.2.
De tafel was gedekt voor het avondeten en het voorgerecht van
geschilde avocado stond al klaar. Hannah wierp er even een blik op,
verliet toen de kamer en deed de deur achter zich dicht. Humphrey
hield er niet van als de geuren uit de keuken de eetkamer
binnendrongen. Het hoofdgerecht die avond was een combinatie van
verschillende soorten koud vlees met salade, die gevolgd werd door
een warme broodpudding met stroop. Humphrey was niet zo dol op
koude toetjes en hij hield erg van warme broodpudding met stroop.
Ze legde de laatste hand aan de schaaltjes met salade en plaatste
ze op een dienblad. Vervolgens liep ze de woonkamer in. Daar was
alles zoals altijd. Voor de open haard stond een grote vaas met
bloemen en takken, die zo geschikt waren dat ze de open ruimte
verborgen. Toen ze zichzelf hoorde zeggen: 'Ja, alles is zoals
altijd hier', beet ze op haar onderlip en mompelde: 'O, lieve
help!' De dag ervoor zou die sarcastische uitroep niet in haar op
zijn gekomen. Of misschien ook wel, maar dan had ze hem niet
uitgesproken, maar vandaag was er iets gebeurd. Het was een vreemde
dag geweest, vanaf het moment dat ze de bus had genomen naar
Ealing, toen dat jongetje haar zijn zitplaats had aangeboden. Dat
was toch vreemd geweest? Normaal gesproken kon je als bejaarde of
beladen met pakjes staan tot je een ons woog, maar ze had nog nooit
gezien dat iemand zijn krant had opgevouwen om een vrouw zijn
zitplaats aan te bieden. Vervolgens had ze haar hart uitgestort bij
Janie. Dat was een wanhopige daad geweest om het knagende verlangen
in haar uit te wissen. Het verlangen dat ervoor zorgde dat ze 's
nachts rechtop in bed zat om over haar armen te wrijven. Ze wist
niet waarom ze dit deed, want het was allesbehalve rustgevend. Het
was waarschijnlijk gewoon iets wat haar aandacht afleidde van de
bittere en veroordelende gedachtestroom die de meeste nachten
voorbijkwam. Ze had zich beter gevoeld toen ze bij Janie vandaan
kwam, redelijk opgewekt, maar het gevoel was niet blijvend geweest.
Tegen de tijd dat ze Jason Gardens had bereikt, was ze weer
zichzelf geweest. Dat was een vreemde ervaring. Ze had verwacht dat
ze haar naar het kantoor van de uitgever zouden hebben geleid, maar
wat had ze in plaats daarvan gezien? Iets wat op een vuilnisbelt
leek, maar als je er op een bepaalde manier naar keek, was het wel
een geweldige vuilnisbelt. Die boeken, duizenden exemplaren. En de
mensen. Die aparte man en zijn vriendelijke vrouw en die jonge man.
Ja, die andere man. Ze had veel aan hem gedacht nadat hij haar had
uitgelaten. Hij had een apart gezicht. Het geluid van de sleutel
die werd omgedraaid bracht haar naar de werkelijkheid. Maar deze
avond haastte ze zich niet naar de hal voor de gebruikelijke
begroeting: 'Hallo, lieverd' met vervolgens een soort zucht en: 'O,
wat heerlijk om thuis te zijn' of een variatie daarop: 'Wat een
dag, zeg. Waarom moet een man eigenlijk werken voor zijn geld? Ik
snak naar een borrel. Ik ga me even opfrissen.' Ze verliet de
woonkamer pas toen ze vrij nadrukkelijk haar naam hoorde: 'Hannah!
Hannah!' en ze liep de hal in. 'O, daar ben je! Is er iets?' Hij
kwam op haar af en bukte zich om haar op de wang te kussen. 'Nee,
niets.'
'O.' Hij ging een eindje van haar af staan en het had haar niet
verbaasd als hij had gezegd: waarom stond je dan niet in de hal om
me te begroeten? Wat hij wel zei was: 'Het was een heel zware dag.'
Iedere andere man had misschien het woord 'verdomd' gebruikt, maar
Humphrey niet; hij gebruikte zelden dat soort woorden. 'Ik verheug
me al op een borrel,' vervolgde hij. 'Ik ga me even opfrissen.' Hij
draaide zich om en wierp even een blik op zijn koffertje, dat tegen
de hoeden-standaard stond. Toen hij zich weer naar haar toe keerde,
leek er een lichte terechtwijzing in zijn blik te zitten: normaal
gesproken borg zij zijn koffertje op. Ze deed dat alsnog en toen ze
zich omdraaide, stond hij daar nog steeds en staarde naar haar.
'Gaat het wel goed met je, lieverd?' vroeg hij. 'Ja, het gaat
prima.'
'Is er iets gebeurd?' Hij hield zijn hoofd een beetje schuin om
zijn vraag kracht bij te zetten, en ze antwoordde bijna uitgelaten:
'Veel. O, heel veel.'
'Kijk eens aan! Daar moet je me alles over vertellen. Wacht even
tot ik me heb opgeknapt en mijn borrel op heb.' Daarna ging hij op
weg naar de badkamer en liep Hannah de keuken in om het dienblad te
pakken met de saladeschaaltjes erop. Ze bracht het naar de eetkamer
en zette de schaaltjes op de bijzettafel. Ze zou het vlees opdienen
als ze de avocado op hadden. Ze staarde naar de tafel, maar ze zag
hem niet echt. Ze stond weer tussen de berg boeken en keek naar de
man aan het bureau tegenover haar, die haar kinderboek aan het
lezen was. Opeens tilde ze haar hoofd op en zei bijna hardop: zal
ik het hem vertellen? Ja, zei ze in gedachten, en vervolgens met
meer overtuiging: ja! En als hij zwijgt, naar me glimlacht en die
kleine hoofdbeweging maakt, zal ik iets zeggen. Ja, dat zal ik
doen. Dan zal ik zeker zeggen wat ik ervan vind. 'Hannah? Waar ben
je?' De eetkamerdeur ging open en hij stond heel even in de
deuropening voordat hij vroeg: 'Wat is er, Hannah? Zit je iets
dwars?' Ze moest nu zelfs lachen en zei:'Nee. Er zit me niets
dwars, maar er is vandaag iets gebeurd en... Nou... Ik wil het je
vertellen.'
'Heel graag,' zei hij vastberaden knikkend,'maar wel nadat ik mijn
borrel op heb en een minuut of tien in de woonkamer bij heb kunnen
komen.'
'Natuurlijk. Natuurlijk.' Hij kwam op haar af, maar raakte haar
niet aan, hoewel hij heel bezorgd keek. Een paar minuten later
zaten ze allebei aan een kant van de met bloemen gedecoreerde
haard: hij met een glas whisky-soda in zijn hand en zij met een
glaasje sherry. Hij nam een paar slokjes, voordat hij zei: 'Goed!
Voor de draad ermee.'
