6. Een kastanje in de soep

Aan het ontbijt zat Lisa deze keer tussen twee meisjes die razendsnel aten, maar geen woord tegen haar zeiden. Hun pakjes waren lichtgroen, dus ze verbleven hier al meer dan een halfjaar. Toen ze klaar waren, bleek dat ze wel konden praten: 'Jij brengt straks onze spullen weg,' zei de een tegen Lisa.

'Daar op die band,' zei de ander. 'Dat is hier de gewoonte. Als je beige bent, ruim je altijd alles op.'

Lisa knikte verbluft. Zou dat waar zijn of verzonnen die twee maar wat? Was het soms zo dat je het pispaaltje was zolang je beige droeg? Lisa stapelde alle spullen zo goed mogelijk op en liep naar de band. Ze moest nog een keer terug om de rest te halen, maar toen was ze klaar. Dacht ze.

'Ah, jij bent toch Lisa,' klonk een stem van achter de band. Hè, stond daar iemand? Een man? 'Ja, loop maar even om. Linksom. Daar zie je een blauwe deur en daar wacht je.'

De blauwe deur werd al snel opengetrokken door een klein kaal mannetje met sluwe blauwe oogjes en een dun snorretje. En meteen bleek waarom Lisa geroepen werd. Ze moest meedoen aan de ochtendafwas: een slordige honderd ontbijtbordjes, messen, vorken en bekers. Gelukkig heb ik ochtendcorvee, dacht Lisa. Vanavond is er vast veel meer te doen met al die pannen, schalen en messen. Maar alsof het kale mannetje gedachten kon lezen, zei hij: 'Nieuwelingen hebben in hun eerste week doorlopend corvee: 's morgens, 's middags en 's avonds. Nog vragen?' Hij liet een pesterig lachje horen.

'Nee,' zei Lisa, 'het is helemaal duidelijk.'

Lisa kreeg een theedoek in haar handen gedrukt en het mannetje wees naar een immense stapel bordjes, waar het schuim vanaf droop. Ze pakte het eerste bordje beet, maar dat was zo glad, dat het meteen tussen haar vingers doorgleed. Met een ferme knal spatte het op de grond uiteen. Om haar heen werd gegiecheld. Het kale mannetje stond meteen naast haar, alsof hij hier al op wachtte. 'Wat is dat?' gilde hij, terwijl hij Lisa hard aan haar oor trok. 'Deed je dat expres?'

'Nee, meneer,' zei Lisa. 'Dat bordje was glad.' 'Geef dat bordje maar de schuld!' 'Nee meneer, dat bedoel ik niet.' 'Wat bedoel je dan, onderkruipsel?' 'Ik hield het niet goed vast, meneer.'

'Denk erom: je kunt de corvee ook in je eentje doen.'

'Ja, meneer,' zei Lisa weer.

'Ruim het op en zorg dat het niet weer gebeurt!' Een dik meisje met stevige zwarte krullen gaf Lisa stoffer en blik. Zo snel mogelijk veegde Lisa de stukken bij elkaar en gooide alles in de vuilnisbak.

Achter zich hoorde ze gefluister. Ging het over haar? Maar al gauw had ze door dat het over een ander meisje ging. 'Ze moest gisteravond zonder eten naar bed,' zei iemand zacht. 'En vanmorgen mocht ze ook niks. Ik moet iets voor haar jatten.' Lisa deed net alsof ze niets gehoord had. Zodra het kale mannetje even weg was, zag Lisa vanuit haar ooghoeken een meisje naar voren lopen, naar een hele rij broodtrommels. Snel lichtte ze het deksel van een van de trommels op en griste er iets uit, om het vervolgens snel onder haar blouse te verbergen. Ze was nog op weg naar de afdroogploeg, toen het kale mannetje terugkwam.

'Wat moet dat?' vroeg hij.

Het meisje begon zo hevig te bibberen, dat de

boterham die ze zojuist gepikt had onder haar

blouse uit zakte en op de grond viel.

'Kijk eens aan, wat is dat? Niet genoeg gegeten?'

