TWEEËNTWINTIG

Bosch zag er verkreukeld en afgepeigerd uit toen hij op vrijdagochtend de rechtszaal binnenkwam. Belk zat er al en krabbelde op zijn schrijfblok. Hij keek op en keurde Bosch toen hij ging zitten. 'Je ziet er strontberoerd uit en stinkt als een asemmer. En de jury weet dat je dat pak en die das gisteren ook al aan had.' 'Een duidelijk teken van mijn schuld.'

'Doe niet zo lollig. Je weet maar nooit wat de keuze van een jurylid bepaalt.'

'Wat kan mij dat nou schelen. Bovendien ben jij degene die er vandaag knap op moet staan, Belk.'

Dit was geen bemoedigende opmerking voor een man die minstens vijfendertig kilo te zwaar was en bij wie elke keer als de rechter hem aankeek, het angstzweet uitbrak.

'Hoezo, het kan jou niets schelen? Alles staat vandaag op het spel en je komt hier binnenwalsen alsof je in je auto hebt liggen pitten en zegt dat het je niks kan schelen.'

'Ik ben rustig, Belk. Ik noem het Zen en de kunst van het-kan-mijn-reet- roesten.'

'Waarom nu, Bosch, als ik twee weken geleden een schikking met vier nullen had kunnen treffen?'

'Omdat ik nu besef dat er belangrijker dingen zijn dan wat twaalf van mijn zogenaamde gelijken denken. Zelfs als ze me als gelijken volkomen zouden negeren op straat.'

Belk keek op zijn horloge en zei: 'Laat me met rust, Bosch. We beginnen over tien minuten en ik wil er klaar voor zijn. Ik ben nog steeds met mijn pleidooi bezig. Ik ga het nog korter maken dan Keyes heeft verordonneerd.'

Eerder in het proces had de rechter bepaald dat de pleidooien niet langer mochten zijn dan een halfuur voor elke partij. De tijd was als volgt verdeeld: de eisende partij, in de persoon van Chandler, mocht een betoog van twintig minuten houden, gevolgd door de advocaat van de gedaagde, Belk, die een vol halfuur voor zijn verhaal had. De eiser zou dan de laatste tien minuten krijgen. Chandler had dus het eerste en het laatste woord, nog zo'n teken, vond Bosch, dat het systeem in zijn nadeel werkte. Bosch keek naar de tafel van de tegenpartij en zag Deborah Church daar alleen zitten, met haar blik strak naar voren gericht. De twee dochters zaten op de eerste rij van de tribune achter haar. Chandler was er niet, maar er lagen dossiermappen en schrijfblokken op tafel. Ze was in de buurt.

'Werk jij maar aan je speech,' zei hij tegen Belk. ik laat je wel met rust.' 'Kom niet te laat terug. Niet weer, alsjeblieft.'

Zoals hij al hoopte, stond Chandler buiten bij het beeld te roken. Ze wierp hem een kille blik toe, zei niets, en ging enkele passen bij de asbak vandaan om hem te negeren. Ze had haar blauwe pakje aan, waarschijnlijk haar geluksoutfit, en de losse haarlok uit haar vlecht hing weer in haar nek.

'Aan het repeteren?' vroeg Bosch.

ik hoef niet te repeteren. Dit is het makkelijke gedeelte.'

'Lijkt me ook.'

'Hoe bedoel je?'

'Nouja. Ik neem aan datje tijdens je pleidooi minder gebonden bent aan de wet. Minder regels voor wat je wel en niet mag zeggen. Je voelt je vast in je element.' 'Dat heb je goed gezien.'

Meer zei ze niet. Geen aanwijzing dat ze wist dat haar afspraak met Edgar ontdekt was. Bosch had daarop gerekend toen hij bedacht wat hij tegen haar zou zeggen. Toen hij uit zijn korte slaap was ontwaakt, had hij de gebeurtenissen van de vorige avond met een helder hoofd en een frisse blik bekeken, en iets gezien wat hij eerst had gemist. Nu wilde hij haar verschalken. Hij had een schijnbeweging gemaakt. Nu ging hij recht op het doel af.

