Hoofdstuk
10
Het was gewoon een nare droom, dacht Amy toen ze de volgende dag wakker werd. Storm gaat niet echt weg. Maar haar opluchting moest vrijwel meteen plaatsmaken voor het kille besef dat het helemaal geen droom was. Ze moest Storm echt verkopen.
Ze kneep haar ogen stijf dicht en wenste dat de tijd stil zou blijven staan. Maar buiten stonden de paarden al tegen hun staldeuren te schoppen. Ze moest opstaan, want ze hadden honger.
Amy kleedde zich heel langzaam aan. Net toen ze de deur uit stapte, kwam Ty in zijn auto aanrijden.
„Hoe gaat het met je?” Hij keek haar bezorgd aan.
Amy haalde haar schouders op. „Kan beter.”
Ty knikte begripvol. „Wil je erover praten?”
Amy schudde haar hoofd. Ze keek naar de stallen, waar Storm op haar stond te wachten. Ze kon het niet aanzien.
Ty sloeg zijn arm om haar heen. „Kom op, dan gaan we voeren.”
Amy was net bezig Jakes box uit te mesten toen de telefoon ging. Ze rende naar binnen en nam op. „Heartland, met Amy Fleming.” Ze was er met haar gedachten niet helemaal bij; er was nog zo veel te doen.
„Hallo,” zei een man kortaf. „Met Buchanon, Charles Buchanon. Ik hoorde dat u een paard te koop heeft. Een schimmelruin? Springt in de junioren?”
Amy kon van schrik even niks uitbrengen. „Eh… ja,” antwoordde ze. Ze concentreerde zich snel op het gesprek. „We hebben nog geen advertentie gezet.”
„Ik was gisteren op Marriott Park en ik hoorde de jongen die op hem reed, met wat mensen praten. Hij zei dat-ie te koop was.”
„Ja, eh… dat is-ie ook.” Amy was hier nog niet op voorbereid.
„Mooi. Ik heb hem al een paar keer zien springen. Hij heeft talent. Ik weet wel zeker dat een paar van mijn klanten hem graag willen hebben.”
„Klanten?”
„Ik heb een handelsstal,” verklaarde meneer Buchanon. „Oké, wat wil je voor hem hebben?”
Amy wist even niet wat ze moest zeggen. Over een prijs had ze nog helemaal niet nagedacht. Ze had alleen maar kunnen denken dat Storm een goed tehuis moest krijgen. „U bent een handelaar?”
„Inderdaad. Wat vraag je voor hem?”
„Het spijt me.” Amy voelde zich een beetje ongemakkelijk, maar ze moest nu aan Storm denken. „We verkopen niet aan handelaren. Ik wil weten bij wie hij terechtkomt.”
„Maar ik betaal handje contantje,” drong meneer Buchanon aan, alsof dat iets uit zou maken.
„Helaas,” zei Amy resoluut. „Het is voor mij belangrijker dat hij een goede plek krijgt, veel belangrijker dan de prijs, contant of niet. Het spijt me.” Niet te geloven dat ze nu al over Storm gingen bellen. Ze zou met Lou moeten overleggen wat ze eigenlijk voor hem wilden hebben. Ze werd al helemaal misselijk bij het idee.
Nog geen drie uur later hadden er al drie mensen voor Storm gebeld. Geen van hen was geschikt, vond Amy. Er waren twee handelaren bij en de derde was de vader van een verwend jong ruitertje dat al een heleboel paarden had.
„Ik wil niet dat je bij allemaal andere paarden terecht komt die ook nog eens door stalhulpen worden verzorgd,” zei ze tegen Storm. „Je verdient een plek waar iemand helemaal voor jou gaat, die heel veel van je houdt.”
Ze keek om naar Ty, die op het erf met Duke aan het werk was. Duke draaide met zijn oren, maar bleef keurig staan toen Ty zijn handen over zijn benen liet gaan.
„Hij doet het prima,” merkte Amy op.
Ty knikte. „Ik wil proberen of ik zijn voet kan optillen. Wil jij hem dan voor me vasthouden, voor het geval hij achteruitspringt?”
„Tuurlijk.” Amy pakte het halstertouw van Duke vast.