'Jawel, meneer.'

'Wat wou jij dan met dat brood? Wou je er misschien je neus in snuiten? Heb jij geen zakdoek?' vroeg het walgelijke mannetje. Zijn snorretje wipte op en neer bij ieder woord dat hij uitsprak.

Verstijfd van schrik keek Lisa toe hoe hij de boterham onder de neus van het meisje drukte. Ze kreeg geen lucht, ze begon te hoesten en te proesten. 'Genoeg zo?'

Het meisje had het nog veel te benauwd om een

woord te kunnen uitbrengen.

'Wat zeg je?' Het ventje hield zijn hand aan zijn

oor.

'Ja meneer,' zei het meisje schor. 'Mooi zo.'

Met een grote boog mikte het mannetje de boterham in de bak met afval, waar hij tussen schillen en resten dikke soep terechtkwam. 'Afwassen nu!' snauwde hij. Met zijn armen over elkaar bleef hij naar hen staan kijken, maar blijkbaar verveelde het hem, want na een tijdje ging hij weer weg. 'Komen jullie nooit in opstand?' vroeg Lisa zacht. Het meisje verbleekte bij de vraag alleen al. Haar ogen werden groot, maar ze zei niets. 'Kunnen we niemand waarschuwen?' Blijkbaar had Lisa nu iets harder gesproken, want een van de andere meisjes antwoordde: 'Hoe?' 'Bellen, of eh ...'

'Waarmee? Heb jij nog een telefoon?'

Nee, dat was waar. Haar telefoon was zo ongeveer

het eerste waar Boulanger naar had gevraagd

zodra ze hier over de drempel stapten.

'Een boodschap op het internet?'

Nu lachten de meisjes smalend.

'Het internet is afgesloten voor berichten naar

buiten. Je kunt er wel op zoeken, maar iets

versturen gaat niet.'

'Maar als er kinderen naar huis gaan dan,' hield Lisa aan, 'dan horen die ouders toch alles? Dan halen zij hun kinderen hier toch weg of ...?' 'Er gaan geen kinderen naar huis,' zei het meisje met de zwarte krullen nu met een zucht. 'Na een halfjaar toch?' Het meisje schudde heel beslist haar hoofd. 'Nee, ze vertellen de ouders, dat het beter is van niet. Dat we uit ons ritme zouden raken. Ik mag hopen dat ik deze kerst naar huis mag, dan zit ik hier precies een jaar, maar ik betwijfel het.' Lisa staarde naar het lichtblauwe uniform van het meisje. Bijna een jaar. Net als Marjorie. Daarna zei een tijdje niemand meer iets. Je hoorde alleen nog het geluid van vaatwerk dat zachtjes op elkaar tikte.

Bij de eerste lessen van die ochtend werd Lisa

draaierig en duizelig. Haar oren suisden en in haar hoofd bonsde het. Alle leerkrachten op Kinderleven bleken een stok te gebruiken om hun lessen kracht bij te zetten. Bij de rekenles werd het opdreunen van de tafels ondersteund met venijnige tikken van de stok op de houten vloer. En bij aardrijkskunde moesten de hoofdsteden van Europa in hun koppen geklopt worden. Frankrijk met Pa-rijs tik-tik. Aan het eind van de morgen stopte Lisa twee vingers in haar oren en schudde haar hoofd heen en weer om dat nare getik kwijt te raken. Kinderleven leek wel een school voor militairen, dacht ze. Het zou haar niet verbazen als ze straks ook nog in de houding moesten springen als er een leerkracht aankwam.

