4
‘s-Maandags heb ik het gevoel dat iedereen kan zien wat voor weekend ik achter de rug heb. Ellen vraagt of ik vrijdag nog lang ben doorgegaan met Chris. Ik verslik me bijna in mijn koffie. “Nee, niet zo lang,” zeg ik vaag.
“Ik heb je nog gebeld, maar je nam niet op. Ben je nog even naar de kroeg geweest?”
Ik probeer razendsnel na te denken. Alleen naar de kroeg is een beetje raar, maar misschien kan ik zeggen dat ik met Liesbeth ben geweest, een oude vriendin van de middelbare school waar ik heel af en toe mee afspreek. Dat is misschien wel een goed idee. Ik moet Nadien namelijk ook nog iets over een of andere scharrel op de mouw spelden en die vind je doorgaans niet op kantoor. “Ja, inderdaad.”
Nog voordat ik verder kan gaan, vraagt Ellen: “Met Christopher?”
“Nee, natuurlijk niet. Met Liesbeth, die had ik al zo lang niet meer gezien.”
Ellen knikt, maar ik kan zien dat ze het een beetje een raar verhaal vindt.
“Ben je naar de kapper geweest?” vraagt ze, terwijl ze me nog eens goed bekijkt. “Nee, hoezo?”
“Ik weet het niet, ik zie iets aan je.” Ik schrik, ik wist wel dat iedereen het zou kunnen zien. “Ik heb wat andere make–up op. Hoe vind je het?” Ellen kijkt nog eens heel goed naar me en zegt dan: “Doe de volgende keer maar wat voorzichtiger met de blusher. Je wangen zijn wel erg rood.”
De dagen erna zweven voorbij. We spreken nu ook doordeweeks af en onze vergaderingen zijn ineens een stuk gezelliger.
Na weer een heerlijk weekend heeft Nadien op dinsdagochtend haar tweede gesprek. Het gaat perfect. Elke vraag beantwoordt ze netjes zonder haperen. Na afloop zegt Nadien op haar typische manier tegen Chris: “Heel erg bedankt dat je me een tweede kans wilde geven.” Ze lacht, waarbij ze ons heel even een blik op haar mooie witte tanden gunt. Ze haalt een hand door haar haar. Ik zie dat Chris gefascineerd naar haar kijkt. Het is niet te geloven, ze is onbeschaamd aan het flirten met hem.
“Dank je, Nadien, je kunt gaan,” zeg ik iets scherper dan nodig is.
Zodra ze weg is, vraag ik aan Chris en Jan: “Hoe vonden jullie het gaan?”
Chris is weer terug op aarde en zegt bot: “Dat ging heel erg goed. Jullie hebben goed je best gedaan.”
“Je denkt toch niet dat ik haar heb geholpen?” vraag ik, op mijn teentjes getrapt.
“Je wilt zeggen dat Nadien in twee weken van een krappe 3 naar een ruime 7 is geklommen, zonder hulp? Het spijt me, dat gaat er bij mij niet in. Maakt ook niet uit, ze mag blijven. Ik hoop alleen dat jij er niets mee te maken hebt gehad, dat zou niet erg professioneel zijn.”
“Wees maar niet bang, ze heeft het zonder mijn hulp gedaan,” zeg ik kribbig.
“Heb je zin om vanavond te komen eten?”
Chris en ik zitten in zijn kantoor en leggen de laatste hand aan een verslag voor Guus.
“Vanavond kan ik niet. Ik heb met Nadien en Ellen in onze stamkroeg afgesproken. Morgenavond misschien?”
Ik zie dat hij een beetje verstoord kijkt. “Je houdt je wel in, hè?”
“Jaja, ik zwijg als het graf.”
“Morgenavond is prima. Wil je met me meerijden?” vraagt hij.
“Zou dat niet opvallen?” vraag ik. “Geloof me, na halfzes is hier niemand meer.”