Ty gaf hem een klopje. „Zo, braaf maar, jongen. Mag ik even naar je voet kijken?” Hij liet zijn hand naar beneden glijden over Dukes linkervoorbeen, klakte met zijn tong en leunde voorzichtig tegen Dukes schouder.
Het paard tilde zenuwachtig zijn hoofd op en gaf keurig een voetje.
„Goed zo!” Ty hield de hoef een heel klein stukje boven de grond vast.
Amy klopte de ruin opgetogen op zijn hals.
Ty zette Dukes voet neer en gaf hem een stukje wortel. „Dat ging lekker! Ik ga nu een achtervoet proberen.”
Een voor een tilde hij de voeten van het paard op.
Het leek wel of Duke zich steeds meer ontspande en uiteindelijk tilde hij zonder problemen zijn hoeven op.
Nadat Ty alle voeten twee keer had gehad, kwam hij fronsend overeind. „Hier klopt iets niet, Amy.”
„Hoezo?”
Ty keek peinzend naar Duke. „Ik snap echt niet waarom hij zo gestoord deed op Green Briar. Ik bedoel, kijk nou eens naar hem. Hij geeft echt heel braaf voetjes. Als hij zo vervelend deed omdat hij bang was, dan zouden we dit never nooit zo snel voor elkaar hebben gekregen. Ik had eigenlijk gedacht dat ik niet verder zou komen dan één voet een piepklein stukje van de grond. Maar hij vindt het helemaal niet erg.”
„Je hebt gelijk.” Amy begreep wat Ty wilde zeggen. Duke stond er volledig ontspannen bij. „Hij raakt totaal niet van streek of zo.”
„Hij begon moeilijk te doen toen de hoefsmid daar kwam, toch?” informeerde Ty.
Amy knikte. „Denk je dat hij bang is om beslagen te worden?”
„Misschien. Maar dat verklaart nog niet waarom hij over de rooie ging toen de stalhulpen zijn hoeven wilden uitkrabben.”
„En bovendien heeft de hoefsmid hem niet eens echt beslagen.” Amy herinnerde zich weer wat Daniël had verteld. „Hij had nog maar net Dukes voet op de steun gezet toen hij al uit zijn dak ging.” Er ging haar opeens een lichtje op. „Misschien is hij wel bang voor de steun.”
Ty leek niet overtuigd. „Maar waarom zou hij dan de volgende dag nog zo raar doen?”
„Tja.” Amy wist het ook niet.
„Wacht eens even, misschien gaat het niet om de steun, maar om die beweging met zijn been. Ik ga even wat proberen.” Ty liet zijn hand weer over een voorbeen naar beneden glijden.
Duke tilde braaf zijn voet op.
Heel langzaam, met zijn ogen strak op Dukes gezicht gericht, trok Ty het been naar voren, zoals de hoefsmid dat zou doen. Hij tilde de voet op alsof hij die op een steun wilde zetten.
Duke gooide onmiddellijk zijn hoofd omhoog en spande al zijn spieren van pijn.
Ty liet meteen de voet zakken. „Sorry, jongen.”
Amy keek Ty met grote ogen aan. „Dat deed hem pijn!”
„Gek, ik kan geen duidelijke pijnpunten vinden.” Ty voelde voorzichtig aan Dukes voorbenen, borst en schouders. De ruin vertrok geen spier. „Het lijkt wel alsof het alleen gebeurt als zijn voet onder een bepaalde hoek omhoog en naar voren gaat.”
Amy dacht na. „Zou het iets te maken kunnen hebben met het feit dat Val Grant hem te snel vol aan het werk zette? Misschien zijn z’n spieren gewoon overbelast.”
Ty knikte. „Ik ga Scott eens bellen om te vragen wat hij ervan denkt.” Hij gaf Duke een klopje. „We vinden wel een oplossing, jochie. Maak je maar geen zorgen.”
Amy zette Duke op stal, terwijl Ty de dierenarts belde. Ze vulde net zijn wateremmer bij toen Ty weer naar buiten kwam. „Wat zei Scott?”
„Dat hij morgen even langskomt, maar dat het misschien ook een goed idee is om een chiropractor naar Duke te laten kijken.”
