TWEEËNDERTIG
Op dinsdagochtend kon Bosch de ironie wel waarderen toen hij Bremmers boven-de-meute-verhaal over de moord op Honey Chandler las. Hij had de journalist vlak voor middernacht bij de districtsgevangenis afgeleverd zonder de mogelijkheid van borgtocht en had de media niet gewaarschuwd. Het nieuws was niet uitgelekt voor de laatste deadline en nu stond op de voorpagina van de krant een stuk over een moord dat was geschreven door de moordenaar. Bosch kon dat wel waarderen. Hij lachte toen hij het las.
De enige aan wie Bosch het had verteld was Irving. Hij had zich laten doorverbinden via het communicatiecentrum en had de adjunct-korps- chef in een gesprek van een halfuur op de hoogte gesteld van elke stap die hij had genomen en elk stuk bewijsmateriaal beschreven dat tot de arrestatie had geleid. Irving feliciteerde hem niet, maar hij berispte Bosch ook niet dat hij de arrestatie in zijn eentje had verricht. Dat zou later wel aan de orde komen, nadat was gebleken of de arrestatie standhield. Dat wisten ze allebei.
Om negen uur die ochtend zat Bosch voor het bureau van een assistentofficier van justitie op het kantoor van de openbare aanklager, downtown in het gerechtsgebouw. Voor de tweede keer in acht uur vertelde hij nauwgezet alle details van wat er was gebeurd en vervolgens speelde hij de opname van zijn gesprek met Bremmer af. De assistent-officier heette Chap Newell en schreef notities op een schrijfblok terwijl hij naar de opname luisterde. Hij fronste enkele malen zijn wenkbrauwen of schudde zijn hoofd omdat de geluidskwaliteit zo beroerd was. De stemmen in Bremmers woonkamer waren via de ijzeren spiralen van de centrale verwarming weerkaatst en er klonk een blikkerige echo op de band. Maar de belangrijkste woorden waren te verstaan.
Bosch keek toe zonder een woord te zeggen. Newell zag eruit alsof hij niet langer dan drie jaar geleden op school had gezeten. Omdat de arrestatie nog geen ophef had veroorzaakt in de kranten of op tv, had het geval geen aandacht gekregen van de meer ervaren officiers op de administratieve afdeling. Newell was aan de beurt geweest, dus had hij de klus gekregen.
Toen de opname afgelopen was, schreef Newell nog een paar dingen op om te doen alsof hij zijn vak verstond en keek Bosch toen aan. 'Je hebt nog niets gezegd over wat er in het huis aanwezig was.' 'Ik heb gisteravond niets gevonden toen ik even snel heb gezocht. Er zijn nu anderen bezig, met een huiszoekingsbevel, om zorgvuldiger te zoeken.'
'Nou, ik hoop dat ze wat vinden.' 'Waarom, je hebt hier toch een zaak liggen?' 'Een prima zaak, Bosch. Goed gedaan, hoor.' 'En dat wil wat zeggen, dat jij dat zegt.'
Newell keek hem aan en kneep zijn ogen samen. Hij wist niet goed hoe hij dat moest opvatten. 'Maar, eh...' 'Maar wat?'
'Tja, natuurlijk kunnen we hem op basis hiervan in staat van beschuldiging stellen. We hebben een heleboel.' 'Maar wat?'
'Ik bekijk het vanuit het oogpunt van de verdediging. Wat hebben we hier eigenlijk? Een hoop toevalligheden. Hij is linkshandig, hij rookt, hij wist alles over de Poppenmaker. Maar dat is geen hard bewijsmateriaal. Dat geldt ook voor een boel andere mensen.'
Bosch stak een sigaret op.
'Zou je hier niet willen...'
Hij blies een wolk rook over het bureau.
'... laat maar.'
'En de brief en het poststempel dan?'
'Dat is goed materiaal, maar ingewikkeld en moeilijk te begrijpen. Een goede advocaat zou het voor de jury op toeval kunnen laten lijken. Hij zou de boel extra ingewikkeld kunnen maken, dat wil ik maar zeggen.' 'En de opname dan, Newell? Hij bekent op de band dat hij het gedaan heeft. Wat wil je nog meer?'
