15 Lugg verdwijnt

Twee dagen lang traineerden de zaken; dat wil zeggen, twee dagen lang werden we met rust gelaten - Leo om de klap te boven te komen en Pussey en ik om alle bruikbare stukjes inlichtingen te verzamelen.

De mensen in het dorp waren erg gereserveerd. Ze gingen vroeg naar bed achter gesloten deuren en toeristen, die speciaal kwamen om te staren naar het stukje veld, waar de ongelukkige Hayhoe was gevonden, werden weggejaagd door verontwaardigd landvolk.

Janet liep rond met een gespannen uitdrukking in haar gezicht, Poppy hield het bed, en zelfs Whippet was bezorgder dan ik voor mogelijk had gehouden. Hij kwam me op de gekste uren van de dag opzoeken en zat me dan met een vragend stilzwijgen aan te kijken, totdat ik hem vroeg 'm naar Janet te smeren, die zo vriendelijk was zich met hem bezig te houden.

Kingston bewoog zich natuurlijk zeer veel op de voorgrond en ik vond hem zelfs bruikbaar. Hij was een onverbeterlijke kletsmeier en de wetten betreffende laster en smaad hadden niets afschrikwekkends voor hem.

De eerste concrete inlichting kwam van Mr. Skinn, de advocaat. De Peters, die in het verpleeghuis te Tethering was gestorven, bleek geen arme man te zijn geweest en hij was eveneens zo schrander geweest om zich voor twintigduizend pond te verzekeren bij de Mutual Ordered Life verzekeringmaatschappij. Zijn bedoeling, aldus Mr. Skinn, was geweest om op deze polis geld te lenen, ten einde een zakelijk project te kunnen voortzetten dat hij onder handen had. Toevallig viel dit zeer gunstig uit voor broeder Harris.

Betreffende Harris kwamen we maar heel weinig aan de weet. Hij had in Knightsbridge een flat gehuurd onder de naam Peters, maar hij was nooit een welvarend man geweest.

Onze moeilijkheden werden nog vergroot door de onzekerheid over de identiteit van de twee mannen: wie was Harris en wie was Peters? Tenslotte ging ik naar Leo. Hij zat in de wapenkamer, treurig starend naar zijn schitterende collectie sporttrofeeën, een grote hoeveelheid papieren achteloos over zijn bureau verspreid. 'Het duurt nu al tien dagen, mijn beste kerel,' zei hij tenslotte. 'De lijkschouwingen hebben we uitgesteld om ons zelf een adempauze te geven, begrijp je, maar dat betekent dat er nu resultaten moeten komen. Er wordt al een hoop gepraat. Ik wil het je best vertellen, mijn jongen, men vindt hier, dat ik er meteen Scotland Yard bij had moeten roepen. Het leek in het begin een heel eenvoudige zaak, maar nu, ik weet waarachtig niet waar het heen moet. Iedere morgen bij het wakker worden vraag ik me af wat de dag nu weer gaat brengen. We hebben een moordenaar in 't groot in het dorp. God weet waar hij de volgende keer toeslaat.' Hij pauzeerde, en toen ik geen antwoord gaf keek hij me scherp aan.

'Ik ken je vanaf je kindertijd,' zei hij, 'en ik weet dat je iets op je hart hebt. Als je iets weet en je wacht alleen maar op een bewijs, aarzel dan niet om mij je verdenkingen te vertellen. Ik geloof dat ik alles beter zou kunnen verdragen dan deze onzekerheid. Weet jij iets zinvols uit deze puzzel te halen?' Na zolang met Leo gewerkt te hebben, wist ik dat hij de meest betrouwbare man ter wereld was, maar ik aarzelde om me juist op dat ogenblik tegenover hem uit te spreken. Het was te gevaarlijk. 'Kijk eens hier, Leo,' zei ik, 'ik weet hoe de eerste moord werd gepleegd, en ik geloof dat ik weet wie het gedaan heeft, maar in dit stadium is het verkrijgen van een bewijs absoluut onmogelijk, en zonder bewijs kunnen wij niets doen. Geef me nog een tweetal dagen.'

Het zag er even naar uit dat hij zich aan me ergerde en ik dacht dat hij zijn autoriteit ging laten gelden en me tot mededeelzaamheid dwingen, maar hij kalmeerde en ik deed mijn volgende verzoek.

'Kunt u van de justitie een opdracht krijgen voor het opgraven van R. I. Peters, die in januari op het kerkhof van Tethering is begraven?' Hij keek zeer ernstig. 'Ik zou het kunnen proberen,' zei hij tenslotte. 'Maar, mijn beste kerel, identificatie na zolange tijd..Hij vertrok zijn gezicht en stak zijn handen in de lucht. 'Ik weet het niet,' hield ik aan. 'Er zijn bepaalde omstandigheden die nogal van veel invloed zijn in dat soort dingen.'

Hij keek me fronsend aan. 'Antimonium in het lichaam?' vroeg hij.