“Dat weet ik ook wel,” zeg ik verongelijkt. “Maar je zult net zien dat als wij samen weggaan er ineens overal collega’s opduiken.”
“Dan lopen we na elkaar naar de parkeergarage en dan verstop jij je onder de bijrijdersstoel.”
“Misschien ben ik wat paranoia. Laten we maar gewoon samen gaan. Als we iemand tegenkomen, dan bedenk ik ter plekke wel een smoes. Daar ben ik namelijk erg goed in.”
“Dat geloof ik graag. Heeft Nadien nog gevraagd naar dat zogenaamde vriendje dat je vorige week zaterdag gedumpt hebt?”
“Natuurlijk.”
“En?” vraagt hij bezorgd. “En niets. Ik heb haar verteld over Barry.”
“Wie is Barry?”
“Een vaag vriendje van lang geleden. Die herinnert niemand zich meer.”
“Leuke smoes, dus ik heet ineens Barry?”
“Ja, ik heb je alleen nog niet gedumpt.”
“Nog niet?” vraagt hij plagend, terwijl hij me een zoen probeert te geven. Ik duw hem weg.
“Niet op kantoor. Dadelijk ziet iemand het.”
“De deur zit toch dicht?”
“Je weet maar nooit. Misschien heeft Mia hier wel ergens een webcam verstopt.”
“Dan moeten we de mensen ook waar voor hun geld geven.”
Weer probeert hij me te kussen.
“Ik geloof dat ik maar eens aan het werk ga,” zeg ik nuffig. “In tegenstelling tot een niet nader te noemen manspersoon heb ik het wel druk.”
“Oké, oké, ik zal van je afblijven. Ga maar weer zitten.”
“Sorry, jouw tijd is om. Ik heb een andere afspraak.”
“Kun je die niet verzetten?”
“Sorry, als ik mijn afspraken niet nakom, krijg ik ruzie met de baas. Tot morgen.”
Ik sta al op de gang wanneer ik hem nog hoor lachen. Helaas ben ik niet de enige. Ik bots bijna tegen Ellen op en zie haar heel bedenkelijk kijken. Heeft ze dat laatste nog gehoord? Ellen zal hier zeker vragen over stellen vanavond. Zij denkt, net als de rest van mijn collega’s, dat Chris en ik als water en vuur zijn en dat wil ik voorlopig nog even zo houden.
Onze stamkroeg is een authentiek bruin café, met de originele naam Het Neutje. De muren zijn geel van de rook en de tafels zijn bedekt met tapijtjes. De barman, tevens de eigenaar, is een goedige bullebak met een bierbuik en vol suffe grapjes, waar hij zelf het hardst om moet lachen. Natuurlijk komen hier een hoop kale, oude mannetjes voor hun borreltje en het biljart. Maar gek genoeg komen er ook veel leuke mensen van rond de dertig, die geen zin hebben in het hipper dan hippe grand café, verderop in de straat. Onze meidenavond is altijd hier. Hier storten we ons hart uit wanneer het weer eens gebroken is. Hier bespreken we de strategie om een nieuwe man te vangen. We wisselen tips uit over hoe we een vent, eenmaal aan de haak geslagen, daar ook kunnen houden. En hier worden ook alle mannelijke collega’s besproken.
Het liefdesleven van Nadien is als eerste aan de beurt. Zij verslijt zoveel vriendjes dat het niet altijd meevalt om bij te blijven. Ze praat ons bij over haar megaleuke vent. Hij heet Rob, is blijkbaar ook megarijk en getrouwd. “Wat zeg je? Getrouwd?” roepen Ellen en ik in koor. Nadien kijkt me verbaasd aan. “Dat heb ik je toch al eerder verteld?”
“Echt niet, dan zou ik het toch weten,” zeg ik verwonderd.
“Echt wel. Afgelopen weekend.” Ik kijk haar niet-begrijpend aan.
