***
Proloog
Mijn oma zei altijd dat een teveel van iets niet deugt.
Te veel zon droogt de bloemen uit.
Te veel regen verdrinkt ze.
Ik weet dat er te veel woede kan zijn, maar kan er ook zoiets
bestaan als te veel liefde?
Op een keer, toen pater Martinez Bijbelonderwijs gaf in onze
kerk in mijn Mexicaanse dorp, vroeg Papan Garci'a, een van de
intelligentste meisjes van onze klas, aan pater Martinez waarom
Adam van de verboden vrucht at nadat Eva dat had gedaan.
'Hij wist dat het verkeerd was en wat er met haar zou
gebeuren. Waarom deed hij het dan?'
Pater Martmez glimlachte en zei: 'Omdat hij teveel van haar
hield en hij niet zonder haarwilde leven.'
Papan schudde meesmuilend haar hoofd.
'Ik kan me niet voorstellen datje zoveel van iemand zou
houden.'
'Dat zul je,' voorspelde pater Martmez, 'Dat zul je.'
Ik dacht na over het antwoord van pater Martinez toen ik in
het huis van senor Rovio ging wonen. Ik was zwanger van het kind
van zijn zoon Adan, en accepteerde zijn uitnodiging. Ik hield me
voor dat ik het zowel voor hem, als voor mijzelf deed. Ik had hem
niets anders te bieden dan de vreugde zijn kleinkind te zien.
Maar diep in mijn hart hoopte ik dat senor Bovio's liefde voor
zijn zoon niet zo groot was als Adams liefde voor Eva.
Ik wilde niet dat een van ons iets zou doen dat verboden was,
iets dat ons uit het paradijs zou verdrijven.