9
De volgende ochtend word ik wakker met het heerlijke gevoel van twee armen om me heen en een nare misselijkheid. Even begrijp ik niet waar ik ben. Dan weet ik het weer, ik ben bij mijn ouders. Die armen zijn van Chris, de man op wie ik tot over mijn oren verliefd ben, en de misselijkheid is niet van een nacht stevig doorzakken, maar komt door de zwangerschapshormonen. Het blije gevoel verdwijnt meteen wanneer ik aan vandaag denk. Straks gaan we op weg naar de ouders van Chris, die hoogstwaarschijnlijk niet blij zullen zijn met hun aanstaande schoondochter, ik dus.
“Chris, wakker worden, ik ben misselijk. Kun je een beschuitje voor me halen?”
Even gebeurt er niets, dan voel ik dat Chris met een schok wakker wordt.
“Waar ben ik? Wat is er gebeurd?” Daarna even niets en dan zie ik dat het langzaam ook tot Chris doordringt waar hij is.
“Zei je nu dat je een beschuitje wilde, of heb ik dat gedroomd?”
“Nee, dat heb je niet gedroomd. Beschuit vind je beneden in de voorraadkast en de kaas ligt in de koelkast.” Chris stapt uit bed. “Zijn hier ook ergens pantoffels?”
“Nee, ga maar op je sokken.”
“Badjas?”
“Ook niet. Als dit een hotel was, dan zou ik de roomser-vice wel bellen. Het is nog heel erg vroeg, niemand die je ziet.”
En dus gaat hij in zijn boxershort en op zijn sokken de kamer uit.
“Goedemorgen,” hoor ik hem op de gang zeggen. Ik hoor wie er antwoordt en bevries. Heeft ze daar de hele nacht op de gang zitten wachten? Het liefst zou ik meteen opstaan en haar willen zeggen dat ze Chris met rust moet laten. Ik doe het niet, ik ben veel te misselijk om overeind te komen. Ik hoor hoe Chris zich verontschuldigt voor zijn toch wat naakte vertoon en ik hoor Lilian kirren dat hij het wel kan hebben. Gelukkig loopt Chris meteen door. Vijf minuten later is hij terug met twee beschuitjes en twee glaasjes jus d’orange.
“Ik was dus niet de eerste op de gang. Lilian is ook al wakker.”
“Als ze überhaupt geslapen heeft,” mompel ik. “Wat zeg je?”
“O, niets, ik wist ook niet dat mijn zus zo’n vroege vogel is.”
“Ik liep echt voor gek in mijn boxershort en op mijn sokken.”
“Nou, en? Als je het zo belangrijk vindt, had je je kleren aan moeten trekken,” zeg ik vinniger dan ik het bedoel. Chris negeert mijn opmerking.
“Hier, je beschuitje, en ik dacht dat je ook wel een glaasje jus zou lusten.”
“Lekker, dank je. Heb je wel eerst de houdbaarheidsdatum gecheckt?” vraag ik terwijl ik een slokje neem. “Nee, moet dat dan?”
De jus smaakt als vergif en ik spuug het meteen weer uit. “Ja! In dit huis en overigens ook in mijn huis, moet je altijd de houdbaarheidsdatum controleren.”
“Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar je ouders, ondanks hun hartelijkheid, zijn wel een beetje slordig.”
“Makkelijk gezegd, wanneer je thuis alles overlaat aan een hulp.”
“Hmm, zit wat in. Zal ik nieuwe halen?” vraagt hij. “Doe geen moeite, het gaat me vooral om het beschuitje en dat smaakt heerlijk. Hè, daar knap ik echt van op. Zo, nu mag jij me vertellen welke jurk ik aantrek naar je moeder.”
“Maakt niet uit, ze zijn alle drie leuk.”
“Daar heb ik niks aan. Zeg nou, wat is haar lievelingskleur?”