“Ja, toen je mannenverklikker afging. Jij had een of andere scharrel op bezoek die je juist wilde gaan dumpen.” Nu gaat er een lichtje bij me branden. Ik geloof dat ik er toen niet helemaal met mijn hoofd bij was. Ellen is nu ook geïnteresseerd. “Welke scharrel?”
“Een of andere lompe vent die constant boeren en scheten liet. Zo was het toch, Kaatje?”
Nadien is duidelijk blij dat we van het onderwerp ‘getrouwd vriendje’ afgedwaald zijn. “Barry?” vraagt Ellen. “Dat is toch al heel lang geleden? Ga me nu niet vertellen dat je weer wat met hem begonnen bent.”
Wat zal ik doen, in het verhaal meegaan, of hun wijsmaken dat het een andere vent is die ook constant last heeft van obstipatie?
“Ja, dat was niet zo heel handig, blijkbaar was ik een beetje dronken, maar daar gaat het nu niet om, dat is allang weer verleden tijd.” Snel terug naar het vorige onderwerp. “Nadien, je weet toch dat je van getrouwde mannen af moet blijven, dat geeft alleen maar ellende.”
“Nee, hoor, hij heeft daar met zijn vrouw een afspraak over.”
“Ja, dat zal wel. Heeft ze dat bevestigd?” vraag ik fel. “Misschien heeft hij het zwart-op-wit?” vraagt Ellen pesterig.
“Is hij de man door wie je bijna je baan kwijt was?” vraag ik.
“Ach kom, zo erg was het niet.” Nadiens stem klinkt achteloos.
Ik weet niet wat ik hoor. Als ik bedenk wat ik heb moeten doen om haar dat tweede gesprek te bezorgen, word ik weer boos.
“Ja,” zeg ik, “het was wél heel erg. Ik heb het je niet verteld om je niet nog zenuwachtiger te maken, maar als het aan Christopher had gelegen, dan lag je er nu uit.”
“Echt waar?” vraagt Nadien verbaasd. “Ik heb hem zelfs nog bedankt.”
“Dat heb ik gezien, ja. Wat kun jij flirten, zeg.”
“Jaloers?” vraagt Ellen plotseling.
“Hoe kom je daar nu weer bij?” Zonder op haar antwoord te wachten, ga ik snel verder. “Je kunt jou ook van alles op de mouw spelden. Hoe weet je nu dat Rob niet liegt?”
“Weet je, het kan me niet schelen of zijn vrouw het wel of niet weet. Dat is zijn probleem. Ik kan je wel vertellen dat de seks geweldig is.”
Werkelijk, af en toe kan Nadien zo oppervlakkig zijn. “Als je het maar veilig doet.” Ik kijk Nadien nadrukkelijk aan.
“Natuurlijk vrij ik veilig. Wie doet dat tegenwoordig niet?” Ik voel dat ik rood word.
Nadien gaat drinken halen. Ze heeft duidelijk genoeg van onze goedbedoelde adviezen.
Nadat iedereen weer van een wodka-jus is voorzien, ga ik er even lekker voor zitten.
“Kom maar op,” zeg ik tegen Nadien, de grootste roddeltante. “Wat zijn de laatste roddels?”
“Ik heb geen idee. Volgens mij moeten we dat aan jou vragen.”
Even kijk ik verbaasd. “Wat bedoel je?”
“Het valt me op dat je wel heel erg vaak staat te smoezen met Christopher. Je zegt dat je hem zo vreselijk vindt en dat hij zo’n zeurpiet is, maar de laatste tijd zie ik je alleen maar gezellig met hem kletsen. En Ellen vertelde me dat jullie laatst dolle pret hadden samen. Wat is er aan de hand?” Nu komt het eropaan, al mijn improvisatiecapaciteiten worden hier aangesproken. Ik moet verbaasd, maar niet te verbaasd reageren en daarnaast moet ik proberen de aandacht op iets anders te vestigen. “Ik weet echt niet wat je bedoelt,” zeg ik verbaasd. Mijn arm schiet uit en mijn glas valt om. De inhoud gutst over de tafel en druipt op de grond.
