Hoofdstuk 13

‘Het zijn gewoon hoeren,’ zei Ange, het woord uitspugend. ‘Hoewel dat eigenlijk een belediging is voor alle hardwerkende hoeren in de wereld. Het zijn... het zijn profitéúrs.’

We keken een stapel kranten door die we gekocht hadden om mee te nemen naar het koffietentje. Ze bevatten allemaal ‘rapportages’ over het feest in Dolores Park en schilderden het zonder uitzondering af als een dronken, stonede orgie van jongeren die zich tegen de politie gekeerd hadden. USA Today gaf een raming van de kosten van het ‘oproer’, onder andere voor het wegwassen van de resten pepperspray, de golf van astmatische aanvallen waardoor de eerstehulpafdelingen ondergesneeuwd waren en de kosten van het verwerken van de achthonderd gearresteerde ‘oproerkraaiers’.

Niemand belichtte onze kant van de zaak.

‘Nou, Xnet weet het in ieder geval wel,’ zei ik. Ik had een aantal blogs en video’s en fotostreams op mijn mobiel gezet en liet haar die zien – verslagen uit de eerste hand van mensen die afgetuigd waren. Op de video’s zag je hoe we dansten, ons vermaakten, en hoorde je de vreedzame politieke toespraken en het gescandeerde ‘Pak het terug’ en Trudy Doo’s opmerking dat wij de enige generatie waren die kon geloven in vechten voor onze vrijheden.

‘We moeten dit bekendmaken,’ zei ze.

‘Ja, nou,’ zei ik somber. ‘Leuk bedacht.’

‘O ja? Waarom denk je dat de pers nooit onze kant van de zaak laat zien?’

‘Dat zei je net zelf. Omdat het hoeren zijn.’

‘Jawel, maar hoeren doen het voor het geld. Als ze een controverse konden creëren zouden ze meer kranten en advertenties verkopen. Nou hebben ze alleen maar een misdaad... controverse doet veel meer stof opwaaien.’

‘Oké, dat is waar. Dus waarom doen ze het dan niet? Omdat verslaggevers niet eens alle gewone blogs bij kunnen houden, laat staan alles op Xnet. Dat is nou eenmaal echt geen vriendelijke omgeving voor volwassenen.’

‘Dat niet, nee. Maar daar kunnen we toch iets aan doen?’

‘Hoe dan?’

‘Gewoon, door het op te schrijven. Alles op één plaats te zetten, samen met alle links. Eén plek waar de pers naartoe kan gaan om het hele verhaal te horen. Met een link naar de handleiding voor Xnet. Dan kunnen internetgebruikers naar Xnet gaan zonder bang te zijn dat het dhs er achterkomt waar ze geweest zijn.’

‘Denk je dat dat werkt?’

‘Weet ik niet... maar zelfs als het niet werkt, doen we in ieder geval iets positiefs.

‘En waarom zouden ze naar ons luisteren?’

‘Wie zou er niet naar M1k3y luisteren?’

Ik zette mijn koffie neer, pakte mijn mobiel en stak hem in mijn zak, stond op, draaide me om en ging naar buiten. Ik sloeg een willekeurige richting in en begon te lopen. Het was net of de huid van mijn gezicht verstrakte en al mijn bloed naar mijn maag zakte. Mijn maag kromp samen.

Ze weten wie je bent, dacht ik. Ze weten wie M1k3y is. Het was gebeurd. Als Ange dit uitgevogeld had, dan het dhs ook. Ik was er geweest. Toen ze me uit die dhs-vrachtwagen lieten, wist ik dat ze me op een dag op zouden komen halen en voor eeuwig op zouden sluiten waar ze Darryl vasthielden.

Het was gebeurd.

Bij Market Street greep ze me van achteren beet – buiten adem en duidelijk woest.

‘Wat héb je verdomme, man?’

Ik schudde haar af en liep door. Alles was voorbij.

Ze greep me opnieuw. ‘Hou op, Marcus, je maakt me bang. Kom op, zeg iets.’

Ik bleef staan en keek haar aan. Ik kon haar gezicht amper zien. Ik kon me niet concentreren. Heel even kreeg ik een wilde aanvechting me voor de bus te gooien die op dat moment voorbij raasde. Doodgaan was beter dan terug te moeten.

‘Marcus!’ Toen deed ze iets wat ik alleen uit films kende. Ze gaf me een klap, een keiharde oorvijg. ‘Zeg verdomme iets!’

Ik keek haar aan en legde mijn hand op mijn wang, die pijnlijk tintelde.

‘Niemand hoort te weten wie ik ben,’ zei ik. ‘Simpeler kan ik het niet zeggen. Als jij het weet is alles voorbij. Zodra andere mensen het weten is alles voorbij.’

‘O god, sorry. Luister, ik weet het alleen maar omdat, nou ja, omdat ik Jolu gechanteerd heb. Na dat feestje heb ik hier en daar wat informatie ingewonnen om te zien of je echt de aardige vent was die je leek te zijn of misschien een geheime bijlmoordenaar. Ik ken Jolu al jaren en toen ik hem naar jou vroeg dweepte hij met je alsof je de wedergeboren Christus was of zo. Maar ik voelde dat hij iets achterhield. Ik ken Jolu al heel lang. Jaren geleden ging hij een poosje met mijn oudere zus tijdens een computerkamp. Daar ken ik een paar sappige geheimen over en ik zei dat ik die bekend zou maken als hij me niet vertelde wat het was.’

‘En dus vertelde hij het.’

‘Nee,’ zei ze. ‘Hij zei dat ik dood kon vallen. Toen vertelde ik hem iets over mezelf. Iets wat ik nog nooit tegen iemand gezegd heb.’

‘Wat dan?’

Ze keek me aan. Keek om zich heen. Keek weer naar mij. ‘Oké, ik zal je niet vragen te zweren het geheim te houden, want dat is toch zinloos. Ik kan je vertrouwen, of niet... Vorig jaar...’ Ze zweeg. ‘Vorig jaar heb ik de eindexamens gestolen en op het internet gezet. Gewoon, voor de lol. Ik kwam toevallig langs het kantoor van de directeur en de deur van zijn brandkast stond open en ik zag ze liggen. Ik glipte naar binnen... hij had zes exemplaren en ik stopte er een in mijn tas en ging ervandoor. Toen ik thuiskwam, scande ik ze en zette ze op een server van de Pirate Party in Denemarken.’

‘Was jíj dat?’ vroeg ik.

Ze bloosde. ‘Ehm. Ja.’

‘Godsamme!’ zei ik. Dat was een tóéstand geweest. Het bestuur zei dat het maken van die eindexamens, onder het motto ‘Geen kind blijft achter’, tientallen miljoenen dollar gekost had en dat ze, nu de examens uitgelekt waren, helemaal van voren af aan moesten beginnen. Ze noemden het ‘edu-terrorisme’ en de kranten hadden eindeloos gespeculeerd over de politieke motieven van de dader en zijn of haar identiteit – een ontevreden leraar of student, een gewone dief of een misnoegde freelancewerker van de overheid.

‘Was jíj dat?’

‘Dat was ik,’ zei ze.

‘En heb je dat tegen Jolu...’

‘Om hem ervan te overtuigen dat ik het geheim zou bewaren. Míjn geheim gaf hem iets om tegen me te gebruiken als ik je verraadde. De ene dienst is de andere waard. Quid pro quo, net als in Silence of the Lambs.’

‘En toen zei hij het.’

‘Nee,’ zei ze. ‘Nog steeds niet.’

Maar...’

‘Toen vertelde ik hem hoe gek ik op je was. Dat ik van plan was totaal af te gaan door me aan je voeten te werpen. En tóén zei hij het.’

Daar had ik geen antwoord op. Ik keek naar mijn voeten. Ze pakte mijn handen en kneep erin.

‘Het spijt me dat ik het gedaan heb. Het had van jóú moeten komen als je überhaupt van plan was geweest om het me te vertellen. Ik had niet het recht om...’

‘Nee,’ zei ik. Nu ik wist hoe ze het ontdekt had, werd ik kalmer. ‘Nee, het is goed dat je het weet. Jíj.’

‘Ik,’ zei ze. ‘Onze kleine Ange.’

‘Oké, hier kan ik mee leven. Maar er is nog iets.’

‘Wat dan?’

‘Ik kan dit niet zeggen zonder over te komen als een zak, dus ik zég het maar gewoon. Mensen die verkering hebben... of wat we op dit moment ook doen... gaan uit elkaar. En als ze uit elkaar gaan worden ze kwaad op elkaar. Soms haten ze elkaar zelfs. Het is niet erg romantisch van me om te denken dat ons dat zal overkomen, maar we moeten er evengoed rekening mee houden.’

‘Ik beloof plechtig dat je me helemaal niks aan kunt doen waardoor ik je geheim zou verraden. Helemaal niks. Je kunt onder de ogen van mijn moeder in mijn bed een dozijn cheerleaders naaien. Je kunt me dwingen naar Britney Spears te luisteren. Je kunt mijn laptop jatten, aan gruzelementen slaan en in zee houden. Ik zweer het. Niks. Nooit.’

Ik ademde opgelucht uit.

‘Eh...’ zei ik.

‘Dit zou een goed moment zijn om me te kussen,’ zei ze, haar gezicht naar me opheffend.

==

*

==

M1k3y’s volgende grote project op Xnet was het maken van het ultieme overzicht van de verslagen van het vertrouw niemand-feest in Dolores Park. Ik maakte een zo groot mogelijke, zo recht-voor-zijn-raap mogelijke site met alle gebeurtenissen gerangschikt op locatie, tijd, categorie – politiegeweld, dansen, nasleep, zingen. Ik uploadde het hele concert.

Daar was ik vrijwel de hele avond mee bezig. En de volgende. En de volgende.

Mijn mailbox liep over met suggesties van andere mensen. Ze stuurden me informatie van hun mobiels en fototoestellen. En ik kreeg ook een e-mail van een bekende naam – Dr. Eeevil (drie e’s), een van de belangrijkste mensen achter ParanoidLinux.

==

> M1k3y

> Ik heb je Xnet-experiment met grote belangstelling gevolgd. Hier in Duitsland hebben we ruime ervaring met een uit de hand lopende regering.

> Je moet weten dat elk fototoestel een unieke ‘ruissignatuur’ heeft die later gebruikt kan worden om een foto naar een bepaald fototoestel te herleiden. Dat betekent dat de foto’s die je op je site gezet hebt mogelijk gebruikt kunnen worden om de makers ervan te identificeren als ze later ergens anders voor opgepakt worden.

> Gelukkig is het niet moeilijk om die signatuur te verwijderen. De distro van ParanoidLinux die je gebruikt heeft daar een utility voor - die heet ‘photonomous’ en staat in /usr/bin. Je hoeft alleen de hoofdpagina’s voor documentatie te lezen. Fluitje van een cent.

> Veel succes. Zorg dat ze je niet pakken. Blijf vrij. Blijf paranoïde.

> Dr. Eeevil

==

Ik maakte alle foto’s die ik op het net gezet had schoon en zette
ze weer terug, samen met een briefje waarin ik uitlegde wat Dr.
Eeevil me verteld had en iedereen adviseerde hetzelfde te doen. Iedereen had ongeveer dezelfde ParanoidXbox geïnstalleerd, dus iedereen kon zijn foto’s anonimiseren. Aan wat al gedownload en gecached was kon ik niks meer doen, maar vanaf dit moment zouden we slimmer zijn.

Verder dacht ik er die avond niet meer over na – tot ik de volgende morgen aan het ontbijt verscheen en mam het nieuws op de radio aan had staan.

‘Het Arabische nieuwsagentschap Al-Jazeera heeft foto’s, video’s en getuigenverslagen gepubliceerd van het jeugdoproer van afgelopen weekend in Mission Dolores Park’, zei de nieuwslezer terwijl ik een glas sinaasappelsap dronk. Ik slaagde erin het niet door de keuken te sproeien, maar ik verslíkte me wel degelijk.

‘Volgens zijn verslaggevers staan deze verslagen op het zogenaamde “Xnet”, een clandestien netwerk dat gebruikt wordt door studenten en Al-Qaeda-sympathisanten in de Bay Area. Er gaan al langere tijd geruchten over het bestaan van dit netwerk, maar vandaag wordt het voor het eerst in het openbaar genoemd.’

Mam schudde haar hoofd. ‘Precies wat we nodig hadden,’ zei ze. ‘Alsof de politie al niet erg genoeg was. Een zootje jongeren die guerrillaoorlogje spelen geeft ze precies het excuus dat ze nodig hebben om echt van leer te trekken.’

‘Xnet bevat honderden verslagen en multimediabestanden van jonge mensen die het oproer bijgewoond hebben en beweren dat ze een vreedzame menigte waren tot de politie hén aanviel. Hier is zo’n verslag.

“Het enige wat we deden was dansen. Ik had mijn kleine broertje meegebracht. Er was muziek en we praatten over vrijheid en dat we die kwijtraken aan die rukkers die zeggen dat ze terroristen haten maar óns aanvallen hoewel we geen terroristen zijn. Wij zijn Amerikanen. Volgens mij haten ze ons niet, maar haten ze onze vrijheid.

We dansten op de muziek en alles was leuk en prima, maar toen begon de politie te schreeuwen dat we ons moesten verspreiden. Iedereen schreeuwde: ‘Pak het terug!’ Waarmee we bedoelden: pak Amerika terug. De politie benevelde ons met pepperspray. Mijn broertje is twaalf. Hij kon drie dagen niet naar school. Mijn stomme ouders zeggen dat het mijn schuld was. Maar de politie dan? Die wordt van ons geld betaald en ze worden geacht ons te beschermen, maar ze bestookten ons zonder enige reden met traangas, alsof we een vijandelijk leger waren.”

Dit soort verslagen, zowel in audio als video, zijn te vinden op de website van Al-Jazeera en op Xnet. Instructies om dit Xnet te openen vindt u op de homepage van National Public Radio.’

Pap kwam beneden.

‘Gebruik jij Xnet?’ vroeg hij met een doordringende blik. Ik wist niet waar ik moest kijken.

‘Dat is voor videogames,’ zei ik. ‘Daar gebruikt vrijwel iedereen het voor. Het is gewoon een draadloos netwerk. Dat is wat de meeste mensen gedaan hebben met die Xboxen die ze vorig jaar gratis uitdeelden.’

Hij keek me dreigend aan. ‘Games? Marcus, je beseft het waarschijnlijk niet, maar je beschermt mensen die plannen maken om dit land aan te vallen en te vernietigen. Ik wil niet dat je dat Xnet gebruikt. Niet meer. Is dat duidelijk?’

Ik wilde tegenstribbelen. Jezus, ik zou hem het liefst door elkaar geschud hebben. Maar dat deed ik niet. Ik wendde mijn blik af. ‘Oké, pap,’ zei ik. Daarna ging ik naar school.

==

*

==

Mijn eerste reactie toen ik ontdekte dat we geen maatschappijleer van Benson zouden krijgen was opluchting. Maar de vrouw die ze in zijn plaats gevonden hadden ontpopte zich als mijn ergste nachtmerrie.

Ze was jong, acht- of negenentwintig, en op een gezond uitziende manier knap. Ze had blond haar en stelde zich met een licht zuidelijk accent voor als mevrouw Andersen. Dat zette meteen de alarmbellen in mijn hoofd aan het rinkelen. Ik kende niet één vrouw onder de zestig die zichzelf ‘mevrouw’ noemde.

Maar ik was bereid dit door de vingers te zien. Ze was jong en knap en klonk aardig. Ze zou best meevallen.

Ze viel dus helemaal niet mee.

‘In welke omstandigheden moet de federale regering bereid zijn de grondwet op te schorten?’ vroeg ze. Ze draaide zich om naar het bord en schreef er de cijfers een tot en met tien op.

‘Nooit,’ zei ik, zonder op mijn beurt te wachten. Dit was makkelijk. ‘Onze grondwettelijke rechten zijn absoluut geldig.’

‘Dat is een weinig doordacht standpunt.’ Ze keek naar haar plattegrond. ‘Marcus. Stel dat een politieman zijn boekje te buiten gaat bij een huiszoeking... dat hij meer doet dan zijn huiszoekingsbevel toestaat. En dat hij onweerlegbare bewijzen vindt dat iemand je vader vermoord heeft. Het enige bewijs dat bestaat. Zou de dader dan op vrije voeten moeten blijven?’

Ik wist wat het antwoord was, hoewel ik het niet echt uit kon leggen. ‘Ja,’ zei ik ten slotte. ‘Maar de politie hoort niet buiten haar boekje te gaan...’

‘Fout,’ zei ze. ‘De juiste reactie op ongeoorloofd gedrag van de politie is disciplinaire maatregelen tegen de politie, niet het bestraffen van de hele maatschappij voor de vergissing van één politieman.’ Ze schreef ‘criminele schuld’ onder punt 1 op het bord.

‘Andere manieren waarop de grondwet opzijgezet kan worden?’

Charles stak zijn vinger op. ‘Brand roepen in een volle schouwburg?’

‘Heel goed...’ Ze keek weer op haar plattegrond... ‘Charles. Er zijn legio gevallen waarin delen van de grondwet niet absoluut geldig zijn. Wie kent er nog meer?’

Charles stak opnieuw zijn vinger op. ‘Een politiefunctionaris in gevaar brengen.’

‘Inderdaad, de identiteit van een geheime politieman of fbi-agent onthullen. Heel goed.’ Ze schreef het op het bord. ‘Nog meer?’

‘Nationale veiligheid,’ zei Charles, zonder te wachten tot ze hem aan het woord liet. ‘Smaad. Obsceniteit. Het corrumperen van minderjarigen. Kinderporno. Bomrecepten.’ Mevrouw Andersen schreef alles met grote snelheid op het bord, maar stopte bij kinderporno. ‘Kinderporno is een vorm van obsceniteit.’

Ik werd bijna misselijk. Dit was niet wat ik over mijn land geleerd had of geloofde. Ik stak mijn vinger op.

‘Ja, Marcus?’

‘Ik snap het niet. ‘U doet net alsof onze rechten facultatief zijn. Ze staan in de grondwet. Die worden we geacht onverkort te volgen.’

‘Dat is een bekende simplificatie,’ zei ze met een gemaakte glimlach. ‘Maar in feite wilden de ontwerpers van de grondwet dat het een levend document zou zijn dat in de loop der jaren herzien zou worden. Ze begrepen dat de republiek niet tot in de eeuwigheid zou voortbestaan als de regering van dat moment niet kon regeren volgens de vereisten van dat moment. Het is nooit hun bedoeling geweest dat het volk de grondwet als een soort religieuze doctrine ging beschouwen. Tenslotte waren ze hier juist naartoe gekomen om aan religieuze doctrines te ontsnappen.’

Ik schudde mijn hoofd. ‘Wat? Welnee! Het waren kooplui en handwerkers die trouw waren aan de koning tot die een beleid ging voeren dat tegen hun belangen indruiste en dat met grof geweld afdwong. De godsdienstige vluchtelingen waren veel eerder.’

‘Een aantal van de opstellers stamde af van religieuze vluchtelingen,’ zei ze.

‘En een grondwet is niet iets waar je de dingen uit kiest die je van pas komen. De ontwerpers hadden vooral een hekel aan tirannie, en hun grondwet is bedoeld om die te voorkomen. Ze waren een revolutionair leger en streefden naar grondbeginselen waar iedereen achter kon staan. Leven, vrijheid en het streven naar geluk. Het recht van het volk om zich van zijn onderdrukkers te ontdoen.’

‘Ja, ja,’ zei ze, achteloos wuivend. ‘Ze geloofden in het recht van het volk om zich van zijn koningen te ontdoen, maar...’ Charles had de hele tijd al een grijns op zijn gezicht gehad, maar die werd nu nog breder.

‘Ze schreven de grondwet omdat ze dachten dat het hebben van absolute rechten beter was dan het risico dat iemand ze weg zou nemen. Net als het amendement over de vrijheid van meningsuiting. Dat moet ons beschermen door te voorkomen dat de regering twee soorten meningsuiting creëert: een die toegestaan is en een die verboden is. Ze wilden voorkomen dat een of andere ellendeling zou besluiten de dingen die hem niet bevielen onwettig te maken.’

Ze draaide zich om en schreef: ‘Leven, vrijheid en het streven naar geluk’ op het bord.

‘We lopen een beetje vooruit op de les, maar jullie lijken me een gevorderde groep.’ Dat leverde wat nerveus gegrinnik op.

‘De rol van een regering is het zeker stellen van het recht van de burgers op leven, vrijheid en het streven naar geluk. In die volgorde. Het is een soort filter. Als de regering iets wil doen dat ons een beetje ongelukkig maakt of iets van onze vrijheid wegneemt is dat in orde als ze dat doen om ons leven te redden. Daarom sluit de politie je op als ze denken dat je een gevaar voor jezelf of voor anderen vormt. Je verliest je vrijheid en je geluk om je leven te beschermen. Zolang je je leven hebt, kun je later misschien altijd nog vrijheid en geluk krijgen.’

Enkele andere leerlingen hadden hun vinger opgestoken. ‘Betekent dat niet dat ze kunnen doen wat ze willen zolang ze maar zeggen dat ze het doen om te voorkomen dat iemand ons in de toekomst iets aan zal doen?’

‘Inderdaad,’ zei iemand anders. ‘Het lijkt wel of u zegt dat de nationale veiligheid belangrijker is dan de grondwet.’

Ik was zo trots op mijn klasgenoten. Ik zei: ‘Hoe kun je de vrijheid beschermen door onze grondwettelijke rechten op te schorten?’

Ze schudde haar hoofd over zoveel domheid. ‘De “revolutionaire” grondleggers schoten verraders en spionnen dóód. Ze geloofden helemaal niet in absolute vrijheid, niet als die het bestaan van de republiek bedreigde. Neem die lui van Xnet bijvoorbeeld...’

Ik deed mijn best om niet te verstijven.

‘... die zogenaamde verstoorders die vanmorgen op het nieuws waren. Na de aanslag op deze stad door mensen die dit land de oorlog verklaard hebben begonnen ze de veiligheidsmaatregelen die genomen waren om de daders te vangen en herhaling te voorkomen te saboteren en hun medeburgers in gevaar te brengen en overlast te bezorgen...’

‘Alleen maar om te laten zien dat ze ons onze rechten áfnamen onder het mom ze te beschermen!’ zei ik. Oké, schrééuwde ik. God, ze maakte me zo kwaad. ‘Omdat de regering iederéén als vermoedelijke terrorist behandelde.’

‘Dus om te laten zien dat ze niet als terroristen behandeld wilden worden,’ schreeuwde Charles terug, ‘begonnen ze zich als terroristen te gedrágen? Begonnen ze terrorisme te bedrijven?’

Ik ziedde.

‘Doe me ’n lol zeg. Terrorisme te bedrijven! Ze toonden aan dat volledige controle gevaarlijker was dan terrorisme. Kijk maar eens naar wat er afgelopen weekend in het park gebeurde. Die mensen dansten en luisterden naar muziek. Is dát terrorisme?’

De lerares liep naar me toe en ging voor me staan tot ik mijn mond dichtdeed. ‘Marcus, jij schijnt te denken dat er niets veranderd is in dit land. Je moet begrijpen dat de aanslag op de Bay Bridge álles veranderd heeft. Duizenden vrienden en familieleden van ons liggen dood op de bodem van de baai. Dit is een tijd van nationale eenheid na het gewelddadige affront dat ons land is aangedaan.’

Ik stond op. Ik had mijn buik vol van die lulkoek over ‘alles is veranderd’. ‘Nationale eenheid? De hele bestaansreden van Amerika is dat we het land zijn waar afwijkende meningen welkom zijn. Wij zijn een land van dissidenten en vechters en drop-outs en voorstanders van vrije meningsuiting.’

Ik dacht aan de laatste les van miss Galvez en de duizenden studenten van Berkeley die de politiewagen omsingeld hadden toen ze iemand probeerden te arresteren voor het verspreiden van brochures over burgerrechten. Niemand probeerde die vrachtwagens tegen te houden toen ze wegreden met al die mensen die in het park gedanst hadden. Ik ook niet. Ik nam de benen.

Misschien was alles inderdáád veranderd.

‘Ik geloof dat je weet waar het kantoor van meneer Benson is,’ zei ze. ‘Daar ga je nu meteen naartoe. Ik wéíger mijn les te laten onderbreken door gebrek aan respect. Voor iemand die beweert zo’n voorstander te zijn van vrije meningsuiting ben je wel erg bereid om iedereen die het niet met je eens is te overschreeuwen.’

