25
Adam werd gewekt door het geluid van stromend water in zijn badkamer.
‘Hallo…?’ riep hij nog half slapend.
‘Bij jou is het ook bruin.’
Hij keek op zijn horloge. Hij had tien uur achter elkaar geslapen. Hij kon zich niet heugen wanneer hij voor het laatst tien uur achter elkaar had geslapen. ‘Hè?’
Harry stond in de deuropening van de badkamer. ‘Het water. Bij jou is het ook bruin.’ Hij was ongeschoren en droeg nog de kleren die hij aanhad toen hij naar Florence ging.
‘Ben je net terug?’
‘Hm-hm.’
‘Ben je blijven slapen?’
‘Ben je altijd zo scherp, zo vroeg op de ochtend? Ja, ik ben blijven slapen. En nu ben ik terug en wil ik in bad, maar het water is bruin.’
Adam rolde zich op zijn zij, van zijn broer af. ‘Dan ga je maar bij de manager klagen en je geld terugvragen.’
Harry liet zich op de matras vallen. ‘Dus je hebt een leuke avond gehad?’
‘Zonder jou erbij? Ik kan het me niet indenken.’
‘Wil je horen hoe mijn avond was?’
‘Nee, niet echt.’
Harry wees naar zijn wang. ‘Het vriendje kwam eerder thuis.’
Adam probeerde zijn blik scherp te stellen. Er zat een verkleuring naast Harry’s mond.
‘Heeft hij je een dreun verkocht?’
‘Was het maar waar. Nee, een klap met de vlakke hand.’
‘Een klap met de vlakke hand?’
‘Het is vernederend, geloof me, erger dan je denkt, als je een klap met de vlakke hand krijgt vaneen heel klein, heel boos Italiaans mannetje.’
‘Waarom heeft hij je geslagen?’
‘Nou, niet omdat ik het laatste restje melk in zijn koelkast had opgedronken.’
‘Ik dacht dat ze een huis deelde met twee andere meisjes ‘We zijn naar zijn huis gegaan.’
‘Harry, waarom in vredesnaam?’
‘Vanwege het uitzicht. Het uitzicht is geweldig: de rivier, de Ponte Vecchio, alles. Hij zou vandaag pas terugkomen’
‘Ik geef het op.’
‘Dat zei hij ook al.’
‘Hè?’
‘Toen ik hem bij de keel had: “Ik geef het op.” Hij sprak redelijk Engels.’
Harry’s gebruik van de verleden tijd was meer dan een beetje zorgwekkend.
‘Je hebt hem toch niet vermoord? Zeg dat je hem niet hebt vermoord.’
‘Natuurlijk niet, maar na al dat gedoe konden we daar moeilijk blijven.’
‘Je meent het.’
‘Daarom zijn we naar haar huis gegaan. Ze was van streek. Ze vroeg of ik wilde blijven slapen, dus dat heb ik maar gedaan. Gelukkig. Ze heeft me net achter op de scooter teruggebracht. Het is een Lambretta.’
‘Harry, dat kan me niet schelen.’
‘Ik denk dat ik er zelf ook een ga kopen. Een zwarte Lambretta.’
‘Waarvan? Je bent blut. Je bent altijd blut.’
Harry draaide zich op zijn zij en grijnsde naar Adam. ‘Ik ben blij dat je erover begint.’
‘Hoeveel heb je nodig?’
‘Weet ik niet Wat je kunt missen.’
‘Je mag alles hebben.’
‘Echt waar?’
‘Ik ga zondag weg, net als jij. Je mag alles hebben wat ik overhoud.’ Dat nieuws moest Harry even verwerken. ‘Waarom ga je weg?’
‘Ik wil naar huis, ik wil ma zien. Triest, hè?’
‘Nee,’ zei Harry. ‘Niet als het betekent dat ik al het geld krijg.’
Halverwege de ochtend streek er een klein legerbij de villa neer. Vrachtwagens en bussen wedijverden op de binnenplaats om een plekje en braakten van alles uit, van bloemen tot voedsel, van serviesgoed tot Chinese lantaarns. Er waren zelfs twee hele varkens aan het spit bij, klaar om te worden geroosterd.
De hele operatie werd met militaire precisie afgehandeld, gecoördineerd door een handvol generaals die speciaal voor de gelegenheid waren ingehuurd, met signora Docci en Maurizio als samenwerkende veldmaarschalken. Ze leek veel meer geneigd om hem erbij te betrekken en hem zijn zegje te laten doen dan een paar dagen eerder.
Maria liep druk rond op haar eigen efficiënte en nogal imposante wijze, erop gebrand om haar gezag over de buitenstaanders uit te oefenen, een categorie waartoe ze klaarblijkelijk ook Adam en Harry rekende. Ze kregen de ene na de andere taak opgedragen. Toen Adam terugkwam van het zoveelste huishoudelijke klusje, stond hij opeens alleen met Maria in de keuken.
‘La signora wil je spreken in de studeerkamer.’
Dat was de eerste keer dat hij haar iets in het Engels hoorde zeggen. Haar accentwas zwaar, maar de intonatie was perfect. Hij hoopte dat de enigszins onheilspellende ondertoon in haar stem onbedoeld was.
Signora Docci was inderdaad in de studeerkamer. Ze had plaatsgenomen achter het bureau waaraan Adam zoveel uren had doorgebracht. Midden op het bureau lag een vogelnest. Het was stoffig en uitgedroogd, en een beetje verfomfaaid na zijn val uit het raam van de bovenste verdieping. Stilletjes vervloekte Adam zichzelf om zijn onoplettendheid.
