Hoofdstuk 2
Gespannen keken de leerlingen toe hoe mevrouw Van Dijck, de directrice van het Jan Arendzcollege, het kleine podium in de aula betrad. In haar hand hield ze een enveloppe met daarin de formulieren betreffende de werkweek. Deze ochtend zouden de bestemmingen worden getrokken en aan de klassen bekendgemaakt.
Tina en Mieke zaten op het puntje van hun stoel en hadden het zweet in hun handen staan.
„Duimen! Voor Berlijn!” fluisterde Sjoerd, die schuin achter hen zat.
In de aula hing een gespannen, afwachtende sfeer. Elke klas hoopte dat zij naar Berlijn zou mogen.
Mevrouw Van. Dijck hield de spanning er nog even in, door een lange en saaie toespraak te houden over het doel van de werkweek, hetgeen bij de meeste leerlingen het ene oor in en het andere meteen weer uitging. Eindelijk opende ze de enveloppe en nadat ze daaruit weer wat kleinere enveloppen had gehaald, zei ze: „Ik zal jullie maar niet langer in onzekerheid laten zitten en de resultaten van de loting bekendmaken. De eerste bestemming: Terschelling, voor 4c!”
Er ging een lichte golf van opluchting door de aula en een zwak gemompel steeg op uit de hoek waar 4c zat. Ze waren duidelijk teleurgesteld.
De bestemming Limburg ging naar 4b en 4d werd uitverkozen om naar Antwerpen te gaan.
Nu steeg de spanning helemaal, want de klas van Tina, 4a, was nog steeds niet genoemd en Berlijn was nog niet toegewezen.
„De bestemming Berlijn…” klonk er toen eindelijk. Mevrouw Van Dijck zweeg even en keek langzaam de aula rond. „Berlijn is voor 4e,” zei ze toen rustig.
Er klonk een luid gejuich achterin. De leerlingen van 4e verlieten vervolgens met veel kabaal de aula, terwijl de anderen bedrukt en teleurgesteld achterbleven.
Tina zakte op haar stoel terug en kon haar teleurstelling nauwelijks verbergen. Ze gingen niet naar Berlijn!
„O, zeg, Brussel is er nog niet uit!” merkte Mieke plotseling op.
„We zullen wel de pech hebben om Brussel en Toetje te trekken!” mompelde Tina somber.
„Brussel… 4f!” riep mevrouw Van Dijck.
Er klonk een licht gekreun in de hoek van 4f.
„Hé, dan gaan wij naar Friesland!” was de reactie van Mieke.
„Inderdaad! Jullie gaan naar de laatste bestemming: Friesland!” antwoordde mevrouw Van Dijck bevestigend op de uitroep van Mieke.
„Wie gaan er mee naar Friesland?” informeerde Sjoerd, terwijl hij naarstig in zijn papieren zocht.
„Van Heerwaarden van aardrijkskunde, Penders van economie en Van Beem van geschiedenis,” las Bas hardop voor.
Ze keken elkaar even aan en overwogen in gedachten wat daarvan nu de voor- en nadelen zouden kunnen zijn.
„Mmm, Van Heerwaarden en Van Beem vallen wel mee; Penders is een beetje eigenaardig, maar ik vraag me af wat we in Friesland moeten doen!” concludeerde Sjoerd met een licht schouderophalen.
„Als we van de winter waren gegaan, hadden we misschien de Elfstedentocht kunnen rijden!” zei Tina lachend.
„Van Heerwaarden zou ons dan hebben kunnen overhoren om te zien of we weten waar we zijn!” proestte Mieke. Ze zag de hele situatie al voor zich.
„Penders zou onze kansen dan wel hebben berekend en de economische gevolgen ervan!” gierde Tina nu.
„We moeten watermonsters nemen!” grinnikte Bas.
„Van Heerwaarden is juist bezig met de bodemstructuur van Nederland, misschien kunnen we de weilanden onderzoeken!” opperde Sjoerd lachend.