Ik pakte mijn SchoolBook en mijn tas en stormde de klas uit. De deur had een gasdrukmechanisme, anders had ik hem dicht geknald.

Ik liep met grote stappen naar het kantoor van Benson. Onderweg werd ik gefilmd door camera’s en werd mijn manier van lopen gescand. De arfids in mijn identiteitskaart zonden mijn identiteit naar de sensors in de gang. Net een gevangenis.

‘Doe de deur dicht, Marcus,’ zei Benson. Hij draaide zijn scherm om zodat ik de video-opname uit de maatschappijleerklas kon zien. Hij had zitten kijken.

‘Wat heb je hierop te zeggen?’

‘Dat was geen lesgeven. Dat was propagánda. Ze zei dat de grondwet van geen belang is!’

‘Nietwaar. Ze zei dat die geen religieuze doctrine is. En jij viel haar aan als de eerste de beste fundamentalist, waarmee je meteen haar gelijk bewees. Marcus, jij zou toch zéker moeten begrijpen dat alles veranderd is na de aanslag op de brug. Je vriend Darryl...’

‘Laat hém er godverdomme buiten,’ zei ik, zo kwaad dat ik me niet meer in kon houden. ‘Daar is hij veel te goed voor. Ja, ik begrijp dat alles anders geworden is. Vroeger waren we een vrij land. Nu niet meer.’

‘Marcus, weet je wat “zero tolerantie” betekent?’

Ik bond in. Hij kon me van school sturen wegens ‘dreigend gedrag’. Dat was bedoeld voor gebruik tegen bendejongens die probeerden hun leraren te intimideren, maar hij zou er zeker geen been in zien om het tegen mij te gebruiken.

‘Ja,’ zei ik. ‘Dat weet ik.’

‘Ik geloof dat het tijd wordt om je excuses aan te bieden,’ zei hij.

Ik keek hem aan. Hij kon zijn sadistische glimlachje amper onderdrukken. Een deel van me wilde dat ik me vernederde, wilde om vergiffenis smeken voor al mijn schande. Ik onderdrukte het en besloot dat ik liever van school geschopt werd dan me te verontschuldigen.

‘Regeringen worden ingesteld onder de mensen en ontlenen hun rechtmatige macht aan de instemming der geregeerden, in dier voege dat zodra enige aard van regering deze oogmerken oneer aandoet, het volk gerechtigd is haar te veranderen of op te heffen en een nieuwe regering in te stellen, gebaseerd op zodanige beginselen en met een zodanig gestructureerde macht dat het volk er het grootste vertrouwen in heeft dat zij garant zal staan voor zijn geluk en veiligheid.’ Ik herinnerde het me woordelijk.

Hij schudde zijn hoofd. ‘Iets onthouden is niet hetzelfde als iets begrijpen, vriend.’ Hij boog zich over zijn computer en klikte een paar keer. Zijn printer zoemde. Hij gaf me een warm vel papier met het briefhoofd van het bestuur waarop stond dat ik voor twee weken geschorst was.

‘Ik zal meteen je ouders e-mailen. Als je over een halfuur nog op het schoolterrein bent, laat ik je arresteren wegens wederrechtelijke betreding.’

Ik keek hem aan.

‘En probeer maar niet mij in mijn eigen school de oorlog te verklaren,’ zei hij. ‘Die kun je niet winnen. En nu wégwezen.’

Ik vertrok.

Hoofdstuk 14

Er was niet veel lol aan Xnet tijdens schooltijd, want iedereen zat op school. Ik had Bensons papier opgevouwen in de achterzak van mijn spijkerbroek gestopt en bij mijn thuiskomst op de keukentafel gesmeten. Ik ging naar de huiskamer en zette de tv aan. Ik keek nooit tv, maar mijn ouders wel. Ze haalden al hun ideeën over de wereld van de tv, de radio en de krant.

Het nieuws was vreselijk. Zoveel redenen om bang te zijn. Overal ter wereld stierven Amerikaanse soldaten. En niet alleen soldaten. Ook mannen van de nationale garde die dachten dat ze getekend hadden voor reddingshulp bij orkanen, maar jarenlang in andere landen gestationeerd werden waar eindeloos oorlog werd gevoerd.

Ik zapte langs de 24 uursnieuwszenders – één lange rij functionarissen die ons vertelden waarom we bang moesten zijn. Eén lange rij beelden van ontploffende bommen, over de hele wereld.

Na een poosje zappen zag ik plotseling een bekend gezicht – de man die de vrachtwagen binnenkwam en met Streng Kapsel praatte toen ik geboeid achterin zat. In een militair uniform. Volgens het onderschrift was het generaal-majoor Graeme Sutherland, de regionale bevelhebber van het dhs.

‘Ik heb hier de lectuur die aangeboden werd tijdens dat zogenaamde concert in Dolores Park afgelopen weekend.’ Hij hield een stapel pamfletten omhoog. Ik herinnerde me inderdaad dat er een hoop pamfletten uitgedeeld werden. Overal in San Francisco waar veel mensen zijn krijg je pamfletten toegestoken.

‘Ik wil graag dat u daar even naar kijkt. Ik zal u de titels voorlezen. zonder de instemming der geregeerden: een handboek voor burgers voor het omverwerpen van de staat. En hier nog een: zijn de aanslagen van 11 september echt gebeurd? En nog een: hoe hun bewaking tegen hen te gebruiken. Deze pamfletten maken duidelijk wat het echte doel was van de illegale samenscholing zaterdagavond. Het was niet alleen een onveilige samenkomst van duizenden mensen zonder behoorlijke voorzieningen of zelfs maar toiletten. Het was een wervingscampagne voor de vijand. Het was een poging kinderen te vergiftigen met het idee dat Amerika zichzelf niet kan beschermen.

Neem deze slogan, “Vertrouw niemand boven de 25”. Bestaat er een betere manier om te waarborgen dat de pro-terroristische boodschap nooit door een doordachte, evenwichtige, volwassen discussie verstoord zal worden... je sluit gewoon alle volwassenen buiten en beperkt je groep tot ontvankelijke jongeren!

Toen de politie arriveerde, zagen ze dat er een wervingscampagne voor de vijanden van Amerika gaande was. De samenscholing had de nachtrust van honderden plaatselijke bewoners al verstoord en niemand had hun iets gevraagd toen deze nachtelijke houseparty georganiseerd werd.

De politie beval deze mensen zich te verspreiden... dat is te horen op alle video-opnamen... en toen de feestvierders zich, opgehitst door de musici op het podium, tegen hen keerden, werden ze in bedwang gehouden met niet-dodelijke technieken voor het in bedwang houden van menigtes.

De arrestanten waren leiders en provocateurs die de duizenden ontvankelijke jongelui tot geweld aanzetten. 827 personen werden in hechtenis genomen. Een groot aantal had al een strafregister en tegen ruim honderd was een arrestatiebevel uitgevaardigd. Die mensen zitten nog steeds in hechtenis.

Dames en heren, Amerika voert oorlog op vele fronten, maar het verkeert nergens in groter gevaar dan hier, op eigen grondgebied, ongeacht of de aanvallen van terroristen komen of van hun sympathisanten.’

Een verslaggever stak zijn hand op en vroeg: ‘Generaal Sutherland, u wilt toch niet beweren dat die kinderen sympathisanten van terroristen waren omdat ze een feestje in een park bijwoonden?’

‘Natuurlijk niet. Maar als jongelui onder de invloed raken van ’s lands vijanden kunnen ze makkelijk helemaal voor de bijl gaan. Terroristen doen niets liever dan een vijfde colonne rekruteren om op eigen grondgebied oorlog voor hen te voeren. Als dit mijn kinderen waren zou ik me hoogst ongerust maken.’

Een andere verslaggever liet zich horen. ‘Dit was toch gewoon een openluchtconcert, generaal? Ze waren toch niet met geweren aan het drillen?’

De generaal pakte een stapel foto’s en hield ze een voor een omhoog. ‘Dit zijn foto’s die de politie met infraroodcamera’s genomen heeft voordat ze ingreep.’ Hij liet ze een voor een zien. Wilde raggers die mensen omver duwden of onder de voet liepen. En seks onder de bomen – een meisje met drie gozers, twee jongens die elkaar kusten. ‘Er waren kinderen van tien op dit feest. Een dodelijk mengsel van drugs, propaganda en muziek waarbij tientallen gewonden vielen. Het is een wonder dat er geen doden te betreuren zijn.’

Ik zette de tv uit. Ze hadden het af weten te schilderen als een oproer. Als mijn ouders geweten hadden dat ik ernaartoe was geweest, zouden ze me een maand aan mijn bed binden en me daarna elektronisch huisarrest hebben gegeven.

Maar ze zouden sowieso laaiend zijn als ze hoorden dat ik geschorst was.

==

*

==

Het viel slecht. Pap wilde me huisarrest geven, maar mam en ik wisten hem om te praten.

‘Je weet dat die onderdirecteur al jaren de pik op Marcus heeft,’ zei mam. ‘De laatste keer dat we met hem praatten bleef je nog een uur vloeken. Ik meen me te herinneren dat het woord “hufter” meerdere malen viel.’

Pap schudde zijn hoofd. De orde in de klas verstoren om te keer te gaan tegen het Department of Homeland Security...

‘Het is maatschappijleer, pap,’ zei ik. Mij kon het intussen allemaal niks meer schelen, maar als mam het voor me opnam moest ik haar op zijn minst helpen. ‘We hadden het over het dhs. Discussiëren is toch gezond?’

‘Luister, zoon,’ zei hij. Hij noemde me de laatste tijd vaak ‘zoon’. Dat gaf me het gevoel dat hij me niet meer beschouwde als een persoon maar meer als een soort halfvolgroeide larve die veilig door zijn puberteit heen geloodst moest worden. Vreselijk. ‘Je zult moeten leren leven met het feit dat we in een andere wereld leven. Uiteraard sta je volledig in je recht als je je mening uitspreekt, maar je moet voorbereid zijn op de mogelijke gevolgen. Je moet er rekening mee houden dat er mensen zijn die zich erg gekwetst voelen, die geen zin hebben om de subtiliteiten van het staatsrecht met je door te nemen als hun leven op het spel staat. We zitten in een reddingsboot, en als je in een reddingsboot zit wil niemand horen wat een rotzak de kapitein is.’

Ik kon mezelf er amper van weerhouden met mijn ogen te rollen.

‘Ik heb twee weken zelfstudie gekregen, ik moet opstellen schrijven voor al mijn vakken, met als achtergrond deze stad – een opstel over geschiedenis, een over maatschappijleer, een over Engels, een over natuurkunde. Dat is heel wat beter dan thuis voor de buis hangen.’

Pap keek me doordringend aan, alsof hij vermoedde dat ik iets in mijn schild voerde. Daarna knikte hij. Ik wenste ze welterusten en ging naar mijn kamer. Ik startte mijn Xbox op, opende een tekstverwerker en begon ideeën op te schrijven voor mijn opstellen. Waarom ook niet? Dat was echt beter dan zomaar wat rondhangen.

==

*

==

Uiteindelijk im’de ik die avond een hele poos met Ange. Ze had met me te doen en beloofde me met mijn opstellen te helpen als ik haar de dag daarop van school afhaalde. Ik wist waar haar school was – het was dezelfde als waar Van op zat – helemaal in de East Bay, waar ik sinds de aanslagen niet meer geweest was.

Het was een opwindend vooruitzicht haar weer te zien. Sinds het feest in het park was ik elke avond naar bed gegaan met twee dingen in mijn hoofd: de massale aanval op de politie en het gevoel van de zijkant van haar borst toen we tegen de pilaar stonden. Ze was fantastisch. Ik had nog nooit een meisje gekend dat zo... assertief was. Ik was altijd degene die begon en de meisjes duwden me altijd weg. Ik kreeg het gevoel dat Ange net zo hitsig was als ik – een idee om van te watertanden.

Ik sliep prima die nacht en had opwindende dromen over mij en Ange en wat we zouden doen als we ergens een beschut plekje vonden.

De volgende dag begon ik aan mijn opstellen. San Francisco is een goeie stad om over te schrijven. Geschiedenis? Geen gebrek, van de trek naar de goudvelden tot de scheepswerven in de Tweede Wereldoorlog, de Japanse interneringskampen, de uitvinding van de pc. Natuurkunde? Het Exploratorium heeft de gaafste dingen van alle musea die ik ken. Ik schepte een pervers genoegen in de stukken over liquefactie tijdens zware aardbevingen. Engels? Jack London, de Beat-dichters, sf-schrijvers Pat Murphy en Rudy Rucker. Maatschappijleer? De Beweging voor Vrije Meningsuiting, Cesar Chavez, rechten voor homo’s, feminisme, de anti-oorlogsbeweging...

Ik heb het altijd heerlijk gevonden om dingen te leren, gewoon zomaar. Gewoon om slimmer te zijn dan de rest van de wereld. Ik hoefde er alleen maar voor door de stad te lopen. Ik besloot eerst een opstel voor Engels te doen over de Beat-dichters. De City Lights-boekhandel had een fantastische bibliotheek in een kamer boven de winkel waar Alan Ginsberg en zijn makkers hun radicale drugspoëzie schreven. Het gedicht dat we in de klas gelezen hadden was ‘Howl’, waarvan ik de beginregels nooit zal vergeten. De rillingen liepen me over de rug:

==

Ik zag de grootste geesten van mijn generatie verwoest door waanzin, hongerend hysterisch naakt, schuifelend door vroege negerstraten op zoek naar hun grimmige dosis, engelachtig hippe vogels smachtend naar de oeroude hemelse band met de sterrendynamo in het mechaniek van de nacht...

==

Ik vond het prachtig hoe hij al die woorden achter elkaar zette, ‘hongerend hysterisch naakt’. Ik wist hoe dat voelde. En ‘grootste geesten van mijn generatie’ zette me ook erg aan het denken. Het bracht herinneringen terug aan het park en de politie en de wolk traangas. Ze arresteerden Ginsberg voor ‘Howl’ vanwege obsceen taalgebruik – allemaal vanwege een regeltje over homoseks waar we tegenwoordig amper een wenkbrauw over op zouden trekken. Om de een of andere reden maakte me dat gelukkig, het idee dat we toch enige vooruitgang geboekt hadden. Dat de maatschappij vroeger nog bekrompener was dan nu.

Ik ging helemaal op in de prachtige oude edities van die boeken. Ik ging helemaal op in On the Road van Jack Kerouac, een roman die ik al jaren wilde lezen. Een winkelbediende die een kijkje kwam nemen knikte goedkeurend en vond een goedkope uitgave die ik voor zes dollar mee mocht nemen.

Ik liep naar Chinatown en at dimsum-broodjes en mie met een saus die ik vroeger flink heet gevonden zou hebben, maar die na het proeven van dat speciale hapje van Ange niet eens ooit meer in de buurt zou komen.

Die middag nam ik eerst de bart en vervolgens een pendelbus over de San Mateo Bridge naar de East Bay. Onderweg las ik On the Road en genoot van het voorbij glijdende landschap. On the Road is een semi-autobiografische roman van Jack Kerouac, een schrijver die aan de drugs en de drank was, door Amerika liftte, allerlei rotbaantjes deed, ’s nachts krijsend door de straten liep, mensen ontmoette en weer achterliet. Hippies, trieste daklozen, zwendelaars, straatrovers, uitschot en engelen. Het boek heeft niet echt een verhaal – men zegt dat Kerouac het in drie weken schreef op een lange rol papier, apenstoned. Het is meer een aaneenschakeling van verbazingwekkende dingen, de ene gebeurtenis na de andere. Hij sluit vriendschap met suïcidale mensen als Dean Moriarty, die hem bij allerlei rare plannen betrekt waar nooit iets van komt. Maar toch komt er wél iets van, als je begrijpt wat ik bedoel.

De woorden waren ritmisch, klankrijk, ik hoorde het hardop voorgelezen worden in mijn hoofd. Ik wilde achter in een pick-up gaan liggen en wakker worden in een stoffig stadje ergens in Central Valley langs de weg naar Los Angeles, zo’n plaatsje met een benzinestation en een eettentje, en gewoon het land in lopen, mensen ontmoeten en dingen zien en doen.

Het was een lange busrit en ik moest weggedoezeld zijn – tot ’s avonds laat met Ange im’en was niet goed voor mijn nachtrust, want mam verwachtte me nog steeds aan het ontbijt. Ik schrok wakker, stapte over en even later was ik bij de school van Ange.

Ze kwam de poort uitgehuppeld in haar schooluniform – de eerste keer dat ik dat zag. Vreemd genoeg stond het haar goed. Ik moest denken aan Van in het hare. Ze gaf me een langdurige omhelzing en een harde kus op mijn wang.

‘Hallo!’ zei ze.

‘Hoe gaat ie?

‘Wat lees je?’

Daar had ik op gewacht. Ik had mijn vinger tussen de bladzijden. ‘Luister: “Maar ze dansten als dinkiedoedels door de straten en ik sjouwde achter ze aan zoals ik heel mijn leven al achter mensen die me interesseren aansjouw, want de enige mensen waar ik iets mee heb zijn de gekken... lui die gek zijn op het leven, gek op praten, gek op verlost worden, mensen die alles tegelijk willen en nooit geeuwen of clichés spuien maar branden, branden, branden als prachtige gele Romeinse kaarsen die als spinnen uiteenspatten onder de sterren en waar iedereen van “Oooo!” gaat als het blauwe licht in het midden ontvlamt.’

Ze pakte het boek en las de passage voor zichzelf. ‘Wauw, dinkiedoedels! Gaaf zeg! Is het helemaal zo?’

Terwijl we langzaam over het trottoir naar de bushalte liepen, vertelde ik haar over wat ik gelezen had. Toen we de hoek om waren sloeg ze een arm om mijn middel en legde de mijne om haar schouder. Op straat lopen met een meisje – mijn vriendin? Jazeker, waarom niet? – en praten over een cool boek. Goddelijk. Het hielp me mijn problemen een poosje te vergeten.

‘Marcus?’

Ik draaide me om. Van. Onbewust had ik dit verwacht, want mijn bewuste geest was totaal niet verbaasd. Het was geen grote school en iedereen was op dezelfde tijd uit. Ik had al weken niet met Van gepraat – weken die eerder maanden leken. Vroeger praatten we elke dag.

‘Hoi, Van,’ zei ik. Ik onderdrukte de aanvechting om mijn arm van Ange’ schouder te laten glijden. Van leek verbaasd maar niet kwaad. Eerder bleek, geschokt. Ze nam ons zorgvuldig op.

‘Angela?’

‘Ha, Vanessa,’ zei Ange.

‘Wat doe je hier?’

‘Ange ophalen,’ zei ik zo neutraal mogelijk, plotseling opgelaten dat ze me met een ander meisje zag.

‘O,’ zei Van. ‘Nou, leuk je te zien.’

‘Jou ook, Vanessa,’ zei Ange. Ze draaide me om en loodste me naar de bushalte.

‘Ken je haar?’ vroeg Ange.

‘Ja, al een eeuwigheid.’

‘Is ze je meisje geweest?’

‘Wat? Nee! Helemaal niet! We waren gewoon vrienden.’

‘Wáren vrienden?’

Ik had het gevoel dat Van vlak achter ons liep en meeluisterde, hoewel we zo snel liepen dat ze dan zou hebben moeten rennen. Ik verzette me zo lang ik kon tegen de aanvechting over mijn schouder te kijken, maar uiteindelijk deed ik het toch. Er liepen een heleboel meisjes van de school achter ons, maar geen spoor van Van.

‘Ze was bij mij en Jose-Luis en Darryl toen we gearresteerd werden. We deden een hoop arg samen. Wij vieren waren elkaars beste vrienden.’

‘En wat gebeurde er?’

Ik liet mijn stem dalen. ‘Ze had het niet begrepen op Xnet,’ zei ik. ‘Ze dacht dat we problemen zouden krijgen. Dat ik andere mensen in de problemen zou brengen.’

‘En dat maakte een eind aan de vriendschap?’

‘Daarna zagen we elkaar gewoon niet meer.’

We liepen een stukje verder. ‘En jullie waren geen, je weet wel, vriendje/vriendinnetje-vrienden?’

‘Nee!’ zei ik. Mijn gezicht gloeide. Het was net of ik loog, terwijl het toch de waarheid was.

Ange bleef met een ruk staan en keek me onderzoekend aan.

‘Echt niet?’

‘Nee! Echt niet! Gewoon vrienden. Darryl en zij... tja, niet helemaal... Darryl was gek op haar. Dus het was sowieso onmogelijk...’

‘Maar als Darryl niet zo gek op haar geweest was, dan wel, niet?’

‘Nee, Ange, nee. Geloof me alsjeblieft en hou op. Vanessa was een goeie vriendin en nu niet meer. Dat vind ik erg, maar op die manier heb ik nooit iets met haar gehad, oké?’

Haar schouders zakten iets omlaag. ‘Oké, oké. Sorry. Ik kan het namelijk niet zo best met haar vinden. We hebben elkaar nooit gelegen, al zo lang we elkaar kennen.’

O o, dacht ik. Dat was waarschijnlijk de reden dat Jolu haar al zo lang kende en ik haar toch nooit ontmoet had. Ze had problemen met Van en daarom wilde hij haar niet meebrengen.

Ze gaf me een lange omhelzing en we kusten elkaar, een luid ‘woehoe’ ontlokkend aan een groepje meisjes dat ons op dat moment voorbijliep. We lieten elkaar los en liepen verder. Ik zag Van vóór ons. Ze moest ons voorbijgelopen zijn toen we elkaar kusten. Ik voelde me echt een zak.

Natuurlijk stond ze ook bij de bushalte en stapte ze in de bus. We zeiden geen woord tegen elkaar en ik probeerde de hele tijd met Ange te praten, maar het bleef behoorlijk gênant.

We hadden afgesproken eerst koffie te gaan drinken en vervolgens naar Ange’ huis te gaan om te ‘studeren’, dat wil zeggen om de beurt haar Xbox gebruiken om op Xnet te surfen. Ange’ moeder kwam dinsdags laat thuis, want dan deed ze yoga en ging ze met haar vriendinnen uit eten. Ange’ zusje zou de stad in gaan met haar vriend, zodat we het huis voor ons alleen zouden hebben. Vanaf het moment dat we dit afspraken had ik daar allerlei perverse gedachten bij gehad.

We gingen rechtstreeks naar haar kamer en deden de deur dicht. Haar kamer was een regelrechte ramp. Bezaaid met kleren en notebooks en computeronderdelen die als voetangels door je sokken prikten. Haar bureau was nog erger dan de vloer – dat ging schuil onder stapels boeken en stripverhalen – dus van armoe gingen we maar op het bed zitten. Niet dat ik daar bezwaar tegen had.

De gêne van de ontmoeting met Van was iets afgenomen en we startten haar Xbox op. Die stond midden in een nest van draden, waarvan sommige naar een draadloze antenne liepen die ze had gehackt en tegen het raam geplakt, zodat ze de WiFi van de buren kon gebruiken. Andere liepen naar een paar oude laptopschermen waar ze autonome monitoren van gemaakt had die ze met al hun elektronische ingewanden bloot op een standaard had gezet. De schermen stonden links en rechts van haar bed op haar nachtkastjes, zodat ze heel comfortabel in bed naar een film kon kijken of im’en – de monitoren konden gekanteld worden, dus als ze op haar zij ging liggen stonden ze altijd goed, ongeacht of ze op haar linker- of rechterzij lag.

We zaten vlak naast elkaar tegen het nachtkastje en wisten allebei precies waarvoor we gekomen waren. Ik trilde een beetje en was me vreselijk bewust van de warmte van haar been en schouder tegen de mijne, maar voor de vorm moest ik op Xnet inloggen en mijn e-mails checken en zo.

Ik had een e-mail van een jongen die vaak komische video’s instuurde die hij met zijn telefooncam maakte als het dhs weer eens een geschifte actie ondernam – de vorige was over een dhs-agent die een wandelwagentje sloopte omdat een speurhond er belangstelling voor getoond had. In de jachthaven. Hij schroefde het midden op straat uit elkaar, terwijl alle rijke bewoners zich aan hem vergaapten.