‘Maria heeft dit gisteren op het terras gevonden. Het kan maar van één plaats afkomstig zijn.’ Er klonk geen vijandigheid door in haar stem, maar haar strenge blik had iets ijzigs dat hij daar nog nooit had gezien.
Het had geen zin om te doen of hij gek was. De bovenste verdieping was bezaaid met hun voetstappen. Ze was waarschijnlijk al gaan kijken.
‘Heeft Antonella je verteld waar de sleutel lag? Ik hoop van wel. Ik vind het geen prettig idee dat je mijn spullen hebt doorzocht om hem te vinden.’
‘Het is niet haar schuld. Ik bleef maar zeuren.’
‘Waarom?’
Adam haalde zijn schouders op. ‘Ziekelijke nieuwsgierigheid. Een onaangetaste moordlocatie. Een moment, verstard in de tijd.’
Allemaal waar, allemaal dingen die bij hem waren opgekomen. Zelfs in zijn eigen oren klonk hij bijna overtuigend.
‘En was het het waard?’
‘Was het wat waard?’
‘Was het het waard dat je onze vriendschap ervoor op het spel hebt gezet?’
Adams brein kwam hortend en stotend tot stilstand. Het enige dat hij kon bedenken was: jemig, wat is haar Engels goed.
‘Het spijt me,’ zei hij zwakjes.
‘Dat je mij hebt beledigd vind ik nog niet zo erg, maar je hebt bovendien Benedetto beledigd Je weet dat het zijn wens was.’
‘Ja.’
Na een lange stilte vouwde ze haar handen. ‘Goed. Nou, laat het je laatste week hier niet bederven.’
‘Ik vertrek zondag, tegelijk met Harry.’
‘O.’ Ze leek verrast, teleurgesteld zelfs.
‘Ik ben klaar met mijn werk in de tuin.’
‘Ik dacht dat er nog vragen waren.’
Die waren er ook, en de belangrijkste was: was er in de tuin een aanwijzing te vinden omtrent de identiteit van Flora’s minnaar? De bibliotheek had geen nieuwe informatie opgeleverd over Tullia d’Aragona na haar plotselinge verdwijning in het jaar van Flora’s dood. Ze werd een steeds geloofwaardiger kandidaat. De gebochelde dichter Girolamo Amelonghi leek minder waarschijnlijk, en veel andere namen op de lijst vielen af omdat ze Flora ruimschoots hadden overleefd. Er waren nog een paar anderen die hij moest natrekken, maar daarvoor had hij een veel uitgebreidere bibliotheek nodig dan die van Villa Docci.
‘Niets waarop we ooit met enige zekerheid het antwoord zullen kunnen geven.’
‘Nee, waarschijnlijk niet,’ gaf signora Docci toe.
Het eerste dat Adam deed, was Harry opzoeken. Hij trof hem aan op de binnenplaats, waar twee vrachtwagens vol water waren aangerukt om de lege put van de villa te vullen. Antonella was er ook – ze was net aangekomen – wat betekende dat hij het gesprek maar één keer hoefde te voeren.
‘Verdomme, een vogelnest?’ vroeg Harry.
‘Merda,’ zei Antonella.
‘Ze leek niet zo heel boos.’
Antonella was niet overtuigd. ‘We zullen zien.’
‘Het spijt me, het is helemaal mijn schuld.’
‘Dat spreek ik niet tegen,’ zei Harry.
Ze speelden allemaal een rol in de transformatie van de tuin in een eetzaal in de open lucht. Ronde tafels met witte linnen lakens stonden als paddenstoelen langs de randen en werden al snel uitgerust met porseleinen servies, zilveren bestek en kristallen glazen. Het feest verliep elk jaar volgens hetzelfde stramien: drankjes op het terrasbij de villa, eten in de tuin, dan dansen op het lager gelegen terras. Een geleidelijke afdaling op het pad van losbandigheid, merkte Harry op. Naar het scheen zat hij er niet ver naast. Het feest had in de loop der jaren een zekere reputatie gekregen.
Er wachtte Adam een zware proeve toen hij werd gekoppeld aan Maurizio en samen met hem moest besluiten waar op de verschillende terrassen de tuinfakkels moesten komen. Ze brachten zeker een halfuur in elkaars gezelschap door, en tot zijn opluchting wankelde zijn vastberadenheid gedurende die tijd niet één keer. Hij hoefde er niet eens moeite voor te doen. De vraag of Maurizio schuldig of onschuldig was hield hem niet meer zo bezig, om de doodeenvoudige reden dat verdere speculaties uiteindelijk vruchteloos zouden zijn. En trouwens, voor alles was een onschuldige verklaring te bedenken, al moest je daarvoor de wetten van de waarschijnlijkheid behoorlijk oprekken.
Ze babbelden ontspannen met elkaar terwijl ze zich met de tuinfakkels bezighielden. De manier waarop ze elkaar plaagden had zelfs iets intiems. Adam vermoedde dat de omslag in zijn eigen houding daar niet de enige reden voor was. Maurizio was ook een stuk minder gespannen sinds de aankondiging van zijn moeder dat ze binnenkort de villa zou ver laten om plaats te maken voor haar zoon.
De bibliotheek en de studeerkamer waren aangewezen als uitvalsbasis voor de schare obers, serveersters en barbedienden die de villa overspoelde. Adam kreeg het verzoek om al zijn boeken en papieren op te ruimen. Toen hij ze naar zijn kamer bracht, trof hij daar Maria aan, die net een smoking op zijn bed klaar legde, met daarbij een wit overhemd, een strikje, boordknoopjes en manchetknopen. Er stond zelfs een gloednieuw paar leren lakschoenen. Die mocht hij houden, legde Maria uit; ze waren een geschenk van signora Docci. Een snelle blik in Harry’s kamer bevestigde dat op diens bed eenzelfde kledingset lag.