'Voor de draad ermee', was weliswaar geen dialect, maar het was ook
niet iets wat hij normaal gesproken zou zeggen. Ze nam een teug uit
haar glas, niet gewoon een slokje, zette het vervolgens op een
kleine bijzettafel en legde haar handen met de palm naar boven op
haar schoot. Ze had de neiging gevoeld om ze tussen haar knieën te
klemmen zoals ze altijd deed wanneer ze opgewonden was of zich
ergens zorgen over maakte, maar nu had ze een schijnbaar kalme
gelaatsuitdrukking. 'Ik ben vandaag met mijn boek bij een uitgever
langsgegaan.'
'Je boek?' Hij had op het punt gestaan om weer een slok te nemen,
maar keek haar nu over de rand heen aan. 'Het boek? Dat boek?'
'Ja, Humphrey.' Haar stem klonk ongewoon stijfjes. Ze was verbaasd
toen ze zichzelf bijna uitdagend hoorde zeggen: 'Het boek dat jij
afkeurde door alleen maar te zwijgen en je hoofd te schudden.'
'Hannah, lieverd. Dat heb ik helemaal niet gedaan, maar ik kon niet
zeggen dat je verhaaltjes iets voorstelden, omdat ze zo
kinderachtig waren.'
'Maar ze waren bedoeld voor kinderachtige kinderen, vijfjarigen.
Dat heb ik je gezegd.'
'Heb je ze aangepast?'
'Niet echt, ik heb ze alleen iets anders ingedeeld.'
'Anders ingedeeld?' Hij beklemtoonde elk woord. 'Ja, dat zei
ik.'
'En hebben ze het gekocht, het boek bedoel ik?'
'Nou, hij heeft het gelezen, hij vond het leuk en overweegt nu om
het uit te geven.'
'Denkt hij dat het zal verkopen?'
'Ik neem aan van wel, want anders zou hij niet overwegen om het uit
te geven.' Hij zette zijn glas op het bijzettafeltje naast zijn
stoel en vroeg: 'Welke uitgever is het?' Hij was even stil en
voegde er toen aan toe: 'Wie kijkt ernaar?'
'Ene meneer Gillyman.'
'Gillyman?' Hij ging op het puntje van zijn stoel zitten. 'Martin
Gillyman?' Ze bevestigde dit niet door ja of nee te zeggen, maar
bleef hem gewoon aankijken omdat er opeens een geïnteresseerde
uitdrukking op zijn gezicht was verschenen. 'Gillyman, de
verzamelaar van zeldzame boeken?'
'Ja, dat is 'm.'
'En hij heeft jouw... jouw kinderboek nu?' Ze stond plotseling op
en zei: 'Ja, dat heb ik je net verteld. Hij heeft mijn kinderboek
en wat nog belangrijker is: hij leek het interessant te
vinden.'
'Goed, goed. Ik... ik was gewoon verbaasd door de naam. Martin
Gillyman heeft nogal een reputatie moet je weten. Hij is een rijk
man.' Ze moest zich inhouden om niet te zeggen: 'Natuurlijk, je zou
hem niet kennen als hij geen rijk man was, hè?' Maar zo werkt dat
nu eenmaal met effectenmakelaars, toch? Die moeten rijke mensen
kennen. Ze praten nooit over mensen die geen geld hebben. 'Hij
staat bekend als een markant figuur. Hij koopt boeken per honderd
of per duizend en slaat ze op. En jij hebt hem gesproken?' Ze
bewoog zich niet, maar hield alleen haar hoofd schuin toen ze
antwoordde: 'Ik zei net...'
'Oké. Oké, lieverd. Ik reageer misschien wat lomp, dat weet ik,
maar...' Hij stond op en ging naast haar staan. 'De naam klonk
zo... Nou ja, bekend. We hebben namelijk ooit geprobeerd om hem als
klant te krijgen, maar we vonden zijn manier van zakendoen nogal
vreemd. Wat ik bedoel, is dat hij vrij aparte figuren uitzocht om
zijn zaken voor hem te behartigen. Hij heeft nogal wat onroerend
goed in de stad. En zijn personeelsleden zaten vroeger in de
scheepvaart of werkten in de mijnen. Je kunt het zo gek niet
bedenken.' Ze keek hem recht aan. 'Hij heeft jullie firma dus niet
in de arm genomen als effectenmakelaarskantoor?' Ze zag dat hij
enigszins pruilde en daarna zijn lippen even op elkaar kneep
voordat hij antwoordde: 'Nee, helaas niet. Ik heb gehoord dat hij
drie broers heeft, die verschillende bedrijfsonderdelen voor hem
leidden.' Hij knikte nu naar haar. 'Hij is de oudste en alhoewel
hij wat boeken betreft misschien een beetje apart is, is hij zeker
niet achterlijk als het op geldzaken aankomt.' Ze liepen naar de
eetkamer toen ze halt hield omdat hij haar vroeg: 'Heeft hij je
gevraagd om te gaan zitten?' Ze gaf hem geen antwoord, maar staarde
hem alleen maar aan totdat hij, vrij kortaf, zei: 'Ik vraag alleen
maar hoe hij je ontvangen heeft.' Voordat ze reageerde, haalde ze
diep adem en zei: 'Hij heeft me als een heer ontvangen, en hij
stond erop dat ik koffie zou drinken bij zijn vrouw in hun
prachtige appartement boven zijn volgepropte kantoor.' Ze keek toe
hoe zijn nieuwsgierige gezicht nog langgerekter werd. Zijn ogen
werden groot en zijn lippen vormden een'O'. 'Kijk eens aan!' zei
hij. Ze waren nu in de eetkamer en gingen aan tafel zitten, waarna
hij opgewekt vroeg: 'Mag ik vragen wat je van zijn vrouw vond?'
'Ik vond haar een heel mooie vrouw en de kamer waar ik in ontvangen
werd was een perfecte weergave van haar gevoel voor stijl.'
'Ach ja, wanneer je zakken vol geld heb, kun je je smaak
veroorloven.'
'Daar ben ik het niet mee eens, Humphrey.' Zijn lepel stak in de
avocado. Hij liet hem daar terwijl hij haar aanstaarde. Wat was er
met haar aan de hand? Zijn lieve blonde kitten, zoals hij haar ooit
genoemd had, was blijkbaar veranderd in een enorme cyperse kat, en
dat allemaal vanwege één bezoekje aan een uitgever. Ja, maar wat
voor uitgever! Het was vreemd, nu hij erover nadacht, dat iemand
als zij in contact kwam met iemand als hij en met zijn vrouw. En
dat alles vanwege dat onnozele boekje van haar; en het was een
onnozel boekje, alhoewel hij dat nooit in die bewoordingen had
gezegd. Naar zijn mening was het een poging van iemand die zelf
bijna analfabeet was, want er stonden nauwelijks woorden van meer
dan twee lettergrepen in. En toch had ze er de aandacht mee
getrokken, terwijl zijn bedrijf keer op keer was afgewezen. Hij had
er nooit helemaal de vinger achter ge- kregen, maar hij had gehoord
dat het met meneer Manstein te maken had; de mysterieuze grote man
die ze slechts één keer per jaar zagen, en dan nog alleen als hun
afdeling was uitgenodigd voor een van de vierdaagse conferenties in
het buitenland. Hij was er zelf twee keer naartoe geweest, eenmaal
naar Duitsland en eenmaal naar Griekenland, maar hun kantoor was
nooit uitgenodigd op zijn jacht, zoals enkele van de andere
filialen. Maar blijkbaar wilde Gillyman geen zakendoen met hun
directeur. Waarom niet, daar scheen niemand achter te kunnen komen.