“Sorry, ik ga meteen een doekje halen. Wat ben ik af en toe toch een kluns, hè?”
Snel loop ik naar de bar. De barman heeft me al herkend en staat al klaar met een doekje in zijn hand. “Is het weer zover, Kaatje?”
“Ja, sorry, en ook graag een jus d’orange.” Ik kan maar beter niet te veel drinken, ik moet helder blijven. Terwijl hij een glas volschenkt, maak ik ons tafeltje schoon. Terug bij de bar geef ik hem de vieze doek en hij geeft me mijn glas. “Alsjeblieft, van het huis.”
“O, eh, bedankt, dat is helemaal niet nodig, hoor. Het was mijn eigen schuld.”
“Weet ik, daarom hoef je ook niet te betalen. Jij zorgt in je eentje voor een verdubbeling van mijn omzet.” Daarna begint hij bulderend te lachen.
Ik lach plichtmatig terug. Zo onhandig ben ik nu ook weer niet, eikel. Het ergste is nog wel dat alle moeite voor niets is. Zodra ik weer zit, gaan Ellen en Nadien verder alsof er niets gebeurd is.
“Kom op, Kaatje,” zegt Nadien overredend, “je kunt toch best toegeven dat je Christopher leuk vindt. We zouden het best begrijpen. Het is een irritante vent, maar hij is wel heel erg aantrekkelijk.”
“Hij is inderdaad af en toe lastig, maar hij blijft wel mijn baas. Uiteindelijk moeten we ook samenwerken en dan moet je er soms boven staan.” Zo, mooi gezegd, erg professioneel.
“Je stond vandaag ongegeneerd met hem te flirten. Dat heeft niets met werk te maken. Ik snap niet waarom je het niet gewoon toegeeft,” zegt Ellen boos. “Nadien stond laatst ook met hem te flirten,” zeg ik beschuldigend.
“Nadien flirt met alle mannen.”
Nadien lijkt niet in het minst beledigd door Ellens opmerking.
“Jij bent anders, waarom blijf je het ontkennen?” gaat Ellen verder.
“Omdat het niet zo is. Genoeg hierover.” Ik merk dat ik ongeduldig word. “Nu graag de echte roddels.” Ellen en Nadien kijken elkaar aan.
“Dit is de roddel, verder gebeurt er niets bijzonders op kantoor,” zegt Nadien.
“Hoe bedoel je: dit is de roddel? Zijn er nog meer mensen die deze onzin geloven?”
“Ja.” Nadien begint ijverig te knikken. “Iedereen heeft het erover. Weet je, de muren van zijn kantoor zijn niet zo heel erg dik. Iedereen kan jullie horen praten. We weten niet wat er precies besproken wordt, maar het is voor iedereen duidelijk dat het niet alleen maar over werk gaat.” Ik weet niet wat ik hierop moet zeggen. Ik kom in de verleiding om alles op te biechten, maar kan me nog net inhouden.
“Geloof me, als er iets te melden valt, zijn jullie de eersten die het weten.”
“Gelukkig maar. Ik heb namelijk gehoord dat hij een enorme player is,” zegt Nadien vrolijk.
“Hoezo?” vraag ik en ik probeer niet te laten merken dat ik erg benieuwd ben.
“Je weet wel, in elk stadje een ander schatje.”
“Ongelofelijk, het is zo’n zuurpruim. Je hebt toch geen hele nacht nodig om daar achter te komen?” zegt Ellen lachend.
“Waarschijnlijk zijn het gewoon roddels die nergens op gebaseerd zijn,” zeg ik zo neutraal mogelijk. “Ik snap het best!” roept Nadien er enthousiast overheen. “Het is een lekker ding. Wat denken jullie? Zou ik een kans maken bij hem?”