Ik had een link geplaatst naar de video en mensen hadden hem als gekken gedownload. Hij stond op Alexandria Mirror van het internetarchief in Egypte, waar je alles gratis op mag zetten mits je dat doet onder het patent van Creative Commons, wat inhoudt dat iedereen vrij is om het te remixen en te verspreiden. Ze hadden het Amerikaanse archief – in het Presidio hier, vlak bij Ange’ huis – gedwongen al die video’s te verwijderen in naam van de nationale veiligheid, maar het archief in Alexandrië had zijn eigen organisatie opgericht en nam alles op wat de vs in verlegenheid bracht.

Deze keer had Kameraspie – zo noemde hij zich – een nog betere video gestuurd, opgenomen bij de voordeur van het stadhuis in het Openbaar Centrum, een gigantische bruiloftstaart van een gebouw vol beeldjes in kleine nisjes en vergulde bladeren en tierelantijnen. Het dhs had een kordon om het gebouw gelegd en op de video van Kameraspie zag je gave beelden van hun controlepost op het moment dat een man in uniform daar aankwam, zijn identiteitsbewijs liet zien en zijn aktetas op de scannerband zette.

Niets aan de hand tot een van de dhs’ers iets op de scanner zag wat hem niet beviel. Hij vroeg de generaal iets, waarop de man met zijn ogen rolde en iets onverstaanbaars zei (de video moest vanaf de overkant van de straat genomen zijn met een verborgen, eigengemaakte telelens, zodat je vrijwel alleen voorbijgangers en voorbijrijdend verkeer hoorde).

De generaal en de dhs’er kregen het met elkaar aan de stok, en hoe langer ze bekvechtten, hoe meer dhs’ers erbij kwamen. Op het eind schudde de generaal kwaad zijn hoofd, richtte zijn vinger op de borst van de dhs’er, pakte zijn aktetas en liep door. De dhs’er schreeuwt hem iets na, maar de generaal negeert hem. Aan zijn hele houding is te zien dat hij pis- en pisnijdig is.

Dan gebeurt het. De dhs’ers gaan achter hem aan. De volgende beelden waren vertraagd opgenomen, zodat je in slow-motion kon zien hoe de generaal zich half omdraait met een gezicht van ‘Die doen me niks!’ Maar zijn uitdrukking verandert in afgrijzen als drie beren van dhs’ers zich op hem storten en hem omvergooien met een tackle die een eind gemaakt zou hebben aan de carrière van een Amerikaanse profvoetballer. De generaal – achter in de vijftig, staalgrijs haar, waardig, gegroefd gezicht – gaat als een zak aardappelen tegen de grond, stuitert twee keer met zijn hoofd tegen het trottoir en krijgt meteen een bloedneus.

Het dhs boeit hem aan handen en voeten, waarop hij begint te schreeuwen, keihard. Zijn gezicht is paars aangelopen en het bloed stroomt uit zijn neus. Benen ruisen voorbij in de telelens. Voorbijgangers kijken naar de geüniformeerde man die geboeid wordt en je ziet aan zijn gezicht dat hij dat het ergste vindt – de rituele vernedering, het beroofd worden van je waardigheid. Daarna was de clip afgelopen.

‘O, mijn lieve Boeddha,’ zei ik, terwijl ik even naar het donker wordende scherm keek en de video opnieuw afspeelde. Ik gaf Ange een por en liet haar de clip zien. Ze keek er zwijgend naar, met haar kin op haar borst.

‘Verspreiden,’ zei ze. ‘Verspreiden verspreiden verspreiden verspreiden!’

Ik verspreidde hem. Mijn vingers trilden toen ik er mijn commentaar bij zette, beschreef wat ik gezien had en vroeg of iemand wist wie de militair in de video was, of iemand hier iets van wist.

Ik klikte op verzenden.

We bekeken de video. Bekeken hem opnieuw.

Mijn e-mail ging van ping.

==

> Ik ken die gast goed - zijn bio staat op Wikipedia. Het is generaal Claude Geist. Hij is commandant geweest van de gezamenlijke VN-vredesmacht op Haïti.

Ik zocht de bio op. Die bevatte een foto van de generaal op een persconferentie en iets over zijn rol in die moeilijke missie op Haïti. Het was duidelijk dezelfde man.

Ik werkte mijn bericht bij.

In theorie was dit onze kans om te vrijen, maar daar kwam uiteindelijk niks van. We zochten de Xnet-blogs af naar meer verslagen over gevallen waarin het dhs mensen fouilleerde, aanviel, koeioneerde. Dat was vertrouwd werk, hetzelfde als wat ik gedaan had met alle opnamen en verslagen van het oproer in het park. Ik maakte er een nieuwe categorie voor aan op mijn blog, MachtsMisbruik, en zette ze erop. Ange droeg voortdurend nieuwe zoektermen aan om uit te proberen, en tegen de tijd dat haar moeder thuiskwam bevatte mijn nieuwe categorie zeventig gevallen, met als kop de tackle op generaal Geist bij het stadhuis.

==

*

==

De dag daarop werkte ik de hele dag thuis aan mijn opstel over de Beat-dichters, las Kerouac en surfte over Xnet. Ik was van plan geweest Ange weer van school af te halen, maar omdat ik het in mijn broek deed bij de gedachte Van weer onder ogen te komen, sms’te ik haar met het smoesje dat ik aan mijn opstel werkte.

Ik ontving allerlei gave suggesties voor MachtsMisbruik – honderden grote en kleine tips en ook foto’s en audio’s. Het meme verspreidde zich.

En verspreidde zich. De volgende morgen waren er nog meer. Iemand anders was ook een blog begonnen met de naam MachtsMisbruik dat er nog honderden meer bevatte. De verzameling groeide. We deden een wedstrijdje wie de sappigste verhalen, de krankzinnigste foto’s kon vinden.

De afspraak met mijn ouders was dat ik elke morgen met hen ontbeet en over de projecten praatte waar ik mee bezig was. Ze waren ermee ingenomen dat ik Kerouac las. Dat was vroeger hun favoriete boek en er bleek al een exemplaar in de boekenkast op de slaapkamer van mijn ouders te staan. Pap haalde het naar beneden en bladerde het door. Het zat vol ezelsoren, aangestreepte passages en aantekeningen in de marge. Mijn vader was echt gek geweest op dat boek.

Het deed me denken aan betere tijden, toen mijn vader en ik langer dan vijf minuten over terrorisme konden praten zonder het op een schreeuwen te zetten. We hadden een fantastisch gesprek aan de ontbijttafel over de intrige van de roman en alle geschifte avonturen.

Maar de ochtend daarop waren ze allebei aan de radio gekluisterd.

‘MachtsMisbruik... de nieuwste manie op San Francisco’s notoire Xnet, heeft de aandacht van de hele wereld gevangen. De beweging, mm genaamd, bestaat uit “Little Brothers” die op hun beurt een oogje houden op de anti-terroristische maatregelen van “Big Brother”, het Department of Homeland Security, en zijn fiasco’s en excessen vastlegt. Hun strijdkreet is een populaire virale videoclip van ene generaal Claude Geist, een gepensioneerde generaal met drie sterren die op het trottoir voor het stadhuis door dhs-agenten neergelegd wordt. Geist zelf heeft geen verklaring over het incident afgelegd, maar het heeft jongeren die kwaad zijn over hoe ze zelf behandeld zijn veel woedend commentaar ontlokt.

Opvallend is de wereldwijde aandacht die de beweging gekregen heeft. Beelden uit de video van Geist hebben op de voorpagina gestaan van kranten in Korea, Groot-Brittannië, Egypte en Japan, en alle belangrijke nieuwsprogramma’s ter wereld hebben de clip uitgezonden. De kwestie werd kritiek toen het avondjournaal van de bbc een speciaal rapport uitzond over het feit dat geen enkele Amerikaanse tv-presentator of Amerikaans nieuwsagentschap dit verhaal gebracht heeft. Volgens de commentaren op de website van de bbc had het nieuwsprogramma van bbc America het rapport eveneens doodgezwegen.’

Daarna volgden een paar interviews: Britse mediawaakhonden, een Zweedse jongen van de Pirate Party die zich spottend uitliet over de corrupte pers van Amerika, een gepensioneerde Amerikaanse nieuwslezer in Tokio. Daarna zonden ze een korte clip van Al-Jazeera uit waarin de Amerikaanse pers vergeleken werd met de nationale nieuwsmedia in Syrië.

Ik had het gevoel dat mijn ouders me aankeken, dat ze wisten wat ik uitvoerde. Maar toen ik de tafel afruimde zag ik dat ze elkaar aankeken.

Pap kneep zo hard in het oor van zijn koffiekopje dat zijn handen trilden. Mam keek naar hem.

‘Ze proberen ons in diskrediet te brengen,’ zei pap ten slotte. ‘Ze proberen de pogingen ons te beschermen te saboteren.’

Ik deed mijn mond open, maar mam keek me aan en schudde haar hoofd. Daarom ging ik maar weer naar mijn kamer om aan mijn opstel over Kerouac te werken. Toen ik de voordeur voor de tweede keer dicht hoorde gaan startte ik mijn Xbox op en ging online.

==

> Ha M1k3y. Ik ben Colin Brown, producer voor het nieuwsprogramma The National van de Canadese Omroep. We doen een verhaal over Xnet en hebben een verslaggever naar San Francisco gestuurd om van daaruit te rapporteren. Zou je een interview willen geven over je groep en jullie activiteiten?

==

Ik staarde verbluft naar het scherm. Jezus. Mij ínterviewen over ‘mijn groep’?

==

> Eh, nee, bedankt. Ik wil anoniem blijven. En het is niet ‘mijn groep’. Maar bedankt dat jullie het verhaal doen!

==

Een minuut later een nieuwe e-mail.

==

> We kunnen je onherkenbaar maken en je anonimiteit garanderen. Je weet dat het Department of Homeland Security met plezier een woordvoerder beschikbaar zal stellen. Ik wil jouw kant van het verhaal horen.

==

Ik sloeg de e-mail op. Hij had gelijk, maar ik zou wel gek zijn als ik het deed. Wie weet was hij zélf het dhs.

Ik las verder in Kerouac. Opnieuw een e-mail. Zelfde verzoek, ander agentschap: kqed in San Francisco wilde me ontmoeten en een radio-interview doen. Een zender in Brazilië. De Australische Omroep. Deutsche Welle. De hele dag bleven de verzoeken komen. De hele dag bleef ik ze beleefd afslaan.

Ik kwam die dag niet erg ver in Kerouac.

==

*

==

‘Geef een persconferentie,’ zei Ange toen we die avond in een koffietentje vlak bij haar huis zaten. Ik had er niet zo’n behoefte meer aan om naar haar school te gaan en weer met Van in de bus te moeten zitten.

‘Wat? Je bent gek!’

‘In Clockwork Plunder. Je neemt gewoon een handelspost waar geen PvP’en toegestaan zijn en noemt een tijd. Je kunt bij mij inloggen.’

Een PvP is een Player vs Playergevecht. Sommige delen van Clock-
work Plunder waren neutraal terrein, wat inhield dat we in theorie een hele hoop onervaren verslaggevers bij elkaar konden brengen zonder bang te hoeven zijn dat ze halverwege de persconferentie door andere spelers afgemaakt werden.

‘Wat weet ik nou van persconferenties?’

‘Wat zou dat. Dan googel je maar even. Er zal vast wel ergens een artikel staan over hoe je een geslaagde persconferentie moet geven. Ik bedoel maar, als de president het kan, dan kun jij het ook. Bij die debiel vraag je je af of hij zonder hulp zijn veters wel gestrikt kan krijgen.’

We bestelden meer koffie.

‘Je bent een bijzonder slimme vrouw,’ zei ik.

‘En beeldschoon,’ zei ze.

‘Dat ook,’ antwoordde ik.

Hoofdstuk 15

Ik blogde de persconferentie voordat ik de uitnodigingen naar de pers verstuurde. Ik voelde dat al die schrijvers een leider of generaal of opperste guerrillacommandant van me wilden maken en meende een manier gevonden te hebben om dat tegen te gaan: een stel Xnetters om me heen hebben die ook vragen beantwoordden.

Daarna e-mailde ik de pers. De reacties varieerden van onzeker tot enthousiast – alleen de verslaggeefster van Fox was ‘diep verontwaardigd’ dat ik de euvele moed had haar te vragen een game te doen om in haar tv-programma te komen. De rest scheen te denken dat het een gaaf verhaal op zou leveren, hoewel veel van hen een hoop technische steun nodig hadden om in het spel te komen.

Ik koos voor acht uur, na het eten. Mam voelde me voortdurend aan de tand over het feit dat ik elke avond wegging en uiteindelijk vertelde ik haar over Ange, waarop ze helemaal volschoot en me voortdurend aankeek met zo’n blik van ‘mijn zoontje wordt volwassen’. Ze wilde Ange leren kennen en daar maakte ik gebruik van door haar te beloven dat ik haar morgenavond mee zou brengen als ik die avond met Ange ‘naar de bioscoop’ mocht.

Ange’ moeder en zuster waren weer weg – geen huismussen, die twee – zodat ik en Ange alleen met haar en mijn Xbox op haar kamer zaten. Ik trok de stekker uit een van de monitoren op haar nachtkastje en sloot mijn Xbox erop aan, zodat we allebei tegelijk in konden loggen.

Alle twee de Xboxen waren ingelogd in Clockwork Plunder, maar er gebeurde niets. Ik ijsbeerde door de kamer.

‘Het komt heus wel. Ze keek op haar scherm. ‘Er zijn al zeshonderd spelers op Patcheye Pete’s Markt!’ We hadden Patcheye Pete’s Markt gekozen omdat die het dichtst bij het dorpsplein lag waar nieuwe spelers terechtkwamen. Als de verslaggevers nog niet midden in Clockwork Plunder zaten – ha! – zouden ze daar opduiken. In mijn blog had ik iedereen gevraagd in de buurt van de route tussen Patcheye Pete’s Markt en de toegangspoort rond te hangen en iedereen die eruitzag als een verdwaalde verslaggever naar de markt te sturen.

‘Maar wat moet ik verdomme zeggen?’

‘Gewoon hun vragen beantwoorden – en als een vraag je niet bevalt negeer je hem gewoon. Die beantwoordt iemand anders dan wel. Je hoeft nergens over in te zitten.’

‘Dit is krankzinnig.’

‘Dit is perfect, Marcus. Als je het dhs echt een loer wil draaien moet je ze in verlegenheid brengen. Ze zijn nou eenmaal veel sterker dan jij. Je enige wapen is je vermogen ze als debielen te kijk te zetten.’

Ik liet me op het bed vallen en ze trok mijn hoofd op haar schoot en streelde mijn haar. Voor de aanslagen had ik geëxperimenteerd met allerlei kapsels in allerlei rare kleuren, maar sinds mijn vrijlating was ik daar niet meer in geïnteresseerd. Het was lang en stom en ruig geworden en ik was naar de badkamer gegaan en had mijn tondeuse gepakt en het hele zootje gemillimeterd, zodat het nul onderhoud vereiste en me onzichtbaar maakte als ik buiten aan het storen was of arfids kloonde.

Ik deed mijn ogen open en keek in haar grote bruine ogen achter haar bril – rond en helder en expressief. Ze kon ze uit laten puilen als ze me aan het lachen wilde maken, of ze zacht en triest maken, of loom en slaperig op een manier die me weg deed smelten in een poel van geilheid.

Dat was wat ze op dit moment deed.

Ik ging langzaam overeind zitten en nam haar in mijn armen. Zij sloeg haar armen om me heen. We kusten elkaar. Ze kon fantastisch kussen. Dat heb ik al gezegd, dat weet ik wel, maar het mag gerust herhaald worden. We kusten elkaar vaak, maar om de een of andere reden hielden we altijd op als het te serieus werd.

Deze keer wilde ik verder gaan. Ik vond de zoom van haar t-shirt en trok eraan. Ze stak haar handen boven haar hoofd en leunde iets achterover. Dat wist ik. Sinds die avond in het park. Misschien was dat wel de reden waarom we niet verder gegaan waren – ik kon er niet op rekenen dat ze zich terug zou trekken en dat maakte me een beetje bang.

Maar nu niet. De op handen zijnde persconferentie, de ruzies met mijn ouders, de internationale aandacht, het gevoel dat er een beweging bestond die als een op hol geslagen flipperkast door de stad denderde – al die dingen deden mijn huid tintelen en mijn bloed gonzen.

En ze was zo mooi en slim en intelligent en geinig en ik was verliefd op haar aan het worden.

Haar t-shirt schoof omhoog en ze kromde haar rug om me te helpen het over haar schouders te trekken. Ze stak haar armen achter haar rug, friemelde even en toen viel haar bh omlaag. Mijn ogen werden groot, ik was ademloos, verlamd, en toen pakte ze míjn t-shirt, trok het over mijn hoofd, greep me beet en trok mijn blote borst tegen de hare.

We rolden over het bed, betastten elkaar, drukten ons kreunend tegen elkaar. Ze kuste mijn hele borst en ik deed hetzelfde bij haar. Ik kon niet ademen, ik kon niet denken, ik kon alleen maar bewegen en kussen en likken en aanraken.

We daagden elkaar uit verder te gaan. Ik maakte de knoop van haar spijkerbroek los en zij de mijne. Ik trok haar rits open. Zij deed hetzelfde bij mij. Ze trok mijn spijkerbroek omlaag en ik de hare. Even later waren we allebei naakt op mijn sokken na, die ik met mijn tenen afstroopte.

Op dat moment viel mijn oog op haar wekker, die al een hele poos geleden op de grond gevallen was en ons daarvandaan toe gloeide.

‘Shit!’ riep ik. ‘Over twee minuten begint het!’ Ik kon verdomme niet geloven dat ik op het punt stond om op te houden met waarmee ik op het punt stond om op te houden omdat ik op moest houden. Ik bedoel, als je me gevraagd had: ‘Marcus, je staat op het punt om voor de eersteste keer ooit seks te hebben. Zul je ophouden als ik deze kernbom af laat gaan in je kamer?’ zou het antwoord een klinkend en ondubbelzinnig nee geweest zijn.

En toch hielden we hiervoor op.

Ze pakte me beet en trok mijn gezicht tegen het hare en kuste me tot ik flauw dreigde te vallen. Daarna raapten we allebei onze kleren op, kleedden ons min of meer aan, pakten onze toetsenborden en muizen en gingen naar Patcheye Pete’s Markt.

==

*

==

Je zag meteen wie de persmensen waren – de onervarene, wier personages rondwankelden als slingerende dronkaards, terwijl ze probeerden het spel onder de knie te krijgen. Soms sloegen ze de verkeerde toets aan, zodat ze onbekenden hun hele of halve inventaris aanboden of iemand per ongeluk omhelsden of een schop gaven.

De Xnetters herkende je ook meteen: we speelden Clockwork Plunder zo vaak als we tijd hadden (of als we geen zin hadden in huiswerk maken) en we hadden getruukte personages met toffe wapens en boobytraps op de sleutel in onze rug die moes zou maken van iedereen die probeerde hem eruit te trekken om ons leeg te laten lopen.

Toen ik op kwam dagen, verscheen er een mededeling: M1k3y is op patcheye petes markt aangekomen – welkom matroos we bieden eerlijk geld voor goeie buit. Alle spelers op het scherm verstijfden en even later dromde iedereen om me heen. De chat explodeerde. Ik overwoog mijn voice-paging aan te zetten en pakte een koptelefoon, maar toen ik zag hoeveel mensen er tegelijkertijd aan het woord waren besefte ik hoe verwarrend dat zou zijn. Tekst was veel makkelijker te volgen en bovendien kon ik dan niet verkeerd geciteerd worden (hè hè).

Ik had de locatie van tevoren met Ange verkend – samen met haar campagne voeren was fantastisch, aangezien we elkaar voortdurend op konden jutten. Er stond een hoge stapel dozen met zoutrantsoenen waar ik op kon klimmen om voor iedereen op de markt zichtbaar te zijn.

==

> Goedenavond en allemaal bedankt dat jullie gekomen zijn. Mijn naam is M1k3y en ik ben nergens de leider van. Alle mensen om jullie heen zijn Xnetters die net zoveel te vertellen hebben over waarom we hier zijn als ik. Ik gebruik Xnet omdat ik in vrijheid en in de grondwet van de Verenigde Staten van Amerika geloof. Ik gebruik Xnet omdat het DHS mijn stad in een politiestaat veranderd heeft waar we allemaal van terrorisme verdacht worden. Ik gebruik Xnet omdat ik van mening ben dat je de vrijheid niet kunt beschermen door de grondwet te verscheuren. Ik heb over de grondwet geleerd op een school in Californië en ik ben opgevoed met het idee mijn land lief te hebben om zijn vrijheid. Als ik al een filosofie heb, is het deze:

> Regeringen worden ingesteld onder de mensen en ontlenen hun rechtmatige macht aan de instemming der geregeerden, in dier voege dat zodra enige aard van regering deze oogmerken oneer aandoet, het volk gerechtigd is haar te veranderen of op te heffen en een nieuwe regering in te stellen, gebaseerd op zodanige beginselen en met een zodanig gestructureerde macht dat het volk er het grootste vertrouwen in heeft dat zij garant zal staan voor geluk en veiligheid.

> Dat heb ik zelf niet geschreven, maar ik geloof er wel in. Het DHS regeert niet met mijn instemming.

> Dank u.

==

Ik had dit de dag daarvoor geschreven en samen met Ange allerlei versies uitgeprobeerd. Het inplakken kostte maar een seconde, maar het duurde even voordat iedereen het gelezen had. Veel Xnetters juichten – grote opzichtige piratenhoezees met geheven sabels en krijsende, rondvliegende tamme papegaaien.

Geleidelijk aan verwerkten de journalisten de boodschap ook. De chat ging in sneltreintempo voorbij, zo snel dat hij amper te lezen was. Veel Xnetters schreven dingen als ‘Precies’ en ‘Amerika, hou ervan of lazer op’ en ‘dhs ga naar huis’ en ‘Amerika weg uit San Francisco’, allemaal slogans die het goed gedaan hadden in de blogosfeer van Xnet.

==

> M1k3y, dit is Priya Rajneesh van de BBC. Je zegt dat je niet de leider van een beweging bent, maar geloof je dat er een beweging is? Heet die beweging Xnet?

Legio antwoorden. Sommige mensen zeiden dat er geen beweging bestond, sommigen zeiden van wel en een heleboel mensen hadden ideeën over hoe ze heette: Xnet, Little Brothers, Little Sisters en mijn persoonlijke favoriet: de Verenigde Staten van Amerika.

Ze gingen lekker. Ik liet ze doorgaan, terwijl ik nadacht over wat ik zou zeggen. Toen ik het wist, typte ik:

==

> Dit beantwoordt uw vraag wel min of meer, niet? Misschien is er één beweging of misschien zijn er meer en misschien heten ze Xnet of misschien niet.

> M1k3y, ik ben Doug Christensen van de Internet Daily in Washington. Wat denk je dat het DHS zou moeten doen om een nieuwe aanval op San Francisco te voorkomen als wat ze nu doen niet werkt?

==

Meer chat. Veel mensen zeiden dat de terroristen en de regering één pot nat waren – hetzij letterlijk, of ze bedoelden dat ze even erg waren. Sommigen zeiden dat de regering wist hoe ze terroristen moest pakken maar het niet deed omdat ‘oorlogspresidenten’ herkozen worden.

==

> Geen idee.

==

Typte ik ten slotte.

==

> Echt niet. Zelf vraag ik me dit ook vaak af, want ik heb geen zin om opgeblazen te worden en ik wil ook niet dat mijn stad opgeblazen wordt. Maar wat ik wel weet is dit: dat als het de taak van het DHS is om voor onze veiligheid te zorgen, ze daar niks van terechtbrengen. Niks van alle ellende die ze veroorzaken helpt om te voorkomen dat de brug opnieuw opgeblazen wordt. Ons in de hele stad bespioneren? Onze vrijheid wegnemen? Ons achterdochtig maken jegens elkaar, ons tegen elkaar opzetten? Mensen met een andere mening uitmaken voor verraders? Terrorisme is bedoeld om ons bang te maken, maar wie me bang maakt is het DHS.

> Ik heb niks te zeggen over wat terroristen met me doen, maar als dit een vrij land is, zou ik op zijn minst moeten kunnen zeggen wat mijn eigen politieagenten met me kunnen doen. Zou ik moeten kunnen voorkomen dat ze me terroriseren.

> Ik weet dat dat geen goed antwoord is, sorry.

> Wat bedoel je als je zegt dat het DHS geen terroristen tegen zou houden? Hoe weet je dat?

> Wie bent u?

> Ik werk voor de Sydney Morning Herald.

