score

1 = Volledig zelfstandig

2 = Heeft een beetje hulp nodig

3 = Heeft veel hulp nodig of is geheel afhankelijk

Informant Katz

O

Informant O

Geen informant O Onbekend of informant

aanwezig

aanwezig

aanwezig was

98

Handboek dementie

j

Bijlage 7.16

Delier-O-Meter

r

k

)

t

a

o

f

-

n

e

/

r-

r-

ijd

.).

e

ij-

p

e

-

-

is

s

g

e

t o

z

k o

ter

m

s

rd

s h

n

r d

g

ie

a

e t

n

n

n i

n wa

t h

ie

nw

e

o

pro

g i

w

e

te

ie

tië

a

o

rin

a

g

e d

ronde

n d

t, e

n sy

o

lk

e

a

e

t ech

e

c

de

ld wo

, …

ra

n n

v

ij te z

rs a

d d

n

e

e d

t we

rd i

t p

di

re

e

dacht

a

e

t e

n

n s

m

lk

av

ie

e

ts

t h

m

a

e

é

a

nu?

n we

d

a

te

g we

a

k

n

a

Doe

ge

ta

rz

we

lt d

d

m

n

u

rd n

te

n

re

n ‘n

te

m

.

e

ts

e

n é

kunne

pla

nt

o

rië

n i

n

o

a

f a

o

te d

rie

n

el

r ve

t ‘

.

t we

d

in

rs

o

te

s

e

e

is

g o

tw

n

s

t o

g

e

n o

re b

ik va

ue

lie

n

r be

d

u

a

n

ie

te

i

n

n

o

e

o

ru

u

ie

a

e

d g

ra

te

c

nt

a

n

m

e j

t a

t ‘n

e

ro

a

minge

rd

ls

b

e

rm

e

o

ntatie

o

r m

o

a

e

v

o

e d

w

e

tië

e b

n v

.

a

to

h d

e

c

e

te c

; e

rne

ta

n

t g

(

s j

t h

, …

’ H

p

ie j

n ve

o

s

a

two

e

n

n f

n

?

lle

e p

a

m

sorië

o

n

p e

a

.

n

e

e

e

ltijd g

o

tig

nen

n

m?

e to

it d

n w

s (

s

a

w

a

s h

ole

p e

ijd

u

p

rig

r sy

D

t a

rs

e

e

l i

v

e

e

te

e

rt o

ore

t d

g

ie

ij i

e

rn

w

c

e

g t

n u

te

is.

e

n d

rd

p te te

e

a

dat

ro

h

nbe

tie o

!

e

le

n p

r h

e e

dez

s

d

g

en

ic

t we

k n

n

rd

a

a

n

ra

rva

o

a

a

nt

va

m o

o

de

e

a

lu

n l

ie

e

n d

n

s wo

o

lle

; v

tie i

ties

st

u

is

ijn b

ij b

n e

a

f o

a

e

t o

t r

le

n

t ‘n

n

ta

t wa

e

to

n

v

tie

rnstigst

at

ie

s z

a

’ e

a

n

e

p

tie

n

e

s d

patië

kunne

ve

r eva

ta

w

k b

s

tië

t n

e

c

ie

e

irk

m

o

t i

n

t i

a

rië

c

a

o

e g

t i

n d

n

t

je

r die

e

e

os d we

, k

dat

e

m

l. T

b

rië

, …

w

, o

r sy

! W

’ het

t p

r vo

t’ e

n

a

e

e

tië

s

hallucina

z

fie

e

ij h

g?

p

n

o

a

t o

n o

r pe

te

e o

a

f …

rijk

m h

or

zijn

e

g

e

rd i

ro

e

a

s b

t o

tu

n d

nne

lt d

t g

e p

a

o

n

p

s p

ulie

e

t d

n

e

a

e

te

ie

t om

r h

re

r e

n l

c

s

m

nda

t? o

la

L

d

je b

k

s

is e

n

rw

t v

ef

o

o

o

le

c

e

a

a

e

ls d

o

o

c

o

rm

u

delier

T

v

d

b

A

ve

nie

zinge

he

D

to

s

V

fo

fie

S

n

a

t v

),

erns

-

t

t,

rie

ijn

d

pt

g’

e

h

ijving

o

rd

e

n

n

a

ic

g

f z

de

e

e

ins

, l

hrc

te

u te

tie

or

s d

sla

s

n m

ig

a

a

o

t d

n e

a

e

ta

ie we

ie

p

z

n

v

oordelings-

lijk

-, avo

m

e

g

e

n

a

oms

e c

ive

e

al

t va

s

rt n

g

c

a

ustig

fwe

e

t n

wisselend

rie d

r

be

a

d

r

n to

n e

t s

r.

lk

n d

a

re

g

o

a

2

ve

ffe

t (

e

e

u

t a

e

p

g

a

0

e

e

e

s i

e

ra

m d

a

nst

m

. H

p d

d

te

m

l l

t e

a

t va

rk

w

n i

l r

a

e

ie

.

to

s h

ft.