„Wist hij er één?”
„Ja, hij gaf me de naam van een vriend van hem, ene Max Barker.”
„En ga je hem bellen?”
„Heb ik al gedaan. Hij is toevallig vanmiddag in de buurt, dus hij komt na de lunch langs.”
Max Barker kwam iets na tweeën. Het was een lange, slanke, licht kalende man van een jaar of veertig, met een brede glimlach. In zijn spijkerbroek, T-shirt en sportschoenen leek hij niet erg op een paardendokter, maar toen hij met Duke aan de gang ging, was het direct duidelijk dat hij precies wist wat hij deed.
Hij vroeg hun wat ze over Dukes verleden konden vertellen en keek vervolgens goed hoe de kastanjebruine ruin zich bewoog. „Oké. Nu ga ik hem onderzoeken.”
Ty aaide Duke over zijn neus, terwijl de chiropractor op Dukes rug, achterhand, schouders en hals drukte.
Binnen vijf minuten knikte hij. „Oké.” Hij klopte Duke op zijn hals. „Hij heeft pijn in zijn schouders, schoft en hals. Ook zijn heupen zijn wat gevoelig. Gezien jullie verhaal, denk ik dat de meeste problemen zijn veroorzaakt doordat hij na lang stilstaan te plotseling en te hard aan het werk is gezet.” Hij schudde zijn hoofd. „Je kunt toch niet verwachten dat een paard binnen een paar weken weer volledig in vorm is.”
„Kun je iets voor hem doen?” vroeg Amy.
„Zeker,” antwoordde Max Barker. „Ik denk dat het met drie of vier behandelingen in de komende weken wel is gepiept.”
„En dan is hij van zijn klachten af?” wilde Ty weten.
„Ja, dan is-ie weer zo goed als nieuw.”
Amy en Ty keken elkaar opgetogen aan.
Max gaf Duke een klopje. „Oké, jongen. Aan de slag.”
Hij begon Dukes nek en schoft voorzichtig te manipuleren met zijn handen.
„Dus al Dukes problemen waren Vals schuld,” zei Amy met afkeer. „Dat mens ook!”
„Het was vast heel pijnlijk voor Duke toen de hoefsmid zijn been probeerde op te tillen,” knikte Ty. „Geen wonder dat hij door het lint ging.”
„En geen wonder dat hij daarna zijn voeten niet meer wilde optillen,” viel Amy hem bij.
„Arme jongen.” Ty aaide de ruin over zijn neus. „En je kon helemaal niks beginnen, behalve proberen achteruit weg te lopen om aan de pijn te ontsnappen. Daar kreeg je voor op je donder. Het is geen wonder dat je begon te trappen en te bijten.”
Max Barker keek om. „Je wilt niet geloven hoeveel zogenaamd koppige of valse paarden gewoon paarden met pijn zijn.”
Amy knikte. Dat zagen ze op Heartland ook steeds. Paarden die als moeilijk waren bestempeld, terwijl ze alleen maar hun bazen duidelijk hadden willen maken dat ze bang waren of pijn hadden. „Luisterden de mensen maar wat beter naar wat paarden proberen te vertellen,” zuchtte ze.
Max knikte. „Maar dan kom ik weer bij stallen als deze,” hij keek om zich heen naar Heartland, „en dan krijg ik weer hoop. We kunnen echt iets betekenen, wij mensen met hart voor paarden. Het duurt misschien even, maar we komen er wel.”
Amy glimlachte. Ze ging de chiropractor met de minuut meer waarderen.
„Oké, dat was dat,” zei hij uiteindelijk. „Ik kom over twee dagen terug, ongeveer om dezelfde tijd.”
„Hartstikke goed,” zei Amy. „Bedankt!”
Ty zette Duke terug op stal en Amy liep met Max Barker mee naar zijn auto.
„Tot woensdag,” riep ze de vertrekkende jeep achterna. Amy wilde zich net omdraaien om naar Ty te gaan, toen ze een dure, zilverkleurige Mercedes de oprijlaan op zag komen. Ze bleef staan en fronste haar wenkbrauwen. Kende ze die auto niet? Het was… de auto van de familie Grant! Met open mond keek Amy toe hoe Val de auto op het erf parkeerde.