“Dat weet ik niet, zwart denk ik, want dat draagt ze veel.” Past helemaal in het plaatje dat ik tot op heden van zijn moeder heb. Als Chris al helemaal klaar is, sta ik nog steeds te twijfelen. Drie mooie jurken, de moeder draagt voornamelijk zwart, het kleedt bovendien slank af, dan zou het logisch zijn om ook zwart te dragen. Toch twijfel ik. Uiteindelijk kies ik voor het fuchsiaroze jurkje, dat geeft toch beter aan wie ik ben.
Als ik beneden kom, roept iedereen dat ik er fantastisch uitzie en dat doet me goed. Ik zie dat Chris wel even verbaasd zijn wenkbrauwen optrekt, maar daarna zie ik een brede glimlach en complimenteert hij me met mijn keuze. We blijven tot na de lunch. Daarna stappen we in de auto. Ik ben nog zenuwachtiger dan vanmorgen en vraag me af of ik niet toch beter het zwarte jurkje aan had kunnen trekken. Dat is nu te laat, er is geen tijd meer om me nog te verkleden. Onderweg zijn we allebei in gedachten verzonken. Het is kwart voor vier wanneer we stoppen voor een grote houten poort met zwaar smeedijzeren beslag. “We zijn er. Hoe voel je je?”
“Prima,” zeg ik nonchalant, maar ondertussen gieren de zenuwen door mijn keel.
Chris kijkt me nog even onderzoekend aan en stapt dan uit om middels de intercom naast de poort te laten weten dat we zijn gearriveerd. Langzaam gaan de houten deuren open. Vol spanning kijk ik door de opening en zie een lange oprijlaan voor me opdoemen die zich slingerend een weg baant naar een enorm landhuis. Even houd ik mijn adem in. Dit huis, nee, dit hele terrein is gigantisch. Dacht ik net al dat ik zenuwachtig was, nu zou ik het liefst omdraaien en heel hard wegrennen. Te laat, Chris heeft de auto alweer gestart en rijdt nu over de lange oprijlaan naar het huis toe. Hij parkeert de auto naast een andere BMW.
“Laat je niet te veel van de wijs brengen door het huis, gewoon jezelf blijven, dan komt het allemaal wel goed.” Ik knik, maar ondertussen voel ik hoe het zweet me aan alle kanten uitbreekt. Galant houdt Chris de deur voor me open en biedt me zijn arm aan. Daar ben ik erg blij om, want ik heb het gevoel dat mijn benen van rubber zijn en ik weet zeker dat ik zonder zijn arm om zou vallen. Zo lopen we samen naar de voordeur. Weer moet er aangebeld worden. Ik snap niet waarom, want ze weten toch dat we er zijn? Dat klopt ook, want de bel heeft nauwelijks geklonken of de deur wordt met een grote zwaai geopend. Een wat oudere dame in een keurig grijs uniform met een helderwit gesteven schort staat in de deuropening. “Dag Christopher.” Ze geeft hem een moederlijk knikje. “Dag mevrouw, kan ik uw jas aannemen?” vraagt ze beleefd aan mij. “Ja, graag.”
Geroutineerd helpt ze me uit mijn jas. “Je ouders zitten in de grote salon,” zegt ze tegen Chris. We staan in een enorme hal waar twee grote trappen vanaf de eerste verdieping naar beneden uitwaaieren. Chris neemt me weer bij de arm en loopt zelfverzekerd door een brede gang. We komen bij een heus kruispunt en slaan links af. Aan het einde van de gang stoppen we bij de laatste deur.
We komen in een enorme woonkamer. De hele familie zit in het gedeelte waar de woonkamer overgaat in de serre. Het is een halfronde ruimte van glas in lood. Een paar enorme palmen zorgen samen met het rotan meubilair voor een chique koloniale uitstraling. De familie van Chris zit zodanig dat ze allemaal uitkijken over de tuin. Zodra wij binnenkomen, gaan ze allemaal staan. Iedereen draait zich nieuwsgierig om naar de gast die Chris zo onverwacht aan hen wil voorstellen.
