DERTIG

Op maandagochtend kwam Bosch tien minuten te laat de rechtszaal binnen. Hij had gewacht tot Sylvia een taxi had genomen en veilig op weg naar school was, en was toen naar huis gegaan en had hetzelfde pak aangetrokken dat hij vrijdag aangehad had. Maar toen hij zich naar binnen haastte, zag hij dat rechter Keyes nog niet in zijn stoel zat en dat Chandler niet aan de tafel van de eisende partij zat. De weduwe Church zat alleen voor zich uit te kijken alsof ze in gebed verzonken was. Harry ging naast Belk zitten en zei: 'Wat is er aan de hand?' 'We zaten op jou en Chandler te wachten. Nu zitten we alleen nog maar op haar te wachten. De rechter was er niet blij mee.' Bosch zag de griffier van de rechter opstaan en op de deur van de raadkamer kloppen. Toen stak ze haar hoofd naar binnen en hoorde hij haar zeggen: 'Rechercheur Bosch is er. De secretaresse van mevrouw Chandler weet nog steeds niet waar ze is.'

Toen begon het knellende gevoel op zijn borst. Bosch voelde dat hij onmiddellijk begon te zweten. Hoe kon hij het over het hoofd hebben gezien? Hij leunde voorover en verborg zijn handen in zijn gezicht. 'Ik moet even bellen,' zei hij en stond op.

Belk draaide zich om, waarschijnlijk om tegen hem te zeggen dat hij nergens heen moest gaan, maar hem werd het zwijgen opgelegd doordat de deur van de raadkamer openging. Rechter Keyes kwam naar buiten schrijden en zei: 'Zitten blijven.'

Hij nam plaats op de rechterstoel en zei tegen de griffier dat die de jury binnen kon laten komen. Bosch ging weer zitten. 'We gaan gewoon beginnen zonder mevrouw Chandler. We zullen haar te laat komen later wel bespreken.'

De jury kwam binnen en de rechter vroeg hun of iemand nog iets te melden had, een probleem met de agenda of iets anders. Niemand zei iets. 'Goed, dan zullen we u weer naar binnen sturen zodat u de beraadslagingen kunt voortzetten. De bode zal u later wel aanspreken over de lunch.

Mevrouw Chandler had trouwens vanochtend een andere afspraak en daarom ziet u haar niet aan de tafel van de eisende partij. U hoort daar geen gewicht aan te hechten. Dank u wel.'

Ze liepen weer naar buiten. De rechter instrueerde de aanwezige partijen wederom binnen een kwartier afstand van het gerechtsgebouw te blijven. Hij zei tegen de griffier dat die moest blijven proberen Chandler te vinden. Daarna stond hij op en liep terug naar zijn kamer. Bosch ging snel staan en liep de rechtszaal uit. Hij ging naar de munttele- foons en belde het communicatiecentrum. Hij gaf zijn naam en het nummer van zijn insigne op, en vroeg de telefonist om met code drie de naam Honey Chandler in de computer te checken. Hij zei dat hij haar adres wilde weten en bleef aan de telefoon.

De portofoon deed het pas toen hij uit de ondergrondse garage van het gerechtsgebouw kwam. Hij probeerde het opnieuw in Los Angeles

Street en toen kreeg hij Edgar te pakken, die zijn portofoon aan had. Hij gaf hem Chandlers adres in Carmelina Street in Brentwood dat hij had gekregen.

'Ik zie je daar.'

'Ik ben al op weg.'

Hij reed naar Third en reed door de tunnel naar de Harbor Freeway. Hij zat net op de Santa Monica Freeway toen zijn semafoon piepte. Hij keek tijdens het rijden naar het nummer, maar herkende het niet. Hij sloeg van de snelweg af en stopte bij een winkeltje in Korea Town, waar een telefoon tegen de buitenmuur hing.

'Rechtszaal vier,' zei de vrouw die zijn telefoontje opnam. 'Met rechercheur Bosch, heeft iemand me opgepiept?' 'Ja, dat klopt. We hebben een vonnis. U moet hier meteen terugkomen.' 'Hoe bedoelt u? Ik was er net. Hoe kunnen ze zo...' 'Dat komt wel vaker voor, rechercheur Bosch. Ze hebben vrijdag waarschijnlijk overeenstemming bereikt en besloten om het weekend te gebruiken om te zien of ze nog van gedachten zouden veranderen. Kijk, het betekent tenslotte een extra vrije dag voor hen.' Terug bij de auto nam hij de portofoon weer op. 'Edgar, ben je er al?' 'Eh, nog niet. En jij?'