Signora Docci wuifde hun bedankjes weg en trok zich terug in haar kamer om even te rusten voordat de festiviteiten zouden beginnen. Antonella verkondigde dat ze naar huis ging. Haar broer Edoardo en Grazia zouden die avond bij haar blijven logeren, en ze moest de bedden nog opmaken en allerlei dingen regelen. Adam liep met haar mee naar de auto, die ze op het erf bij de bijgebouwen had geparkeerd, een heel eindbij de villa vandaan. Ze namen het pad dat vanaf het laagst gelegen terras over de helling naar beneden liep. Hij was een paar keer over het erf heen gewandeld, maar het was hem nooit opgevallen dat er in de zandstenen heuvel waarop Villa Docci was gebouwd hoge houten deuren zaten.
‘Daar worden de wijn en de olijfolie gemaakt,’ zei Antonella. Toen ze voorstelde hem een snelle rondleiding te geven, zei hij geen nee. Het was al een dag of twee geleden dat hij de kans had gekregen om wat tijd met haar door te brengen.
Eerst was er de dramatische daling van de temperatuur. Toen kwam de geur. In de loop der eeuwen had de poreuze stenen muur de geuren als een spons opgezogen. De reusachtige vaten waarin de druiven werden gestampt en vervolgens achtergelaten om te gisten, waren gevlekt door de oogsten uit het verleden, maar brandschoon gepoetst in afwachting van de volgende, die op dat moment op de hellingen stond te rijpen.
Ze verruilden de lichte, bedwelmende geur van de tinaia voor de zware muskusgeur van de frantoio. In het licht van de peertjes aan het plafond legde Antonella uit dat de olijven eerst werden geplet onder een reusachtige molensteen die door ossen in beweging werd gehouden. De ijzers onder hun hoeven hadden in de loop der eeuwen een cirkelvormige geul uitgesleten in de geplaveide vloer. De pers leek wel een middeleeuws martelwerktuig met zijn enorme draaischroef en zijn balken met stalen banden. Het hele proces moest hoognodig worden gemoderniseerd, legde Antonella uit, maar signora Docci wilde de oude werktuigen liever niet vervangen zolang alles nog werkte.
‘Je moet eens komen kijken als we in bedrijf zijn.’
‘Is dat een uitnodiging?’
‘Jij hebt geen uitnodiging nodig.’
Ze liepen terug door het ondergrondse labyrint.
‘Nonna zegt dat je zondag weggaat.’
‘Dat is inderdaad het plan.’
‘Het is snel voorbijgegaan, je verblijf hier.’
‘Veel te snel.’
Bij de deur bleef Antonella staan. ‘Ik ga dit nu doen, want straks krijgen we de kans niet meer.’ Ze kwam een stap dichterbij en kuste hem in een breekbare, langdurige omhelzing. Toen ze het licht uitdeed en hen in duisternis hulde, ging hij ervan uit dat dat een opmaat was naar grotere intimiteiten, maar ze dook speels onder zijn arm door en glipte naar buiten.
Toen hij haar eindelijk had ingehaald, stapte ze al in de auto. ‘Wees op tijd,’ zei ze.
‘Op tijd?’
‘Voor nonna’s speciale drankjes op het terras.’
Hij was op tijd, ook al had hij tien minuten lang met zijn strik staan worstelen. Uiteindelijk knoopte Harry die voor hem, wat hij niet had verwacht. Het eerste dat ze zagen toen ze de trap afliepen, was dat Harry’s beeld de bronzen, sluipende tijger had verdrongen van zijn ereplaatsje op de tafel in de hal bij de voordeur, een onmiskenbare eer, maar ook een bron van enige consternatie voor Harry.
Het was een klein gezelschap, alleen de naaste familie en hun partners. Adam herkende Antonella’s moeder direct: hetzelfde glanzende zwarte haar, dezelfde amandelvormige ogen, dezelfde trots geheven kin. Ze was een beeldschone vrouw die iets gevaarlijks uitstraalde, wat haar des te aantrekkelijker maakte. Ze was ouder dan hij zich had voorgesteld, of misschien kwam dat door het air dat om haar heen hing, van een leven waar ze alles uit had gehaald wat erin zat, en dat haar nu met rasse schreden dreigde in te halen. Riccardo, haar vriend, was haar manier om de wereld te tonen dat ze nog een paar passen voorliep. Hij was een donkere, onwaarschijnlijk knappe man van in de dertig met een smalle, puntige kaak. Je zou het niet verwachten, maar hij was bovendien erg ontwikkeld en amusant. Hij was cellist bijeen orkest in Rome, al praatte hij daar niet graag over. Dit was de eerste keer in maanden dat hij op vrijdagavond niet hoefde te werken, en het laatste dat hij wilde was over muziek praten. Hij wilde er juist graag aan worden herinnerd hoe verstandige mensen hun vrijdagavond doorbrachten.
Toen Antonella en Edoardo arriveerden, begroetten ze hun moeder allebei warm. Ze kenden Riccardo geen van beiden, en terwijl Caterina hen aan elkaar voorstelde, kon Adam op zijn gemak genieten van wat hij zag.
Antonella’s jurk was van glanzende nachtblauwe zijde die als iets vloeibaars om haar slanke, gebruinde lijf hing. Het was een haltermodel dat haar schouders, rug en armen bloot liet, met een diep V-vormig decolleté dat verlokkelijk flirtte met rampspoed. Haar haren hingen los om haar schouders, maar aan de voorkant had ze ze met speldjes opgestoken, zodat het litteken op haar voorhoofd overduidelijk zichtbaar was.