> Ik ben 17. Ik ben helemaal niet zo’n uitblinker op school, maar toch heb ik een manier gevonden om een internet te maken dat ze niet af kunnen luisteren. En een manier om hun spionagetechnologie te saboteren. Ik kan onschuldige mensen verdacht maken en schuldige mensen onschuldig laten lijken. Ik kan metaal in een vliegtuig smokkelen of een zwarte lijst omzeilen. Al die dingen heb ik gevonden door naar het web te kijken en erover na te denken. Als ík dat kan dan kunnen terroristen het ook. Ze zeiden dat ze onze vrijheid weggenomen hebben om ons een veilig gevoel te geven. Voelt u zich veilig?

> In Australië? Jazeker.

==

Alle piraten lachten.

Meer journalisten stelden vragen. Sommigen sympathiseerden met ons, sommigen waren vijandig. Toen ik moe werd, gaf ik mijn toetsenbord aan Ange en liet haar een poosje M1k3y zijn. Ik had toch niet echt het gevoel dat M1k3y en ik dezelfde persoon waren. M1k3y was het soort jongen dat met internationale journalisten praatte en mensen bezield had een beweging op te zetten. Marcus was van school gestuurd en maakte ruzie met zijn vader en vroeg zich af of hij goed genoeg was voor zijn ongelooflijke vriendin.

Tegen een uur of elf had ik er genoeg van. Bovendien zouden mijn ouders me binnenkort thuis verwachten. Ik logde uit en Ange deed hetzelfde en we bleven een poosje naast elkaar liggen. Ik pakte haar hand en ze kneep er hard in. We omhelsden elkaar.

Ze kuste mijn nek en mompelde iets.

‘Wat?’

‘Dat ik van je hou,’ zei ze. ‘Wat dan, moet ik je soms een telegram sturen?’

‘Wauw,’ zei ik.

‘Zo verbaasd, hè?’

‘Nee. Ik eh... dat wou ik ook net tegen jou zeggen.’

‘Dat zal wel,’ zei ze, in het puntje van mijn neus bijtend.

‘Ik heb het alleen nog nooit eerder gezegd,’ zei ik. ‘Dus ik moest er een beetje naartoe werken.’

‘Je hebt het nog steeds niet gezegd, weet je dat? Denk maar niet dat ik dat niet door heb. Meisjes hebben een radar voor dat soort dingen.’

‘Ik hou van jou, Ange Carvelli,’ zei ik.

‘En ik van jou, Marcus Yallow.’

We kusten en omhelsden elkaar en ik begon zwaar te ademen. Zij ook. Op dat moment klopte haar moeder op de deur.

‘Angela,’ zei ze. ‘Ik geloof dat het tijd wordt dat je vriend naar huis gaat, jij niet?’

‘Ja, moeder,’ zei ze, het gebaar van een vallende bijl nabootsend. Terwijl ik mijn sokken en schoenen aantrok, mompelde ze: ‘Ze zullen nog zeggen, die Angela, ze was zo’n brave meid. Wie zou gedacht hebben dat ze al die tijd op het achterplaatsje was om haar moeder te helpen die bijl te slijpen.’

Ik lachte. ‘Je hebt geen idee hoe makkelijk je het hebt. Geen schíjn van kans dat mijn ouders ons tot elf uur ’s avonds alleen in mijn slaapkamer zouden laten.’

‘Kwart voor twaalf,’ zei ze, op haar wekker kijkend.

‘Shit!’ riep ik, snel mijn veters strikkend.

‘Ga,’ zei ze, ‘ren en wees vrij! En kijk links en rechts voor je de straat oversteekt! Schrijf me als je werk vindt! Neem niet eens de tijd om me te omhelzen! Als je niet binnen tien tellen weg bent, krijg je problémen, mister. Een. Twee. Drie.’

Ik snoerde haar de mond door boven op haar te springen en haar te kussen tot ze ophield met proberen te tellen. Tevreden met mijn overwinning roffelde ik met mijn Xbox onder mijn arm de trap af.

Haar moeder stond in de hal. We hadden elkaar pas een paar keer gesproken. Ze zag eruit als een oudere, langere versie van Ange – volgens Ange was haar vader klein – en ze droeg contactlenzen in plaats van een bril. Ze scheen me voorzichtig in de categorie aardig ingeschat te hebben en dat waardeerde ik.

‘Welterusten, mevrouw Carvelli,’ zei ik.

‘Welterusten, meneer Yallow,’ antwoordde ze. Dat was een van onze kleine rituelen omdat ik haar bij onze eerste kennismaking mevrouw Carvelli genoemd had.

Ik bleef ietwat schutterig bij de deur staan.

‘Ja?’ vroeg ze.

‘Eh,’ zei ik. ‘Dank u dat ik hier mocht komen.’

‘Je bent altijd welkom in ons huis, jongeman,’ zei ze.

‘En dank u voor Ange,’ zei ik ten slotte. Jezus, wat klonk dat slap. Maar ze glimlachte breed en omhelsde me even.

‘Helemaal niks te danken,’ zei ze.

De hele busrit naar huis dacht ik aan de persconferentie, aan Ange die naakt en kronkelend naast me op haar bed lag, aan haar moeder die me glimlachend uitliet.

Mijn moeder was nog op. Ze informeerde naar de film en ik gaf haar de beschrijving die ik had voorbereid aan de hand van wat ik in de recensie in de Bay Guardian gelezen had.

Toen ik bijna sliep, kwam de persconferentie weer boven. Ik was er echt trots op. Het was zo gaaf geweest om al die belangrijke journalisten in de game te zien, dat ze naar me luisterden en moesten luisteren naar al die mensen die in dezelfde dingen geloofden als ik. Ik sliep in met een glimlach op mijn lippen.

==

*

==

Ik had beter moeten weten.

xnet leider: ik kan metaal in een vliegtuig smokkelen

dhs heeft niet mijn instemming om te regeren

xnet jongeren: de vs san francisco uit

Dat waren de góéie koppen. Iedereen stuurde me de artikelen toe om te bloggen, maar dat was wel het laatste wat ik wou.

Op de een of andere manier had ik het verstierd. De pers was naar mijn persconferentie gekomen en had de conclusie getrokken dat we terroristen of onnozele handlangers van terroristen waren. Het ergst was de verslaggeefster van Fox News, die kennelijk toch gekomen was en een commentaar van tien minuten aan ons wijdde waarin ze ons betichtte van ‘landverraad’. Haar uitsmijter, die op elk nieuwsprogramma dat ik vond herhaald werd, luidde:

‘Ze zeggen dat ze geen naam hebben. Nou, dan kan ik ze helpen. Laten we deze verwende kinderen Cal-Qaeda noemen. Ze doen het werk van de terroristen op het thuisfront. Zodra – niet als – Californië opnieuw aangevallen wordt, zijn deze verwende apen even schuldig als het huis Saud.’

De leiders van de anti-oorlogsbeweging deden ons af als een randgroepering. Eén gast zei op de tv dat hij geloofde dat we een verzinsel van het dhs waren om hen in diskrediet te brengen.

Het dhs organiseerde zijn eigen persconferentie, waarin ze aankondigden dat ze de bewaking in San Francisco zouden verdubbelen. Ze toonden een arfidkloner die ze ergens gevonden hadden en lieten zien hoe hij werkte door een autodiefstal te ensceneren. Ze vroegen iedereen op te letten of ze jongeren verdachte dingen zagen doen, vooral als je hun handen niet kon zien.

Ze meenden het serieus. Ik maakte mijn opstel over Kerouac af en begon aan een opstel over de Summer of Love, de zomer van 1967, toen de anti-oorlogsbeweging en de hippies massaal naar San Francisco trokken. De gasten die Ben en Jerry’s, de ijsfabriek, opgericht hadden – zelf ouwe hippies – hadden een hippiemuseum geopend in Haight Ashbury, en er waren nog meer archieven en tentoonstellingen in de stad.

Maar het viel niet mee je door de stad te bewegen. Tegen het eind van de week werd ik gemiddeld vier keer per dag gefouilleerd. De politie controleerde mijn identiteitsbewijs, vroeg me wat ik op straat deed en las de schorsingsbrief van Chavez met argusogen.

Ik had mazzel. Niemand arresteerde me. Maar de anderen van Xnet hadden meer pech. Elke avond kondigde het dhs meer arrestaties aan van ‘leiders’ en ‘functionarissen’ van Xnet, mensen die ik niet kende en van wie ik nooit gehoord had en die met de arfidzoekers en andere apparaatjes die in hun zakken gevonden waren op de buis tentoongesteld werden. Ze beweerden dat deze lui ‘namen noemden’ en het ‘Xnet-netwerk’ in gevaar brachten en dat er meer binnenkort arrestaties verwacht werden. De naam ‘M1k3y’ viel aan de lopende band.

Pap vond het allemaal prachtig. We keken samen naar het journaal, hij handenwrijvend en ik in elkaar gedoken en het in stilte uitschreeuwend. ‘Je zou eens moeten zien wat ze met die jongeren gaan doen,’ zei pap. ‘Ik heb ze in actie gezien. Ze pluizen hun vriendenlijsten op im en de speeddials op hun mobiel uit op terugkerende namen, op patronen. En dan pakken ze de rest op. Ze gaan dat Xnet uitrafelen als een ouwe trui.’

Ik zei Ange’ uitnodiging om bij ons te komen eten af en ging nog vaker naar haar huis. Ange’ zusje Tina begon me ‘de logé’ te noemen, zo van ‘blijft de logé vanavond eten?’ Ik mocht Tina. Ze was alleen maar geïnteresseerd in uitgaan en feesten en jongens, maar ze was grappig en Ange volstrekt toegewijd. Op een avond stonden we samen de vaat te doen en terwijl ze haar handen afdroogde, zei ze heel relaxed: ‘Je lijkt me een aardige vent, Marcus. Mijn zus is hartstikke gek op je en ik mag je ook. Maar ik moet je iets vertellen: als je haar hart breekt, spoor ik je op en trek ik je zak over je hoofd. En dat is geen fraai gezicht.’

Ik verzekerde haar dat ik eerder zelf mijn zak over mijn hoofd zou trekken dan haar hart te breken, waarop ze knikte. ‘Zolang dat maar duidelijk is dan.’

‘Je zuster is geschift,’ zei ik toen we weer op Ange’ bed lagen en de Xnet-blogs lazen. Dat is in grote lijnen wat we deden: knuffelen en op Xnet lezen.

‘Heeft ze weer met die zak geschermd? Vreselijk. Ze vindt “zak” gewoon een lekker woord. Het is niet persoonlijk bedoeld.’

Ik kuste haar. We lazen verder.

‘Moet je dit horen,’ zei ze. ‘De politie verwacht dit weekend zéshonderd arrestaties te verrichten in wat ze de grootste gecoördineerde overval op Xnet-dissidenten tot nu toe noemen.’

Ik moest bijna overgeven.

‘We moeten hier een eind aan maken,’ zei ik. ‘Weet je dat er mensen zijn die nog méér zijn gaan storen om te laten zien dat ze niet bang zijn? Is dat niet idioot?’

‘Ik vind het dapper,’ zei ze. ‘We mogen ons niet laten intimideren.’

‘Wat? Nee, Ange, nee. We kunnen geen honderden mensen naar de gevángenis laten gaan. Jij bent daar nooit geweest. Het is veel erger dan je denkt. Veel erger dan je je in kunt denken.’

‘Ik heb anders een behoorlijk goeie fantasie,’ zei ze.

‘Hou op, oké? Wees even serieus. Ik doe het niet. Ik stuur die mensen niet naar de gevangenis. Anders ben ik echt de vent waar Van me voor aanziet.’

‘Marcus, ik bén serieus. Denk je dat die mensen niet weten dat ze het risico lopen om de bak in te gaan? Ze geloven in het doel. Net als jij. Doe ze de eer aan te geloven dat ze weten waar ze aan begonnen zijn. Het is niet aan jou welke risico’s ze wel of niet mogen nemen.’

‘Het is mijn verantwoordelijkheid, want als ik ze opdraag op te houden, doen ze dat.’

‘Ik dacht dat jij niet de leider was.’

‘Nee, natuurlijk niet. Maar ik kan er niks aan doen dat ze richtlijnen van mij verwachten. En zolang dat het geval is, is het mijn verantwoordelijkheid om te zorgen dat ze geen gevaar te lopen. Snáp je dat niet?’

‘Het enige wat ik snap is dat jij klaarstaat om bij het eerste teken van onraad de benen te nemen. Volgens mij ben je bang dat ze zullen ontdekken wie jíj bent. Volgens mij ben je bang voor jezélf.’

‘Da’s niet eerlijk,’ zei ik, overeind komend en een stukje opschuivend.

‘O nee? Wie kreeg er bijna een hartaanval toen hij dacht dat zijn geheime identiteit ontdekt was?’

‘Dat was anders,’ zei ik. ‘Dit heeft niks met mij te maken. Dat weet je heel goed. Waarom doe je zo?’

‘Waarom doe jíj zo?’ vroeg ze. ‘Waarom wil jíj niet degene zijn die dapper genoeg was om dit allemaal op gang te brengen?’

‘Dit is niet dapper, dit is zelfmoord.’

‘Goedkoop melodrama voor teenagers, M1k3y.’

‘Zeg die naam niet!’

‘Welke naam, “M1k3y”? Waarom, M1k3y?’

Ik trok mijn schoenen aan. Ik pakte mijn tas. Ik liep naar huis.

==

*

==

> Waarom ik niet stoor?

> Ik wil niemand de wet voorschrijven want ik ben niemands leider, ongeacht wat Fox News denkt.

> Maar ik zal je wel vertellen wat ík van plan ben. Als jullie vinden dat dat goed is, kunnen jullie misschien hetzelfde doen.

> Ik stoor niet meer. Niet deze week en volgende week misschien ook niet. Niet omdat ik bang ben, maar omdat ik slim genoeg ben om te weten dat ik liever vrij ben dan naar de gevangenis te gaan. Ze hebben een manier gevonden om onze aanpak te saboteren, dus we moeten een nieuwe aanpak bedenken. Maakt niet uit wat, zolang het maar werkt. Het is stóm om gearresteerd te worden. Je stoort alleen maar als je niet tegen de lamp loopt.

> En er is nog een andere reden om op te houden. Als je gepakt wordt, gebruiken ze jou misschien om je vrienden te pakken, en hún vrienden, en hún vrienden. Wie weet pakken ze je vrienden zelfs als ze Xnet niet gebruiken, want het DHS is net een dolle stier en ze zullen zich echt geen zorgen maken dat ze misschien niet de juiste persoon hebben.

> Ik wil je niet voorschrijven wat je moet doen.

> Maar het DHS is stom en wij zijn slim. Dat wij ze saboteren bewijst dat ze het terrorisme niet kunnen bestrijden omdat het bewijst dat ze niet eens in staat zijn een stel jongeren tegen te houden. Maar als ze je pakken lijkt het of ze wél slimmer zijn dan wij.

> ze zijn niet slimmer dan wij! Wij zijn slimmer dan zij, dus laten we slim zijn. Laten we een manier bedenken om ze in de wielen te rijden ongeacht de hoeveelheid gorilla’s die ze de straten van onze stad in sturen.

==

Ik verzond het. Ik ging naar bed.

Ik miste Ange.

==

*

==

Ange en ik spraken bijna vier dagen niet met elkaar, waaronder het weekend. Toen was het weer tijd om naar school te gaan. Ik had haar wel een miljoen keer bijna opgebeld en duizend niet verzonden e-mails en im’s geschreven.

Nu zat ik weer bij maatschappijleer, waar mevrouw Andersen me met luide, sarcastische beleefdheid begroette en heel liefjes vroeg hoe mijn ‘vakantie’ geweest was. Ik ging zitten en mompelde iets. Ik hoorde Charles grinniken.

Ze begon over Manifest Destiny, het idee dat de Amerikanen voorbestemd waren om de hele wereld over te nemen (althans zo klonk het bij haar) en leek haar best te doen om mij iets te ontlokken waarvoor ze me de klas uit kon sturen.

Ik voelde de ogen van de klas op me, wat me deed denken aan M1k3y en de mensen die tegen hem opkeken. Ik had er mijn buik van vol dat mensen tegen me opkeken. Ik miste Ange.

Ik kwam de rest van de dag door zonder dat iemand iets op me aan kon merken. Ik geloof dat ik nog geen acht woorden gezegd had.

Toen het eindelijk afgelopen was, liep ik de school uit naar de poort en de stomme Mission en mijn waardeloze huis.

Net buiten de poort liep knalde iemand tegen me aan – een jonge dakloze, mijn leeftijd, misschien iets ouder. Hij droeg een lange, vettige overjas, een baggy spijkerbroek en uit elkaar vallende sneakers die door een hakselmachine gehaald leken te zijn. Zijn lange haar hing in zijn gezicht en hij had een baard die in slierten langs zijn keel hing en in de boord van een kleurloze trui verdween.

Ik zag dit allemaal terwijl we naast elkaar op het trottoir lagen. Mensen liepen voorbij, ons bevreemde blikken toewerpend. Hij was waarschijnlijk tegen me aangebotst omdat hij voorovergebogen onder het gewicht van een zware, kapotte rugzak door Valencia Street rende. Nu lag de rugzak, die volgekrabbeld was met meetkundig aandoende viltstift, naast hem op de grond.

Hij krabbelde op zijn knieën en wiegde heen en weer alsof hij dronken was of zijn hoofd gestoten had.

‘Sorry, ouwe,’ zei hij. ‘Ik zag je niet. Heb je je bezeerd?’

Ik ging ook overeind zitten. Ik voelde geen pijn.

‘Eh... Nee, ik heb niks.’

Hij stond op en glimlachte. Zijn tanden waren schokkend wit en recht, als een advertentie voor een orthodontiekliniek. Hij stak me een hand toe en zijn handdruk was ferm en stevig.

‘Het spijt me echt.’ Zijn stem was helder en intelligent. Ik had verwacht dat hij zou klinken als de dronkaards die ’s avonds laat tegen zichzelf mompelend door de Mission zwalkten, maar hij klonk eerder als een slimme boekhandelmedewerker.

‘Niks aan de hand,’ zei ik.

Hij stak opnieuw zijn hand uit.

‘Zeb,’ zei hij.

‘Marcus,’ zei ik.

‘Aangenaam, Marcus,’ zei hij. ‘Ik hoop nog een keer tegen je aan te lopen!’

Lachend raapte hij zijn rugzak op, draaide zich om en haastte zich verder.

==

*

==

Enigszins verdwaasd liep ik de rest van de weg naar huis. Mam zat aan de keukentafel en we praatten een poosje over niks, zoals vroeger, voordat alles veranderde.

Ik liep de trap op naar mijn kamer en liet me op mijn stoel vallen. Ik had geen zin in Xnet. Ik had er die ochtend voor school even naar gekeken en gezien dat mijn bericht een enorme controverse ontketend had tussen mensen die het met me eens waren en mensen die diep verontwaardigd waren dat ik ze opdroeg van hun favoriete tijdverdrijf af te zien.

Toen dit allemaal begon, had ik ongeveer drieduizend projecten op stapel staan. Ik bouwde een gaatjescamera van lego, ik speelde met vliegerfotografie – een oud digitaal fototoestel dat bediend werd met een stuk silly putty dat bij het oplaten uitgerekt werd en langzaam zijn oorspronkelijke vorm weer aannam, waarbij het om de zoveel tijd de sluiter open en dicht deed gaan. Ik bouwde een buisversterker in een oud, verroest en gedeukt olijfolieblik dat rechtstreeks uit een archeologische opgraving afkomstig leek te zijn – als hij klaar was wilde ik er een aansluiting voor mijn mobiel in maken en een paar uit tonijnblikjes gemaakte 5.1-surroundsoundluidsprekers.

Ik keek een poosje naar mijn werkbank en pakte uiteindelijk de gaatjescamera. Methodisch legosteentjes in elkaar drukken was ongeveer het enige waartoe ik op dat moment in staat was.

Ik deed mijn horloge en de zware zilveren tweevingerring waarop een aap en een ninja in vechthouding tegenover elkaar stonden af en liet ze in het doosje vallen dat ik gebruikte voor alle troep die ik in mijn zakken laad en om mijn nek hang voor ik de deur uitga: mobiel, portemonnee, sleutels, WiFi-zoeker, kleingeld, batterijen, uittrekbare kabels... ik smeet alles in de doos en had plotseling iets in mijn hand waarvan ik me niet herinnerde het in mijn zak gedaan te hebben.

Het was een stukje papier, grijs en zacht als flanel, gerafeld aan de randen waar het van een groter vel gescheurd was. Het was bedekt met het kleinste, netste handschrift dat ik ooit gezien had. Ik vouwde het open en hield het voor mijn gezicht. Het was aan beide kanten beschreven, van de linkerbovenhoek voor tot een kriebelige handtekening in de rechterbenedenhoek achter.

De handtekening bestond enkel uit deze naam: zeb.

Ik las het.

==

Beste Marcus,

Jij kent mij niet maar ik jou wel. Ik heb de laatste drie maanden, sinds de aanslag op de Bay Bridge, op Treasure Island gevangengezeten. Ik was op de binnenplaats toen je met dat Aziatische meisje praatte en ze je aanvielen. Je was moedig. Heel goed.

De dag daarop kreeg ik blindedarmontsteking en kwam in de ziekenzaal terecht. In het bed naast het mijne lag een gast die Darryl heette. Het duurde een hele poos voor we beter waren en tegen die tijd zaten ze te veel met ons in hun maag om ons te laten gaan.

En dus besloten ze dat we echt schuldig moesten zijn. Ze verhoorden ons elke dag. Ik weet dat jij dat ook meegemaakt hebt. Vermenigvuldig dat met maanden. Darryl en ik kwamen in dezelfde cel terecht. We wisten dat we afgeluisterd werden, dus we beperkten ons tot praten over koetjes en kalfjes. Maar ’s nachts, als we op onze brits lagen, stuurden we elkaar berichten in morse (ik wist wel dat mijn ervaring als radioamateur ooit van pas zou komen).

In het begin waren hun vragen steeds de bekende lulkoek: wie heeft het gedaan, hoe hebben ze het gedaan. Maar na een poosje begonnen ze over Xnet. Nooit van gehoord natuurlijk. Maar ze bleven doorvragen.

Darryl vertelde me dat ze hem arfidkloners, Xboxen, allerlei soorten technologie hadden laten zien en eisten dat hij ze vertelde hoe ze werkten en waar hij geleerd had eraan te sleutelen. Darryl vertelde me over jullie games en de dingen die jullie geleerd hadden.

En het dhs vroeg vooral naar onze vrienden. Wie kenden we? Wat voor gasten waren het? Waren ze geïnteresseerd in politiek? Hadden ze problemen op school gehad? Met de politie?

We noemen de gevangenis Guantanamo-aan-de-Baai. Ik ben pas een week buiten en ik geloof niet dat iemand weet dat hun zoons en dochters midden in de baai gevangenzitten. ’s Avonds konden we de mensen op het vasteland horen lachen en feestvieren.

Ik ben vorige week ontsnapt. Ik zal niet zeggen hoe, voor het geval dit in de verkeerde handen valt. Misschien nemen anderen dezelfde route.

Darryl vertelde me waar ik je kon vinden en liet me beloven je te vertellen wat ik wist als ik terugkwam. Nu ik dat gedaan heb, ben ik pleite. Op de een of andere manier ga ik dit land uit. Amerika kan doodvallen.

Hou je taai. Ze zijn bang voor je. Geef ze een schop voor mij. Laat je niet pakken.

Zeb

==

Toen ik het briefje gelezen had stonden er tranen in mijn ogen. Ergens op mijn werktafel lag een wegwerpaansteker die ik weleens gebruikte om de isolatie van draden te smelten. Ik zocht hem en hield hem onder het briefje. Ik wist dat ik aan Zeb verplicht was het te vernietigen om te voorkomen dat iemand het las en hem daardoor opspoorde, waar hij ook van plan was heen te gaan.

Ik had de aansteker in de ene en het briefje in de andere hand, maar ik kon het niet.

Darryl.

Door alle toestanden met Xnet en Ange en het dhs was ik zijn bestaan bijna vergeten. Hij was een geest geworden, zoals een oude vriend die verhuisd is of aan een uitwisselingsprogramma meedoet. Hij was al die tijd verhoord, onder druk gezet om mij te verraden, uit te leggen wat Xnet was, wie het dhs saboteerde. Hij zat op Treasure Island, de opgeheven militaire basis halverwege de verwoeste boog van de Bay Bridge – zo dichtbij dat ik naar hem toe had kunnen zwemmen.

