8


IN HET KANTOOR van de hoofdinspecteur schonk Bosch zichzelf nog een mok koffie in. Hij tastte in zijn zak naar een dollar om in het mandje te gooien, maar haalde Brenners kaartje tevoorschijn. Eigenlijk moest hij hem laten weten wat de ondervraging van Mitford had opgeleverd. Bosch had even daarvoor met inspecteur Gandle gebeld en hem op de hoogte gebracht van wat de jonge Canadees had gezien en gehoord. Gandle en Bosch hadden besloten dat ze Mitford nog even voor zichzelf zouden houden, in ieder geval tot de vergadering om negen uur. Pas dan zouden ze erachter komen hoe de FBI het wilde aanpakken. Als ze inderdaad van plan waren de LAPD bij hun onderzoek te betrekken, dan werd dat meteen duidelijk. Onder het motto van gelijk oversteken, kon Bosch de getuigenis van Mitford ruilen tegen een rol in het onderzoek.

In de tussentijd zou Gandle zijn directe superieuren inlichten, die op hun beurt de korpsleiding op de hoogte brachten. Nu bekend was dat Allah een rol in het geheel speelde, een gegeven dat de ernst van de zaak nogmaals bevestigde, was het Gandles taak dat naar boven te communiceren.

Met een voile mok liep Bosch terug naar zijn bureau en zette zich aan het bestuderen van het bewijsmateriaal dat op beide plaatsen delict was verzameld.

Hij haalde Stanley Kents persoonlijke bezittingen uit de plastic zakken en bestudeerde ze. De technische recherche had alles vrijgegeven en hij kon de spullen gewoon aanraken.

Hij begon met de BlackBerry van de fysicus. Bosch was de eerste om toe te geven dat hij niet erg bekend was met de digitale wereld. Hij kon zijn eigen mobiel nog net bedienen, maar dat was dan ook een eenvoudig apparaatje. Hij kon telefoonnummers opslaan, een nummer bellen en gebeld worden. Verder had het geen functies, voor zover hij wist. Een en ander betekende dat hij geen idee had hoe hij met de geavan-ceerde BlackBerry moest omgaan.

`Harry, kan ik je misschien helpen?' Bosch keek op en zag dat Ferras hem glimlachend gadesloeg. Bosch schaamde zich een beetje voor zijn gebrek aan technisch inzicht, maar het was nog niet zo erg dat hij geen hulp wilde accepteren. `Weet jij dan hoe zo'n ding werkt?'

`Jazeker.' `Je kunt ermee e-mailen, toch?' `Dat zou wel moeten kunnen, ja.' Bosch stond op en reikte hem het apparaatje over de twee bureaus aan. `Gisteren om zes uur moet Kent een e-mail van zijn vrouw ontvangen hebben. Er zit een foto in van haar, aan handen en voeten gebonden op het bed. Probeer maar of je die mail kunt vinden en of je hem met foto en al kunt printen. Ik wil die foto bekijken, maar dan moet-ie wel een beetje duidelijker te zien zijn dan op dat kleine schermpje.'

`Geen probleem,' zei Ferras. `Wat ik kan doen, is de mail even naar mezelf doorsturen, dan open ik 'm op mijn laptop en printen we 'm zo uit.' Ferras toetste met zijn duimen op het piepkleine toetsenbordje. Het deed Bosch aan speelgoed denken, aan van die apparaatjes waarmee kinderen in een vliegtuig spelen. Hij begreep niet waarom de mensheid zo koortsachtig met die mobieltjes in de weer was. Wat hij wel wist, was dat het een soort voorbode was: een teken van verval van de mensheid, van cultuur. Hij kon er niet precies de vinger op leggen. De digitale wereld werd altijd voorgesteld als een grote stap voorwaarts, maar hij bleef sceptisch.

`Goed. Ik heb 'm gevonden en naar mijn inbox doorgestuurd. Ik heb hem over een paar minuten, dan printen we de boel. Is er verder nog wat?' 


`Kun je daarop zien wie hij gebeld heeft en wie hem hebben gebeld?' Ferras begon weer driftig toetsen in te drukken. 'Hoe ver wil je teruggaan?' vroeg hij. Voorlopig maar even tot gistermiddag twaalf uur,' zei Bosch.

`Goed. Ik heb het schermpje voor me. Moet ik je uitleggen hoe het werkt of wil je dat ik je de telefoonnummers oplees?'

Bosch stond op, liep om de bureaus heen en keek over Ferras' schouder mee.

`Geef me nu maar even een overzicht. Als je het me gaat uitleggen, zit-ten we hier een eeuwigheid.'

