5
I
Afgezien van die ontmoeting was Tesla's terugkeer naar de Grove een fiasco. Er waren geen openbaringen, geen confrontaties met geesten (echte of denkbeeldige) die haar in staat stelden haar verleden beter te begrijpen. Ze ging even verward weg als ze gekomen was.
Ze ging niet naar de deelstaatgrens, maar reed terug naar Los Angeles, naar het appartement in West Hollywood dat ze had aangehouden in al de jaren dat ze door het land zwierf. Ze had daar in de afgelopen vijf jaar misschien maar twintig keer geslapen, maar de huur was heel laag en de huisbaas was een uitgeblust type dat het leuk vond om een echte scenarioschrijver als huurster te hebben, ook al was ze vaak weg. Daarom had ze het appartement aangehouden en noemde ze het soms lachend haar thuis. In werkelijkheid waren er minder prettige herinneringen aan dat appartement verbonden, maar nu ze met een kerrie-tofoe-burger op schoot naar het televisiejournaal zat te kijken, was ze blij dat ze alleen maar vertrouwde beelden te zien kreeg. De laatste weken had ze geen aandacht aan de gebeurtenissen op de planeet geschonken, maar zo te zien was er niets belangrijks veranderd. Een oorlog hier, een hongersnood daar, dood op de snelweg, dood in de metro. En altijd mensen die hun hoofd schudden, of het nu getuigen of krijgsheren waren, en die zeiden dat die ramp nooit had mogen gebeuren. Ze kreeg er na tien minuten al genoeg van en zette het toestel af.
Zou het zo erg zijn...? mompelde Raul.
'Zou wat zo erg zijn?' zei ze, starend naar het lege scherm.
Om een messias te hebben.
'Jij denkt echt dat Fletcher uit de dood is opgestaan?'
Ik denk dat hij misschien nooit dood is geweest.
Ja, dat was een mogelijkheid: dat Fletchers sterfscène in Palomo Grove alleen maar een onderdeel van een veel groter plan was geweest: een manier om een paar jaar uit het zicht te verdwijnen, tot hij beter was toegerust om met de Nuncio en de gevolgen daarvan af te rekenen.
'Waarom nu?' vroeg ze zich hardop af.
Vraag het Grillo, stelde Raul voor.
'Moet dat?' De laatste paar keer dat ze Grillo had gebeld, had hij zich nogal vreemd gedragen, terughoudend en onvriendelijk. Toen ze vijf of
zes weken geleden met elkaar hadden gesproken, had ze na afloop gedacht dat hij misschien zwaar aan de drugs was, zo vreemd had hij geklonken. Ze was bijna naar Nebraska gegaan om te kijken hoe het met hem ging, maar ze had zich al onrustig genoeg gevoeld zonder dat ze bij hem in huis kwam. Toch had Raul wel gelijk: als iemand wist wat er gebeurde op plaatsen die nooit het journaal haalden, was het Grillo.
Met enige tegenzin belde ze hem. Hij was in een betere stemming dan de vorige keer, al klonk hij moe. Ze kwam meteen ter zake, vertelde hem over haar terugkeer naar de Grove en haar ontmoeting met het trio.
'Kate Farrell, hè?' zei Grillo.
'Ken je haar?'
'Ze was de moeder van een lid van de Liga van Maagden. Arleen Farrell. Ze werd gek.'
'Moeder of dochter?'
'Dochter. Ze stierf in een inrichting. Hongerde zichzelf uit.'
Dat klonk meer als de Nathan Grillo die Tesla kende. Een korte, duidelijke samenvatting van de feiten, gepresenteerd met een minimum aan sentiment. In de tijd voor de Grove was hij journalist geweest. Hij had altijd een fijne neus voor een goed verhaal gehouden.
'Wat deed Kate Farrell in godsnaam in Palomo Grove?' vroeg hij.
Ze legde het zo goed mogelijk uit. De kring van wierookkommetjes rondom de plek waar Fletcher was omgekomen (of waar hij in ieder geval verdraaid goed had gespeeld dat hij was omgekomen), dat gepraat dat hij zou zijn gezien en of hij al dan niet een messias was.
'Heb jij daar iets over gehoord?' vroeg ze ten slotte aan hem.
Er volgde een korte stilte. Toen zei hij: 'Ja.'
'O ja?'
'Hoor eens, als er iets te horen valt, hoor ik het.'
