8

Het cabinepersoneel van vlucht BA179 begon voorbereidingen te treffen voor de landing op jfk. De jonge Cottle had de hele vlucht met een uitdrukkingsloos gezicht in zijn stoel gezeten en nauwelijks oog gehad voor de geneugten waarop de passagiers in de eerste klasse werden getrakteerd: champagne, een goed glas cabernet, gebraden eend met kersen, chocoladetruffels, de nieuwste films, en een stoel die uitklapte tot een compleet bed, inclusief dekbed.

In de toeristenklasse stond Malcolm Frazier in de rij voor het toilet. Hij was zo stijf als een plank en zijn humeur was tot het nulpunt gedaald na zes uur lang op een smalle stoel in een rijtje van drie te hebben doorgebracht. De missie was een compleet fiasco geworden en zijn superieuren hadden het kristalhelder gemaakt dat hij de kastanjes uit het vuur moest halen. Hij was verantwoordelijk.

En nu was zijn opdracht er een stuk ingewikkelder op geworden. Wat begonnen was als een simpel klusje om het boek veilig te stellen, was uitgegroeid tot een compleet onderzoek om erachter te komen wie er zo’n exorbitant bedrag voor had betaald en waarom. Frazier moest het boek volgen om die antwoorden te vinden en zoals altijd moest hij zijn sporen tot elke prijs uitwissen. Alles had uiteraard de hoogste prioriteit en zijn baas balanceerde op het randje van hysterie. Staatssecretaris Lester had geëist dat hij tot in de details op de hoogte zou worden gehouden.

Dat alles had Frazier een pesthumeur bezorgd en hij was zo woest dat hij met liefde iemand van kant zou maken.

Bij de boarding gate in Terminal 5 op Heathrow was Frazier op Cottle afgestapt, die in de rij stond met passagiers die eersteklas vlogen. Hij was bang dat Cottle hem misschien aan boord zou opmerken en wilde voorkomen dat de man achterdochtig zou worden. Hij wilde hem ook een paar ‘onschuldige’ vragen stellen.

‘Hallo!’ zei Frazier op geforceerd vrolijke toon. ‘Kijk eens wie we daar hebben! Ik was ook bij die veiling vandaag.’

Cottle keek hem aan. ‘Natuurlijk, meneer. Dat weet ik nog.’

‘Wat een enerverende toestand, hè?’

‘Ja, meneer. Het was heel opwindend.’

‘Dus we zitten op dezelfde vlucht! Wat een toeval.’ Frazier wees naar de tas die Cottle als handbagage mee aan boord wilde nemen. ‘Ik durf te wedden dat ik weet wat daarin zit.’

Cottles leek zich niet op zijn gemak te voelen. ‘Ja, meneer.’

‘Wil je me niet vertellen aan wie je dat gaat afleveren? Ik wil het nog steeds kopen. Misschien kan ik een deal maken met degene die het voor mijn neus heeft weggekaapt.’

‘Dat zal helaas niet gaan, meneer. Bedrijfsbeleid en zo, u kent dat wel.’

Er werd omgeroepen dat eersteklaspassagiers konden instappen. Cottle wuifde even met zijn ticket. ‘Ik wens u nog een goede vlucht, meneer,’ zei hij, voor de rij zich in beweging zette en hij wegschuifelde.

 

Will sprong overeind van de bank voor de voordeurbel een tweede keer van zich kon laten horen. Het was bijna elf uur en de oude knarren van de camper waren precies op tijd. Hij wachtte hen boven bij de lift op om hen eraan te herinneren dat ze stil moesten zijn. Toen de liftdeuren opengingen, schrok hij van de aanblik van Spence, die een beetje voorovergebogen in een felrode scootmobiel zat en zijn zuurstofapparaat had meegenomen in het bagagemandje. Kenyon torende boven hem uit.

‘Dat ding maakt toch geen herrie, hè?’ vroeg Will nerveus.

‘Het is geen Harley,’ liet Spence hem smalend weten. De scootmobiel reed snorrend de lift uit.

Ze zaten met z’n drieën in Wills kleine appartement en voelden zich een tikje opgelaten over de situatie. Ze zeiden alleen het hoognodige op fluistertoon en keken naar het nieuws van elf uur op de televisie, die zachtjes aanstond. Kenyon had vlucht BA179 op internet opgezocht en de anderen verteld dat het vliegtuig op tijd was geland. Rekening houdend met de tijd om door de douane te komen en de taxirit, werd de koerier elk moment verwacht.