Ferras knikte. `Goed,' zei hij. 'Ik zie een heleboel telefoontjes van en naar zijn kantoor, en naar een paar ziekenhuizen. Het zijn allemaal tele-foontjes van gistermiddag. Drie keer zie ik "Barry" staan. Ik geloof dat dat zijn compagnon is. Ik heb zijn bedrijf online opgezocht. K&K Medical Physicists staat op naam van Stanley Kent en ene Barry Kelber.' Bosch knikte. `Oke. We moesten die compagnon vanochtend maar even bellen.'

Hij leunde over Ferras' bureau en terwijl Ferras zich bezighield met de BlackBerry, schreef hij de naam Kelber in een opengeslagen notitieblok. 'Ik ben nu bij zes uur en dan zie ik dat hij zijn vrouw zowel op het nummer thuis als op haar mobiel probeert te bereiken. Ik denk dat ze niet heeft opgenomen, want hij heeft in drie minuten wel tien keer gebeld en allemaal nadat hij die e-mail had ontvangen.'

Zo langzamerhand begon Bosch zich een beeld te vormen. Het was begonnen als een doodgewone werkdag met een flink aantal telefoontjes van en naar zakenrelatics. Toen was die e-mail van zijn vrouw binnengekomen. Kent had de foto gezien en begon haar te bellen. Er werd niet opgenomen en dat maakte hem nog bezorgder dan hij al was. Uiteindelijk had hij gedaan wat er per e-mail van hem verlangd werd.

`Wat is er dan toch fout gegaan...?' vroeg hij zich hardop af. `Hoe bedoel je?'

'Daar op het uitkijkpunt. Ik snap niet waarom ze hem gedood hebben. Hij heeft gedaan wat ze hem hadden opgedragen en heeft hun het cesium gegeven. Wat is er dan fout gegaan?'

Ik weet het niet. Misschien heeft hij een gezicht gezien of zo.' `De getuige zegt dat ze bivakmutsen droegen.'

`Nou, dan is er misschien niets fout gegaan en waren ze het al die tijd al van plan. Denk maar aan die geluiddemper. Trouwens, het feit dat de schutter "Allah" heeft geroepen, duidt er niet op dat er wat verkeerd is gegaan, maar dat het een vooropgezet plan was.'

Bosch zuchtte. `coed. Stel dat dat het plan was, waarom hebben ze haar dan ook niet gedood?'

`Geen idee, Harry. Hebben die fanatieke moslims geen regels voor het doden van vrouwen? Ik geloof dat ze dan niet in de hemel, of nirwana, of hoe ze dat ook noemen terechtkomen.'

Bosch zei niets. Hij was niet op de hoogte van de religieuze gebruiken van het geloof waaraan zijn partner zo oneerbiedig refereerde, maar Ferras' opmerkingen onderstreepten wel dat Bosch zich wat het onderzoek betrof op onbekend terrein beyond. Hij was gewend om achter daders aan te gaan die hadden gemoord uit lust, uit hebzucht of vanwege welke andere zonde ook. Religieus extremisme was zeker niet zijn expertise. Ferras legde de BlackBerry neer en richtte zijn aandacht weer op zijn laptop. Zoals zo veel rechercheurs werkte hij het liefst op zijn eigen lap-top. De computers van het korps waren bejaard en langzaam. Bovendien hadden ze meer virussen dan welke prostituee op Hollywood Boulevard ook.

Ferras sloeg het werk waar hij mee bezig was geweest op en opende zijn e-mail. De mail van Alicia Kent was binnengekomen. Hij opende de bijlage en toen hij de foto van de naakte, gebonden en geknevelde vrouw zag, floot hij tussen zijn tanden.

`Nou,' zei hij, 'als Kent al twijfelde, heeft dit 'm wel over de streep getrokken.'

Met andere woorden: hij had er alle begrip voor dat Kent het cesium had overgedragen. Ferras was nog maar een jaar getrouwd en er was een baby onderweg. Bosch kende zijn nieuwe partner nog niet zo goed, maar hij wist wel dat hij dol was op zijn vrouw. Onder de glasplaat op zijn bureau zat een collage van foto's van zijn vrouw, terwijl Bosch er foto's van slachtoffers van onopgeloste moorden had zitten.

`Wil je die even voor me printen? Blaas 'm maar op als het kan. En blijf met die telefoon spelen. Zie maar wat je kunt vinden.'

Bosch liep terug naar zijn eigen plaats en ging zitten, terwijl Ferras de foto vergrootte en printte op de kleurenprinter van de afdeling. Hij liep erheen, pakte de print en gaf hem aan Bosch.