Dat was geen bluf. Daar in Omaha, een stad die op de Kruispunten van Amerika was gebouwd, fungeerde Grillo als een soort uitwisselingspunt voor alle informatie die ook maar enigszins in verband stond met gebeurtenissen in Palomo Grove. Binnen een jaar had hij het vertrouwen en respect van een grote kring mensen verworven, van moleculaire fysici tot politieagenten, van politici tot priesters, allemaal mensen die één ding met elkaar gemeen hadden: hun levens waren op de een of andere manier beïnvloed door mysterieuze, zelfs angstaanjagende machten. Die mensen hadden het gevoel dat ze, om persoonlijke of professionele redenen, niet met anderen over die machten konden praten.
Het nieuws had zich snel verspreid door het kreupelhout waarin degenen die door hun ervaringen, overtuigingen en angsten naar de marges van de samenleving waren gedrongen hun toevlucht hadden gezocht, het nieuws over een zekere Grillo die had gezien hoe de dingen werkelijk waren en in contact wilde komen met anderen die hetzelfde hadden gezien, een man die de stukjes aan elkaar paste, een voor een, tot hij het hele verhaal had.
Het was die ambitie, realistisch of niet, die Tesla en Grillo in de jaren sinds de Grove met elkaar in contact had gehouden. Hoewel Tesla door het land had gezworven en Grillo zijn huis zelden verliet, zochten ze beiden naar dezelfde verbanden. Het was haar niet gelukt ze in de Amerika's te vinden, want daar heerste alleen maar chaos, en ze betwijfelde of Grillo meer succes had gehad, maar toch hadden ze nog steeds dat zoeken met elkaar gemeen.
En ze stond nog altijd versteld van zijn griezelig talent om twee op het eerste gezicht onafhankelijke stukjes informatie bij elkaar te leggen en zo tot een derde, fascinerende mogelijkheid te komen. Een gerucht uit Boca Raton bevestigde een zinspeling in een zelfmoordbriefje dat in Denver was gevonden en dat op zijn beurt overeenkwam met een stelling die door een wonderkind uit New Jersey in tongen was gesproken.
'Nou, wat heb je gehoord?'
'Mensen hebben Fletcher de afgelopen vijf jaar hier en daar gezien, Tes,' zei hij. 'Het is net als met de Verschrikkelijke Sneeuwman, of Elvis. Er gaat geen maand voorbij of iemand stuurt me wel een foto van hem.'
'Zit er iets bij?'
'Al sla je me dood. Vroeger dacht ik...' Zijn stem stierf even weg, alsof hij in zijn gedachten wegzonk.
'Grillo?'
'... ja.'
'Wat dacht je vroeger?'
'Dat doet er niet toe,' zei hij een beetje vermoeid.
'Ja, dat doet het wel.'
Hij haalde diep en moeizaam adem. 'Vroeger dacht ik dat het er iets toe deed of dingen echt of niet echt waren. Tegenwoordig ben ik daar niet meer zo zeker van...' Opnieuw aarzelde hij. Ditmaal drong ze niet aan maar wachtte ze tot hij zijn gedachten had geordend. 'Misschien zijn de messiassen die wij ons verbeelden belangrijker dan de echte messiassen. Die bloeden tenminste niet, als je ze kruisigt.'
Om de een of andere reden vond hij dat bijzonder grappig en Tesla moest wachten tot hij was uitgelachen.
'Is dat het?' zei ze lichtelijk geërgerd. 'Jij denkt dat het er niet veel toe doet of de dingen echt zijn of niet en je vindt dat ik me daar ook niet druk om moet maken?'
'O, maar ik maak me er wel druk om,' zei hij. 'Ik maak me er drukker om dan jij beseft.' Zijn stem klonk plotseling ijzig.
'Wat mankeert jou toch, Grillo?'
'Laat nou maar, Tes.'
'Misschien moet ik eens bij je langskomen...'
'Nee!'
'Waarom niet?'
'Nou, ik... laat nou maar.' Hij zuchtte. 'Ik moet ophangen,' zei hij. 'Bel me morgen. Ik zal zien of ik iets nuttigs over Fletcher kan opduikelen. Maar weet je, Tes, ik geloof dat het tijd wordt dat we volwassen worden en niet meer naar al die verrekte verklaringen zoeken.'
Ze haalde adem om antwoord te geven, maar de verbinding was al verbroken. Vroeger hadden ze de gewoonte gehad om onder het afscheid nemen de verbinding te verbreken; een stompzinnig spelletje, maar wel grappig. Toch speelde hij dat nu niet. Hij had opgehangen omdat hij van haar af wilde. Terug naar zijn geruchtenmolen, of naar de twijfels die daarop schimmelden.
Nou ja, het was de moeite van het proberen waard, zei Raul.
