NEGEN
Alles wat voor Bosch op dinsdag goed was gegaan, werd de volgende ochtend tenietgedaan. De eerste ramp voltrok zich in de raadkamer van rechter Keyes, waar hij de advocaten en hun cliënten had bijeengeroepen, nadat hij in zijn eentje de brief van de vermeende Poppenmaker een half uurtje had bestudeerd. Hij had besloten de brief in alle rust te lezen, nadat Belk een uur lang had gepleit tegen de opname van de brief in het proces.
'Ik heb de brief gelezen en de argumenten in beraad genomen,' zei hij. 'Ik zie niet hoe deze brief, boodschap, gedicht of wat dan ook, de jury kan worden ontzegd. Het heeft in zo sterke mate betrekking op de teneur van mevrouw Chandlers pleidooi dat het belangrijk is. Ik oordeel niet of het authentiek is of door een halve gare geschreven, dat moet de jury maar uitmaken. Als ze dat kan. Maar dat het onderzoek nog gaande is, is geen reden om dit te negeren. Ik ken de dagvaarding toe en, mevrouw Chandler, u mag dit op een geschikt ogenblik te berde brengen, vooropgesteld dat u voor de juiste juridische basis hebt gezorgd. Meneer Belk, uw protest tegen deze uitspraak zal in de notulen worden opgenomen.' 'Edelachtbare?' probeerde Belk.
'Nee, we discussiëren hier niet meer over. We gaan nu weer terug naar buiten.'
'Edelachtbare! We weten niet wie dit heeft geschreven. Hoe kunt u dit als bewijsmateriaal toelaten als we geen flauw idee hebben waar het vandaan komt of wie het heeft gestuurd?'
'Ik weet dat de uitspraak u teleurstelt, dus sta ik u enige speelruimte toe, en ik zal u deze getoonde minachting van de wensen van dit gerecht dus niet aanrekenen. Ik zei, geen discussie meer, meneer Belk, dus zal ik het nog één keer herhalen. Het gegeven dat deze brief van onbekende oorsprong direct heeft geleid tot de vondst van een lijk dat in alle opzichten de kenmerken van een Poppenmaker-slachtoffer vertoont, is op zich al een verificatie van enige authenticiteit. Dit is geen grap, meneer Belk, geen geintje. Er is hier iets aan de hand. En de jury zal dit te zien krijgen. En nu iedereen naar buiten.'
De sessie was nog maar net begonnen toen zich het volgende debacle voordeed. Belk, die misschien nog aangeslagen was door zijn nederlaag in de raadkamer, trapte vrolijk in de val die Chandler op slinkse wijze voor hem uitzette.
Haar eerste getuige was een man genaamd Wierczorek, die verklaarde dat hij Norman Church goed had gekend en dat hij zeker wist dat hij de elf moorden die aan hem waren toegeschreven, niet had gepleegd. Hij en Church hadden twaalf jaar samengewerkt op de ontwerpafdeling, vertelde Wierczorek. Hij was in de vijftig en zijn witte haren waren zo kort geknipt dat zijn roze schedel erdoorheen scheen. 'Waarom bent u er zo heilig van overtuigd dat Norman geen moordenaar was?' vroeg Chandler.
'Nou, om te beginnen weet ik zeker dat hij een van die meisjes niet heeft vermoord, de elfde, omdat hij de hele tijd bij me was toen ze werd... u weet wel. Hij was bij me. En dan schiet de politie hem dood en zeggen ze dat hij elf moorden heeft gepleegd. Dus, ik denk maar zo, als ik weet dat hij een van die meisjes niet heeft vermoord, dan liegen ze waarschijnlijk ook over de rest. Ze proberen gewoon te verdoezelen dat ze hem hebben vermoord...'
'Dank u, meneer Wierczorek,' zei Chandler. 'Ik zeg alleen maar wat ik ervan vind.'