'Maar tijdens de bekentenis ontkent hij dat hij het bekent.' 'Aan het eind niet.'
'Luister, ik ben niet van plan die opname te gebruiken.' 'Hoe kom je daar nou bij?'
'Dat weet je best. Hij heeft bekend voordat je hem op zijn rechten heb gewezen. Op die manier kan er sprake zijn van uitlokking.'
'Niks uitlokking. Hij wist dat ik agent was en hij kende zijn rechten, of ik hem er nou op gewezen heb of niet. Hij bedreigde mij met een pistool. Hij heeft die uitspraken uit eigen beweging gedaan. Ik heb hem pas op zijn rechten gewezen toen ik hem formeel arresteerde.' 'Maar hij heeft je op een bandrecorder gecontroleerd. Dat is een duidelijke aanwijzing dat hij niet opgenomen wilde worden. Plus dat hij de bom liet vallen, zijn meest belastende opmerking, nadat je hem in de boeien had geslagen maar voordatje hem op zijn rechten had gewezen. Dat kon weieens lastig worden.' 'Jij gaat deze band gebruiken.'
Newell keek hem lang aan. Op zijn jonge wangen verschenen rode vlekken.
'Het is niet aan jou om mij te vertellen wat ik ga gebruiken, Bosch. Bovendien, als dit alles is wat we hebben, zal het hof van beroep waarschijnlijk beslissen of we het mogen gebruiken, want daar komt het terecht, als Bremmer een goede advocaat heeft. Hier voor het gerechtshof winnen we de zaak waarschijnlijk wel omdat de helft van de rechters op die banken ooit voor het OM heeft gewerkt. Maar als de zaak voor het hof van beroep of het Hooggerechtshof in San Francisco komt, dan kun je er geen peil op trekken. Is dat watje wilt? Een paar jaar wachten tot de zaak daar afketst? Of wil je het liever van het begin af aan goed doen?' Bosch leunde naar voren en keek de jonge advocaat kwaad aan. 'Hoor eens, we zijn nog druk bezig op andere fronten. We zijn nog niet klaar. Er wordt nog wel meer bewijsmateriaal verzameld. Maar we moeten die gast nu in beschuldiging stellen of hem laten lopen. We hebben vanaf gisteravond achtenveertig uur de tijd om het dossier op te maken. Maar als we nu geen dossier opmaken zonder borgtocht, neemt hij een advocaat en dient hij een verzoek om borgtocht in. Geen rechter die hem zonder borgtocht zal laten zitten als we nog niet eens een aanklacht hebben ingediend. Dus moetje nu een aanklacht indienen. Het bewijsmateriaal dat we nodig hebben om die te ondersteunen, komt later wel.' Newell knikte alsof hij het ermee eens was, maar zei: 'Maar ik heb liever het hele pakket in één keer als ik een aanklacht indien. Op die manier weten we meteen hoe we de zaak verder moeten aanpakken. Dan weten we of we een regeling moeten treffen of dat we tot het bittere einde kunnen gaan.'
Bosch stond op en liep naar de open deur van het kantoor. Hij ging de gang op en keek naar het plastic naamkaartje dat buiten aan de muur hing. Toen ging hij weer naar binnen. 'Bosch, wat ben je aan het doen?'
'Toch wel raar. Ik dacht datje administratief assistent-officier was. Ik wist niet dat je ook assistent-officier voor de rechtbank was.' Newell liet zijn potlood op zijn schrijfblok vallen. Zijn gezicht werd nog roder en de vlekken verspreidden zich over zijn voorhoofd. 'Ja, ik ben administratief assistent. Maar het hoort bij mijn verantwoordelijkheid dat we vanaf het eerste begin een zo goed mogelijke zaak hebben. Ik kan op elke zaak die door deze deur komt wel een aanklacht indienen, maar daar gaat het niet om. Waar het om gaat is goed, geloofwaardig bewijsmateriaal en zo veel mogelijk. En aanklachten die recht overeind blijven. Dus moet ik je wel pushen, Bosch. Ik...' 'Hoe oud ben je?' 'Wat?' 'Hoe oud?'