Hij lepelde zijn avocado op, kauwde even, en veranderde vervolgens
van onderwerp door te zeggen: 'Een van de jongens verkocht vandaag
kaartjes voor een Mozart-concert op kantoor en ik heb er twee
gekocht. Het is een of ander liefdadigheidsinitiatief. Maar toen
zag ik dat ze voor vanavond zijn, en omdat het donderdag is... Tja,
het is jammer, anders hadden we ernaartoe kunnen gaan.' Ze keek hem
onderzoekend aan voordat ze kortaf antwoordde: 'Ach, natuurlijk,
het is donderdag.' Humphrey was in veel opzichten een attente man,
maar op andere vlakken totaal ongevoelig. Het kwam niet eens in hem
op om zijn donderdagse bridgeavondje op de club af te zeggen. De
enige keren dat hij een donderdagavond met zijn vrienden had
overgeslagen, waren in de eerste twee jaar van hun huwelijk
geweest. In het eerste jaar waren ze twee weken op vakantie geweest
naar Worthing, zodat hij dicht bij zijn oom en tante kon zijn, en
in het tweede jaar waren ze helemaal naar Torquay gegaan. De
afgelopen twee jaar had hij twee weken van zijn maand vakantie
gebruikt om zijn oom en tante naar Torquay te vergezellen, terwijl
zij die tijd liever met Janie en haar gezin had doorgebracht. De
twee weken vakantie die hij nu nog overhad, nam hij gespreid op, in
losse dagen voor of na het weekend, en deze bracht hij ook in
Worthing door. Ze was er al lang geleden mee opgehouden te
informeren wat hij bij dat oude echtpaar deed tijdens deze lange
weekenden. Maar hij zag ze ook niet als een oud echtpaar, eerder
als zijn ouders, aangezien zij hem hadden opgevoed vanaf dat hij
een jaar of vier was, nadat zijn vader en moeder waren verdronken.
'Wil jij de kaartjes hebben? Je zou Janie kunnen bellen. Misschien
heeft ze wel zin in een avondje uit, iets anders dan wat ze gewend
is met die vent van haar. En het is niet zo ver weg, Bailey Hall,
vlak bij Oxford Street. Jullie zouden na afloop hier nog wat kunnen
drinken, en daarna zou ze met de taxi weer naar huis kunnen. Ik...
ik zal het wel regelen.' Dit was een van Humphreys kleine
attenties; hij zou Janie in een taxi naar huis sturen. Ze
glimlachte naar hem en zei: ik geloof niet dat ze een heel
Mozart-concert zal uitzitten, Humphrey.'
'O, maar het is niet alleen maar Mozart. Kijk, de kaartjes zijn
tegelijkertijd het programmaboekje. Er worden stukken van
verschillende componisten gespeeld, maar het concert begint met
twee sonates van Mozart.'
'Goed, ik zal het aan haar vragen. Maar als ze er geen zin in
heeft, en dat vermoed ik, kan ik altijd nog alleen gaan. Dat vind
ik niet erg en dan neem ik je taxiaanbod aan voor de heen- en
terugweg.' Ze lachte nu breeduit naar hem, en hij antwoordde,
terwijl hij teruglachte: 'Ja, doe dat maar. Ik zal je niet om
wisselgeld vragen.'
'Nou, als het om twee ritjes gaat, de heen- en terugweg, zal er
niet veel wisselgeld over zijn uit een briefje van vijf. Ik geef
graag een royale fooi.' Hij lachte nu hardop en zei: 'Lost een
briefje van tien dat probleem dan op?'
'Ach,' - ze haalde even haar schouders op - 'net aan.' Een briefje
van tien. Dat was lief van hem. Hij had zijn broodpudding nog maar
net op, voordat hij opmerkte: 'Ik help je even met de afwas, maar
dan moet ik me gereed gaan maken. Ik ben al een beetje laat.' Hij
wierp een blik op de klok boven de open haard, waarop ze reageerde
met: 'Doe niet zo mal! Ik doe de afwas.' Bij de deur van de
eetkamer draaide hij zich om en zei: 'Nou, jij moet ook nog haast
maken als je naar dat concert wilt. Het begint om halfacht.' Hij
was al in de hal toen ze hem nariep: 'Ga niet weg voordat je de
kaartjes hebt neergelegd!' Lachend gaf hij vanuit de badkamer
antwoord, maar ze kon niet horen wat hij zei. Een kwartier later
had ze niet alleen de tafel afgeruimd, maar hem ook gedekt voor het
ontbijt van de volgende ochtend en alle afgewassen bordjes
opgeruimd. Nadat ze een geruit kleed over de keukentafel had
gelegd, keek ze nog eenmaal rond, voordat ze gehaast de keuken
verliet. Ze liep net door de hal naar haar slaapkamer toen Humphrey
uit die van hem kwam. Hij droeg een duifgrijze jas over een grijs
pak en in zijn hand had hij de twee kaartjes, die hij aan haar gaf
met de woorden: 'Daar zijn ze dan! Haast je, anders kom je te laat.
Heb je Janie gebeld?'
'Nee.' , 'Nou ja,'het is nu waarschijnlijk toch al te laat. Als je
het niet erg vindt om alleen te gaan dan zou ik haar niet meer
bellen. Straks mis je het halve concert nog. Goed, ik hoop dat je
ervan zult genieten.' Hij was even stil en voegde er toen zachtjes
aan toe: 'Jammer dat het donderdag is. Ik was graag met je
meegegaan.'
'Dat geeft niet.' Hij bukte zich en zijn lippen raakten haar wang,
waarna hij opgewekt zei: 'Gedraag je, hè?' Daarna was hij weg. Ze
stond in haar slaapkamer even voor de grote spiegel, knikte naar
zichzelf en zei: 'Gedraag je, hè?' Hij was lief en goed; maar,
lieve hemel! Was hij maar... was hij... Kleed je om, dame! Het
bevel kwam van ergens diep vanbinnen en dat gebeurde tegenwoordig
wel vaker. Ze draaide zich vastberaden om, opende haar kledingkast,
pakte er een zomerjurk uit, schoof een jasje van een hanger en had
zich binnen enkele seconden verkleed. Vervolgens liep ze naar de
kaptafel, bukte zich en keek in de make-upspiegel. Ze gebruikte
zelden veel make-up, alleen wat foundation en lippenstift. Ze had
de afgelopen paar jaar pas haar toevlucht genomen tot
gezichtsbruiner, omdat haar huid soms zo bleek was, bijna
doorzichtig. Ze haalde een kam door haar haar en haalde een klem
uit een lade om het op te steken. Meestal droeg ze haar haar los,
zodat het over haar schouders viel, maar ze vond dat het chiquer
stond als ze het opgestoken had. Ze liep door de gang naar de
voordeur toen de telefoon ging. Ze vroeg zich niet af wie dat op
dit uur van de dag zou kunnen zijn; ze wist meteen dat het iemand
uit Worthing was. Ze pakte de hoorn op. 'Hallo.'