Chris begint bij zijn moeder Aleida. Een lange, statige vrouw met een koele blik in de ogen. Haar mond is als een harde streep, ik vraag me af of ze ooit lacht. Als ik in dit fantastische huis zou wonen, dan zou ik alle dagen lachen. Waar zou je je dan nog druk om maken? Ik heb weleens gehoord dat mensen die helemaal geen bezittingen hebben, soms gelukkiger zijn. Ze hebben niets en kunnen dus ook niets verliezen. Wanneer we elkaar een hand geven, bekijkt ze me van top tot teen. Van mijn ietwat wilde haardos tot mijn nieuwe blinkende schoenen waar—nu zie ik het ook—inderdaad een heel klein vlekje op te zien is. Ik bekijk haar ook goed en zie een uiterlijk perfecte vrouw. Haar kapsel is een klassieke bobline, elk haartje zit precies waar het moet zitten. Haar make–up is subtiel en lijkt nauwelijks aanwezig, maar gezien haar leeftijd en haar gebrek aan rimpels kan het niet anders of er zit een dikke laag dure crème op. Of misschien is er wat botox ingespoten. Dat zou ook haar gebrek aan mimiek verklaren. Haar zwarte jurk is kreukloos en haar schoenen zien eruit alsof ze nog in de etalage van een dure schoenenwinkel staan. Ik voel me slonzig en verfomfaaid. De vader van Chris, Robbert senior, lijkt een stuk aardiger. Hij is lang en heeft dik, grijs haar. Zijn buikje laat zien dat hij van het goede leven houdt. Hij schudt me hartelijk de hand en vraagt belangstellend hoe de reis is verlopen. Vervolgens is de broer van Chris, Robbert junior, aan de beurt. Hij lijkt erg op Chris, maar is zo mogelijk een nog grotere charmeur. Tot slot schud ik het slappe handje van Willemijn, de vrouw van Robbert junior. Ook zij ziet er keurig en chic uit, als om door een ringetje te halen. Ze is platinablond, niet zo heel erg lang, maar wel slank. Na het voorstellen gaan we allemaal zitten en ik verlang nu al intens naar het einde van dit bezoek. “Wat wil je drinken?” vraagt de moeder van Chris. “Graag een jus d’orange.”
Zijn moeder trekt heel even haar zorgvuldig geëpileerde wenkbrauwen op. Iedereen drinkt rode wijn en ik bestel onbeschaamd een alcoholvrij drankje. “Moet je nog rijden?” Haar toon is neerbuigend en ik kijk even hulpzoekend naar Chris.
“Moeder, het is toch niet verboden om alcoholvrij te drinken?”
“Natuurlijk niet, schat. Het komt eraan.” Ze drukt met haar slanke vinger op een discreet knopje en vrijwel meteen, alsof ze aan de andere kant van de deur stond te wachten, komt de huishoudster binnen. Zachtjes geeft Chris’ moeder de bestelling aan haar door. “Vertel eens wat meer over jezelf, waar kom je vandaan en hoe heb je Chris leren kennen?” Robbert senior neemt het over van zijn vrouw. Daar gaat-ie dan.
“Nou, eh, ik kom oorspronkelijk uit een klein dorpje in het zuiden,” begin ik zenuwachtig.
“Vertel, hoe heet het, misschien ken ik het wel?” onderbreekt zijn vader mij. “Het is echt heel klein, hoor.”
“Ik ken een heleboel kleine plaatsjes.” Hij klinkt nu ongeduldig.
Schuchter noem ik de naam van mijn geboorteplaats. “Nee, je hebt gelijk, nooit van gehoord. Zeker zo’n klein boerengat? Heeft je vader een boerderij?” Ik denk aan mijn vader als boer en schiet in de lach. “Nee, mijn vader werkte voor de belastingdienst.”
“O, zo’n luie ambtenaar.”
“Dat is echt onzin.” Ik merk dat ik boos word.
“Rustig maar, ik maakte maar een grapje. En ik begrijp dat hij al met pensioen is, hoe oud is hij?”
“Zevenenzestig jaar.”
Wat zijn dit voor rare vragen? Ik besluit dat het nu mijn beurt is.
“En u, wat doet u?”
Ze kijken me allemaal verbaasd aan. Blijkbaar vinden ze dat ik dat behoor te weten.
“Van Chris heb ik begrepen dat u aan het hoofd staat van een grote winkelketen en wat ik me dan afvraag is: wat doet u nu zo’n hele dag?”