'Als dit voorbij is,' zei hij, 'wil ik de brief graag.' 'Welke brief?'

'De brief die de volgeling je heeft gestuurd.'

Even trok er een schok over haar gezicht, en toen was die al weer uitgewist door de onverschillige uitdrukking die ze hem gewoonlijk toonde. Maar ze was niet snel genoeg geweest. Hij had de blik in haar ogen gezien. Ze rook gevaar. Hij wist dat hij haar te pakken had. 'Het is bewijsmateriaal,' zei hij.

ik weet niet waar je het over hebt, rechercheur Bosch. Ik moet weer naar binnen.'

Ze drukte een half opgerookte sigaret met lippenstift op het filter uit in de asbak en deed twee passen richting deur.

'Ik weet het van Edgar. Ik heb je gisteravond met hem gezien.'

Dat deed haar verstarren. Ze draaide zich om en keek hem aan.

'De Hung Jury. Een Bloody Mary aan de bar.'

Ze wikte haar reactie en zei toen: 'Wat hij je ook heeft verteld, het was vast en zeker bedoeld om zichzelf in een gunstig licht te stellen. Ik zou maar oppassen als je van plan bent om dit bekend te maken.' 'Ik ga helemaal niets bekendmaken... tenzij je me de brief niet geeft. Bewijsmateriaal van een misdrijf achterhouden is op zichzelf weer een misdrijf. Maar dat hoef ik je niet te vertellen.'

'Wat Edgar je over een brief heeft verteld, is gelogen. Ik heb hem niets over...'

'En hij heeft me niets over een brief verteld. Dat hoefde hij niet. Ik heb het zelf uitgepuzzeld. Je hebt hem maandag nadat het lijk was gevonden gebeld omdat jij er al vanaf wist en wist dat het iets met de Poppenmaker te maken had. Ik vroeg me af hoe dat kon, maar toen snapte ik het. We hebben een brief gekregen, maar dat was geheim tot de volgende dag. De enige die erachter kwam was Bremmer, maar in zijn verhaal stond dat je niet bereikbaar was voor commentaar. Dat kwam omdat je een afspraak had met Edgar. Hij zei dat je die middag naar het lijk informeerde. Je vroeg hem of we een brief hadden gehad. Dat was omdat jij een brief had gekregen, raadsvrouw. En die moet ik zien. Als hij anders is dan de brief die wij hebben gekregen, kan dat ons misschien helpen.' Ze keek op haar horloge en stak snel een nieuwe sigaret op. 'Ik kan voor een huiszoekingsbevel zorgen,' zei hij. Ze stootte een gemaakt lachje uit.

'Dat wil ik weieens zien. Ik wil weieens zien welke rechter in deze stad een huiszoekingsbevel tekent om de politie van Los Angeles mijn huis te laten doorzoeken, met deze zaak elke dag in de krant. Rechters zijn politieke dieren, rechercheur. Niemand wil een bevel tekenen en dan misschien de boot in gaan.'

'Ik dacht eigenlijk aan je kantoor. Maar bedankt datje me tenminste wilt vertellen waar hij ligt.'

De blik flitste weer even over haar gezicht. Ze had zich versproken en misschien was dat een even grote schok voor haar als wat ze had gezegd. Ze drukte de sigaret na twee trekjes uit in het zand. Tommy Faraway zou ingenomen zijn als hij die later vond.

'De zitting begint over een minuut. Rechercheur, ik weet niets over een brief. Begrepen? Helemaal niets. Er is geen brief. Als je hier heisa over probeert te maken, maak ik je het leven nog veel zuurder.'

ik heb het niet tegen Belk gezegd en dat ga ik ook niet doen. Ik wil alleen die brief maar. Het heeft niets te maken met dit proces.' 'Dat kun jij makkelijk...'