Ashley zat naast haar in de auto. Ze stapte niet uit en keek Amy niet eens aan.
Val Grant deed haar portier open. „Hallo, Amy.” Ze glimlachte.
Amy’s nekharen gingen wantrouwend overeind staan. Waarom deed Val opeens alsof ze dikke vriendinnen waren? „Wat kan ik voor u doen, mevrouw Grant?”
Val stapte uit. „Is je opa of zus in de buurt?”
„Nee. Ze zijn allebei weg.”
„Jammer.” Het leek of Val Grant een beetje van haar stuk was. „Nou, misschien kun jij me helpen. Ik hoorde dat Storm te koop is.”
Amy kon haar oren niet geloven.
„Ik overweeg om hem te kopen,” ging Val snel verder. „Daarom wilde ik je zus of opa spreken. Om over de prijs te onderhandelen. Je hebt het niet slecht gedaan met hem, alles bij elkaar genomen.”
„Wat bedoelt u daarmee?” vroeg Amy. Ze voelde zich steeds bozer worden.
„Nou…” Val Grant keek veelbetekenend om zich heen naar de stallen en weilanden van Heartland. „Dit is niet bepaald de plek voor een paard met Storms kwaliteiten, nietwaar? Dat moet zelfs jij toegeven, Amy. Hij heeft echt talent.”
Amy werd woest. „Dus u denkt dat hij beter af is bij u?”
Val Grant keek haar aan alsof ze gek was. „Ja, natuurlijk. Wat dacht je alleen al van de faciliteiten die we op Green Briar hebben! En hij zou natuurlijk een ruiter krijgen die net zo veel in zijn mars heeft als hijzelf.”
Met veel moeite hield Amy haar boosheid in bedwang. „Ik denk dat u beter kunt vertrekken, mevrouw Grant. We zullen Storm niet aan u verkopen,” zei ze kil.
„Zo.” Val glimlachte naar Amy alsof ze een kleuter was. „Weet je, ik denk dat ik dit beter met je opa kan bespreken.”
„Dan is het antwoord nog steeds nee. Ik beslis waar Storm heen gaat.”
„Ik wil een hele goede prijs voor hem betalen,” zei Val.
Amy snapte niet waarom Val het niet gewoon opgaf. „Het maakt niet uit hoeveel u voor hem geeft. Ik verkoop hem toch niet aan u.”
Net op dat moment stak Duke zijn hoofd over de staldeur naar buiten.
Val staarde met open mond naar de ruin. „Dat paard!” riep ze uit, en Storm was even helemaal vergeten. „Wat doet dat hier? Ik heb hem aan Daniël Lawson verkocht!”
„Ja, Daniël heeft hem voor ons gekocht,” knikte Amy. „We helpen hem.”
Val Grant snoof vol ongeloof. „Dan zijn jullie nog dommer dan ik dacht. Hem hélpen? Geloof me, er is maar één geschikte plek voor zo’n paard. Hij is gestoord. Wat dat beest nodig heeft, is een kogel door z’n kop.”
Amy kon zich niet langer inhouden. „Wat hij nodig heeft, is iemand die hem helpt met de pijn die hij heeft! De enige reden waarom Duke zo raar doet, is dat zijn spieren hem pijn doen en dat het dus hartstikke zeer doet als hij zijn voeten moet optillen. En die spierpijn komt door de manier waarop jullie hem op Green Briar hebben afgebeuld. Binnen twee weken hadden jullie hem weer volledig aan het werk! Hebben jullie er nooit bij stilgestaan dat hij misschien pijn had, toen hij zo vervelend begon te doen? Hebben jullie dat toen niet even onderzocht?”
Amy zag Vals gezichtsuitdrukking van verbazing overgaan in kwaadheid. „Wat weet jij er nou van? Je hebt geen idee wat ik met dat paard heb gedaan. En hoe ik hem heb geprobeerd beter te maken.”
„Door met een luchtbuks op hem te schieten, bedoelt u?”
Val verstrakte. Ze keek Amy een paar tellen aan, draaide zich om en liep terug naar de auto.