 

Met zijn federale identiteitspasje in de hand passeerde Frazier in recordtijd de diverse controleposten. Hij liep de aankomstterminal binnen en mengde zich tussen de menigte die de passagiers van de vlucht stond op te wachten. Hij zag DeCorso, een van zijn mannen, staan. DeCorso, gekleed in een dikke leren jas, was een agressief uitziende man met een ruige baard, die duidelijk mank liep. Zonder iets te zeggen overhandigde DeCorso hem een pakketje. Frazier voelde opluchting door zich heen spoelen toen hij zijn favoriete gereedschap weer in zijn bezit had. Hij stopte het wapen in de lege schoudertas waarin het boek zich had moeten bevinden.

DeCorso stond naast hem als een standbeeld. Frazier wist dat zijn ondergeschikte geen kletspraatje verwachtte. Hij werkte lang genoeg voor Frazier om te weten dat hij geen prater was. Frazier wist dat wanneer hij een opdracht gaf, DeCorso die volgens het boekje uitvoerde. Hij was Frazier nog iets schuldig. Het was alleen aan Frazier te danken dat hij na zijn ziekteverlof weer aan de slag kon bij Area 51, want hij had zichzelf niet bepaald met roem overladen.

Will Piper had DeCorso te grazen genomen. Het was vier tegen één geweest in een man-tot-mangevecht, en één kloterige fbi-agent had hen alle vier uitgeschakeld. DeCorso was de enige die na een paar maanden weer aan het werk kon: zonder milt, met een hoop extra metaal in zijn dijbeen, en de wetenschap dat hij levenslang Pneumovax-injecties zou krijgen om infecties tegen te gaan. De andere drie waren honderd procent arbeidsongeschikt verklaard. Een van hen was permanent van een voedingssonde voorzien die uit zijn maag stak. Als teamleider was DeCorso verantwoordelijk geweest voor het fiasco met Piper.

Frazier hoefde hem niet terug te nemen, maar had dat toch gedaan.

Toen Adam Cottle, die eruitzag als een murwgeslagen toerist, eindelijk de aankomstterminal binnenstapte met zijn koffer op wieltjes schoot Fraziers kin omhoog en hij zei: ‘Dat is hem,’ voordat hij zich verstopte achter DeCorso om uit zicht te blijven. Ze keken toe terwijl Cottle op de balie van British Airways afstevende, een envelop kreeg, en vervolgens naar de uitgang liep.

‘Mijn auto staat voor de deur, achter de taxistandplaatsen. Ik heb een agent op wacht staan, zodat ik niet word weggesleept.’

Frazier liep naar de uitgang. ‘Laten we de hufter opzoeken die het boek voor mijn neus heeft weggekaapt.’

 

Ze volgden de gele taxi over de Van Wyck Expressway. Er was niet veel verkeer, dus het was geen enkel probleem om hun doelwit in de gaten te houden. DeCorso kondigde aan dat ze in de richting van de Midtown-tunnel reden, die naar Manhattan leidde. Frazier haalde vermoeid zijn schouders op en mompelde: ‘Het zal wel.’

Cottles taxi stopte halverwege een straat. De jongeman nam een aktetas mee en vroeg de chauffeur op hem te wachten. Cottle stond op de stoep en controleerde het adres op het papier dat hij in zijn hand had, voor hij in de hal van een appartementengebouw verdween.

‘Zal ik naar binnen gaan?’ vroeg DeCorso. Ze stonden iets verderop aan de overkant van de straat geparkeerd.

‘Nee. Zijn taxi staat te wachten, dus hij komt terug,’ bromde Frazier. ‘Ik wil de namen van alle bewoners van dat gebouw.’

DeCorso klapte zijn laptop open en bracht een beveiligde verbinding met hun servers tot stand. Frazier sloot zijn ogen terwijl DeCorso aan het typen was en dommelde weg op het ritmische gehamer van dikke vingers op een toetsenbord.

‘Jezus!’ riep DeCorso uit.

‘Wat?’ vroeg Frazier geschrokken.

DeCorso stak de laptop over zijn stoel naar achteren. Frazier boog zich naar voren, nam hem aan en probeerde zijn slaperige ogen op de regels tekst te focussen. Hij haalde zijn schouders op. ‘Wat?’

‘Bijna onderaan. Zie je het?’

Hij zag het. will piper. appartement 6f.