'Ik ga naar hem toe,' dacht Tesla.
We zijn hier nog maar net. Kunnen we niet eens een paar dagen op één plaats blijven? Om op adem te komen? Te ontspannen?
Ze maakte de schuifdeur open en stapte het balkon op. Het was een paradijs voor voyeurs. Ze kon in een stuk of zes huiskamers en slaapkamers kijken. De ramen van het appartement recht tegenover haar stonden wijd open. Er werd daar feestgevierd en er drong muziek en gelach tot haar door. Ze kende degenen die het feest gaven niet: die waren daar ongeveer een jaar geleden komen wonen, na de dood van Ross, die hier al tien jaar had gewoond toen zij bij hem ingetrokken was. De ziekte had hem geveld, zoals zo veel anderen in hun omgeving, al voordat ze met haar reizen was begonnen. Maar de feesten gingen door, het gelach ging door.
'Misschien heb je gelijk,' dacht ze tegen Raul. 'Misschien wordt het tijd dat ik...'
Er werd op de deur geklopt. Had iemand haar in haar eentje op het balkon zien staan en kwamen ze haar nu uitnodigen?
'Wie is daar?' riep ze terwijl ze door de huiskamer liep.
De stem aan de andere kant van de deur sprak op fluistertoon.
'Lucien,' zei hij.
2
Hij was gekomen zonder dat Kate Farrell of haar maatje Eddie het wisten. Hij zei dat hij een paar vrienden in Los Angeles wilde opzoeken voordat hij verder ging met het zoeken naar Fletcher.
'Waar is Kate naartoe?' wilde Tesla weten.
'Naar Oregon.'
'Wat is er in Oregon?'
Lucien dronk van de wodka puur die Tesla voor hem had ingeschonken en keek een beetje schuldbewust. 'Ik weet niet of ik je dit mag vertellen,' zei hij, 'maar ik denk dat er meer aan de hand is dan Kate beseft. Ze praat over Fletcher alsof hij alle antwoorden heeft...'
'Fletcher is in Oregon?' Lucien knikte. 'Hoe weet jij dat?'
'Kate heeft een geest die haar leidt. Ze heet Friederika. Ze kwam door nadat Kate haar dochter had verloren. Kate had net contact met haar toen jij kwam. En ze pikte de geur op.' 'O.'
'Veel mensen kunnen het moeilijk geloven...'
ik geloof wel vreemdere dingen,' zei Tesla. 'Noemde... eh... noemde Friederika een bepaalde plaats of zei ze gewoon dat het ergens in Oregon was?'
'O, nee. Ze noemde een plaats.'
'Dus ze zijn hem gaan zoeken?'
'Ja.' Hij haalde diep adem, slikte zijn laatste wodka door en zei: 'En ik ben achter jou aan gegaan.' Hij keek met die grote onderwaterogen van hem naar haar op. 'Heb ik daar verkeerd aan gedaan?' Het gebeurde niet vaak dat ze met stomheid geslagen was, maar dit bracht haar tot zwijgen. 'Verdomme,' zei hij met een grimas. 'Ik dacht... misschien was er iets aan de hand...' De woorden gingen over in een schouderophalen.
'Neem nog een wodka,' zei ze.
'Nee. Ik denk dat ik beter kan gaan.'
'Blijf,' zei ze, en ze pakte zijn arm een beetje steviger vast dan ze van plan was geweest. 'Je moet weten waar je je mee inlaat.'
'Ik ben er klaar voor.'
'En drink nog een glas. Je zult het nodig hebben.'
Ze vertelde hem alles. Of tenminste alles wat haar steeds meer met wodka doorweekte hersenen zich konden herinneren. Dat ze naar Palomo Grove was gegaan omdat Grillo daar een verhaal schreef, en dat de omstandigheden haar tegen haar wil tot verbrander, of bevrijder, of beide, van Fletcher hadden gemaakt. Dat ze na zijn dood naar zijn laboratorium in de Misión de Santa Catrina was gegaan om alles wat er nog
van de Nuncio over was te vernietigen. Dat ze, terwijl ze daarmee bezig was, werd neergeschoten door Tommy-Ray, de zoon van de Jaff. Dat ze was gered, en veranderd, door de vloeistof die ze juist had willen vernietigen, en dat ze ten slotte met Raul, via het appartement waar ze nu zaten, naar de Grove was teruggekeerd en dat ze dat stadje nagenoeg geheel verwoest had aangetroffen.