„Van Beem, de nieuwe geschiedenisleraar, is zelf ook nog jong en hij is vast wel voor een geintje te vinden,” meende Tina.
„Voordat jullie plannen maken om Friesland te ontginnen, lijkt het mij verstandig dat jullie naar je klaslokaal teruggaan!” klonk plotseling de scherpe stem van de heer Van Heerwaarden achter hen.
Sjoerd kreeg een rode kleur en sloeg verschrikt een hand voor zijn mond.
Tina moest moeite doen haar lachen in te houden en kon slechts giechelend knikken.
„Dit lijkt me niet zo’n beste start voor onze werkweek!” merkte Sjoerd laconiek op toen ze even later door de gang liepen.
„Och, dat is Van Heerwaarden allang weer vergeten als we eenmaal op werkweek zijn! Dat is niet zo’n kwade,” probeerde Tina hem gerust te stellen.
„Wees blij dat we Van Heerwaarden meekrijgen. Ik moet er niet aan denken dat ik in de groep van Brussel had gezeten,” zuchtte Mieke toen ze de klas inschoten.
Toetje keek verstoord op toen het viertal de klas binnenkwam.
„Sorry dat we te laat zijn, meneer, maar we moesten nog even iets bespreken,” verontschuldigde Tina hen.
„Dat komt goed uit, juffrouw Van Gaasbeek, want dat wilde ik met jullie ook!” was het enige commentaar.
Verbaasd schoof Tina op haar plaats. Ze had op z’n minst een enorme donderpreek verwacht, maar die bleef wonderwel uit.
Nadat Toetje het bord grondig had schoongeveegd, legde hij de borstel zorgvuldig neer en draaide zich om. „Waarschijnlijk waren jullie wel opgelucht toen bekend werd dat jullie bestemming voor de werkweek Friesland is en de mijne Brussel!” begon hij met een lachje rond zijn lippen.
„Het ligt ver genoeg van elkaar, meneer!” flapte Sjoerd eruit, wat hem een vernietigende blik van Toetje opleverde.
„Dan zal ik jullie een tweede, aangename verrassing bezorgen: mevrouw Van Dijck heeft jullie de bestemmingen meegedeeld, zoals die gisteren zijn getrokken. Jullie hebben echter de formulieren van vorige week nog. Op het laatste moment zijn daarin een paar kleine wijzigingen gekomen.”
„We gaan tòch naar Berlijn!” riep Tina voorbarig uit.
„Nee, juffrouw Van Gaasbeek, de bestemmingen veranderen niet meer. Wat op jullie lijst niet klopt, is de indeling van de begeleidende docenten. Ik heb namelijk geruild met de heer Penders!”
„O, en waar gaat u dan nu heen, meneer?” vroeg Anjo argeloos.
„Ik…? Ik ga naar Friesland!” grinnikte Toetje met enig leedvermaak in zijn stem.
Het duurde even voordat Anjo besefte wat het antwoord op haar vraag was! Ze hapte verschrikt naar adem en keek achterom, waar de rest van haar klasgenoten met open mond naar Toetje staarde.
Er viel een stilte. Kennelijk moest iedereen de woorden van Toetje even tot zich laten doordringen.
„U gaat… naar Friesland, meneer…?” hakkelde Sjoerd, die hiermee de doodse stilte verbrak.
„Ja! Lijkt jullie dat niet leuk?” grinnikte Toetje.
„Ik word al niet goed als ik eraan denk,” kreunde José zachtjes.
„Dit is een ramp!” fluisterde Bas.
„Ik denk dat ik die week toevallig ziek ben!” kon Mieke met moeite uitbrengen.
„Maar wat moet u in Friesland, meneer? De Friezen Frans leren?” was de verbaasde en nog steeds ongelovige reactie van Tina.
„Toevallig ben ik een goed zeiler. Ik ga met jullie mee op een gecombineerde zeilwerkweek,” vertelde Toetje met een grijns.