'Zesentwintig. Wat heeft dat ermee...'
'Luister eens goed, lulletje rozewater. Wil jij me nooit meer bij mijn achternaam noemen? Ik zat al op dit soort zaken lang voordat jij een wetboek opendeed en ik zal er op zitten lang nadat jij in je Saab cabriolet met je hele klere ikke-ikke-en-de-rest-kan-stikken-zooi naar Century City bent verhuisd. Je mag me rechercheur noemen, of rechercheur Bosch, je mag me zelfs Harry noemen. Maar je noemt me nooit meer gewoon Bosch, begrepen?' Newells mond was opengevallen. 'Heb je dat begrepen?' 'Zeker.'
'En nog iets, we zorgen voor meer bewijsmateriaal en dat doen we zo snel mogelijk. Maar in de tussentijd dien jij een aanklacht in tegen Bremmer wegens moord, zonder borgtocht, omdat we er vanaf het begin af aan voor zullen zorgen dat die smeerlap het daglicht nooit meer te zien krijgt. En als we dan meer bewijsmateriaal hebben en jij nog steeds op deze zaak zit, dan dien je nog meer aanklachten in op basis van theorieën over verbanden tussen de doden. En je zult je niet één keer druk maken over dat zogenaamde pakket dat je aan de openbare aanklager gaat geven. De aanklager zal daar wel over beslissen. Want we weten allebei dat jij maar een schrijvertje bent, een schrijvertje dat opschrijft wat hem wordt gebracht. Jij zou hier helemaal niet zitten als je ook maar genoeg wist om naast een aanklager in de rechtbank te zitten. Heb je nog vragen?' 'Nee,' zei hij snel. 'Wat, nee?'
'Nee, geen vra... Nee, rechercheur Bosch.'
Bosch ging terug naar Irvings vergaderkamer en gebruikte de rest van de ochtend om een aanvraag op te stellen voor een gerechtelijk bevel om haar, bloed en speeksel van Bremmer af te nemen, alsmede een afdruk van zijn gebit.
Voordat hij daarmee naar het gerechtsgebouw ging, ging hij nog naar een korte vergadering van het rechercheteam waarin iedereen verslag deed van zijn taken.
Edgar vertelde dat hij naar Sybil Brand was geweest en Georgia Stern, die nog steeds vastzat, een foto van Bremmer had laten zien, maar dat ze hem niet had herkend als degene die haar had aangerand. Ze kon echter ook niet met zekerheid zeggen dat hij het niet was geweest. Sheehan zei dat hij samen met Opelt naar de beheerder van de opslagruimte in Bing's was geweest en hem de arrestatiefoto van Bremmer had laten zien. De man had gezegd dat hij misschien twee jaar geleden een van de huurders van de opslagruimtes was geweest, maar dat hij het niet zeker wist. Hij zei dat het te lang geleden was om het zich goed genoeg te herinneren om iemand naar de gaskamer te sturen. 'Die gast schijt in z'n broek,' zei Sheehan. 'Ik had het idee dat hij Bremmer wel herkende, maar dat hij te benauwd was om hem erbij te lappen. We gaan morgen nog wel een keertje bij hem langs.' Rollenberger riep de presidenten op via de portofoon en ze berichtten vanuit Bremmers huis dat ze nog niets hadden gevonden. Geen banden, geen lijken, niets.
'Het lijkt me het beste om een bevel te vragen om in de tuin te gaan graven, onder de fundering,' zei Nixon.
'Misschien doen we dat wel,' zei Rollenberger in de portofoon. 'Ga intussen maar gewoon door.'
Ten slotte berichtte Yde via de portofoon dat hij en Mayfield door de advocaten van de Times aan het lijntje werden gehouden en nog niet eens in de buurt van Bremmers bureau in de redactieruimte waren gekomen. Rollenberger vertelde dat Heikes en Rector de hort op waren om Bremmers achtergrond uit te spitten. Daarna zei hij dat Irving een persconferentie had belegd voor vijf uur om de zaak met de media te bespreken. Als er nieuwe dingen werden ontdekt, zou Rollenberger het hun voor die tijd laten weten. 'Dat was het,' zei Rollenberger. Bosch stond op en ging naar buiten.
