12
Bosch zei pas wat toen ze het parkeerterrein of waren. Omdat de Hollywood Freeway op dat uur altijd razend druk was door forensenverkeer, besloot hij binnendoor te gaan. Sunset Boulevard leek de snelste weg naar het centrum.
Al na een paar honderd meter vroeg Ferras naar Bosch' bevindingen in de donutzaak. Maak je geen zorgen, Ignacio. We hebben allebei ons baantje nog.' `Vertel.'
`Hij zei dat jij gelijk had en dat ik niet zomaar een paar treden op de ladder had mogen overslaan, maar ook dat hij een paar mensen zou bellen in de hoop dat de FBI zich dan wat schikkelijker gaat opstellen.' Ze zwegen even en na een paar minuten begon Bosch over Ferras' voornemen om een verzoek in te dienen voor een andere partner.
`Ben je nog steeds van plan om met Gandle te gaan praten?' Ferras antwoordde niet meteen. Het was een pijnlijk onderwerp. 'Ik weet het niet, Harry. Ik denk dat het 't beste is. Voor ons allebei. Misschien heb je meer aan een vrouwelijke partner.'
Bosch moest er bijna om lachen. Ferras kende Kiz Rider, zijn vorige partner, niet. Kiz had zich nooit door Harry laten ringeloren en had het net zomin op hanig gedrag begrepen als Ferras. Hij stond op het punt Ferras terecht te wijzen toen zijn mobiel overging. Hij nam op en hoorde de stem van inspecteur Gandle.
`Harry? Waar zit je?' De inspecteur sprak dringend en snel. Hij klonk opgewonden en Bosch vroeg zich of of hij al wist van het gesprekje in de Donut Hole. Had de hoofdcommissaris hem nu al verraden?
'Ik zit op Sunset. We komen die kant op.' `Ben je al voorbij Silver Lake?'
`Nog niet.' `Mooi. Ga naar Silver Lake, naar dat recreatiecentrum aan de oever. De auto van Kent is gevonden. Hadley en zijn mannen zetten op dit moment een commandopost op. Hadley heeft gevraagd om de collega's die de moord onderzoeken.'
`Hadley? Wat moet hij daar nou? Een commandopost?' `De tip is bij Hadley binnengekomen. Hij is meteen gaan kijken en heeft ons direct op de hoogte gesteld. De auto staat voor het huis van iemand wiens bewegingen we al een tijd volgen en Hadley heeft om jullie assistentie gevraagd.'
lemand die we al een tijd volgen? Leg uit.' `Het is het huis van een persoon in wie onze antiterreureenheid nogal geInteresseerd is. Ze vermoeden dat de man met terroristen sympathiseert. Meer weet ik niet. Ga er nou maar heen, Harry.'
'Oke, we zijn al op weg.' Bosch klapte zijn mobiel dicht en probeerde meer gas te geven, maar het was al te druk op de weg. Hij bracht Ferras op de hoogte van Gandles telefoontje.
`En de FBI dan?' vroeg Ferras. 'Weten zij hiervan?' heb ik niet gevraagd.'
`En de vergadering?' `Geen idee. Dat zien we om tien uur wel.' Tien minuten later waren ze bij Silver Lake Boulevard. Silver Lake was een stadsdeel dat zijn naam ontleende aan het reservoir waar het omheen was gebouwd. Het was een nette wijk met vrijstaande, eenvou-dige woningen en wat naoorlogse huizen.
Zodra ze bij het recreatiecentrum aankwamen, zagen ze twee zwarte SUV's staan, de standaarduitrusting van de antiterreureenheid van de LAPS: voor een eenheid die naar verluidt op terroristen joeg, werden kosten noch moeite gespaard. Verder stonden er twee gewone politiewagens en een vuilniswagen van de gemeente. Bosch zette de auto achter de politiewagens en hij en Ferras stapten uit.