'Dat kan ik makkelijk zeggen, omdat ik hem niet heb gelezen? Je maakt fouten, raadsvrouw. Je moet beter oppassen.' Ze negeerde dat en begon over iets anders.

'Nog iets, als je denkt dat mijn... eh, regeling met Edgar een grond is om het proces nietig te verklaren of om een klacht wegens wangedrag in te dienen, zul je merken dat je je goed vergist. Edgar stemde zonder enige provocatie van mijn kant in met onze verstandhouding. Hij was degene die met de suggestie kwam. Als je een klacht indient, klaag ik je aan wegens smaad en licht ik de pers in.'

Hij betwijfelde dat het op suggestie van Edgar was gebeurd, maar liet het lopen. Ze gaf hem haar dodelijkste blik, deed de deur open en verdween. Bosch rookte zijn sigaret op en hoopte dat zijn actie het tempo enigszins uit haar pleidooi zou halen. Maar hij was vooral tevreden dat hij een stilzwijgende bevestiging van zijn theorie had gekregen. De volgeling had haar een brief gestuurd.

De stilte die in de rechtszaal viel toen Chandler naar de katheder liep, was het soort spanning die heerst vlak voor de uitspraak. Ze begon met de plichtmatige bedankjes aan de juryleden voor hun geduld en hun oplettende aandacht voor deze zaak. Ze zei dat ze er volledig op vertrouwde dat ze een eerlijke overweging zouden maken voor een uitspraak.

In de processen die Bosch als rechercheur had meegemaakt, zeiden beide advocaten dit altijd tegen de jury. Hij vond het altijd een hoop gelul. De meeste jury's bestaan uit mensen die er zitten omdat ze geen zin hebben om naar de fabriek of naar kantoor te gaan. Maar als ze er eenmaal zitten, zijn de zaken te ingewikkeld, eng of saai en zitten ze de hele dag in de bank en proberen wakker te blijven tot de volgende pauze, wanneer ze weer een dosis suiker, cafeïne en nicotine kunnen scoren. Na die begroeting kwam Chandler snel ter zake. Ze zei: 'U zult zich herinneren dat ik hier op maandag voor u stond en u een wegenkaart gaf. Ik zei wat ik van plan was te bewijzen, wat ik moest bewijzen en nu staat u voor de taak om te beslissen of ik dat heb gedaan. Ik meen dat er voor u geen twijfel zal bestaan dat ik dat heb gedaan als u de getuigenverklaringen van deze week in acht neemt.

En over twijfel gesproken, de rechter zal u eraan herinneren, maar ik wil u ook nog eens uitleggen dat dit een civiele zaak is. Het is geen strafrechtelijke zaak. Het is geen Perry Mason of iets wat u op tv of in de film ziet. Om in een civiel proces de vordering van de eisende partij te honoreren, hoeft er slechts een overmacht aan bewijsmateriaal ten gunste van de eisende partij te bestaan. Wat houdt dat in, een overmacht? Dat houdt in dat het bewijsmateriaal dat voor de zaak van de eisende partij spreekt, zwaarder weegt dan de bewijzen ertegen. Een meerderheid. Dat kan een simpele meerderheid zijn, vijftig procent plus één.' Ze besteedde veel aandacht aan dit onderwerp omdat ze daar de zaak mee kon winnen of verliezen. Ze moest twaalf, dankzij de juryselectie gegarandeerd juridisch onbekwame, mensen verlossen van hun door de media geconditioneerde ideeën en opvattingen dat een zaak werd beslist op grond van redelijke twijfel of zonder ook maar de minste twijfel. Dat was zo in strafzaken. Maar dit was een civiele zaak. In een civiele zaak waren de zaken voor de gedaagde minder zwart-wit dan in een strafzaak. 'Stelt u zich het voor als een balans. De balans van het recht. En elk bewijsstuk of getuigenverklaring heeft een bepaald gewicht, dat afhangt van hoe u het beoordeelt. Aan de ene kant van de balans hangt de zaak van de eisende partij en aan de andere kant die van de gedaagde. Ik denk dat als u in de jurykamer hebt overlegd en het bewijs in deze zaak zorgvuldig hebt gewogen, er geen twijfel kan zijn dat de eindbalans in het voordeel van de eisende partij uitvalt. Als u besluit dat dit inderdaad het geval is, moet uw oordeel ten gunste van mevrouw Church uitvallen.' Nu de inleiding afgerond was, wist Bosch dat ze de rest aan moest scherpen, omdat de eisende partij een tweeledig argument aanvoerde, in de hoop dat ze tenminste een daarvan kon winnen. Het ene element was dat Norman Church dan misschien de Poppenmaker was, een monsterlijke seriemoordenaar, maar zelfs als dat zo was, waren de dingen die Bosch onder bescherming van zijn insigne had gedaan, zeker zo walgelijk en moesten die hem dus worden aangerekend. Het tweede element, iets wat zonder twijfel ongekende rijkdom zou opleveren als de jury het slikte, was dat Norman Church onschuldig was geweest en dat Church hem in koelen bloede had neergeknald, en zijn gezin daarmee van een liefhebbende echtgenoot en vader had beroofd.