„Een zeilkamp? Moeten we daar ook nog zo nodig gaan zeilen?” riep Sjoerd vol afgrijzen.
„Sjoerd van Dalen, van jou had ik wat meer enthousiasme verwacht. Je ouders komen toch uit Friesland?” wees Toetje hem terecht.
„Ja. maar ìk niet! Omdat ik toevallig een Friese naam heb, hoef ik toch niet meteen voor Michiel de Ruyter te spelen?” riep Sjoerd verontwaardigd uit.
Toetje wierp Sjoerd een vernietigende blik toe.
„Gaan we een hele week zeilen, meneer?” riepen een paar leerlingen achterdochtig uit.
„Ik zal jullie het programma bekendmaken zodra ik alles heb geregeld. Maar afgezien van het zeilen hebben we nog enkele leerzame excursies op het programma staan,” vertelde Toetje.
„Vooral dat léérzame klinkt behoorlijk vervelend!” siste Sjoerd in Tina’s oor.
„Voorlopig kan ik jullie wel vertellen dat we een paar dagen zeilinstructie krijgen, we gaan een brood- en banketfabriek bezoeken en naar de Waddenzee,” verklapte Toetje nog.
De leerlingen zwegen, maar hun gezicht sprak boekdelen.
„Een brood- en banketfabriek? Wat moeten we dáár nu doen?” vroeg Mieke zich hardop af.
Tina haalde haar schouders op. Ze had echt de smoor in dat de plannen waren gewijzigd en dat ze nu tot overmaat van ramp toch Toetje toegewezen hadden gekregen! Als hij nu nog steeds was zoals ze hem hadden leren kennen in de periode voor de kerstvakantie, dan was het leuk geweest, maar nu? Nee, hij was in de afgelopen maanden weer gewoon de oude Toetje geworden!
„Uiteraard ben ik van plan die week ook iets aan de Franse taal te doen,” kondigde Toetje opgewekt aan.
Een luid gekreun weerklonk.
„Straks krijgen jullie van mij een boekje waarin een Frans toneelstuk staat. Op de laatste avond van onze werkweek wil ik dat jullie dat opvoeren. Jullie hebben dus genoeg tijd om te repeteren. C’est tout!” knikte Toetje tevreden, terwijl hij een stapel boekjes uit zijn tas haalde.
„Zoals het er nu uitziet, wordt die week nog rampzaliger dan ik in eerste instantie dacht! Hoe haalt hij het in vredesnaam in zijn hoofd! Een Frans toneelstuk!” zei Tina verontwaardigd.
„Ik denk dat ik me nú al niet zo goed voel! En ik ben ervan overtuigd dat dat minstens gaat duren tot na de werkweek!” kreunde Mieke, terwijl ze het boekje aanpakte.
„L’Histoire de l’Europe? (De geschiedenis van Europa) Is er niet een léuk toneelstuk te krijgen?” riep Tina met afgrijzen uit toen ze de titel van het boekje zag.
„Het boekje gaat wel over de geschiedenis van Europa, maar die is op een zeer goede en leerzame manier verwerkt in een toneelstuk,” legde Toetje uit.
„Toch zou ik liever „Het liefdesleven van Marie Antoinette” spelen!” grinnikte Bas brutaal.
Toetje ging niet op die opmerking in en vervolgde doodgemoedereerd zijn verhaal. „De reden dat ik dit stuk heb gekozen, is dat het Frans vrij eenvoudig is en makkelijk te onthouden. Bovendien is het leerzaam en soms zelfs humoristisch. Een tweede reden is dat ook, zoals jullie wel bekend, de heer Van Beem, met ons zal meegaan. Het leek me daarom voor hem ook wel leuk een historisch getint stuk te nemen,” legde Toetje uit.
„Van Beem? O, dat ìs een stuk!” zuchtte Mieke met een dromerige blik in haar ogen.
„Pardon, juffrouw Tinnemans?” vroeg Toetje verbaasd.
„Ik zei, meneer, dat meneer Van Beem een stùk is!” herhaalde Mieke baldadig.