“Jij hebt toch wat met Rob?” zeg ik zo rustig mogelijk, iedere vezel in mij wil tegen Nadien zeggen: Blijf van hem af, hij is van mij.
“Dat is nog heel pril,” zegt Nadien nonchalant. “Misschien is juist Christopher wel de ware voor mij. Je moet nooit op één paard wedden.” Ellen is ineens weer heel serieus en zegt streng tegen Nadien: “Als je het maar laat. Iemand als Christopher zal je alleen maar verdriet doen. Hij lijkt me niet echt iemand die tot liefde in staat is.” Ik slik even. Ze moest eens weten.
“Kaatje, je moet iets doen. Elsje is ontslagen.” Nadien is duidelijk geschrokken. “Ik weet het.”
Ik probeer rust uit te stralen. Hier was ik al een beetje bang voor.
“Je moet iets doen,” zegt Nadien nog een keer. “Nadien, dit zijn jouw zaken niet.”
“Natuurlijk wel. Elsje is mijn beste vriendin.” Ik kijk haar even fronsend aan. Elsje is een van de vele vriendinnen van Nadien, maar zeker niet haar beste vriendin.
Nadien bindt al een beetje in. “Ze is wel heel aardig en helpt mij ook altijd.” Ja, met de laatste roddels misschien, daar is ze heel goed in. Maar dat kan ik nu niet zeggen. “Er is uitgebreid aan Elsje verteld wat de reden is. Daar ga ik hier niet met jou op in.”
“Ja, maar…”
Ik sta op. “Loop even met me mee naar de spreekkamer.” Gedwee loopt Nadien achter me aan. Ik heb geen zin om deze discussie ten overstaan van mijn hele afdeling te voeren. Liever ga ik er helemaal niet op in, maar Nadien laat zich duidelijk niet afschepen. Zodra we afgeschermd zijn van nieuwsgierige ogen en oren zeg ik: “Nadien, ik heb je al eerder verteld dat die sollicitatiegesprekken belangrijke consequenties kunnen hebben.”
“Dat weet ik heus wel,” zegt Nadien gepikeerd. “Maar kun je voor haar niet ook een extra gesprek regelen, net als bij mij?”
“Nee, dat kan niet,” zeg ik resoluut.
Denkt ze nou echt dat ik dat niet al geprobeerd heb? Chris was er heel duidelijk in. Al krijgt Elsje honderd gesprekken, het gaat gewoon niet goed komen. Nou ken ik Elsje ook wel en ik weet dat hij gelijk heeft. “Kaatje, heb ik dat tweede gesprek gekregen omdat jij iets met Christopher hebt?”
“Wat zeg je?” Ik weet niet wat ik hoor. “Dat zegt Elsje.”
“En dat geloof jij?”
“Toe, Kaatje, niet boos worden, maar de roddel dat jij en Chris heel close zijn, is erg hardnekkig en ik kan het weten.”
“Nadien, met de hand op mijn hart, jouw tweede gesprek was een puur zakelijke beslissing van Chris.”
“Zeker weten?” vraagt Nadien nog een keer. “Zeker weten.” Nadien is duidelijk opgelucht.
Ik kijk rond in het appartement van Chris. Het is groot, de inrichting erg modern en niet bepaald mijn idee van gezelligheid. Het eten staat al klaar en de tafel is gedekt.
Verbaasd kijk ik om me heen. Hoe heeft hij dit geregeld?
Hij ziet mijn verbaasde blik en vertelt dat Betty dit op haar geweten heeft.
“Betty? Wie is in vredesnaam Betty?”
“Mijn hulp, die af en toe ook voor me kookt.”
“Wat een luxe.”
“Pure noodzaak gezien mijn geringe kooktalent.”
Zodra we aan tafel zitten, zeg ik: “Ik geloof dat we niet zo heel zorgvuldig zijn. Er wordt geroddeld over ons.”