Bosch had zijn leesbril al opgezet, maar hij had gemerkt dat die niet sterk genoeg meer was, dus pakte hij een vergrootglas uit zijn la. Waren er meer collega's geweest, dan had hij dat zeker niet gedaan,  al was het alleen maar om hun spot, al dan niet goed bedoeld, niet te hoeven aanhoren.

Hij legde de print voor zich en bekeek hem door het vergrootglas. Hij begon bij het materiaal dat ze hadden gebruikt om haar ledematen achter haar lichaam aan elkaar te binden. Er waren zes plastic bindstrips gebruikt: haar polsen hadden er elk een, haar enkels idem dito. Met de vijfde waren haar enkels samengebonden en nummer zes verbond de polsen met de enkels.

Het leek Bosch een gecompliceerde manier om iemand vast te binden. Als hij zelf een zich met hand en tand verdedigende vrouw had moeten vastbinden, had hij minder plastic stripjes gebruikt en een veel eenvoudiger procedure gevolgd.

Hij wist niet precies wat dat betekende en of het uberhaupt wel wat betekende. Misschien had Alicia Kent helemaal niet gevochten en hadden haar belagers het haar als dank voor haar medewerking minder moeilijk willen maken. Hoe het ook zij, volgens hem hadden ze de plastic strips heel wat strakker kunnen trekken.

Hij dacht aan de blauwe plekken op haar polsen en besefte dat de tijd die ze in die positie had moeten liggen, hoe dan ook heel ellendig was geweest. Hij besloot dat het zaak was nog een keer met haar te gaan praten en het hele gebeuren voor de zoveelste keer met haar door te nemen.

Hij bestudeerde de foto nogmaals, maar er kwamen geen vragen boven. Hij legde het vergrootglas weg en richtte zich op het resultaat van het sporenonderzoek op de plaats van de moord. Er was verder niets wat hem opviel, dus zette hij zich aan het verslag van het onderzoek in huize Kent. Omdat Brenner en hij snel naar de vrouwenkliniek waren gereden, was hij er niet bij geweest toen de technische recherche het huis op sporen had onderzocht. Hij was benieuwd of ze iets belangwekkends gevonden hadden.

Er was maar een plastic zakje met materiaal met daarin de zwarte plastic bindstrips waarmee de vrouw was vastgebonden en die Rachel Walling had doorgesneden om haar te bevrijden.

`Wacht nou 's even,' zei Bosch terwijl hij het plastic zakje ophield. 'Is dit het enige wat ze hebben meegenomen?'

Ferras keek op. `Geen idee, maar het is wel het enige wat ze me hebben meegegeven. Heb je op de lijst gekeken? Die moet erbij zitten.' Bosch ging door de papieren die Ferras van het forensisch lab had gekregen en vond de lijst. Alles wat de technische recherche van een plaats delict meeneemt, wordt genoteerd.

Hij ging de lijst langs en zag dat er een aantal monsters waren meege-nomen, voor het merendeel haar en vezels. Op zich was dat niet opmerkelijk en het was nog maar de vraag of een van de monsters ook daadwerkelijk aan de belagers toebehoorde. Maar Bosch was nog nooit op een smetteloze plaats delict geweest. Het was nu eenmaal een natuurwet dat wanneer er een misdrijf was gepleegd, er altijd iets achterbleef — hoe minuscuul ook — en het ging erom dat te vinden.

De lijst vermeldde alle zes de plastic bindstrips, gevolgd door talloze haar- en vezelmonsters die gevonden waren op het kleed in de slaapkamer tot aan de wastafel in de badkamer van de echtelijke slaapkamer. De muismat van de computer stond erop en een dop voor de lens van een Nikon-camera die onder het bed was gevonden. De laatste vermelding vond Bosch de opmerkelijkste: as van een sigaret.

`Is er nog iemand op het lab die zich bezighoudt met de spullen van huize Kent?' vroeg Bosch.

`Een halfuur geleden nog wel,' zei Ferras. 'Buzz Yates en die mevrouw die het microscopisch onderzoek doet. Ik kan haar naam maar niet onthouden.'

Bosch pakte de telefoon en belde het lab. `Forensisch lab. Met Yates.'

`He, Buzz, met Harry Bosch. Vertel me eens wat meer over de as van een sigaret die ze bij Kent hebben gevonden?'

`O, ja. De FBI-agent daar, die dame, vroeg me het in een zakje te stoppen. Zij heeft het gevonden. Op de stortbak van de we in de tweede bad-kamer. Ik vermoed dat iemand de sigaret heeft neergelegd om te kunnen pissen en hem gewoon vergeten is. Hij is helemaal opgebrand. Er is alleen maar as over.'