'Niet noodzakelijk,' zei ik. 'Het is voornamelijk een kwestie van grond.' Uiteindelijk kreeg ik mijn zin en ik ging weg om Kingston op te zoeken. Hij was thuis, ontdekte ik door middel van de telefoon en Lugg en ik gingen naar hem toe. Hij ontving ons met oprechte vreugde. 'Hemel! Jullie moeten wel een vrije dag hebben dat jullie me komen opzoeken,' zei hij verwijtend. 'Kan ik jullie iets aanbieden?' 'Nee,' zei ik. 'Nu niet. We komen eigenlijk niet op visite. Ik wil een beetje hulp.' Zijn ronde gezicht kreeg een kleur van genoegen. 'Werkelijk?' zei hij. 'Dat is zeer vleiend. Ik begon al het gevoel te krijgen, dat ik eruit lag, begrijp je. Maar, om je de waarheid te zeggen, ik heb een klein privé-onderzoek in m'n eentje ingesteld. Dat is een zeer geheimzinnige kerel, die daar in "De Veren" verblijft. Weet je iets over hem?'

'Niet veel,' zei ik waarheidsgetrouw. 'Ik kende hem lange tijd geleden - we zaten samen op school, om precies te zijn - maar ik heb hem sindsdien niet veel gezien.'

'Ah ...!' Hij bewoog zijn hoofd geheimzinnig heen en weer. 'Mrs. Thatcher zegt dat hij in hét begin van de week placht te komen om Hayhoe te bezoeken. Wist je dat?'

Natuurlijk wist ik dat niet, en ik bedankte hem. 'Ik zal het onderzoeken,' zei ik. 'Zou je me ondertussen jullie kerkhof willen laten zien?' Dat wilde hij maar al te graag en we verlieten de grote kast van een huis, die er verwaarloosd uitzag en waarin verder niemand scheen te wonen. Hij scheen zich bewust van haar gebreken en hij verklaarde dat op een beschaamde manier. 'Een man uit het dorp helpt me, als ik geen patiënten heb,' zei hij. 'Het is een beste kerel, een soort manusje-van-alles, zoon van de plaatselijke aannemer, voor wie hij werkt wanneer hij niet voor koster of voor mijn werkvrouw speelt. Wanneer ik wel een patiënt heb, dan moet ik natuurlijk een verpleegster en een huishoudster laten komen.' Wij liepen voor Lugg uit en hij draaide zich naar me om en vertrok zijn gezicht. 'De praktijk is niet veel soeps,' zei hij, 'anders zou ik, vermoed ik, ook geen tijd hebben om alles zo verschrikkelijk saai te vinden.' Toen we bij de Lagonda kwamen, die praktisch nieuw was, bekeek hij hem een beetje droefgeestig en ik had een beetje medelijden met hem. Er lag iets kinderlijks in zijn onuitgesproken afgunst. Hij had een talent voor het verspillen van tijd en we brachten enige tijd door met het bekijken van de auto. Hij bewonderde de motor, de instrumenten en de chroom op de carrosserie en won daarmee helemaal Lugg's hart.

In feite konden we alle drie heel goed met elkaar opschieten en daar ik op dat moment in de stemming was voor een vertrouwelijk gesprek, nam ik het'risico en droeg de eer, die ik had gereserveerd voor Whippet, op Kingston over. We praatten over de grond van het kerkhof. Hij was belangstellend en hulpvaardig. 'Ja,' zei hij, 'de grond is droog en hard, of er zit iets conserverends in, geloof ik, want ik herinner me dat de oude Witton, de doodgraver, me op een morgen naar buiten heeft gesleept om iets zeer ongewoons te komen bekijken. Hij had een drie jaar oud graf geopend om er een familielid van de dode vrouw bij te leggen en op de een of andere manier was de deksel van de kist losgeraakt en daar lag het lichaam in een voortreffelijk geconserveerde staat. Hoe vermoedde je dat?' 'Door de wilde peterselie,' zei ik. 'Die groeit vaak op een grond als deze.'

We praatten enige tijd verder over de grond en plotseling zag hij de bedoeling van mijn vragenstellerij.

'Een opgraving?' zei hij. "Wel wel! Dat kan -'

Hij zweeg, het woord 'leuk' onderdrukkend, naar ik met zekerheid vermoedde. '- opwindend worden,' voegde hij er na een pauze aan toe. 'Ik ben nooit aanwezig geweest bij een opgraving. Dergelijke opzienbarende dingen gebeuren hier nooit.'

'Ik kan je niets beloven,' protesteerde ik. 'Er is nog niets geregeld en houd er in 's hemelsnaam je mond over. Het enige dat in dit stadium werkelijk gevaarlijk is, dat is kletspraat.'

'Het gaat om de identificatie, veronderstel ik?' zei hij gretig. 'Ik moet zeggen, Campion, je hebt een heel goede kans. Wat een wonder dat hij juist deze plaats heeft uitgekozen om te sterven. Op negenennegentig van de honderd kerkhoven, weet je ...' 'Ja, maar houd je kalm,' zei ik. 'Praat er in 's hemelsnaam niet over.'

'Vast niet,' beloofde hij. 'Mijn beste kerel, je kunt op me vertrouwen. Trouwens, ik ontmoet geen kip om mee te praten.'