'Ik moet terug. Er is een uitspraak. Kun je dit afhandelen?' 'Geen probleem. Wat moet ik uitzoeken?'

'Het is het huis van Chandler. Ze is blond. Ze is vandaag niet komen opdagen in de rechtszaal.' 'Ik snap het.'

Bosch had niet gedacht dat hij ooit zou hopen dat hij Honey Chandler in de rechtszaal zou aantreffen achter de tafel van de tegenpartij, maar toch was het zo. Ze was er echter niet. Een man die Harry niet kende, zat naast de eiseres.

Toen hij naar de tafel van de verdediging liep, zag Bosch dat er al een stel verslaggevers, onder wie ook Bremmer, in de zaal zat.

'Wie is dat?' vroeg hij aan Belk, over de man naast de weduwe.

'Dan Daly. Keyes heeft hem van de gang geplukt om tijdens de uitspraak naast de vrouw te zitten. Chandler is blijkbaar spoorloos. Ze kunnen haar niet vinden.'

is er iemand bij haar thuis geweest?'

ik weet het niet. Ik neem aan dat ze wel hebben gebeld. Wat kan jou dat schelen? Je kunt je beter zorgen maken over de uitspraak.' Toen kwam rechter Keyes naar buiten en ging zitten. Hij knikte tegen de griffier, die de jury waarschuwde. Toen de twaalf naar binnen marcheerden, keek geen van hen Bosch aan, maar bijna iedereen staarde naar de man die naast Deborah Church zat.

'Nogmaals, mensen,' begon de rechter, 'door een probleem met haar planning kon mevrouw Chandler niet komen. Meneer Daly, een prima advocaat, is bereid gevonden om haar te vervangen. Ik heb van de bode begrepen dat u tot een uitspraak bent gekomen.' Enkele van de twaalf hoofden knikten. Bosch zag eindelijk iemand naar hem kijken. Maar hij keek meteen weer de andere kant op. Bosch voelde zijn hart bonzen en hij wist niet zeker of dat kwam doordat de uitspraak op handen was of door de verdwijning van Honey Chandler. Of allebei. 'Mag ik de stukken met de uitspraak, alstublieft?' De voorzitter van de jury gaf een dun stapeltje papier aan de bode, die het aan de griffier doorgaf, die het aan de rechter gaf. Het was ondraaglijk om aan te zien. De rechter moest nog een leesbril opzetten en nam toen de tijd om de stukken te bestuderen. Uiteindelijk gaf hij de stukken aan de griffier terug en zei: 'Maak de uitspraak bekend.' De griffier repeteerde de tekst eerst in stilte en begon toen. 'In de bovengenoemde zaak over de vraag of gedaagde Hieronymus Bosch Norman Church van zijn burgerrecht van bescherming tegen onwettige huiszoeking en arrestatie heeft beroofd, oordelen wij in het voordeel van de eiseres.'

Bosch vertrok geen spier. Hij keek de zaal in en zag dat alle juryleden nu naar hem keken. Zijn blik ging naar Deborah Church en hij zag dat ze de arm van de man naast haar greep, ook al kende ze die niet, en lachte. Ze keek triomfantelijk lachend naar Bosch, toen Belk zijn arm beetpakte. 'Geen zorgen,' fluisterde hij. 'Het gaat om de schadevergoeding.'

De griffier ging door met lezen.

'De jury kent hierbij de eiseres ter compensatie een schadevergoeding toe van het bedrag van één dollar.'

Bosch hoorde Belk uitgelaten 'Yes!' fluisteren.

'Met betrekking tot een strafschadevergoeding, kent de jury eiseres het bedrag toe van één dollar.'

Belk fluisterde het opnieuw, maar deze keer zo hard dat het ook op de tribune te horen was. Bosch keek naar Deborah Church en zag hoe de triomf uit haar lach en het leven uit haar ogen verdwenen. Het kwam Bosch allemaal nogal surrealistisch voor, alsof hij toeschouwer was bij een toneelstuk maar tussen de acteurs op het toneel stond. De uitspraak liet hem koud. Hij zat alleen maar naar iedereen te kijken. Rechter Keyes begon zijn bedankje voor de jury en zei dat ze hun grondwettelijke plichten hadden vervuld en dat ze er trots op konden zijn dat ze hadden gediend en dat ze Amerikaan waren. Bosch draaide de knop om en zat voor zich uit te staren. Hij moest aan Sylvia denken en wou dat hij haar dat kon vertellen.

De rechter sloeg de hamer neer en de jury liep voor de laatste keer in ganzepas de rechtszaal uit. Toen stond hij op uit de rechtersstoel en

Bosch vond dat hij er geïrriteerd uitzag.