Een groepje van tien mannen in zwart gevechtstenue, ook dat was standaarduitrusting van de antiterreureenheid, stond bij de neergeklapte achterklep van een van de suv's. Bosch liep erheen, met Ferras in zijn kielzog. Hun aanwezigheid werd meteen opgemerkt. De manschappen weken uiteen en Bosch zag hoofdinspecteur Don Hadley op de achter-klep zitten. Bosch had hem nog niet eerder ontmoet, maar hem vaak genoeg op de televisie gezien. Het was een forse vent van rond de veer-tig met een rood gezicht en blond haar. Zo te zien had hij zijn halve leven in een sportschool doorgebracht.
`Bosch? Ferras?' vroeg Hadley. 'Ik ben Bosch en dit is Ferras.' `Fijn dat jullie er zijn, mannen. Ik denk dat we dat onderzoek van jullie in no time hebben afgerond. Het wachten is op een bevel tot huiszoeking en zodra dat er is, komen we in actie.'
Hij stond op en wenkte een van zijn mannen. Hadley beschikte over een flinke dosis zelfvertrouwen. `Perez? Ga eens kijken hoe het met dat huiszoekingsbevel staat. Dit duurt me veel te lang. Ga daarna even langs de observatiepost en controleer of daar alles kits is.' Hij wendde zich tot Bosch en Ferras. Kom maar mee, mannen.'
Hadley liep naar de achterkant van de vuilniswagen. Bosch en Ferras volgden hem. Ze waren nu buiten gehoorsafstand van de anderen. Hadley nam een militaire houding aan. Hij zette een voet op de achterbumper van de vrachtwagen. Bosch zag dat hij zijn dienstwapen in een holster om zijn gespierde bovenbeen droeg. Het deed Bosch denken aan een revolverheld in het wilde Westen. Hij had kauwgom in zijn mond en deed geen enkele poging dat te verhullen.
Bosch had al heel wat verhalen over Hadley gehoord en voelde aan zijn water dat hij op het punt stond een rol te gaan spelen in een dergelijk verhaal.
`Mannen,' begon Hadley. 'Ik wilde jullie er absoluut bij hebben. We hebben die Chrysler driehonderd van jullie gevonden. Hij staat op een paar honderd meter hiervandaan. Het kenteken klopt. Ik ben even gaan kijken. Het is 'm.'
Bosch knikte. Tot zover klonk het goed, maar voor de rest? `De wagen staat voor het huis van Ramin Samir,' ging Hadley verder, `en dat is iemand die we al een paar jaar op de korrel hebben. Laten we hem maar classificeren als iemand in wie we nogal geInteresseerd zijn, oke?'
Bosch had de naam Ramin Samir wel eens gehoord, maar wist niet meer hoe of wat.
`Waarom zijn jullie in hem geinteresseerd, hoofdinspecteur?' vroeg hij.
`Meneer Samir ondersteunt religieuze groeperingen die het Amerikaanse yolk en onze belangen willen schaden. Nog erger is dat hij onze jeugd bijbrengt hun vaderland te haten.'
Opeens begon het Bosch weer te dagen. Hij wist niet meer precies uit welk land in het Midden-Oosten Samir kwam, maar hij herinnerde zich dat hij in het recente verleden gastprofessor internationale betrekkingen aan het usc was. De professor had bekendheid gekregen toen hij zowel tijdens zijn colleges als in de media blijk gaf van duidelijk anti-Amerikaanse sentimenten.
Voor de gebeurtenissen van 11 september 2001 werd er hooguit gefronst over zijn uitspraken, maar na die bewuste datum werden er vuisten gebald. Samir verklaarde openlijk dat de vs zich gezien hun bemoeizucht en agressie in de wereld de aanslagen zelf op de hals hadden gehaald. Dankzij dergelijke uitspraken was hij degene die de media uitnodigden als ze een kant-en-klare anti-Amerikaanse uitspraak nodig hadden.