'Het bewijsmateriaal dat deze week is gepresenteerd, wijst in de richting van twee mogelijke conclusies,' vertelde Chandler de jury. 'En dit zal uw moeilijkste taak zijn, om de mate van rechercheur Bosch' schuld vast te stellen. Het staat buiten kijf dat hij onbezonnen, roekeloos en zonder respect voor leven en veiligheid heeft gehandeld in de nacht waarop Norman Church werd gedood. Zijn gedrag was onvergeeflijk en iemand heeft dat met zijn leven moeten bekopen. Een gezin moest het met een echtgenoot en vader bekopen.

Maar u moet bovendien kijken naar de man die is gedood. Het bewijsmateriaal - van de videoband die duidelijk maakt dat er een alibi is voor een van de moorden die aan Norman Church worden toegedicht, en wellicht voor alle moorden, tot de getuigenverklaringen van zijn geliefden - zal u ervan overtuigen dat de politie de verkeerde te pakken had. Als dat niet voldoende is, zal rechercheur Bosch' eigen bevestiging onder ede duidelijk maken dat de moorden niet zijn gestopt, dat hij de verkeerde man had.'

Bosch zag dat Belk op zijn schrijfblok zat te pennen. Hopelijk noteerde hij alle dingen uit de verklaringen van Bosch en anderen die Chandler gemakshalve over het hoofd zag.

'Ten slotte,' zei ze, 'moet u verder kijken dan de man die gedood is en kijken naar degene die hem heeft vermoord.'

Vermoord, dacht Bosch. Het klonk zo verschrikkelijk als het naar hemzelf verwees. Hij herhaalde het woord in gedachten. Hij had iemand gedood. Hij had voor en na Church gedood, maar om een moordenaar te worden genoemd zonder enige verdere uitleg klonk vreselijk. Op dat moment besefte hij dat het hem toch wel iets kon schelen. Ondanks wat hij eerder tegen Belk had gezegd, wilde hij dat de jury haar goedkeuring verleende aan wat hij had gedaan. Hij wilde dat ze hem zeiden dat hij juist had gehandeld.

'Dit is een man,' zei ze, 'die zijn bloeddorst bij herhaling heeft getoond. Een cowboy die ook voor en na de gebeurtenis met de ongewapende meneer Church, heeft gedood. Iemand die eerst schiet en pas later naar bewijzen zoekt. Een man die een diepgewortelde reden had om een man te doden van wie hij dacht dat het een seriemoordenaar was die vrouwen vermoordde, vrouwen van de straat... zoals zijn eigen moeder.' Ze liet dat even inwerken terwijl ze deed alsof ze een paar punten op haar schrijfblok controleerde.