Robbert senior begint hard te lachen. “Leuke dame, Chris, erg origineel.” Daarna begint hij uitgebreid te vertellen hoe zijn dag eruitziet. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat deze informatie ook voor Willemijn nieuw is. Het ijs lijkt enigszins gebroken tussen mij en de heren en de middag wordt toch gezelliger dan ik had gedacht. Aleida en Willemijn blijven ijzig en ik geloof niet dat ik hen kan ontdooien. Ik begin te twijfelen of er überhaupt iemand is die dat kan. Aleida vertelt doodleuk aan Chris dat ze vorige week geluncht heeft met Stephanie.
“Ze heeft nog steeds geen nieuwe vriend. Zo’n leuk en keurig meisje, ongelofelijk, hè? Ze vroeg nog naar je, je krijgt de hartelijke groeten. Ze zal je binnenkort wel een keer bellen.”
Ik val bijna van mijn stoel. Wat onbeschoft om, in mijn bijzijn, over andere vrouwen te beginnen. Chris zelf negeert het helemaal en snijdt een ander onderwerp aan. Om halfzeven komt de huishoudster vertellen dat het diner klaar is en geserveerd wordt in de eetkamer. Iedereen zet zijn glas neer en staat op. Ik volg het voorbeeld en loop samen met Chris door de lange gang naar de eetkamer. “Tot nu toe gaat het best goed, hè?” fluistert hij zacht. “Juich niet te vroeg, ze hebben het grote nieuws nog niet gehoord. Wanneer ga je het vertellen?”
“Tijdens het eten.”
Ik rol even met mijn ogen, precies op het moment dat zijn moeder omkijkt. Ze fronst even haar wenkbrauwen en ik begrijp dat er weer een minnetje bij mijn naam wordt gezet.
Intussen zijn we in de eetkamer aangekomen, waar een prachtig gedekte tafel staat. Aleida en Robbert senior zitten beiden aan een hoofdeinde. We beginnen met een koud voorgerecht, daarna een warm voorgerecht, vervolgens het hoofdgerecht en nog steeds heeft Chris niets verteld, ondanks mijn steeds minder subtiele gebaren. Op een gegeven moment vraagt Aleida zelfs of ik misschien last heb van een tic, ik zit zo met mijn hoofd te knikken. “Nee, hoor, ik heb een beetje last van een stijve nek, niks aan de hand.” Ik wrijf even over mijn zogenaamd pijnlijke nek.
Eindelijk, tijdens het nagerecht, vraagt Chris onze aandacht.
“Graag wil ik jullie iets vertellen. Natuurlijk vind ik het altijd gezellig om samen met mijn familie een heerlijk bereid maal te verorberen. Maar, zoals jullie waarschijnlijk al hebben verwacht, er is nog een reden waarom ik moeder gevraagd heb om iedereen uit te nodigen. Ik wilde namelijk heel graag dat jullie Catharina zouden leren kennen, want wij hebben besloten om te gaan samenwonen.” Heel even denk ik dat Aleida flauw gaat vallen. Ze wordt lijkbleek en lijkt even te wankelen op haar stoel. Snel herstelt ze zich.
“Wat zeg je, Christopher? Samenwonen? Met haar?” Haar stem klinkt schril. “Catharina.” Nu richt ze zich tot mij. “Niets ten nadele van jou, je bent vast een heel leuk meisje, maar je moet zelf toegeven dat Christopher van een heel ander kaliber is.”
Ik weet niet wat ik hoor. Chris had me al gewaarschuwd dat zijn moeder me niet goed genoeg zou vinden, maar dat ze dat ook zo direct tegen me zou zeggen, dat had ik niet verwacht. Ik voel dat ik bloos en dat er tranen in mijn ogen prikken.
Intussen is Chris opgestaan en naar me toe gelopen. “Moeder, ik was nog niet klaar. We hebben namelijk nog een nieuwtje.” Hij legt zijn handen op mijn schouders. “Catharina en ik verwachten over ongeveer zeven maanden een kindje.”