“Wat heb je gehoord?” vraagt hij nieuwsgierig.
Ik vertel kort wat Nadien en Ellen gisteren hebben verteld.
Ik zie hem fronsen.
“Maar dat is nog niet het ergste.”
“Niet?”
“Vandaag kwam Nadien naar me toe. Ze was helemaal over haar toeren omdat Elsje is ontslagen.”
“We hebben het hier toch over gehad? Ook al neem jij hierin geen beslissingen, je krijgt het toch over je heen. Zeker omdat je als supervisor toegankelijker bent.”
“Dat weet ik,” zeg ik ongeduldig. “Maar door die stomme roddels gaan ze nu denken dat dat ook van invloed is geweest op de beslissingen die we nemen. Bijvoorbeeld dat tweede gesprek van Nadien.”
“Wat heb je tegen haar gezegd?”
“De waarheid.”
“Wat zeg je?”
“Rustig maar, niet over ons, maar dat de beslissing voor een tweede gesprek een puur zakelijk besluit was.” Even zwijg ik.
Dan zeg ik: “Misschien moeten we er maar gewoon mee kappen?”
“Denk je dat de roddels dan stoppen? Zolang wij zoveel moeten samenwerken zullen die roddels nog wel doorgaan.”
Ik ben opgelucht, want ik was bang dat hij ermee zou willen stoppen zodra hij zou horen van de roddels. “Dan kunnen we er net zo goed nog een beetje van genieten,” zeg ik vrolijk.
“Misschien moeten we onze onenigheden wat meer aandikken,” zegt Chris.
“Wat dat betreft was je eergisteren lekker bezig na dat gesprek met Nadien.”
“Ja, goed, hè?” zegt hij grijnzend.
Ik kijk hem even aan. Zo ziet hij er echt heel knap uit. Ik krijg er kippenvel van. Het is dat het eten zo lekker is, anders zou ik wel weten wat we nu gingen doen. Als iemand mij dit een paar weken geleden had verteld, had ik hem zeker weten voor gek verklaard. “Waar denk je aan?” vraagt hij.
“Niets bijzonders.” Het is gezellig, maar ik ben nog niet zover dat ik al mijn zielenroerselen aan hem voorleg. Daar heb ik Nadien en Ellen voor. Jammer dat ik hun uitgerekend nu niets kan vertellen.
“Zullen we morgen nog een keer naar dat overzicht kijken?” stel ik voor.
“Dat kunnen we ook nu even doen.”
“Jij bent ook altijd aan het werk.”
“Natuurlijk niet, maar het kost ons hooguit een uurtje en dan kan ik morgen iets anders afmaken.” Ik onderdruk een zucht. Hij is wel een beetje een workaholic. Maar hij heeft wel gelijk. Als we het nu even afmaken, dan kan ik morgen ook doen waar ik voor aangesteld ben, namelijk mijn team aansturen. Na een halfuur ben ik het al helemaal zat. “Weet je wat deze maaltijd helemaal perfect zou maken?” zeg ik verlangend.
“Nee.” Hij klinkt afwezig en is nog steeds bezig met werk. “Een bonbonnetje.”
“Ik heb geen bonbons in huis.”
“Gewoon chocola is ook prima.”
“Nee, ook geen chocola. Zullen we verdergaan?”
“Heb je helemaal geen chocola in huis?” Ik ben een beetje teleurgesteld in Betty. Is het wel een vrouw? Chris kijkt een beetje verstoord. “Ik houd niet van chocola, koek of snoep, dus nee, dat heb ik ook niet in huis. Wil je graag dat ik iets ga halen?”
“Nee, laat maar.”
“Oké, dan niet. Waar waren we?”
Ik laat een diepe en naar ik hoop verlangende zucht horen. “Wat is er?” Chris kijkt afwezig op van zijn aantekeningen, terwijl ik smakgeluiden maak.
“Gaat dit nog steeds over chocola? Je zei toch dat ik niets hoefde te halen?”