Frazier begon de onderkant van zijn gezicht te kneden alsof het een bonk klei was en barstte even later los in een scheldkanonnade. ‘Niet te geloven, verdomme. Will Piper! Heb ik die stomme idioten in het Pentagon niet gezegd dat ze hem niet moesten laten gaan?’ In gedachten zag hij het beeld voor zich dat hem nog steeds razend maakte: Will die ontspannen in een comfortabele leren stoel in de zakenjet van staatssecretaris Lester zat en op een hoogte van 12.000 meter met een zelfvoldaan gezicht van een glas whisky nipte terwijl hij zijn voorwaarden min of meer dicteerde.

‘Dat klopt. Dat heb je gezegd.’

‘En nu zit hij ons alweer dwars.’

‘Laat me hem neerknallen, Malcolm.’ DeCorso’s toon was bijna smekend. Hij wreef over zijn rechterdij, die nog steeds pijnlijk klopte op de plek waar Wills kogel het bot verbrijzeld had.

‘Hij is bhz. Weet je nog wel?’

‘Dat wil nog niet zeggen dat ik hem niet de vernieling in kan helpen.’

Frazier negeerde hem. Hij dacht na en liet diverse scenario’s de revue passeren. Hij zou een paar telefoontjes moeten plegen om ervoor te zorgen dat dit bij de juiste mensen in de top terechtkwam. ‘Een gepensioneerde fbi-agent die in deze buurt woont, heeft geen 300.000 dollar ergens in een la liggen om op een veiling uit te geven. Hij fungeert als stroman voor iemand anders. We wachten af en kijken hoe het verdergaat.’ Hij gaf de laptop terug aan DeCorso. ‘Die verdomde Will Piper ook!’

 

Cottle zat stijfjes rechtop in een appartement in een vreemde stad terwijl hij beleefdheden uitwisselde met een dikke, bejaarde, ziekelijke man in een scootmobiel, zijn eveneens bejaarde vriend, en een andere man, jonger, die de kamer vulde met zijn aanwezigheid.

Will nam aan dat de knul zich eerder een drugskoerier dan een antiquarische boekhandelaar voelde.

Cottle ritste zijn tas open. Het boek was in diverse lagen noppenfolie verpakt en zag eruit als een zachte, dikke kubus. De man in de scootmobiel stak zijn handen in een kinderlijk, hebberig gebaar uit naar het boek en Cottle overhandigde het hem. Spence kon het zware boek nauwelijks vasthouden en liet het meteen op zijn schoot zakken, waar hij het ontdeed van de lagen noppenfolie, die hij op de grond liet vallen.

Will keek toe terwijl Spence de kostbare ui van zijn rokken ontdeed en steeds dichter bij de kalfsleren omslag kwam. Het was een plechtig moment, maar toch maakte Will zich vooral zorgen dat Kenyon per ongeluk op de noppenfolie zou stappen en de kapotklappende noppen Phillip zouden wakker maken.

Nadat de laatste laag was verwijderd, sloeg Spence voorzichtig het boek open. Hij nam de eerste bladzijde aandachtig in zich op. Kenyon boog zich over zijn schouder heen en fluisterde zacht: ‘Ja.’

Will, die op de bank zat, zag de dicht opeengeschreven zwarte letters van een afstandje, waardoor het bijna leek alsof hij naar een zwarte bladzijde keek. De namen in iemands handschrift zien staan was heel anders dan ze in het moderne, steriele lettertype van Shackletons computerdatabase te zien geschreven. Iemand had zijn ganzenveer talloze keren in een pot zwarte inkt gedoopt om die bladzijden te vullen. Wat had zich in het hoofd van de schrijver afgespeeld? Wie was hij? Hoe was hij aan die kennis gekomen om dit werk te leveren?

Cottle verbrak de stilte. Ondanks zijn slome voorkomen was hij welbespraakt. ‘Ze hebben er deskundigen bij gehaald. Oxbridge-types. Niemand had enig idee waar het vandaan kwam of wat het was, afgezien dan van het feit dat het overduidelijk een geboorte- en overlijdensregister is. U hebt er een flink bedrag voor neergeteld. We vroegen ons af of u misschien weet wat de herkomst ervan is.’

Spence en Kenyon keken tegelijkertijd op. Spence zei niets, dus kwam Kenyon met een diplomatiek antwoord. ‘We zijn zeer geïnteresseerd in die specifieke periode. Het begin van de zestiende eeuw was een roerige tijd. Het is een uniek boek, dat we willen gebruiken voor ons onderzoek. Als we iets te weten komen over de herkomst, zullen we dat laten weten.’