Ik legde de aansteker neer en las het briefje opnieuw. Ik snikte het uit. Alles kwam terug, de vrouw met het strenge kapsel, haar vragen, de stank van pis en de stijfheid van mijn broek toen de urine in het ruwe canvas opgedroogd was.

‘Marcus?’

Mijn deur stond op een kier en mijn moeder stond in de deuropening en keek me bezorgd aan. Hoe lang stond ze daar al?

Ik veegde met mijn mouw langs mijn ogen en haalde mijn neus op. ‘Mam,’ zei ik. ‘Hoi.’

Ze kwam mijn kamer in en omhelsde me. ‘Wat is er? Wil je erover praten?’

Het briefje lag op de tafel.

‘Is dat van je vriendin? Is alles goed?’

Ze had me een uitweg gegeven. Ik kon alles op problemen met Ange schuiven, dan zou ze weggaan en me met rust laten. Ik deed mijn mond open om dat te doen en dit kwam eruit.

‘Ik heb in de gevangenis gezeten. Na de aanslag op de brug. Ik heb al die tijd in de gevangenis gezeten.’

De snikken die daarop volgden klonken niet als die van mij. Het leken eerder dierengeluiden, een ezel misschien, of het gejank van een grote kat ’s nachts. Ik snikte zo hard dat mijn keel brandde en pijn deed en mijn borst heftig op en neer ging.

Mam omhelsde me zoals toen ik een kind was. Ze streelde mijn haar, fluisterde in mijn oor en wiegde me heen en weer tot ik langzaam, geleidelijk aan bedaarde.

Ik haalde diep adem en mam haalde een glas water. Ik ging op de rand van mijn bed zitten en zij op mijn bureaustoel en daarna vertelde ik haar alles.

Alles.

Dat wil zeggen, bijna alles.

Hoofdstuk 16

Eerst keek mam geschokt, daarna verontwaardigd, maar toen ik de verhoren beschreef – dat ik in mijn broek gepist had, de zak over mijn hoofd, Darryl – verloor haar gezicht alle uitdrukking en viel haar mond open. Ik liet haar het briefje lezen.

‘Waarom?’

Eén woord. Maar alle zelfverwijten waarmee ik mezelf ’s nachts gepijnigd had, elk moment waarop het me aan de moed ontbroken had om de wereld te vertellen wat er echt aan de hand was, de echte reden waarom ik vocht, de echte bezieling voor Xnet, lagen erin opgesloten.

Ik haalde diep adem.

‘Ze zeiden dat ik de gevangenis in zou gaan als ik erover praatte. Niet voor een paar dagen maar voorgoed. Ik was... ik was bang.’

Mam bleef lange tijd zwijgend zitten. Toen vroeg ze: ‘En Darryls vader?’

Ze had net zo goed een breinaald in mijn borst kunnen steken. Darryls vader. Die moest in de veronderstelling zijn dat Darryl dood was, al tijden.

Maar was hij dat ook eigenlijk niet? Als het dhs je al drie maanden clandestien vasthield, zouden ze je dan ooit nog laten gaan?

Maar Zeb was ontsnapt. Misschien kon Darryl ook ontsnappen. Misschien konden ik en Xnet Darryl helpen te ontkomen.

‘Ik heb niks tegen hem gezegd,’ zei ik.

Nu begon mam te huilen. Dat gebeurde niet vaak. Dat was een Britse eigenschap. Dat maakte haar gehik en gesnik alleen maar erger om aan te horen.

‘Je moet het hem vertellen,’ wist ze uit te brengen. ‘Dat moet.’

‘Ja.’

‘Maar eerst moeten we het aan je vader vertellen.’

==

*

==

Pap kwam niet meer op een vaste tijd thuis. Hij had zoveel cliënten – die omkwamen in het werk nu het dhs mensen op het schiereiland aanspoorde dataminingbedrijven te beginnen – en de afstand van Berkeley was zo groot dat hij soms pas om twaalf uur ’s nachts thuiskwam.

Die avond belde mam hem op en beval hem onmíddellijk thuis te komen. Hij zei iets en haar enige reactie was opnieuw: ‘Onmíddellijk.’

Toen hij thuiskwam, zaten we in de huiskamer met het briefje tussen ons in op het salontafeltje.

De tweede keer was het makkelijker. Het geheim werd lichter. Ik maakte het niet mooier, ik liet niets achterwege. Ik stortte mijn hele gemoed uit.

Ik had die uitdrukking eerder gehoord, maar tot op dat moment had ik nooit precies begrepen wat ze betekende. De waarheid achterhouden had mijn gemoed bezwaard, bezoedeld. Het had me bang en beschaamd gemaakt. Het had me veranderd in alles wat Ange me voor de voeten geworpen had.

Pap zat kaarsrecht in zijn stoel en luisterde met een gezicht dat uit steen gehouwen leek. Toen ik hem het briefje gaf, las hij het twee keer en legde het toen voorzichtig weg.

Daarna stond hij hoofdschuddend op en liep naar de voordeur.

‘Waar ga je heen?’ vroeg mam geschrokken.

‘Ik moet even naar buiten,’ was het enige wat hij kon zeggen. Zijn stem stokte.

We keken elkaar gegeneerd aan, mam en ik, en wachtten tot hij terugkwam. Ik probeerde me voor te stellen wat er in zijn hoofd omging. Hij was zo veranderd na de aanslagen, en ik wist van mam dat dat gebeurd was in de dagen dat hij dacht dat ik dood was. Hij was tot de slotsom gekomen dat de terroristen zijn zoon vermoord hadden en dat had hem gek gemaakt.

Gek genoeg om alles te doen wat het dhs vroeg, als een braaf schaap in de rij te gaan staan en zich op de kop laten zitten, te laten ringeloren.

Nu wist hij dat ik de gevangene van het dhs geweest was, dat het dhs de kinderen van San Francisco in Guantanamo-aan-de-baai gijzelde. Nu ik erbij stilstond, was dat hartstikke logisch. Natuurlijk had ik op Treasure Island gezeten. Wat lag er verder nog op tien minuten varen van San Francisco?

Toen pap terugkwam, was hij woedender dan ik hem ooit gezien had.

‘Waarom heb je dat niet meteen gezegd?’ brulde hij.

Mam ging tussen ons in staan. ‘Je geeft de verkeerde de schuld,’ zei ze. ‘Marcus heeft niemand ontvoerd of geïntimideerd.’

Hij schudde stampvoetend met zijn hoofd. ‘Ik geef Marcus nergens de schuld van. Ik weet precíés wie de schuldigen zijn. Ik. Ik en dat vervloekte dhs. Trek je schoenen aan en pak jullie jassen.’

‘Waar gaan we naartoe?’

‘Eerst naar Darryls vader. En daarna naar Barbara Stratford.’

==

*

==

De naam Barbara Stratford kwam me vaag bekend voor, maar ik wist niet waarvan. Misschien een oude vriendin van mijn ouders. Ik kon haar niet precies plaatsen.

Ondertussen waren we op weg naar Darryls vader. Ik had me nooit op mijn gemak gevoeld bij Darryls ouweheer, die marconist was geweest bij de marine en zijn gezin organiseerde als een scheepsbemanning. Hij had Darryl op jonge leeftijd morse geleerd, wat een van de redenen was dat ik wist dat ik Zebs brief kon vertrouwen. Maar tegenover alle toffe dingen zoals morse stonden andere geschifte militaire regels, die nergens op sloegen, bijvoorbeeld dat Darryl zijn bed opmaakte als een soldaat en zich twee keer per dag schoor. Darryl werd er gek van.

Darryls moeder kreeg er genoeg van toen Darryl tien was en was teruggegaan naar haar familie in Minnesota – waar Darryl elk jaar zijn zomer- en kerstvakantie doorbracht.

Ik zat op de achterbank en zag mijn vaders achterhoofd. De spieren in zijn nek bewogen voortdurend omdat hij aan één stuk door knarsetandde.

Mam had haar hand op zijn arm gelegd, maar ik had niemand om me op te beuren. Kon ik Ange maar bellen. Of Jolu. Of Van. Als alles voorbij was misschien.

‘Hij moet zijn zoon in gedachten al begraven hebben,’ zei mijn vader, terwijl we door de haarspeldbochten gierden op weg naar Twin Peaks en het huisje waar Darryl en zijn vader woonden. Op Twin Peaks was het mistig, zoals zo vaak ’s avonds in San Francisco, en de mist weerkaatste het licht van de koplampen. Bij elke bocht zag ik de stad beneden ons – kommen vol flikkerende lichtjes die leken te bewegen in de nevel.

‘Hier?’

‘Ja,’ ze ik. ‘Hier.’ Ik was al maanden niet bij Darryl thuis geweest, maar ik had er in de loop der jaren genoeg tijd doorgebracht om het huis meteen te herkennen.

We bleven even om de auto staan, niet goed wetend wie er aan zou bellen. Tot mijn verbazing deed ik het zelf.

Toen ik aangebeld had, bleven we alle drie met ingehouden adem staan wachten. Ik belde opnieuw. De auto van Darryls vader stond op de oprit en we hadden licht in de huiskamer gezien. Toen ik voor de derde keer aan wilde bellen ging de deur open.

‘Marcus?’ Darryls vader leek in niets op de man die ik me herinnerde. Ongeschoren, in een ochtendjas en op blote voeten. Lange teennagels en rode ogen. Hij was zwaarder geworden en onder de ferme militaire kin hing een tweede. Zijn dunne haar was warrig en sliertig.

‘Meneer Glover,’ zei ik. Mijn ouders liepen achter me het kleine halletje in.

‘Dag Ron,’ zei mijn moeder.

‘Ron,’ zei mijn vader.

‘Jullie ook? Wat is er?’

‘Mogen we binnenkomen?’

==

*

==

Zijn huiskamer deed denken aan een nieuwsbericht over achtergelaten kinderen die een maand in huis opgesloten gezeten hebben voor ze door de buren gered werden: dozen van diepvriesmaaltijden, lege bierblikjes en limonadeflesjes, beschimmelde kommen muesli en stapels kranten. Het stonk er naar kattenpis en onder onze voeten knerpten kattenbakkorrels. Zelfs zonder de kattenpis stonk het er vreselijk – net een toilet op een busstation.

Op de bank lagen een groezelig laken en een paar vettige, diep ingedeukte kussens die er flink gebruikt uitzagen.

We bleven allemaal staan, want onze gevoelens werden even overheerst door gêne. Darryls vader leek ter plekke door de grond te willen gaan.

Langzaam trok hij de lakens van de bank, verwijderde de vieze etensblikjes van een paar stoelen, droeg ze naar de keuken en liet ze daar zo te horen op de grond vallen.

We lieten ons voorzichtig op de vrijgemaakte stoelen zakken. Toen hij terugkwam, ging hij ook zitten.

‘Sorry,’ zei hij vaag. ‘Ik kan jullie geen koffie aanbieden. Morgen worden de boodschappen bezorgd, dus ik heb weinig meer in huis...’

‘Ron,’ zei mijn vader. ‘Luister. We moeten je iets te vertellen wat niet makkelijk voor je zal zijn.’

Als een standbeeld op zijn stoel zittend luisterde hij naar mijn verhaal. Hij keek naar het briefje, las het, duidelijk zonder het te begrijpen, las het opnieuw, gaf het terug.

Hij beefde.

‘Hij...’

‘Darryl leeft,’ zei ik. ‘Darryl leeft en zit gevangen op Treasure Island.’

Hij drukte zijn vuist in zijn mond en stiet een afschuwelijk kreunend geluid uit.

‘We hebben een vriendin,’ zei mijn vader. ‘Ze schrijft voor de Bay Guardian. Een onderzoeksjournaliste.’

Dus daar kende ik de naam van. De Bay Guardian, een gratis weekblad, raakte zijn verslaggevers vaak kwijt aan grotere kranten en internet, maar Barbara Stratford werkte er al een eeuwigheid. Er stond me vaag iets bij dat ze bij ons gegeten had toen ik klein was.

‘Daar zijn we naar op weg,’ zei mijn moeder. ‘Ga je mee, Ron? Wil je haar Darryls verhaal vertellen?’

Hij sloeg zijn handen voor zijn gezicht en slaakte een diepe zucht. Pap probeerde zijn hand op zijn schouder te leggen, maar meneer Glover schudde hem met een woest gebaar af.

‘Ik moet me opknappen,’ zei hij. ‘Moment alsjeblieft.’

Meneer Glover was een ander mens toen hij terugkwam. Hij had zich geschoren, zijn haar met gel achterovergekamd en een schoon militair parade-uniform aangetrokken met een rij lintjes op de borst. Onder aan de trap bleef hij staan en gebaarde vaag naar boven.

‘Ik heb op het ogenblik weinig kleren die toonbaar zijn en dit leek me gepast. Je weet wel, voor het geval ze foto’s wil maken.’

Hij en pap gingen voorin zitten. Mam en ik klommen op de achterbank. Ik zat achter meneer Glover. Van dichtbij rook hij licht naar bier, alsof het uit zijn poriën wasemde.

==

*

==

Het was middernacht toen we Barbara Stratfords oprit in reden. Ze woonde buiten de stad, in Mountain View. Niemand sprak een woord toen we met grote snelheid over de 101 reden. De moderne gebouwen langs de autoweg flitsten voorbij.

Dit was een ander Bay Area dan waar ik woonde – meer als de slaapsteden die ik weleens op de tv zag. Een heleboel snelwegen en wijken met identieke huizen, buurten waar niet één dakloze met een winkelwagentje over het trottoir liep – er wáren niet eens trottoirs!

Mam had Barbara Stratford opgebeld terwijl meneer Glover zich opknapte. De journaliste sliep, maar mam was zo geëmotioneerd dat ze vergat helemaal Brits en opgelaten te zijn dat ze haar wakker maakte. In plaats daarvan vertelde ze haar kortaf dat ze iets te vertellen had en haar persoonlijk wilde spreken.

Toen we bij Barbara Stratfords huis aankwamen, moest ik meteen aan de tv-serie de Brady Bunch denken – een lage bungalow met een bakstenen muurtje ervoor en een goed onderhouden, exact vierkant gazon. Op het muurtje was een soort abstract tegelpatroon aangebracht en erachter priemde een ouderwetse uhf/tv-antenne omhoog. We liepen er omheen naar de voordeur en zagen dat er binnen al licht brandde.

De verslaggeefster deed open voor we aan konden bellen. Ze was van ongeveer dezelfde leeftijd als mijn ouders, een lange magere vrouw met een haviksneus en pientere ogen met een heleboel lachrimpeltjes. Ze droeg een spijkerbroek die hip genoeg was om uit een van de boetieks in Valencia Street te komen en een lange wijde blouse van indiakatoen. Ze had een rond brilletje op dat blonk in het licht van haar hal.

Ze gaf ons een strak glimlachje.

‘Je hebt de hele clan meegebracht, zie ik,’ zei ze.

Mam knikte. ‘Je zult snel genoeg begrijpen waarom,’ zei ze. Meneer Glover kwam achter pap vandaan.

‘En de marine ook?’

‘Dat komt ook aan de orde.’

We werden een voor een aan haar voorgesteld. Ze had een stevige handdruk en lange vingers.

Haar huis was ingericht in een Japanse minimalistische stijl – alleen maar een paar lage, perfect geproportioneerde stukken meubilair, grote aardewerken potten met plafondhoge bamboeplanten en iets wat eruitzag als een groot, roestig stuk van een dieselmotor op een glimmende marmeren sokkel. Ik kwam tot de conclusie dat ik het mooi vond. De vloeren waren van oud hout dat geschuurd en gevernist was maar niet gevuld, zodat je onder de vernis scheuren en gaatjes zag zitten. Dat vond ik écht mooi, vooral nu ik er op kousenvoeten overheen liep.

‘Ik heb koffie opstaan,’ zei ze. ‘Wie heeft zin?’

We staken allemaal een hand op. Ik keek mijn ouders uitdagend aan.

‘Goed,’ zei ze.

Ze verdween in een ander vertrek en kwam even later terug met een dienblad van ruwe bamboe met een grote thermoskan en zes fraai gevormde kopjes, versierd met slordige, ruw geschetste decoraties. Ook mooi.

‘Goed,’ zei ze, toen ze de koffie ingeschonken en geserveerd had. ‘Ik vind het heel leuk om jullie allemaal weer te zien. Marcus, ik geloof dat jij de laatste keer dat ik je zag een jaar of zeven was. Als ik het me goed herinner, was je helemaal opgewonden van je nieuwe videogames die je me liet zien.’

Daar wist ik niets meer van, maar het klonk als iets waar ik op mijn zevende gek op was. Waarschijnlijk mijn Sega Dreamcast.

Ze pakte een bandrecorder, een blocnote en een pen. Spelend met de pen zei ze: ‘Ik ben bereid om te luisteren naar wat jullie te vertellen hebben en beloof dat alles vertrouwelijk blijft. Maar ik kan niet beloven dat ik er iets mee zal doen of dat het gepubliceerd wordt.’ Uit de manier waarop ze dat zei maakte ik op dat mijn moeder tamelijk ver gegaan was door deze dame uit bed te bellen, vriendin of niet. Een bekende onderzoeksjournaliste zijn was waarschijnlijk behoorlijk klote – met miljoenen mensen die je voor hun karretje wilden spannen.

Mam gaf me een knikje. Hoewel ik het verhaal die avond al drie keer afgedraaid had, stond ik nu met mijn mond vol tanden. Dit was anders dan het aan mijn ouders vertellen. Anders dan het aan Darryls vader vertellen. Dit – dit zou een nieuwe fase inluiden.

Ik begon langzaam en zag Barbara aantekeningen maken. Ik had een heel kopje koffie op voor ik uitgelegd had wat arg’en was en dat we uit school ontsnapten om te gaan gamen. Mam en pap en meneer Glover luisterden aandachtig. Ik schonk mezelf opnieuw in en dronk terwijl ik beschreef hoe we opgepakt werden. Toen ik het hele verhaal verteld had, was de thermoskan leeg en moest ik pissen als een reiger.

Haar badkamer was al even sober ingericht als de huiskamer, en er lag een bruin, biologisch stuk zeep dat naar schone modder rook. Toen ik terugkwam, keken alle volwassenen me zwijgend aan.

Nu vertelde meneer Glover zijn verhaal. Hij wist niets van wat er gebeurd was, maar legde uit dat hij een veteraan was en dat zijn zoon een goede knul was. Hij vertelde hoe het voelde om te denken dat zijn zoon gestorven was, dat zijn ex-vrouw een zenuwinstorting gekregen had toen ze het hoorde en in het ziekenhuis lag. Hij huilde even, vrijuit. De tranen stroomden over zijn gegroefde gezicht en maakten de kraag van zijn parade-uniform donker.

Toen hij uitgepraat was, liep Barbara naar een ander vertrek en kwam terug met een fles Ierse whisky. ‘Dit is een vijftien jaar oude Bushmills die in een oud rumvat gerijpt is,’ zei ze terwijl ze vier glaasjes op de tafel zette. Geen voor mij. ‘Hij wordt al tien jaar niet meer verkocht en ik geloof dat dit een goed moment is om hem aan te breken.’

Ze schonk iedereen in, hief haar glaasje en dronk het halfleeg. De andere volwassenen volgden haar voorbeeld. Ze dronken opnieuw en leegden hun glas. Barbara vulde ze bij.

‘Goed,’ zei ze. ‘Eén ding kan ik jullie meteen vertellen. Ik geloof jullie. En niet alleen maar omdat ik jou ken, Lillian. Het verhaal klinkt aannemelijk en sluit precies aan bij andere geruchten die ik gehoord heb. Maar toch kan ik het niet zomaar op jullie gezag aannemen. Ik zal elk aspect ervan na moeten trekken, ook dingen uit jullie leven en de details uit jullie verhalen. Ik moet weten of je dingen verzwegen hebt die mogelijk gebruikt zouden kunnen worden om je in diskrediet te brengen als dit bekend wordt. Ik moet alles weten. Het kan best weken duren voor ik klaar ben om te publiceren.

En je moet ook aan jullie veiligheid denken. En aan die van deze Darryl ook. Als hij echt een “onpersoon” is bestaat de kans dat het dhs, als je druk op ze uitoefent, hem het land uit smokkelt. Naar Syrië, bijvoorbeeld. Of ze kunnen iets nog veel ergers doen.’ Die laatste woorden liet ze even in de lucht hangen. Ik wist wat ze bedoelde – dat ze hem misschien dood zouden schieten.

‘Ik zal dit briefje meenemen en scannen. Ik wil foto’s van jullie allemaal, nu en later... we sturen wel een fotograaf. Maar ik wil vanavond ook alles zo volledig mogelijk vastleggen.’

Ik liep met haar mee naar haar kantoor om het briefje te scannen. Ik had een stijlvolle, niet al te krachtige computer verwacht die bij haar inrichting paste, maar haar logeerkamer-annex-werkvertrek stond vol met de modernste pc’s, grote flatpanelmonitoren en een scanner die groot genoeg voor een hele krantenpagina. En ze kon ermee omgaan ook. Ik zag met voldoening dat ze ParanoidLinux gebruikte. Deze dame nam haar werk serieus.

De ventilatoren van de computers maakten genoeg lawaai om als witte ruis te dienen, maar toch trok ik de deur dicht en ging vlak naast haar staan.

‘Eh, Barbara?’

‘Ja?’

‘Wat je net zei, over dingen die gebruikt kunnen worden om me in diskrediet te brengen...’

‘Ja?’

‘Niemand kan je dwingen om te verraden wat ik nu ga zeggen, toch?’

‘In theorie. Laat ik het zo stellen. Ik ben twee keer de gevangenis ingegaan om een bron niet te hoeven verraden.’

‘Oké, oké. Goed. Wauw. De gevangenis. Wauw. Oké.’ Ik haalde diep adem. ‘Ik neem aan dat je van Xnet gehoord hebt? Van M1k3y?’

‘Ja?’

‘Ik ben M1k3y.’

‘O,’ zei ze. Ze scande één kant van het briefje en draaide het om. Ze scande op een ongelooflijke resolutie, 10 000 pixels per inch of nog hoger. Op het scherm leek het alsof je door een elektronenmicroscoop keek.

‘Tja, dat geeft de zaak wel een ander aanzien.’

‘Ja,’ zei ik. ‘Dat dacht ik al.’

‘En je ouders weten dat niet?’

‘Nee. En ik weet ook niet of ik wel wíl dat ze het weten.’

‘Dat is iets wat je zelf zult moeten beslissen. Ik moet hierover nadenken. Kun je naar mijn kantoor komen? Ik zou graag met je doornemen wat dat precies inhoudt.’

‘Heb je een Xbox Universal? Ik kan wel een installatie-dvd meebrengen.’

‘Ja, dat is vast wel te regelen. Zeg maar tegen de receptioniste dat je meneer Brown bent en een afspraak met me hebt. Ze weten wat dat betekent. Je komst zal niet worden geregistreerd, alle beelden van de bewakingscamera van die dag worden automatisch gewist en de camera’s worden afgezet tot je weer vertrekt.’

‘Wauw,’ zei ik. ‘Jij denkt precies zoals ik.’

Ze porde me glimlachend tegen mijn schouder. ‘Jongen, ik speel dit spelletje al zo verdomde lang... Tot dusver is het me gelukt om meer tijd búíten de gevangenis door te brengen dan erin. Paranoia is mijn vriend.’

==

*

==

De volgende dag op school was ik net een slaapwandelaar. Ik had ongeveer drie uur slaap gehad en zelfs na drie koppen cafeïnemodder van de Turk weigerden mijn hersenen op te starten. Het probleem met cafeïne is dat je er snel aan went, zodat je steeds grotere doses moet nemen om boven de normaalgrens te komen.

Ik had de hele nacht liggen denken. Het was net of ik door een doolhof rende met vrijwel identieke kronkelpaadjes die allemaal op hetzelfde punt doodliepen. Als ik naar Barbara ging, was het gebeurd met me. Dat stond vast, of ik het leuk vond of niet.

Toen de school uitging, had ik maar één verlangen: naar huis gaan en in bed kruipen. Maar ik had een afspraak bij de Bay Guardian, aan het water. Met neergeslagen ogen strompelde ik het schoolhek uit en toen ik 24th Street insloeg, zag ik een tweede paar voeten naast de mijne verschijnen. Ik herkende de schoenen en bleef staan.

‘Ange?’