Belk ging staan en tekende toch protest aan. Hij liep naar de katheder en klaagde dat het antwoord volkomen speculatief was. De rechter stemde hiermee in, maar de schade was al berokkend. Belk beende terug naar zijn stoel en Bosch zag hoe hij door een lijvige kopie bladerde van een getuigenverklaring die Wierczorek enkele maanden eerder was afgenomen.
Chandler stelde nog enkele vragen over waar de getuige en Church waren op de avond dat het elfde slachtoffer was vermoord en Wierczorek antwoordde dat ze in zijn appartement met zeven andere mannen een vrijgezellenfeestje hadden gehouden voor een collega van de afdeling. 'Hoe lang was Norman Church in uw appartement?' 'Het hele feestje lang. Ik denk vanaf ongeveer negen uur. We gingen door tot na tweeën 's nachts. De politie zei dat het meisje, de elfde, om één uur naar een hotel was gegaan en vermoord was. Norman was om één uur bij mij.'
'Kon hij er voor een uurtje tussenuit zijn geknepen zonder dat u het doorhad?'
'Nooit van z'n leven. Je zit met z'n achten in een kamer en je merkt heus wel als er eentje zomaar een halfuur verdwijnt.'
Chandler bedankte hem en ging zitten. Belk boog zich naar Bosch en fluisterde: 'Die kunnen ze straks opvegen als ik met hem klaar ben.' Gewapend met de kopie van de verklaring sjokte hij naar de katheder, alsof hij een olifantengeweer bij zich had. Wierczorek, die een bril met jampotjesglazen had waardoor zijn ogen groter leken, keek hem wantrouwig aan.
'Meneer Wierczorek, kent u mij nog? Herinnert u zich de verklaring die ik u een aantal maanden geleden heb afgenomen?' Belk toonde de kopie, bij wijze van geheugensteuntje. 'Ik herinner me u,' zei Wierczorek.
'Vijfennegentig pagina's, meneer Wierczorek. En nergens in deze kopie wordt melding gemaakt van een vrijgezellenfeestje. Waarom niet?' 'U zult er wel niet naar hebben gevraagd.'
'Maar u bent er ook niet over begonnen, nietwaar? De politie zegt dat uw beste kameraad elf vrouwen heeft vermoord, u weet zogezegd dat het een leugen is, maar u zegt helemaal niets, klopt dat?' 'Ja, dat klopt.'
'Kunt u ons misschien vertellen waarom?'
'Ik vond dat u bij die hele bende hoorde. Ik antwoordde alleen op wat me werd gevraagd. Ik zei uit mezelf geen ene... niets.' 'Ik wil u vragen of u dit ooit tegen de politie hebt gezegd? In die tijd, toen Church was doodgeschoten en alle kranten schreven dat hij elf vrouwen had vermoord? Hebt u ooit de telefoon opgepakt en ze verteld dat ze de verkeerde hadden gepakt?'
'Nee. Ik wist dat toen nog niet. Pas nadat ik een boek had gelezen over de zaak, dat een paar jaar geleden uitkwam. Daarin stond precies wanneer dat laatste meisje was vermoord. Toen wist ik dat hij de hele tijd bij mij was geweest. Ik belde de politie en vroeg naar het rechercheteam, maar ze zeiden dat het allang ontbonden was. Ik heb een boodschap achtergelaten voor die vent die volgens het boek aan het hoofd stond, ik geloof dat het Lloyd was, maar hij heeft me nooit teruggebeld.' Belk zuchtte in de microfoon van de katheder als om aan te geven hoe moe hij werd van deze randdebiel.
'Dus, als ik het even mag resumeren, u zegt hier tegen de jury dat u het boek las nadat het twee jaar na de moorden verscheen, en toen onmiddellijk besefte dat u een glashard alibi had voor uw dode vriend. Klopt dat allemaal, meneer Wierczorek?'
'Eh, behalve dat van het onmiddellijk beseffen. Ik besefte het niet meteen.'