'Als u die kamer weer in gaat, moet u beslissen of dit het soort politieman is dat u in uw stad wilt. De politie wordt geacht een afspiegeling te zijn van de gemeenschap die zij beschermt. De agenten zouden het beste in ons moeten vertegenwoordigen. De vraag die u zich in uw afweging kunt stellen is: wat vertegenwoordigt Harry Bosch? Van welk deel van onze maatschappij is hij een afspiegeling? Als de antwoorden op deze vragen u niet verontrusten, kunt u een oordeel ten gunste van de gedaagde vellen. Als ze u wel verontrusten, als u denkt dat onze samenleving beter verdient dan de koelbloedige moord op een mogelijke verdachte, hebt u geen andere keus dan een oordeel te vellen ten gunste van de eiseres.' Chandler pauzeerde even om naar de tafel van de eisende partij te gaan en een glas water in te schenken. Belk leunde voorover naar Bosch en fluisterde: 'Niet slecht, maar ik heb haar weieens beter gezien... slechter ook wel, trouwens.'

'En die keer dat ze het slechter deed,' fluisterde Bosch terug, 'won ze toen?'

Belk keek op zijn schrijfblok, wat boekdelen sprak. Toen Chandler weer naar de katheder liep, leunde hij weer naar Bosch.

'Dit doet ze altijd. Nu gaat ze het over geld hebben. Als ze een glas water heeft gehaald, begint Money altijd over geld.'

Chandler schraapte haar keel en begon weer.

'U bent met zijn twaalven in een uitzonderlijke positie. U hebt de mogelijkheid om de maatschappij te veranderen. Niet veel mensen krijgen daar ooit de kans toe. Als u denkt dat rechercheur Bosch ongelijk had, in welke mate dan ook, en uw oordeel ten gunste van de eiseres uitvalt, zorgt u voor verandering, want u geeft daarmee een duidelijk signaal, een boodschap voor elke politieagent in deze stad. Van de hoofdcommissaris en de beleidmakers in het Parker Center, hier twee straten vandaan, tot iedere beginnende wijkagent op straat, zal de boodschap zijn dat wij niet willen dat jullie op die manier optreden. Als u zo'n oordeel geeft, moet u ook een financiële schadevergoeding vaststellen. Dat is geen ingewikkelde taak. Het meest ingewikkeld is het eerste gedeelte, de beslissing of rechercheur Bosch onjuist handelde of niet. De schadevergoeding kan alles zijn, van één dollar tot een miljoen of meer. Het maakt niet uit. Het is vooral de boodschap die telt. Want met de boodschap kunt u Norman Church gerechtigheid geven. U kunt zijn gezin gerechtigheid geven.' Bosch keek om en zag Bremmer tussen de andere verslaggevers op de tribune zitten. Bremmer glimlachte slinks en Bosch draaide zich weer om. De journalist had gelijk gehad over Money en het geld. Chandler liep naar de tafel van de tegenpartij, pakte een boek en liep ermee naar de katheder. Het was oud en had geen stofomslag, en er zaten scheuren in het groene gebonden linnen. Bosch meende dat hij een markering zag, waarschijnlijk een bibliotheekstempel, op de bovenrand van het boek.

'Ter afsluiting,' zei ze, 'wil ik u graag een vraag voorleggen die u zich wellicht stelt. Ik weet dat die vraag bij mij zou opkomen als ik in uw schoenen stond. En die is: hoe komt het dat we mensen als rechercheur Bosch bij de politie hebben? Ik heb niet de illusie dat we die vraag kunnen beantwoorden. Misschien herinnert u zich dat ik begin deze week Nietzsche citeerde. Ik las zijn woorden over de duistere plek die hij de afgrond noemde. Om hem te parafraseren, hij zei dat we moeten oppassen dat wie tegen monsters strijdt zelf geen monster wordt. In de huidige samenleving moet je constateren dat er monsters zijn, vele monsters. En dus is het niet moeilijk om je voor te stellen dat een politieman zelf een monster wordt.