Ze zag eruit zoals ik me voelde. Onuitgeslapen, met wallen onder haar ogen en trieste, neergetrokken groeven on haar mondhoeken.

‘Hoi,’ zei ze. ‘Verrassing. Ik heb vandaag vrij genomen van school. Ik kon me toch niet concentreren.’

‘Ehm,’ zei ik.

‘Hou je mond en omhels me, idioot dat je bent.’

Dat deed ik. Het was een fijn gevoel. Meer dan fijn. Het was net of ik een stukje van mezelf geamputeerd had dat ik nu weer terug had.

‘Ik hou van je, Marcus Yallow.’

‘En ik van jou, Angela Carvelli.’

‘Oké,’ zei ze, zich lostrekkend. ‘Goed geschreven, die uitleg waarom je niet meer stoort. Die kan ik respecteren. Heb je al iets gedaan om een manier te vinden om ze in de wielen te rijden zonder gepakt te worden?’

‘Ik ben op weg naar een onderzoeksjournaliste die een verhaal gaat publiceren over mijn gevangenschap, dat ik Xnet opgezet heb en dat het dhs Darryl wederrechtelijk gevangenhoudt in een geheime gevangenis op Treasure Island.’

‘O.’ Ze keek snel om zich heen. ‘Kon je niet iets, eh, je weet wel, ambitieuzers bedenken?’

‘Zin om mee te gaan?’

‘Jazeker. En zou je me, als je het niet erg vindt, alle details kunnen vertellen?’

Na al het navertellen dat ik gedaan had was dit verhaal, dat ik onderweg naar Potrero Avenue en 15th Street vertelde, het makkelijkst. Ze hield mijn hand vast en kneep er voortdurend in.

Met twee treden tegelijk renden we de trappen naar het kantoor van de Bay Guardian op. Mijn hart bonkte. Ik liep naar de receptie en zei tegen het verveeld uitziende meisje achter de balie: ‘Ik heb een afspraak met Barbara Stratford. Mijn naam is meneer Green.’

‘Meneer Brown, bedoelt u zeker?’

‘Inderdaad,’ zei ik, rood wordend. ‘Meneer Brown.’

Ze sloeg een paar toetsen aan en zei: ‘U kunt plaatsnemen. Barbara komt eraan. Wilt u iets drinken?’

‘Koffie,’ zeiden we in koor. Ook al een reden om van Ange te houden – we waren verslaafd aan hetzelfde middel.

De receptioniste – een knap Zuid-Amerikaans vrouwtje dat maar een paar jaar ouder was dan wij en Gap-kleren droeg die zo uit de tijd waren dat ze weer min of meer retrohip geworden waren – knikte, liep een kantoor in en kwam terug met twee bekers met het logo van de krant erop.

We nipten zwijgend aan onze koffie en keken naar het komen en gaan van bezoekers en verslaggevers. Een hele poos later kwam Barbara ons ophalen. Ze droeg vrijwel dezelfde kleren als de avond daarvoor. Ze pasten precies bij haar. Ze trok een wenkbrauw op toen ze zag dat ik iemand meegebracht had.

‘Hallo,’ zei ik. ‘Eh, dit is...’

‘Mevrouw Brown,’ zei Ange, een hand uitstekend. O, tuurlijk, onze identiteit werd geacht geheim te zijn. ‘Ik werk samen met meneer Green.’ Ze porde me zacht in mijn zij.

‘Kom maar mee dan,’ zei Barbara. Ze ging ons voor naar een vergaderkamer met lange glazen wanden met jaloezieën ervoor. Daar zette ze een schaaltje biologische Oreoklonen van Whole Foods op de tafel, gevolgd door een digitaal opnameapparaat en een nieuwe blocnote.

‘Wil je dit ook opnemen?’ vroeg ze.

Dat was eerlijk gezegd niet bij me opgekomen. Maar ik zag wel in dat dat van pas zou kunnen komen als ik iets van wat Barbara publiceerde aan wilde vechten. Daar stond tegenover dat ik, als ik er niet op kon vertrouwen dat ze het beste met me voor had, toch gedoemd zou zijn.

‘Nee, laat maar,’ zei ik.

‘Goed, dan zullen we beginnen. Mijn naam, jongedame, is Barbara Strafford, en ik ben onderzoeksjournaliste. Je schijnt te weten waarom ík hier ben, dus ik zou graag horen waarom jíj hier bent.’

‘Ik werk samen met Marcus op Xnet,’ zei Ange. ‘Moet u weten hoe ik heet?’

‘Op dit moment niet,’ zei Barbara. ‘Blijf maar anoniem als je wilt. Marcus, ik wil dat je me je verhaal vertelt omdat ik moet weten hoe het aansluit op wat je me over je vriend Darryl verteld hebt en op het briefje dat je me hebt laten zien. Ik denk wel dat het een goede toevoeging zou zijn. Ik kan bijvoorbeeld zeggen dat het de reden was van het ontstaan van Xnet. “Ze maakten een vijand die ze nooit zullen vergeten,” dat soort werk. Maar als het niet hoeft, schrijf ik er eerlijk gezegd liever niet over. Ik geef de voorkeur aan een mooi, ongecompliceerd verhaal over de geheime gevangenis voor onze neus zonder in te hoeven gaan op de vraag of de gevangenen daar het soort mensen zijn dat zodra ze buitenkomen een ondergrondse beweging opzetten om de federale regering te destabiliseren. Dat snap je wel, neem ik aan.’

Dat snapte ik inderdaad. Als Xnet onderdeel van het verhaal was, zouden sommige mensen zeggen: ‘Zie je wel, als je dat soort lui niet in de gevangenis zet beginnen ze oproer te kraaien.’

‘Dit is jouw verhaal,’ zei ik. ‘Ik vind dat je de wereld over Darryl moet vertellen. Als dat gebeurt, weet het dhs meteen dat ik uit de school geklapt heb en zullen ze achter me aankomen. Misschien ontdekken ze dat ik achter Xnet zit of dat ik M1k3y ben. Wat ik bedoel is dat ik er geweest ben zodra jij over Darryl schrijft, wát er verder ook gebeurt. Maar dat accepteer ik.’

‘Inderdaad,’ zei ze. ‘Als je toch moet hangen... Goed. Dat is geregeld dan. Ik wil dat jullie me alles vertellen over het opzetten en functioneren van Xnet. En daarna wil ik een demonstratie. Waar gebruik je het voor? Wie zijn de andere gebruikers? Hoe is het verbreid? Wie heeft de software geschreven? Alles.’

‘Dat zal wel even duren,’ zei Ange.

‘Ik héb even,’ zei Barbara. Ze nam een slok koffie en at een nep-Oreo. ‘Dit zou weleens het belangrijkste verhaal kunnen worden van de oorlog tegen het terrorisme, wie weet zelfs het verhaal dat de regering ten val brengt. Met dat soort verhalen ga je heel voorzichtig om.’

Hoofdstuk 17

En dus staken we van wal. Ergens vond ik het best leuk. Mensen het gebruik van technologie bijbrengen is altijd spannend. Het is zo gaaf om mensen uit te zien dokteren hoe ze de technologie om zich heen kunnen gebruiken om hun leven te verbeteren. Ange was ook fantastisch – we vormden een uitstekend team. Om beurten legden we uit hoe alles werkte, hoewel Barbara natuurlijk geen beginner was.

Ze bleek verslag te hebben gedaan van de crypto-oorlogen in het begin van de jaren negentig, toen burgerrechtgroeperingen als de Electronic Frontier Foundation zich sterk maakten voor het recht van Amerikanen om krachtige crypto te gebruiken. Daar stond me nog vaag iets van bij, maar de manier waarop Barbara het uitlegde gaf me kippenvel.

Het is moeilijk te geloven, maar er is een tijd geweest dat de regering cryptografie classificeerde als munitie en een verbod op de export ervan instelde op grond van de nationale veiligheid. Voel je wel? We hadden illegale wiskunde in dit land.

Daar zat de National Security Agency achter. Die had een standaard voor cryptografie die ze krachtig genoeg vonden voor banken en hun klanten, maar die niet sterk genoeg was om de maffia in staat te stellen zijn boekhouding geheim te houden. Deze standaard, des-56, werd geacht niet te kraken te zijn. Waarop een van de medeoprichters van de eff, een miljonair, voor 250 000 dollar een des-56 hacker bouwde die de sleutel in twee uur kon kraken.

Maar de nsa bleef volhouden dat de dienst het recht moest hebben Amerikaanse burgers te verbieden geheimen te hebben waar zij niet bij konden. Toen deelde de eff de genadeslag uit. In 1995 vertegenwoordigden ze in de rechtszaal een wiskundestudent die aan Berkeley studereerde met de naam Dan Bernstein. Bernstein had een handleiding geschreven met een computercode die een sleutel kon genereren die sterker was dan des-56. Miljoenen keren sterker. De nsa classificeerde het artikel prompt als een wapen en verbood publicatie.

Tja, het valt misschien niet mee om een rechter duidelijk te maken wat crypto is en wat het inhoudt, maar de gemiddelde rechter van het hof van beroep bleek er niet echt voor te porren om studenten voor te schrijven wat voor artikelen ze wel of niet mochten schrijven. De crypto-oorlogen eindigden met een overwinning voor de goede kant toen het Negende Hof van Appel besloot dat code een grondwettelijk gewaarborgde vorm van expressie was: ‘Het Congres zal geen wet maken die vrijheid van meningsuiting beknot.’ Als je ooit iets op internet hebt gekocht, een geheime boodschap hebt verstuurd of je banksaldo hebt nagekeken, heb je crypto gebruikt die de eff gelegaliseerd heeft. En maar goed ook: de nsa is gewoon niet erg slim. Als zij iets kunnen hacken, kun je er vergif op innemen dat terroristen en gangsters er evenmin hun hand voor omdraaien.

Barbara was destijds een van de verslaggevers en haar reputatie was gebaseerd op haar reportages van toen. Ze had het vak geleerd door het staartje van de burgerrechtenbeweging in San Francisco te verslaan en zag de overeenkomst tussen het gevecht om de grondwet in de echte wereld en het gevecht in cyberspace.

Dus ze snapte het. Ik geloof niet dat ik dit soort dingen aan mijn ouders kwijt gekund had, maar met Barbara was het geen probleem. Ze stelde intelligente vragen over onze cryptografische protocollen en veiligheidsprocedures – vragen waarop ik soms niet eens het antwoord wist – en wees ons op mogelijke hiaten in onze procedure.

We sloten de Xbox aan en gingen online. Ik vond vier open WiFi-knooppunten in de directiekamer en droeg de Xbox op met willekeurige tussenpozen van het ene naar het andere te springen. Dat snapte ze ook – Xnet was net als internet, alleen soms wat trager. En alles was anoniem en niet-afluisterbaar.

‘Wat nu?’ vroeg ik toen we klaar waren. Mijn keel was droog van het praten en ik kreeg oprispingen van alle koffie. Bovendien zat Ange voortdurend onder de tafel in mijn hand te knijpen, zodat ik weg wilde om een stil plekje te zoeken en onze eerste ruzie goed te maken.

‘Nu ga ik journalistiek bedrijven. Jullie kunnen gaan en ik zal alles wat jullie me verteld hebben natrekken en zo veel mogelijk staven. Ik zal jullie laten weten wat ik ga publiceren en jullie waarschuwen als het verschijnt. Ik zou graag hebben dat jullie hier voorlopig met níémand over praten, ten eerste omdat ik de primeur wil hebben en ten tweede omdat ik er zeker van wil zijn dat ik precies weet hoe het zit voor alles vertroebeld wordt door speculaties in de pers en verzinsels van het dhs.

Wel zal ik het dhs om commentaar moeten vragen voor ik publiceer, maar ik zal proberen jullie zo veel mogelijk te beschermen. En ik zal zorgen dat jullie vooraf gewaarschuwd worden.

Over één ding moet ik heel duidelijk zijn: dit is niet meer jullie verhaal. Vanaf nu is het mijn verhaal. Het was heel edelmoedig van jullie om het aan mij te geven en ik zal proberen daar iets voor terug te doen, maar je krijgt niet het recht om dingen te schrappen of wijzigingen aan te brengen of me tegen te houden. Nu de bal aan het rollen gebracht is, kan hij niet meer tegengehouden worden. Begrijpen jullie dat?’

Zo had ik het nog niet bekeken, maar nu ze het zei was het duidelijk – de raket was gelanceerd en kon niet meer teruggeroepen worden. Hij zou zijn doel treffen of uit de koers raken, maar nu hij eenmaal was afgevuurd, was er niets meer aan te doen. In de niet al te verre toekomst zou ik ophouden Marcus te zijn en een openbare figuur worden. Ik zou de jongen zijn die uit de school geklapt had over het dhs.

Ik was ten dode opgeschreven.

Ik denk dat Ange ongeveer dezelfde gedachten had, want haar gezicht verbleekte tot een tint ergens tussen wit en groen.

‘Wegwezen,’ zei ze.

==

*

==

Ange’ moeder en zusje waren weer niet thuis, zodat we snel beslist hadden wat we die avond gingen doen. Het was na etenstijd, maar mijn ouders wisten dat ik bij Barbara was en zouden geen aanmerkingen hebben als ik laat thuiskwam.

Toen we op Ange’ kamer kwamen, had ik geen enkele behoefte om mijn Xbox aan te sluiten. Ik had genoeg van Xnet. Ik kon alleen maar denken aan Ange, Ange, Ange. Leven zonder Ange. Weten dat Ange kwaad op me was, nooit meer met me zou praten. Me nooit meer zou kussen.

Zij had soortgelijke gedachten. Dat zag ik in haar ogen toen we de deur van haar slaapkamer dichtdeden en elkaar aankeken. Ik snakte naar haar zoals je na drie dagen vasten naar een maaltijd snakt. Zoals je na drie uur voetballen smacht naar een glas water.

Maar ook weer niet. Het was meer. Het was iets wat ik nog nooit eerder gevoeld had. Ik wilde haar opeten, met huid en haar verslinden.

Tot op dit moment had zij in onze relatie aan de seksuele touwtjes getrokken, had ik haar het tempo laten bepalen. Het was verbazend erotisch als zíj me beetgreep en mijn t-shirt uittrok, mijn gezicht naar zich toe haalde.

Maar vanavond kon ik me niet beheersen. Wílde ik me niet beheersen.

De deur viel met een klik dicht en ik pakte de zoom van haar t-shirt en rukte het zo snel over haar hoofd dat ze amper tijd kreeg om haar armen op te tillen. Ik trok mijn eigen t-shirt uit en hoorde het katoen scheuren toen de naden losgingen.

Haar ogen glansden, haar mond was open, haar ademhaling snel en oppervlakkig. De mijne ook – mijn adem en mijn hart en mijn bloed raasden in mijn oren.

Met evenveel geestdrift trok ik de rest van onze kleren uit en gooide ze op de stapels vuile en schone was op de grond. Het bed was bezaaid met boeken en papieren, maar ik veegde alles eraf. Een seconde later vielen we in elkaars armen op het onopgemaakte bed, elkaar omklemmend alsof we onszelf dwars door de ander heen wilden trekken. Ze kreunde in mijn mond en ik deed hetzelfde. Ik voelde haar stem door mijn stembanden zoemen, een intiemer gevoel dan ik ooit gekend had.

Ze maakte zich los en haar hand ging naar het nachtkastje. Ze rukte de la open en gooide een wit toilettasje voor me op het bed. Ik keek erin. Condooms. Trojan. Twaalf stuks met zaaddodend pasta. Nog in de verpakking. Ik glimlachte, zij glimlachte en ik maakte het doosje open.

==

*

==

Ik vroeg me al jaren af hoe het zou zijn. Wel honderd keer per dag had ik erover gefantaseerd. Er waren dagen dat ik praktisch nergens anders aan dacht.

Het was totaal anders dan ik verwacht had. Sommige dingen waren beter, andere veel minder. Terwijl het gebeurde leek het een eeuwigheid te duren. Na afloop leek het in een oogwenk voorbij te zijn.

Na afloop voelde ik me hetzelfde. Maar ook anders. Er was iets veranderd tussen ons.

Het was vreemd. We waren allebei verlegen toen we ons weer aankleedden en door de kamer scharrelden, met afgewende gezichten en elkaars blikken vermijdend. Ik rolde het condoom in een tissue uit een doosje naast het bed, nam het mee naar de badkamer, wikkelde het in toiletpapier en duwde het diep in de prullenmand.

Toen ik terugkwam, zat Ange op het bed met haar Xbox te spelen. Ik ging voorzichtig naast haar zitten en pakte haar hand. Ze draaide zich naar me toe en glimlachte. We waren allebei uitgeput, beverig.

‘Dank je,’ zei ik.

Ze zei niets. Ze keek me alleen maar aan. Ze had een brede grijns op haar gezicht, maar er rolden dikke tranen over haar wangen.

Ik omhelsde haar en ze drukte zich dicht tegen me aan. ‘Je bent een goeie man, Marcus Yallow,’ fluisterde ze. ‘Dank je.’

Ik wist niet wat ik moest zeggen, dus ik kneep maar wat terug. Uiteindelijk lieten we elkaar los. De tranen waren weg, maar ze glimlachte nog steeds.

Ze wees op mijn Xbox, die naast het bed op de grond stond. Ik begreep haar wenk, pakte hem, sloot hem aan en logde in.

Het bekende werk. Bergen e-mail. De nieuwe berichten op de blogs die ik las stroomden binnen. Spam. God, kreeg ík spam. Mijn Zweedse mailbox werd herhaaldelijk ondergesneeuwd door een ‘joe-job’ – wat betekent dat het als retouradres gebruikt werd voor spams die naar honderden miljoenen internetaccounts gestuurd werden, zodat alle onbestelde berichten en kwade brieven in mijn inbox kwamen. Ik wist niet wie daarachter zat. Misschien probeerde het dhs mijn mailbox vast te laten lopen. Of misschien waren het grappenmakers. Maar de Pirate Party had redelijk goede filters en gaf iedereen die daar behoefte aan had 500 gigabytes aan opslag, dus voorlopig liep ik weinig gevaar om te verzuipen.

Ik hamerde op delete om ze op te ruimen. Ik had een aparte mailbox voor dingen die met mijn publieke sleutel gecodeerd waren, aangezien die waarschijnlijk met Xnet te maken hadden en mogelijk vertrouwelijk waren. De spammers hadden nog niet bedacht dat het gebuik van publieke sleutels hun junkmail nog aannemelijker zou maken, dus voorlopig was er niets aan de hand.

Er waren een stuk of twintig gecodeerde berichten van mensen in het web-van-vertrouwen. Ik las ze snel door – links naar video’s en foto’s van nieuwe voorbeelden van machtsmisbruik van het dhs, griezelverhalen over nipte ontsnappingen, tirades over dingen die ik geblogd had. Het vaste werk.

Toen kwam ik bij een bericht dat alleen met mijn publieke sleutel gecodeerd was, wat betekende dat niemand anders het kon lezen, maar dat ik niet wist van wie het afkomstig was. De afzender was ene Masha, wat een bijnaam of een echte naam kon zijn – dat viel niet te zeggen.

==

> M1k3y

> Jij kent mij niet maar ik jou wel.

> Ik werd gearresteerd op de dag dat de brug de lucht in ging. Ze verhoorden me en besloten dat ik onschuldig was. Ze boden me werk aan: helpen de terroristen op te sporen die mijn buren vermoord hadden.

> Dat klonk goed destijds. Maar ik had er geen idee van dat mijn echte werk eruit zou bestaan jongeren te bespioneren die er de pest aan hadden dat hun stad in een politiestaat veranderde.

> Ik infiltreerde Xnet op de dag dat het gelanceerd werd. Ik zit in je web-van-vertrouwen. Als ik wou dat je wist wie ik was, zou ik je een e-mail kunnen sturen van een adres dat je vertrouwt. Van drie zelfs. Ik zit zo diep in je netwerk als een 17-jarige maar kan zitten. Sommige van je e-mails bevatten zorgvuldig geselecteerde valse informatie van mij en mijn bazen.

> Ze weten nog niet wie je bent, maar ze worden warm. Ze blijven doorgaan met mensen ompraten om ze te laten overlopen. Ze speuren de socialenetwerksites af en gebruiken dreigementen om mensen te dwingen aangevers te worden. Er werken op dit moment honderden mensen voor het DHS op Xnet. Ik heb hun namen, gebruikersnamen en sleutels. Privé en publiek.

> Enkele dagen na de lancering van Xnet begonnen we ParanoidLinux te hacken. Tot dusver met weinig succes, maar een doorbraak is onvermijdelijk. Zodra het gehackt is ben je er geweest.

> Ik mag gerust stellen dat ik, als mijn bazen wisten dat ik dit schreef, Guantanamo-aan-de-Baai in zou gaan tot ik een oude vrouw was.

> En zelfs als ze ParanoidLinux niet breken zijn er nog altijd vergiftigde ParanoidXbox-distro’s in omloop. De checksums kloppen niet, maar hoeveel mensen kijken naar de checksums? Afgezien van jij en ik? Een heleboel mensen zijn al dood, ze weten ze het alleen nog niet.

> Het enige waar mijn bazen nog over nadenken is het beste moment om je te pakken om het grootste effect in de media te creëren. Dat moment zal eerder vroeg zijn dan laat. Geloof het maar rustig.

> Je vraagt je waarschijnlijk af waarom ik je dit allemaal vertel.

> Ikzelf ook.

> Dit is de reden. Ik heb getekend om terroristen te bestrijden. In plaats daarvan bespioneer ik Amerikanen die in dingen geloven die het DHS niet bevallen. Niet mensen die plannen maken om bruggen op te blazen, maar mensen die protesteren. Dat wil ik niet langer doen.

> Maar jij evenmin, of je het weet of niet. Zoals ik al zei is het enkel een kwestie van tijd voor je geboeid op Treasure Island zit. Niet misschien maar honderd procent zeker.

> Dus ik ben er klaar mee. In Los Angeles zijn een paar mensen die zeggen dat ze me onder kunnen laten duiken als ik weg wil.

> En dat wil ik.

> En ik wil jou meenemen als je wilt. Beter een strijder dan een martelaar. Als je meegaat, kunnen we een manier bedenken om samen te winnen. Ik ben net zo slim als jij. Geloof het maar rustig.

> Wat denk je?

> Hier is mijn publieke sleutel.

> Masha.

==

*

==

In paniek of van de wijs? Draai rond in kringetjes, schreeuw en krijs.

Heb je dat rijmpje ooit gehoord? Het is geen goed advies maar wel makkelijk te volgen. Ik sprong van het bed en begon gejaagd door de kamer te ijsberen. Mijn hart bonkte en mijn bloed ruiste in een wrede parodie van wat ik voelde toen we binnenkwamen. Maar dit was geen seksuele opwinding, dit was pure doodsangst.

‘Wat is er?’ vroeg Ange. ‘Wat is er?’

Ik wees naar het scherm aan mijn kant van het bed. Ze rolde erheen, pakte mijn toetsenbord en ging met haar vingertop over het touchpad. Zwijgend las ze de boodschap.

Ik ijsbeerde.

‘Dit moet gelogen zijn,’ zei ze. ‘Psychologische oorlogvoering van het dhs.’

Ik keek haar aan. Ze beet op haar lip. Ik had niet de indruk dat ze het zelf geloofde.

‘Denk je?’

‘Tuurlijk. Ze kunnen je niet verslaan en dus proberen ze je via Xnet te pakken.’

‘Hm, ja.’

Ik ging weer op het bed zitten. Mijn ademhaling werd steeds jachtiger.

‘Rustig maar,’ zei ze. ‘Het zijn gewoon psychologische trucs. Hier.’

Ze had mijn toetsenbord nog nooit gebruikt, maar er was een nieuwe intimiteit tussen ons ontstaan. Ze klikte op antwoorden en typte:

==

> Goed geprobeerd.

==

Zij schreef nu ook als M1k3y. We waren met elkaar verbonden op een manier die anders was dan daarvoor.

‘Kom op, teken het. Dan zullen we zien wat ze zegt.’

Ik wist niet of dit het beste idee was, maar ik kon niks beters bedenken. Ik tekende het en codeerde het met mijn privésleutel en de publieke sleutel die Masha me gegeven had.

Het antwoord kwam meteen.

==

> Zoiets had ik al verwacht.

> Hier heb je een hack waar je nog niet aan gedacht hebt. Ik kan anoniem video’s over het DNS tunnelen. Hier zijn een paar links naar clips die je maar eens moet bekijken voor je besluit dat ik je belazer. Deze mensen houden elkaar voortdurend in de gaten omdat ze bang zijn een mes in hun rug te krijgen. Het is een klein kunstje om ze te bespieden terwijl zij elkaar bespieden.