e

a

lk

o

a

d

ie

s

p

e

ld o

t g

n

lijk

: i

om

e

m o

t g

rt, 20

kundige

e

g

h

f h

e

c

e

l ’

m

rd i

g

o

reve

t we

e

te c

e vo

m

rg

e

s

m A

a

o

t.

e

h

a

e

p o

h

e h

sy

o

o

e

c

o

v

e s

d

ijn o

e

o

c

d

nacht

irk

n

to

mpt

s

s h

tig

tru

rple

c

rwa

e

p

y

e

. I

s

n

lis

e

l b

lo

ra

rio

in m

ltijd d

t we

g m

g

rn

e

r. D

e

b

de

m

m

m

r s

v

e

e

o

/ve

o

s

t b

e

e

a

in

ra

beoordelingsscha

n

lie

t b

p

in

n

t a

ig te z

d

e e

e

e

z

s we

e

tig

n

n g

tie

nt

g (

s

e

t sy

l p

t b

rijv

e

ge

h C

e

c

.J. Ka

e

r i

e

g d

lin

r zo m

ie

e

h

ru

rg

e

k

e

c

r d

is

C

n d

o

is

a

n h

rd

rva

e

n

a

rd

n h

ra

nwe

s

n g

d

n

a

a

e

te

cir

t h

d

a

e

e

e

R

rd

n

e

e

E

t va

s

patië

o

n o

wa

re

m

m

e

t a

n vo

T

s

, m

o k

b

ls

o

o

m

rp

n ve

t vas

tië

r g

n

e b

n

a

r

p

rt wo

a

egkundi

, M

h

E

rn

. Z

e

r e

lle

O

e

e

4

g

n

a

e o

). A

e

t o

te

u

rn

d

tië

r, d

.

te

s d

0

n

-M

r o

a

e e

lk

n b

k

a

n

v

n p

e

a

rg

e

le

k

te

a

ie

rple

0

o

O

lie

e

a

: i

n

e e

t i

e

a

n k

nst

e

n

stig?

e p

h

M

e

-2

J

r d

p

ie

t g

e

a i

l d

rn

ie

c

, k

v

e

ie

R-

o

e

g

g va

-2

e d

tie i

m we

-d

t g

ij wa

e

g

e

e

t wa

ig

! N

ij d

, e

z

te

ra

3

. d

e

e

LIE

in

l vo

s

n

r o

lg

, h

lle

d

p

n

r-O-

o

ls h

g

o

rd

of

t b

.M

ruct

a

e

p

e

re

r h

a

n

t te b

n

s

rve

ra

o

t o

o

o

nwe

argenomen

lie

ie 1

F

DE

h

g

te

l a

o

a

te

o

n vo

t o

d

n c

t g

e

ie

c

a

e

rs

c

ia

rn

f nacht

a

e

e

e

e

e

L

d

s

vo

a

w

Inst

De

s

d

e

in

N

o

d

we

L

g

e

B

matig

h

D

Beknop

ve

© J.

7 Diagnostische instrumenten

99

reocS

f

l

f

p

w

n

/

ij

r

t

r o

u

eit

r,

t

e

o

ke

e

e s

a

o

a

e

s

rt o

ie

rik

nt

tivit

ts e

a

a

rd b

ak

f z

en

o

ndacht

e

ta

b

e

re

,

, l

a

e

n vo

n n

la

soneel

k

d

n

g

n s

e

e

ac

e

ma

he

n

reunen

a

a

in

e’ o

arm

rke p

e

t i

g

/

, p

w

g

uk

n

o

ite

n

at

e

els

n

r e

en

te

, k

ie

a

rp

ijd

t per

ldoende

rm

le

a

c

in

kk

re

a

e

o

n

l ‘

v

r s

e

en

sta

n / r

l n

n t

en

v

niets,

e

’ indr

g

o

e

e

rw

n n

elijks

e

e

in

o

e

te te u

te z

ret

in

d

pri

e

e

rk ve

nsprek

mt

n

k

g

at

h

k

u

le

h

p te b

tie i

on

te

a

e

e

ij d

c

a

, k

o

al

e

ts

a

a

a

ta

, herk

lie

a

tio

w

z

d

niet

t g

t o

o

n

m

la

sonde

n

f nauw

rt s

rne

‘vlak

sta

e

el

e

h

e

c

rië

o

e

m

be

in

g

a

rp

fami

e

n te

fg

orden

he

t te hs

o

soon

g

nde

e

a

o

e

In h

d

s

n e

n

sprek

e

a

Niet

O

e

n

Niet

n

w

G

va

a

per

re

e

Geen

e

o

a

te ve

ge

D

b

r

,

t

en

eit

,

ig

r

t

e

a

is

t

e

dn

ats,

tivit

ltijd

ffe

ru

e

mat

na

k

,

is

u

l

moet

t h

e

e

n a

pla

t a

e

gingen

r m

innen

e

f ac

ie

/zij

gel

ing

’)

e

e

e

, g

t

jpen

z

aald

initiatief

w

hebben

e

r e

o

en

lijk ‘s

r

rt w

ell

m

rs

rh

ite m

a

rp

ijd

r n

r hij

e

e

a

o

e

e

a

e

e

t

a

‘vlak

be

id

len

(

a

d m

af

, vragen

a

h

h

o

m

u

e b

begri

innen

n

t soms

n n

rw

in

a

al

age

eigen

w

en

ic

e

a

en

l m

ie

v

r d

t

rb

ak

niet

e

le

n k

n d

re

t, z

inig

s l

o

rd

e

e

e

e

belangst

g

lijk

geleid

o

k

niet

n

vo

.