“Natuurlijk wil ik dat je wat gaat halen.”
“Maar het was toch niet nodig?”
“Jij bent echt erg. Ik haalde toch mijn schouders op? Non-verbaal gaf ik aan dat ik natuurlijk wel wil dat je chocola gaat halen.”
“Zeker weten dat ik chocola moet gaan halen?”
“Nee, laat maar, daar word ik alleen maar dik van.”
“Nou, dan niet. Eerlijk waar, jij weet ook niet wat je wilt.” Hoe duidelijk kan een vrouw zijn?
“Het enige juiste antwoord zou zijn geweest: ‘Jij bent helemaal niet dik en natuurlijk haal ik even chocola voor je’.”
Zuchtend staat Chris op. “Ik geloof dat het enige juiste wat ik nu kan doen is mijn mond houden en chocola gaan halen.”
Een man naar mijn hart. Terwijl Chris ervandoor is, doe ik een poging om me op zijn ongemakkelijke designbank te nestelen. Ondertussen verbaas ik me erover hoe slecht hij vrouwen kent. Ik moet ineens denken aan wat Nadien over hem verteld heeft. Zou hij werkelijk in elk stadje een ander schatje hebben? Zodra hij terug is moet ik het onderwerp maar eens subtiel aansnijden. Een kwartier later is hij terug met een doosje bonbons. “Hier, alsjeblieft, geniet ervan.” Gretig pak ik het van hem aan.
“Zeg, Chris, hoeveel vriendinnen heb je gehad?” vraag ik terwijl ik een bonbon in mijn mond stop. “Wat maakt dat uit?”
Een ontwijkend antwoord, dit kan verschillende dingen betekenen. Misschien heeft hij nog nooit een vriendin gehad en schaamt hij zich dood? Of heeft hij zoveel vriendinnen dat hij echt niet weet waar hij moet beginnen? “Gewoon, belangstelling,” zeg ik nonchalant. Ik zie dat hij moet lachen. “Nieuwsgierigheid zul je bedoelen. Laten we het erop houden dat je niet de eerste bent.”
Ik wil erop doorgaan, maar hij pakt me vast. “Genoeg over vriendinnen, ik weet wel leukere dingen om te doen.” Hij pakt mijn hand en neemt me mee naar de slaapkamer. Hoopvol loop ik achter hem aan, terwijl ik me afvraag of ik het antwoord wel wil weten.
De dag erna staat Chris ineens aan mijn bureau.
“Catharina!” buldert hij.
Ik schrik me dood. Wat heeft hij ineens?
“Volgens mij hadden wij een halfuur geleden bij mij op kantoor afgesproken.”
“Helemaal niet. Ik zou komen wanneer ik dit verslag af zou hebben.”
Ik begin me nu ook op te winden.
“Heb je dat nog steeds niet af dan?”
“Nee, en dat gaat ook niet lukken als jij hier naast mijn bureau blijft staan.”
Even denk ik dat hij nog wat op zijn lever heeft, dan draait hij zich abrupt om en loopt terug naar de gang.
Ik snap er helemaal niets van. Wat is er aan de hand? Ik kijk om me heen en zie dat iedereen geïnteresseerd mijn kant op kijkt. Snel maak ik af waar ik mee bezig ben en loop dan boos naar zijn kantoor.
Mia zit zoals gewoonlijk als een waakhond voor de deur, maar omdat ik bijna dagelijks met Chris overleg heb, mag ik nu gewoon doorlopen.
“Waar sloeg dat op?” val ik met de deur in huis, zodra ik in zijn kantoor ben.
Hij staat op, sluit de deur en neemt me dan in zijn armen.
“Ten eerste weet iedereen nu weer precies wat voor soort relatie wij hebben en ten tweede kan ik je nu ook een extra kus geven.”
Meteen buigt hij zich voorover, maar ik ontwijk hem.