'En wanneer dan wel?'
'Nou, toen ik de datum las, 28 september, dat zette me aan het denken en toen herinnerde ik me dat het vrijgezellenfeestje op 28 september dat jaar was en dat Norman de hele tijd bij mij thuis was geweest. Ik heb dat geverifieerd en heb toen Normans vrouw gebeld en gezegd dat hij niet was wat ze van hem zeiden.'
'U hebt het geverifieerd? Met de anderen van het feestje?' 'Nee, dat was niet nodig.'
'Hoe dan wel, meneer Wierczorek?' vroeg Belk op geïrriteerde toon. 'Ik heb de videoband bekeken die ik van die avond had. De datum en de tijd staan in de hoek van het beeld.'
Bosch zag dat Belks gezicht zo wit als een laken werd. De advocaat keek naar de rechter, dan weer naar zijn schrijfblok en weer naar de rechter. Bosch voelde de moed in zijn schoenen zinken. Belk had tegen dezelfde kardinale regel gezondigd als Chandler de dag ervoor. Hij had een vraag gesteld waarop hij het antwoord nog niet wist.
Je hoefde geen advocaat te zijn om te weten dat, aangezien Belk de getuige diens opmerking over de videoband had ontlokt, het Chandler nu vrijstond om er iets mee te doen, om voor te stellen de videoband als bewijsmateriaal te aanvaarden. Het was een uitgekiende valstrik geweest. Omdat het nieuw bewijsmateriaal van Wierczorek was en niet in zijn getuigenverklaring voorkwam, had Chandler Belk moeten informeren als ze van plan was het in haar ondervraging aan het licht te brengen. In plaats daarvan had ze Belk heel slim laten sukkelen en het zelf uitlokken. Nu was hij hulpeloos en hoorde hij het net als de juryleden voor het eerst. 'Verder geen vragen,' zei Belk en liep met gebogen hoofd terug naar zijn stoel. Hij nam meteen een van de wetboeken van tafel op schoot en begon te bladeren.
Chandler liep naar de katheder voor haar tweede verhoor. 'Meneer Wierczorek, die videoband waarover u het tegen meneer Belk had, hebt u die nog?' 'Jazeker, ik heb hem bij me.'
Chandler verzocht om de jury de band te laten zien. Rechter Keyes keek naar Belk, die langzaam naar de katheder sjokte. 'Edelachtbare,' kon Belk met moeite uitbrengen, 'mag de verdediging verzoeken om een reces van tien minuten om de jurisprudentie te onderzoeken?'
De rechter keek naar de klok.
'Het is nog wat vroeg, vindt u niet, meneer Belk? We zijn nog maar net begonnen.'
'Edelachtbare,' zei Chandler. 'De eisende partij tekent geen protest aan. Ik heb toch tijd nodig om de videoapparatuur op te stellen.'
'Goed dan,' zei de rechter. 'Tien minuten voor beraad. De jury kan een pauze nemen van een kwartier en zich daarna in de vergaderzaal melden.'
Terwijl ze opstonden voor de jury, bladerde Belk in zijn lijvige wetboek. Toen ze weer mochten zitten, schoof Bosch zijn stoel dicht bij die van zijn advocaat.
'Nu even niet,' zei Belk. 'Ik heb maar tien minuten.' 'Je hebt het verkloot.'
'Nee, wij hebben het verkloot. We zijn een team, vergeet dat niet.' Bosch liet zijn teamgenoot zitten en ging naar buiten om een sigaret te roken. Toen hij bij het beeld kwam, stond Chandler er al. Hij stak desondanks een sigaret op en bleef op een afstand. Ze keek hem aan en wierp hem een zelfgenoegzame glimlach toe. Bosch zei als eerste iets. 'Je hebt hem erin geluisd, hè?' 'Met de waarheid.' 'Is dat zo?' 'O ja.'