Toen we hier gisteren klaar waren, ben ik 's avonds naar de bibliotheek gegaan.'

Ze wierp Bosch een blik toe toen ze dit zei, openlijk met de leugen te koop lopend. Hij beantwoordde haar blik en onderdrukte de neiging de andere kant op te kijken.

'En ik wil eindigen met iets wat ik vond bij Nathaniel Hawthorne, die over hetzelfde onderwerp heeft geschreven als waar we hier vandaag mee bezig zijn. Die gapende duisternis waarin iemand gemakkelijk aan de verkeerde kant terecht kan komen. In zijn boek De marmeren faun schreef Hawthorne: "De kloof was slechts een van de openingen van die duistere put die onder ons ligt... overal."

Dames en heren, wees zorgvuldig in uw overwegingen en blijf trouw aan uzelf. Dank u.'

Het was zo stil dat Bosch haar hakken op het tapijt kon horen toen ze naar haar plaats terugliep.

'Mensen,' zei rechter Keyes, 'we nemen vijftien minuten pauze en dan is meneer Belk aan de beurt.'

Toen ze opstonden voor de jury, fluisterde Belk: 'Niet te geloven dat ze het woord "opening" in haar pleidooi gebruikte.' Bosch keek hem aan. Belk leek opgewekt maar Bosch had door dat hij het eerste 't beste aangreep, het maakte niet uit wat, om zichzelf op te peppen en voor te bereiden op zijn beurt achter de katheder. Want Bosch wist dat wat Chandler ook had gezegd, het goed was. Erg goed. Toen hij naar de dikke zwetende man naast hem keek zonk de moed hem in de schoenen.

Bosch ging naar het beeld van vrouwe Justitia en rookte twee sigaretten in de pauze, maar Honey Chandler kwam niet naar buiten. Tommy Faraway kwam wel langs en klakte goedkeurend met zijn tong toen hij de bijna hele sigaret vond die zij eerder in de bak had uitgedrukt. Hij liep door zonder iets te zeggen. Bosch bedacht ineens dat hij Tommy Faraway nog nooit een van de peuken die hij uit het zand haalde, had zien roken.

Belk verraste Bosch met zijn pleidooi. Het was lang niet gek. Hij had alleen niet dezelfde klasse als Chandler. Zijn betoog was meer een reactie op dat van Chandler dan een op zichzelf staande verhandeling over Bosch' onschuld en de onredelijkheid van de beschuldigingen tegen hem. Hij zei dingen als: 'Bij alles wat mevrouw Chandler heeft gezegd over de twee mogelijke conclusies die u kunt trekken, is ze een derde mogelijkheid helemaal vergeten, namelijk dat rechercheur Bosch juist en wijs heeft gehandeld. En correct.'

Het scoorde een punt voor de verdediging, maar het was ook een impliciete bevestiging door de verdediging dat er twee conclusies mogelijk waren ten gunste van de eiseres. Belk zag dit niet, maar Bosch wel. De assistent-officier gaf de jury nu drie keuzes, in plaats van twee, maar er was nog steeds maar één keuze waarbij Bosch werd vrijgesproken. Een paar keer wilde hij Belk het liefst terug naar de tafel slepen om zijn tekst te herschrijven. Maar dat kon niet. Hij moest in elkaar duiken zoals in de tunnels in Vietnam, als bovengronds de bommen vielen, en hopen dat de boel niet instortte.

Het middelste gedeelte van Belks betoog betrof vooral het bewijsmateriaal dat Church in verband bracht met de negen moorden. Hij hamerde er herhaaldelijk op dat Church in dit verhaal het monster was, en niet Bosch, en dat het bewijsmateriaal dat bevestigde. Hij maande de juryleden dat het feit dat er nog steeds soortgelijke moorden werden gepleegd, niets te maken had met wat Church had gedaan en hoe Bosch in het appartement in Hyperion had gereageerd.