Kennelijk stond hij als een debiel naar haar te staren, want Harry boog zich naar hem toe en fluisterde in zijn oor: ‘Prachtig om God aan het werk te zien, hè?’
Het was een plezierige avond, mede dankzijde attente obers die de champagneflûtes keer op keer bijvulden. Signora Docci zag er schitterend uit in een smaragdgroene japon. De opvallende, vrolijke kleur paste goedbij haar stemming. Alleen Maurizio leek een beetje kregelig, maar uitsluitend als hij bij Adam in de buurt was. Hij kon de hete golven van vijandigheid voelen die Maurizio uitzond, en de herinneringen aan de gemoedelijkheid waarmee ze eerder die dag met elkaar waren omgegaan verdwenen als sneeuw voor de zon. Hij had niet veel tijd om daarbij stil te staan, want al snel kwam Maria naar het terras met het nieuws dat de eerste gasten waren aangekomen. Signora Docci vertrok om zich in de hal van haar taken als gastvrouw te kwijten. Haar twee kinderen en vier kleinkinderen gingen met haar mee.
‘Tijd voor de Docci’s om te glimlachen en zich als een gezin voor te doen,’ zei Riccardo. Dat vond Adam een beetje oneerlijk.
De reputatie van het feest bleek een selffulfilling prophecy te zijn. Het was vanaf het begin duidelijk dat de gasten vastbesloten waren zich te vermaken. De meesten arriveerden in het eerste halfuur, een constante stroom van mensen die het terras achter het huis volledig vulde. Sommigen liepen direct door naar de tuin en het lager gelegen terras. Het was een idyllisch tafereel: goedgeklede stellen die in het afnemende zonlicht een wandelingetje maakten tegen een achtergrond van glooiende heuvels, begeleid door het strijkkwartet.
Harry nam Adam terzijde om ademloos te verkondigen dat hij zojuist een fantastische vrouw had leren kennen. Het feit dat ze getrouwd was leek Harry niet in het minst te deren, en hij ging er haastig vandoor om een paar wijzigingen in de tafelindeling aan te brengen.
Adam zocht signora Docci op, die in gesprek was met een stel van middelbare leeftijd. Ze gebruikte zijn komst als een excuus om zich eraan te onttrekken. Ze haakte haar arm door de zijne en leidde hem weg.
‘Waar gaan we naartoe?’
‘Maakt niet uit, als het maar niet daar is.’
Terwijl ze voorzichtig de trap afliepen naar de tuin, legde ze uit dat de man een vriend van Maurizio was, een medepartizaan uit de oorlog. Zoals veel partizanen die ze kende, was hij echter meer geïnteresseerd geweest in het plunderen van de fabrieken die de terugtrekkende vijand had vernietigd dan invechten tegen de Duitsers. Omdat ze vaak als eerste ter plaatse waren, bevond de Italiaanse ondergrondse zich in de ideale positie om de zwarte markt in de goederen die bewaard waren gebleven te beheersen. Eerst waren het schoenen uit Poggibonsi, toen hoeden uit Impruneta.
‘Hij,’ zei ze met een korte hoofdbeweging naar achteren, ‘kwam met beide bij ons aan de deur. De prijzen die hij vroeg waren belachelijk.’ Ze lachte kort. ‘Onze oorlogshelden. Moet je ze nu zien: geen haar bet er dan de rest.’
Adam moest het vragen. ‘En Maurizio?’
‘Laten we het erop houden dat hij nooit heeft geprobeerd iets aan óns te verkopen.’
Ze knikte glimlachend naar de leider van het strijkkwartet terwijl ze langzaam door de tuin liepen.bij de balustrade bleven ze staan om uit te kijken over het lager gelegen terras, met daarachter de heuvels die al vervaagden tot silhouetten.
‘Alles verandert zo snel.’
‘Hoe bedoelt u?’
Ze had het vast niet over het uitzicht. Middeleeuwse boeren zouden in dat plaatje niet hebben misstaan.
‘De wereld. Of misschien is die gedachte wel iets van alle tijden.’
‘Misschien.’
‘Er zijn grote veranderingen op til. Ik merk het aan alles: muziek, theater, film, kunst. Neem Harry’s beeld. Heb je ooit zoiets gezien? Luister niet naar de politici, kijk altijd naar de kunstenaars, die vertellen ons altijd als eerste welke kant we op gaan.’
‘Hebt u soms met hem gepraat?’
‘Met Harry?’
‘Dit is niet de eerste keer dat ik die redenering hoor.’
Ze moest lachen. ‘Nou, deze heb ik zelfbedacht.’
Ze werden benaderd door een passerend stel. Er werden enkele beleefdheden uitgewisseld en Adam werd door signora Docci voorgesteld, maar het stel ving de bedekte hint van hun gastvrouw al snel op en liep verder.
Signora Docci dreef de punt van haar wandelstok in het grind bij haar voeten en bleef er even naar staan kijken voordat ze haar blik op hem richtte.
‘Je hebt een gave, Adam, verspil die niet.’
‘U hebt wél met hem gepraat.’
‘Hij heeft gelijk Jij ziet dingen die andere mensen niet opvallen.’
‘Of misschien ben ik wel zo gewoontjes dat alles wat ongewoon is me verontrust.’
Ze lachte.‘Ik vind het jammer dat je weggaat. Ik vind het ook jammer dat we elkaar pas tegen het eind van mijn leven hebben leren kennen. Ik denk dat we anders goede vrienden zouden zijn geworden.’
Zijn gêne sloeg hem met stomheid. Niemand had ooit zoiets tegen hem gezegd.