Tina draaide vlug haar gezicht weg, omdat ze voelde dat ze haar lachen nauwelijks kon inhouden.
Overal in de klas klonk onderdrukt gelach om de vrijpostige opmerking van Mieke.
„Kunt u dat nader omschrijven, juffrouw Tinnemans?” vroeg Toetje kalm.
„Poe, meneer, daar vraagt u me wat. Moet ik de heer Van Beem nu helemaal gaan beschrijven? U weet, denk ik, beter dan ik hoe hij eruitziet!” was het nuchtere antwoord van Mieke.
„Alors! Alors! Nu is het genoeg! Finis! Nog één keer zo’n brutale opmerking en je vliegt eruit!” waarschuwde Toetje haar.
Mieke haalde haar schouders op en zweeg, maar de klas was nu nog onrustiger geworden en Toetje leek zelfs bijna opgelucht toen de verlossende zoemer klonk, ten teken dat de les was afgelopen.
In een mineurstemming verlieten de leerlingen het lokaal en even later stonden ze elkaar op de gang somber aan te kijken.
„Ik kan het nog steeds niet geloven! Waarom gaat Toetje nu niet naar Brussel?” zuchtte Tina.
„We hebben wel behoorlijk pech,” beaamde Mieke.
„Misschien valt het mee omdat Van Beem meegaat?” monterde Sjoerd haar op.
„Hebben jullie dat afschuwelijke toneelstuk bekeken? Moet je horen wat hier staat: Gij koning der koningen, mag ik u om een gunst verzoeken? Uw koerier klopte heden aan mijn deur en…” begon Anjo met een dramatisch gezicht, waarbij de Franse woorden op een verwrongen manier uit haar mond kwamen. Ze werd snel onderbroken door de anderen.
Bas trok het boekje uit haar handen en legde een hand op haar mond. „Houd maar op! Ik heb al genoeg gehoord! Het is nog erger dan ik dacht! Eenvoudige Franse taal noemt hij dat!” mopperde hij.
„Dat kunnen we er misschien wèl van maken…” zei Tina plotseling langzaam en met een peinzende blik in haar ogen.
„Hoe bedoel je dat?” vroeg Mieke verwonderd.
„Als we dit toneelstuk nu eens instuderen op een wijze die wèl humoristisch is! We mogen dan best de geschiedenis een beetje vervalsen, vinden jullie ook niet?” grinnikte Tina met een ondeugend gezicht.
„Dat is een geweldig idee! We zullen Toetje eens laten zien wat we kunnen!” riep Sjoerd enthousiast uit.
„Maar dan moeten we het hele toneelstuk herschrijven,” concludeerde Mieke met een veelbetekenend gezicht.
„We kunnen het ook een beetje omgooien en het wat moderner brengen! Wellicht is dat niet Toetjes bedoeling, maar tijdens de werkweek zal hij er vast niet zo zwaar aan tillen,” was Tina’s idee.
„En die nieuwe dan? Van Beem?” vroeg Anjo.
„Die moet niet zeuren, die komt net kijken! Hij mag blij zijn dat hij met ons mee mag, de leukste klas van de school!” riep Sjoerd overdreven uit.
Er viel plotseling een stilte toen Toetje hen passeerde.
„We moeten het wel thuis voorbereiden, want hij heeft nu al argwaan!” fluisterde Mieke, zodra Toetje uit het zicht was verdwenen.
„Ik stel voor dat we de komende week het toneelstuk bestuderen en aan het eind van de week bij elkaar komen om te overleggen hoe we het gaan opvoeren,” stelde Tina voor.
Ze knikten allemaal instemmend.
„Moeten we nog meer afspreken? Ik wil nu eigenlijk wel naar huis om de schok van vandaag te boven te komen!” zuchtte Mieke quasi dramatisch.
Tina moest lachen om haar vriendin, die probeerde zo zielig mogelijk te kijken. „Nee, Mieke, c’est tout!” grinnikte ze plagend.