Ten slotte leek hij aan het eind nog op dreef te komen, meende Bosch. Er klonk oprechte boosheid in zijn stem toen hij Chandler aanviel op haar stelling dat Bosch roekeloos en zonder respect voor leven had gehandeld.

'De waarheid is dat leven het enige was waaraan rechercheur Bosch dacht toen hij door die deur ging. Zijn gedrag was gebaseerd op de veronderstelling dat er een andere vrouw, een ander slachtoffer binnen was. Rechercheur Bosch had maar één keus. En dat was door die deur gaan, de situatie veilig stellen en de consequenties aanvaarden. Norman Church liet het leven omdat hij bij herhaling weigerde de bevelen van een politieman op te volgen en zijn hand onder het kussen stak. Hij deed die zet, Bosch niet, en hij betaalde er de hoogste prijs voor. Maar denk eens aan Bosch in die situatie. Kun u zich in hem verplaatsen? Alleen? Bang? Iemand die zonder een spier te vertrekken zich in zo'n situatie stort, is een uniek persoon. Zo iemand noemt onze samenleving een held. Ik denk dat, als u naar de jurykamer teruggaat en de feiten in deze zaak - niet de beschuldigingen - zorgvuldig weegt, u tot dezelfde conclusie zult komen. Hartelijk bedankt.'

Bosch vond het niet te geloven dat Belk het woord 'held' in zijn pleidooi had gebruikt, maar besloot om dat niet tegen de gezette advocaat te zeggen toen die weer aan de tafel van de verdediging ging zitten. In plaats daarvan fluisterde hij: 'Goed gedaan. Bedankt.'

Chandler liep voor haar laatste termijn naar de katheder en beloofde het kort te houden. En dat deed ze.

'Het verschil in de opvattingen van de advocaten in deze zaak is duidelijk.

Hetzelfde contrast dat ligt tussen de woorden held en monster. Ik denk, zoals wij allemaal waarschijnlijk, dat de waarheid met betrekking tot deze zaak en rechercheur Bosch ergens in het midden ligt. Twee dingen ten slotte voordat u aan uw beraadslaging begint. Ten eerste wil ik u eraan herinneren dat beide partijen de gelegenheid hadden om de zaak in alle volledigheid te presenteren. Voor Norman Church hebben we zijn vrouw, een collega, een vriend zien getuigen over zijn karakter, over wat voor man hij was. De verdediging, daarentegen, koos ervoor om slechts één getuige op te voeren. Rechercheur Bosch. Niemand anders kwam op voor rechercheur...' 'Protest!' gilde Belk. '...Bosch.'

'Stop, mevrouw Chandler,' knalde rechter Keyes.

Het gezicht van de rechter werd vuurrood terwijl hij nadacht over hoe hij verder moest gaan.

'Eigenlijk zou ik de jury weg moeten sturen voor wat ik nu ga doen, maar ik ben van mening dat u als u met vuur wilt spelen, op de blaren moet zitten. Mevrouw Chandler, ik verklaar u schuldig aan belediging de rechtbank wegens deze ernstige beoordelingsfout. We praten later wel over sancties. Maar ik garandeer u dat het geen datum zal zijn om naar uit te zien.'

De rechter draaide zijn stoel in de richting van de jury en leunde voorover.

'Mensen, deze dame had dit niet mogen zeggen. U moet weten dat de verdediging niet verplicht is om iemand als getuige op te roepen. Of ze dat nu wel of niet doet, het zegt helemaal niets over de schuld dan wel onschuld in deze zaak. Mevrouw Chandler weet dit donders goed. Ze is een ervaren advocate en u kunt rustig aannemen dat ze het wist. Dat ze dit toch zei, wetend dat meneer Belk en ikzelf tegen het plafond zouden gaan, geeft naar mijn mening een listigheid van haar kant aan die ik bijzonder onsmakelijk en verontrustend vind in een gerechtshof. Ik ga me hierover beklagen bij de juridische raad, maar...' 'Edelachtbare,' onderbrak Chandler hem. 'Ik maak er bezwaar tegen dat u vertelt...'