Ze stak haar half opgerookte sigaret in het zand van de asbak en zei: 'Ik ga maar eens naar binnen om die apparatuur klaar te zetten.' Ze grijnsde opnieuw. Bosch vroeg zich af of zij nu zo goed was, of Belk zo slecht.
Belk verloor de discussie van een halfuur over de vraag of de videoband mocht worden voorgelegd. Hij zei dat het nieuw bewijsmateriaal was dat de eisende partij op dit late tijdstip niet mocht voorleggen omdat het tijdens de getuigenverklaring niet was genoemd. Rechter Keyes wees zijn verzoek af en wees op wat iedereen wist, dat Belk de videoband zelf aan het licht had gebracht.
Nadat de jury weer binnen was gebracht, stelde Chandler Wierczorek enkele vragen over de band en waar die de afgelopen vier jaar was geweest. Nadat rechter Keyes een laatste protest van Belk had afgewezen, reed ze een televisietoestel met een videorecorder naar een plek tegenover de jurybank en deed de band, die Wierczorek van een vriend op de tribune had aangereikt gekregen, in de videorecorder. Bosch en Belk moesten opstaan en plaats nemen op de publiekstribune om te kunnen kijken.
Bij het opstaan zag Harry Bremmer van de Times op een van de achterste rijen zitten. Hij knikte even naar Bosch. Harry vroeg zich af of hij er was om over het proces te schrijven of omdat hij was gedagvaard. De band was lang en saai, maar niet continu. Hij was een paar keer op de avond van het vrijgezellenfeestje gestopt en gestart, maar het digitale klokje in de rechterbenedenhoek gaf de datum en de tijd aan. Als die juist waren, had Church een alibi voor de laatste moord die aan hem was toegeschreven.
Het duizelde Bosch toen hij ernaar keek. Daar zat Church, zonder toupet, zo kaal als een pasgeboren baby, bier te drinken en zijn glas te heffen op de bruiloft van een vriend, alsof hij een doorsnee Amerikaans mannetje was, terwijl Bosch wel beter wist.
De band duurde negentig minuten en het hoogtepunt was een bezoejkje van een levend telegram, een vrouw die een liedje zong voor de aanstaande bruidegom en lingerie op zijn hoofd liet vallen terwijl ze het uittrok. Op de band leek Church zich hierover te generen en hij keek meer naar de bruidegom dan naar de vrouw.
Bosch wendde zijn blik van het scherm af en keek naar de jury. Hij kon zien dat de tape zijn verdediging grote schade toebracht. Hij keek de andere kant weer op.
Toen de band was afgelopen, had Chandler nog een paar vragen voor Wierczorek. Het waren vragen die Belk zou hebben gesteld, maar ze nam hem de wind uit de zeilen.
'Hoe stel je de datum en de tijd in op het videobeeld?' 'Nou, als je de camera koopt, stel je hem in. Dan blijft hij op de batterij lopen. Ik heb er nog nooit mee hoeven knoeien nadat ik hem had gekocht.'
'Maar als je wilt, kun je hem instellen op een willekeurige datum, klopt dat?'
'Ja, best mogelijk.'
'Dus, als u nou een opname van een vriend wilt maken die u later als alibi wilt gebruiken, dan kunt u de datum bijvoorbeeld een jaar terugzetten en dan de opname maken?' 'Zeker.'
'Is het mogelijk een nieuwe datum op een bestaande opname te zetten? 'Nee. Je kunt geen datum aan een bestaande video toevoegen. Zo werkt dat niet.'
'Dus, in dit geval, hoe zou je het kunnen doen? Hoe zou je een vals alibi voor Norman Church kunnen fabriceren?'
Belk ging staan en tekende protest aan dat Wierczoreks antwoord speculatief zou zijn, maar rechter Keyes wees het protest af en zei dat de getuige goed wist hoe zijn eigen camera werkte.