„En u dacht echt dat ik Storm aan u zou verkopen?” riep Amy haar na. „Over mijn lijk! Ik moet u eigenlijk aangeven bij de dierenbescherming.”
Val, die net was ingestapt, gooide de deur weer open. „Doe jij maar net zo interessant als je wilt, Amy Fleming. Maar als dat paard hier eenmaal weg is, heb je mooi niks meer te zeggen over zijn toekomst. Helemaal niks.” Ze knalde het portier dicht en reed weg. Ashley had Amy niet één keer aangekeken.
Amy staarde hen na. In haar hoofd hoorde ze nog steeds Vals laatste woorden. Ze had gelijk. Als Storm eenmaal van Heartland weg was, had Amy geen controle meer over zijn leven. Wedstrijdpaarden werden heel vaak gekocht en weer doorverkocht. Wat als hij op de verkeerde plek terecht zou komen?
Ze liep naar de stal van Storm en ging naast hem zitten. Ze voelde zich opeens vreselijk wanhopig. „Ik weet niet wat ik moet doen,” fluisterde ze. Een golf van paniek sloeg door haar heen. „Ik weet het echt niet meer.”
De telefoon begon te rinkelen. Amy wist dat Ben en Ty in de verste weilanden bezig waren, dus gaf ze Storm een zoen en kwam met tegenzin overeind. Ze had helemaal geen zin om op te nemen. Het was vast weer iemand die over Storm belde, maar misschien was het ook een noodgeval en ging het over een paard dat hulp nodig had. Ze kon het niet negeren.
Ze rende naar binnen en pakte de telefoon.
„Hoi, Amy.” Het was Nick Halliwell.
„Hé, Nick!” Amy slaakte opgelucht een zucht.
„Zo hé, wat klink jij blij dat ik bel,” grapte Nick.
„Nou, ik was bang dat het alweer iemand zou zijn voor Storm.”
„Tja, eh… eigenlijk bel ik daar ook voor. Heb je hem al verkocht?”
Amy fronste verward. „Nee, hoezo?”
„Omdat ik hem graag van je wil kopen.”
Amy kon even geen woord uitbrengen.
„Amy?” vroeg Nick na een lange stilte.
„Je wilt Storm kopen!” stamelde Amy.
„Absoluut,” zei Nick. „Ik vind dat hij ongelooflijk veel talent en mogelijkheden heeft.”
„Ga je met hem springen?”
„Nee…” Nick grinnikte. „Ik zet hem voor de voddenkar, nou goed? Wat dacht jij dan, Amy? Natuurlijk ga ik met hem springen!”
„Maar… Nou ja, dat had ik echt niet verwacht.”
„Ik zal in het begin natuurlijk niet zo veel zelf met hem springen,” ging Nick verder. „Ik ben heel vaak naar wedstrijden, dus worden mijn jonge paarden vaak gereden door mijn stagiaires. Ik heb ieder van hen twee of drie paarden toegewezen om voor te zorgen.”
„Ja, dat heb ik gehoord.” Amy herinnerde zich haar gesprek met Daniël.
„Ik weet hoe goed Storm gisteren voor Daniël sprong. Wat ik graag zou doen, als ik hem kan kopen, is hem aan Daniël toewijzen. Dat betekent dat Daniël zijn voortgang bijhoudt, hem verzorgt, hem traint en wedstrijden met hem rijdt en hem zo op een steeds hoger niveau brengt.”
Amy kon haar oren niet geloven. „Dat zou te gek zijn!”
„Hoeveel vragen jullie eigenlijk voor hem?” vroeg Nick.
Amy vertelde hem de prijs die Lou en zij tijdens de lunch hadden bedacht.
„Klinkt redelijk,” vond Nick. „En? Zou je hem aan mij willen verkopen?”
„Ja,” zei Amy. Er schoot haar iets te binnen. „Maar je gaat hem dan toch niet doorverkopen?”
Nick dacht even na. „Ik kan niet garanderen dat ik hem voor altijd zal houden,” antwoordde hij eerlijk. „Ik heb simpelweg geen ruimte om paarden te houden die niet presteren of niet goed genoeg zijn.”
„O.” Amy’s mooie droom spatte uiteen. Het had allemaal zo perfect geleken.