De kliniek op de zwaar beveiligde verdieping van de districtsgevangenis deed Bosch denken aan het laboratorium van Frankenstein. Aan elk bed hingen kettingen en aan de tegelwanden hingen ringen om de patiënten aan vast te maken. De zwenklampen boven de bedden waren van stalen kooien voorzien zodat de patiënten niet bij de gloeilampen konden om die als wapen te gebruiken. De tegels waren ooit wit geweest, maar waren in de loop der jaren bedekt met een deprimerende gele waas. Bosch en Edgar stonden in de deuropening van een van de zalen waar zes bedden stonden, en keken toe hoe Bremmer, die in het zesde bed lag, een injectie met natrium pentothal kreeg, om hem meegaander, kneedbaarder te maken. Hij had geweigerd om een afdruk van zijn gebit te laten maken en bloed, haar en speeksel af te staan, zoals de rechter had bepaald.
Toen de dosis begon te werken, deed de dokter de mond van de journalist open, deed er twee klemmen in om die open te houden en duwde een vierkant blokje klei over de voortanden aan de bovenkant. Vervolgens deed hij hetzelfde bij de ondertanden. Toen hij klaar was, liet hij de klemmen los. Bremmer leek onder zeil te zijn.
'Als we hem nu iets vragen, dan vertelt hij de waarheid toch?' vroeg Edgar. 'Dat is toch een waarheidsserum, wat ze hem hebben gegeven?' ik geloof van wel,' zei Bosch. 'Maar dan kun je de zaak wel vergeten voor het gerecht.'
De grijze blokjes met de tandafdrukken werden in plastic bakjes gedaan. De dokter deed ze dicht en overhandigde ze aan Edgar. Toen nam hij hem bloed af, deed een wattenstaafje in Bremmers mond en knipte enkele plukjes haar van het hoofd, de borst en de schaamstreek van de verdachte. Hij deed die in enveloppen die hij in zo'n kartonnen doos deed waar je ook altijd chicken nuggets in kreeg bij de snackbar. Bosch pakte de doos aan en toen vertrokken ze weer, Bosch naar het bureau van de patholoog voor een afspraak met Amado, de analist, en Edgar naar de universiteit van Cal State Northridge voor een afspraak met de forensische archeoloog die had geholpen bij de reconstructie van de betonnen blondine.
Rond kwart voor vijf was iedereen weer in de vergaderzaal, behalve Edgar. Ze liepen wat rond, tot Irvings persconferentie zou beginnen. Er was niets gebeurd sinds het middaguur.
'Wat denk je waar hij alles heeft verstopt, Harry?' vroeg Nixon, die koffie in stond te schenken.
'Geen idee. Hij zal wel ergens een kluis hebben. Als hij banden heeft, heeft hij ze vast niet weggegooid. Hij zal wel ergens een adresje hebben. We komen er wel achter.' 'En de andere vrouwen?'
'Die liggen ergens, onder de stad. De enige manier waarop die zullen opduiken, is bij toeval.'
'Of als Bremmer gaat kletsen,' zei Irving. Hij was net binnengekomen.
Er hing een goede sfeer in de zaal. Ondanks dat alles die dag zo langzaam ging, was iedereen er heilig van overtuigd dat ze eindelijk de goede te pakken hadden. En die zekerheid rechtvaardigde hun bestaan. Dus hadden ze zin om rond te hangen en koffie te drinken. Zelfs Irving. Om vijf voor vijf, toen Irving nog even een paar rapporten die hij die dag had getikt, zat door te lezen voordat hij naar de media ging, meldde Edgar zich via de portofoon. Rollenberger pakte snel een apparaat op en antwoordde.
'Wat heb je inmiddels, Team Vijf?' 'Is Harry er ook?'
'Ja, Team Vijf, Team Zes is aanwezig. Wat heb je?'