Samirs opruiende praat bleek goed te zijn voor een paar jaar van optre-dens in het soort politieke praatprogramma's waar de gasten niets liever deden dan tegen elkaar schreeuwen. Intussen gebruikte hij de diverse podia en zijn faam voor het in het leven roepen dan wel ondersteunen van een paar stichtingen die al snel werden gelieerd aan terroristische organisaties en een anti-Amerikaanse jihad. Ondanks het feit dat zijn stichtingen meerdere malen waren doorgelicht, was hij nooit beschuldigd van welke misdaad ook. De universiteit vond echter een stok om de hond te slaan: Samir werd ontslag aangezegd omdat hij in een opiniestuk in de Los Angeles Times, waarin hij stelde dat de oorlog in Irak een dekmantel was voor de totale uitroeiing van de moslims, had verzuimd te vermelden dat het zijn politieke mening was en niet die van de universiteit.
Samirs dagen in de spotlights leken geteld en het duurde niet lang of de media schilderden hem of als een narcistische provocateur die de meest bizarre dingen zei om de aandacht op zichzelf te vestigen, niet om een waardevolle bijdrage te leveren aan de politieke discussie. Samir raakte in de vergetelheid en verdween van het toneel. Ondanks 's mans retoriek was Samir nooit in staat van beschuldiging gesteld en dat in een klimaat van angst voor het onbekende en een neiging voorbeelden te stellen. Bosch zag dat als bewijs dat ze de man niets hadden kunnen maken. Waar rook is, is vuur, zeggen ze, maar in dit geval ging dat niet op, want als er wel vuur was geweest, was Samir allang berecht en zat hij ergens in de gevangenis of in Guantanamo Bay. Zo te horen woonde de man in Silver Lake en daarom was Bosch lang niet overtuigd van Hadleys beweringen. 'Ik weet het weer,' zei hij dan ook. `Klopt. Die Samir had babbels, maar ze hebben nooit kunnen bewijzen dat er banden waren tussen hem en...,
Als een onderwijzer die de klas tot stilte wil manen, stak Hadley zijn vinger op en zei: `Ze hebben geen bewijs kunnen vinden,' zei hij, 'mar dat zegt niks. Deze figuur zamelt geld in voor de Palestijnse jihad en andere moslimorganisaties.'
`Pardon?' zei Bosch. `De Palestijnse jihad? En welke moslimorganisaties? Wilt u beweren dat er geen legitieme moslimorganisaties zijn?' `Luister eh... Ik zeg alleen dat dit een heel foute vent is en dat de auto die is gebruikt bij een moord en de diefstal van dat cetium, voor zijn huis staat.'
`Het is cesium,' zei Ferras. 'Er is cesium gestolen.' Zo te zien werd Hadley niet vaak terechtgewezen, want hij kneep zijn ogen tot spleetjes en keek Ferras even scherp aan voor hij zei: `Wat maakt het uit? Als het in het reservoir aan de overkant van de straat wordt geflik-kerd of als het daar in huis ontploft terwijl wij op een bevel tot huiszoeking staan te wachten, maakt het geen moer uit hoe je het noemt, toch?' 'Ik geloof niet dat de FBI denkt dat het spul in het water kwaad kan,' zei Bosch.
Hadley schudde zijn hoofd. doet er niet toe. Waar het om gaat, is dat het een bedreiging vormt. Zeker weten dat de FBI dat ook vindt. Nou ja, die kunnen zeggen wat ze willen, wij gaan er wat aan doen.' Bosch deed een paar stappen achteruit. Dit ging te snel.
`Dus jullie gaan het huis bestormen?' vroeg hij. Hadley kauwde enthousiast op zijn kauwgom. Blijkbaar had de man geen last van de penetrante stank die uit de vuilniswagen kwam.
Dat ziet je verdomde goed, Bosch. Zodra we het huiszoekingsbevel hebben.'
`Wilt u beweren dat een rechter een huiszoekingsbevel heeft getekend op basis van de vondst van een gestolen auto die voor het huis staat?' Hadley gaf een van zijn mannen een teken en riep: 'Perez? Haal die vuilniszakken eens even!' Hij wendde zich tot Bosch en zei: 'Nee, niet alleen vanwege die auto. Het is hier vandaag ophaaldag voor het vuilnis. Ik heb een vuilniswagen geregeld en mijn mannen hebben de twee vuilnisemmers die voor Samirs huis stonden geleegd. Daar is niets onwettigs aan, zoals u weet. En zie bier...'