'Spreek ik met mevrouw Drayton?'
'Ja, daar spreekt u mee, mevrouw Beggs.'
'Ik wil meneer graag...'
'Het spijt me, maar u hebt hem net gemist. Het is donderdagavond,
weet u, dan gaat hij naar de club.'
'Ach, ja. Ja, natuurlijk. Het spijt me, maar ik heb een boodschap
voor hem van zijn tante.'
'Is ze niet thuis?'
'O, jawel, maar weet u, de oude meneer Drayton heeft de laatste
dagen het bed moeten houden. Zijn jicht is verslechterd en mevrouw
Drayton zit momenteel bij hem. Ze vroeg zich af of meneer Humphrey
een lang weekend langskomt of alleen maar even aan komt
wippen.'
'Ik weet niet welke plannen hij voor het weekend heeft gemaakt,
maar hij komt meestal, toch?'
'O, ja, zeker. Maar... maar soms lukt het om een lang weekend te
komen, dan komt hij al op vrijdag.'
'Nou, mevrouw Beggs, ik weet alleen dat hij nog een aantal vrije
dagen overheeft, maar niet wat hij gepland heeft.' Het klonk nogal
pedant, maar ze kon mevrouw Beggs niet uitstaan - 'de schat', zoals
Humphrey haar noemde, in het huishouden van het oude echtpaar
Drayton. 'Dank u wel. Dat zal ik aan zijn tante doorgeven.' Hannah
reageerde niet, maar ze hing op en bleef even naar de hoorn staan
kijken. Als hij daar morgen naartoe ging, zou hij er toch wel iets
over gezegd hebben? Aan de andere kant ging hij meestal in het
weekend naar Worthing, en hij vroeg haar nu nog maar zelden of ze
met hem mee wilde, omdat hij wel wist wat haar antwoord zou zijn.
Op zondagavond zou hij vragen wat zij in het weekend had gedaan en
dan antwoordde ze meestal: 'Niets bijzonders. Op zaterdag ben ik
naar de film geweest en op zondag heb ik bij Janie en haar gezin
geluncht.' Ze zei er nooit bij hoeveel tijd ze had besteed aan
schrijven en tekenen, want daar vulde ze het grootste deel van haar
weekenden mee. Met schrijven en tekenen en in het park wandelen,
zelfs als het regende. Ze kon mevrouw Beggs niet uitstaan. Hannahs
afkeer van mevrouw Beggs was nog een reden waarom ze zo min
mogelijk bij Humphreys familieleden op bezoek ging. Mevrouw Beggs
runde het huishouden in Worthing. Dat deed ze blijkbaar al jaren.
Toen Humphrey tien was, was ze als een jonge weduwe met een
dochtertje dat bij haar zus was ondergebracht bij hen in huis
gekomen. Ze was als dienstmeid aangenomen. Aangezien de familie
rijk was, waren er een kok en een keukenmeisje als huispersoneel,
en een tuinman met een hulpje voor om het huis. Nadat de kok was
overleden (niet omdat hij te veel had gegeten, bedacht Hannah, want
ze had gezien dat mevrouw Drayton een expert was in het nauwkeurig
afwegen van ingrediënten) en omdat mevrouw Beggs goed overweg kon
met haar bazin, nam ze langzamerhand de rol van huishoudster op
zich. Toen haar baas regelmatig jichtaanvallen kreeg, werkte ze ook
nog als verpleegster. O, mevrouw Beggs was werkelijk een schat...
Blijkbaar was Humphrey vierentwintig geweest en zat hij in het
laatste jaar van zijn opleiding tot effectenmakelaar toen de
dochter van mevrouw Beggs in huis kwam als haar assistent. Maar
Daisy had haar moeder enorm teleurgesteld, want ze ging er al snel
vandoor en trouwde met de tuinman. Als Humphrey mevrouw Beggs aan
de telefoon had, noemde hij haar altijd Beggie. Hij gedroeg zich
bijna eerbiedig tegenover haar. Hij had slechts één keer over haar
gesproken en had gezegd dat ze een heel goede vrouw was. Hij was
haar heel dankbaar omdat ze bijna haar hele leven aan het oude
echtpaar had gewijd. Ze werkte al bijna dertig jaar voor hen, en
had op hen gepast en voor hen gezorgd, iets wat maar weinig mensen
haar na zouden doen. Het waren bepaald geen gemakkelijke mensen met
hun strenge normen en waarden en ze waren in veel dingen erg
rechtlijnig en ouderwets. Hannah verliet snel het huis en ze was al
op straat toen ze in zichzelf, en met een zekere minachting,
mompelde: 'De schat.' Zelfs door de stem van die vrouw gingen haar
haren al overeind staan. Het was een heerlijke avond. Er waren maar
weinig mensen op straat; de mensen die ze wel zag leken een
wandelingetje te maken voor hun plezier. Dat zou na acht uur wel
anders zijn en na tienen helemaal. Ze was blij dat ze geld bij zich
had voor een taxi. Het concert zou niet voor halftien afgelopen
zijn en ze hield er niet van om 's avonds alleen over straat te
moeten. De foyer was bijna helemaal vol mensen. Haar zitplaats was
aan het eind van de derde rij van achteren. Ze had nauwelijks tijd
om rond te kijken, voordat het concert begon. Het optreden begon
met twee Mozart-sonates op de piano. Het gebeurde niet vaak dat ze
naar een klassiek concert ging. Ze hield vooral van wat ze zelf
'middle-of-the-road'-muziek noemde, liedjes die haar emotioneel
raakte. Vervolgens kwam de Mondschein-sonate van Beethoven. Daarna
raakte ze geïrriteerd door een stuk van een eigentijdse componist.
Wat haar betreft was het alleen maar geknars en valse akkoorden,
met vreemde stiltes die steeds de indruk wekten dat het was
afgelopen. Ze zuchtte opgelucht toen het licht aanging en het
publiek zich en masse richting de bar begaf. Ze had wel zin in een
drankje maar ze had geen zin om alleen naar de bar te gaan. Ze
stond op om een aantal mensen te laten passeren; daarna ging ze
weer zitten, en ze voelde zich wat getroost toen ze zag dat heel
veel mensen bleven zitten. Ze keek naar het tweede deel van het
programma en vroeg zich af of ze wel moest blijven want, om eerlijk
te zijn, vond ze de tweede helft er veel minder aantrekkelijk
uitzien dan de eerste. 'Kijk eens aan!' Een man had haar gepasseerd
in het gangpad, maar ze had het slechts zijdelings opgemerkt omdat
ze over het programma gebogen zat. Het was David Craventon. Ze keek
op en glimlachte breed. 'Goh, dat is toevallig. Bent u alleen?'
vroeg hij. 'Ja.'