a

sonde

ig

t e

w

ander

spontane

a

ig ve

, ma

s

af

w

ft ve

h

et

k

, ogen

inig

e

c

t e

e

a

k

dicht,

e

n l

in

ar

e

d

a

ont

e

Moei

g i

rs

w

ka

H

w

inig

sprek

in

M

dru

o

n

e

associeer

we

el

in

snel

v

T

e

rm

s

Is

ove

ge

Desoriëntat

in

W

a

sa

,

,

p

,

f

n

ls

n

iet

n

eit

n

e

id

e

o

n

te

e

o

o

rden

g

rp

m e

f ‘

ts a

h

n

lg

op

o

n

het

uk

e

tu

e

tivit

t

ic

ak

n t

tro

a

a

o

n i

r l

h

a

rs

w

h

rwe

s e

e

met

ek

ige

a

t ac

te vo

ag

r ‘

d

e

e

z

’ indr

e i

a

o

lt i

d

t v

e

n

te d

e

s

uitnodige

t

e

de

s

r ve

ld

w

s

e

e

a

o

eit

is

w

rte

o

n

e

vra

ke

s

u

re

contac

f, m

a

e

n

le

k

de

rto

t g

e

rha

tivit

moeit

e j

n

af

slapen

te

in

v

tak’

e

tie

leidt

t ve

le ke

re

n

c

ie

e

ke

p

a

a

n

de

t m

he

n

s

ac

en

n d

v

ge

m

iets

n i

n

tië

r n

e

ke

vlak

n

e

le

n

e

i

e

n e

uit

he

k

a

soms

dag

e

d

lle

n

a

diging

t h

e

n va

n e

moet

t al

e

niet

t p

s

e

rig g

ef

t e

t a

re

a

le ke

n

m

goe

n

W

lijft e

vo

ak

it va

He

e

o

nmoe

ke

ie

Is e

soms

Z

B

springt

in

o

a

n

o

n

Ma

T

ande

a

e

n d

e

t

rd

p

,

et

n

e

n

eit

e

re

e

lo

ont

d te

t

e

e

e

n

iets

ke

n

tivit

re

, w

, keg

o

n

al

o

fg

n

re

en

t

ke

ijd

a

p

t e

/ac

k

um

helde

motiv

me

s g

iemand

d

a

s

e

n

ru

e

e a

e

rp

re t

e

ande

e we

e

d

t ge

rne

lt i

o

e

rd

n h

n

e

eloos

dat

e

sprek,

norma

door

t d

0123

g

ts b

rw

e

t d

t g

n

rte

a

n

e

r het

sonen

re i

lijk

ie

a

t va

e

ge

an

f i

a

a

rdag

k

n

onde

ta

gingspatroon

t ve

n l

moeit

a

juist

, ke

e

, ook

u

s

per

e

k

e

v

n

lling,

e

m n

m w

a

n o

q

sonde

r na

e

t

e

de

wa

e

w

tië

o

K

e

e

e

ij i

t o

a

concentre

rk

jpen

Gaat

d

v

st

iets

Spon

be

ie h

to

a

o

mt

r h

gint

a

ak

ng

t p

d

p

ge

we

sprek

Be

a

Ma

la

begri

m

ge

Noe

wa

e

W

y

b

r s

n

e

ie

ijn

ntie

l p

ie

e

atsen

tzs

th

re

houde

t!)

gings-

ndacht

ntat

s

u

ap

e

oed

irke

ndacht

rpla

a

rië

e

w

w

ohe

c

e

olge

a

e

(T

A

a

. a

. O

arm

m

5.

Be

. V

. V

.dv

3

4. B

. Inc

O

1

2

6.

7

100

Handboek dementie

e

e

,

ig

e

,

n

ar

ig

a

f

t d

a

t d

v

e

e

g

rnst

rd

tie

t

ritm

e

t a

a

o

w

rre

ilijk

ilijk

t h

llin

f e

k

e

k

x

tig

a

e

e

n

a

rit

/fi

o

o

rik

te

/

e

o

tre

ch

iz

m

iets

nietlt m

hc ts

nst

-wa

rg

o

e

a

e

tie

s

.t.)v

p

et,

d

n b

end

v

, s

ru

a

, geïr

rz

it b

it b

e

die

sprok

ingen

ter

va

ur

rac

: dag-

la

ig

e

f n.

tra zo

h

d

is,

tig

td

e

s

l g

o

n

ge

n d

ust

’, v

c

ig

omgang

n d

g

e

(

é

a

or

int

n

é

Uit

rd s

, ex

o

rig

n e

o

n e

re

e

s

er

rtu

r niet

v

t ve

o

el

/ nacht

to

r onr

k

u

e

te

e

re

m a

z

h

e

rg

c