'Harry,' zei Belk. 'Dit is een hartstikke goeie uitspraak.'

'Is dat zo? Ik weet het niet.'

'Nou ja, het is een gemengde uitspraak. Maar de jury heeft uiteindelijk gezegd wat wij al hadden toegegeven. We zeiden dat je fouten had gemaakt door zo naar binnen te gaan, maar datje daar al door je korps voor was berispt. De jury vond dat je volgens de wet de deur niet had mogen intrappen. Maar door slechts twee dollar toe te kennen, zeiden ze dat ze je geloven. Church was degene die een verdachte beweging maakte. En Church was de Poppenmaker.'

Hij gaf Bosch een schouderklopje. Hij zat waarschijnlijk op een bedankje van Harry te wachten, maar dat kwam niet. 'En Chandler dan?'

'Tja, daar zit 'm de kneep, zo te zeggen. De jury heeft ten gunste van de eiseres geoordeeld, dus moeten we haar rekening betalen. Ze zal waarschijnlijk om honderdtachtig vragen, misschien tweehonderd. We komen waarschijnlijk uit op negentig. Dat is niet slecht, Harry. Helemaal niet slecht.'

'Ik moet ervandoor.'

Bosch stond op en baande zich een weg door een hoop mensen en verslaggevers om uit de rechtszaal te komen. Hij liep snel naar de roltrap en begon in zijn pakje te zoeken naar zijn laatste sigaret. Bremmer stapte achter hem de trap op, met zijn notitieblok in de aanslag.

'Gefeliciteerd, Harry,' zei hij.

Bosch keek om. De verslaggever leek het te menen.

'Waarmee? Ze zeggen dat ik een soort van wetsverkrachter ben.'

'Ja, maar je komt er maar twee dollar lichter vanaf. Dat is niet slecht.'

'Nou ja...'

'Ja, heb je nog commentaar? Ik neem aan dat wetsverkrachter onder ons was, of niet?'

'Ja, liever wel. Eh, luister, laat me er even over nadenken. Ik moet ervandoor maar ik bel je nog wel. Waarom ga je niet met Belk praten? Hij moet zijn naam ook in de krant krijgen.'

Buiten stak hij de sigaret op en haalde de portofoon uit zijn zak.

'Edgar, luister je?'

'Hier.'

'Hoe is het?'

'Je kunt maar beter komen, Harry. Het is hier een complete kermis.' Bosch gooide de sigaret in de asbak.

Ze hadden het niet goed geheimgehouden. Tegen de tijd dat Bosch bij het huis aan Carmelina kwam, cirkelde er al een nieuwshelikopter in de lucht en stonden er twee andere omroepen beneden. Het zou niet lang meer duren voordat het een compleet circus was. De zaak had twee grote trekkers: de Volgeling en Honey Chandler.

Bosch moest twee huizen verderop parkeren vanwege alle officiële auto's en busjes die aan weerszijden van de straat stonden. Parkeeragen- ten begonnen net met het neerzetten van knipperlichten en de straat voor verkeer af te sluiten.

Het pand was afgezet met gele plastic politielinten. Bosch tekende het logboek van een geüniformeerde agent bij het lint en dook eronderdoor. Het was een huis met twee verdiepingen, in de Bauhaus-stijl, gelegen op een heuvel. Van buitenaf kon Bosch al zien dat je vanuit de kamerhoge vensters in de bovenste kamers een geweldig uitzicht had op de vlakte beneden. Hij telde twee schoorstenen. Het was een leuk huis in een leuke buurt vol leuke advocaten en UCLA-docenten. Maar nu niet meer, dacht hij. Hij wou dat hij een sigaret had toen hij naar binnen ging. Edgar stond in de betegelde hal. Hij praatte in een draagbare telefoon en het leek erop dat hij de PR-unit opdracht gaf om mensen te sturen om de boel te regelen. Hij zag Bosch en wees naar de trap die omhoog leidde. De trap zat links naast de ingang en Bosch ging naar boven. Boven was een brede hal die langs vier deuren leidde. Er liep een groepje rechercheurs heen en weer bij de verste deur en af en toe keken ze naar binnen. Bosch liep erheen.

Op een bepaalde manier, wist Bosch, had hij zijn geest bijna als die van een psychopaat getraind. Als hij op de plek van een moord was, paste hij de psychologie van de objectificatie toe. Dode mensen waren geen mensen, maar objecten. Hij moest de lichamen als lijken beschouwen, als bewijsmateriaal. Het was de enige manier om ermee om te gaan en het werk te klaren. Het was de enige manier om te overleven. Zoiets was gemakkelijker om te zeggen of te bedenken, dan om te doen, natuurlijk. Vaak lukte het Bosch niet.