'Val me niet in de rede, advocaat. U blijft stil staan luisteren tot ik klaar ben.'

'Ja, edelachtbare.'

'Ik zei stil.' Hij wendde zich weer tot de jury. 'Zoals ik al zei, wat er met mevrouw Chandler gebeurt is uw zorg niet. Ziet u, ze neemt de gok dat wat ik u nu ook verder vertel, u toch zult denken aan wat ze zei, dat rechercheur Bosch geen getuigen voor zich liet spreken. Ik verzoek u nu met de grootste klem daar niet aan te denken. Wat ze zei betekent niets. Ik denk zelfs dat als ze hadden gewild, rechercheur Bosch en meneer Belk een rij politiemensen hadden kunnen optrommelen van hier tot ^n het Parker Center. Maar dat hebben ze niet gedaan. Ze hebben voor een andere strategie gekozen en het is niet aan u om die in twijfel te trekken. Op geen enkele manier. Heeft iemand vragen?'

In de jurybank verroerde niemand een vin. De rechter draaide zijn stoel bij en keek Belk aan.

'Hebt u iets te zeggen, meneer Belk?'

'Een ogenblik, edelachtbare.'

Belk wendde zich tot Bosch en fluisterde: 'Wat denk je? Hij is er rijp voor om de zaak nietig te verklaren. Ik heb hem nog nooit zo kwaad gezien. Dan krijgen we een nieuw proces en misschien hebben we tegen die tijd die hele zaak met de naaper opgelost.'

Bosch dacht even na. Hij wilde er vanaf zijn en zag op tegen het vooruitzicht om nog een proces met Chandler te moeten doormaken. 'Meneer Belk?' zei de rechter.

'Laten we het maar doen met wat er ligt,' fluisterde Bosch. 'Wat vind jij?' Belk knikte en zei: 'Ik denk dat hij ons zoeven misschien het vonnis heeft gegeven.'

Toen stond hij op en zei: 'Ik heb niets te zeggen op dit moment, edelachtbare.'

'Weet u dat zeker?' 'Ja, edelachtbare.'

'Goed, mevrouw Chandler, zoals ik al zei, we komen hier later nog op terug, reken daar maar op. U kunt verdergaan, maar wees voorzichtig.' 'Dank u, edelachtbare. Voordat ik verderga, wil ik me verontschuldigen voor de strekking van mijn betoog. Ik bedoelde het niet onrespectvol, ik, eh, ik was aan het improviseren en ik sloeg een beetje op hol.' 'Dat klopt. Verontschuldiging geaccepteerd, maar we komen toch nog terug op de klacht wegens belediging. Wilt u verdergaan? Ik wil dat de jury na de lunch meteen aan de slag kan.'

Chandler draaide zich achter de katheder om en keek de jury aan. 'Dames en heren, u hebt rechercheur Bosch zelf in de getuigenbank gehoord. Ik vraag u ten slotte om te denken aan wat hij zei. Hij zei dat Norman Church zijn verdiende loon kreeg. Denk eraan wat deze opmerking betekent uit de mond van een politieman. "Norman Church heeft zijn verdiende loon gekregen." We hebben in deze rechtszaal gezien hoe het rechtssysteem werkt. De rechter is de scheidsrechter, de jury beslist. Zoals hij zelf bekende, besloot rechercheur Bosch dat dit niet nodig was. Hij besloot dat er geen rechter nodig was. Dat er geen jury nodig was. Hij ontnam Norman Church zijn kans op gerechtigheid. En uiteindelijk ontnam hij u die kans. Denk daaraan.' Ze nam haar notitieblok van de katheder en ging zitten.