‘Dat zouden we op prijs stellen. Uiteraard zijn we nieuwsgierig. U hebt een grote som betaald voor een boek waarvan het belang niet duidelijk is.’ Cottle liet zijn ogen door het appartement glijden. ‘Is dit uw flat, meneer?’

Will wierp een achterdochtige blik op Cottle. Die opmerking ging voor zijn gevoel net even te ver.

‘Ja. Helemaal van mij.’

‘En komt u ook uit New York, meneer Spence?’

Spence hield zich op de vlakte. ‘We komen uit het westen.’ Hij besloot van onderwerp te veranderen. ‘Eerlijk gezegd zou u ons behulpzaam kunnen zijn.’

‘Zegt u het maar.’

‘Wat kunt u ons over de verkoper vertellen? Die Cantwell?’

‘Ik ben pas kort bij het bedrijf, maar er is mij verteld dat hij een typisch voorbeeld van ons soort clientèle is, een grootgrondbezitter met weinig contanten. Mijn chef, Peter Nieve, heeft Cantwell Hall bezocht om de boeken te bekijken die ter veiling werden aangeboden. Het is een oud landhuis in Warwickshire dat al eeuwenlang in de familie is. Lord Cantwell was ook aanwezig, maar Nieve heeft voornamelijk met Cantwells kleindochter te maken gehad.’

‘Wat zeiden ze over dit boek?’

‘Niet veel, als ik het me goed herinner. Zover lord Cantwell wist, was het altijd al in hun bezit geweest. Hij nam aan dat het boek al vele generaties in de familie was, maar er was geen specifiek verhaal aan verbonden. Hij dacht dat het een of ander dorps- of stadsregister was. Hij was er niet bijzonder aan gehecht, maar zijn kleindochter wel.’

‘Waarom was dat?’ vroeg Spence.

‘Ze vertelde Peter dat het boek haar altijd had aangetrokken. Ze zei dat ze niet kon uitleggen waarom, maar dat ze dacht dat het een bijzonder boek was en daarom wilde ze er liever geen afstand van doen. Lord Cantwell dacht daar kennelijk anders over.’

Spence sloeg het boek dicht. ‘En dat is het? Dat is alles wat die mensen over de geschiedenis van het boek weten?’

‘Dat is alles wat ik gehoord heb, ja.’

‘Er bood nog iemand op het boek,’ zei Spence.

‘Ja. Er was nog een bieder die er veel geld voor overhad,’ antwoordde Cottle.

‘Wie was dat?’

‘We mogen geen gegevens over onze kopers verstrekken.’

‘Welke nationaliteit had de bieder?’ vroeg Kenyon. ‘Kunt u ons dat dan tenminste vertellen?’

‘Hij was Amerikaan.’

 

Toen Cottle vertrokken was, zei Will: ‘Hij was wel erg nieuwsgierig, vonden jullie ook niet?’

Spence lachte. ‘Hij kan het niet uitstaan dat iemand meer over dat boek weet dan zij. Ze zijn waarschijnlijk doodsbenauwd dat ze het te goedkoop hebben verkocht.’

‘Dat hebben ze ook,’ merkte Kenyon op.

‘Wie zou die andere bieder zijn?’ vroeg Will.

Spence schudde zijn hoofd. ‘Ik hoop dat die klootzak niet in Nevada werkt. We moeten voorzichtig zijn, blijf op je hoede.’ Hij tikte met zijn vinger op het omslag. ‘Wil je een kijkje nemen, Will?’

Will stond op, pakte het boek van Spence’ schoot en liet zich weer op de bank zakken. Daar sloeg hij het op een willekeurige bladzijde open, en was een paar minuten lang verdiept in een eentonige opsomming van levens uit lang vervlogen tijden, een boek der zielen.

Boek Der Zielen
titlepage.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_000.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_001.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_002.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_003.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_004.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_005.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_006.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_007.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_008.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_009.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_010.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_011.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_012.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_013.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_014.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_015.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_016.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_017.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_018.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_019.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_020.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_021.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_022.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_023.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_024.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_025.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_026.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_027.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_028.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_029.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_030.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_031.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_032.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_033.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_034.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_035.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_036.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_037.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_038.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_039.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_040.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_041.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_042.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_043.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_044.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_045.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_046.xhtml
awb-boek der zielen_ebook_split_047.xhtml