‘Onthoud dat goed,’ zei ze.
‘Dat zal ik doen.’
Ze draaide zich stijfjes om, zodat ze de villa met een goedkeurende blik kon bekijken: de beroering en het geroezemoes op het terras, het licht van de laagstaande zon dat over het dak streek.
‘Breng deze dame nu maar eens terug naar haar gasten. Het is tijd om het eten aan te kondigen.’
Harry had het zo geregeld dat signora Pedretti – de nieuwe liefde van zijn leven – tussen hen in zat.
‘Zorg ervoor dat ze me van mijn beste kant leert kennen,’ zei Harry, toen hij zag dat ze op hun tafeltje afliep.
‘Hoe dan?’
‘Wees gewoon jezelf.’
Signora Pedretti was jong, klein, slank en kwajongensachtig mooi. Haar tengere polsen glinsterden van het goud en haar mond was een explosie van kleur. Ze leek bij lange na niet zo verbaasd als Harry door het feit dat het lot hen opnieuw bij elkaar had gebracht. Ze was er ook niet rouwig om.
Ze bleek veel beter gezelschap te zijn dan de vrouw links van Adam, die pas tot leven leek te komen toen hij eindelijk een opmerking maakte over haar halsketting vol edelstenen. Ze was Française, afkomstig uit Parijs, en getrouwd met de Amerikaan die aan de andere kant van de tafel een voordracht hield over de voordelen van de meststoffen en graanhybriden die hij aan de Italianen verkocht. Joost mocht weten hoeveel geld hij had verdiend met het importeren van ‘voortreffelijke Amerikaanse producten’, zoals hij ze noemde – een aanzienlijke hoeveelheid, als je op de halsketting van zijn vrouw moest afgaan – maar hij praatte alsof hij met een humanitair project bezig was. Italië was arm en verwoest door de oorlog, en moest nodig de twintigste eeuw binnen worden geloodst. Natuurlijk was hij apetrots dat hij een rol mocht spelen bij die liefdadigheidsmissie.
De Italianen rond de tafel waren duidelijk gepikeerd over zijn woorden, maar uit beleefdheid – of verbijstering wellicht – beheersten ze zich. Er was een Engelse voor nodig om de vlam in de pan te doen slaan. Adam was eerder die avond aan haar voorgesteld. Ze was een lange vrouw, bleek en uitgemergeld, met een benige haviksneus en zware oogleden die haar een misleidend air van verveling verleenden. Het was een kenmerkend, vertrouwd voorkomen, een bepaald soort lelijkheid dat voorbehouden leek aan de Engelse adel.
Diezelfde mistroostige ogen fonkelden ondeugend toen ze naar voren boog en de Italianen een voor een aankeek.
‘Ik ken toevallig heel wat Amerikanen,’ zei ze met haar vlijmscherpe accent, ‘en geloof me als ik zeg dat ze niet allemaal zo zijn als Seymour.’
‘Vera…’ Er klonk een zekere vriendelijke toegeeflijkheid in Seymours stem door die aangaf dat ze elkaar goed kenden.
‘Zie je dan niet dat ze alleen uit beleefdheid hun mond houden? Ze vinden je denkbeelden stuitend. Net als ik.’
‘Het is niet mijn bedoeling om iemand te beledigen.’
‘Dat weet ik wel,’ zei Vera met een scheve glimlach. ‘Het gaat vanzelf.’
Seymour lachte hartelijk. ‘Touché.’
‘Als men zich in de Verenigde Staten werkelijk zoveel zorgen maakt over het communisme en de belangstelling die Rusland voor Italië toont, een denkbeeld waar ik zo mijn vraagtekens bij heb nu dat grappige mannetje Chroesjtsjov premier is, dan wordt het misschien tijd om dit land niet langer als een markt te gebruiken om je goederen te slijten en wat meer tijd te steken in het sluiten van vriendschappen.’
Het debat dat daarop volgde hield hen bezig tijdens het voorgerecht van blauwe mul, en tijdens het hoofdgerecht van aan het spit geroosterd varkensvlees met knoflook en rozemarijn (dat inderdaad zo lekker smaakte als het al de hele middag rook). Het was een levendige en over het algemeen vriendelijke discussie over fascisten, monarchisten, democratie, armoede, overbevolking en het streven van Amerika om de rest van de wereld naar zijn eigen voorbeeld om te vormen. Zelfs Harry en signora Pedretti onderbraken nu en dan hun heimelijke geflirt om een bijdrage te leveren.
Seymour verdedigde zijn standpunten dapper en waardig, zonder ooit zijn weloverwogen vrolijkheid te laten varen. Zijn vrouw daarentegen raakte gepikeerd en reageerde hatelijk. Haar onwrikbare geloof in de bevrijdende macht van economische welvaart vertoonde alle kenmerken van godsdienstwaanzin. Haar god was de enige ware god, en alle ongelovigen waren veroordeeld tot het vagevuur, of erger nog: het communisme.
tijdens het dessert zakte de discussie in, maar tegen die tijd waren de eerste sterren al aan de hemel verschenen, waren de fakkels in de tuin aangestoken en begon Adam zich af te vragen hoelang hij het nog kon volhouden zonder Antonella te zien. Zodra de band op het laagst gelegen terras het eerste nummer inzette, sloeg hij de rest van zijn koffie achterover en ging hij naar haar op zoek.
Overal stonden nu mensen op met de bedoeling de muziek te gaan opzoeken. Door de dichter wordende mensenmassa heen zag hij Antonella praten met Maria, die haar veilige haven in de villa had verlaten. Maria glimlachte, wat op zich al een zeldzaamheid was, maar wat hem het meest aan haar opviel, waren haar handen. Daarmee maakte ze onder het praten snelle, expressieve gebaren. Haar ogen verloren iets van hun glans toen ze Adam zag aankomen, en zodra ze zijn begroeting had beantwoord, ging ze ervandoor.