Op dit punt hield ze op. Het had bijna drie uur geduurd om zo ver te komen en ze moest nog aan het meest problematische gedeelte van het hele verhaal beginnen. Het feest in het appartement tegenover haar was veel rustiger geworden. De rock 'n roll had plaats gemaakt voor langzame dansnummers. Eigenlijk was dat niet de meest geschikte achtergrondmuziek voor wat ze te zeggen had.
'Jij weet natuurlijk van Quiddity,' zei ze.
'Ik weet wat Friederika heeft gezegd.'
'En wat is dat dan?'
'Dat het een soort droomzee is en dat we er drie keer in ons leven heen gaan. Edward zegt dat het een metafoor is voor...'
'Niks metafoor,' zei Tesla. 'Het is echt.'
'Ben jij er geweest?'
'Nee. Maar ik ken mensen die er zijn geweest. Ik zag de Jaff een gat tussen deze wereld en Quiddity scheuren: openscheuren met zijn blote handen.' Dat was niet helemaal waar. Ze was niet in de kamer geweest toen de Jaff dat had gedaan. Maar het verhaal won aan kracht als ze zei dat ze erbij was geweest.
'Hoe was het?'
'Laten we het zo stellen: ik wil het niet nog een keer doormaken.'
Lucien schonk nog een wodka in. Hij zag er zo langzamerhand nogal ziekelijk uit, met een deegachtig, vochtig gezicht, maar als hij de drank nodig had om alles wat hij te horen kreeg te kunnen verwerken, wat had zij daar dan van te zeggen? 'Wie deed de deur weer dicht?' vroeg hij haar.
'Dat doet er niet toe,' zei ze. 'Deuren gaan open, deuren gaan dicht. Waar het om gaat is wat er aan de andere kant is.'
'Dat heb je me al verteld. Quiddity.'
'Voorbij Quiddity,' zei ze, en ze besefte dat er van die woorden een tastbare dreiging uitging. Hij keek haar met zijn groene, nu bloeddoorlopen ogen aan en ademde een beetje te snel door zijn open mond. 'Misschien wil je het niet weten,' zei ze.
'Ik wil het weten,' antwoordde hij op vlakke toon.
'Ze worden de Iad Uroboros genoemd.'
'Uroboros.' Hij sprak het woord bijna dromerig uit. 'Heb jij die dingen gezien?'
'Vanuit de verte,' zei ze.
'Zijn ze als wij...?' vroeg hij haar.
'Absoluut niet.'
'Hoe dan?'
Ze kon zich nog heel goed de woorden herinneren die Jaffe had gebruikt om de Iad te beschrijven en herhaalde ze nu voor Lucien, al was er eigenlijk geen touw aan vast te knopen.
'Bergen en vlooien,' zei ze. ' Vlooien en bergen.' Lucien stond plotseling op. 'Neem me niet kwalijk...'
'Moet je...?'
'Ik ga...' Hij bracht zijn hand naar zijn mond en draaide zich om naar de badkamer. Ze wilde hem te hulp komen, maar hij gaf te kennen dat hij dat niet wilde en strompelde door de deur, die hij achter zich dichtdeed. Er volgde een korte stilte en daarna hoorde ze het geluid van kokhalzen en van braaksel dat in de toiletpot spatte. Ze bleef op een afstand. Haar eigen maag, die tamelijk sterk was, draaide om zodra ze het braaksel rook.
Ze keek naar haar wodkaglas, kwam tot de conclusie dat ze meer dan genoeg had gehad en liep het balkon op. Ze droeg geen horloge (de gele hond had haar verteld dat ze haar imitatie-Rolex in de woestijn moest begraven) en kon dus alleen maar raden naar de tijd. Het moest ver na middernacht zijn: halftwee, misschien twee uur. De lucht was een beetje kil maar rook naar jasmijn. Ze haalde diep adem. Morgen zou ze barstende koppijn hebben, maar wat gaf dat? Ze had het eigenlijk wel leuk gevonden om haar verhaal te vertellen. Ze had dat net zo goed voor zichzelf gedaan als voor Lucien.
Hij valt op je, zei Raul.
'Ik dacht dat jij was gaan slapen.'
Ik was bang dat je iets stoms zou doen.
'Zoals met hem naar bed gaan?' Ze keek achterom, het appartement in. De badkamerdeur was nog dicht. 'Ik denk niet dat daar vannacht veel kans op is...'
... of een andere nacht.
'Dat zou best eens kunnen.'
Wij hadden iets afgesproken, bracht Raul haar in herinnering. Zolang ik hier bij jou ben: geen sex. Dat hebben we afgesproken. Ik heb niet één homoseksueel bot in mijn lichaam.