„Maar,” ging Nick verder, „ik weet zeker dat we kunnen afspreken dat jij de eerste optie hebt om hem terug te kopen als ik ooit besluit hem te verkopen.”
Amy voelde zich ontzettend opgelucht. „Ik moet het eerst met Lou en opa bespreken, maar het klinkt super.”
Alsof ze haar hadden gehoord, kwamen Lou en Jack net op dat moment thuis met de boodschappen.
„Mag ik je over een minuut of tien terugbellen?” vroeg ze aan Nick.
„Tuurlijk, prima.”
„En, wat denken jullie ervan?” Amy keek opa en Lou vragend aan, nadat ze over Nicks voorstel had verteld.
Jack ging aan de keukentafel zitten. „Het klinkt heel redelijk.”
„En Nick is erg aardig,” vond Lou. „Het zou heerlijk zijn voor Storm om naar zo’n goeie springstal te gaan. En dan wordt Daniël ook nog eens zijn verzorger.”
Amy knikte. Ze wist dat Daniël voor Storm zou zorgen alsof het zijn eigen paard was.
„Ik vind het een superidee,” zei Lou. „En Storm blijft hier dan ook nog een beetje in de buurt.”
„Ik ga Nick meteen terugbellen.” Amy ging naar het kantoortje en toetste Nicks nummer in.
Hij nam gelijk op en was opgetogen toen hij het nieuws hoorde. „Fantastisch. Ik stuur Daniël zo snel mogelijk om hem op te halen.”
Amy moest even slikken. Dit was geen spelletje. Storm ging echt weg van Heartland. Daniël zou komen om hem mee te nemen.
„Komt morgenochtend uit?” wilde Nick weten. „Ik ga woensdag naar een wedstrijd in Duitsland en ik wil er graag bij zijn als hij komt.”
Amy voelde zich misselijk worden. „Ja,” hoorde ze zichzelf zeggen. „Morgenochtend is prima.”
„Mooi. Daniël is er om een uur of tien.”
Langzaam legde Amy de telefoon neer. Ze liep de keuken in en bleef als verdoofd staan.
„Gaat het?” vroeg Lou.
„Daniël komt Storm morgenochtend al halen,” zei Amy. Haar stem klonk raar, alsof de woorden van heel ver weg kwamen.
„Dan al?” Jack trok een verbaasd gezicht.
Lou liep naar Amy toe en keek haar vol medeleven aan. „Ik weet zeker dat Nick het zal begrijpen als je Storm nog een paar weken hier wilt houden.”
„Het geeft niet,” zei Amy zacht. „Ik… ik heb al gezegd dat het goed is.” Ze ging naar buiten en liep het erf op.
Storm hoorde haar voetstappen en hinnikte.
„Dag, jongen.” Ze liep naar hem toe en nam elke centimeter van zijn prachtige hoofd in zich op. Ze hield zo vreselijk veel van hem en nu ging hij morgen weg. Ze leunde met haar voorhoofd tegen het zijne en kon bijna geen lucht krijgen van verdriet. Ze bleef even zo staan en haalde daarna diep adem. Ze dwong zichzelf het erf weer op te gaan om Ty en Ben het nieuws te vertellen.
Ze stonden in het voerhok, waar ze het voer voor de avond in emmers schepten.
„Wat goed voor Daniël,” zei Ben, toen ze over Nicks voorstel had verteld.
Amy knikte zonder iets te zeggen.
„En dan kun je Storm heel vaak gaan opzoeken,” vervolgde Ben.
Het voelde alsof Amy een stomp in haar maag kreeg. Storm ópzoeken… Maar Storm was van haar!
„En hoe voel jij je erbij?” vroeg Ty.
Amy knikte. „I…ik vind het oké.” Maar haar stem klonk hoog en benepen. Ze aarzelde. „Ik ga het erf maar eens aanvegen.” Ze liep weg. De wereld leek een beetje wazig, alsof ze het allemaal niet goed kon bijhouden. Ze pakte een bezem en begon te vegen.