Als lid van het oorspronkelijke Poppenmaker-team had hij de laatste zes van de slachtoffers gezien die aan de seriemoordenaar waren toegeschreven. Hij zag ze 'ter plaatse' zoals dat werd genoemd, in de staat waarin ze waren gevonden. Geen van allen was gemakkelijk. De slachtoffers hadden zoiets hulpeloos dat het zijn beste pogingen tot objectificatie deed stranden. En de wetenschap dat ze van de straat kwamen, maakte het alleen nog maar erger. Het was alsof de foltering die ieder slachtoffer had moeten ondergaan van de moordenaar, slechts de laatste was in een leven vol vernederingen.

Nu keek hij neer op het naakte, verminkte lichaam van Honey Chandler en er was geen enkel psychologisch trucje waarmee hij kon voorkomen dat de verschrikking die hij zag, zich in zijn ziel brandde. Voor het eerst in zijn loopbaan als rechercheur bij Moordzaken wilde hij zijn ogen sluiten en weglopen.

Maar hij deed het niet. Hij stond tussen de andere mannen die er met dode ogen en nonchalante poses naar stonden te kijken. Het was net een club van seriemoordenaars. Op de een of andere manier moest hij aan het spelletje bridge in San Quentin denken, waar Locke het over had gehad. Een viertal psychopaten rond een tafel, samen meer moorden op hun geweten dan er kaarten op tafel lagen.

Chandler lag met haar gezicht naar boven en met haar armen gestrekt naar opzij. Haar gezicht was fel beschilderd met make-up, die de paarsige verkleuring die van haar nek naar boven liep, aan het oog onttrok. Een leren riem, van een handtas afgesneden die op de grond gesmeten lag, was om haar hals geknoopt, met een knoop rechts die met de linkerhand leek dichtgetrokken. Net als bij de vorige zaken had de moordenaar alle gebruikte boeien en de mondprop meegenomen.

Maar er was iets dat buiten het programma viel. Bosch zag dat de Volgeling aan het improviseren was geslagen nu hij niet langer onder de dekmantel van de Poppenmaker opereerde. Overal op Chandlers lichaam zaten brandplekken van sigaretten en beetplekken. Sommige plekken hadden gebloed en andere waren paars gekneusd, een teken dat de foltering had plaatsgevonden toen ze nog leefde.

Rollenberger was in de kamer en stond orders uit te delen, zelfs aan de fotograaf over uit welke hoek hij de foto wilde. Nixon en Johnson waren ook in de kamer. Bosch bedacht, zoals Chandler waarschijnlijk ook had beseft, dat het de ultieme vernedering was dat haar naakte lichaam urenlang tentoongespreid lag voor mannen die haar tijdens haar leven hadden veracht. Nixon keek op, zag Bosch in de gang en kwam uit de kamer. 'Harry, hoe kwam je erop dat zij het was?'

'Ze was vandaag niet komen opdagen in de rechtszaal. Het leek me de moeite waard om het na te trekken. Dus zij was de blonde. Jammer dat ik het niet meteen doorhad.' 'Ja.'

'Heb je al een TVO?'

'Ja, een schatting. De man van de patholoog zegt dat het tijdstip van overlijden minstens achtenveertig uur geleden was.'

Bosch knikte. Dat hield in dat ze al dood was voordat hij de brief had gevonden. Dat maakte het wat draaglijker. 'Heb je nog iets over Locke gehoord?' 'Noppes.'

'Zijn jij en Johnson hiermee bezig?'

'Ja, Hans Worst heeft ons erop gezet. Edgar heeft het ontdekt, maar hij is de eerste man voor de zaak van vorige week. Ik weet dat het jouw ingeving was, maar ik geloof dat Hans Worst dacht dat je het met de rechtszaak en zo...'

'Maakt niet uit. Wat wil je dat ik doe?' 'Zeg jij het maar. Wat wil jij?'

ik wil hierbuiten blijven. Ik mocht haar wel niet, maar toch mocht ik haar, als je begrijpt wat ik bedoel.'

'Ja. Tja, dit is nogal wat. Heb je al gezien dat hij verandert? Hij bijt nu. En brandt.'