Alleen maar as, zei je?' `Klopt. Een askegel. Ze heeft ons gevraagd het voor haar in een zakje te stoppen. Ze zei dat hun lab er misschien wat mee kon doen.'

`Wacht eens even, Buzz. Je hebt haar de as gegeven die je op mijn PD hebt gevonden?'

Ja,' gaf Yates schoorvoetend toe, 'mar pas na veel discussie en garanties van haar kant. Ze zei dat hun lab de as kan onderzoeken, vaststellen wat voor tabak het was en eventueel een land van herkomst. Dat snort dingen kunnen wij hier niet, Harry. Bij Lange na niet.

Ze zei dat het belangrijk was omdat het misschien om terroristen ging die net het land binnengekomen zijn. Vandaar dat ik haar d'r zin heb gegeven. Ze vertelde me dat ze een keer een geval van brandstichting had onderzocht, dat ze aan de hand van de as van een sigaret hebben vastgesteld om welk sigarettenmerk het ging en dat ze de dader zo hebben gevonden.'

`En jij gelooft dat?' 'Nou... ja, dat geloof ik best.' Dus heb je haar mijn bewijs maar gegeven?' `Het is jouw bewijs niet, Harry. Het is allemaal teamwerk, weet je nog?' Ja hoor, Buzz.'

Bosch hing op en vloekte. Ferras vroeg wat er aan de hand was, maar Bosch wuifde het weg. `Gewoon typische lulkoek van de FBI.'

`Zeg, Harry, heb jij wel geslapen voor je gebeld werd?' Bosch wist waar Ferras heen wilde. Hij keek zijn partner aan en zei: `Nee. Ik was nog op, maar mijn irritatie heeft niets met slaapgebrek te maken, oke? Ik deed dit werk al voor jij geboren werd en ik weet heel goed met slaapgebrek om te gaan.' Hij hield zijn mok omhoog en zei: `Op je gezondheid.'

Bosch dacht weer aan de sigarettenas. Heb je daar nog foto's?' vroeg hij aan Ferras. 'Foto's die in het huis zijn genomen?'

Ja, die liggen hier ergens.' Ferras rommelde in de spullen op zijn bureau, pakte de map met foto's en gaf die aan zijn partner. Bosch bekeek ze en haalde er de foto's van de tweede badkamer uit: een totaalshot, een detailfoto van de stortbak met de as en een close-up van de as zelf, van de askegel, zoals Yates het noemde. Hij legde de drie foto's naast elkaar, pakte zijn vergrootglas en bestudeerde de beelden. De fotograaf had een liniaal naast de askegel gelegd om de as in perspectief te brengen. De kegel was vijf centimeter lang en dat was dus vrijwel de hele sigaret.

`Zie je wat, Sherlock?' vroeg Ferras. Bosch keek op. Zijn partner glimlachte. Bosch glimlachte niet terug. `Nog niet, Watson.'

Hij hoopte dat Ferras verder zijn mond zou houden. Tenslotte wilde niemand Watson zijn.

Hij bekeek de foto van de wc en zag dat de bril omhoog stond. Een man had de wc als laatste gebruikt en een van de belagers rookte. Bosch keek naar de muur boven de stortbak. Er hing een ingelijste foto van een winterlandschap. De kale bomen en de leigrijze lucht deden Bosch aan New York of in ieder geval de oostkust denken.

De foto herinnerde hem aan een onderzoek dat hij een jaar eerder, toen hij nog op Onopgeloste Zaken zat, tot een goed einde had gebracht. Hij pakte de telefoon en belde het forensisch lab weer. Yates nam op en Bosch vroeg naar de rechercheur die het huis had onderzocht op vingerafdrukken.

`Momentje,' zei Yates. De man was blijkbaar nog steeds pissig over Bosch' eerdere telefoontje, want hij nam ruim de tijd om Bosch door te verbinden met degene die hij moest hebben. Bosch gebruikte de tijd om de foto's nog een keer onder de loep te nemen. Na een minuut of vier hoorde hij: 'Met Wittig.' Bosch kende haar van eerdere onderzoeken.

`Andrea, met Harry Bosch. Ik heb wat vragen over dat huis van vannacht. Heb je de badkamer onderzocht?'

`Waar de as is gevonden en de bril omhoog stond? Ja, dat heb ik gedaan.'

'Iets gevonden?' `Nee, niets. De boel was schoongeveegd.' `De muur boven de stortbak ook?'