'Dat is helemaal toevallig, ik ook. Als je elkaar 's ochtends en
dan ook 's avonds nog ontmoet, moet dat haast wel iets betekenen.
Zullen we elkaar dan maar tutoyeren? Wil je misschien iets
drinken?'
'Ja, graag, en ik wilde niet in mijn eentje iets gaan halen.'
'Kom op, dan.' Hij boog naar voren, pakte haar hand en trok haar
omhoog. Ze liepen in het gangpad toen hij vroeg: 'Ga je vaak naar
dit soort concerten?'
'Nee, mijn man had twee kaartjes gekocht, maar hij was vergeten dat
het donderdagavond was, de avond waarop hij altijd bridget. Hij
vond het zonde om ze weg te gooien, dus hier ben ik.'
'Heb je er tot nu toe van genoten?' Ze was even stil. 'Over het
algemeen wel. Ik vond sommige stukken prachtig, maar als zo gezegd
het echte werk begint, raak ik eerlijk gezegd een beetje de draad
kwijt.'
'Geen ongefundeerde meningen uiten, hè?' Zijn toon was plagerig, ik
ben iemand die snel verveeld raakt door geluiden, van jankende
honden tot onvermoeibaar zingende vogels. Ik heb me voorgenomen
nooit meer een ochtendconcert bij te wonen.' Ze lachten nu allebei
terwijl hij haar naar het verste uiteinde van de bar leidde, waar
nog een barkruk vrij was. Toen ze zat, vroeg hij: 'Wat wil je
drinken?'
'Eh.' Ze keek met twinkelende ogen in de zijne en ze antwoordde:
'Ik drink altijd alleen maar sherry, normaal gesproken
tenminste.'
'Wat betekent,' zei hij fluisterend en hij leunde dichter naar haar
toe,'dat je nu iets sterkers wilt?' En ze antwoordde ook
fluisterend: 'Nee, zeker niet sterker! Alleen iets anders.'
'Goed, als je iets anders wilt... Heb je ooit...' hij ging weer
rechtop staan en trok de aandacht van een van de jonge vrouwen
achter de bar, 'Pimm's gedronken?'
'Pimm's? Nee, ik heb er wel van gehoord.'
'Het is een vrij fruitig drankje. Vrij fruitig, ja. We zullen een
Pimm's nr. 1 voor je bestellen. Twee nr. 1's, graag.' Een paar
minuten later schoof ze het roerstaafje met het sinaasappelschijfje
naar de zijkant van haar glas terwijl ze van haar drankje nipte, en
haar oordeel kwam met een brede lach. 'Het is heerlijk!' Ze hadden
allebei hun drankje op toen de bel ging om aan te geven dat het
tweede deel van het concert bijna zou beginnen. Hij keek naar haar
en vroeg: 'Wil je nog iets drinken?' en ze antwoordde: 'Nee,
bedankt. Het was heerlijk.' Hij keek haar nogmaals aan toen hij
zei: 'Wil je echt de rest van het concert horen?' De glimlach
verdween langzaam van haar gezicht, terwijl ze vroeg: 'Jij niet
dan?' En hij reageerde opnieuw schertsend: 'Ik word niet overvallen
door een onbedwingbare behoefte om terug te gaan naar mijn plaats,
maar wat vind jij?'
'Tja,' - ze hief haar kin op - 'ik word ook niet overvallen door
een onbedwingbare behoefte om weer naar binnen te gaan.'
'Dat is dan geregeld. Het was een prachtige avond toen we
binnenkwamen; als het nog steeds mooi is, wil je dan een stukje
wandelen? Het centrum ziet er 's avonds anders uit, in wezen ziet
heel Londen er anders uit. Het is alsof een kind zegt: "Ik heb mijn
huiswerk af, nu is het tijd om te spelen.'" Ze had zich van de kruk
af laten glijden en staarde hem aan. Hij was heel anders dan de
mannen die ze tot nu toe had gekend. Het was verfrissend, net als
het drankje dat ze net gedronken had. Ze voelde zich warm van
binnen, een beetje roekeloos. Als hij tegen haar had gezegd: 'Pak
mijn hand, dan rennen we ervandoor', had ze dat ook gedaan... Ze
hadden een minuut of vijf gelopen, en hij had een paar dingen
aangewezen en uitgelegd wat het waren, en hoe lang ze er al
stonden, en hoe ze veranderd waren. Hij was net een gids die tegen
een toerist praatte, maar dan wel een privé-gids... alleen van
haar. Hemel! Wat haalde ze zich allemaal in haar hoofd? Ze zei
opeens: 'Wat zat er in dat drankje Pimm's?' Hij keerde zich naar
haar toe en zei: 'In Pimm's? Nou, sinaasappelsap, citroensap, een
beetje van dit en een beetje van dat.' Toen hij zweeg, zei ze: 'Ja,
en wat nog meer?'
'Een scheutje whisky, denk ik. Of was het rum? Of gin? Je hebt
namelijk Pimm's nr. 1,2 en 3. Ik weet niet precies hoeveel het er
zijn, maar waarom vraag je dat?' Ze beet op haar lip en schudde
licht haar hoofd, voordat ze antwoordde: 'Ik voel me geloof ik
prettig, anders.'
'Goed. Anders dan vanochtend?'
'O, ja, anders dan vanochtend.'
'Je zag er een beetje pips uit vanmorgen.'
'Is dat zo?'
'Ja, en ik zou daar nog aan toe kunnen voegen: een beetje
verdrietig, een beetje bezorgd en enigszins verloren.' De glimlach
verdween van haar gezicht. Had ze er echt zo uitgezien? Ja,
waarschijnlijk zag ze er altijd zo uit; dat zei Janie vaak tegen
haar: 'Zorg eens wat beter voor jezelf. Je bent graatmager en je
wordt steeds minder aantrekkelijk. Realiseer je je wel dat je
steeds minder aantrekkelijk wordt? En dat vind ik een schande, want
weet je wel hoezeer je geboft hebt? Kijk me aan.' O, Janie. Wat zou
ze zeggen als ze haar over deze avond vertelde. .. Over deze dag.
Het was al een tijdje stil toen hij zachtjes vroeg: 'Zullen we het
park in wandelen? Daar is het lekker rustig, in elk geval rustiger
dan hier op straat.' Hij wees naar boven. 'Kijk, de maan komt
stiekem tevoorschijn.' Toen ze geen antwoord gaf, zei hij: 'Of wil
je liever iets eten? Hier in de buurt zal het nu overal vrij druk
zijn, maar we zijn met de bus in tien minuten in Camden Town. Daar
zit een klein restaurantje waar monsieur Harold, ook wel bekend als
Micky McClean uit het hartje van Camden, ons een vijfgangendiner of
wat je maar wilt, voor zal schotelen, compleet met worstjes met
puree of witte bonen met toast. Je kunt daar tot twee uur 's nachts
eten en ik kan je verzekeren dat zelfs als hij volzit, hij nog een
plekje voor me zal versieren, al was het maar achter in de keuken.'