Ik verwacht dat nu echt de hel losbreekt. Voorzichtig kijk ik naar Aleida. Ik zie niet alleen maar ongeloof en teleurstelling. Ik zie nu ook blijdschap, iets waartoe ik haar eerder niet in staat achtte.
“Dat is inderdaad groot nieuws,” buldert de stem van zijn vader door de kamer. “Nou, meisje, gefeliciteerd.” Ook Robbert junior feliciteert me hartelijk. Willemijn ziet zo mogelijk nog bleker dan Aleida. Ik krijg weer een slap handje en een nauwelijks hoorbare felicitatie. Tijdens de koffie vertellen we hoe het met de baby gaat en dat we volgende week de eerste echo hebben. Daarna zegt Chris dat we ervandoor moeten, ik ben tenslotte zwanger en snel moe. Voor ik het weet krijg ik drie klapzoenen van mijn aanstaande schoonvader en iets dat op een omhelzing lijkt van mijn schoonmoeder en zitten we weer in de auto op weg naar huis.
“Nou, dat viel best mee, vond je niet?” Chris klinkt opgelucht.
“Ja, dat viel inderdaad wel mee. Ik snap er helemaal niets van. Toen je zei dat we gingen samenwonen, dacht ik echt dat je moeder het niet ging redden. Maar toen je vertelde dat ik zwanger was, leken ze ineens dolgelukkig. Dat is toch raar?”
“Niet wanneer je heel erg graag een kleinkind wilt hebben, iemand die de naam voortzet.”
“Je broer is toch getrouwd met een keurige dame, daar hoeven ze dus niet zo bang voor te zijn.”
“Mijn broer en Willemijn zijn bijna drie jaar getrouwd en nog steeds is ze niet zwanger. Nou, dan gaat voor mijn moeder het gezegde op: beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. Misschien ben jij niet zo’n keurige dame, wat ik overigens betwijfel, maar je bent wel zwanger. Daarmee heb je in ieder geval bewezen dat je het kunt. Bij Willemijn is het nog afwachten.”
“Waarom heb je me dat niet verteld?” vraag ik boos. “Ik wist niet zeker of deze theorie klopte.”
“Nee, ik bedoel dat van Robbert en Willemijn. Dat is toch vreselijk, nu begrijp ik ook waarom zij zo lauw reageerde. Chris, je mag dit soort tragische dingen niet misbruiken.” Ik begin me steeds meer op te winden. “Geloof me, wanneer Willemijn in jouw schoenen stond, zou ze precies hetzelfde doen. Dit leek me de beste aanpak.”
En daarmee is voor hem duidelijk de kous af. Even zijn we allebei in gedachten verzonken. Dan begint Chris ineens hard te lachen. “Die vraag van jou aan mijn vader. Je weet wel, toen je vroeg wat hij nou de hele dag uitspookte, echt geniaal. Ik geloof dat je mijn vader om hebt. Al met al geen slecht begin.”
Stiekem vind ik het wel leuk dat hij zo voldaan klinkt. “O, en het spijt me van die ene opmerking van mijn moeder.”
“Welke?” vraag ik. “Die ene tijdens het diner.”
“Welke precies?”
Even kijkt hij me verbaasd aan. “Je weet wel.” Dan heeft hij door wat ik bedoel. “Ja, je hebt gelijk. Sorry voor alle rottige opmerkingen die mijn moeder maakte. Ik houd heel veel van haar, maar soms denkt ze, ten onrechte, dat ze mijn leven wat moet bijsturen.”
“Je bedoelt dat ze de kunst van het manipuleren op een hoger plan heeft gebracht?”
“Nee, ze heeft gewoon moeite met loslaten. Ze zal niet de enige moeder zijn die daar last van heeft.”
“Mijn moeder is blij dat ik eindelijk echt ben uitgevlogen, zoals zij dat noemt,” zeg ik koppig.
“Jij bent een dochter, dat is anders. Ze trekt nog wel bij als ze je wat beter leert kennen.”
Ik kan me niet voorstellen dat zijn moeder ooit tot hartelijkheid in staat zal zijn. Geen wonder dat Chris af en toe zo bot is.