Hoe het kon, snapte Lisa zelf ook niet, maar bij de middagmaaltijd zat ze plotseling weer naast Bella. Ze was alleen maar even teruggelopen om een servetje te halen en in die tijd moesten er twee meisjes van plaats geruild zijn. Lisa zuchtte. Ze was te moe om er ruzie over te gaan maken. Lisa roerde in de waterige soep, waarin een eenzaam schilletje ui ronddreef. Toch was ze blij dat ze iets warms kreeg na deze zware ochtend. Zwijgend nam ze haar eerste hap. De soep smaakte zout en een klein beetje naar zeepsop, maar dat laatste probeerde ze niet te proeven. Dapper nam ze een tweede hap. Toen flitste er iets voor haar langs, er viel iets in haar soep en omdat die zo waterig en dun was, spatte die hoog op. Grote gele vette druppels dropen van haar blouse en baanden zich een weg naar beneden. Het smetteloos witte tafelkleed was opeens totaal niet smetteloos meer. Er groeide een dikke vette vlek in.

'Oooooh,' zei Bella. 'Als juf Svoboda dat ziet!' En meteen begon ze te krijsen: 'Juf Svoboda!' Juf Svoboda, die op dat moment oppasjuf was, kwam aangestoven. 'Wat is er aan de hand?' 'Kijkt u maar,' zei Bella met een lachje. 'Waarom heb jij een kastanje in je soep gegooid?' vroeg juf Svoboda schril. 'Smaakte het niet?' Toen pas keek Lisa naar haar soep. In de kom dreef inderdaad een glimmende kastanje, vers van de boom.

'Ja juf,' zei ze beduusd. 'Ik weet niet hoe die kastanje erin komt.'

'Nou, ik weet het wel!' baste juf Svoboda, terwijl ze Lisa aan één oor van tafel trok. 'Blijkbaar heb jij genoeg gegeten. Ga maar naar je kamer en waag het niet je te verkleden. Laat alle kinderen maar zien wat voor een knoeipot je bent.' 'Mag ik haar toetje?' vroeg Bella. Juf Svoboda keek van Bella naar Lisa en weer terug. Toen zei ze: 'Ja, dat is goed. Neem jij het toetje van dit knoeikind maar.'

Bij het middagcorvee rommelde Lisa's maag zo hard, dat ze dacht dat iedereen het wel moest horen. Maar de meisjes met wie ze afdroogde, hadden hun eigen zorgen. De enige die het hoorde was Janet, die vaak in de keuken hielp. Janet was een kleine vrouw met een mooie glanzende bruine huid en zwart haar met kleine vlechtjes. Ze wenkte Lisa. Schichtig keek Lisa om zich heen. Was juf Svoboda er niet? Snel liep ze op Janet af. 'Kom straks na het corvee maar even naar de achterdeur van de keuken.' Janet wees over haar schouder naar een donkerblauwe deur. Lisa knikte en liep terug naar de meisjes, die net begonnen waren aan de immense berg bestek.

Janet wachtte Lisa op met een knisperend wit zakje. Lisa slikte. Ze rook vers brood. 'Nu wegstoppen en op een stil plekje opeten, ja?' 'Dank u wel,' zei Lisa.

'En mag ik je een tip geven? Ga nooit meer naast Bella zitten.'

'Dat probeer ik ook!' riep Lisa uit. 'Maar ik liep even weg en toen was mijn plaatsje ingenomen.' 'Tja, niemand wil naast Bella zitten,' zei Janet.

'Maar ga nu gauw je brood opknabbelen. Je zult wel honger hebben.'

Doordat er opeens iemand aardig voor haar was, sprongen de tranen in Lisa's ogen. Vlug wreef ze met haar mouw langs haar ogen. 'Zo krijg je soep in je wenkbrauw,' zei Janet. Ze boog zich naar Lisa toe en vroeg: 'Wat is er? Heb je het moeilijk hier?'

Lisa haalde haar neus op. 'Het went wel,' zei ze. 'Ik zou alleen zo graag mijn zusje even zien.' 'Waar is je zusje?' 'Bij de onderbouw.'

Janet tuitte haar lippen. 'Van vijf tot zes hebben jullie een vrij uur, hè? Kom dan hierheen. Dan smokkel ik je mee in mijn bestelwagentje als ik brood ga brengen naar het andere gebouw.' 'Echt?'

'Echt. Maar mondje dicht.' En bij die laatste woorden legde ze een vinger op haar lippen.