'Ja, dat heb ik gezien. Is er verder nog nieuws?' 'Niet dat we weten.'

ik ga even kijken in de rest van het huis. Is het al schoon?' 'We hebben nog geen tijd gehad om te stofzuigen. Neem maar even een kijkje, met handschoenen aan, en laat me weten watje vindt.' Bosch ging naar een van de dozen met spullen die tegen de muur stonden in de hal en trok een stel plastic handschoenen uit een doos. Irving liep hem zonder een woord te zeggen op de trap voorbij en ze keken elkaar nauwelijks een seconde in de ogen. Toen hij beneden bij de ingang kwam, zag hij twee adjunct-korpschefs op de stoep staan. Ze stonden niets te doen, maar zorgden ervoor dat ze serieus en bezorgd zouden overkomen op de tv-beelden. Bosch zag dat de groep verslaggevers en cameramensen bij het plastic lint stilaan groeide. Hij keek rond en vond Chandlers bureau in een kleine kamer naast de woonkamer. Twee van de muren bestonden uit ingebouwde boekenkasten, vol met boeken. De kamer had één raam, dat uitzicht gaf op de commotie aan de rand van het gazon. Hij deed de handschoenen aan en begon de laden van het bureau te doorzoeken. Hij vond niet wat hij zocht, maar hij kon zien dat er al iemand anders het bureau had doorzocht. Er lagen dingen overhoop in de laden, stukken uit dossiers lagen her en der verspreid. Het was allemaal niet zo netjes als Chandler haar spullen op de tafel van de eisende partij had geordend.

Hij keek onder de bureaumat. Daar lag de brief van de Volgeling niet. Er lagen twee boeken op tafel, het juridisch woordenboek van Black en het Californisch wetboek van strafrecht. Hij bladerde door beide boeken, maar er zat geen brief tussen. Hij ging in de zwarte, leren stoel zitten en keek naar de twee wanden met boeken.

Hij schatte dat het een uur of twee zou kosten om in alle boeken te zoeken, en dan vond hij de brief misschien nog niet. Toen viel zijn oog op de gerafelde groene rug van een boek op de tweede plank van boven, vlak bij het raam. Hij herkende het boek. Het was het boek waaruit Chandler iets had voorgelezen tijdens haar pleidooi. De marmeren faun. Hij stond op en haalde het boek van de plank.

De brief zat erin, opgevouwen midden in het boek. De envelop zat er ook in. En Bosch wist meteen dat hij gelijk had gehad. De brief was een kopie van de brief die afgelopen maandag, de dag van de opening van het proces, op het politiebureau was afgegeven. Wat er anders aan deze brief was, was de envelop. Hij was niet persoonlijk bezorgd. Hij was op de post gedaan. Op de envelop zat een postzegel, die op de zaterdag voor de inleiding in Van Nuys was afgestempeld.

Bosch keek naar het stempel en wist dat het onmogelijk was om iets met de brief te doen. Er zouden talloze vingerafdrukken op staan van de postmedewerkers die hem in handen hadden gehad. Hij besloot dat de brief weinig waarde had als bewijsmateriaal.

Hij liep de werkkamer uit en hield de brief en de envelop bij een punt beet met de handschoenen. Hij moest naar boven om een technisch medewerker te zoeken, met de waardezakken waar ze in moesten. Hij keek door de deuropening van de slaapkamer naar binnen en zag de medewerker van de patholoog-anatoom en twee brancardiers een plastic zak op een brancard leggen. De openbare uitstalling van Honey Chandlers lichaam liep ten einde. Bosch deed een pas achteruit om niet te hoeven kijken. Edgar kwam naar hem toe nadat hij de brief had gelezen die de medewerker aan het labellen was.

'Hij heeft haar dezelfde brief gestuurd? Waarom?' 'Hij wilde zeker zorgen dat wij de brief die hij ons had bezorgd, niet geheim zouden houden. Als dat gebeurde, wist hij zeker dat zij ermee op de proppen zou komen.'

'Als ze die brief de hele tijd al had, waarom kwam ze dan met een dagvaarding voor die van ons? Ze had deze brief toch voor de rechtbank kunnen laten zien.'

'Misschien dacht ze dat ze meer aan onze brief zou hebben. Omdat ze de politie dwong die te overhandigen, leek de brief legitiemer in de ogen van de jury. Als ze haar eigen kopie had gepresenteerd, had mijn advocaat ertegen in verweer kunnen komen. Ik weet het ook niet. Ik zeg maar wat.' Edgar knikte.

'Trouwens,' zei Bosch, 'hoe ben je hier binnengekomen?'

'De voordeur was niet op slot. Geen krasje op het slot of andere sporen van inbraak.'