‘Arme Maria,’ zei Antonella.
‘Is er iets mis?’
‘Niet echt. Ze is alleen een beetje aangeschoten.’ Ze haakte haar arm door de zijne. ‘Kom, ik wil je aan iemand voorstellen.’
De oudere man in kwestie stond op het punt in te dommelen, te oordelen naar zijn kale kruin, die een lome cirkel beschreef. De tafel waaraan hij zat was verlaten, afgezien van een jong stel aan de andere kant, dat volledig in elkaar en hun gesprek opging, een toonbeeld van onderdrukt verlangen. Toen Antonella en Adam aan weerszijden van de man plaatsnamen, schrok hij op als een soldaat die in de houding gaat staan.
‘Rodolfo, dit is Adam,’ zei Antonella in het Italiaans.
Rodolfo keek met een ruk om. ‘Adam?’
‘Van de tuin…’
‘O, Adam van de tuin. Spreekt hij Italiaans? Ja, natuurlijk. Crispin zou hem niet hebben gestuurd als hij geen Italiaans sprak.’
‘Kent u professor Leonard?’ vroeg Adam.
‘Ja, ja, natuurlijk.’ Rodolfo greep met verrassend veel kracht zijn onderarm vast. ‘Gefeliciteerd. Ik ken die tuin al bijna mijn hele leven. Wat jij hebt bereikt is, nou, uitzonderlijk. Heb je het al aan Crispin verteld? Ja, natuurlijk.’
‘Nee.’
‘Nee? Waarom niet?’
‘Weet ik niet’
‘Nou, dat moet je wel doen, hoor, dat moet je wel doen. Hij wist dat er iets was met die tuin. Hij wist het gewoon. Dat heeft hij vaak genoeg gezegd. En hij ergerde zich er rot aan dat we er de vinger niet achter konden krijgen. Toen waren we nog jong, van jouw leeftijd, alleen waren we natuurlijk allebei een stuk knapper,’ Dat vond hij zelf een erg amusante opmerking. ‘Maar goed, we kwamen er vaak met Francesca,’ – hij stak een kromme vinger uit naar Antonella – ‘haar grootmoeder. Ik moet er wel even bij zeggen dat ik indertijd een bloedhekel had aan Crispin. Zie je, er was maar één reden voor mijn aanwezigheid: je kon die twee niet alleen laten.’
‘Waarom niet?’
‘Zo ging dat vroeger. Het mocht niet. Ik, de jongen die altijd van haar had gehouden, moest werkeloos toezien hoe ze haar hart aan hem verloor.’
Dat was duidelijk nieuw voor Antonella. ‘O ja?’
Haar ogen gingen kort naar Adam. Hij veinsde evenveel verbazing.
‘Ja, maar dat doet er niet toe. Het punt is dat Crispin toen al het gevoel had dat er iets niet klopte. Soms gingen we er samen naartoe, hij en ik, met z’n tweeën, en toen ben ik op hem gesteld geraakt. Hij voelde het aan, snap je?’ Rodolfo gaf Adam een klopje op zijn hand.‘Stuur je scriptie maar naar me op, dan zal ik hem laten vertalen. Ik zal hem zelfs voor je laten publiceren. O, niets spannends hoor, niet echt, gewoon een faculteitsblad op de universiteit, maar zo zijn we allemaal begonnen.’ Hij stootte een kort, enigszins krankzinnig gegrinnik uit. ‘En als je het slim speelt, ben je over zestig jaar net als ik: iemand die platzak en halfdronken op een feestje zit en zich afvraagt waar hij de sigaar heeft gelaten die hij van een ander heeft gekregen.’ Hij keek zoekend om zich heen.
Antonella wees naar hem. ‘je hebt hem in je hand.’
‘Nee maar. Nou, jongelui, ga je nu maar bij de andere apen voegen die in de kooi heen en weer paraderen.’ Hij maakte aanstalten om de sigaar op te steken. Antonella blies zijn lucifer uit.
‘Eén dans.’
‘Nee.’
‘Ik sta erop.’
‘Overtuig me maar.’
‘Het is misschien onze laatste kans.’
‘Daar zeg je wat. Help me overeind.’
Het was een bigband met veel koperblazers, en ze speelden big-bandmuziek. Wat goed uitkwam voor mensen die wisten hoe je op bigbandmuziek moest dansen, en minder goed voor mensen die helemaal niet wisten hoe je moest dansen. Wat het allemaal nog een graadje erger maakte, was dat Rodolfo wél kon dansen. Hij was goed. Bovendien had hij een opmerkelijk uithoudingsvermogen voor een man van zijn leeftijd, zodat Adam meer dan genoeg tijd had om met angst en beven uit te kijken naar het moment dat zijn beurt zou aanbreken. Toen het eindelijk zover was, voelde hij zich moreel verplicht om aan Antonella te bekennen dat hij twee linkervoeten had (waarvan er een nog altijd stijf en pijnlijk was omdat hij hem in de gedenktuin had verstuikt).
De alcohol hielp wel, en ook het feit dat hij nu een excuus had om haar aan te raken.
De band had zich opgesteld op de traptreden van een podium vlakbij de stenen balustrade. De dansvloer bestond uit een enorm, rond vlak van hout midden op het terras, met de marmeren fontein als pièce de milieu. De houten cirkel was afgeschermd met behulp van hoge, kortgeschoren taxushagen, behangen met Chinese lantaarns en geflankeerd door brandende tuinfakkels, die wilde, rusteloze schaduwen veroorzaakten. Als je tussen de hagen stond, was de muziek oorverdovend.