'Mijn lichaam,' zei Tesla.
Natuurlijk, als je het met een vrouw zou willen doen, zou ik waarschijnlijk wel de hand over mijn hart strijken...
'Nou, je kijkt maar gewoon een andere kant op,' zei Tesla. 'Ik denk dat er een eind aan mijn celibataire fase is gekomen.'
Doe dit niet.
'O in godsnaam, Raul, het is maar een wip.'
Ik meen het.
'Als jij dit verknoeit,' zei ze, 'zul je er spijt van krijgen dat je ooit in mijn hoofd bent gekomen. Dat zweer ik je.'
Raul zweeg.
'Dat is beter,' zei Tesla, en ze ging weer naar binnen. In de badkamer stroomde de douche. 'Alles goed daar?' riep ze, maar hij kon haar niet boven het water uit horen en ze liet hem rustig douchen en ging naar de keuken om iets te zoeken waarmee ze haar knorrende maag kon vullen. Het enige dat ze vond was een doos Shredded Wheat die ze een jaar geleden had gekocht, maar het was beter dan niets. Ze kauwde, en wachtte, en kauwde nog wat. De douche bleef stromen. Na een paar minuten ging ze terug naar de badkamerdeur, klopte aan en riep:
'Lucien? Is alles goed met je?'
Er kwam nog steeds geen antwoord. Ze probeerde de deurkruk. De deur zat niet op slot. Er hing zoveel damp in de badkamer dat ze er bijna niet doorheen kon kijken. Zijn kleren lagen verspreid over de vloer en het douchegordijn was dicht.
Ze riep opnieuw zijn naam en toen er weer geen antwoord kwam, begon ze zich zorgen te maken, want hij had haar nu moeten horen, zelfs boven het geruis van het water uit. Ze greep het gordijn vast en trok het weg. Hij lag naakt in de badkuip, de stralen van de douche vielen op zijn buik, zijn ogen waren dicht, zijn mond was open.
Het is me de minnaar wel, zei Raul.
'Hou je bek,' zei ze tegen hem, en ze ging naast het bad op haar hurken zitten en trok aan Lucien tot hij rechtop zat. Hij hoestte een keel vol aangelengd braaksel uit.
Lekker zeg.
ik waarschuw je, aap...'
Dat was het verboden woord, aap, het woord dat hem altijd in alle staten bracht.
Noem me niet zo! krijste hij.
Ze gunde hem geen antwoord en hij hield zijn mond. Dat werkte iedere keer.
Ze zette de douche uit en sloeg Lucien zachtjes op zijn wangen tot hij zijn ogen opendeed. Hij keek haar slaperig aan en mompelde dat hij zich stom voelde of zoiets.
'Ben je klaar met kotsen?' vroeg ze hem.
Hij knikte. Ze pakte een schone handdoek en droogde hem zo goed mogelijk af terwijl hij in het bad lag. Hij zag er niet slecht uit. Een beetje mager misschien, maar vlezig op de plaatsen waar het op aankwam.
Hoewel hij nagenoeg in coma lag, zwol zijn pik op toen ze hem afdroogde. Ze kon het niet helpen hem een beetje te strelen, waardoor hij tot een volledige erectie kwam. Het was een mooi ding. Als hij wist wat hij deed, zou het in bed nog leuk kunnen worden.
Hij was zo droog als ze hem kon krijgen en daarom besloot ze niet te proberen hem uit het bad te tillen maar hem te laten slapen waar hij lag. Ze haalde een kussen en een deken en zorgde dat hij nog enigszins comfortabel kwam te liggen. Toen ze de deken instopte, mompelde hij:
'En morgen?'
'Wat is er morgen?' zei ze.
'Kunnen we... het... morgen doen?'
'Nou, dat hangt ervan af,' zei ze. 'Ik dacht erover om naar Oregon te gaan.'
'... Oregon...' mompelde hij.
'... Fletcher...'
'Ja.' Ze boog zich een beetje dichter naar hem toe, tot ze bijna in zijn oor fluisterde. 'Hij is daar toch? In... in...'
'Everville.'
'Everville,' zei ze zachtjes.
Ken jij geen schaamte? mompelde Raul.
Ze lachte, en Luciens ogen fladderden even open.
'Ga maar slapen,' zei ze tegen hem. 'We gaan morgen op reis.'
Dat scheen hij wel een prettig idee te vinden, zelfs in zijn halve bewusteloosheid. Toen ze het licht uitdeed om hem zijn roes te laten uitslapen, had hij nog steeds een vaag glimlachje om zijn mondhoeken.