'De Volgeling kwam hierlangs en ze heeft hem binnengelaten... Ze is niet door hem gelokt. Er is iets raars aan de hand. Hij is aan het veranderen. Hij is gaan bijten en branden. Hij is fouten aan het maken. Er zit hem iets dwars. Waarom zou hij haar te grazen nemen, in plaats van zich te houden aan zijn patroon van het selecteren van slachtoffers via de seksbladen?' 'Jammer dat Locke onze verdachte is, verdomme. Het zou mooi zijn hem te vragen wat dit allemaal betekent.'

'Rechercheur Harry Bosch!' riep een stem van beneden. 'Harry Bosch!' Bosch liep naar het trapgat en keek naar beneden. Een jonge geüniformeerde agent, de man die bijhield wie er aanwezig was op de locatie, stond in de hal naar boven te kijken.

'Er staat iemand bij het lint die erdoor wil. Hij zegt dat hij een zieleknijper is die met u samenwerkt.'

Bosch keek Edgar aan. Hun blikken ontmoetten elkaar. Hij keek weer naar de agent. 'Hoe heet hij?'

De agent keek op zijn klembord en las voor: 'John Locke, van USC.' 'Stuur hem maar naar binnen.'

Bosch begon de trap af te lopen en wenkte Edgar met zijn hand. Hij zei: ik neem hem mee naar haar kantoor. Zeg maar tegen Hans Worst dat hij beneden moet komen.'

Bosch zei tegen Locke dat hij in de stoel achter het bureau plaats kon nemen. Hij bleef zelf liever staan. Door het raam achter de psycholoog zag Bosch de verzamelde pers samenklonteren voor een briefing van een perswoordvoerder.

'Niets aanraken,' zei Bosch. 'Wat doet u hier?'

'Ik ben meteen gekomen toen ik het hoorde,' zei Locke. 'Maar je had toch gezegd dat jullie de verdachte in de gaten hielden?' 'Dat was ook zo. Het was alleen de verkeerde. Hoe bent u erachter gekomen.'

'Het is overal op de radio. Ik hoorde het toen ik de stad in kwam rijden en ben meteen gekomen. Ze zeiden het exacte adres niet, maar toen ik in Carmelina kwam, was het niet moeilijk te vinden. Ik kon gewoon de helikopters volgen.'

Edgar glipte de kamer binnen en deed de deur dicht. 'Rechercheur Jerry Edgar, dit is dokter John Locke.' Edgar knikte, maar stak zijn hand niet uit. Hij bleef tegen de deur geleund staan.

'Waar hebt u gezeten? We proberen u sinds gisteren al te pakken te krijgen.' 'Vegas.'

'Vegas? Waarom zat u in Vegas?'

'Wat dacht je, om te gokken. Ik speel met het idee een boek te schrijven over de legale prostituées die werken in de stadjes ten noorden van... Zeg, zitten we onze tijd niet te verdoen? Ik wil het lichaam graag ter plaatse zien. Dan kan ik je er mijn visie op geven.' 'Het lichaam is al weggehaald, dokter,' zei Edgar. 'Is dat zo? Verdomme. Misschien kan ik een kijkje op de plek nemen. 'Er zijn al te veel mensen boven op het moment,' zei Bosch. 'Later misschien. Wat zegt u van bijtwonden? Brandwonden van een sigaret?' 'Bedoel je dat je die deze keer hebt gevonden?'

'Plus dat het geen grietje uit de pornobladen was,' voegde Edgar toe. 'Hij is hierheen gekomen, zij is niet naar hem toe gegaan.'

'Hij is in hoog tempo aan het veranderen. Het lijkt erop dat hij helemaal desintegreert. Of dat hij wordt gedreven door een onbekend motief, een onbekende aandrang.'

'Zoals?'

'Dat weet ik niet.'

'We hebben u proberen te bellen in Vegas. U had niet ingecheckt.'

'O, de Stardust? Ja, toen ik aankwam zag ik dat het nieuwe MGM net was geopend en ben ik gaan kijken of ze daar een kamer hadden. Dat was zo. Ik heb daar overnacht.'

'Was er iemand bij u?' vroeg Bosch.

'De hele tijd?' voegde Edgar toe.

Locke leek van zijn stuk gebracht.

'Wat is er...'

Hij begreep het ineens. Hij schudde zijn hoofd.

'Harry, maak je een geintje?'

'Nee. U wel, door hierheen te komen?'

ik geloof datje...'