“Wil je me de volgende keer even waarschuwen? Ik schrok me rot.”
“Het is beter wanneer je het niet van tevoren weet. Dan is jouw reactie een stuk leuker.”
“Leuk? Jij vindt dat ik leuk reageer als ik boos ben?”
“Yep! Genoeg gekletst nu.”
Hij kust me en even laat ik het toe. Dan maak ik me los uit zijn omhelzing.
“Weet je nog wat Nadien en Ellen vertelden over de muren hier? Die zijn erg dun.”
Met tegenzin laat hij me los.
Terug op de afdeling vraagt Ellen sarcastisch: “Hebben jullie het weer goedgemaakt?”
Ik negeer haar. Ik zou nu eigenlijk een beetje boos op Chris moeten foeteren, zoals ze dat van mij gewend zijn. Ik durf het niet, bang om door de mand te vallen. Ik ben veel te verliefd, dat merken ze meteen.
“Waarom ga je niet op de fiets naar je werk? Dat gaat toch veel sneller?” vraagt Chris opeens.
“Hoe kom je daar nu weer bij?” vraag ik verbaasd. Chris roert in de pan met pasta en ik probeer de saus op smaak te brengen. Tot nog toe smaakt het nergens naar. We zijn geen van beiden een held in de keuken en helaas heb ik geen Betty tot mijn beschikking.
“Je bent altijd zo laat. Het levert je minstens vijftien minuten per reis op,” rekent Chris me voor. “Wacht even, je bent nu niet mijn leidinggevende. Als je vindt dat ik te laat kom, dan stel ik voor dat je me daar morgen op kantoor op aanspreekt,” zeg ik verbolgen. “Zal ik doen, heb ik weer een reden om je even te zien. Maar nu even serieus. Het scheelt toch een hoop tijd, die kun je ook beter besteden.”
“Mijn fiets heeft een lekke band.”
“Dan maak je hem toch?”
“Wanneer moet ik dat dan doen?”
“Zoveel tijd kost dat toch niet? Zal ik het je leren?”
“Wil jij mijn fiets maken? Kun je dat dan?”
“Natuurlijk, ik ben een man.” Ik lach schamper.
“Ik ken genoeg mannen die dat niet kunnen.”
“Dan zijn het ook geen echte mannen.” Ik denk aan Wim, met zijn twee linkerhanden. Chris heeft gelijk, dat was ook geen echte man. “Waar staat je fiets?”
“In de schuur.” Ik doe het gas uit onder de pannen. “Dit wordt niks, ik bestel wel Chinees,” zeg ik en ik trek hem snel mee naar de achterdeur, voordat hij zich bedenkt. Het is mooi weer en een erg kleine schuur, dus sjouwt Chris mijn fiets naar buiten, terwijl ik alle spullen verzamel waarvan ik denk dat hij ze nodig heeft. Daarna ga ik lekker op de grond zitten. Het is leuk hem zo bezig te zien. Lekker kontje ook, denk ik dromerig. Terwijl Chris mijn band plakt, legt hij geduldig uit wat hij doet. Zo lief van hem.
“Let je wel op?” vraagt hij. “Natuurlijk,” zeg ik zo overtuigend mogelijk. “O ja? Vertel dan maar eens wat ik net gedaan heb.”
“Ik heb geen idee, maar het zag er erg goed uit.”
“Het interesseert je dus geen zier. Hoe doe je dat als hij weer kapotgaat?”
“De volgende keer zal ik beter uitkijken. Mocht ik toch weer een keer pech hebben, dan weet ik nu dat jij er erg goed in bent.”
“Jaja, je maakt misbruik van mijn goedheid.”
“Jij zegt toch altijd dat je iedereen in moet zetten op zijn kwaliteiten?”
“En wat zijn jouw kwaliteiten?” Ik sla mijn armen om hem heen.
“Dat zal ik je weleens laten zien.” Ik ga op mijn tenen staan om hem te zoenen.