Perez kwam aangelopen met een drietal doorzichtige plastic zakken en gaf die Hadley aan. `Hoofdinspecteur? Ik ben bij de observatiepost geweest. Alles is in orde.'
`Bedankt, Perez.' Perez liep terug naar de suv en Hadley richtte zich weer tot Bosch en Ferras. 'Die observatiepost bevindt zich in een boom en wordt bemand door een van onze mannen,' zei hij glimlachend. 'Als er, voor wij klaar zijn voor de aanval, ook maar lets in dat huis gebeurt, weten we het.' Hij gaf Bosch de plastic zakken aan. In twee ervan zat een zwarte wollen bivakmuts en in de derde een A4'tje met een getekende plattegrond. Bosch bekeek de schets en zag een aantal lijnen staan. Bij een stond `Arrowhead' en bij de andere 'Mulholland'. Hij zag dat het een redelijk accurate weergave was van de buurt waar Stanley Kent had gewoond en was vermoord.
Bosch gaf de zakken terug aan Hadley. `Hoofdinspecteur? Ik geloof dat u nog even moet wachten.' `Wachten? Geen sprake van. Stel dat deze figuur en zijn kameraden het water van het reservoir met dat spul vergiftigen, denk je dan dat de bevolking van LA accepteert dat we niet meteen in actie zijn gekomen omdat we zo nodig een paar bureaucratische probleempjes moesten gladstrijken? Nee, er wordt niet gewacht. Voor zover ik weet hebben we hier te maken met de leider van een terroristische cel die vanuit dat huis daar opereert. We gaan naar binnen en maken een eind aan de activitei-ten. Heb je daar een probleem mee, brigadier?'
`Mijn probleem is dat het allemaal een
beetje erg makkelijk is, hoofd-inspecteur. U had het net over het
gladstrijken van bureaucratische probleempjes, maar daar heb ik het
helemaal niet over. We hebben hier te maker met een heel zorgvuldig
geplande diefstal en moord. Ik kan me niet voorstellen dat ze de
auto zomaar ergens voor een huis hebben achtergelaten en de spullen
in een vuilnisbak hebben gegooid.'
Bosch zweeg en zag Hadley nadenken. Even later schudde hij zijn hoofd en zei: Misschien hebben ze die auto ook niet achtergelaten. Het kan best zijn dat ze er nog wat mee van plan zijn, dat spul vervoeren of zo. We kunnen van alles bedenken, Bosch, maar we weten het gewoon niet. We gaan naar binnen. De rechter is het met ons eens en erkent dat er gegronde redenen zijn. Meer hoef ik niet te weten.'
Bosch schudde zijn hoofd en vroeg: `Wat was dat voor tip? Hoe hebben jullie die auto gevonden?'
`Van een van mijn bronnen,' zei Hadley. 'We zijn bijna vier jaar bezig met het opzetten van een netwerk van informanten en vandaag kunnen we eindelijk oogsten.'
`Hoe bedoelt u? Weet u wie de bron is of was het een anonieme tip?' Hadley maakte een wegwerpgebaar. `Maakt dat wat uit? Het was een uitstekende tip. Het is de auto die we zochten. Geen twijfel mogelijk.' Bosch wist genoeg. Hadley had hem geen antwoord op zijn vraag gegeven, wat betekende dat het een anonieme tip was en een dergelijke tip was maar al te vaak het kenmerk van een opzetje.
`Hoofdinspecteur,' zei Bosch, 'ik vraag u met klem nog niet in actie te komen. Er klopt iets niet. Het is me allemaal net iets te eenvoudig en dit was in aanvang toch echt geen simpel plan. Dit riekt naar een afleidingsmanoeuvre en we moeten zien...,
`Van uitstel kan geen sprake zijn, brigadier. Er staan levens op het spel.'