> Masha

==

Ze had er een broncode aangehangen voor een programmaatje dat precies leek te doen wat Masha beweerde: video’s ophalen over het Domain Name Service-protocol.

Maar laat me eerst even iets uitleggen. Strikt genomen is een internetprotocol gewoon een volgreeks van tekst die op een vaste voorgeschreven manier over en weer gestuurd wordt. Het is net zoiets als een auto achter op een vrachtwagen zetten, dan een motor in de kofferbak van de auto stoppen, dan een fiets achter de motor binden en ten slotte een paar rollerblades aan de fiets hangen. Behalve dat je, als je wilt, de vrachtwagen ook aan de rollerblades kunt hangen.

Neem bijvoorbeeld het Simple Mail Transport Protocol, oftewel smtp, dat gebruikt wordt voor het verzenden van e-mails.

Hier is een voorbeeld van een conversatie tussen mij en mijn mailserver als ik een bericht aan mezelf stuur:

==

> helo littlebrother.com.se

250 mail.pirateparty.org.se Dag mail.pirateparty.org.se, aangenaam

> mail from:m1k3y@littlebrother.com.se

250 2.1.0 m1k3y@littlebrother.com.se... Afzender ok

> rcpt to:m1k3y@littlebrother.com.se

250 2.1.5 m1k3y@littlebrother.com.se... Ontvanger ok

> data

354 Voer bericht in, sluit af met “.” op een nieuwe regel

> In paniek of van de wijs? Draai rond in kringetjes, schreeuw en krijs

> .

250 2.0.0 k5SMW0xQ006174 Bericht geaccepteerd voor verzending

afsluiten

221 2.0.0 mail.pirateparty.org.se verbinding wordt verbroken

Verbinding verbroken door vijandige host

==

De grammatica van deze conversatie is in 1982 gedefinieerd door Jon Postel, een van de heroïsche voorvaderen van het internet die de belangrijkste servers op het net letterlijk vanonder zijn bureau in de universiteit van Zuid-Californië bijhield – ergens in het stenen tijdperk.

Stel nu dat je een mailserver met een im-sessie verbonden hebt. Dan zou je de server een im kunnen sturen met de woorden ‘helo littlebrother.com.se’ en zou hij antwoorden ‘250 mail.pirateparty.org.se Dag mail.pirateparty.org.se, aangenaam,’ Met andere woorden, met im zou je dezelfde conversatie kunnen hebben als met smtp. Met wat aanpassingen zou het hele mailservergebeuren binnen het kader van een chat plaats kunnen vinden. Of van een websessie. Of van wat dan ook.

Dat heet ‘tunnelen’. Je kunt de smtp in een chat-‘tunnel’ stoppen. En als je helemaal raar wilt doen kun je de chat weer in een smtp-tunnel stoppen, dus de tunnel in een andere tunnel tunnelen.

In feite is elk internetprotocol voor deze procedure vatbaar. Dat is gaaf, want het betekent dat je, als je op een netwerk zit dat alleen maar toegang heeft tot het web, daar je mail over kunt tunnelen. Of je favoriete P2P. Je kunt er zelfs Xnet over tunnelen – wat zelf weer een tunnel is voor een heleboel andere protocollen.

Domain Name Service is een interessant en oeroud internetprotocol uit 1983. Het is de manier waarop je computer de naam van een andere computer – zeg pirateparty.org.se – omzet in het ip-nummer dat computers gebruiken om over het internet met elkaar te communiceren, bijvoorbeeld 204.11.50.136. Meestal werkt dat perfect, hoewel het miljoenen bewegende onderdelen heeft – elke isp heeft een dns-server, wat ook geldt voor de meeste regeringen en een heleboel privéondernemers. Die dns-boxen praten voortdurend met elkaar, sturen elkaar verzoeken en voldoen daaraan, dus hoe obscuur de naam die je in je computer invoert ook is, hij kan hem altijd omzetten in een nummer.

Voor dns had je het hosts-bestand. Je kunt het geloven of niet, maar dat was één document dat de naam en het adres bevatte van élke computer die met het internet verbonden was. Dat bestand zat in elke computer. Uiteindelijk werd het te groot om rond te sturen, waarna men dns uitvond, dat werkte op een server die ooit onder Jon Postels bureau stond. Als de schoonmaakster de stekker er per ongeluk uittrok, kon het hele internet zichzelf niet meer vinden. Serieus waar.

Het mooie van dns is dat het nu overal is. Elk netwerk heeft een dns-server en al die servers zijn zo geconfigureerd dat ze met elkaar en met willekeurige, over het hele internet verspreide mensen kunnen praten.

Wat Masha gedaan had was een manier bedenken om een videostreamingsysteem over het dns te tunnelen. Ze brak de video in miljarden kleine stukjes die ze verborg in normale boodschappen aan een dns-server. Door haar code te gebruiken kon ik de hele video ongelooflijk snel uit al die over het internet verspreide servers halen. Op de netwerkhistogrammen moet het er hoogst bizar uit hebben gezien – alsof ik het adres van elke computer in de wereld aan het opzoeken was.

Maar dit systeem had twee voordelen die ik meteen onderkende: ten eerste kon ik de video oogverblindend snel laden – meteen nadat ik op de eerste link geklikt had begonnen er schermgrote beelden binnen te komen, zonder enig trillen of haperen – en ten tweede had ik er geen idee van waar hij vandaan kwam. Hij was volstrekt anoniem.

In eerste instantie drong de inhoud van de video niet eens tot me door, zo verbluft was ik van de slimheid van deze hack. Videostreaming via dns? Dat was zo uitgekookt en vreemd dat het eigenlijk bijna pervers was.

Geleidelijk aan registreerden mijn hersenen wat ik zag.

Een vergadertafel in een klein vertrekje met een grote spiegel aan de muur. Ik kende dat vertrek. Ik had er gezeten toen Streng Kapsel me dwong mijn wachtwoord hardop uit te spreken. Er stonden vijf makkelijke stoelen om de tafel, elk met een ontspannen persoon erin, allemaal in dhs-uniform. Ik herkende generaal-majoor Graeme Sutherland, de commandant van de Bay Area-afdeling van het dhs, en Streng Kapsel. De rest had ik nog nooit gezien. Ze keken allemaal naar een videoscherm aan het eind van de tafel, waarop een oneindig veel bekender gezicht te zien was.

Kurt Rooney genoot nationale bekendheid als de belangrijkste strateeg van de president, de man die de partij haar derde ambtsperiode bezorgd had en haar regelrecht naar een vierde stuwde. Hij werd ‘Bikkel’ genoemd, en ik had een keer een nieuwsbulletin gezien over hoe strak hij zijn staf aan de teugels hield – hij belde ze voortdurend op, im’de ze, bespioneerde ze, controleerde ze dag en nacht. Hij was oud, met een rimpelig gezicht, lichtgrijze ogen, een platte neus met grote, opengesperde neusgaten en dunne lippen – alsof hij voortdurend vieze luchtjes rook.

Hij was de man op het scherm. Hij was aan het woord. De rest keek naar hem en maakte zo snel als ze konden typen aantekeningen in een poging slim over te komen.

‘... zeggen dat ze kwaad zijn op het gezag, maar wij moeten het land duidelijk maken dat ze zich druk moeten maken om de terroristen, niet om de regering. Begrijpen jullie dat? De mensen in dit land moeten niks van die stad hebben. Wat Jan met de pet betreft is het een sodom en gomorra van flikkers en atheïsten die allemaal in de hel hoorden te zitten. De enige reden dat het land geïnteresseerd is in wat de lui in San Francisco denken is dat ze de mazzel gehad hebben dat een zootje islamitische terroristen de zaak in de lucht heeft laten springen.

Die Xnetkinderen lijken me in de buurt te komen van het punt waarop ze nuttig voor ons kunnen zijn. Hoe radicaler ze worden, hoe meer de rest van het land in zal zien dat er overal bedreigingen zijn.’

Zijn gehoor hield op met typen.

‘Dat is waarschijnlijk wel te regelen,’ zei Streng Kapsel. ‘Onze mensen op Xnet hebben intussen een heleboel invloed. De Mantsjoerijse Bloggers produceren zeker vijftig blogs per persoon, overstromen de chatkanalen en leggen links tussen elkaar. Meestal volgen ze de partijlijn zoals uitgezet door deze M1k3y, maar ze hebben al laten zien dat ze radicale actie uit kunnen lokken, zelfs als M1k3y op de rem trapt.’

Generaal-majoor Sutherland knikte. ‘Oorspronkelijk waren we van plan ze ondergronds te laten tot ongeveer een maand ervoor.’ Ik nam aan dat hij de verkiezingen bedoelde, niet mijn examens. ‘Dat was ons eerste idee. Maar het lijkt erop...’

‘Daar hebben we een ander plan voor,’ zei Rooney. ‘Strikt onder ons uiteraard, maar jullie kunnen de maand daarvoor beter geen reisplannen maken. Maak een eind aan dat Xnet, zo gauw als het kan. Zolang ze gematigd zijn, zijn ze alleen maar een handicap. Hou ze radicaal.’

De video brak af.

Ange en ik zaten op de rand van het bed en keken naar het scherm. Ange liet de video opnieuw spelen. We keken. De tweede keer was nog erger.

Ik gooide het toetsenbord op het bed en stond op.

‘Ik ben het zo zat om bang te zijn,’ zei ik. ‘Ik stel voor dit gewoon naar Barbara te brengen en het haar publiek te laten maken. Alles op het net te zetten. Laat ze me maar ophalen. Dat weet ik in ieder geval wat er gaat gebeuren. Dan heb ik in ieder geval wat zékerheid in mijn leven.’

Ange pakte me beet, omhelsde me, troostte me. ‘Ik weet het, schat, ik weet het. Het is vreselijk allemaal. Maar je staart je blind op de slechte dingen en vergeet de goeie. Je hebt een beweging gecreëerd. Je bent de klootzakken in het Witte Huis en het tuig in dhs-uniformen te slim af geweest. Je hebt jezelf in een positie gebracht waarin het jouw verantwoordelijkheid is die hele corrupte dhs-kliek aan de kaak te stellen.

Natuurlijk zitten ze achter je aan. Allicht. Heb je daar ooit een seconde aan getwijfeld? Ik niet. Maar Marcus, ze weten niet wie je bént. Denk daar eens over na. Al die mensen, al dat geld, al die geweren en spionnen, en jij, een zeventienjarige middelbare scholier... je bent ze nog steeds voor. Ze weten niks van Barbara. Ze weten niks van Zeb. Je hebt hun werk in de straten van San Francisco onmogelijk gemaakt en ze ten overstaan van de hele wereld voor aap gezet. Dus hou op met dat gemok, oké? Je bent aan de winnende hand.’

‘Maar ze komen eraan. Snap je dat niet? Ze zullen me voorgoed opsluiten. Of niet eens. Ik zal gewoon verdwijnen, net als Darryl. Of misschien nog erger. Misschien Syrië. Waarom zouden ze me in San Francisco laten? Zolang ik hier zit ben ik alleen maar een handicap.’

Ze ging naast me op het bed zitten.

‘Ja,’ zei ze. ‘Dat.’

‘Dat.’

‘Ja, je weet wat je te doen staat, toch?’

‘Hè?’ Ze keek veelbetekenend naar mijn toetsenbord. Tranen liepen over haar wangen. ‘Nee! Je bent niet goed wijs! Denk je dat ik op de loop ga met een of andere geschifte figuur van internet? Een spionne?’

‘Heb jij een beter idee?’

Ik schopte een stapel wasgoed de lucht in. ‘Wat dondert het ook. Oké. Ik zal nog wat met haar praten.’

‘Doen,’ zei Ange. ‘Dan kun je haar meteen vertellen dat jij en je vriendin weg willen.’

‘Wat?’

‘Doe niet zo stom. Dacht je soms dat jij de enige was die gevaar liep? Ik loop net zoveel gevaar als jij, Marcus. Medeplichtigheid heet dat. Als jij gaat, ga ik ook.’ Ze stak opstandig haar kin uit. ‘Jij en ik... we horen bij elkaar. Dat moet je begrijpen.’

We gingen samen op het bed zitten.

‘Tenzij je dat niet wilt,’ zei ze ten slotte met een klein stemmetje.

‘Je maakt zeker een geintje?’

‘Zie ik eruit alsof ik een geintje maak?’

‘Ik zou nooit vrijwillig zonder jou gaan, Ange. Ik had je nooit kunnen vragen om mee te gaan, maar ik ben dolblij dat je het zelf aanbiedt.’

Met een glimlach gooide ze me het toetsenbord toe.

‘E-mail die Masha, dan zullen we eens zien wat die chick voor ons kan doen.’

Ik e-mailde haar, codeerde het bericht, wachtte op antwoord. Ange nestelde zich tegen me aan en ik kuste haar en we begonnen elkaar te strelen. Iets aan het gevaar en onze afspraak samen weg te gaan deed me vergeten hoe gênant seks eigenlijk was en maakte me beregeil.

Tegen de tijd dat Masha’s e-mail arriveerde waren we weer half uitgekleed.

==

> Twee? Jezus, alsof het zo al niet moeilijk genoeg is.

> Ik mag alleen maar weg voor veldonderzoek als er iets hevigs op Xnet gebeurt. Snap je? Mijn bazen houden me constant in de gaten, maar als de Xnetters een grote stunt uithalen, mag ik van de riem. Dan sturen ze me het veld in.

> Jij doet iets hevigs. Ik word erop afgestuurd. Ik zorg dat we allebei kunnen ontsnappen. Alle drie als je erop staat.

> Maar het moet snel gebeuren. Ik kan niet vaak e-mailen, snap je? Ze houden me in de gaten. Ze komen steeds dichterbij. Je hebt weinig tijd meer. Weken? Misschien maar dagen.

> Ik heb jou nodig om weg te komen. Daarom doe ik dit, voor het geval je je dat afvraagt. Op eigen houtje lukt dat niet. Ik heb iets hevigs op Xnet nodig om de aandacht af te leiden. Dat is jouw afdeling. Zorg dat het werkt, M1k3y, of we zijn er allebei geweest. En je meissie ook.

> Masha

==

Mijn telefoon ging en we maakten allebei een sprong in de lucht. Het was mijn moeder, die wilde weten wanneer ik thuiskwam. Ik zei dat ik onderweg was. Ze noemde de naam Barbara niet. We hadden afgesproken over de telefoon niet over deze dingen te praten. Dat was mijn vaders idee. Hij kon net zo paranoïde zijn als ik.

‘Ik moet gaan,’ zei ik.

‘Onze ouders zullen...’

‘Weet ik,’ zei ik. ‘Ik heb gezien wat er met mijn ouders gebeurde toen ze dachten dat ik dood was. De wetenschap dat ik een vluchteling ben zal niet veel beter zijn. Maar ze zullen liever hebben dat ik op de vlucht ben dan in de gevangenis zit. Lijkt mij tenminste. Bovendien, als we verdwijnen kan Barbara alles publiceren zonder bang te hoeven zijn dat wij in de problemen komen.

We kusten elkaar bij de deur van haar kamer. Niet zo’n geile, slobberige kus als normaal wanneer we uit elkaar gingen. Een tedere kus ditmaal. Een langzame kus. Een soort afscheidskus.

==

*

==

Rijden in de bart maakte je introspectief. De trein deint heen en weer, je probeert je medereizigers niet aan te kijken, de advertenties voor plastische chirurgie, borgstellers en aidstesten niet te lezen, de graffiti te negeren en niet te veel aandacht te besteden aan de troep in de bekleding... en op zo’n moment beginnen je hersenen te malen en te malen.

Je wiegt heen en weer en je denkt terug aan alle dingen die je over het hoofd gezien hebt, draait alle films van je leven waarin je geen held was maar een uilskuiken of een sukkel, opnieuw af.

En je hersenen komen op de proppen met dit soort theorieën:

Wat kan het dhs beter doen om M1k3y te pakken te krijgen dan hem uit zijn tent lokken, hem zo in paniek brengen dat hij een groot openbaar Xnet-evenement organiseert? Is dat het risico dat een gevaarlijke video in de openbaarheid gebracht wordt niet waard?

Zelfs als je rit maar twee of drie haltes duurt, komen je hersenen toch met dit soort dingen op de proppen. Als je uitstapt en begint te lopen, komt je bloedsomloop weer op gang en helpen je hersenen je soms opnieuw.

Soms zadelen je hersenen je niet alleen op met problemen. Soms komen ze met een oplossing.

Hoofdstuk 18

Er is een tijd geweest dat ik niets liever deed dan een cape omdoen, in hotels rondhangen en doen alsof ik een onzichtbare vampier was waar iedereen zich aan vergaapte.

Het is behoorlijk ingewikkeld en niet half zo bizar als het klinkt. Live Action Role Play is een combinatie van de beste kanten van Dungeons and Dragons, een toneelclub en deelnemer aan sf-conferenties.

Ik begrijp dat dit voor jou niet zo aantrekkelijk klinkt als voor mij toen ik veertien was.

De beste spellen hadden we in de padvinderskampen buiten de stad: honderd teenagers, jongens en meisjes, die het vrijdagavondverkeer overleefden door verhalen uit te wisselen, computergames te spelen en zich urenlang uit te sloven. En dan stapten we uit en stelden ons op het gras op voor een groep oudere mannen en vrouwen in angstaanjagende, zelfgemaakte wapenrusting, gedeukt en beschadigd, zoals ze er vroeger uitgezien moeten hebben – niet zoals tegenwoordig in films maar als van soldaten die een maand in de rimboe gezeten hebben.

Die mensen kregen een klein salaris, maar eigenlijk was dit baantje alleen voor personen die in principe bereid waren om het voor niks te doen. We waren al in teams verdeeld op grond van de vragenlijsten die we van tevoren ingevuld hadden en nu kregen we te horen in welk team we zaten, een beetje als partijtje kiezen voor een basketbalwedstrijd.

Dan kreeg je je informatie. Dat ging net zo als bij spionnen in de film: dit is je identiteit, dit is je opdracht, dit zijn de geheimen over je groep die je moet weten.

Daarna was het tijd om te eten: hoog oplaaiende vuren, knappend vlees aan het spit, sissende tofoe in braadpannen (dit is Noord-Californië – de vegetarische optie is niet facultatief) en een manier van eten en drinken die alleen maar beschreven kan worden als zwelgen.

De kinderen waren zo enthousiast dat ze meteen in hun rol vervielen. In mijn eerste game was ik een tovenaar. Ik had een buidel met bonenzakjes die toverspreuken voor moesten stellen. Als ik er een gooide, schreeuwde ik de naam van de toverspreuk – vuurbal, toverraket, lichtbundel – en moest de speler of het ‘monster’ dat geraakt werd op de grond vallen. Of niet – soms moest er een scheidsrechter aan te pas komen om te bemiddelen, maar over het algemeen speelde iedereen tamelijk eerlijk. Iedereen had een hekel aan valsspelers.

Tegen de tijd dat we naar bed moesten gingen we helemaal op in ons nieuwe personage. Op mijn veertiende was ik er niet helemaal zeker van hoe een tovenaar praatte, maar ik deed na wat ik in films en boeken gezien had – langzaam en afgemeten en met een mystieke uitdrukking op mijn gezicht die paste bij mijn mystieke gedachten.

Onze opdracht was ingewikkeld: een heilig reliek terugvinden dat gestolen was door een gedrocht dat van plan was de inwoners van het land aan zijn wil te onderwerpen. Maar dat was van ondergeschikt belang. Wat telde was dat ik een privéopdracht had – namelijk een bepaald soort duiveltje mijn gezel maken – en ook een geheime tegenstander, een speler in een ander team die deelgenomen had aan de aanval waarin mijn familie omgekomen was toen ik nog een kind was en die niet wist dat ik teruggekomen was om wraak te nemen. En natuurlijk was er een andere speler die een soortgelijke wrok jegens mij koesterde, zodat ik wel van de kameraadschap van het team kon genieten maar tegelijkertijd op moest passen dat ik geen mes in mijn rug kreeg of vergif in mijn eten.

Het spel duurde het hele weekend. Soms speelden we verstoppertje, soms activiteiten die wel iets weg hadden van overleven in de wildernis en soms dingen die deden denken aan het oplossen van kruiswoordraadsels. De spelleiders hadden het fantastisch gedaan. En je werd echt vrienden met de mensen met wie je de opdracht uitvoerde. Darryl was het doelwit van mijn eerste moord en hoewel hij mijn vriend was, deed ik mijn uiterste best. Aardige vent. Jammer dat ik hem uit moest schakelen.

Ik bestookte hem met vuurballen terwijl hij naar schatten zocht nadat we een bende orken vernietigd hadden door steen-blad-schaar met ze te spelen om te bepalen wie het tweegevecht zou winnen. Dat is stukken spannender dan het klinkt.

Het was een soort zomerkamp voor toneelgekken. We praatten tot ’s avonds laat in onze tent, keken naar de sterren, sprongen in de rivier als we het heet kregen, joegen de muggen weg. Werden boezemvrienden of vijanden voor het leven.

Ik weet niet waarom Charles’ ouders hem naar het larp-kamp stuurden. Hij was niet het soort jongen dat zoiets echt leuk vond. Hij was meer het type dat vliegen hun vleugeltjes uittrok. Och, misschien ook niet. Maar verkleed door de bossen struinen was gewoon niks voor hem. Hij hing alleen maar een beetje rond, dreef met alles en iedereen de spot en probeerde ons wijs te maken dat alles veel minder leuk was dan we dachten. Je hebt dat soort mensen ongetwijfeld weleens meegemaakt, het soort dat zich genoopt voelt ervoor te zorgen dat iedereen zich zo ellendig mogelijk voelt.

En Charles snapte nooit wat gesimuleerd vechten was. Als je door de bossen rent en zulke ingewikkelde semi-militaire spellen speelt kan je adrenalineniveau makkelijk zo hoog oplopen dat je zowat in staat bent iemand de keel door te snijden. Dat is niet de beste gesteldheid om in te verkeren als je met een namaakzwaard of dito knuppel of piek of wat voor wapen dan ook door een bos loopt. Daarom mag je nooit echt slaan, onder geen enkele voorwaarde. In plaats daarvan speel je, als het tot vechten komt, snel een paar rondjes steen-blad-schaar, aangepast aan je ervaring, bewapening en situatie. Bij meningsverschillen bemiddelen de scheidsrechters. Het is heel beschaafd en een beetje bizar. Je achtervolgt iemand door de bossen, haalt hem in, ontbloot je tanden, gaat zitten en speelt een potje rochambeau. Maar het werkt – en het garandeert dat alles veilig en plezierig blijft.

Charles kreeg dat nooit onder de knie. Volgens mij begreep hij heel goed dat de regels lichamelijk contact verboden, maar besloot hij gewoon dat de regels er niet toe deden en dat hij ze zou negeren. Daar werd hij voortdurend voor op het matje geroepen. Dan beloofde hij steevast dat hij zich aan de regels zou houden, maar lapte ze vervolgens weer aan zijn laars. Hij was toen al een van de grootste jongens en vond het leuk om je aan het eind van een achtervolging ‘per ongeluk’ te tackelen. Niet leuk voor degene die hij op de keiharde grond in het bos liet smakken.

Ik had Darryl net de genadeslag gegeven op een kleine open plek waar hij naar schatten zocht en we lachten nog wat na over mijn extreme gluiperigheid. Nu zou hij gaan ‘monsteren’ – gesneuvelde spelers konden monsters worden, wat betekende dat er, naarmate het spel langer duurde, steeds meer monsters kwamen die het op je voorzien hadden, wat weer inhield dat iedereen door moest spelen en de veldslagen in het spel steeds epischer vormen aannamen.

Op dat moment stormde Charles achter me het bos uit en smeet me op de grond. Ik kwam zo hard neer dat ik even geen adem kon krijgen. ‘Hebbes!’ schreeuwde hij. Ik kende hem op dat moment maar vaag en had nooit veel met hem opgehad, maar nu kreeg ik een rood waas voor mijn ogen. Ik kwam langzaam overeind en keek naar hem. Hij stond hijgend naar me te grijnzen. ‘Je bent morsdood,’ zei hij. ‘Ik heb je volledig uitgeschakeld.’

Ik glimlachte en voelde iets op mijn gezicht. Het deed zeer. Ik raakte mijn bovenlip aan. Daar zat bloed op. Ik had een bloedneus en mijn lip was gebarsten omdat ik boven op een wortel geknald was.