Nadat iedereen die avond naar huis was gegaan, pakte Amy Storms tuig uit de zadelkamer. Haar keel zat helemaal dicht en ze aaide hem over zijn neus. Morgen… dacht ze. Maar weer leek het alsof haar hoofd totaal verdoofd raakte.
Met een leeg gevoel van binnen leidde ze hem de stal uit en klom ze op zijn rug. De avondzon gaf een zacht schijnsel en in de takken van de bomen zongen vogels. Storm nooit meer kunnen rijden, hem nooit meer in zijn stal zien staan, zijn gehinnik niet meer horen. Hoe zou ze het ooit aankunnen?
Dat kan ik gewoon niet, dacht ze.
Ze maakte de teugels op maat en stuurde hem het ruiterpad op naar de heuvel achter Heartland.
Storm stapte soepel voort, zijn oortjes naar voren.
Het pad ging het bos in en Amy liet hem eerst in draf en daarna in galop overgaan. Ze nam de verlichte zit aan en voelde zijn krachtige spieren onder zich bewegen. De wind waaide door haar haren en opeens kreeg ze onbedwingbaar veel zin om gewoon altijd zo door te blijven rijden, ver weg van Heartland en wat er morgen zou gebeuren. Dan waren ze voor altijd samen.
Storms hoeven stampten ritmisch over het gras. Voor één heerlijk moment liet ze zichzelf geloven dat het zou kunnen. Voor altijd samen.
Het ruiterpad werd kronkelig en Storm ging langzamer lopen. De werkelijkheid drong weer tot Amy door. Ze liet hem in stap overgaan en aaide hem verdrietig over zijn hals. Ze moest de waarheid onder ogen zien. Er was geen ‘voor altijd samen’, niet voor haar en Storm.
Amy lag de hele nacht te woelen in haar bed. Ze stond heel vroeg op en was al aan het voeren toen Ty aankwam.
„Waarom blijf je vanochtend niet lekker bij Storm in zijn stal?” stelde hij voor. „Ben en ik doen de stallen wel.”
„Ik kan ook helpen.”
Amy draaide zich om. Daar stond Lou, haar blonde haar nog warrig van het slapen. „Ty heeft gelijk. Je hebt wat tijd met Storm nodig.”
„Bedankt,” zei Amy stilletjes. Ze pakte Storms poetskist en halster en ging hem borstelen. Het leek wel of alles veel trager ging dan anders. Dit is de laatste keer, dacht ze bij elke haal van de borstel, de laatste keer dat ik hem poets.
Toch kon ze het eigenlijk nog niet helemaal geloven. Pas toen Nicks trailer rammelend het erf op kwam, drong tot Amy door dat het echt waar was.
„Amy!” Daniël stapte uit en kwam naar haar toe.
„Hoi,” piepte ze.
Daniël keek haar onderzoekend aan. „Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Ik vind het geweldig dat Nick Storm heeft gekocht, maar ik weet ook hoe afschuwelijk dit voor jou is.”
Amy knikte. „Maar toch heb ik liever dat jij en Nick hem krijgen dan iemand anders.”
Ze keken elkaar lang aan.
„Ik… ik zal hem klaarmaken voor de reis,” zei Amy ten slotte.
„Amy, wacht. Nick heeft me wat transportbandages meegegeven. Dan hoeven die van jou niet weer terug.”
„O, oké.”
Daniël haalde de bandages uit de trailer. „Zal ik je helpen?”
Amy schudde haar hoofd.
„Ik ga de anderen even gedag zeggen.” Daniël begreep dat ze even alleen wilde zijn. „Roep maar als je klaar bent.”
Amy liep langzaam terug naar Storms stal. De ruin zag haar met de bandages aankomen en hinnikte opgewonden. Amy’s hart brak. „Je gaat niet naar een wedstrijd, jochie.”
Maar Storm begreep het niet. Hij schraapte ongeduldig met zijn voorhoef over de grond.
Amy haalde diep adem, knielde en begon Nicks bandages vast te maken.
Al gauw was Storm klaar. Veel te snel, naar Amy’s zin. Ze stond op toen het laatste klittenbandje vastzat.