'Nou, dat kan nu niet meer, omdat Norman dood is,' zei Wierczorek. 'Dus u zegt eigenlijk dat als u een valse opname had willen maken, u met meneer Church had moeten samenwerken om die te maken voordat hij door meneer Bosch werd doodgeschoten, is dat juist?'
'Ja. We hadden moeten weten dat hij die band op een bepaald moment nodig zou hebben en dan had hij moeten zeggen op welke datum ik hem moest instellen, enzovoorts, enzovoorts. Dat lijkt nogal vergezocht, vooral omdat je in de krant van dat jaar kunt kijken en de huwelijksadvertentie kunt vinden waarin staat dat mijn vriend op 30 september is getrouwd. Dan weetje dus dat het vrijgezellenfeestje wel rond de achtentwintigste heeft moeten plaatsvinden. Het is geen nepband.' Rechter Keyes kende Belks protest tegen de laatste opmerking toe, omdat deze geen antwoord op de vraag inhield. Hij zei tegen de jury dat ze de opmerking moesten negeren. Bosch wist dat ze dat niet hadden hoeven horen. Ze wisten allemaal dat het geen nepband was. Hij wist het ook. Hij voelde zich klam en misselijk. Er was iets misgegaan, maar hij wist niet wat. Het liefst stond hij op en liep hij weg, maar hij wist dat dit zo'n overduidelijke schuldbekentenis zou zijn dat de muren er als bij een aardbeving van zouden schudden.
'Nog één vraag,' zei Chandler. Ze bloosde in de roes van de overwinning. 'Hebt u ooit geweten dat Norman Church een haarstukje of iets dergelijks droeg?'
'Nooit. Ik kende hem al jaren en ik heb nooit zoiets gezien of gehoord.' Rechter Keyes liet de getuige weer aan Belk, die deze keer zonder zijn schrijfblok naar de katheder sjokte. Hij was kennelijk te aangeslagen door deze ommekeer om te zeggen 'Ik heb maar een paar vragen'. Hij begon meteen met zijn magere poging de schade te beperken. 'U zegt dat u een boek over de zaak van de Poppenmaker hebt gelezen en vervolgens ontdekte dat de datum op deze band overeenkwam met een van de moorden, klopt dat?' 'Dat klopt.'
'Hebt u alibi's proberen te vinden voor de andere tien moorden?' 'Nee, dat heb ik niet.'
'Dus, meneer Wierczorek, u hebt niets te bieden om uw oude vriend te verdedigen in al die andere zaken waarmee een speciaal team van talloze rechercheurs hem in verband heeft gebracht?'
'De band toont aan dat het allemaal gelogen is. Uw speciale...'
'U geeft geen antwoord op de vraag.'
'Jawel, als je kunt laten zien dat een van die zaken niet klopt, dan klopt het hele zooitje niet meer, als je het mij vraagt.'
'Dat vragen we u niet, meneer Wierczorek. U, eh, u zei dat u Norman Church nooit hebt gezien met een haarstukje op, is dat juist?' 'Dat heb ik gezegd, ja.'
'Wist u dat hij een appartement had, onder een valse naam?' 'Nee, dat wist ik niet.'
'Er is een hele hoop wat u niet over uw vriend wist, nietwaar?' 'Best mogelijk.'
'Denkt u dat het best mogelijk is dat hij af en toe een haarstukje droeg zonder dat u dit wist, net als dat hij een appartement had buiten uw weten?'
'Best mogelijk.'
'Welnu, als meneer Church de moordenaar was waarvoor de politie hem houdt, en vermommingen gebruikte zoals de politie beweert dat de
moordenaar deed, zou je dan niet...'
'Protest,' zei Chandler.
'... verwachten dat er zoiets als een...'
'Protest!'
'... toupetje in het appartement kon liggen?'