'Nee, geen antwoord geven. Luister, het is waarschijnlijk beter als u uw rechten kent voordat we doorgaan. Jerry, heb jij een kaartje?' Edgar haalde zijn portemonnaie tevoorschijn en haalde er een wit plastic kaartje uit met een voorgedrukte tekst, bestemd voor arrestaties. Hij las de tekst voor aan Locke. Zowel Bosch als Edgar kende de waarschuwing uit het hoofd, maar in een memorandum van het bureau dat samen met het kaartje was verstrekt, stond dat het 't beste was om de tekst van het kaartje af te lezen. Daardoor kon een advocaat van de verdediging moeilijk later voor de rechtbank beweren dat de politie zijn cliënt niet goed had geïnformeerd over zijn rechten.

Terwijl Edgar het kaartje voorlas, keek Bosch uit het raam naar de grote hoop verslaggevers die om een van de adjunct-korpschefs stond. Hij zag dat Bremmer er ook was. Maar wat de adjunct-korpschef zei kon niet erg belangrijk zijn, want de journalist stond helemaal niets op te schrijven. Hij stond aan de rand van het clubje te roken. Hij zat waarschijnlijk te wachten op de echte informatie van de grote jongens, Irving en Rollenberger.

'Ben ik gearresteerd?' vroeg Locke toen Edgar klaar was. 'Nog niet,' zei Edgar.

'We moeten even een paar zaken ophelderen,' zei Bosch, ik baal hier ontzettend van.'

'Dat begrijp ik. Goed, wilt u vertellen hoe het zit met die reis naar Vegas? Was er nog iemand bij u?'

'Vanaf vrijdag zes uur tot het moment dat ik tien minuten geleden hier in de straat uit mijn auto stapte, is er elke minuut van de dag iemand bij me geweest, behalve als ik naar de wc was. Dit is belache...' 'En wie is die persoon?'

'Een vriendin van mij. Ze heet Melissa Mencken.'

Bosch herinnerde zich de jonge vrouw die Melissa heette, op het kantoor

van Locke.

'Die studente kinderpsychologie? Van uw kantoor? Die blonde?' 'Dat klopt,' zei Locke aarzelend.

'En zij zal ons vertellen dat jullie de hele tijd bij elkaar zijn geweest? Dezelfde kamer, hetzelfde hotel, alles samen?'

'Ja. Dat zal ze bevestigen. We kwamen net terug toen we dit op de radio hoorden. KFWB. Ze zit buiten in de auto op me te wachten. Ga maar met haar praten.' 'Wat voor auto?'

'Het is een blauwe Jaguar. Luister, Harry, ga maar met haar praten en helder deze toestand op. Als jij je mond erover houdt dat ik met een studente op pad ben geweest, zal ik me stilhouden over deze... dit verhoor.'

'Dit is geen verhoor, dokter. Geloof me, als we u zouden verhoren, praatte u heel anders.'

Hij knikte naar Edgar, die de deur uitglipte om de Jaguar te zoeken. Toen ze alleen waren, trok Bosch een stoel met een hoge rugleuning bij de muur weg en ging hij voor het bureau zitten wachten.

'Wat is er met die verdachte gebeurd die jullie aan het volgen waren, Harry?'

'Dat hebben we gedaan.' 'Wat bedoel je daar...' 'Laat maar.'

Ze zaten bijna vijf minuten zwijgend bij elkaar, tot Edgar zijn hoofd naar binnen stak en Bosch wenkte dat hij moest komen. 'Het klopt, Harry. Ik heb met het meisje gepraat en ze vertelt precies hetzelfde. Er lagen ook creditcardbonnen in de auto. Ze hebben zaterdag om drie uur ingecheckt in het MGM. Er lag ook een bon van een benzinepomp in Victorville, met de tijd erop. Zaterdag, negen uur 's morgens. Victorville ligt zo'n uur rijden hiervandaan. Het lijkt erop dat ze op weg waren toen Chandler is vermoord. Bovendien zegt die meid dat ze ook vrijdagavond nog samen bij hem thuis waren. We kunnen nog meer gaan uitzoeken, maar ik denk dat hij ons de waarheid vertelt.' 'Tja...' zei Bosch, maar hij maakte de gedachte niet af. 'Ga maar naar boven en vertel ze dat hij oké lijkt. Ik wil hem even boven laten kijken, als hij dat nog wil.' 'Komt voor mekaar.'

Bosch ging de werkkamer weer in. Hij ging op de stoel voor het bureau zitten. Locke keek hem onderzoekend aan.

'En?'

'Ze is te bang, Locke. Ze doet niet mee. Ze heeft ons de waarheid verteld.' 'Waar heb je het godverdomme over?' schreeuwde Locke. Nu keek Bosch hem onderzoekend aan. De verbazing op zijn gezicht, zijn totale angst was te oprecht. Nu wist Bosch het zeker. Het speet hem, maar tegelijkertijd had hij een pervers gevoel van macht, dat hij Locke in de luren had gelegd.