Ja, daar heb ik ook gekeken. Niets te zien.' 'Dat was alles. Bedankt, Andrea.'

Bosch hing op en keek naar de askegel. Er was iets wat hem niet zinde, maar hij wist niet precies wat het was.

`Harry? Wat moet je nou met de muur boven de stortbak?' Bosch keek Ferras aan. Ze hadden hem de jonge rechercheur toegewezen omdat ze wisten dat de gelouterde rechercheur zijn jonge, onervaren collega heel wat kon leren. Bosch besloot het Sherlock Holmes grapje maar te laten voor wat het was en begon zijn verhaal.

`Een jaar of dertig geleden hadden we een moordzaak in Wilshire. Een vrouw en haar hond waren verdronken in het bad. De dader had alle vingerafdrukken weggepoetst, maar had de wcbril omhoog laten staan. We wisten dus dat de dader een man was. De plee zelf was schoongeveegd, maar de muur achter de pot was hij blijkbaar vergeten, want daar zat een afdruk van een handpalm. Die vent had met zijn hand tegen de muur geleund staan pissen. We hebben de hoogte van de afdruk gemeten en zo konden we de lengte van de man inschatten. Plus dat we konden vaststellen dat hij linkshandig was.'

`He?' `De afdruk was van de rechterhand en we zijn er maar van uitgegaan dat een vent zijn apparaat vasthoudt met de hand waarmee hij schrijft.' Ferras knikte. Zo te zien was hij het daarmee eens.

`En hebben jullie de dader dankzij die handafdruk gepakt?' Ja, zij het pas dertig jaar na dato. Vorig jaar is de zaak bij oz heropend. Destijds waren er niet veel handafdrukken genomen, maar mijn partner en ik kwamen de afdruk van die handpalm tegen en hebben hem door de computer laten halen. Bingo. We vonden de dader in een gehucht hier ergens in de woestijn met de naam Ten Thousand Palms. We zijn erheen gegaan, maar zodra hij ons zag, heeft hij een pistool gepakt en er zelf een eind aan gemaakt.'

`Wow!' `Zeg dat wel. lk vond het wel toevallig allemaal.' `Wat? Dat hij zichzelf door zijn kop heeft geschoten?' `Dat niet, maar dat we via zijn handpalm in Ten Thousand Palms terecht waren gekomen.'

`O, dat. Ja, dat is best ironisch. Jullie hebben hem dus niet gesproken.' Eigenlijk niet, nee. We wisten dat we aan het goede adres waren en het feit dat hij zelfmoord pleegde op het moment dat wij voor de deur stonden, zegt genoeg.'

Ferras ging door met zijn werk. Bosch leunde achterover in zijn stoel en dacht na. Het was een wirwar van vragen en gedachten, maar de vraag die er maar uit bleef springen was: waarom hadden ze Stanley Kent gedood? Alicia Kent had verklaard dat de mannen die bij haar thuis waren, bivakmutsen droegen en Jesse Mitford zei dat de man die hij op het uitkijkpunt had gezien, eenzelfde soort muts op had, dus Bosch bleef met de vraag zitten: waarom hadden ze Stanley Kent doodgeschoten als hij hen toch niet kon herkennen? Hadden ze een bivakmuts gedragen om Stanley Kent angst in te boezemen en hem ertoe te bewegen mee te wer-ken? Nee, dat was eigenlijk niet zo waarschijnlijk.

Hij zette de vragen van zich af, om de simpele reden dat hij nog niet genoeg wist om ze te beantwoorden. Hij nam nog een paar slokken koffie en maakte zich op om Jesse Mitford weer te ondervragen. Voor hij naar het verhoorkamertje ging, moest hij nog iemand bellen. Rachel Wallings nummer stond nog in het adresboek van zijn mobiele telefoon. Hij had het tijdens de zaak in Echo Park opgeslagen en het nooit gewist. Hij selecteerde het, maar kreeg haar voicemail.

`Dit is Harry Bosch,' zei hij. 'Ik wil graag een paar dingetjes met je doornemen en ik wil mijn sigarettenas terug hebben. Dat was mijn PD.' Hij hing op. Hij wist dat ze van zijn bericht zou balen en misschien wel meer dan dat. Hij had zo'n voorgevoel dat een confrontatie met Rachel en de FBI niet kon uitblijven, hoewel hij heel goed wist hoe hij die kon voorkomen. Maar Bosch weigerde zich opzij te laten schuiven, zelfs niet voor Rachel en de herinnering aan wat ze hadden gehad; zelfs niet voor de hoop op een gezamenlijke toekomst die hij bij zich droeg als een nummer in het hart van zijn mobiel.