Ik veegde het bloed af aan mijn broek en glimlachte, alsof ik het gewoon een geintje vond. Lachend liep ik naar hem toe.

Charles trapte er niet in. Hij schuifelde achteruit en probeerde weer in het bos te verdwijnen. Darryl sneed hem de pas af. Ik liep van de andere kant naar hem toe. Plotseling draaide hij zich om en nam de benen. Darryl stak zijn voet uit en haakte hem pootje. Hij viel op de grond en we renden op hem af, maar toen hoorden we het fluitje van een scheidsrechter.

De scheidsrechter had niet gezien dat Charles een overtreding begaan had, maar hij kende hem intussen. Hij stuurde hem terug naar het kamp en zei dat hij niet meer mee mocht doen. Charles maakte de nodige tegenwerpingen, maar tot onze voldoening wilde de scheidsrechter daar niets van horen. Toen Charles weg was, kregen wij ook een preek. Hij zei dat onze wraak even ongerechtvaardigd was als Charles’ agressie.

Alles kwam goed. Die avond na het spelen namen we allemaal een hete douche in de slaapzaal van de padvinders. Darryl en ik jatten Charles’ kleren en handdoek, legden er een hoop knopen in en gooiden ze in de pisbak. Er was geen gebrek aan liefhebbers om ons te helpen ze te doorweken. Charles had het hele weekend met overgave mensen getackeld.

Ik wou dat ik hem had kunnen zien toen hij onder de douche vandaan kwam en zijn kleren vond. Het is geen makkelijke beslissing: ren je naakt door het kamp of probeer je de strakke, met pis doorweekte knopen in je kleren los te peuteren en je aan te kleden?

Hij koos voor naakt. Ik zou waarschijnlijk hetzelfde gedaan hebben. Iedereen stond in de rij langs de route van de douches naar het hok met de rugzakken in zijn handen te klappen. Ik stond vooraan en leidde het applaus.

==

*

==

Er waren elk jaar maar drie of vier weekends in het padvinderskamp, wat Darryl en mij – en een heleboel andere larp’ers – een groot larp-tekort in ons leven gaf.

Gelukkig hadden we nog Ellendig Daglicht-spellen in de hotels. Ellendig Daglicht is ook een larp, met rivaliserende vampierclans en vampierjagers en zijn eigen spitsvondige regels. De spelers krijgen kaarten voor het beslissen van schermutselingen, zodat bij elke gevecht een strategisch kaartspelletje komt kijken. Vampiers kunnen zich onzichtbaar maken door een mantel om te slaan en hun armen voor hun borst te vouwen, waarna alle andere spelers moeten doen alsof ze ze niet zien en gewoon door moeten gaan met het bespreken van hun plannen en dergelijke. Of je echt een goede speler bent blijkt uit of je eerlijk genoeg bent om je geheimen te verraden ten overstaan van een ‘onzichtbare’ rivaal zonder te laten merken dat je weet dat hij in de kamer is.

Er waren elke maand wel een paar groots opgezette Ellendig Daglicht-spellen. De organisatoren hadden een goede relatie met de hotels in de stad en maakten bijvoorbeeld bekend dat ze tien nog vrije kamers zouden boeken voor vrijdagavond, die ze gingen vullen met spelers die het hele weekend door het hotel zouden rennen, op een beheerste manier in de gangen, om het zwembad, enzovoort Ellendig Daglicht gingen spelen, zouden eten in het restaurant van het hotel en voor de WiFi zouden betalen. Op vrijdagmiddag werd de inschrijving gesloten en kregen we een e-mail, en dan gingen we rechtstreeks van school met een rugzak naar het betreffende hotel, waar we het hele weekend met zes of acht man op een kamer sliepen, hamburgers aten en tot drie uur ’s nachts speelden. Het was heerlijk, veilig vermaak waar onze ouders helemaal achter stonden.

De organisatie lag in handen van een bekende literaire liefdadigheidsinstelling die workshops voor kinderen verzorgde – schrijven, toneel, enzovoort. Ze organiseerden de spellen al tien jaar zonder incident. Alcohol en drugs waren ten strengste verboden – anders liepen de organisatoren gevaar gearresteerd te worden wegens het in gevaar brengen van minderjarigen. Afhankelijk van het weekend trokken we tussen de tien en honderd spelers, waarna je voor de prijs van een paar films tweeënhalve dag lol kon hebben.

Maar op een dag kwamen we terecht in de Monaco, een hotel in het district Tenderloin met een clientèle van kunstzinnige oudere toeristen, het soort hotel met in elke kamer een goudviskom en een foyer vol met mooie oude mensen in dure kleren die met de resultaten van hun plastische chirurgie pronkten.

Normaal gesproken letten de aardlingen – ons woord voor niet-spelers – niet op ons omdat ze ons voor uitgelaten kinderen versleten. Maar dat weekend logeerde er toevallig een redacteur van een Italiaans toeristisch tijdschrift die belangstelling voor ons kreeg. Hij zette me klem toen ik in de foyer het clanhoofd van mijn rivalen op stond te wachten om me op hem te werpen en zijn bloed te drinken. Ik stond tegen de muur met mijn handen voor mijn borst – onzichtbaar – toen hij naar me toe kwam en in Engels met een sterk accent vroeg wat ik en mijn vrienden hier uitvoerden.

Ik probeerde hem af te schepen, maar hij hield voet bij stuk, dus ik besloot een kletsverhaal op te hangen om van hem af te zijn.

Ik had niet verwacht dat hij het zou publiceren. Ik had echt niet verwacht dat zijn verhaal opgemerkt zou worden door de Amerikaanse pers.

‘We zijn hier omdat onze prins gestorven is en we een nieuwe leider moeten vinden.’

‘Een prins?’

‘Jazeker,’ zei ik, warmlopend. ‘Wij zijn het Oude Volk. We zijn in de zestiende eeuw naar Amerika gekomen en hebben al die tijd ons eigen koninklijk huis gehad in de wildernis van Pennsylvania. We leiden een simpel bestaan in de bossen, zonder moderne technologie. Maar de prins was de laatste van zijn lijn en is vorige week gestorven. Bezweken aan een vreselijke, slepende ziekte. De jonge mannen van mijn clan zijn eropuit getrokken om de afstammelingen van zijn oudoom te vinden, die zich in de tijd van mijn grootvader bij de moderne mensen aangesloten hadden. Men zegt dat hij nakomelingen heeft en wij willen de laatste personen van zijn bloedlijn vinden en mee terugnemen naar hun rechtmatige thuis.’

Ik las stapels fantasyboeken. Dit soort verhalen schudde ik uit mijn mouw.

‘We hebben een vrouw gevonden die zijn nakomelingen kent en zij zei dat een van hen in dit hotel logeert. Wij zijn hier om hem te vinden. Maar een rivaliserende clan is ons gevolgd. Zij willen voorkomen dat we onze prins terug naar huis brengen, zodat we zwak en onderdanig blijven. Daarom is het van essentieel belang dat we bij elkaar blijven. We praten liever niet met het Nieuwe Volk. Het feit dat ik met u praat maakt me erg onbehaaglijk.’

Hij keek me doordringend aan. Ik had mijn armen laten zakken, wat inhield dat ik nu ‘zichtbaar’ was voor mijn vijanden, waarvan er een langzaam dichterbij sloop. Op het laatste moment draaide ik me om en zag haar met gespreide armen naar ons sissen, alle dramatische registers opentrekkend.

Ik spreidde mijn armen eveneens, siste terug, sprong over een leren sofa, zigzagde om een potplant heen en rende met haar op mijn hielen de foyer uit. Ik had een ontsnappingsroute verkend langs de trap naar het fitnesscenter in het souterrain en wist haar af te schudden.

Ik zag hem dat weekend niet meer, maar ik vertelde mijn verhaal aan mijn larp-vrienden, die het nog mooier maakten en dat weekend ruimschoots de gelegenheid kregen om het verder te vertellen.

Bij het Italiaanse tijdschrift werkte iemand die een afstudeerscriptie geschreven had over de anti-technologische amish-gemeenschappen op het platteland van Pennsylvania en ons machtig interessant vond. Afgaande op de aantekeningen en de op de band vastgelegde interviews van haar baas over zijn uitstapje naar San Francisco schreef ze een fascinerend, hartverscheurend artikel over die rare jonge sekteleden die door Amerika trokken op zoek naar hun ‘prins’. Jezus, ze drukken ook alles tegenwoordig.

Maar dat soort verhalen wordt gelezen en elders gepubliceerd. Eerst door Italiaanse bloggers, vervolgens door een paar Amerikaanse bloggers. Uit het hele land kwamen meldingen van mensen die beweerden het Oude Volk gezien te hebben. Ik wist niet of ze dit verzonnen of dat andere mensen hetzelfde spel speelden.

Het drong door tot de New York Times, maar die heeft, helaas, een ongezonde voorkeur voor het natrekken van feiten. De verslaggever die het uit moest zoeken volgde het spoor helemaal terug tot hotel Monaco, waar ze hem in contact brachten met de larp-organisatoren, die hem het hele verhaal lachend uit de doeken deden.

Nou, vanaf dat moment werd larp’en veel minder cool. We werden afgeschilderd als de grootste oplichters in het land, als rare, pathologische leugenaars. De pers die het verhaal over het Oude Volk zonder dat wij het wilden gepubliceerd had, was er nu alleen maar in geïnteresseerd hun gezicht te redden door te schrijven hoe ongelooflijk geschift larp’ers waren, en Charles nam de gelegenheid te baat om iedereen op school te laten weten dat Darryl en ik de grootste larp-lullen in de stad waren.

Dat was een slecht seizoen. Sommige leden van onze groep kon het niet schelen, maar ons wel. We werden genadeloos gepest, vooral door Charles. Ik vond plastic slagtanden in mijn tas en de leerlingen op de gang sisten tegen me als vampiers in een stripverhaal of zetten een quasi-Transsylvaans accent op als ze me zagen.

Kort daarna schakelden we over op arg’en. In bepaalde opzichten was dat leuker, en het was zeker veel minder bizar. Maar er bleven momenten waarop ik mijn cape en die weekends in het hotel miste.

==

*

==

Het tegenovergestelde van esprit d’escalier is de manier waarop de pijnlijke episodes in je leven je nog jaren achtervolgen. Ik kon me alle stomme dingen die ik ooit gezegd of gedaan had haarfijn herinneren. Als ik me down voelde, dacht ik automatisch terug aan al die andere momenten waarop ik me zo voelde, en dan marcheerde er meteen een lange rij vernederingen mijn geest binnen.

Terwijl ik me op Masha en mijn op handen zijnde ondergang concentreerde, moest ik steeds aan dat incident met het Oude Volk denken. Destijds had ik ook zo’n wee, misselijkmakend gevoel in mijn maag toen het verhaal in het ene na het andere persbericht opdook en de kans steeds groter werd dat iemand zou ontdekken dat ik degene geweest was die die stomme Italiaanse redacteur met zijn designspijkerbroek met de scheve naden, zijn gesteven, kraagloze overhemd en zijn veel te grote metalen bril dat verhaal op de mouw gespeld had.

Er is een alternatief voor in je fouten blijven volharden. Je kunt ook van ze leren.

In theorie althans. Wie weet rakelt je onbewuste al die ellendige spoken alleen maar op om je de kans te geven er afscheid van te nemen, zodat ze vredig in het vernederingenhiernamaals kunnen rusten. Mijn onbewuste stuurde voortdurend spoken op me af in de hoop dat ik iets zou doen om ze rust te geven.

De hele weg naar huis speelde die herinnering door mijn hoofd en dacht ik na over wat ik aan ‘Masha’ moest doen voor het geval ze me beet wilde nemen. Daar moest ik een garantie tegen inbouwen.

En tegen de tijd dat ik thuiskwam – en in de melancholieke armen van mijn moeder en vader genomen werd – had ik daar iets op gevonden.

==

*

==

De truc was timing: het zo snel te laten gebeuren dat het dhs zich er niet op kon voorbereiden maar met genoeg voorbereidingstijd om Xnet tijd te geven massaal op te komen draven.

De truc was het zo te regelen dat er te veel mensen waren om allemaal te arresteren, maar ergens waar de pers en de volwassenen het konden zien, zodat het dhs ons niet opnieuw kon bedwelmen.

De truc was iets te bedenken dat even mediavriendelijk was als het laten zweven van het Pentagon. De truc was iets op touw te zetten waarin we elkaar te hulp konden schieten, zoals die drieduizend studenten op Berkeley die weigerden een van hen weggevoerd te laten worden.

De truc was de pers erbij te hebben om iedereen te laten zien wat de politie deed, net als in 1968 in Chicago.

Een hele truc, alles bij elkaar!

Mijn gebruikelijke ontsnappingstechnieken toepassend ging ik een uur eerder weg uit school, er niet om malend of ik een of andere nieuwe dhs-scanner activeerde waardoor mijn ouders een briefje zouden krijgen.

Hoe dit ook af ging lopen, na morgen zouden mijn eventuele problemen op school wel het laatste zijn waar mijn ouders zich ongerust over zouden maken.

Ik had met Ange afgesproken bij haar huis. Zij had nog eerder van school weg moeten gaan dan ik, maar ze had haar krampen flink aangedikt en gedaan of ze elk moment flauw kon vallen, zodat ze naar huis mocht.

We verspreidden het nieuws over Xnet, e-mailden het naar vrienden die we vertrouwden en im’den het naar de mensen op onze vriendenlijst. We zwierven over de dekken en door de steden van Clockwork Plunder en lichtten onze teamgenoten in. Het was geen sinecure iedereen precies genoeg informatie geven om er zeker van te zijn dat ze kwamen maar zonder ons door het dhs in de kaart te laten kijken, maar ik geloof dat ik de juiste balans wist te vinden.

==

> morgen vampbende

> Als je een goth bent, kleed je dan navenant. Als je geen goth bent, zoek er dan een op en leen wat kleren. Het thema is vampieren.

> Het spel begint om klokslag acht uur ’s morgens. klokslag. Zorg dat je er bent en klaarstaat om in teams verdeeld te worden. Het spel duurt dertig minuten, dus na afloop heb je plenty tijd om naar school te gaan.

> De locatie wordt morgen onthuld. E-mail je publieke sleutel naar m1k3y@littlebrother.pirateparty.org.se en kijk morgen om zeven uur in je inbox voor het laatste nieuws. Als je dat te vroeg vindt, blijf dan de hele nacht op. Dat doen wij in ieder geval wel.

> Dit wordt de grootste gein van het jaar, gegarandeerd.

> Serieus.

> M1k3y

==

Daarna stuurde ik een korte boodschap aan Masha.

==

> Morgen.

> M1k3y

==

Een minuut later mailde ze terug:

==

> Dacht ik al. VampBende, hè? Je laat er geen gras over groeien. Zet een rode pet op. Weinig bagage.

==

*

==

Wat neem je mee als je op de vlucht slaat? Ik had genoeg zware rugzakken door padvinderskampen gesjouwd om te weten dat elk extra onsje bij elke stap die je zet in je schouders snijdt met het verpletterende gewicht van de zwaartekracht – het is niet zomaar één ons, maar een ons dat je duizenden stappen meesjouwt. Dan wordt het een ton.

‘Oké,’ zei Ange. ‘Heel slim. En je neemt ook nooit meer dan voor drie dagen kleren mee. Je kunt dingen uitspoelen in de wasbak. Beter een vlekje op je t-shirt dan een koffer die te groot en te zwaar is om onder een vliegtuigstoel te duwen.’

Ze had een nylonkoerierstas gepakt en over haar hoofd gedaan, zodat de draagband schuin tussen haar borsten doorliep – wat me een beetje zweterig maakte – en de tas op haar rug hing. Het was een ruime tas. Ze deed hem weer af, zette hem op het bed en legde er een stapeltje kleren naast.

‘Ik denk dat drie t-shirts, een broek, een korte broek, drie paar ondergoed, drie paar sokken en een trui wel genoeg zijn.’

Ze gooide haar sporttas leeg en zocht haar toiletspullen bij elkaar. ‘Ik moet niet vergeten er morgenvroeg mijn tandenborstel bij te doen.’

Ik was onder de indruk. Ze was zo kordaat. Maar het was ook angstaanjagend – het maakte me heel duidelijk dat ik de volgende dag weg zou gaan. Wie weet voor jaren. Wie weet voorgoed.

‘Zal ik mijn Xbox meenemen?’ vroeg ze. ‘Ik heb een heleboel dingen op de harde schijf... aantekeningen, schetsen, e-mails. Die wil ik niet in de verkeerde handen laten vallen.’

‘Het is allemaal gecodeerd,’ zei ik. ‘Dat is normaal bij ParanoidXbox. Ik zou hem hier laten. In la zijn Xboxen genoeg. Je maakt gewoon een nieuw Pirate Party-account en e-mailt een beeld van je harde schijf naar jezelf. Dat ga ik ook doen zodra ik thuiskom.’

Dat deed ze. Ze zette de e-mail in de wacht want het zou wel een paar uur duren voor alle gegevens zich door het WiFi-netwerk van haar buurman hadden geperst en naar Zweden vlogen.

Daarna deed ze de flap van haar tas dicht en trok de riempjes aan. Nu had ze iets op haar rug hangen ter grootte van een voetbal. Ik was vol bewondering. Met dat ding aan haar schouder kon ze over straat lopen zonder dat iemand haar een blik waardig zou keuren – alsof ze op weg was naar school.

‘Nog één ding,’ zei ze. Ze liep naar haar nachtkastje, pakte het doosje condooms, trok de plastic verpakkingen eruit, maakte haar tas open, propte ze erin en gaf me een klap op mijn kont.

‘En nu?’ vroeg ik.

‘Nu gaan we naar jouw huis om jouw spullen in te pakken. ‘Het wordt weleens tijd dat ik je ouders leer kennen, of niet soms?’

Ze liet de tas tussen de hopen kleren en troep op haar slaapkamervloer vallen, klaar om alles de rug toe te keren en weg te gaan – alleen maar om bij mij te zijn. Alleen maar om ons doel te steunen. Dat gaf me moed.

==

*

==

Mam was er al toen ik thuiskwam. Haar laptop stond op de keukentafel en ze beantwoordde e-mails, tegelijkertijd in een op de laptop aangesloten koptelefoon pratend om een of andere arme kerel uit Yorkshire te helpen te wennen aan het leven in Louisiana.

Ik ging naar binnen, gevolgd door Ange, die een brede grijns op haar gezicht had maar zo hard in mijn hand kneep dat ik de botjes voelde knarsen. Ik snapte niet waar ze zich zo druk over maakte. Als dit erop zat, ongeacht hoe het afliep, zou ze mijn ouders toch amper meer onder ogen komen.

Mam was net klaar met de man uit Yorkshire toen we binnenkwamen.

‘Dag, Marcus,’ zei ze, me een kus op mijn wang gevend. ‘En wie is dit?’

‘Mam, dit is Ange. Ange, dit is mijn moeder, Lillian.’ Mam stond op en omhelsde haar.

‘Heel leuk om je te leren kennen, schat,’ zei ze, haar van top tot teen bekijkend. Ange zag er best acceptabel uit, vond ik. Ze had smaak en kleedde zich niet te opzichtig, en je hoefde alleen maar naar haar te kijken om te zien hoe intelligent ze was.

‘Aangenaam, mevrouw Yallow,’ zei ze. Ze leek zelfverzekerd en zelfbewust. Veel meer dan ik toen ze mij aan háár moeder voorstelde.

‘Zeg maar Lillian, meid,’ zei ze. Ze nam haar nog eens goed op. Blijf je eten?’

‘Heel graag,’ zei ze.

‘Eet je vlees?’ Mam is aardig gewend aan wonen in Californië.

‘Ik eet alles wat niet eerst míj opeet,’ zei ze.

‘Ze is verslaafd aan hete sausjes,’ zei ik. ‘Je kunt haar desnoods ouwe autobanden voorzetten. Als ze genoeg salsasaus heeft, eet ze die gewoon op.’

Ange stompte me vriendschappelijk tegen mijn schouder.

‘Ik was van plan eten bij de Thai te bestellen,’ zei mam. ‘Ik zal ze vragen er een paar gerechten met vijf pepers bij te doen.’

Ange bedankte haar beleefd en mam begon te redderen, gaf ons sinaasappelsap en een bord koekjes en vroeg wel drie keer of we thee wilden. Ik voelde me een beetje opgelaten.

‘Dank je, mam,’ zei ik. ‘We gaan een poosje naar boven.’

Heel even vernauwden haar ogen zich, maar toen glimlachte ze weer. ‘Oké,’ zei ze. ‘Je vader komt over een uur thuis en dan gaan we eten.’

Al mijn vampierspullen lagen achter in mijn kast. Ik liet Ange een selectie maken, terwijl ik mijn kleren verzamelde. Ik ging alleen maar naar la. Daar waren winkels genoeg om de kleren te kopen die ik nodig had. Ik hoefde alleen maar drie of vier favoriete t-shirts, een favoriete spijkerbroek, een tube deodorant en een rolletje tandfloss mee te nemen.

‘Geld!’ zei ik.

‘Ja,’ zei ze. ‘Ik was van plan onderweg naar huis bij een geldautomaat mijn rekening leeg te halen. ‘Ik heb ongeveer vijftienhonderd dollar gespaard.’

‘Serieus?’

‘Waar zou ik het aan op moeten maken?’ vroeg ze. ‘Sinds Xnet hoef ik niet eens meer voor internet te betalen.’

‘Ik heb geloof ik rond de driehonderd.’

‘Goed, da’s geregeld dan. Die kun je morgenvroeg op weg naar het Openbaar Centrum ophalen.’

Ik had een grote boekentas die ik gebruikte als ik een hoop te sjouwen had. Minder opvallend dan een rugzak. Ange ging genadeloos door mijn stapels heen en keurde alleen maar goed wat ze mooi vond.

Toen alles ingepakt was en onder mijn bed stond, gingen we zitten.

‘Morgen zullen we echt vroeg op moeten,’ zei ze.

‘Ja nou, belangrijke dag.’

Morgen zouden we e-mails voor de VampBende rondsturen met een hoop valse locaties op enkele minuten lopen van het Openbaar Centrum, zodat iedereen eerst naar een beschutte plek zou gaan. We hadden een mal uitgesneden met vampbende openbaar centrum -> -> erop die we morgenvroeg om een uur of vijf met spuitbussen op die plekken aan zouden brengen. Zo zou het dhs niet de kans krijgen om de zaak af te sluiten voor we er waren. Ik had de mailbot zo geprogrammeerd dat hij de boodschappen om zeven uur zou verzenden – als ik vertrok zou ik mijn Xbox gewoon aan laten staan.

‘Hoe lang...’ Ze maakte haar zin niet af.

‘Dat heb ik me ook al afgevraagd,’ zei ik. ‘Het zou best heel lang kunnen zijn, maar wie weet? Als Barbara binnenkort haar artikel publiceert...’ ik had voor haar ook een e-mail in de wacht gezet ‘... zijn we over een week of twee misschien wel helden.’

‘Misschien wel,’ zei ze zuchtend.

Ik sloeg mijn arm om haar schouders. Ze beefde.

‘Ik ben doodsbang,’ zei ik. ‘Volgens mij zou je gek moeten zijn om niet bang te zijn.’

‘Ja nou,’ zei ze. ‘Ja nou.’

Mam riep dat het eten klaar was. Pap gaf Ange een hand. Hij was ongeschoren en zag er een beetje bezorgd uit, net als toen we naar Barbara gingen. Maar de ontmoeting met Ange bracht iets van mijn oude vader terug. Ze kuste hem op zijn wang en hij stond erop dat ze hem Drew noemde.

Het eten was echt lekker. Het ijs was gebroken toen Ange haar spuitbus met hete saus tevoorschijn haalde, haar bord behandelde en uitlegde wat Scoville-eenheden waren. Pap probeerde een hapje van haar bord en wankelde naar de keuken om een liter melk te drinken. Ongelooflijk maar waar wilde mam het daarna toch proberen, en het leek er zowaar op dat ze het lekker vond. Mam bleek een onontdekt peperwonder te zijn, een natuurtalent.

Voordat Ange naar huis ging, wilde ze mam per se haar spuitbus geven. ‘Ik heb er thuis nog een,’ zei ze. Ik had gezien dat ze hem in haar tas stopte. ‘Jij lijkt me het soort vrouw dat zo’n ding wel kan gebruiken.’