We kwamen tenslotte van hem af, nadat we ontdekt hadden wat we weten wilden en hij stond ons na te kijken, totdat we achter de heuvel verdwenen. Lugg zuchtte.

'Eenzaam leven,' peinsde hij. 'Als je zo'n vent ziet, voel je het verlangen in je opkomen om hem langs een serie kroegen te slepen, vind je niet?' 'Vind je?' zei ik.

Hij fronste zijn wenkbrauwen. 'Je krijgt van die fatterige manieren en zo van praat-niet-tegen-me- ik-ben-zo-verstandig; ik word doodmoe van je,' klaagde hij. 'Als ik in jouw schoenen stond zou ik mijn tijd niet verspillen met in lijken rond te wroeten. Ik zou zo'n kerel als hij voor een weekje in de stad uitnodigen en hem alle bezienswaardigheden laten zien.'

'Mijn hemel,' zei ik, 'ik geloof dat je ertoe in staat bent.'

Hij verkoos het zich beledigd te voelen en we reden zwijgend naar huis.

De volgende dag, de derde dag sinds Hayhoe was gevonden, ontwaakte ik met een gevoel, dat voor de helft uit vrolijkheid en voor de helft uit vrees bestond. Het was het voorgevoel dat er nu beweging in de dingen ging komen, maar als ik geweten had in welke richting, dan geloof ik niet dat ik verder had durven gaan.

Het begon met professor Farringdon's rapport. Hij verscheen toen ik met Pussey op het bureau zat en hij legde zijn verklaring mondeling af. 'Jawel, het was chloorhydraat,' zei hij, 'zoals ik u al zei. Het was heel moeilijk te bepalen, hoeveel de man precies had ingenomen voor zijn dood. We kunnen dus niet aan de weet komen, begrijpt u, of hij al dood was toen die steen op zijn hoofd viel, of alleen maar onder invloed was van het vergif.' Pussey en ik kenden allebei de merkwaardige eigenschappen van chloorhydraat; het is een zeer geliefd verdovingsmiddel bij zeelieden, maar we lieten het hem nog eens allemaal vertellen.

'Het heeft hem zeer slaperig gemaakt, begrijpt u. Dat is de reden waarom het zo duivels bruikbaar is. Als je een man zou zien, die licht onder de invloed is van dit vergif, dan zou je eenvoudig denken dat hij in een diepe, natuurlijke slaap verkeert.' Pussey keek me aan. 'Al die tijd dat hij in die stoel zat, zat hij vast alleen maar te wachten totdat dat ding op hem zou vallen, hulpeloos, niet in staat zich te bewegen. Ah! Dat is iets verschrikkelijks, Mr. Campion.'

De professor ging verder met uit te weiden over het lot dat Mr. Hayhoe had getroffen. 'Dat was een interessante wond,' zei hij. 'Opmerkelijk goed getroffen, of toegebracht door iemand die geen idioot is. Het heeft hem juist boven het sleutelbeen geraakt en ging recht zijn hals in. Hij moet onmiddellijk dood zijn geweest.' Hij ging verder met het mes te beschrijven dat was gebruikt, en hij tekende het zelfs voor ons uit, of althans het lemmet. Pussey wist niet wat hij er van denken moest, maar het paste helemaal in mijn theorie.

Ik verliet hen beiden en ging op zoek naar Whippet. Hij noch Effie Rowlandson was in 'De Veren' toen ik daar arriveerde, maar even later kwam hij in zijn eentje aanrijden in zijn kleine A.C. 'Ik ben op huizenjacht geweest,' zei hij. 'Er ligt daar beneden aan de weg een kleine villa die me interesseert. Ze is leeg. Ik houd van lege huizen. Waar ik ook ben, zoek ik naar lege huizen.'

Ik liet hem zo enige tijd doorbazelen en toen ik dacht dat hij moe was van zijn onderwerp, stelde ik hem plotseling een vraag. Als ik gehoopt had hem te zullen verrassen, dan werd ik teleurgesteld. 'Hayhoe?' zei hij. 'O ja. O ja, Campion, ik heb verscheidene gesprekken met hem gevoerd. Geen aardige kerel; hij wilde geld van me lenen.' 'Heel goed,' zei ik. 'Maar waarover praatte je met hem?'

Whippet lichtte zijn hoofd op en ik keek in zijn vage, bleek-blauwe ogen.

'Voornamelijk over natuurlijke historie, geloof ik,' zei hij. 'Flora en fauna, weet je wel.' Op dat moment viel er weer een groot stuk van de legpuzzel op zijn plaats.

'Sommigen worden blind geboren,' zei ik bitter. 'Sommigen worden langzamerhand blind. En sommigen zijn ziende blind. Mollen vallen onder de eerste categorie, nietwaar?' Hij zei niets, maar bleef stil uit het raam kijken. Ik ging terug naar Highwaters en daar wachtte me iets op, dat ik niet voorzien had en dat ik mezelf nooit zal vergeven. Lugg was vertrokken.

Zijn koffer, zijn weinige reisspullen bevattend, was verdwenen en op mijn toilettafel, vastgeklemd onder een asbak, lag een splinternieuw biljet van een pond.