‘Heb je genoten van het diner?’ vroeg Antonella, terwijl ze hun plekje op de dansvloer fel verdedigden.
‘Ja.’
‘Dat dacht nonna al. Vera is erg…pravocativa.’
‘Dat is ze zeker.’
‘Zeis lesbisch, wist je dat?’
‘Vreemd, daar heeft ze niets over gezegd.’
Toen ze door de drukte dicht tegen elkaar aan werden gedrukt, liet Adam zijn hand afdwalen.
‘Je hebt geen ondergoed aan.’
‘Dat kan niet met deze jurk.’
‘Hoe voelt het?’
‘Lekker. je moet het zelf ook maar eens proberen.’
Hij hoopte dat de dubbelzinnigheid van die opmerking opzettelijk was.
‘Hemel, wat ben je mooi,’ zei hij. De begeerte beroofde hem van zijn denkvermogen.
‘Dank je.’
‘Ik wil je kussen.’
‘Dat kan niet.’ Ze maakte een theatraal polsgebaar. ‘Het schandaal…’
‘Kan me niet schelen. Morgen is mijn laatste dag.’
‘Weet ik. Daarom ben je uitgenodigd voor de lunch. In Siena. Je zei dat je Siena wilde zien. Het zijn vrienden van Edoardo. Harry mag ook mee. Het is allemaal al geregeld.’
‘Ik wil alleen zijn met jou.’
Ze drukte haar lippen tegen zijn oor. ‘Dan is het maar goed dat ik een plannetje heb.’
Verder wilde ze er niets over zeggen.
Een tijdje later raakte hij haar kwijt aan een reeks concurrenten, te beginnen met haar broer Edoardo. In ruil kreeg Adam Grazia als partner. Een paar nummers lang hompelde hij met haar over de vloer, maar toen ook zij van hem werd afgepakt, besloot hij de dansvloer te verruilen voor de bar. Hij stond nog op de barkeeper te wachten toen Harry op hem afkwam.
‘Haar man is er niet.’
Het duurde even voordat Adam besefte dat hij het over signora Pedretti had. ‘Dat weet ik, dat zei ze tijdens het eten al.’
‘Maar een stel vrienden van hem wel.’ Harry stak een sigaret op en keek met boze blik om zich heen.
‘Harry, ben je nu echt van plan om een getrouwde vrouw te verleiden?’
‘Ik denk het wel. Ja. Hoezo? Vind je het een slecht idee?’ Hij aarzelde. ‘Verdorie, het is inderdaad een slecht idee, hè?’
‘Zou het genoeg zijn als je wist dat ze erop in zou gaan – als de omstandigheden anders waren, bedoel ik?’
‘Misschien.’
‘Vraag het haar dan.’
‘Hè?’
‘Vraag het haar. Dan weet je het tenminste. En dan hoeven de vrienden van haar man je niet te vermoorden.’
Het voorstel was gestoeld op een eenvoudig soort logica waarvan Adam vermoedde dat die Harry zou aanspreken. Dat klopte. Harry ging vrolijk op zoek naar signora Pedretti en begroette onderweg Antonella’s moeder. Caterina kwam op Adam af met de beheerste tred van iemand die beseft dat ze te veel heeft gedronken.
‘Waar is Riccardo?’ vroeg hij.
‘Hij staat met mijn moeder te praten.’ Ze glimlachte sardonisch. ‘Volgens mij mag ze hem wel.’
‘Hij is geweldig.’
‘Antonella ook.’ Ze knikte in de richting van de dansvloer. ‘Ik zag je met haar dansen. Je vindt haar leuk, hè?’
Iets in haar stem drong hem in de verdediging.
‘Is dat zo onbegrijpelijk?’
‘Natuurlijk niet, ik ben haar moeder.’
‘Ja, ik vind haar leuk.’
‘Dat geldt voor de meeste mannen. Dat is het probleem niet met haar.’
Misschien was het onbedoeld, maar met die paar woorden gaf ze hem het gevoel dat hij er slechts één was in een lange rij dwaze vrijers. Hij was dan ook blij dat de barkeeper juist op dat moment vroeg wat hij wilde drinken.
‘Zo een, graag,’ zei hij, wijzend naar Caterina’s cocktailglas.
Het was onuitspreekbaar. En zo goed als ondrinkbaar.
‘Heeft ze je verteld wat er met haar gezicht is gebeurd?’
Dat was zo’n directe vraag dat hij er even door van zijn stuk werd gebracht.
‘Nee, maar uw moeder wel.’
‘Ik zat achter het stuur.’
‘Weet ik.’
‘En Antonella spoorde me aan om steeds harder te rijden. Heeft mijn moeder dat erbij verteld?’
‘Nee.’
‘Nee, natuurlijk niet. Daar denkt nooit iemand aan.’
Toen hij naar haar keek, zag hij een dronken moeder, verscheurd door schuldgevoel, die haar daden na al die jaren nog steeds probeerde te rechtvaardigen.
‘Geloof je me soms niet? Het is echt waar. Ze was… selvaggia. Heel anders dan Edoardo. Una piccola selvaggia.’
Een kleine wilde.
Nu gingen zijn nekharen overeind staan. Dat ze haar eigen rol in het drama wilde bagatelliseren, was tot daar aan toe, maar dat ze een hatelijke wrok koesterde jegens de dochter die ze had verminkt, vond hij ronduit onredelijk.
De agressieve reactie die als eerste bij hem opkwam, slikte hij in. ‘Was u dronken toen het gebeurde?’ vroeg hij.