Wat was hij toch grappig. Zo... zo licht. Ja, dat was het juiste
woord om hem te beschrijven: licht. Alsof hij van een andere
planeet kwam en gewichtloos was. Ze stond stil en keek naar hem,
waarna hij zei: 'Wat is er?' en ze gaf een paar seconden geen
antwoord omdat ze daarover nadacht. Zijn gezicht was heel
aantrekkelijk, niet echt knap, maar toch... toch mooi. Ze hoorde
opnieuw zijn stem en hij klonk nu een beetje bezorgd. 'Wat is er?
Wil je toch terug?'
'Nee! Nee!' Ze ontkende dit zo heftig dat hij moest lachen, terwijl
hij ondertussen om zich heen keek naar de mensen die hen
passeerden. Daarna zei hij opnieuw: 'Nou, wat is er dan?'
'Het is alleen... nou ja, ik heb al gegeten. Maar je beschrijving
van meneer McCleans restaurant heeft ervoor gezorgd dat ik weer
trek krijg. O, als ik eerlijk ben, vind ik je heel ongewoon.'
'Echt waar?' Ze knikte naar hem zoals een kind zou doen nadat het
ondeugend eerlijk is geweest. 'Ik heb nog nooit een man als jij
ontmoet. Ik ontmoet dat soort mannen niet. Wat ik bedoel is... dat
ik eigenlijk niet veel mannen ontmoet, maar degene die ik wel leer
kennen zijn... Tja, ze zijn zeker niet zoals jij, of zoals meneer
Gillyman. Twee vreemde mannen op een dag is nogal overweldigend.'
Hij moest haar aan de kant trekken om een stel te kunnen laten
passeren, en hierdoor stond ze heel dicht bij hem. Zijn gezicht
raakte nu bijna het hare en hij zei: 'Zou het je verbazen als ik je
iets soortgelijks vertelde, namelijk dat ik jou heel vreemd vind?
Op dezelfde manier vreemd als jij mij en Gilly vreemd vindt. Je
komt vanochtend zomaar ons leven binnen wandelen en veroorzaakt
nogal wat commotie. Mevrouw Gilly heeft nog nooit opdracht gekregen
om een cliënte boven koffie te serveren. En Gilly en ik zijn het
ook nog nooit zo volledig eens geweest over een boek. Jouw
boek.'
'Echt waar?'
'Ja, echt waar, want het is een heel bijzonder boekje. Het is net
alsof het door een kind voor kinderen is geschreven. Ik hoop dat je
het niet erg vindt dat ik dat zeg?' Ze vond het helemaal niet erg
dat hij dat zei. Dat was wat Humphrey gezegd had. Maar toen hoorde
ze deze andere man zeggen: 'Het is net alsof je in het hoofd van
een kind bent gekropen om op te kunnen schrijven wat een kind zou
begrijpen en leuk zou vinden, en dat is je ook gelukt. Misschien
dat niet iedereen het met ons eens is, maar dat is je zeker
gelukt.'
'Dank je. Dank je wel.' Ze had het gevoel dat ze moest huilen, en
hij merkte dat en pakte daarom snel haar arm en zei: 'Kom op, daar
staat een bus.' Vervolgens renden ze en trok hij haar het
busplatform op. Ze moesten allebei lachen en tien minuten later,
toen ze van de bus af sprongen, lachten ze nog steeds... Het
restaurant was heel schoon, maar er stonden slechts weinig meubels.
De tafels hadden een plastic blad waar geruite stoffen placemats op
lagen. Op elke tafel stond een fles saus, azijn, een
peper-en-zoutstel en een streng bordje waarop stond: verboden te
roken, tijdens of na het eten. Zonder 'alstublieft' of'dank u wel'
kwam dat nogal cru over. 'Aah! Meneer Crav... enton. Wat fijn om u
weer te zien; en u ook, madame.' David Craventon boog zijn hoofd en
fluisterde: 'Laat die gekheid maar achterwege, Micky. Ze woont in
Londen.'
'Godzijdank.' Het kleine mannetje met het magere gezicht en nog
dunnere lijf grinnikte naar Hannah, knipoogde toen en zei:'Allemaal
uit commercieel oogpunt, mevrouw.'Vervol-gens richtte hij zich weer
tot David en vroeg: 'Wat kan ik voor je maken? Ik zal even opnoemen
wat we vanavond hebben, dat is namelijk niet mis: in boter gebakken
tong met citroen. De vis is zo vers dat we de haakjes nog uit hun
bek moesten halen.' Hannah lachte hardop en Micky schudde
bedachtzaam zijn hoofd. 'Het is de waarheid, mevrouw. De simpele
waarheid.'
'Goed, Micky, dan nemen we de tong. Tenminste, als jou dat ook wat
lijkt?' Hij keerde zich naar haar toe en ze antwoordde: 'Ja, dank
je. Ik ben dol op vis.'
'En als voorgerecht... Er is heerlijk vers fruit, verser dan vers.
Op een bedje van meloen heb ik abrikozen, frambozen, perziken...
Alles wat je je maar kunt wensen ligt op dat bedje. Het zou zo in
de National Gallery kunnen worden opgehangen.'
'Prima,' zei David. 'Dan gaan we voor de kunstgalerie.'
'Als dessert is er zoals altijd een zoet buffet, maar ik zal jullie
een geheimpje vertellen,' - hij leunde vertrouwelijk naar hen toe -
'ik heb een pudding gemaakt. Jullie zijn de eersten die hem mogen
proeven. Het is een kruising tussen rozijnencake en crêpe Suzette.'
Hannah vond het een heerlijk menu. Ze kon zich niet herinneren dat
ze ooit zoiets gegeten had. Humphrey nam haar wel eens mee uit
eten, maar meestal namen ze als voorgerecht een garnalencocktail,
soms gevolgd door biefstuk of kip. En het dessert kwam altijd van
een trolley, met koffie erachteraan, en alles werd heel rustig
opgegeten. Er werd zeker niet luidruchtig gelachen, niemand kreeg
de hik van plezier en er was geen dessert dat een kruising was
tussen rozijnencake en crêpe Suzette, wat heerlijk bleek te zijn.
Hannah was ook altijd veel te gespannen om veel te eten met
Humphrey. Ze waren bijna anderhalf uur aan het dineren en toen ze
weggingen, liet Micky McClean hen zelf uit. Bij de deur zei hij
zacht tegen David: 'Ik was van plan om bij meneer Gilly langs te
gaan. Denk je dat het een goed moment is?'
'Dat zou kunnen, Micky. Dat zou goed kunnen. De broers komen een
weekend logeren, dus misschien wordt er weer een nieuwe locatie
geopend. Ga gewoon even langs om een babbeltje te maken.'