Met een brok in haar keel gaf ze Storm een zoen op zijn neus. Ze sloot even haar ogen. „Ik doe dit voor jou,” fluisterde ze. „Voor jou, Storm.” Ze slikte, deed haar ogen open en liep naar de deur. „Daniël!” Ze moest haar uiterste best doen om haar stem niet te laten trillen. „Storm is klaar om te gaan.”
Ze liep terug naar Storm en maakte zijn halstertouw los. „Ik hou zo veel van je,” zei ze wanhopig. „Dat moet je niet vergeten. Niemand houdt meer van je dan ik.” Dikke tranen prikten in haar ogen.
Ze hoorde voetstappen aankomen en snel veegde ze haar tranen weg. Ze haalde diep adem en leidde Storm de stal uit.
„Hallo, Storm.” Daniël gaf hem een klopje.
Ben, Ty en Lou kwamen ook aangelopen.
„Lief zijn voor Daniël, Storm,” zei Lou tegen de schimmel.
„En niet mij en Red gaan verslaan tijdens wedstrijden, hè?” Ben aaide hem over zijn neus.
„Dag, Storm,” zei Ty zachtjes.
Daniël keek Amy aan. „Wil jij hem op de wagen zetten of zal ik het doen?”
Amy aarzelde. „Doe jij het maar.” Ze gaf hem het halstertouw.
Storm stapte gretig met Daniël mee.
Amy keek toe. Dit kon toch niet waar zijn! Storm kon toch niet echt weggaan?
Storm kwam bij de laadklep.
Opeens hield Amy het niet meer. Ze rende naar hem toe en sloeg haar armen om zijn hals.
„Amy?” zei Daniël.
Amy haalde pijnlijk adem. Hoe kon ze dit nou doen?
Ik kan het niet, dacht ze wanhopig bij zichzelf. Echt niet!
Net op dat moment trok Storm aan het touw, zo graag wilde hij de trailer in.
Amy keek naar zijn gespitste oortjes en slaakte een bibberige zucht. Met elk greintje wilskracht in haar lijf dwong ze zichzelf om hem los te laten.
„Zul je veel van hem houden, Daniël?” Haar stem was bijna niet hoorbaar.
Daniël keek haar strak aan. „Altijd!”
Amy deed een stap naar achteren, haar kaken strak op elkaar geklemd om maar niet toe te geven aan de tranen die achter haar ogen prikten.
„Ik bel je als we veilig zijn aangekomen,” zei Daniël zacht. Hij deed de laadklep dicht.
Amy knikte. Ze kon geen woord meer uitbrengen.
Toen de trailer wegreed, liep er een traan over haar wang en daarna nog een. Voetstappen kwamen dichterbij en ze voelde hoe Ty haar hand vastpakte. „Het was de juiste beslissing,” zei hij en hij kneep zachtjes in haar vingers.
Amy schudde haar hoofd. Haar gezicht was nat van de tranen.
„Kijk eens om je heen, Amy,” fluisterde Ty.
Amy keek het erf rond, terwijl ze zich afvroeg wat hij bedoelde. Lou en Ben stonden bij Willow, die was vastgebonden aan een ring in de muur. In de verte graasden de andere paarden en pony’s in de weilanden.
„Dit had je nooit op kunnen geven. Ik weet dat het moeilijk is om Storm te verliezen, Amy. Maar je kunt hem nog steeds zien. Als je Heartland had opgegeven, had je je hele hart weg moeten doen.”
Amy snikte en verborg haar gezicht in zijn jas. Ty had gelijk, maar ze kon nu even aan niks anders denken dan aan Storm.
Ty sloeg zijn armen om haar heen en liet haar uithuilen.
Toen de tranen eindelijk wat minder werden, tilde Amy haar hoofd op. Ze keek opnieuw naar de zonovergoten stallen en de vredig grazende paarden. Ty gaf haar een zoen op haar voorhoofd. En op dat moment wist ze opeens zeker dat het een goede beslissing was. Voor Storm, voor de paarden die haar nodig hadden en voor haarzelf.
Ze keek in Ty’s ogen en zag haar toekomst.
„Alles komt goed,” fluisterde hij en hij trok haar dicht tegen zich aan.
Amy lachte door haar tranen heen. „Dat weet ik.” En in de warmte van zijn armen was ze daar ook echt van overtuigd.