‘Hebben ze je dat verteld?’
‘Nee.’
De spanning vloeide weg uit haar lichaam Na een korte stilte zei ze zachtjes: ‘Ja, ik was dronken. Emilio was… nog maar twee maanden dood.’ Ze wendde haar blik af. ‘Ik hield heel veel van mijn broer.’ Alweer een nieuwe draad in het spinnenweb van oorzaak en gevolg: een verband tussen de moord op Emilio en de littekens op Antonella’s gezicht.
Adam draaide zich om naar de dansvloer, waar Antonella rondwervelde in de armen van alweer een andere bewonderaar. ‘Kijk nou eens naar haar,’ zei hij. ‘Kijk eens hoe ze zich gedraagt. Ze heeft er geen moeite mee. Waarom u dan wel?’
Caterina leek op het punt te staan te antwoorden, maar liep toen zonder iets te zeggen weg.
Even later kwam Harry met grote passen op hem af.
‘Geweldig idee, broertjelief.’
‘Hè?’
‘Ze zei ja.’
‘Wie?’
‘Wie denk je? Ik heb het haar gevraagd en ze zei dat ze het inderdaad zou doen als de omstandigheden anders waren.’
‘Mooi, dan weet je het nu.’
‘Nee,’ zei Harry, ‘nu moet ik in de olijfboomgaard op haar gaan zitten wachten.’ Hij gaf Adam een vriendschappelijke dreun op zijn rug. ‘Prima tactiek, man.’
‘Harry…’
Harry draaide zich niet om, maar wiebelde alleen even met zijn vingers in de lucht terwijl hij tussen de mensen door glipte.
‘O, verdorie,’ mompelde Adam.
Hij draaide zich om naar de barkeeper en vroeg om een flesje mineraalwater.
Niet lang daarna begon de mensenmassa uitgedund te raken. De champagne steeg Grazia naar het hoofd, waardoor ze opeens niet meer op haar benen kon staan, laat staan dansen, en daarom zetten Edoardo en Adam haar samen in de auto. Antonella nam plaats achter het stuur. Ze zei dat ze om elf uur terug zou zijn om Adam en Harry op te hal en, wat betekende dat ze nog acht uur te gaan hadden. Adam probeerde Harry te vinden, maar tevergeefs. Daarom ging hij maar naar bed.
Maurizio had hem kennelijk in de gaten gehouden en rustig het juiste moment afgewacht, want hij onderschepte Adam boven aan de trap naar de tuin.
‘Heb je een sigaret voor me?’ vroeg hij met zachte, lijzige stem.
Adam stak zijn hand in zijn zak, op zoek naar sigaretten en een aansteker.
Maurizio’s hand schoot uit. ‘Zie je wel,’ zei hij, wijzend op het labeltje vlak bij de zak. ‘Ik dacht al dat dat pak van mijn broer was.’
‘O ja?’
Maurizio pakte de manchet van Adams overhemd vast, zodat hij de knoop kon bekijken. ‘En die zijn ook van hem.’ Zijn stem klonk kalm, zijn ogen stonden kil en aandachtig, maar zijn vingers trilden van de moeizaam onderdrukte woede.
‘Dat wist ik niet.’
‘O nee?’ Maurizio pakte een sigaret uit Adams pak je en stak die op. ‘En toen je die sleutel uit de kamer van mijn moeder stal, wist je toen ook niet wat je deed?’ Hij glimlachte zuur, genietend van Adams gêne. ‘Maria heeft het me verteld. Ze vond dat ik het moest weten.’
‘Ik heb je moeder al mijn excuses aangeboden.’
‘Waar was je daarboven eigenlijk naar op zoek?’
‘Ik wilde gewoon graag even rondkijken.’
‘En wat heb je gezien?’
‘Heel veel stof en een paar Duitse bureaus.’ Misschien kwam het door Maurizio’s intimiderende gedrag, maar hij voegde er zonder nadenken aan toe: ‘Ik heb ook gezien waar Emilio is vermoord.’ Maurizio’s gezicht leek merkwaardig bleek in het lichtspel van de vlammende fakkels.
‘Bij de open haard,’ ging Adam brutaal verder. ‘Maar dat wist je natuurlijk al, want je was erbij.’
Maurizio hervond zijn zelfbeheersing, en een gespannen glimlach verbreidde zich over zijn gelaat. ‘Het is maar goed dat je werk erop zit en dat je weggaat.’ Hij gaf de sigaretten en de aansteker terug. ‘Dank je.’ Vervolgens draaide hij zich op zijn hakken om en liep de stenen trap af.
Opeens werd Adam overspoeld door woede. Het liefst wilde hij achter hem aan rennen, hem vastgrijpen, hem heen en weer schudden en schreeuwen: Sukkel die je bent! Snap je het dan niet? Ik was meer dan bereid het erbij te laten zitten, ik wilde het er zelfs dolgraag bij laten zitten, en gewoon weglopen. Maar nu kan dat niet meer. Had nou gewoon je mond gehouden tot ik weg was.
Terwijl hij onhandig een sigaret tussen zijn lippen stak, liet hij zijn blik afdwalen naar het terras onder hem, naar het donkere silhouet van de kapel die voorbij de kring van het maanlicht in de schaduw van de zandstenen klif stond. Op dat moment besefte hij met een schok dat hij het bij het verkeerde eind had. Het was Maurizio’s schuld niet. Hij kon net zomin controle uitoefenen op wat er gebeurde als Adam zelf Ze waren slechts toneelspelers, die een dramatisch stuk opvoerden waarin hun rol van tevoren al was vastgelegd.