'Bedankt, Davie. Dat zal ik doen. En wat ik nu tegen jou ga zeggen,
kan misschien als tactloos opgevat worden, in het bijzijn van je
vriendin... Als ik er zelf niet ben, zal ik doorgeven dat, wanneer
je ook maar langskomt, om twaalf uur 's middags of om middernacht,
je altijd gratis kunt eten. Hoor je me? En ga er nu maar vandoor,
want ik ga er niet over met je in discussie. Ik heb het je al vaker
gezegd, en ik zeg het je nogmaals: als ik dit niet mag doen, hoef
je hier niet meer te komen. Prettige avond nog, mevrouw.' Hij
grinnikte naar Hannah en toen hij haar hand pakte en die schudde,
gebaarde hij met zijn hoofd naar David en zei: 'Het is geen kwaaie
kerel als je hem eenmaal hebt leren kennen. Helemaal geen kwaaie
kerel.'
'Ik mag dan geen kwaaie kerel zijn, maar jij bent een onmogelijke
koppige cockney. Dat was je altijd al en dat zul je altijd blijven.
Fijne avond.' Toen ze naar buiten liepen, hoorde ze hem nog roepen:
'Volgende keer slaat een van mijn mannetjes je een gebroken neus.'
David pakte haar hand en ze renden samen weg. Ze schaterde als een
klein kind, maar bleef toen plotseling stilstaan. 'Hoe laat is het?
Ik heb mijn horloge niet om.'
'Vijf voor half elf.'
'O, mijn god! Ik ben altijd om tien uur thuis. En... en hij komt
ongeveer om half elf thuis.'
'Je echtgenoot?'
'Ja. Ja, natuurlijk.' Het was even stil, totdat hij zei: 'Goed, ik
kan een taxi voor je aanhouden.'
'O, zou je dat willen doen? Heel graag!'
'Er staat er vast een aan de andere kant van het plein.' Op vrij
neutrale toon vroeg hij daarop: 'Heb je het leuk gehad?'
'Leuk gehad?' Ze bleef een moment stilstaan, schudde haar hoofd en
mompelde: 'Je zult nooit weten hoe leuk. Het was een geweldige
avond. Ik wist niet dat dat soort mensen bestonden. Dat had ik
overigens wel moeten weten, want mijn zwager lijkt erg op jouw
vriend Micky.'
'Echt waar?'
'O, ja. Heel erg. Hij zit in de groente- en fruithandel. Ik... ik
moet je een keer alles over hem vertellen.' Ze sloeg een hand voor
haar mond en zei luid: 'Ach, dat lijkt een beetje brutaal, maar...
Je weet wel wat ik bedoel.'
'Nee, niet echt, maar ik wil het wel graag horen. Je hebt het in
het weekend zeker altijd heel druk? Ik bedoel, dan ga je vast uit
en zo?'
'Nee. Mijn echtgenoot gaat altijd bij zijn oom en tante op bezoek,
het zijn eigenlijk zijn adoptiefouders, in Worthing, die kant op.'
Ze wees, alsof hij vanaf hier Worthing zou kunnen zien liggen.
'Maar wat doe jij dan?'
'Ik schrijf een beetje.' Ze glimlachte flauwtjes. 'Ik wandel, ik ga
naar de film, en op zondag lunch ik bij mijn zus en haar...
man.'
'Dus je bent meestal alleen?'
'Eh... ja, meestal wel.'
'Kunnen we op zaterdag afspreken?'
'Dat weet ik niet, hoor.' Ze wiebelde ongemakkelijk van de ene op
de andere voet. 'Nou ja, als je geen andere plannen hebt en alleen
naar de film gaat. Je gaat alleen?'
'Ja. Ja, maar ik weet het niet.'
'Ik zal je wel bellen. Wat is je telefoonnummer?'
'Nee. Je moet me niet bellen.'
'Waar zullen we dan afspreken?' Hij voegde er lachend aan toe: 'En
zeg nou niet onder de klok. Het zou niet gepast zijn als ik je zou
komen ophalen, hè?'
'O, nee!'
'Zullen we anders weer bij Micky afspreken? Je weet nu hoe je hier
moet komen. Je zou vanaf huis de metro naar Camden Town kunnen
nemen en dan... Kijk! Een taxi. Zullen we dat doen?'
'Nee. Ja. Ik bedoel, ik zal mijn best doen, maar als ik er niet
ben, zul je dat dan begrijpen?'
'Dan zal ik dat begrijpen.'
'Er kan iets tussen komen. Ik bedoel thuis.'
'Dan zal ik dat begrijpen, maak je maar geen zorgen. Dus zaterdag
rond één uur?'
'Ja, dat is goed. En dank je wel.' Ze keek naar hem op. 'Bedankt
voor een geweldige avond. Het was eigenlijk de mooiste dag van mijn
leven.' Hij zweeg, maar toen hij de taxi had aangehouden, deed hij
het portier voor haar open, en nadat ze was ingestapt en zat, pakte
hij haar hand en zei: 'Ik zou jou moeten bedanken voor deze avond,
voor deze dag. Maar daar hebben we het nog wel over.
Welterusten.'
'Welterusten.' Het portier werd dichtgeslagen. De taxi reed weg;
hij bleef op de stoeprand staan en staarde de auto na. Een
geweldige dag had ze gezegd. Ja, dat was het geweest, een geweldige
dag. Een dag die een verandering in zijn leven teweeg had gebracht.
'Waar ben je in godsnaam geweest? Je bent nooit zo laat.' Hij
staarde haar aan, bestudeerde haar heldere ogen, de vreemde
uitdrukking op haar gezicht, haar teint; ze zag er verhit uit. 'Ik
begon me zorgen te maken,' merkte hij scherp op, en hij was verrast
toen ze vroeg: 'Heeft Eddie nog gebeld?'
'Eddie? Waarom zou Eddie moeten bellen?'
'Nou, omdat we zo laat zijn.'
'O, dus ze was toch met je mee?' Hannah slikte even voordat ze
antwoordde: 'Ja.' Ze had bedacht dat ze zou vragen of Eddie gebeld
had, omdat Janie zelf misschien gebeld had terwijl Humphrey al
thuis was. Soms belde ze 's avonds om te vragen of Hannah de
volgende dag op de kinderen wilde passen. 'Maar het concert is al
uren afgelopen.'
'Dat... dat weet ik, maar we zijn naar een restaurant geweest.'
'Welk restaurant?'
'O, dat weet ik niet.' Ze liep langs hem heen en trok haar jas uit.
Ze was net zo verbaasd als hij over haar toon. Maar toen ze zich
realiseerde hoe kortaf ze was geweest, draaide ze zich om en voegde
eraan toe: 'Je weet dat ik geen restaurants ken, maar zij wel. Ik
weet niet meer hoe het heette, maar we hebben er iets gegeten.'
'En iets gedronken, zeker. Haar kennende.'
'Ja, Humphrey.' Ze keek hem nu recht aan en dat vreemde moedige
gevoel overviel haar opnieuw. 'We hebben inderdaad iets
gedronken.'
'Zo te zien was het geen limonade.'
'Nee, we hebben Pimm's gedronken.' Ze zag zijn gezicht betrekken.
'Pimm's! Je hebt Pimm's gedronken? In Pimm's zit whisky.'