'Het is voor de bakker. De tanden van de verdachte en de afdrukken op het slachtoffer komen honderd procent overeen.'
'Dat is begrepen, Team Vijf.'
Er ging gejuich op in de vergaderkamer en iedereen sloeg elkaar op de schouders en in de handen. 'Hij hangt,' riep Nixon.
Irving nam zijn paperassen op en liep naar de gangdeur. Hij wilde op tijd zijn. Bij de deur liep hij vlak langs Bosch.
'Eersteklas, Bosch. Dank je.'
Bosch knikte.
Een paar uur later was Bosch weer in de districtsgevangenis. De gevangenen waren al opgesloten, dus konden de bewakers Bremmer niet ophalen. Hij moest naar de zwaar beveiligde vleugel, waar de bewakers hem via de camera in de gaten hielden. Hij liep langs de cellenrij naar 6-36 en keek door het kleine vierkante raampje met de tralies in de stalen deur. Bremmer had een aparte status, dus was hij in zijn eentje opgesloten. Hij had niet door dat Bosch naar hem stond te kijken. Hij lag op zijn rug op de onderste brits, met zijn handen achter zijn hoofd gevouwen. Hij had zijn ogen open en lag recht omhoog te staren. Bosch herkende de afwezige toestand die hij de nacht ervoor even had gezien. Het was alsof hij er niet was. Bosch sprak vlak bij het raampje. 'Bremmer, kun je bridgen?'
Bremmer keek zijn kant op, zonder zijn hoofd te bewegen. 'Wat?'
'Ik zei, kun je bridgen? Je weet wel, dat kaartspel?' 'Wat moet je godverdomme, Bosch?'
'Ik kwam je even vertellen dat ze nog drie aanklachten hebben toegevoegd aan die van vanochtend. Op grond van verbanden. Je hebt de betonnen blondine erbij gekregen en die twee daarvoor, die we eerst aan de Poppenmaker hadden toegeschreven. Plus poging tot moord op de overlevende.'
'Ach, wat maakt het uit. Als je er eentje hebt, heb je ze allemaal. Ik hoef alleen die zaak van Chandler maar onderuit te halen en dan dondert jullie hele kaartenhuis in elkaar.'
'Jammer dat dat niet zal gebeuren. We hebben je tanden, Bremmer, en die zijn even belangrijk als vingerafdrukken. En de rest. Ik kom net van de lijkschouwer. Ze zijn erachter gekomen datje schaamhaar hetzelfde is als de haren die op slachtoffers zeven en elf zijn gevonden, die twee die we eerst aan de Poppenmaker hadden toegeschreven. Denk maar eens goed na over een deal, Bremmer. Als je vertelt waar de anderen liggen, laten ze je waarschijnlijk leven. Daarom had ik het ook over bridgen.' 'Waarom?'
'Ja, ik had gehoord dat er een stel gasten op San Quentin nogal goed kunnen bridgen. Ze kunnen altijd wel vers bloed gebruiken. Je vindt ze vast aardig, jullie hebben een hoop gemeen.' 'Laat me toch met rust, Bosch.'
'Doe ik, doe ik. Maar dat je het maar even weet, kerel, ze hebben allemaal de doodstraf. Maak je daar niet druk om, als je daar eenmaal tussen zit, krijg je nog genoeg tijd om te kaarten. Hoe lang is de gemiddelde wachttijd? Acht, tien jaar voordat ze je vergassen? Dat is niet slecht. Tenzij je een deal maakt, natuurlijk.' 'Niks geen deal, Bosch. Donder op.'
'Ik ga al. Lekker trouwens, om hieruit weg te kunnen lopen. Ik zie je dan wel, oké? Over acht, tien jaar. Dan zal ik er zijn, Bremmer. Als ze je in de riemen vastsnoeren. Dan sta ik achter het raam te kijken als het gas komt. En daarna ga ik naar buiten en vertel ik de journalisten hoe je stierf. Dan zeg ik tegen ze dat je gillend de pijp uit ging, dat je een mietje was.' 'Krijg de ziekte, Bosch.'
'Ja, laat mij de ziekte maar krijgen. Tot dan, gremmer.'