'U gaat vrijuit, dokter Locke. Ik moest het even zeker weten. Alleen in de film komt de crimineel terug naar de plaats van het delict.' Locke haalde diep adem en boog zijn hoofd. Bosch vond dat hij eruitzag als een automobilist die aan de kant van de weg was gaan staan nadat hij op een haar na een frontale botsing had gehad met een vrachtwagen. 'Godverdejezus, Bosch, ik had eventjes allemaal boze dromen, man.' Bosch knikte. Hij wist alles van boze dromen.

'Edgar is boven de boel aan het gladstrijken. Hij vraagt de inspecteur of u naar boven mag om uw visie op het tafereel te geven. Als u dat nog steeds wilt.'

'Uitstekend,' zei hij, maar er klonk weinig opwinding in zijn stem. Daarna zaten ze zwijgend bij elkaar. Bosch haalde zijn sigaretten tevoorschijn, maar het pakje was leeg. Hij deed het weer in zijn zak, om geen vals bewijsmateriaal in de prullenbak achter te laten. Hij had geen zin meer om met Locke te praten. Hij keek langs hem heen uit het raam naar de activiteiten op straat. Het mediacontingent was na de briefing uiteengevallen. Nu stonden er een paar verslaggevers van de tv opnames te maken tegen de achtergrond van het 'huis des doods'. Bosch zag dat Bremmer de buren van de overkant stond te interviewen en koortsachtig in zijn boekje schreef. Edgar kwam binnen en zei: 'We zijn boven klaar voor hem.' Bosch bleef uit het raam kijken en zei: 'Jerry, kun jij hem naar boven brengen? Ik bedenk ineens dat ik nog iets moet doen.' Locke ging staan en keek de twee rechercheurs aan. 'Krijg de klere,' zei hij. 'Allebei. Krijg de klere... Goed, dat moest ik even kwijt. Laten we het verder vergeten en aan het werk gaan.' Hij liep door de kamer naar Edgar. Bosch hield hem bij de deur tegen. 'Dokter Locke?' Hij draaide zich om naar Bosch.

'Als we die gast pakken, dan wil hij zich vast verkneukelen, of niet?' Locke dacht even na en zei: 'Ja, hij zal heel tevreden met zichzelf zijn, met wat hij heeft bereikt. Dat kan weieens het moeilijkst voor hem zijn, om zich in te houden, terwijl hij weet dat dat moet. Hij zal zich vast verkneukelen.'

Ze gingen de kamer uit en Bosch bleef nog een paar minuten uit het raam zitten kijken, voordat hij opstond.

Een paar van de journalisten die wisten wie hij was, drukten zich tegen het gele lint en begonnen vragen te roepen toen hij naar buiten kwam. Hij dook onder het lint door en zei dat hij geen commentaar had en dat commissaris Irving zo naar buiten kwam. Dat leek hen tijdelijk tevreden te stellen en hij liep de straat in op weg naar zijn wagen. Hij wist dat Bremmer een meester in de omtrekkende beweging was. Hij liet de meute altijd mooi zijn gang gaan, maar dan kwam hij later, in zijn eentje, na een omweg, om zijn slag te slaan. Bosch kreeg gelijk. Bremmer dook op bij de auto.

'Ga je al pleite, Harry?'

'Nee, ik moet alleen even iets pakken.'

'Nogal erg daarbinnen?'

'Is dit onder ons of voor de krant?'

'Wat je wilt.'

Bosch deed de deur van de auto open.

'Onder ons, ja, het is nogal erg daarbinnen. Voor de krant, geen commentaar.'

Hij leunde naar binnen en deed alsof hij druk in het handschoenenkastje zocht, maar niet vond wat hij zocht.

'Hoe noemen jullie die gast trouwens? Ik bedoel, aangezien de naam Poppenmaker al vergeven is.' Bosch kwam weer naar buiten.

'De Volgeling. En dat is ook onder ons gezegd. Vraag het maar aan Irving.' 'Pakkend.'

'Ja, ik dacht wel dat de journalisten dat zouden vreten.'

Bosch haalde het lege sigarettenpakje uit zijn zak, verfrommelde het en gooide het in de auto. Hij sloeg het portier dicht.

'Geef me eens een peuk, alsjeblieft.'

'Tuurlijk.'

Bremmer haalde een pakje Marlboro van vijfentwintig uit zijn jack en schudde er eentje uit voor Bosch. Toen gaf hij hem een vuurtje met een Zippo. Met zijn linkerhand.

'Wat leven we toch in een verdomde stad, Harry, vind je niet?' 'Ja. Wat een stad...'