Waar is de FBI? Moet die niet `Die hebben we helemaal niet nodig,' zei Hadley, die pal voor Bosch ging staan. `Wij hebben de opleiding, de uitrusting en de vaardigheden. Trouwens, het wordt tijd dat we onze zaakjes zelf regelen.' Hij maakte een gebaar alsof de plek waar ze zich bevonden het laatste strijdperk was van de FBI en de LAPD.
`Hoe zit het met de hoofdcommissaris?' vroeg Bosch. 'Weet die ervan? Ik heb zojuist Hij zweeg abrupt omdat hij niet wilde dat zijn onderhoud met de hoofdcommissaris bekend werd.
`Zojuist wat?' vroeg Hadley. 'Ik wil alleen maar weten of hij ervan of weet en of hij er zijn goed-keuring aan heeft gegeven.'
`Hij heeft me carte blanche gegeven. lk kan de eenheid inzetten als het mij goeddunkt. Belt u de hoofdcommissaris iedere keer als u iemand wilt arresteren?' Hij draaide zich om en liep zelfverzekerd naar zijn mannen. Bosch en Ferras keken hem na.
`Hmmm... Foute boel... ' zei Ferras. `Wat je zegt,' antwoordde Bosch. Bosch liep een paar passen van de stinkende vuilniswagen vandaan, pakte zijn mobiel en zocht het nummer van Rachel Walling. Hij had nauwelijks de calltoets ingedrukt, of Hadley stond weer voor hem. Bosch had hem niet horen aankomen.
`Brigadier? Wie ben je aan het bellen?' Bosch aarzelde geen seconde en zei: `Mijn inspecteur. Hij heeft me gevraagd hem te briefen zodra we een beeld hadden van de situatie hier.' `Geen mobiele telefoongesprekken en de politieradio wordt Met gebruikt. Er is een gerede kans dat ze ons afluisteren.'
`Wie zijn "ze"?' `Geef mij dat mobieltje.' `Hoofdinspecteur?' `Geef me dat ding of ik pak het. We gaan deze operatie niet verzieken, oke?'
Bosch klapte zijn mobiel dicht, zonder op te hangen. Met een beetje geluk had Walling opgenomen, de woordenwisseling gehoord en snapte ze dat hij haar wilde waarschuwen. De FBI kon het belletje waarschijn-lijk wel traceren en naar Silver Lake komen voor het finaal uit de hand liep.
Hij gaf Hadley zijn GSM. De hoofdinspecteur wendde zich tot Ferras en zei: 'En die van jou, brigadier.'
`Meneer, mijn vrouw is acht maanden zwanger en ik zou graag `Inleveren, brigadier. Je staat aan onze kant of niet.' Hadley hield zijn hand op. Met tegenzin haalde Ferras zijn GSM van zijn riem en reikte die aan.
Hadley beende naar een van de suv's, opende het portier en legde de twee mobieltjes in het dashboardkastje. Met veel vertoon klapte hij het kastje dicht en keek Bosch en Ferras triomfantelijk aan, alsof hij hen wilde uitdagen hun telefoons te pakken, maar zijn aandacht werd al gauw getrokken door de derde suv die kwam aanrijden.
De man ach-ter het stuur stak zijn duim op, waarop Hadley een vinger in de lucht stak en een cirkelende beweging maakte. `Oke, mannen. We hebben het huiszoekingsbevel. Jullie weten wat je moet doen. Perez, neem contact op met de ondersteuning vanuit de lucht. Alle andere krijgers klaar? Actie!'
De angst sloeg Bosch om het hart. Hij zag de mannen hun wapens doorladen en gevechtshelmen dichtklappen. Twee mannen die blijkbaar belast waren met het veiligstellen van het radioactieve materiaal, stap-ten in een soort ruimtepakken.
`Dit is van de gekke... ' fluisterde Ferras. `Charlie don't ' zei Bosch. Wat?' `Laat maar. Dat is van voor jouw tijd.'