Rechter Keyes kende Chandlers protest toe dat de vraag van Belk een speculatief antwoord ontlokte, en berispte Belk ervoor dat hij met de vraag was doorgegaan nadat protest was aangetekend. Belk accepteerde de uitbrander en zei dat hij verder geen vragen had. Hij ging zitten, en zweetdruppels stroomden uit zijn haar en liepen langs zijn slapen. 'Je hebt je best gedaan,' fluisterde Bosch.
Belk negeerde hem en haalde een zakdoek tevoorschijn om zijn gezicht af te vegen.
Nadat hij de videoband als bewijsmateriaal had geaccepteerd, schorste de rechter de zitting tot na de lunch. Toen de jury uit de rechtszaal was verdwenen, liepen een paar verslaggevers snel naar Chandler. Bosch zag dit gebeuren en wist dat dit de uiteindelijke indicatie was hoe de zaken ervoor stonden. De media worden altijd aangetrokken tot de winnaars, de vermeende winnaars, de uiteindelijke winnaars. Het was altijd gemakkelijker om aan hen vragen te stellen.
'Je moet maar eens iets bedenken, Bosch,' zei Belk. 'We hadden zes maanden geleden een schikking kunnen treffen voor vijftigduizend. Als je bekijkt hoe het er nu voor staat, was dat een schijntje.' Bosch draaide zich om en keek hem aan. Ze stonden bij de balustrade achter de tafel van de verdediging.
'Je gelooft het, nietwaar? Het hele verhaal. Dat ik hem heb doodgeschoten en dat we toen alles hebben neergelegd om hem ermee in verband te brengen.'
'Het maakt niet uit wat ik geloof, Bosch.' 'Krijg de ziekte, Belk.'
'Wat ik al zei, je moest maar eens iets bedenken.' Hij werkte zijn brede taille door het hekje en liep de rechtszaal uit. Bremmer en nog een verslaggever liepen op hem af, maar hij wuifde hen weg.
Bosch volgde hem even later en poeierde de verslaggevers eveneens af. Maar Bremmer bleef naast hem lopen op weg door de gang naar de roltrap.
'Luister eens, dit gaat ook om mijn hachje. Ik heb een boek over die vent geschreven en als het de verkeerde was, wil ik het weten.' Bosch bleef staan en Bremmer botste bijna tegen hem op. Hij nam de verslaggever scherp op. Hij was rond de vijfendertig, te dik, en had bruin haar, kalend. Zoals zoveel mannen compenseerde hij dit door een dikke baard te laten staan, waardoor hij er alleen maar ouder uitzag. Bosch zag dat het overhemd van de verslaggever zweetplekken onder de oksels had. Hij had echter geen last van zweetlucht, maar zijn adem rook naar sigaretten.
'Hoor eens, als jij denkt dat het de verkeerde was, dan schrijf je toch nog een boek en incasseer je nog een voorschot van honderdduizend. Wat kan het jou schelen of het de verkeerde was of niet?' 'Ik heb een naam op te houden, Harry.' 'Dat had ik ooit ook. Wat schrijf je morgen?' 'Ik moet schrijven wat er hier gebeurt.' 'En je moet ook getuigen? Is dat wel ethisch, Bremmer?' 'Ik hoef niet te getuigen. Ze heeft mijn dagvaarding gisteren ingetrokken. Ik hoefde alleen maar een verklaring te tekenen.' 'Wat voor verklaring?'
'Dat het boek dat ik heb geschreven, bij mijn weten ware en juiste informatie bevat. En dat die informatie bijna geheel en al ontleend was aan bronnen bij de politie en aan publieke en politiestukken.' 'Over bronnen gesproken, wie heeft je over dat briefje verteld voor het verhaal van gisteren?'
'Harry, dat kan ik je niet vertellen. Bedenk eens hoe vaak ik jouw anonimiteit als mijn bron heb gewaarborgd. Je weet toch dat ik mijn bronnen nooit kan onthullen.'
'Ja, dat weet ik. Ik weet ook dat iemand probeert me erin te luizen.' Bosch stapte op de roltrap en ging naar beneden.