'Ja, in Pimm's zit soms whisky, of gin, of rum.'
'Ik zou maar naar bed gaan als ik jou was. En in het vervolg zal ik
je niet meer zomaar naar een concert sturen.' Ze keerde zich weer
naar hem toe. 'Ja, Humphrey, maar misschien beslis ik in het
vervolg zelf wel wat ik ga doen.'
'Wat is er met je aan de hand, Hannah?' Hij klonk gekwetst. Ze ging
op een stoel in de gang zitten en mompelde: 'Het spijt me, maar ik
doe niet zo vaak iets leuks. Dat weet je.' Het volgende moment
stond ze alweer. 'Hoe lang is het geleden dat je überhaupt naar me
hebt omgekeken? Met me hebt gevreeën? Ik slaap alleen. Ja,' - ze
knikte nu in zichzelf - 'ja, ik slaap alleen.'
'Hannah!' Er klonk een diep verwijt door in zijn stem. 'Ik dacht
dat we het daarover eens waren.'
'Jij misschien, Humphrey, maar je hebt nooit naar mijn mening
gevraagd.' Zijn vingers gingen nu over zijn keel alsof hij iets van
zijn huid probeerde te wrijven. 'Er zijn belangrijkere dingen in
een huwelijk dan seks, Hannah.'
'Kun je me daar dan misschien één van noemen?' Ze zag dat hij
geschokt was, niet alleen door haar vraag, maar door haar hele
houding, want hij keerde zich van haar af en fluisterde: 'Ik wil
dat je naar bed gaat, Hannah. Morgen, als je weer nuchter bent,
want ik ben ervan overtuigd dat je nu aardig de weg kwijt bent, zul
je spijt hebben van je houding. Dan zul je je ongetwijfeld
realiseren dat er weinig echtgenoten zijn die liever of zorgzamer
zijn dan ik. Welterusten.' Hannah ging weer zitten en leunde tegen
de hoge leuning van de stoel. Hij had gelijk. Ja, hij had gelijk.
Ze leek wel gek om zo tekeer te gaan. O, hemel! Ze was vergeten de
boodschap van mevrouw Beggs aan hem door te geven. Ze stond weer
op, maar ze klonk nog steeds boos toen ze door de hal riep: 'Ik ben
vergeten een bericht aan je door te geven van mevrouw Beggs. Ze
wilde weten of je morgen kwam of zaterdag.' Het was een moment stil
voordat zijn slaapkamerdeur openging, hij weer de hal in kwam en
naar de telefoon liep. Ze bleef staan waar ze stond totdat ze hem
hoorde zeggen: 'Hallo, Beggie. Sorry dat ik je nog zo laat bel,
maar ik kom net pas binnen.' Vervolgens zweeg hij en zei: 'Het
spijt me, maar ik was niet van plan om vrijdag al te komen. Wat
jammer! Wat ontzettend jammer! Maar ik ben er zaterdagochtend...
Nee, weet je wat ik doe, Beggie? Ik kom morgenavond. Dan ben ik er
misschien wel pas laat op de avond omdat we normaal gesproken
langer doorwerken op vrijdag. Dan zie ik je waarschijnlijk niet
voor negenen. Maar doe die lieve mensen daar de groeten.' Opnieuw
een stilte. 'Ja, zeker. Natuurlijk. Dank je. Ja, ja, zeker, en geef
dat alsjeblieft ook aan haar door. Welterusten, Beggie.
Welterusten.' Hannah wist niet waarom ze al die tijd in de hal was
blijven staan, maar hij liep slechts langs haar heen alsof hij zich
niet bewust was van haar aanwezigheid. In haar kamer zat ze op bed
en, terwijl ze haar magere handen tussen haar knieën klemde, wiegde
ze naar voren en naar achteren. Het was een fantastische dag
geweest en een heerlijke avond. O, ja, een heerlijke avond. Maar
moet je zien hoe hij geëindigd was. Ze wist dat ze Humphrey
gekwetst had en dat hij vond dat ze zich net zo ordinair gedroeg
als haar zus, maar maakte dat iets uit? Nee, het maakte niets uit,
want ze had een fantastische man ontmoet die haar aardig vond. Ja,
hij vond haar aardig, want anders zou hij niet gevraagd hebben of
ze iets konden afspreken, bijna gesmeekt hebben om haar nog een
keer te mogen zien. En dat ging ze doen. Ja, dat was precies wat ze
ging doen. Ze zou er zaterdag om één uur zijn en geen tien paarden
zouden haar kunnen tegenhouden. O, hemel! Ze sprong op van het bed.
Ze leek Janie wel; uiteindelijk waren ze precies hetzelfde. Wat
belachelijk om dat soort clichés te gebruiken! Het was niet eens
een toepasselijke uitdrukking. Terwijl ze haar jurk aan het
uittrekken was, dacht ze even na. Dat is wat Humphrey gezegd zou
hebben: het is niet eens een toepasselijke uitdrukking. O,
Humphrey. Humphrey. Was hij maar anders. Iets meer als die
andere... iets minder zichzelf. En toch was het een goede man. Hij
had gelijk gehad toen hij had gezegd dat hij zorgzaam was. En ze
zou hem daar nooit voor moeten bedanken door hem pijn te doen. Ze
trok haar nachtpon aan en een stem in haar hoofd blies haar bijna
omver, terwijl hij riep: Nee! Je mag Humphrey geen pijn doen! Je
moet rekening houden met Humphrey. Maar heeft hij het afgelopen
jaar elk weekend rekening gehouden met jou? Hij had haar alleen
gelaten om zijn weldoeners te bezoeken, zijn geliefde weldoeners.
Ze had natuurlijk met hem mee kunnen gaan. In het begin tenminste,
maar als ze dat was blijven doen, had iedereen zich ongemakkelijk
gevoeld. Vanaf het moment dat ze elkaar ontmoet hadden, wist ze dat
ze door haar blonde haar in hun ogen een wildebras was, immoreel
zelfs. In elk geval een vrouw die onschuldige mannen als hun lieve
Humphrey inpalmde. De volgende dag zou ze weer bij Janie op bezoek
gaan. Ze zou haar alles vertellen en horen wat zij ervan vond. Ze
wist dat er een mogelijkheid was dat haar zus het niet met haar
eens zou zijn, tenminste wat betreft haar geplande geheime
ontmoeting met een andere man, want Janie hield nog steeds een
aantal normen en waarden in ere die ze in het klooster had
meegekregen. Ze had in haar eigen woorden nooit met Eddie
'gerotzooid' voordat ze getrouwd waren. Op die beruchte dag in de
eetkamer, toen ze had gezegd dat ze bij hem ging wonen, was ze niet
echt van plan geweest om bij hem in bed te slapen voordat ze
getrouwd waren. Ze hadden elkaar een week later voor de burgerlijke
stand het jawoord gegeven. Hannah lag een tijd naar het plafond te
staren in de roze gloed van de tafellamp. Er was vandaag iets
gebeurd. Haar leven zou hierna nooit meer hetzelfde zijn.